Husqvarna Svartpilen 125 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Svartpilen 125 (2024) (150 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Svartpilen 125 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Svartpilen 125 (2024) |
Handleiding Husqvarna Svartpilen 125 (2024) – volledige tekst
BESTE HUSQVARNA MOTORCYCLES-KLANT,*3402766nl*3402766nl20. 02. 2024BESTE HUSQVARNAM OTORCYCLES-KLAN T,We wensen u veel geluk met uw keuze voor een Husqvarna-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modernen sportief voertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel dealerMotornummer ( pag. 14)Sleutelnummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet wor-den uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
Husqvarna Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor tech-nische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingenen dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder ver-goeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald modelzonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. Husqvarna Motorcycles is niet aansprakelijk voor leverings-mogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeeldemodellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2024 Husqvarna Motorcycles GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan metschriftelijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)Husqvarna Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwa-liteitsmanagementsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage!
Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschooldevakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normaal gebruik in het verkeerkan weerstaan. Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op racecircuits en niet-geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-caties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen inde tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als dezeontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buitenwerking is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten dieuitlaatgassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelenvan het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, alsdeze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-ken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-mende kleding te gebruiken. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-pondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Indien dit speciale gereedschap niet bij de leve-ring van het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikel-nummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuweonderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen vande fabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.
Binnendrin-gend vuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemenen conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaalgebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen evt. de oudemotorfiets aan de geldende wet- en regelgeving in het betreffende land.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. In de bedie-ningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zokomt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wiltweten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download beschikbaar bij uw geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-dealer en op de Husqvarna Motorcycles-website. Via uw gecertificeerdeHusqvarna Motorcycles‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld.Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna‑motorcycles.com
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden beves-tigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzi-gingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehoren van Husqvarna MotorcyclesGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijnvrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna Motorcycles niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het nieuwste Husqvarna Motorcycles technisch toebehoren voor uw voertuig is te vinden op de HusqvarnaMotorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com3.
4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan dein de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en hetchassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij stoffige omgeving, sterkeregen, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen componenten zoals luchtfilter, aandrijving, remsys-temen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor hetbereiken van het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.
Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voorde betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan de aanwijzingen in de tekst. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of overHusqvarna Motorcycles. De lijst met geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealers vindt u op de Husqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com.
5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402408-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje402174-10Het typeplaatje1bevindt zich op het frame rechts.5.3 SleutelnummerF01413-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutel-nummer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaatsbewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.5.4 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelB06289-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.6.2 RemhendelB06290-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelB06291-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 LichtschakelaarB06292-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.
De richtingaan-wijzerschakelaar springt na het schakelen terug in demiddelste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de rich-tingaanwijzerschakelaar richting het schakelaarhuis duwen.6.4.3 ClaxonknopB06294-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 NoodstopschakelaarB06295-10De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietworden gestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden.
Het ontstekingscircuit is gesloten.6.5.2 StartknopB06296-10De startknop1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN186.6 Contact- en stuurslotB06297-10Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroon-plaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit OFF – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.
Decontactsleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.De contactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 USB‑aansluitingA01670-10De USB‑aansluiting1voor de voedingsspanning van externeapparaten is aan de linker zijde van de maskerdrager aange-bracht.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.8 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien.
Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.10 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.B06298-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen encontactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij over-belasting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.11 Tankdop sluitenB06299-10WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaaren schadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is geko-men.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klokin draaien tot het tankdop-slot sluit.–Contactsleutel eruit trekken en afdekking1neerklappen.6.12 ZadelslotB06300-10Het zadelslot1bevindt zich linksachter onder het zadel.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.13 BagagedragerB06304-10De bagagedrager1bevindt zich op de brandstoftank.De bagagedrager mag maximaal met het aangegeven gewichtworden belast.Hoogst toegestanebelasting van debagagedrager5 kg
BEDIENINGSELEMENTEN 6216.14 BoordgereedschapB06302-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder het bestuurders-zadel.6.15 GreepF02702-10De greep1is bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een buddyseat kan de passagier zich hieraanvasthouden.6.16 Voetsteun passagierB06301-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder pas-sagier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.17 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN22401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e ver-snelling.6.18 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.InfoDe basisinstelling van het rempedaal is af fabriek inge-steld en mag niet gewijzigd worden.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.19 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstan-daard worden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem isactief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7237.1 Gecombineerd instrumentI00868-11Het gecombineerde instrument is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument is ingedeeld in twee functiesegmenten.1Controlelampjes2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situatiesheet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testI00927-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controle-lampjes branden kort in het kader van een functiecontrole.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT24InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolangde motor niet draait. Als de motor loopt en hetcontrolelampje storing brandt, volgens deverkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait. Wanneer de motor draait en hetwaarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijkvolgens de geldende verkeersregels stoppen en de motorafzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en hetTC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid vanca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.7.3 WaarschuwingenI00869-01Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display,afhankelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rodeachtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7257.4 ControlelampjesI00926-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor loopt en het con-trolelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautori-seerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stop-pen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.ABS-rear-waarschuwingslampje brandt geel – ABS is aan het achterwiel gedeactiveerd.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT26Controlelampje snelheidsbegrenzer brandt geel – De functie snelheidsbegrenzer is inge-schakeld, maar de snelheidsbegrenzer is niet actief.Controlelampje snelheidsbegrenzer brandt groen – De functie snelheidsbegrenzer is inge-schakeld en de snelheidsbegrenzer is actief.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veilig-heid is gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.7.5 DisplayI00928-101Brandstofpeilweergave ( pag. 30)2Tijd ( pag. 29)3Omgevingslucht-temperatuurindicator4Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 30)5Toerental ( pag. 27)5Schakelindicator ( pag. 28)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.6Snelheidsindicator ( pag.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.6 Minimaal displayI00888-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde modus Mini-mal. Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weergege-ven.1Toerental ( pag. 27)1Schakelindicator ( pag. 28)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.2Snelheidsindicator ( pag. 28)3Eenheid voor de snelheidsindicatie4Versnellingsindicatie7.7 ToerentalI00870-10Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT287.8 SchakelindicatorI00871-01De schakelindicator is in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.
Bij RPM1knippert het display en bij RPM2 is het volledige displaypermanent rood/oranje.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warmemotor na de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 Schakelindi-catorknippertRPM2 Schakelindi-catorbrandt permanent7.9 SnelheidsindicatorI00872-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl peruur mph weergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wor-den geconfigureerd.7.10 Weergave van de snelheidsbegrenzerI00873-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde snelheidsbegrenzerwordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheidsbegrenzer wordt via de combinatieschakelaargestuurd.InfoAls de functie snelheidsbegrenzer is ingeschakeld, maarde snelheidsbegrenzer is niet actief, dan brandt het con-trolelampje van de snelheidsbegrenzer geel.Als de functie snelheidsbegrenzer is ingeschakeld en desnelheidsbegrenzer is actief, dan brandt het controle-lampje van de snelheidsbegrenzer groen.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.11 TijdI00872-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Clock Format wordengeconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.12 Ride‑Mode‑weergaveI00872-12De ingestelde Ride Mode ( pag. 114) wordt in het bereik1van het display weergegeven.In het submenu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigu-reerd.7.13 ABS‑weergaveI00872-13De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De ABS kan in het submenu ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel.
Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.14 Weergave van de koelmiddeltemperatuurI00874-10De koelmiddeltemperatuur wordt door een symbool weergege-ven. Afhankelijk van de temperatuur wisselt het symbool tussenLOW, OK en HOT.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp. corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT30InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft LOWaan.• Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft OKaan.• Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft HOTaan.7.15 BrandstofpeilweergaveI00875-10De brandstofpeilweergave bestaat uit de reikwijdteweergave eneen balk.
Hoe verder de balk is gevuld, des te meer brandstofzich in de brandstoftank bevindtInfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waar-schuwing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdenshet rijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets ver-traagd weergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopscha-kelaar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergaveniet geactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopscha-kelaar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pasna 2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.16 Handgreepverwarming (optioneel)I00872-14De status van de greepverwarming wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.De handgreepverwarming kan in het menu Heated Grip wordengeconfigureerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.17 Favorites‑weergaveI00872-15In de Favorites‑weergave1worden tot vier informatietekstenweergegeven.In het submenu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wor-den geconfigureerd.7.18 Quick Selector 1‑weergaveI00876-10Door op de UP-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 1-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 1-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 1-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 1 worden geconfigureerd. Er kaneen willekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.19 Quick Selector 2‑weergaveI00877-10Door op de DOWN-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 2-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 2-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 2-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 2 worden geconfigureerd.
Er kaneen willekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.20 Navigation‑weergave (optioneel)I00878-10De Navigation-weergave (optioneel) verschijnt bij geactiveerdenavigatiefunctie.In de Navigation‑weergave (optioneel) worden de richtingspijl,de afstand tot de bestemming, de geschatte aankomsttijd vande mobiele telefoon, de afstand tot het volgende wegpunt en destraatnaam weergegeven.In het submenu Navigation (optioneel) kande Navigation‑weergave (optioneel) worden in- of uitgeschakeld.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.– De Ride Husqvarna-app (optioneel) is op een geschikte tele-foon (Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparatenvanaf versie 14) geïnstalleerd en verbonden.7.21 Call‑weergaveI00879-10WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kop-telefoon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in dat uhet overige verkeer nog kunt horen.De Call‑weergave verschijnt bij binnenkomende resp.
actieveoproepen.Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep aangenomen.Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.Door de UP-knop in te drukken, wordt het volume verhoogd.Door de DOWN-knop in te drukken,wordt het volume verlaagd.InfoDe wijziging van het audiovolume met de gecombineerdeschakelaar kan niet met elke mobiele telefoon worden uit-gevoerd.Belduur en contactpersoon worden weergegeven.
Afhan-kelijk van de instelling van de mobiele telefoon wordt decontactpersoon met naam weergegeven.Bij actieve telefonie kan niet in het menu worden genavi-geerd.Voorwaarde voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.7.22 Remote Control Mode (optioneel) (RCM)I00880-10De Remote Control Mode-weergave (optioneel) verschijnt bijgeactiveerde Remote Control Mode (optioneel).Door het indrukken van de BACK-knop gedurende ca. 3 secon-den wordt de Remote Control Mode (optioneel) geactiveerd.Door het indrukken van de BACK-knop gedurende ca. 3 secon-den wordt de Remote Control Mode (optioneel) verlaten.Als de Remote Control Mode (optioneel) is geactiveerd, kan viade combinatieschakelaar in de app aan de mobiele telefoon wor-den genavigeerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 733InfoEr kan in de Remote Control Mode (optioneel) alleen bin-nen de app worden genavigeerd.Bij actieve Remote Control Mode (optioneel) kan niet aanhet gecombineerde instrument worden genavigeerd.De Remote Control Mode (optioneel) kan niet wordengeactiveerd, als een menu is geopend.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument moet met een geschiktemobiele telefoon verbonden zijn.– De Ride Husqvarna-app (optioneel) moet op een geschiktemobiele telefoon (Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf versie 14) geïnstalleerd en geopend zijn.7.23 MenuI00555-10InfoOm het menu te openen op het startscherm opde SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken springt de menus-tructuur een stap terug resp.
wordt het menu gesloten.7.23.1 MotorcycleI00881-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.In Motorcycle kunnen de rijmodus en de ABS-modus wordeningesteld.7.23.2 Ride ModeI00882-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerd gekozen rij-modus bemoeilijkt de controle over het voertuig aan-zienlijk.De rijmodi zijn telkens slechts voor bepaaldeomstandigheden geschikt.– Selecteer steeds een rijmodus die past bij deondergrond, het weer en de rijsituatie.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Ride Mode is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET‑knop in te drukken, kan de rijmodus wordengeselecteerd. Hierdoor worden op elkaar afgestemde instel-lingen van motor en motorfietstractiecontrole gewijzigd.Street - Gehomologeerd vermogen met uitgebalan-ceerde respons.Rain - Gehomologeerd vermogen met zacht aanspreek-gedrag voor een betere rijbaarheid.In het menu Ride Mode kan de rijmodus van het voertuig wordengeconfigureerd.7.23.3 ABSI00883-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot ABS is geselecteerd.
Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerd gekozenABS-modus bemoeilijkt de controle over het voertuigaanzienlijk.De ABS-modi zijn telkens slechts voor bepaaldeomstandigheden geschikt.– Kies altijd een ABS-modus die bij de ondergrondpast.– Door de SET-knop in te drukken de gewenste ABS-modusselecteren.InfoDe ABS‑modus kan tijdens het rijden worden gewis-seld.Tijdens de selectie geen gas geven.Als de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt hetABS alleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordtniet meer via het ABS geregeld en kan bij het remmenblokkeren. Het controlelampje ABS REAR brandt.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7357.23.4 Easy Shift (optioneel)I00885-10Voorwaarden• Model met Easy Shift.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Easy Shift is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET-knop in te drukken de Easy Shift in- of uitscha-kelen.7.23.5 Grip Heating (optioneel)I00886-10Voorwaarden• Model met handgreepverwarming.• Menu Heated Grip (optioneel) geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Heating is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Grip Heating is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET-knop in te drukken het verwarmingsniveauselecteren of de handgreepverwarming in- of uitschakelen.7.23.6 InterfaceI00887-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Interface is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET-knop in te drukken kan tussen normaal en mini-maal tacho-aanzicht worden gewisseld.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT367.23.7 Bike InfoI00889-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In Bike Info kunnen algemene informatie en eventueel actievewaarschuwingen worden opgeroepen.7.23.8 Bike InfoI00890-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.Water geeft de koelmiddeltemperatuur aan.Fuel Range toont de mogelijk af te leggen afstand met de brand-stofreserve.Battery geeft de accuspanning aan.Odometer geeft de totale afstand aan.Service geeft aan wanneer de volgende servicebeurt moet wor-den uitgevoerd.Warnings geeft opgetreden waarschuwingen aan tot die nietmeer actief zijn.7.23.9 WarningI00891-10Voorwaarden• Melding of waarschuwing aanwezig.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Warning is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop door de waarschuwingen navige-ren.InfoDe opgetreden waarschuwingen worden zo langweergegeven en opgeslagen tot ze niet meer actiefzijn.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Svartpilen 125 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Husqvarna
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor