DS 4 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DS 4 (2024) (268 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over DS 4 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DS |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 4 (2024) |
Handleiding DS 4 (2024) – volledige tekst
Wij danken u voor uw keuze voor DS 4.Dit boekje werd u tijdens de aflevering van uw auto overhandigd. Het bevat enkele essentiële aanbevelingen.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Het merk DS AUTOMOBILES wordt op de markt gebracht door Automobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met een aandelenkapitaal van 159.000.000 euro, met het hoofdkantoor gevestigd te 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerd in het handels- en vennootschapsregister van Versailles onder nummer 642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd. De Fabrikant behoudt zich het recht voor om de technische specificaties, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Dit boekje is geen vervanging van het volledige instructieboekje en maakt het lezen ervan niet overbodig.
In dat boekje vindt u namelijk alle aanwijzingen en adviezen voor het gebruik van uw auto zodat u optimaal van uw auto kunt genieten. Wij adviseren u nadrukkelijk om het volledige instructieboek goed te lezen.DS AUTOMOBILES zet zich in voor de bescherming van het milieu en vraagt u daarom het volledige instructieboekje in digitale vorm te raadplegen, via mobiele apps of op onze website.Welkom. MOBIELE APPSInstalleer de MyDS App (inhoud is offline beschikbaar).Ook beschikbaar in de app Scan MyDS . ONLINEBekijk of download het instructieboek via het volgende adres:https://service.dsautomobiles.com/DSddb/index.htmlScan deze QR-code voor directe toegang. Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid.
GEDRUKTE VERSIEBestel de papieren uitgave van het volledige instructie-boekje bij het dealernetwerk.Neem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna aangegeven als een “dealer”, of een gekwalificeerde garage.
Uw auto kan,afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en despecifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechtsvan een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten wordenontleend.Het merk DS AUTOMOBILES wordt op de markt gebracht doorAutomobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met eenaandelenkapitaal van € 159.000.000, met het hoofdkantoor gevestigdte 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerdin het handels- en vennootschapsregister van Versailles onder nummer642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd.
De Fabrikant behoudt zichhet recht voor om de technische specificaties, uitrusting en accessoireste wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuweeigenaar.Neem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lidvan het dealernetwerk van de fabrikant, hierna aangegeven alseen “dealer”, of een gekwalificeerde garage.VeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieVoertuig met stuur linksVoertuig met stuur rechtsLocatie van apparatuur/toets, aangeduid met een zwartgebiedToegang tot aanvullende video'shttp://q-r.to/bagGl9
01Overzicht7 Overzicht02Eco-rijden11 Eco-rijden03Instrumentenpaneel13 Informatie voor de bestuurder13 Digitaal instrumentenpaneel14 Informatie op het instrumentenpaneel14 DS EXTENDED HEAD-UPDISPLAY15 Informatie die tijdens gebruik wordtweergegeven15 Instellingen15 In hoogte verstellen15 Waarschuwings- en controlelampjes16 Continu brandendwaarschuwingslampje16 Overzicht van waarschuwings- encontrolelampjes24 Meters28 Handmatige controle28 Kilometerteller29 Dimmer dashboardverlichting29 Trip computer29 Weergave van informatie op hetinstrumentenpaneel29 Traject resetten30 Begrippen30 10 inch touchscreen30 Adviezen31 Belangrijkste bedieningselementen31 Apps32 App Energie (Plug-in hybride)32 SMART TOUCH33 Extra functies (Plug-in hybride)33 Op afstand bedienbare extra functies(plug-in hybride)04Toegang34 Elektronische sleutel metafstandsbedieningsfunctie engeïntegreerde sleutel36 Sleutelloos instap- en startsysteem metnabijheidssensor39 Centrale vergrendeling40 Back-up procedures42 Portieren43 Kofferbak43 Elektrisch bediende achterklep45 Handenvrije functie (handenvrijetoegang tot achterklep)46 Aanbevelingen voor de handenvrijefunctie (handenvrije toegang totachterklep)47 Alarm49 Diefstalbeveiliging49 Elektronische startblokkering49 Elektrische ruitbediening05Ergonomie en comfort53 Zitpositie54 Voorstoelen57 Het stuurwiel verstellen58 Spiegels59 Achterbank60 Verwarming en ventilatie62 Automatische airconditioning metgescheiden regeling65 Ontwasemen/ontdooien voorruit65 Ontwasemen - ontdooien achterruit65 Voorruitverwarming65 Voorverwarming / -koeling (plug-inhybride)66 Voorzieningen voor70 Plafonniers70 Sfeerverlichting interieur70 Voorzieningen achter71 Voorzieningen bagageruimte06Verlichting en zicht73 Bedieningshendel buitenverlichting74 Richtingaanwijzers75 Hoogteverstelling van de koplampen75 Automatische verlichting75 Guide-me-home en instapverlichting76 Automatische verlichtingssystemen -Algemene aanbevelingen77 Automatisch dimmende koplampen78 Adaptief voorlichtsysteem79 DS MATRIX LED VISION80 Dynamische bochtverlichting81 DS NIGHT VISION3Inhoudsopgave.
Het hybride systeemwerkt niet continu, maarwordt geactiveerd afhankelijk van de staatvan het voertuig, de staat van lading vande tractiebatterij, het thermische comfortvan het passagierscompartiment (inschakelenvan de verwarming of airconditioning), derijomstandigheden (accelereren, vertragen,remmen, starten van de motor) en dewegomstandigheden (bergop, bergaf): – Deauto start altijd met de benzinemotor omde efficiëntie van de katalysator en de47018Overzicht.
beschikbaarheid van de remondersteuning tegaranderen. – Bij normaal rijden werken de benzinemotoren de elektromotor samen of afzonderlijkom het brandstofverbruik en de elektrischeenergie te optimaliseren of om detractiebatterij op te laden. – Tijdens de acceleratiefasen zorgt deelektromotor voor een extra boost om hetbenodigde koppel zo snel mogelijk te bereikenen om de acceleratie bij lage snelheid teverbeteren. – Tijdens de vertragingsfasen laadt deelektromotor de tractiebatterij op door gebruikte maken van de traagheid van het voertuig. – Volledig elektrisch rijden is mogelijkvoor parkeermanoeuvres, voor snelheidszonesvan 30 km/u in de stad, op stads- enplattelandswegen met vloeiend rijgedragen op snelwegen met lichte vertraging ofbergafwaarts. De elektromotor is geïntegreerd in deautomatische transmissie.
De DC/DC omvormer zorgt voor de link tussende 12 V accessoirevoeding en de 48 Vtractievoeding. De riemstarter herstart de benzinemotor nahet volledig elektrisch rijden. Plug-in hybridesysteem1. Benzinemotor2. Elektromotor3. Tractiebatterij4. 12V-accu's voor accessoires5. Elektrische automatische transmissie, 8versnellingen (e-EAT8)6. Laadklepje7. Brandstofvulklep8. Kabel voor opladen via een normaalstopcontactDe plug-in hybridetechnologie combineerttwee energiebronnen: de benzinemotor en deelektromotor die de voorwielen aandrijven(tractie). Deze twee motoren kunnen afzonderlijkof gelijktijdig werken, afhankelijk vande geselecteerde rijstand en derijomstandigheden. In de stand elektrischwordt de auto volledigelektrisch aangedreven, en in de stand hybridealleen als er weinig vermogen wordt gevraagd. De elektromotor ondersteunt de benzinemotorbij het starten en accelereren.
Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantalaanwijzingen op te volgen kan de bestuurderhet energieverbruik van zijn of haar auto(brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak /transmissie optimaliserenMet een automatische transmissie kunt u hetbeste de automatische modus gebruiken. Traphet gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator geeft aan welkeversnelling het meest geschikt is. Wanneerdeze aanduiding op het instrumentenpaneelweergegeven wordt, volg ze dan dadelijk. Bij een auto met een automatischetransmissie wordt de schakelindicator alleenin de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bijvoorkeur af op de motor in plaats van hetrempedaal te gebruiken en trap het gaspedaalgeleidelijk in.
Op deze manier verlaagt u hetenergieverbruik en de CO2-emissies, en neemthet algemene geluidsniveau van het verkeer af. Bij een EAT8-transmissie kunt u met deselectiehendel in standD, behalve in Sportstand, de ”vrijloop” gebruiken door uw voetlangzaam helemaal van het gaspedaal tehalen om zo brandstof te besparen. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt ude snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op dejuiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuurin het interieur hoog is opgelopen, open danalle ruiten en de ventilatieroostersvoordat u deairconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan50km/h, maar laat de ventilatieroostersgeopend. Schakel de airconditioning uit zodra degewenste temperatuur is bereikt (behalve bijauto's met een automatische airconditioning).
Schakel de achterruitverwarming en deontwaseming uit zodra deze niet meer nodigzijn, als deze niet automatisch wordengeregeld. Schakel de stoelverwarming en het verwarmdestuurwiel zo snel mogelijk uit.
Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aanhet zicht aan, in overeenstemming met degeldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalveonder zeer winterse omstandigheden: bijtemperaturen lager dan -23 °C) na het startenniet stationair draaien. De auto warmt onderhet rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijkmultimedia-apparaten (voor bijvoorbeeldfilms, muziek of spelletjes) aan om hetenergieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u deauto verlaat. Beperk de oorzaken van een hogerbrandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto. Plaats de zwaarste voorwerpen in de kofferbakzo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstandvan uw auto (onder meer door dakdragers,imperiaal, fietsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor hetvervoer van bagage op het dak.
Verwijderde dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snelmogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig(bij koude banden) en houd u daarbijaan de bandenspanning die staat vermeldop de sticker op de sponning van hetbestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:- voorafgaand aan een lange rit;- bij de wisseling van de seizoenen;- als de auto gedurende langere tijd niet isgebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielenvan een aanhanger of caravan (indien vantoepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden(motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter eninterieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan hetonderhoudsschema van de fabrikant. Met een itvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor, wanneer het SCR-systeem eenstoring heeft, stoot de auto schadelijkestoffen uit.
Laat het vulpistool bij het tanken niet meerdan drie keer afslaan; zo voorkomt u datbrandstof uit de tank stroomt. U zult bijeen nieuwe auto merken dat het gemiddeldebrandstofverbruik zich pas na 3000 kmstabiliseert.Optimaliseren van de actieradius vangeëlektrificeerde auto'sHet stroomverbruik van de auto hangtgrotendeels af van het routeprofiel, snelheiden rijstijl, en van het gebruik van deverwarming / airconditioning.Probeer in de ECO en CHARGEzones op devermogensmeter te blijven door gelijkmatig terijden en de snelheid niet te veel te variëren.Hybride auto'sMaximaliseer de traagheid van het voertuigdoor het gaspedaal los te laten zodathet voertuig vanzelf vertraagt (bijv.
bij hetbergafwaarts rijden of het naderen van eenverkeerslicht).Wanneer het gaspedaal wordt losgelatenen de schuif op de vermogensindicator inhet instrumentenpaneel nog steeds in deCHARGE-zone staat, is de energieterugwinningoptimaal.Energieterugwinning maakt het mogelijk omefficiënt gebruik te maken van de "passieve"fasen van het rijden (afremmen).De teruggewonnen energie wordt gebruiktom de tractiebatterij op te laden en wordtvervolgens gebruikt om volledig elektrisch terijden of verder op te trekken.Wanneer de tractiebatterij bijna vol is,wordt de energieterugwinning geleidelijkverminderd.Plug-in hybrideauto'sSluit de auto zo snel mogelijk aan.Anticipeer zoveel mogelijk op vertragingenen geef indien mogelijk de voorkeuraan vertragingen met de regeneratieveremfunctie geactiveerd (vermogensindicatorin de CHARGE-zone).Laat voordat u wegrijdt het interieur van deauto voorverwarmen of voorkoelen terwijl delaadkabel is aangesloten.Om het verbruik tijdens een rit teoptimaliseren:► Programmeer een bestemming in het GPS-navigatiesysteem van de auto.► Selecteer de Hybride rijstand.► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijnavolledig is opgeladen.► Vermijd het gebruik van de e-Save functie.► Gebruik de verwarming/airconditioning opeen verstandige manier.0212Eco-rijden
Informatie voor debestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatieover de status van de diverse systemen van deauto die de bestuurder nodig heeft.Deze informatie wordt in de vorm vanwaarschuwings- en controlelampjes, enmeldingen aangegeven.Het instrumentenpaneel is een volledigdigitaal scherm.DS EXTENDED HEAD-UPDISPLAYAfhankelijk van de uitvoering wordt informatievoor de bestuurder ook op het Extended Head-up Display weergegeven.
Hybride of plug-in hybrideIn de volledig elektrische stand wordtde snelheid in blauw weergegeven. Informatie op hetinstrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel(zoals waarschuwingslampjes en indicatoren)kan een vaste of wisselende locatie hebben,afhankelijk van de pagina of het geactiveerderijhulpsysteem. Voor functies die een controlelampje voorzowel de ingeschakelde status als deuitgeschakelde status hebben, is slechts éénspecifieke positie beschikbaar. Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van deinstellingen van het touchscreen. Wanneeru reist naar een land met een andereofficiële eenheid voor de afstanden ensnelheidslimieten (km of mijl, km/h ofmph), moet u de configuratie van deeenheden wijzigen. Weer te geven pagina kiezenStandaard zijn er pagina's in hetinstrumentenpaneel opgeslagen.
Het wijzigen van pagina tussen hetinstrumentenpaneel en de DS EXTENDED HEADUP DISPLAY is gesynchroniseerd. ► Druk op de knop op het uiteinde van delichtschakelaar om door de verschillendepagina's te bladeren. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven. Wanneer er een melding in eentijdelijk venster wordt weergegeven,dan kunt u dit venster sluiten door op dezetoets te drukken. Configureren van weergegeven pagina'sPagina's en widgets kunnen wordentoegevoegd en verwijderd, en de lay-out vanpagina's en widgets kan worden gewijzigd. Elke pagina kan 1 of 2 widgets bevatten:► Met 1 widget, grote weergave in centralepositie. ► Met 2 widgets, verkleinde weergave inzijpositie. Het is mogelijk enkel één pagina aan te passenmet 2 widgets. Het is mogelijk tot 5 pagina's op te slaan. De kleur voor elke rijmodus kan aangepastworden. Er wordt een suggestie voor eenstandaardinstelling gegeven.
DS EXTENDED HEAD-UPDISPLAYDit uitgebreide head-up displaysysteemprojecteert informatie op de voorruit in hetzicht van de bestuurder zodat deze zijn of haarogen niet van de weg hoeft te halen. Er mogen geen voorwerpen in de holleruimte worden geplaatst. Deze kunnenhet systeem beschadigen. Voor optimaal gebruik kunt u debestuurdersstoel en de hoogte van hetuitgebreid head-up display afstellen. Onder bepaalde extremeweersomstandigheden (bijvoorbeeld bijregen en/of sneeuw en felle zonneschijn)en wanneer u een gepolariseerde zonnebrildraagt, kan het uitgebreide head-up displaytijdelijk niet of niet goed leesbaar zijn. 0314Instrumentenpaneel.
DS EXTENDED HEAD UP DISPLAY isgekoppeld aan een specifieke voorruitdie door de fabrikant is goedgekeurd. Wanneer de voorruit wordt vervangen dooreen bedrijf dat niet tot het dealernetwerkbehoort, moeten de aanbevelingen van defabrikant worden gevolgd. Informatie dietijdens gebruik wordtweergegevenWanneer het systeem is ingeschakeld, wordtonder andere de volgende informatie op hetuitgebreide head-up display weergegeven:A. Snelheid van de autoB. Verkeersbordherkenning enrijhulpsysteem in verkleinde weergave(als de functie is geactiveerd)C. Navigatie-instructies en -kaartD. Personaliseerbaar gedeelte:– Navigatie (afhankelijk van deuitrusting). – Rijhulpsystemen. – Leeg. Tijdelijke weergave van medialijsten,waarschuwingen en feedback na eenwijziging of aanpassing (volume, zenderzoeken enz. )InstellingenDe helderheid kan na het inschakelen van defunctie worden ingesteld.
De status van het systeem en de instellingenworden opgeslagen bij het uitzetten van hetcontact. Inschakelen/uitschakelenHet kan in de appInstellingen> helderheid van het touchscreenworden ingeschakeld/uitgeschakeld. ► Druk, met het contact aan, op de toets"Head-Up Display" om de status van defunctie te wijzigen (dit wordt bevestigddoordat de schuifbalk naar rechts/linkswordt verplaatst: functie ingeschakeld/uitgeschakeld). Helderheid aanpassenAanpassing helderheid wordtingesteld in de app Instellingen >Helderheidop het touchscreen. ► Druk, met het contact aangezet, of schuifde schuifbalk naar de gewenste instelling. In hoogte verstellen► Met het contact aan en de knop in demiddelste, hoogste positie zet u de knopomhoog / omlaag om het display in degewenste positie te zetten.
Waarschuwings- encontrolelampjesDe waarschuwings- en controlelampen, die alssymbolen worden weergegeven, informerende bestuurder over het optreden van eenstoring (waarschuwingslampen) of over debedrijfsstatus van een systeem (werkings-of deactiveringsindicatielampen).
Bepaaldelampen lichten op twee manieren op (vast ofknipperend) en/of in meerdere kleuren. Bijbehorende waarschuwingenHet oplichten van een lamp kan gepaard gaanmet een geluidssignaal en/of een bericht datop een scherm wordt weergegeven. Door het type waarschuwing te relateren aande bedrijfsstatus van het voertuig, kunt uvaststellen of de situatie normaal is of dat er15Instrumentenpaneel03.
een storing is opgetreden: zie de beschrijvingvan elk lampje voor meer informatie. Als het contact wordt aangezetBepaalde rode of oranjewaarschuwingslampen lichten enkeleseconden op wanneer het contact wordtaangezet. Deze waarschuwingslampjesmoeten uit gaan zodra de motor gestart wordt. Zie het betreffende hoofdstuk voor meerinformatie over een systeem of een functie. Continu brandendwaarschuwingslampjeAls er een rood of oranjewaarschuwingslampje gaat branden, kan ersprake zijn van een storing die verder moetworden onderzocht. Als een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in debeschrijvingen van de waarschuwings- enverklikkerlampjes geven aan of u naastde onmiddellijk aanbevolen acties contactmet een gekwalificeerde professional moetopnemen. (1): Stop de auto. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. (2): Neem contact op met een dealer ofgekwalificeerde garage.
(3): Ga naar een dealer of gekwalificeerdegarage. Overzicht vanwaarschuwings- encontrolelampjesRode waarschuwings-/controlelampjesSTOPPermanent, in combinatie met eenander waarschuwingslampje, eenmelding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, hetremsysteem, de stuurbekrachtiging of deautomatische transmissie, of een ernstigeelektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit. Oververhitting tractiebatterij (plug-in hybride)Brandt permanent, incombinatie met hetwaarschuwingslampje STOP,een melding en eengeluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is tehoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga opveilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing tractiebatterij (plug-in hybride)Brandt permanent,in combinatie methet waarschuwingslampjeService en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Maximale koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent.
Motoroliedruk (benzine, diesel, hybride, plug-inhybride)Brandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem vande motor. Voer (1) en dan (2) uit. Storing systeem (Hybride, Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in het plug-in hybridesysteem. Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangesloten (plug-in hybride)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluitingvan de auto. Brandt permanent bij het aanzettenvan het contact, in combinatie meteen melding. 0316Instrumentenpaneel.
De auto kan niet worden gestart als delaadkabel op de aansluiting van de auto isaangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadniveau 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed(bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losseof afgescheurde dynamoriem). Voer (1) uit. Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt,beveilig de auto dan op de volgende maniertegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van dewielen. Reinig de accuklemmen en zet zecorrect vast. Als het waarschuwingslampjeniet uit gaat wanneer de motor is gestart,voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit isaanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoirbij met de door de fabrikant voorgeschrevenremvloeistof. Zie (2) als het probleem nietverdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van deelektronische remdrukregelaar (EBD).
Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke(horizontale) ondergrond. Selecteer standPvan de automatischetransmissie. Zet het contact af en voer (2) uit. StuurbekrachtigingBrandt permanent in combinatie met een geluidssignaal. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Voer (1) en dan (2) uit. DS ACTIVE SCAN SUSPENSIONBrandt permanent. Er is een storing in het actieveophangingssysteem gedetecteerd. Reset het systeem:► Zet het contact af en wacht minimaal 30seconden. ► Zet het contact weer aan en wachtminimaal 5 seconden voordat u de motorstart. Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat.
Samen met de waarschuwing wordt er eengeluidssignaal gegeven als de snelheid hogeris dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goedgesloten.
Veiligheidsgordels losgemaakt/nietvastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is nietvastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwings-/controlelampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingengedetecteerd waarbij geen specifiekwaarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storingmet behulp van de melding op hetinstrumentenpaneel. 17Instrumentenpaneel03.
Sommige problemen kunt u zelf oplossen,zoals het vervangen van de batterij in deafstandsbediening. Voer voor andere problemen, zoals een storingin het bandenspanningscontrolesysteem, uit(3). Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding. Er zijn één of meerdere ernstigestoringen gedetecteerd waarbij geenspecifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storingmet behulp van de melding op hetinstrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Permanent, in combinatie met demelding ”Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van deelektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Voer (2) uit. WaarschuwingslampjeService brandt permanent enonderhoudssleutel knippert,en brandt vervolgenspermanent. Het interval voor de onderhoudsbeurt isoverschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snelmogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren.
RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteemgedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatiemet de melding ”Storingparkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl demotor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan wordenin- en uitgeschakeld, dan is de hendel van deelektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijdeworden gebruikt: ze worden automatisch weergeactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit. Permanent, incombinatie metde melding ”Storingparkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; dehandmatige en elektrische functies werkenmogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand te blokkeren:► Schakel de elektrische parkeerrem inen houd deze 7 tot 15 secondeningeschakeld, totdat het controlelampje ophet instrumentenpaneel gaat branden.
► Selecteer stand P bij auto's met eenautomatische transmissie en plaats hetmeegeleverde wielblok tegen één van dewielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld(elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bijhet afzetten van de motor) en "automatischuitschakelen" (bij het wegrijden) zijnuitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelenniet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrischeparkeerrem in te schakelen. ► Neem de voet volledig van het rempedaal. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in derichting voor uitschakelen. ► Laat de knop los. ► Trap het rempedaal in en houd hetingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richtingvoor inschakelen. ► Laat de knop en het rempedaal los. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. 0318Instrumentenpaneel.
Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is sprake van een kleine storing in destuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) /antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weeringeschakeld als de motor opnieuw wordtgestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan defunctie handmatig weer worden ingeschakeld. Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordtingeschakeld bij minder grip of afwijken van derijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit. Storing noodremassistentie (bij elektrischeparkeerrem)Permanent, in combinatiemet de melding ”Storingparkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal.
Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is,schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, incombinatie met demelding ”Storing inantiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Veiligheidsrem na aanrijdingBrandt permanent,in combinatie methetwaarschuwingslampje Service, een melding eneen geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer snel (3) uit. Motor zelf-diagnosesysteem (benzine, diesel,hybride of plug-in hybride)Knippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigdraken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Hetwaarschuwingslampje moet uit gaan als demotor draait. Voer direct (3) uit. AdBlue® (BlueHDi)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding overhet aantal kilometers dat u nog kunt rijden.
Het actiebereik ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul de AdBlue® bij. Brandt permanent nadat het contactis aangezet, in combinatie met eengeluidssignaal en een melding overhet actiebereik. Het actiebereik ligt tussen de 800 en 100km.
Vul AdBlue® meteen bij of voer uit (3)t. Knippert, in combinatie met eengeluidssignaal en een melding overhet actiebereik. Het actiebereik bedraagt minder dan 100km. U moet de AdBlue® bijvullen om te voorkomendat het starten wordt geblokkeerd of (3)uitvoeren. Knippert, in combinatie met eengeluidssignaal en een melding dathet starten van de motor wordtgeblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijkverplichte startblokkering voorkomt dat demotor kan worden gestart. Vul AdBlue® bij om de motor opnieuw tekunnen starten of voer (2) uit. 19Instrumentenpaneel03.
Het is essentieel om minstens 10liter AdBlue®aan de tank toe te voegen. SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Brandt permanent wanneerhet contact wordt aangezet,in combinatie met eengeluidssignaal en eenmelding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd. Deze waarschuwing verdwijnt zodra deuitstoot van uitlaatgassen weer aan denormen voldoet. Het AdBlue®-waarschuwingslampjeknippert zodra het contactwordt aangezet, incombinatie met het permanent brandenvan het waarschuwingslampje Zelfdiagnosemotor, een geluidssignaal en een melding metbetrekking tot het actiebereik. Afhankelijk van de weergegeven melding kaner nog maximaal 1. 100 km worden geredenvoordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat demotor niet kan worden gestart.
Het AdBlue®-waarschuwingslampjeknippert zodra het contact isaangezet, in combinatie methet branden van het waarschuwingslampjeZelfdiagnose motor, een geluidssignaal en eenmelding die aangeeft dat de motor niet kanworden gestart. De startonderbreker voorkomt dat de motorweer start (de toegestane rijlimiet isoverschreden na bevestiging van een storingvan het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2). Voorgloeien (diesel)Tijdelijk ingeschakeld (tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet,als de weersomstandigheden en demotortemperatuur dit noodzakelijk maken. Wacht met starten totdat hetwaarschuwingslampje uit gaat. Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat,wordt de motor onmiddellijk gestart als u hetrempedaal ingedrukt houdt. Als de motor niet start, druk dan nogmaalsop de knop START/STOP terwijl u het pedaalingetrapt houdt.
Bandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk debandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassenvan de bandenspanning.
Het waarschuwingslampjevoor te lage bandenspanningknippert en brandtvervolgens permanent, enwaarschuwingslampje Service brandtpermanent. Er is een storing in hetbandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanningmeer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snelmogelijk en zie (3). ParkeersensorenKnippert. Het systeem detecteert een obstakel. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een bericht ”Sensorparkeerhulp vuil: Reinig sensor, ziehandleiding ”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de voorste en/of achterste sensoren. Actieve motorkapBrandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding. De actieve motorkap is geactiveerd. Raak de motorkap niet aan.
AirbagsBrandt permanent,in combinatie methet waarschuwingslampjeService en een melding. Een van de airbags of pyrotechnischegordelspanners is defect. Voer (3) uit. Airbag voorpassagier (AAN)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde isgeactiveerd. De schakelaar is in destand ”AAN„ gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rugin de rijrichting" op de voorpassagiersstoel -risico op zwaar letsel. Airbag voorpassagier (UIT)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde isuitgeschakeld. De schakelaar is in destand ”UIT" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug inde rijrichting worden geplaatst, tenzijer een probleem met de airbags is(waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveau (benzine, diesel, hybrideof plug-in hybride)Brandt permanent, waarbij dereservehoeveelheid in rood wordt aangegeven,in combinatie met een geluidssignaal en eenmelding.
Als het lampje gaat branden, zit er nogongeveer 6 liter brandstof in de tank(reservevoorraad). Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordtdeze waarschuwing iedere keer herhaaldwanneer het contact wordt aangezet, en meteen toenemende frequentie naarmate hetbrandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om eenlege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is;hierdoor kunnen het emissieregelsysteem enhet injectiesysteem beschadigd raken. Waarschuwingssysteem voetgangers(Hybride, Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in geluidssignaal gedetecteerd. Voer (3) uit. Botswaarschuwing / Active Safety BrakeKnippert. Het systeem activeert en remt de auto kort afom de snelheid te verlagen. Verwijs voor meer informatie naar de Rijsectie. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding.
Het systeem is via het touchscreenuitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie meteen melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een bericht ”Sensorrijhulpsysteem vuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan brandennadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw isgestart, zie (3). Brandt permanent. Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeldomdat de bestuurder en/of voorpassagier(afhankelijk van de uitvoering) zijngedetecteerd maar de bijbehorendeveiligheidsgordel is niet vastgemaakt. Verkeersbordherkenning21Instrumentenpaneel03Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een bericht ”Sensorrijhulpsysteem vuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Lane keeping assistKnippert. De auto dreigt een onderbrokenrijstrookmarkering te overschrijden zonder datde richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem is geactiveerd en corrigeert dekoers van de auto als het detecteert dat ereen kans is dat een rijstrookmarkering ofwegrand wordt overschreden (afhankelijk vande uitvoering). Verwijs voor meer informatie naar de Rijsectie. Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld ofin de wachtstand gezet. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een bericht ”Sensorrijhulpsysteem vuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan.
Brandt permanent, incombinatie met de weergavevan een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor bestuurder via camera(Detectie onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een bericht ”Sensorrijhulpsysteem vuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Stop & Start(benzine of diesel)Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatiguitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstandkomt, wordt de motor niet afgezet. Activeer het systeem opnieuw via hettouchscreen. Brandt permanent.
Het Stop & Start-systeem is automatischuitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstandkomt, wordt de motor niet afgezet bij eenbuitentemperatuur:– onder 0°C. – boven +35°C.
Verwijs voor meer informatie naar de Rijsectie. Knippert en brandt vervolgenspermanent, in combinatie met eenmelding. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. e-Auto mode (Hybride)Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding. De e-Auto mode is handmatig uitgeschakeld. De benzinemotor schakelt niet uit bij devolgende keer dat het gaspedaal wordtlosgelaten of bij de volgende stop. Activeer de mode opnieuw via hettouchscreen. MistachterlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DS NIGHT VISIONBrandt permanent. 0322Instrumentenpaneel.
De functie is geactiveerd, maar de auto rijdtte snel of de buitentemperatuur valt buiten hetwerkingsbereik. De weergave kan in de functie "NightVision" worden gebruikt, maar er wordt geenwaarschuwing gegeven. Verwijs voor meer informatie naar deVerlichting en zicht sectie. DS MATRIX LED VISIONBrandt permanent, in combinatie meteen geluidssignaal en een melding. Er is een storing in deDS MATRIX LED VISION-koplampen of van de camera gedetecteerd. Voer (2) uit. Automatisch dimmende koplampenBrandt permanent, in combinatie meteen geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie of cameragedetecteerd. Voer (2) uit. Groene waarschuwings-/controlelampjesStop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaarof de START-stand wordt automatischgeactiveerd.
Verwijs voor meer informatie naar de Rijsectie. Auto is klaar om te rijden (plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatiemet een geluidssignaal als het gaatbranden. De auto is klaar om te rijden. Het controlelampje gaat uit wanneer er eensnelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt engaat weer branden als de auto tot stilstandkomt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uitde auto stapt. Zitplaats niet bezet / Veiligheidsgordel nietvastgemaaktBrandt permanent. (grijs)Een van de passagierszitplaatsen voorin ofachterin wordt als niet bezet beschouwd methet contact aan. Zitplaats bezet/VeiligheidsgordelvastgemaaktBrandt permanent. De bestuurder of een passagier heeftde veiligheidsgordel vastgemaakt met hetcontact aan. Hill Assist Descent ControlBrandt permanent. (grijs)De functie is geactiveerd, maar de werking isonderbroken omdat de snelheid te hoog is.
Functie e-SAVE (Plug-in hybride)Brandt permanent, samen met hetgereserveerde actiebereik. De functie is geactiveerd. Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het rempedaalBrandt permanent. Rempedaal niet of onvoldoende stevigingetrapt. De keuzeschakelaar uit stand P halen bijuitvoeringen met automatische transmissie bijdraaiende motor en vóór het uitschakelen vande parkeerrem. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordtaangegeven in afstand (kilometer of mijl)en/of tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra eenvan deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordtop het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft deresterende kilometers tot de eerstvolgendeonderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstandsinds de verstreken onderhoudsdatum,voorafgegaan door het teken ”-”.
De weergegeven waarde wordtberekend op basis van het aantalafgelegde kilometers en de verstreken tijdsinds de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook wordenweergegeven als het einde van hetonderhoudsinterval in tijd nadert. In overeenstemming met hetonderhoudsprogramma van de auto, kan deservicebeurt bestaan uit:► Een jaarlijks bezoek, of► Een complete servicebeurt. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten vanhet contact. Er kan nog tussen 3. 000 tot 1. 000 km wordengereden of 60 en 21 dagen resteren totdat deeerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Brandt permanent, bij het aanzettenvan het contact. 0324Instrumentenpaneel.
De volgende onderhoudsbeurt moet binnen1. 000 km of 21 dagen worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aanuw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandtvervolgens permanent, bijhet inschakelen van hetcontact. Het interval voor de onderhoudsbeurt isoverschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurtaan uw auto uitvoeren. De onderhoudsindicator resettenNa elke onderhoudsbeurt moet deonderhoudsindicator worden gereset. Als u zelf onderhoud aan uw auto hebtuitgevoerd:► Zet het contact af. ► Houd de knop op het uiteinde van delichtschakelaar ingedrukt. ► Trap het rempedaal niet in en druk éénkeer op de knop START/STOP; er wordteen tijdelijk venster geopend waarin wordtafgeteld. ► Als het display =0 aangeeft, wordt er eenbevestigingsmelding weergegeven. Laatdan de knop op de lichtschakelaar los; hetsymbool van de sleutel verdwijnt.
Als u de accu na deze handelingwilt loskoppelen, vergrendel dan deauto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het resetten van deonderhoudsindicator niet geregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieService-informatie is toegankelijkmet de app Instellingen> Voertuig ophet touchscreen. ► Selecteer dan Veiligheid > Diagnose. Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrischemotorolieniveaumeter wordt bij het aanzettenvan het contact eerst de onderhoudsindicator(in de vorm van meldingen) ophet instrumentenpaneel weergegeven envervolgens gedurende enkele seconden hetmotorolieniveau. Een controle van het olieniveau isalleen betrouwbaar als de auto opeen vlakke ondergrond staat en de motorminstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DS 4 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto DS
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto