DS 9 (2024) Handleiding

DS Auto 9 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van DS 9 (2024) (224 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over DS 9 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/224
DS 9
INSTRUCTIEBOEKJE

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: DS
Categorie: Auto
Model: 9 (2024)

Handleiding DS 9 (2024) – volledige tekst

Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.dsautomobiles.comScan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de MyDS App-app (inhoud is offline beschikbaar).Ook beschikbaar in de app Scan MyDS.TOUCHSCREEN (op basis van beschikbaarheid)Kies het tabblad Handleiding in de app Helpop het touchscreen.U kunt op verschillende manieren zoeken naar de gewenste informatie.Uit veiligheidsoverwegingen is deze app niet toegankelijk als de auto harder dan 5 km/h rijdt.

Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Het merk DS AUTOMOBILES wordt op de markt gebracht door Automobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met een aandelenkapitaal van € 159.000.000, met het hoofdkantoor gevestigd te 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerd in het handels- en vennootschapsregister van Versailles onder nummer 642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd.

De Fabrikant behoudt zich het recht voor om de technische specificaties, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna te noemen “een dealer”, of een gekwalificeerde werkplaats.

5OverzichtSchakelaars op of rondom het stuurwiel1. Schakelaar verlichting / richtingaanwijzers / onderhoudsindicator2. Schakelflippers automatische transmissie3. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeiers / boordcomputer4. Bediening voor snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer / Adaptieve snelheidsregelaar / DS DRIVE ASSIST5. Bedieningsknoppen van het audiosysteem en instrumentenpaneelA. Keuze van de weergavemodus van het instrumentenpaneelB. Kort indrukken: gesproken commando's van het systeemLang indrukken: gesproken commando's van de smartphoneC. Volume verlagen / verhogenD. Indrukken: weergave zenders/mediaOmhoog / omlaag: selecteren van vorige / volgende zender / medium / smartphoneDrukken: bevestigen van een selectieE. Opnemen / ophangenToegang tot het oproeplogboek van de Telefoon-appF. Selecteren van een audiobronG.

De elektromotor ondersteunt de benzinemotor bij het starten en accelereren.Het elektrisch vermogen wordt geleverd door een oplaadbare tractiebatterij.StickersDeel "Ergonomie en comfort- Achterbank - Hoofdsteunen achter": Deel "Ergonomie en comfort - Voorzieningen vóór - Draadloze smartphonelader": Delen "Verlichting en zicht - Lichtschakelaar" en "In geval van pech - Een gloeilamp vervangen": Deel "Veiligheid - Algemene aanbevelingen voor de veiligheid - Elektrische accessoires installeren": Deel "Veiligheid - Kinderzitjes - De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen": Deel "Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen": i-SizeTOP TETHER Deel "Rijden - Elektrische parkeerrem": Deel "Praktische informatie - Compatibiliteit van brandstoffen": Deel "Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem": Deel "Praktische informatie - De tractiebatterij opladen": Deel "Praktische informatie - Motorkap":

8Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenMet een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op. Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.

Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).

Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.

Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger).

Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant.

Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert. De actieradius optimaliserenSluit de auto zo snel mogelijk aan.

9Eco-rijdenAnticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk af met de functie voor regeneratief remmen om energie terug te winnen (vermogensmeter in het gebied CHARGE).Laat voordat u wegrijdt het interieur van de auto voorverwarmen of voorkoelen terwijl de laadkabel is aangesloten.Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het GPS-navigatiesysteem van de auto.► Selecteer de rijstand Hybride.► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijna volledig is opgeladen.► Gebruik de functie e-Save niet tijdens het rijden.► Gebruik de verwarming/airconditioning op een verstandige manier.

10Instrumentenpaneel01Informatie voor de bestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatie over de status van de diverse systemen van de auto die de bestuurder nodig heeft. Deze informatie wordt in de vorm van waarschuwings- en controlelampjes, en meldingen aangegeven. Het instrumentenpaneel is een volledig digitaal scherm. Digitaal instrumentenpaneelDit digitale instrumentenpaneel kan naar uw eigen voorkeuren worden aangepast. Afhankelijk van de geselecteerde pagina op het display wordt bepaalde informatie niet of anders weergegeven. 1. Laadniveau tractiebatterij en actieradius (km of mijl) 2. Vermogensmeter 3. Weergave van verkeersborden met een snelheidslimietInstellingen snelheidsregelaar/snelheidsbegrenzer4. Snelheidsmeter (km/u of mijl/u)Controlelampje READY5. Status van de automatische transmissieActieve rijstand6.

Brandstofniveaumeter en resterende actieradius (km of mijl)7. Kilometerteller (km of mijl) 8. EnergiestromenWanneer de auto in de volledig elektrische stand rijdt, wordt de snelheid in het blauw weergegeven. De standaardpagina's zijn als volgt:– Meters. – Minimaal. – Energiestromen. – Rijhulpsystemen. – Night Vision (afhankelijk van de uitvoering). – Navigatie (afhankelijk van de uitvoering). – Persoonlijk 1. – Persoonlijk 2. Informatie op het instrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel (zoals waarschuwingslampjes en indicatoren) kan een vaste of wisselende locatie hebben, afhankelijk van de pagina of het geactiveerde rijhulpsysteem. Voor functies die een controlelampje voor zowel de ingeschakelde status als de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specifieke positie beschikbaar. Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen.

Wanneer u reist naar een land met een andere officiële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph), moet u de configuratie van de eenheden wijzigen.

Weer te geven pagina kiezenStandaard zijn er pagina's in het instrumentenpaneel opgeslagen. ► Draai de rolknop links op het stuurwiel om de verschillende pagina's op het instrumentenpaneel weer te geven en erdoorheen te bladeren. ► Druk op de rolknop om de pagina te bevestigen. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven.

11Instrumentenpaneel01Als er niets met de rolknop wordt gedaan, wordt de geselecteerde displaypagina automatisch na een paar seconden weergegeven. Wanneer er een melding in een tijdelijk venster wordt weergegeven, dan kunt u dit venster sluiten door op deze rolknop te drukken. Configureren van weergegeven pagina'sPagina's kunnen worden toegevoegd en verwijderd, en de lay-out van pagina's kan worden gewijzigd. Er kunnen maximaal 5 pagina's worden opgeslagen. Aan de hand van de gekozen rijstand kan ook de kleur worden ingesteld. De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingenop het touchscreen. Instellingen voor een displaypagina "Persoonlijk"Op de twee extra persoonlijke pagina's zijn de volgende soorten informatie als volgt:– Dynamisch (koppel, boost, vermogen). – G-meters. – Energiestromen. – Vermogensmeter. – Verbruik accessoires. – Media. – Boordcomputer.

– Rijhulpsystemen. – Navigatie. Het type informatie dat op de pagina "Persoonlijk 1" is geselecteerd, is niet beschikbaar op de pagina "Persoonlijk 2". De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingenop het touchscreen. Zie voor meer informatie het betreffende hoofdstuk overPersonalisering - Instrumentenpaneel in de beschrijving van de audio- en telematicasystemen. Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display.

Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht. Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen.

(1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing.

12Instrumentenpaneel01Voer (1) en dan (2) uit. Oververhitting van de tractiebatterijBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing in de tractiebatterijBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Te hoge koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Storing in het systeemOpgelost. Storing in het plug-in hybridesysteem.

Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangeslotenBrandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadtoestand van de 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem). Voer (1) uit. Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent.

Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent.

Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Selecteer standPvan de automatische transmissie. Zet het contact af en voer (2) uit. DS ACTIVE SCAN SUSPENSIONBrandt permanent. Er is een storing in het actieve ophangingssysteem gedetecteerd. Reset het systeem:► Zet het contact af en wacht minimaal 30 seconden. ► Zet het contact weer aan en wacht minimaal 5 seconden voordat u de motor start. Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h.

13Instrumentenpaneel01Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden.

Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in geluidssignalering: reparatie vereist". Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem. De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt: – Verkeersbordherkenning. – Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding. – Active Lane Departure Warning. – Waarschuwing voor bestuurder via camera. Voer (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Zie (2). RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".

De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect.

De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Zie (2). Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Trek aan de elektrische parkeerrem en houd deze 7 tot 15 seconden aangetrokken, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Selecteer P bij auto's met een automatische transmissie en plaats het meegeleverde wielblok voor of achter een van de wielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent.

De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt.

14Instrumentenpaneel01► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem motorKnippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld.

Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Zie (3). Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Zie (3). Bandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning.

Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3).

ParkeerhulpPermanent, in combinatie met een melding op het scherm en een geluidssignaal. De functie is uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service, een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. AirbagsBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Voer (3) uit. Airbag vóór aan passagierszijde(ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde(OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet.

15Instrumentenpaneel01Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveauBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad). Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety BrakeKnippert.

Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent.

Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt. VerkeersbordherkenningPermanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.

Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Active Lane Departure WarningKnippert. De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt.

Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Lane Positioning AssistBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.

16Instrumentenpaneel01Waarschuwing voor bestuurder via camera (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Stop & StartBrandt permanent, in combinatie met een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld.

De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. ParkeerhulpKnippert. Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Parkeerhulpsensor bedekt met vuil: reinig de sensor, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde. MistachterlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld.

GrootlichtassistentBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd. Voer (2) uit. DS NIGHT VISIONBrandt permanent. De functie is geactiveerd, maar de auto rijdt te snel of de buitentemperatuur valt buiten het werkingsbereik.

De weergave kan in de functie "Night Vision" worden gebruikt, maar er wordt geen waarschuwing gegeven. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Auto klaar om te rijdenBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden. Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Lane Positioning AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd.

17Instrumentenpaneel01Automatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DS NIGHT VISIONBrandt permanent. (grijs)De functie is geactiveerd, maar niet beschikbaar. Brandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het touchscreen geactiveerd. De ring van de lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld.

e-SAVEBrandt permanent, samen met de gereserveerde actieradius. De functie is geactiveerd. Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het rempedaalOpgelost. Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt. De keuzeschakelaar uit stand P halen bij uitvoeringen met automatische transmissie bij draaiende motor en vóór het uitschakelen van de parkeerrem. Geëlektrificeerde automatische transmissie (e-EAT8)Opgelost. De automatische transmissie is vergrendeld. U moet op de toets Unlock drukken om deze te ontgrendelen. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven.

– Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 1. 000 tot 3. 000 km worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren.

18Instrumentenpaneel01Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Resetten van de onderhoudsindicatorNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator worden gereset. Als u zelf onderhoud aan uw auto hebt uitgevoerd:► Zet het contact af. ► Houd de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar ingedrukt. ► Trap het rempedaal niet in en druk één keer op de knop START/STOP; er wordt een tijdelijk venster geopend waarin wordt afgeteld. ► Als =0 op het display wordt weergegeven, laat dan de knop op de lichtschakelaar los; het symbool van de sleutel verdwijnt. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten.

Anders wordt het resetten van de onderhoudsindicator niet geregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieService-informatie is toegankelijk met de app Instellingen> Voertuig op het touchscreen. ► Selecteer vervolgens Veiligheid> Diagnose. Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator (in de vorm van meldingen) op het instrumentenpaneel weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau. Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Te laag olieniveauDit wordt aangegeven met een melding om bij te vullen, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Service en een geluidssignaal. Controleer het olieniveau met de peilstok.

Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus.

Storing in de olieniveaumeterDit wordt aangegeven met de melding "Ongeldige meting olieniveau" op het instrumentenpaneel. Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd. Bij een storing in het systeem moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte controleren. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Koelvloeistoftemperatuurmeter Bij draaiende motor:– In zone A is de temperatuur in orde. – In zone B is de temperatuur te hoog. Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOPbranden rood op.

19Instrumentenpaneel01het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet. Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. VermogensmeterDe vermogensmeter geeft in realtime het vermogen aan dat van de auto wordt gevraagd. Er zijn 3 zones: POWER Hoge vermogensvraag, waarbij het gecombineerde vermogen van de benzinemotor en de elektromotor(en) wordt gebruikt (afhankelijk van de uitvoering). De cursor bevindt zich in deze zone tijdens meer dynamische rijfasen, wanneer hoge prestaties worden gevraagd. ECO Optimaal energiegebruik (verbrandings- of elektromotor).

De cursor staat in deze zone tijdens elektrisch rijden en wanneer de benzinemotor optimaal wordt gebruikt. Dit is mogelijk bij een geschikte rijstijl. Een symbool geeft de drempel aan waarbij de benzinemotor wordt gestart. Door het accelereren te beperken kan de bestuurder in de elektrische rijstand blijven. CHARGE Terugwinning van energie voor het gedeeltelijk opladen van de tractiebatterij. De cursor bevindt zich in deze zone wanneer de auto vaart vermindert: wanneer u uw voet van het gaspedaal haalt of remt. Laadniveaumeter Het laadniveau van de tractiebatterij en de resterende actieradius in de elektrische rijstand worden permanent weergegeven wanneer het contact aan staat. De weergegeven actieradius is afhankelijk van het gebruik van de auto (rijstijl en snelheid), de buitentemperatuur en de geactiveerde comfortuitrusting.

Handmatige controleMet deze functie kunnen bepaalde indicatoren worden gecontroleerd en kan het logboek met waarschuwingen worden weergegeven. De test wordt gestart in de app Instellingen> Voertuigvan het touchscreen. ► Selecteer vervolgens Veiligheid > Diagnose.

De volgende gegevens worden op het instrumentenpaneel weergegeven:– Bandenspanning. – Motoroliepeil (afhankelijk van de motoruitvoering). – Onderhoudsinterval. – Actuele waarschuwingen. Deze informatie verschijnt ook automatisch elke keer wanneer u het contact aanzet. KilometertellerDe kilometerteller geeft de totale kilometerstand van de auto aan. Als het contact is aangezet, wordt altijd de totale afstand weergegeven. Deze waarde wordt nog 30 seconden na het afzetten van het contact.

20Instrumentenpaneel01weergegeven. Ook wordt deze waarde weergegeven als het bestuurdersportier wordt geopend, en als de auto wordt vergrendeld of ontgrendeld. Wanneer u in het buitenland rijdt, moet u mogelijk de afstandseenheden (mijl of km) aanpassen: de weergegeven snelheid moet in de officiële eenheid van het land worden aangegeven (mijl/h of km/h). U kunt deze eenheid via het configuratiemenu van het scherm aanpassen terwijl de auto stilstaat. Dimmer dashboardverlichtingWordt gebruikt om de lichtsterkte van de verlichting van het instrumentenpaneel en de bedieningselementen aan de lichtsterkte buiten aan te passen. Dit kan worden ingesteld in de app Instellingen> Helderheidvan het touchscreen. ► Druk in de categorie "Cockpit" op de schuifbalk of schuif de schuifbalk naar de gewenste instelling.

BoordcomputerToont informatie over de huidige rit (actieradius, brandstofverbruik, gemiddelde snelheid, enz. ). Weergave van informatie op het instrumentenpaneelDe gegevens van de boordcomputer worden permanent weergegeven als de weergavemodus "Persoonlijk" is geselecteerd. Druk bij alle andere weergavemodi op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om deze informatie tijdelijk op een specifiek scherm weer te geven. De verschillende tabbladen weergeven ► Wanneer u op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar drukt, worden de volgende tabbladen na elkaar weergegeven:– Actuele informatie:• Teller voor Stop & Start. • Percentage van de huidige rit volledig elektrisch gereden. – Traject "1" en daarna "2":• Gemiddelde snelheid. • Gemiddeld brandstofverbruik. • Afgelegde afstand.

Traject resetten► Druk langer dan 2 seconden op de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar wanneer het gewenste traject wordt weergegeven. Traject "1" en "2" zijn onafhankelijk en ze worden op dezelfde manier gebruikt.

BegrippenDe actieradius(km of mijl)Afstand die u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt afleggen (gebaseerd op het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers). Deze waarde kan schommelen door een verandering in rijstijl of van het reliëf op de route, waardoor het actuele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen. Als de actieradius minder dan 30km bedraagt, worden streepjes weergegeven. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100km bedraagt. Wanneer tijdens het rijden permanent streepjes worden weergegeven in plaats van cijfers, duidt dit op een storing. Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Huidig verbruik(l/100km, km/l of mijl/gallon).

21Instrumentenpaneel01Berekend over de laatste seconden. Deze functie wordt alleen weergegeven bij snelheden vanaf 30km/h. Gemiddeld verbruik(l/100km, km/l of mijl/gallon)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens. Gemiddelde snelheid(km/h of mijl/h)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens. Afgelegde afstand(km of mijl)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens. Tijdteller Stop & Start(minuten / seconden of uren / minuten) Als uw auto is uitgerust met Stop & Start, registreert een teller hoe lang de STOP-stand tijdens een traject is geactiveerd. De tijdteller wordt gereset telkens wanneer het contact wordt aangezet. Klokje Het klokje wordt automatisch uitgeklapt bij het aanzetten van het contact en wordt automatisch ingeklapt bij het afzetten van het contact.

Het wijzermechanisme wordt gesynchroniseerd met de weergegeven tijd op het touchscreen. Klap de klok niet handmatig omlaag; daardoor kan hij beschadigd raken. Touchscreen van 12 inchDit systeem biedt toegang tot:– Tijd en buitentemperatuur. – Bediening van het verwarmings-/airconditioningssysteem en weergave van de instellingen. – Instellingen van rijhulpsystemen, comfort- en veiligheidsfuncties, audioapparatuur en het digitale instrumentenpaneel. – Instellingen van functies die specifiek zijn voor plug-in hybrideauto's. – Weergave van de parkeerhulpsystemen. – Interactief instructieboekje. – Trainingsvideo's (bijv. schermbeheer, rijhulpsystemen, spraakherkenning). – Bediening van audioapparatuur en telefoon met weergave van de bijbehorende informatie. – Connected Services en weergave van de bijbehorende informatie.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met DS 9 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden