DS 7 (2023) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DS 7 (2023) (248 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over DS 7 (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DS |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 7 (2023) |
Handleiding DS 7 (2023) – volledige tekst
Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.dsautomobiles.comScan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de MyDS App-app (inhoud is offline beschikbaar).Ook beschikbaar in de app Scan MyDS.TOUCHSCREEN (op basis van beschikbaarheid)Kies het tabblad Handleiding in de app Helpop het touchscreen.U kunt op verschillende manieren zoeken naar de gewenste informatie.Uit veiligheidsoverwegingen is deze app niet toegankelijk als de auto harder dan 5 km/h rijdt.
Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Het merk DS AUTOMOBILES wordt op de markt gebracht door Automobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met een aandelenkapitaal van € 159.000.000, met het hoofdkantoor gevestigd te 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerd in het handels- en vennootschapsregister van Versailles onder nummer 642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd.
De Fabrikant behoudt zich het recht voor om de technische specificaties, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna te noemen “een dealer”, of een gekwalificeerde werkplaats.
5Overzicht7. OpbergruimteBekerhouderSchakelaars op of rondom het stuurwiel1. Schakelaar verlichting / richtingaanwijzers / onderhoudsindicator2. Schakelflippers automatische transmissie3. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeiers / boordcomputer4. Bediening voor snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer / Adaptieve snelheidsregelaar / DS DRIVE ASSIST5. Bedieningsknoppen van het audiosysteem en instrumentenpaneelA. Keuze van de weergavemodus van het instrumentenpaneelB. Kort indrukken: gesproken commando's van het systeemLang indrukken: gesproken commando's van de smartphoneC. Volume verlagen / verhogenD. Indrukken: weergave zenders/mediaOmhoog / omlaag: selecteren van vorige / volgende zender / medium / smartphoneDrukken: bevestigen van een selectieE. Opnemen / ophangenToegang tot het oproeplogboek van de Telefoon-appF. Selecteren van een audiobronG.
De elektromotor ondersteunt de benzinemotor bij het starten en accelereren.Het elektrisch vermogen wordt geleverd door een oplaadbare tractiebatterij.StickersDeel "Ergonomie en comfort- Achterbank - Hoofdsteunen achter": Deel "Ergonomie en comfort - Voorzieningen vóór - Draadloze smartphonelader": Delen "Verlichting en zicht - Lichtschakelaar" en "In geval van pech - Een gloeilamp vervangen": Deel "Veiligheid - Algemene aanbevelingen voor de veiligheid - Elektrische accessoires installeren": Deel "Veiligheid - Kinderzitjes - De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen": Deel "Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen": i-SizeTOP TETHER Deel "Rijden - Elektrische parkeerrem": Deel "Rijden - Stop & Start": Deel "Praktische informatie - Compatibiliteit van brandstoffen": Deel "Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem":
8Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenMet een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op. Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.
Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Gebruik bij voorkeur de rijstand Eco door deze te selecteren met de knop DRIVE MODE. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten).
Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.
Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger).
Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant.
Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit. Ga zo snel mogelijk naar een dealer of een gekwalificeerde werkplaats om de hoeveelheid stikstofoxide tot wettelijke niveaus te verlagen.
9Eco-rijdenLaat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert.De actieradius optimaliseren (plug-in hybride)Sluit de auto zo snel mogelijk aan.Probeer in het gebied ECO op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en de snelheid niet te veel te variëren.Anticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk af met de functie voor regeneratief remmen om energie terug te winnen (vermogensmeter in het gebied CHARGE).Laat voordat u wegrijdt het interieur van de auto voorverwarmen of voorkoelen terwijl de laadkabel is aangesloten.Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het GPS-navigatiesysteem van de auto.► Selecteer de rijstand Hybride.► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijna volledig is opgeladen.► Gebruik de functie e-Save niet tijdens het rijden.► Gebruik de verwarming/airconditioning op een verstandige manier.
10Instrumentenpaneel01Informatie voor de bestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatie over de status van de diverse systemen van de auto die de bestuurder nodig heeft. Deze informatie wordt in de vorm van waarschuwings- en controlelampjes, en meldingen aangegeven. Het instrumentenpaneel is een volledig digitaal scherm. Digitaal instrumentenpaneelDit digitale instrumentenpaneel kan naar uw eigen voorkeuren worden aangepast. Afhankelijk van de geselecteerde pagina op het display wordt bepaalde informatie niet of anders weergegeven. 1. Koelvloeistoftemperatuurmeter (°C) (Benzine of Diesel)Laadniveau tractiebatterij en actieradius (km of mijl) (Plug-in hybride)2. Toerenteller (omw/min) (Benzine of Diesel)Vermogensmeter (Plug-in hybride)3. Weergave van verkeersborden met een snelheidslimietInstellingen snelheidsregelaar/snelheidsbegrenzer4.
Snelheidsmeter (km/h of mph)Controlelampje READY (Plug-in hybride)5. Status van de automatische transmissieActieve rijstand6. Brandstofniveaumeter en resterende actieradius (km of mijl)7. Kilometerteller (km of mijl)8. Energiestromen (Plug-in hybride)Wanneer de auto in de volledig elektrische stand rijdt, wordt de snelheid in blauw weergegeven (Plug-in hybride). De standaardpagina's zijn als volgt:– Meters. – Minimaal. – Energiestromen (Plug-in hybride). – Rijhulpsystemen. – Night Vision (afhankelijk van de uitvoering). – Navigatie (afhankelijk van de uitvoering). – Persoonlijk 1. – Persoonlijk 2. Informatie op het instrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel (zoals waarschuwingslampjes en indicatoren) kan een vaste of wisselende locatie hebben, afhankelijk van de pagina of het geactiveerde rijhulpsysteem.
11Instrumentenpaneel01► Draai de rolknop links op het stuurwiel om de verschillende pagina's op het instrumentenpaneel weer te geven en erdoorheen te bladeren. ► Druk op de rolknop om de pagina te bevestigen. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven. Als er niets met de rolknop wordt gedaan, wordt de geselecteerde displaypagina automatisch na een paar seconden weergegeven. Wanneer er een melding in een tijdelijk venster wordt weergegeven, dan kunt u dit venster sluiten door op deze rolknop te drukken. Configureren van weergegeven pagina'sPagina's kunnen worden toegevoegd en verwijderd, en de lay-out van pagina's kan worden gewijzigd. Er kunnen maximaal 5 pagina's worden opgeslagen. Aan de hand van de gekozen rijstand kan ook de kleur worden ingesteld. De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingenop het touchscreen.
Instellingen voor een displaypagina "Persoonlijk"Op de twee extra persoonlijke pagina's zijn de volgende soorten informatie als volgt:– Dynamisch (koppel, boost, vermogen). – G-meters. – Motortemperaturen (Benzine of Diesel). – Toerenteller (Benzine of Diesel). – Energiestromen (Plug-in hybride). – Vermogensmeter (Plug-in hybride). – Verbruik accessoires (Plug-in hybride). – Media. – Boordcomputer. – Rijhulpsystemen. – Navigatie. Het type informatie dat op de pagina "Persoonlijk 1" is geselecteerd, is niet beschikbaar op de pagina "Persoonlijk 2". De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingenop het touchscreen. Zie voor meer informatie het betreffende hoofdstuk overPersonalisering - Instrumentenpaneel in de beschrijving van de audio- en telematicasystemen.
Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht.
Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
12Instrumentenpaneel01Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, de weergave van een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit. Te hoge koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Storing in het systeem (Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in het plug-in hybridesysteem. Voer (1) en vervolgens (2) uit. Kabel aangesloten (Plug-in hybride)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact.
De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Oververhitting van de tractiebatterij (Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing in de tractiebatterij (Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Laadtoestand van de 12V-accu (afhankelijk van het land waarin de auto wordt verkocht)Brandt permanent.
Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Selecteer standPvan de automatische transmissie.
Zet het contact af en voer (2) uit. DS ACTIVE SCAN SUSPENSIONBrandt permanent. Er is een storing in het actieve ophangingssysteem gedetecteerd. Reset het systeem:► Zet het contact af en wacht minimaal 30 seconden. ► Zet het contact weer aan en wacht minimaal 5 seconden voordat u de motor start.
13Instrumentenpaneel01Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten. Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening.
Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in geluidssignalering: reparatie vereist". Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem. De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt: – Verkeersbordherkenning. – Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding. – Active Lane Departure Warning. – Waarschuwing voor bestuurder via camera. Voer (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".
Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren. RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Zie (3). Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische bediening werken mogelijk niet meer.
Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Trek aan de elektrische parkeerrem en houd deze 7 tot 15 seconden aangetrokken, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Selecteer P bij auto's met een automatische transmissie en plaats het meegeleverde wielblok voor of achter een van de wielen. Zie (2).
14Instrumentenpaneel01Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem motorKnippert.
Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld. Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit. Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".
Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Bandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). Voorverwarmen motor (Diesel)Brandt tijdelijk(tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken.
Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat, wordt de motor onmiddellijk gestart als u het rempedaal ingedrukt houdt. Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt.
15Instrumentenpaneel01AirbagsBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Zie (3). Airbag vóór aan passagierszijde(ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde(OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveauBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad). Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety BrakeKnippert. Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent. Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt. VerkeersbordherkenningPermanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Active Lane Departure WarningKnippert.
De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt.
16Instrumentenpaneel01Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Lane Positioning AssistBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor bestuurder via camera (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde.
Stop & StartBrandt permanent, in combinatie met een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. ParkeerhulpKnippert. Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie met de melding "Parkeerhulpsensor bedekt met vuil: reinig de sensor, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde.
AdBlue® (BlueHDi)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul AdBlue® bij. Brandt permanent nadat het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius ligt tussen de 800 en 100km. VulAdBlue® meteen bij of voer (3) uit. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius is minder dan 100km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart.
Vul AdBlue® bij om de motor opnieuw te kunnen starten of voer (2) uit. De tank moet worden bijgevuld met minimaal 10 liter AdBlue®. SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Brandt permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd.
17Instrumentenpaneel01Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact wordt aangezet, in combinatie met het permanent branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius. Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1. 100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die aangeeft dat de motor niet kan worden gestart.
De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2). Mistlampen achterBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. GrootlichtassistentBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd. Voer (2) uit. DS PIXEL LED VISION 3. 0Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in deDS PIXEL LED VISION 3. 0-koplampen of de camera gedetecteerd. Voer (2) uit. DS NIGHT VISIONBrandt permanent. De functie is geactiveerd, maar de auto rijdt te snel of de buitentemperatuur valt buiten het werkingsbereik. De weergave kan in de functie "Night Vision" worden gebruikt, maar er wordt geen waarschuwing gegeven.
Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Auto klaar om te rijden (Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden. Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Lane Positioning AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Automatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DS NIGHT VISIONBrandt permanent.
18Instrumentenpaneel01Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. DS PIXEL LED VISION 3. 0Brandt permanent. (grijs) De functie is geactiveerd, maar niet beschikbaar. Er is niet voldaan aan alle werkingsvoorwaarden. Brandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het touchscreen geactiveerd. De ring van de lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. e-SAVE(Plug-in hybride)Brandt permanent, samen met de gereserveerde actieradius. De functie is geactiveerd.
Zwarte/witte waarschuwingslampjesAutomatische transmissie of elektrische automatische transmissie (e-EAT8) (plug-in hybride)Brandt permanent. De automatische transmissie is vergrendeld. U moet op de toets Unlock drukken om deze te ontgrendelen. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -.
– Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.
De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 1. 000 tot 3. 000 km worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. (Bij uitvoeringen met de BlueHDi-dieselmotor, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. )Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Resetten van de onderhoudsindicatorNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator worden gereset.
19Instrumentenpaneel01 ► Houd de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar ingedrukt. ► Trap het rempedaal niet in en druk één keer op de knop START/STOP; er wordt een tijdelijk venster geopend waarin wordt afgeteld. ► Als =0 op het display wordt weergegeven, wordt er een bevestigingsmelding weergegeven. Laat dan de knop op de lichtschakelaar los; het symbool van de sleutel verdwijnt. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het resetten van de onderhoudsindicator niet geregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieService-informatie is toegankelijk met de app Instellingen> Voertuig op het touchscreen. ► Selecteer vervolgens Veiligheid> Diagnose.
Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator (in de vorm van meldingen) op het instrumentenpaneel weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau. Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Te laag olieniveauDit wordt aangegeven met een melding om bij te vullen, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Service en een geluidssignaal. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus.
Storing in de olieniveaumeterDit wordt aangegeven met de melding "Ongeldige meting olieniveau" op het instrumentenpaneel. Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd.
Bij een storing in het systeem moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte controleren. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Koelvloeistoftemperatuurmeter Bij draaiende motor:– In zone A is de temperatuur in orde. – In zone B is de temperatuur te hoog. Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOPbranden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.
20Instrumentenpaneel01Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. AdBlue®-actieradiusindicatoren (BlueHDi)De BlueHDi-dieselmotoren zijn uitgerust met een systeem waarbij het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd met het SCR-emissieregelsysteem (Selective Catalytic Reduction) voor de nabehandeling van de uitlaatgassen. Deze kunnen niet functioneren zonder AdBlue®-vloeistof. Zodra de reservevoorraad van het AdBlue®-reservoir is aangesproken (tussen 2400 en 0 km), gaat bij het aanzetten van het contact een verklikkerlampje branden en wordt een melding weergegeven die aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd.
Het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem wordt automatisch geactiveerd zodra het AdBlue®-reservoir leeg is. De motor kan weer worden gestart nadat AdBlue® is bijgevuld tot het minimale niveau. Handmatige weergave van de actieradiusEen actieradius van meer dan 2. 400km wordt niet automatisch weergegeven. Informatie over de actieradius is toegankelijk via de app Instellingen> Voertuig op het touchscreen. ► Selecteer vervolgens Veiligheid> Diagnose. Benodigde maatregelen vanwege te weinig AdBlue®De volgende waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de hoeveelheid AdBlue® minder is dan de reservevoorraad die goed is voor een actieradius van 2. 400 km. Samen met de waarschuwingslampjes herinneren meldingen u er regelmatig aan dat u het reservoir moet bijvullen om te voorkomen dat de motor niet meer kan worden gestart.
Zie het hoofdstuk Waarschuwings- en controlelampjes voor informatie over de weergegeven meldingen. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over AdBlue® (BlueHDi)en met name over het bijvullen ervan. Waarschuwings- / controlelampjes aanActie Resterende actieradius Vul bij. Tussen 2.
400 km en 800 km Vul zo snel mogelijk bij. Tussen 800 km en 100km Bijvullen is noodzakelijk; de kans bestaat dat de motor niet meer kan worden gestart. Tussen 100 en 0 km De motor kan pas weer starten als er minimaal 10 liter AdBlue® aan de tank is toegevoegd. 0 kmBijvullen detecterenDe bijvuldetectie is mogelijk niet meteen zichtbaar na het toevoegen. Soms moet de auto enkele minuten rijden voordat de getankte hoeveelheid wordt gedetecteerd.
21Instrumentenpaneel01Storing in het SCR-emissieregelsysteemStoringsdetectie Als er een storing wordt gedetecteerd, gaan deze waarschuwingslampjes branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing emissieregeling". De waarschuwing wordt tijdens het rijden gegeven zodra de storing voor de eerste keer wordt gedetecteerd en vervolgens steeds bij het aanzetten van het contact zolang de storing niet is verholpen. Bij een tijdelijke storing verdwijnt de waarschuwing tijdens de volgende rit na de zelfdiagnose van het SCR-emissieregelsysteem. Storing bevestigd tijdens de toegestane rijfase (tussen 1. 100 en 0km)Als de storingsmelding na 50 km rijden nog steeds wordt weergegeven, wordt de storing in het SCR-systeem bevestigd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DS 7 (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto DS
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto