DS 9 (2023) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DS 9 (2023) (260 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over DS 9 (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DS |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 9 (2023) |
Handleiding DS 9 (2023) – volledige tekst
Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.dsautomobiles.comScan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw voertuig,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van het voertuig.MOBIELE APPSInstalleer de Scan MyDS-app(de inhoud is offline beschikbaar).Ook beschikbaar in de app MyDS App.
Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw voertuig kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw voertuig verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Het merk DS AUTOMOBILES wordt op de markt gebracht door Automobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met een aandelenkapitaal van € 159.000.000, met het hoofdkantoor gevestigd te 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerd in het handels- en vennootschapsregister van Versailles onder nummer 642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd.
De Fabrikant behoudt zich het recht voor om de technische specificaties, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna te noemen “een dealer”, of een gekwalificeerde werkplaats.
DashboardkastjeSchakelaar uitschakelen airbag vóór aan passagierszijdeSchakelaars op of rondom het stuurwiel1. Lichtschakelaar verlichting / richtingaanwijzers2. Infraroodcamera3. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeiers / boordcomputer4. Bediening van het audiosysteemA. Selecteren van de weergavemodus instrumentenpaneelB. Gesproken commando'sC. Volume verlagen / verhogenD. Selecteren van de vorige / volgende mediaEen selectie bevestigenE. Toegang tot het menu TelefoonGesprekken beherenF. Selecteren van een audiobronG. Weergave van de lijst van radiozenders / muzieknummers5. Schakelaars snelheidsregelaar / -begrenzer / Adaptieve snelheidsregelaarSchakelaarpaneel aan de zijkant 1. Hoogteverstelling van de koplampen2. Verstelling buitenspiegels3. Stop & Start
5OverzichtA. Selecteren van de weergavemodus instrumentenpaneelB. Gesproken commando'sC. Volume verlagen / verhogenD. Selecteren van de vorige / volgende mediaEen selectie bevestigenE. Toegang tot het menu TelefoonGesprekken beherenF. Selecteren van een audiobronG. Weergave van de lijst van radiozenders / muzieknummers5. Schakelaars snelheidsregelaar / -begrenzer / Adaptieve snelheidsregelaarSchakelaarpaneel aan de zijkant 1. Hoogteverstelling van de koplampen2. Verstelling buitenspiegels3. Stop & Start4. Voorruitverwarming5. Active Lane Departure Warning System6. Lane Positioning Assist7. Openen / sluiten handsfree achterklep8. Openen van de brandstofvulklep9. Controlelampje voorverwarming / -koelingMiddelste schakelaarpaneel 1. Toegang tot het menuEnergyof de functieDS SENSORIAL DRIVE (afhankelijk van de uitvoering)2. Automatisch programma Zicht3. Achterruitverwarming4.
De elektromotor ondersteunt de benzinemotor bij het starten en accelereren.Het elektrisch vermogen wordt geleverd door een oplaadbare tractiebatterij.StickersDeel "Ergonomie en comfort - Voorzieningen vóór - Draadloze smartphonelader": Delen "Verlichting en zicht - Lichtschakelaar" en "In geval van pech - Een gloeilamp vervangen": Deel "Veiligheid - Stoelen - De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen": Deel "Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen": i-SizeTOP TETHER Deel "Rijden - Elektrische parkeerrem": Deel "Rijden - Stop & Start": Deel "Praktische informatie - Compatibiliteit van brandstoffen": Deel "Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem": Deel "Praktische informatie - De tractiebatterij opladen (Plug-in hybride)": Deel "Praktische informatie - Motorkap": Deel "In geval van pech - Bandenreparatieset": Deel "In geval van pech - Reservewiel": Deel "In geval van pech - 12V-batterij": 24V12V Deel "In geval van pech - Accessoirebatterij (Plug-in hybride)":
7Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenMet een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op. Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.
Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif- / kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).
Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.
Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger).
Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant.
Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert. De actieradius optimaliseren (plug-in hybride)Sluit de auto zo snel mogelijk aan.
8Eco-rijdenAnticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk af met de functie voor regeneratief remmen om energie terug te winnen (vermogensmeter in het gebied CHARGE).Laat voordat u wegrijdt het interieur van de auto voorverwarmen of voorkoelen terwijl de laadkabel is aangesloten.Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het GPS-navigatiesysteem van de auto.► Selecteer de rijstand Hybride.► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijna volledig is opgeladen.► Gebruik de functie e-Save niet tijdens het rijden.► Gebruik de verwarming/airconditioning op een verstandige manier.
9Instrumentenpaneel01Digitaal instrumentenpaneelDit digitale instrumentenpaneel kan worden aangepast. Afhankelijk van de geselecteerde weergavemodus wordt bepaalde informatie verborgen of anders gepresenteerd. Voorbeeld van de weergavemodus"Persoonlijk":1. Brandstofniveaumeter2. Boordcomputer3. SchakelindicatorStatus van de automatische transmissieActieve rijstand4. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph)5. Instellingen snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer6. Weergave van verkeersborden met een snelheidslimiet7. Status functie Lane Positioning Assist8. Toerenteller (x 1000 t/min)9. Koelvloeistoftemperatuurmeter (°C)10. Kilometerteller (km of mijl) 11. OnderhoudssleutelDigitaal instrumentenpaneel (plug-in hybride)Dit digitale instrumentenpaneel kan worden aangepast. Afhankelijk van de geselecteerde weergavemodus wordt bepaalde informatie verborgen of anders gepresenteerd.
Voorbeeld van de weergavemodus"Energie":1. Brandstofniveaumeter en resterende actieradius (km of mijl)2. Status van de automatische transmissieActieve rijstand3. Snelheidsmeter (km/h of mph)Controlelampje READY4. Instellingen snelheidsregelaar/snelheidsbegrenzerWeergave van verkeersborden met een snelheidslimiet5. Kilometerteller (km of mijl)6. Vermogensmeter7. Energiestroom8. Laadniveau tractiebatterij en actieradius (km of mijl)In de volledig elektrische stand wordt de snelheid in blauw weergegeven. WeergaveSommige lampjes hebben een vaste positie. De positie van de andere lampjes kan wisselen. Voor bepaalde functies die zowel een controlelampje voor de ingeschakelde status als voor de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specifieke positie beschikbaar.
10Instrumentenpaneel01– Boordcomputer. – Rijhulpsystemen. – Snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar. – Media die wordt afgespeeld. – Navigatie-aanwijzingen. – Motorinformatie (G-meters, vermogensmeters, boost, koppel) in de stand Sport. – Functie DS NIGHT VISION. – Energiestromen (Plug-in hybride). Persoonlijke instellingen voor het instrumentenpaneelAfhankelijk van de uitvoering kan het instrumentenpaneel worden aangepast (kleur en/of weergavemodus). Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen. Wanneer u reist naar een land met een andere officiële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph), moet u de configuratie van de eenheden wijzigen. Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bij stilstaande auto.
Keuze van de schermkleurSelecteer de schermkleur via de profielinstellingen in het menu Instellingen op het touchscreen. De kleur kan ook bepaald worden door de ambiance geactiveerd via de functie DS SENSORIAL DRIVE. Afhankelijk van de uitvoering zijn de opties:– "Cashmere": paars,– "Titanium": rood,– "Normaal" (geen ambiance geactiveerd): wit en champagne. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de functie DS SENSORIAL DRIVE. De weergavemodus wijzigenIn elke modus kan er specifieke informatie op het instrumentenpaneel worden weergegeven. ► Draai de rolknop links op het stuurwiel om de verschillende weergavemodi op het rechtergedeelte van het instrumentenpaneel weer te geven en erdoorheen te bladeren. ► Druk op de rolknop om de modus te bevestigen. Als u niet op de rolknop drukt, wordt de geselecteerde weergavemodus automatisch na een paar seconden toegepast.
11Instrumentenpaneel01► Selecteer "Configuratie". ► Selecteer "Instellingen instrumentenpaneel". Met NAVIGATION► Druk op Instellingen in de balk van het touchscreen. ► Selecteer "OPTIES". ► Selecteer "Instellingen instrumentenpaneel". ► Selecteer voor elk te personaliseren gedeelte, links en rechts, het type gegevens met de betreffende bladerpijlen op het touchscreen:• "Rijhulpsystemen". • "Standaard" (leeg). • "Informatie over de motor". • "G-meters". • "Temperaturen:" (motorolie). • "Media". • "Navigatie". • "Boordcomputer". • "Toerenteller". • "Hybridestromen" (afhankelijk van de uitvoering). • "Vermogensmeter" (afhankelijk van de uitvoering). • "Verbruik accessoires" (afhankelijk van de uitvoering). • "Nachtzicht". • "Waakzaamheidsniveau". ► Bevestig om de instelling op te slaan en af te sluiten. De modus "Persoonlijk" wordt meteen weergegeven.
Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.
Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht. Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, de weergave van een melding en een geluidssignaal.
Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit. Te hoge koelvloeistoftemperatuurPermanent, in combinatie met het controlelampje STOP. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.
12Instrumentenpaneel01MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Systeemstoring (plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in het plug-in hybridesysteem. Voer (1) en vervolgens (2) uit. Kabel aangesloten (plug-in hybride)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadtoestand van de 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem). Zie (1).
Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Selecteer standPvan de automatische transmissie.
Zet het contact af en voer (2) uit. DS ACTIVE SCAN SUSPENSIONBrandt permanent. Er is een storing in het actieve ophangingssysteem gedetecteerd. Reset het systeem:► Zet het contact af en wacht minimaal 30 seconden. ► Zet het contact weer aan en wacht minimaal 5 seconden voordat u de motor start.
Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten. Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met de weergave van een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening.
Zie (3) voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden.
13Instrumentenpaneel01Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch vrijzetten van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Zie (2). RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Zie (3). Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Zie (2). Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".
De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische bediening werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Trek aan de elektrische parkeerrem en houd deze 7 tot 15 seconden aangetrokken, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Selecteer P bij auto's met een automatische transmissie en plaats het meegeleverde wielblok voor of achter een van de wielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch aantrekken" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch vrijzetten" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch aantrekken / vrijzetten niet meer mogelijk is:► Start de motor.
► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem aan te trekken. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor het vrijzetten. ► Laat de hendel of lus los.
► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor het aantrekken. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem motorKnippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Zie (3).
Storing noodremassistentie (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, gebruik de handmatige uitschakeling of zie (3).
14Instrumentenpaneel01Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Zie (3). Bandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). ParkeerhulpPermanent, in combinatie met een melding op het scherm en een geluidssignaal. De functie is uitgeschakeld.
Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service, een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). AirbagsBrandt permanent. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Zie (3). Airbag vóór aan passagierszijde(ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval GEEN kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde(OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveauBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad). Het geluidssignaal en de melding worden steeds vaker herhaald naarmate het niveau in de tank verder naar nul zakt. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.
Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Geluidssignaal voor voetgangers (plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in geluidssignaal gedetecteerd. Voer (3) uit. Collision Risk Alert/Active Safety BrakeBrandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld (menu Rijverlichting/Auto). Knippert. Het systeem activeert en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent.
Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt.
15Instrumentenpaneel01Active Lane Departure Warning SystemBrandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Knippert. De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert vervolgens de koers afhankelijk van de zijde van de rijstrookmarkering die overschreden dreigt te worden. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Lane Positioning AssistBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Stop & StartBrandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Mistlampen achterBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. GrootlichtassistentBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd. Zie (2). DS NIGHT VISIONBrandt permanent. De functie is geactiveerd, maar de auto rijdt te snel of de buitentemperatuur valt buiten het werkingsbereik.
De weergave kan in de functie "Night Vision" worden gebruikt, maar er wordt geen waarschuwing gegeven. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk.
De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie. Auto is klaar om te rijden (plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden. Het lampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Eco-modePermanent. De eco-mode is actief. Bepaalde parameters worden afgesteld om brandstof te besparen. DS PARK PILOTBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie. Lane Positioning AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd.
16Instrumentenpaneel01Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie. Automatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtPermanent. De lampen zijn ingeschakeld. DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DS NIGHT VISIONBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het touchscreen geactiveerd (menu Rijverlichting/Auto). De lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Raadpleeg de rubriek Verlichting en zicht voor meer informatie. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent.
De lampen zijn ingeschakeld. eSave-functie (plug-in hybride)Permanent, samen met de gereserveerde actieradius. DeeSave-functie is geactiveerd. Zwarte/witte waarschuwingslampjesAutomatische transmissie of elektrische automatische transmissie (e-EAT8) (plug-in hybride)Brandt permanent. De automatische transmissie is vergrendeld. U moet op de toets Unlock drukken om deze te ontgrendelen. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven.
Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -. – Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken.
De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 1. 000 tot 3. 000 km worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren.
17Instrumentenpaneel01Resetten van de onderhoudsindicatorNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator worden gereset. Als u zelf onderhoud aan uw auto hebt uitgevoerd:► Zet het contact af. ► Houd de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar ingedrukt. ► Druk het rempedaal niet in en druk één keer op de knop START/STOP; er wordt een tijdelijk venster geopend waarin wordt afgeteld. ► Als =0 wordt weergegeven, laat dan de knop op de lichtschakelaar los; het symbool van de sleutel verdwijnt. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het resetten van de onderhoudsindicator niet geregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieU kunt service-informatie weergeven door op de toets "CheckDiagnose" in het menu Rijverlichting/ Auto van het touchscreen te drukken.
Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator (in de vorm van meldingen) op het instrumentenpaneel weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau. Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Te laag olieniveauDit wordt aangegeven met een melding om bij te vullen, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Service en een geluidssignaal. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus.
Storing in de olieniveaumeterDit wordt aangegeven met de melding "Ongeldige meting olieniveau" op het instrumentenpaneel. Neem contact op met een dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd. Bij een storing in het systeem moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte controleren. Zie het betreffende deel voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Indicator koelvloeistoftemperatuur Bij draaiende motor:– In zone A is de temperatuur in orde. – In zone B is de temperatuur te hoog. Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOPbranden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal.
18Instrumentenpaneel01als het bestuurdersportier wordt geopend, en als de auto wordt vergrendeld of ontgrendeld. Wanneer u in het buitenland rijdt, moet u mogelijk de afstandseenheden (mijl of km) aanpassen: de weergegeven snelheid moet in de officiële eenheid van het land worden aangegeven (mijl/h of km/h). U kunt deze eenheid via het configuratiemenu van het scherm aanpassen terwijl de auto stilstaat. Dimmer verlichtingMet dit systeem kunt u de lichtsterkte van de dashboardverlichting handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving. Met DS CONNECT RADIO► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "Lichtsterkte". ► Stel de lichtsterkte af door op de pijlen te drukken of de cursor te verplaatsen. De instellingen worden direct toegepast. ► Druk buiten het instellingenvenster op het scherm om af te sluiten.
U kunt ook het scherm uitschakelen:► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "Dark". Het scherm wordt volledig uitgeschakeld. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet. Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Vermogensmeter (plug-in hybride)De vermogensmeter geeft in real time het vermogen aan dat van de auto wordt gevraagd. Er zijn 3 zones: POWER Hoge vermogensvraag, waarbij het gecombineerde vermogen van de benzinemotor en de elektromotor(en) wordt gebruikt (afhankelijk van de uitvoering). De cursor bevindt zich in deze zone tijdens meer dynamische rijfasen, wanneer hoge prestaties worden gevraagd. ECO Optimaal energiegebruik (verbrandings- of elektromotor).
De cursor staat in deze zone tijdens elektrisch rijden en wanneer de benzinemotor optimaal wordt gebruikt. Dit is mogelijk bij een geschikte rijstijl.
Een symbool geeft de drempel aan waarbij de benzinemotor wordt gestart. Door het accelereren te beperken kan de bestuurder in de elektrische rijstand blijven. CHARGE Terugwinning van energie voor het gedeeltelijk opladen van de tractiebatterij. De cursor bevindt zich in deze zone wanneer de auto vaart vermindert: wanneer u uw voet van het gaspedaal haalt of remt. Laadniveaumeter (plug-in hybride) Het laadniveau van de tractiebatterij en de resterende actieradius in de elektrische rijstand worden permanent weergegeven wanneer het contact aan staat. De weergegeven actieradius is afhankelijk van het gebruik van de auto (rijstijl en snelheid), de buitentemperatuur en de geactiveerde comfortuitrusting. Handmatige controleMet deze functie kunnen bepaalde indicatoren worden gecontroleerd en kan het logboek met waarschuwingen worden weergegeven.
Deze is toegankelijk via de toets "Check / Diagnose" in het menu Rijverlichting / Autovan het touchscreen. De volgende gegevens worden op het instrumentenpaneel weergegeven:– Motorolieniveau. – Onderhoudsinterval. – Bandenspanning. – Actuele waarschuwingen. Deze informatie verschijnt ook automatisch elke keer wanneer u het contact aanzet. KilometertellerDe kilometerteller geeft de totale kilometerstand van de auto aan. Als het contact is aangezet, wordt altijd de totale afstand weergegeven. Deze waarde wordt nog 30 seconden na het afzetten van het contact weergegeven. Ook wordt deze waarde weergegeven.
19Instrumentenpaneel01als het bestuurdersportier wordt geopend, en als de auto wordt vergrendeld of ontgrendeld. Wanneer u in het buitenland rijdt, moet u mogelijk de afstandseenheden (mijl of km) aanpassen: de weergegeven snelheid moet in de officiële eenheid van het land worden aangegeven (mijl/h of km/h). U kunt deze eenheid via het configuratiemenu van het scherm aanpassen terwijl de auto stilstaat. Dimmer verlichtingMet dit systeem kunt u de lichtsterkte van de dashboardverlichting handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving. Met DS CONNECT RADIO► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "Lichtsterkte". ► Stel de lichtsterkte af door op de pijlen te drukken of de cursor te verplaatsen. De instellingen worden direct toegepast. ► Druk buiten het instellingenvenster op het scherm om af te sluiten.
U kunt ook het scherm uitschakelen:► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "Dark". Het scherm wordt volledig uitgeschakeld. ► Druk nog een keer op het scherm (op een willekeurig gedeelte) om het weer in te schakelen. Met NAVIGATIONMet de lichten ingeschakeld:► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "OPTIES". ► Selecteer "Schermconfig. ". ► Selecteer het tabblad "Lichtsterkte". ► Stel de lichtsterkte van het instrumentenpaneel en het scherm af door op de pijlen te drukken of de cursor te verplaatsen. ► Druk op deze toets om op te slaan en af te sluiten. U kunt ook het scherm uitschakelen:► Druk op deze toets om het menu "Instellingen" te selecteren. ► Selecteer "Scherm uit". Het scherm wordt volledig uitgeschakeld. ► Druk nog een keer op het scherm (op een willekeurig gedeelte) om het weer in te schakelen.
Weergave van informatie op het instrumentenpaneelDe gegevens van de boordcomputer worden permanent weergegeven als de weergavemodus "Persoonlijk" is geselecteerd. Druk bij alle andere weergavemodi op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om deze informatie tijdelijk op een specifiek scherm weer te geven. De verschillende tabbladen weergeven ► Wanneer u op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar drukt, worden de volgende tabbladen na elkaar weergegeven:– Actuele informatie:• Totale actieradius (Benzine). • Actueel verbruik (Benzine). • Teller Stop & Start (Benzine). • Percentage van de huidige rit volledig elektrisch gereden (Plug-in hybride). – Traject "1" en daarna "2":• Gemiddelde snelheid. • Gemiddeld brandstofverbruik. • Afgelegde afstand.
20Instrumentenpaneel01– Toegang tot de configuratiemenu's van de functies en systemen van de auto. – Bediening van het audiosysteem en de telefoonfuncties, en weergave van de bijbehorende informatie. – Weergave van de informatie van de parkeerhulpsystemen (grafische weergave van de parkeerhulp, DS PARK PILOT enz. ). – Toegang tot de internetdiensten en weergave van de bijbehorende informatie. – Bediening van het navigatiesysteem en weergave van de bijbehorende informatie (afhankelijk van de uitvoering). Zet de auto uit veiligheidsoverwegingen altijd stil voordat u handelingen uitvoert die uw volledige aandacht vragen. Bepaalde functies zijn niet beschikbaar als de auto rijdt. AdviezenHet touchscreen is een capacitief scherm. – Houd geen puntige voorwerpen tegen het touchscreen. – Raak het touchscreen niet aan met vochtige vingers.
– Gebruik een schone, zachte doek om het touchscreen te reinigen. Traject resetten► Druk langer dan 2 seconden op de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar wanneer het gewenste traject wordt weergegeven. Traject "1" en "2" zijn onafhankelijk en ze worden op dezelfde manier gebruikt. BegrippenDe actieradius(km of mijl)Afstand die u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt afleggen (gebaseerd op het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers). Deze waarde kan schommelen door een verandering in rijstijl of van het reliëf op de route, waardoor het actuele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen. Als de actieradius minder dan 30km bedraagt, worden streepjes weergegeven. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100km bedraagt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DS 9 (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto DS
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto