DS 3 (2011) Handleiding

DS Auto 3 (2011)

Bekijk gratis de handleiding van DS 3 (2011) (164 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 88 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over DS 3 (2011) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/164

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: DS
Categorie: Auto
Model: 3 (2011)

Handleiding DS 3 (2011) – volledige tekst

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie. Surf naar : http://service.citroen.com1 Selecteer uw taal. Klik op de link in het veld "Toegang voor particulieren" om de Boorddocumentatie te raadplegen. Er wordt een nieuw venster geopend waarin u toegang hebt tot alle instructieboekjes. Selecteer het model en de carrosserie-uitvoering van uw auto en vervolgens de uitgiftedatum van het boekje. Klik ten slotte op de gewenste rubriek. 23 4

Citroën beschikt wereldwijd over, een uitgebreid gamma modellen, Modellen die worden gekenmerkt door, een geraffineerde mix van hoogwaardige techniek en constante innovatie, evenals een moderne en creatieve benadering, van het begrip mobiliteit. Wij danken u voor uw keuze en wensen u veel plezier met uw auto. Uw auto is, afhankelijk van hetuitrustingsniveau, de uitvoering en despecifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien. Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Citroën voorkomen,kan storingen in het elektronisch systeemvan uw auto veroorzaken.

Wij verzoeken uhier rekening mee te houden en contact op te nemen met een vertegenwoordiger van hetmerk Citroën om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van een artikelnummer. Achter het stuur van uw nieuwe auto, geniet u optimaal, als u elke uitrusting, elke schakelaar en elke instelling kent. Goede reis. Wij maken u attent op het volgende:

IIIIInnnnnhhhhhooooouuuuudddddsssssooooopppppgggggaaaaavvvvve e e e e Inhoudsopgave IN EEN OOGOPSLAGCONTROLE TIJDENS HET RIJDEN26Instrumentenpanelen30 Controle- en waarschuwingslampjes4 0Meters44Regelknoppen46 BoordcomputerSymbolenveiligheidswaarschuwing aanvullende informatie adviezen met betrekking tot debescherming van het milieu verwijzing naar aangegeven pagina 00100100100100100122 MILIEUBEWUST RIJDEN306 ZOEKEN OP AFBEELDING310 TREFWOORDENREGISTER

Buitenzijde Stickerset voor persoonlijke stylingDeze bestickering maakt deel uit van een diversgamma aan leverbare stickersets voor debuitenkant waarmee u uw auto kunt verfraaien en/of een persoonlijk tintje kunt gevenFollow me home-verlichtinNa het afzetten van het contact blijvende koplampen nog enkele seconden branden om het uitstappen in het donker te vergemakkelijken. Parkeerhulp achter Deze functie waarschuwt u tijdens het achteruitrijden voor obstakels achter de auto. 109atieset voor bandenete set, bestaande uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel,kunt u een noodreparatie aan een band uitvoeren. 190Stop & Start Dit systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood licht,opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch weer gestart (START-stand) als u weer weg wilt rijden.

Het Stop & Start-systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en eeaangename rust in het interieur tijdenhet wachten. 166

Interieur Sfeerverlichting Het gedimde licht van de sfeerverlichting verbetert bij weinig buitenlicht het zicht in het interieur. De verlichting bestaat uit verscheidene lampen die in de voetenruimte en in het onderste opbergvak van het dashboardzijn aangebracht. Schakelindicator Dit systeem is aanwezig in combinatie met eenhandgeschakelde versnellingsbak en adviseertu op te schakelen om het brandstofverbruik te verminderen. Parfumeur De in het ventilatiesysteem opgenomen parfumeur zorgt voor de verspreiding van eenaangename geur (naar keuze) in het geheleinterieur. Automatische airconditioning Deze functie maakt het mogelijk deairconditioning op een bepaald comfortniveau in te stellen.

Aan de hand van deze instelling en deweersomstandigheden wordt de airconditioningvervolgens automatisch geregeld.1171587571 281 Audio- encommunicatiesystemen Deze systemen zijn voorzien van de nieuwste technologie: Autoradio met MP3-afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth-handsfree kit, MyWay met 16 x 9 kleurenscherm, AUX-aansluitingen, hifi-audiosysteem.MyWay247 Autoradio

Juiste zitpositie 4. Hoogteverstelling van de hoofdsteun. Extra verstelmogelijkhedenOverige beschikbare functies... Toegang tot de achterzitplaatsen. Stoelverwarming. 78, 811.Ontgrendelen van het stuurwiel met dehendel. 2. Verstellen in hoogte en diepte.3. Vergrendelen van het stuurwiel met de hendel. Stuurwiel verstellen83Deze handelingen moeten uitveiligheidsoverwegingen uitsluitend worden uitgevoerd als de auto stilstaat.

Controle tijdens het rijden Wanneer u het contact aanzet, slaan alle metersuit en keren vervolgens terug naar de '0"-stand. A. Als het contact wordt aangezet, moeten deblokjes die het resterende brandstofniveauweergeven, gaan branden.B.Bij draaiende motor moet hetcontrolelampje laag brandstofniveau uitgaan. C.Als het contact wordt aangezet, moet de motorolieniveaumeter enkele seconden de melding "OIL OK" weergeven.Ga indien nodig tanken of vul olie bij. Instrumentenpanelen26, 281.Als het contact wordt aangezet, gaan deoranje en rode controlelampjes branden.2. Bij draaiende motor moeten deze lampjes weer uitgaan. Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden. Controlelampjes 30, 35 Het branden van een controlelampje geeft aan of de bijbehorende functie is in- of uitgeschakeld. A.Uitschakeling ESP/ASR. Schakelaars144B.Uitschakeling Stop & Start-systeem. 167

In een oogopslag Veiligheid voor alle inzittenden 1.Open het dashboardkastje.2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3. Selecteer de stand: "ON"(inschakelen) wanneer eenpassagier op de voorstoel zit of een kinderzitje voor vervoer met het gezichtin de rijrichting is bevestigd, "OFF" (uitschakelen) wanneer een kinderzitje voor vervoer met de rug in derijrichting is bevestigd.4. Verwijder de sleutel zonder de stand vande schakelaar te veranderen. Airbag voorpassagier 149A. Waarschuwingslampje niet-vastgemaakte/losgemaakte autogordels voor. Autogordels voor en frontairbag aan passagierszijde150 Personal styling De stickers hebben een speciale behandelingondergaan waardoor ze slijtage- envandalismebestendig zijn.Ze zijn gemaakt om de buitenkant van decarrosserie een persoonlijk tintje te geven.

Ze zijn ook leverbaar als accessoire; wij raden u evenwel aan ze door het CITROËN-netwerkof door een gekwalificeerde werkplaats te latenaanbrengen. Fraaie bestickering Houd, wanneer u uw auto wast, voor de waterstraal een minimale afstand van 30 centimeter van de bestickering aan.B. Controlelampje uitgeschakelde frontairbagaan passagierszijde. C. Controlelampje ingeschakelde frontairbagaan passagierszijde. 145

Onder het rijden Stop & StartOvergang naar de STOP-stand van de motor 166 Het controlelampje "ECO" op het instrumentenpaneel gaat branden en de motor wordt automatisch afgezet (STOP-stand):-bij een handgeschakeldeversnellingsbak; bij snelheden beneden 20 km/h: zet de versnellingsbak in zijn vrijen laat de koppeling los, Overgang naar de START-standvan de motor Uit-/inschakelen U kunt deze functie op elk willekeurig moment uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF" in te drukken; het controlelampje in de schakelaar gaat branden.167167 Het systeem wordt automatisch opnieuw ingeschakeld zodra u het contact weer aanzet. Zet tijdens het tanken en als uhandelingen onder de motorkap wilt uitvoeren, altijd het contact af en neemde sleutel uit het contactslot.

Het controlelampje "ECO" gaat uit en de motor wordt automatisch weer gestart:-bij een handgeschakelde versnellingsbak:wanneer u het koppelingspedaal helemaal intrapt.Onder bepaalde omstandigheden is de STOP-stand niet beschikbaar; het controlelampje"ECO" knippert een paar seconden en gaatdan uit. Onder bepaalde omstandigheden wordt de START-stand automatisch geactiveerd; het controlelampje "ECO" knippert een paar seconden en gaat dan uit.

21In een oogopslag Onder het rijden 1. Selecteren/deactiveren van desnelheidsbegrenzer.2.Verlagen van de ingestelde snelheid. 3.Verhogen van de ingestelde snelheid. 4. Snelheidsbegrenzing aan/uit. Snelheidsbegrenzer "LIMIT" 1691.Selecteren/deactiveren van de snelheidsregelaar.2. Verlagen van de ingestelde snelheid.3. Verhogen van de ingesteldesnelheid.4. Snelheidsregeling aan/uit.Snelheidsregelaar "CRUISE"171 Als de snelheidsregelaar of -begrenzer isingeschakeld, verschijnen de instellingen van het systeem op het instrumentenpaneel. Weergave op het instrumentenpaneel Snelheidsregelaar Snelheidsbegrenzer Het instellen van de snelheid is alleen mogelijk bij draaiende motor.

Het instellen van een snelheid en het activeren van de snelheidsregelaar is alleen mogelijk bijeen rijsnelheid hoger dan 40 km/h, vanaf devierde versnelling bij een handgeschakelde versnellingsbak (tweede bij een SensoDrive versnellingsbak of automatische versnellingsbak).

Milieubewust rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak Als uw auto is voorzien van eenhandgeschakelde versnellingsbak, rijddan rustig weg, schakel zo snel mogelijkde tweede versnelling in en schakel bij voorkeur relatief snel over naar een hogereversnelling. Volg de aanwijzingen van deschakelindicator (indien aanwezig) die op hetinstrumentenpaneel worden weergegeven. Als uw auto is voorzien van eenautomatische transmissie of een gestuurdehandgeschakelde versnellingsbak, laatde selectiehendel dan in de stand Drive "D" of Auto "A" (afhankelijk van het typeversnellingsbak) staan en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in.

Kies voor een soepele rijstijl Houd afstand van de auto's voor u, rem bijvoorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaalgeleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft,neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstootaf en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h desnelheidsregelaar (indien aanwezig). Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningen Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens deairconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h deruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz.).

Schakel de airconditioning uit zodra degewenste temperatuur is bereikt (behalve bijauto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.

23Beperk de oorzaken van eenhoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht evenwichtig over deauto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte, zo dicht mogelijk bij deachterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand (dakdragers, imperiaal, fietsendrager,aanhanger, enz.) van uw auto. Gebruik liever een dakkoffer. Verwijder na gebruik de dakdragers en hetimperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden. Houd u aan deonderhoudsvoorschriften Controleer regelmatig de bandenspanning(bij koude banden), houd u daarbij aan debandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde. Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.

Vergeet niet de bandenspanning vanhet reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren. Laat uw auto regelmatig onderhouden (olieverversen, oliefilter en luchtfilter vervangen,enz.) en houd u daarbij aan het door defabrikant voorgeschreven interval. Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u datbrandstof uit de tank stroomt.

U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruikzich stabiliseert.Schakel de verlichting en de mistlampen uitals het zicht voldoende is.Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op alsu rijdt.Sluit als passagier zo min mogelijkmultimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz.) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus hetbrandstofverbruik, te beperken.Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.

27Controle tijdens het rijden Display E.Onderhoudsintervalindicator(km of miles), vervolgens,kilometerteller.Deze twee functies wordenachtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. F.Olieniveaumeter.Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveauweergegeven. A.Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar.B.Opschakelindicator.C.InformatieSensoDrive versnellingsbakofautomatische versnellingsbak.D.Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

29Controle tijdens het rijden Display C.Onderhoudsintervalindicator(km of miles), vervolgens,kilometerteller.Deze twee functies wordenachtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. D.Olieniveaumeter.Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveauweergegeven. A.Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar.B.Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

De controle- en waarschuwingslampjes gevende bestuurder informatie over de werking van een systeem (controlelampje dat aangeeft of een systeem ingeschakeld of uitgeschakeld is) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje). Controle- enwaarschuwingslampjes Bijbehorende waarschuwingen Sommige lampjes kunnen gaan branden incombinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. De lampjes kunnen constant brandenof knipperen. Een aantal lampjes heeft beide mogelijkheden. Of het constant branden of knipperen van een lampje duidt op een storing, is afhankelijk vande werkingsfase van de auto. Als het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft. Het controlelampje voor de passagiersairbag blijft na het aanzetten van het contact nog ongeveer een minuutbranden, ook nadat de motor is gestart.

Bij het aanzetten van het contact Als het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.

Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / Opmerkingen Voorgloeiendieselmotor permanent. Het contactslot staat in de tweedestand (Contact). Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat. De wachttijd is afhankelijk van deweersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden). Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contactaf. Zet het contact dan weer aan en wacht opnieuwtot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent. De handrem is aangetrokken of nietgoed vrijgezet. Zet de handrem vrij zodat het controlelampje uitgaat; trap het rempedaal in. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften. Raadpleeg het hoofdstuk "Rijden" voor meer informatieover de handrem. Stop & Start-systeem permanent. Het Stop & Start-systeem heeft de motor afgezet (verkeerslicht,stopbord, opstopping, enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart als u wilt wegrijden.

knippert enkeleseconden en gaat dan uit.De STOP-stand is nu nietbeschikbaar.of De motor wordt automatisch gestart. Raadpleeg het hoofdstuk "Rijden - § Stop & Start-systeem" voor de bijzonderheden van het Stop & Start-systeem.

33Controle tijdens het rijden Voet op hetrempedaal permanent . Het rempedaal moet worden ingetrapt. Trap bij de "SensoDrive" versnellingsbak hetrempedaal in om de motor te starten (selectiehendel in stand N). Bij de automatische versnellingsbak moet u bij eendraaiende motor en voordat u de handrem vrijzet het rempedaal intrappen om de selectiehendel vanuitstand Pin een andere stand te kunnen zetten. Als u de handrem vrijzet zonder het rempedaal in te trappen, zal dit controlelampje blijven branden. knippert. Als u de auto met een "SensoDrive" versnellingsbak op een helling telang probeert tegen te houden door het gaspedaal in te trappen, raakt dekoppeling oververhit. Gebruik het rempedaal en/of de handrem. Automatische ruitenwisserspermanent. De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen. De automatische stand van de ruitenwissers vóór isgeactiveerd. Passagiersairbagpermanent.

De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand " ON ".De passagiersairbag is ingeschakeld. Plaats in dit geval geen kinderzitje metde "rug in de rijrichting".Zet de schakelaar in de stand " OFF " om de passagiersairbag uit te schakelen. U kunt nu een kinderzitje plaatsen met de "rug in de rijrichting". Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / Opmerkingen

Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het multifunctionele display. Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenPassagiersairbag permanent. De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF". De frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. In dit geval kunt u een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen. Zet de schakelaar in de stand "ON " om de frontairbag aan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".ESP/ASR permanent. De toets links onder op het dashboardwordt ingedrukt. Het bijbehorendecontrolelampje gaat branden. De functie ESP/ASR wordt uitgeschakeld. ESP: dynamische stabiliteitscontrole.

ASR: antislipegeling. Druk opnieuw op de toets om de functie ESP/ASRweer te activeren. Het controlelampje dooft. Het systeem wordt automatisch opnieuw geactiveerdbij snelheden hoger dan ongeveer 50 km/h(uitgezonderd bij de benzinemotoren 1.6 THP 150 enRACING). De functie ESP/ASR wordt automatisch geactiveerd als de motor wordt gestart.

35Controle tijdens het rijdenWaarschuwingslampjes Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een vande volgende waarschuwingslampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen. Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat brandende aanvullende informatie, die via een melding op het multifunctionele display wordt weergegeven. Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.ControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenSTOPpermanent, alleen of in combinatie met eenander controlelampje,een geluidssignaalen een bericht op het display.

Dit controlelampje brandt bij een ernstige storing aan het remsysteem of bij een te hogekoelvloeistoftemperatuur.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats, omdat de motor onder het rijden kan afslaan.Zet het contact af en neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Servicetijdelijk. Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek controlelampje gaat branden. Identificeer de storing met behulp van de melding ophet display zoals bijvoorbeeld: - het motorolieniveau, - het niveau van de ruitensproeiervloeistof,- de batterij van de afstandsbediening, - vervuiling van het roetfilter, bij uitvoeringen met dieselmotor (zie hoofdstuk "Controles - §Roetfilter"). Raadpleeg in andere gevallen het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek controlelampje gaat branden.

permanent, incombinatie met het STOP-lampje. Het remvloeistofniveau is te laag. Stop onmiddellijk op een veilige plek. Vul het niveau bij met remvloeistof voorzien van een artikelnummer van CITROËN. Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. + permanent, in combinatie met het waarschuwingslampjeABS en het STOP-lampje. Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (EBD). Stop onmiddellijk op een veilige plek. Laat dit controleren door het CITROËN of eengekwalificeerde werkplaats Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenAntiblokkeersysteem(ABS) permanent. Er is een storing in hetantiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerdewerkplaats.

Dynamische stabiliteitscontrole(ESP/ASR) knipp ert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit. permanent. Storing in het ESP-/ASR-systeem, tenzijdeze is uitgeschakeld (toets ingedrukten verklikkerlampje van de toets brandt). Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

37Controle tijdens het rijdenControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenZelfdiagnose motorpermanent. Er is een storing in de emissieregeling.Het controlelampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.knippert. Er is een storing in hetmotormanagementsysteem. Kans op beschadiging van de katalysator. Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats.Laagbrandstofniveaupermanent. Als het lampje gaat branden zit er nog ongeveer 5 literbrandstofinfde tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt. Dit controlelampje gaat elke keer na het aanzetten vanhet contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is.

Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter (benzine) of 46 liter (diesel); (Afhankelijk van de uitvoering:ongeveer 30 liter (benzine of diesel)). Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en hetinjectiesysteem beschadigd raken.Te hogekoelvloeistoftemperatuurpermanent rood. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot de motor is afgekoeld. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenMotoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Laad stroom accu permanent. Er is een storing in het laadstroomcircuitvan de accu (vervuilde of losgeraakte accuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...). Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan. Parkeer de auto op een veilige plek. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. Een of meer portierengeopendpermanent, bij een snelheidlager dan 10 km/h. Een portier of de achterklep is nietgoed gesloten. Sluit het desbetreffende carrosseriedeel. permanent in combinatiemet een geluidssignaal, bij een snelheid hoger dan 10 km/h.

39Controle tijdens het rijdenAirbagstijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkeleseconden en dooft als het contactwordt aangezet.Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. permanent. Er is een storing in een van de airbagsof de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats.Controlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenVeiligheidsgordelniet vastgemaaktof losgemaaktpermanent, en knippert vervolgens in combinatiemet een in volumetoenemend geluidssignaal De bestuurder en/of de voorpassagier heeft zijn veiligheidsgordel nietvastgemaakt of losgemaakt.Trek aan de gordel en klik de gesp vast in degesphouder. Stuurbekrachtigingpermanent.

Er is een storing met betrekking tot de stuurbekrachtiging.Rijd voorzichtig en met lage snelheid.Laat het systeem nakijken door het CITROËN-netwerkof een gekwalificeerde werkplaats.

Als bij draaiende motor de wijzer zich bevindt in:- zone A , is de temperatuur in orde,- zone B, is de temperatuur te hoog. Dewaarschuwingslampjes STOPen het koelvloeistoftemperatuurlampje 1 gaan rood branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Koelvloeistoftemperatuurmeter De temperatuur en de druk in het koelcircuitbeginnen na enkele minuten rijden te stijgen. Om koelvloeistof bij te vullen:) wacht tot de motor is afgekoeld, ) draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen,) verwijder vervolgens de dop,) vul bij tot aan het merkteken "MAXI".

41Controle tijdens het rijden De onderhoudsintervalindicator geeft aanhoeveel kilometer u nog verwijderd bent van deeerstvolgende onderhoudscontrole volgens hetschema van de fabrikant. Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsintervalindicator op basis van twee parameters: - het aantal afgelegde kilometers, - de verstreken tijd sinds de laatsteonderhoudscontrole. Onderhoudsintervalindicator De afstand tot de eerstvolgendebeurt is 1000 tot 3000 km Als het contact wordt aangezet, gaatgedurende enkele seconden deonderhoudssleutel branden. De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot deeerstvolgende onderhoudscontrole aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 2800 km.

Als het contact wordt aangezet, geeft hetdisplay een paar seconden het volgende aan: De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 kmVoorbeeld: de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudscontrole bedraagt 900 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display een paar seconden het volgende aan: Enkele seconden na het aanzetten vanhet contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel brandenom aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Enkele seconden na het aanzetten van hetcontact verdwijnt de sleutel; de teller geeft weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan. De afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 km Als het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.

Enkele seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden. De factor tijd kan worden meegewogen bij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder. De sleutel kan ook gaan branden als het interval van twee jaar isoverschreden.Op 0 zetten van deonderhoudsintervalindicator De onderhoudsintervalindicator moet na elke onderhoudsbeurt op 0 gezet worden. Voer dit als volgt uit:) zet het contact af,) druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt,) zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen,) laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt. Als u na deze handeling de accu wiltloskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Het op 0 zetten van de onderhoudsintervalindicator zal anders niet worden opgeslagen.

Opnieuw weergeven van deonderhoudsinformatie U kunt op elk moment de onderhoudsinformatieweergeven. )Druk op de knop voor nulstelling van dedagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkeleseconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de sleutel knipperen om aante geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld:u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Als het contact wordt aangezet, geeft het displayeen paar seconden het volgende aan:

43Controle tijdens het rijden De motorolieniveaumeter geeft aan of het motoroliepeil in orde is. Bij het aanzetten van het contact wordt eerst de onderhoudsintervalindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau. Motorolieniveaumeter Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op eenvlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten nietheeft gedraaid.Olieniveau correctTe weinig olie Als de aanduiding " OIL" knippert incombinatie met het verklikkerlampje service,een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, is het motorolieniveau te laag. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olieworden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.

Storing motorolieniveaumeter Als de aanduiding "OIL --" knippert, duidt dit op een storing in de motorolieniveaumeter. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. 2 merktekens op de peilstok: - = maxi; het oliepeil mag Anooit boven het niveau A uitkomen (kans op schadeaan de motor), - B = mini; als het oliepeil niet boven het niveau B uitkomt,moet het voor de motor van uw auto voorgeschreven type motorolie wordenbijgevuld via de vuldop. Oliepeilstok Raadpleeg het hoofdstuk "Controles" voor de plaats van de peilstok en het bijvullen van motorolie voor het motortype van uw auto.

De kilometerteller geeft de totale kilometerstand van de auto aan.De kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij hetafzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto. Kilometerteller De dagteller geeft het aantal gereden kilometers weer nadat de bestuurder de teller op 0 heeft gezet.) Druk bij aangezet contact op de knop tot dedagteller op 0 staat. Dagteller U kunt de lichtsterkte van dedashboardverlichting handmatig aanpassenaan het licht van de omgeving.Dimmer dashboardverlichting Actief Als de verlichting van de auto is ingeschakeld: )druk op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te variëren, )laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.

45Controle tijdens het rijdenBlack-panelfunctie Met dit systeem kan de verlichting van bepaalde displays worden uitgeschakeld voor een rustiger beeld tijdens nachtelijke ritten. Op het instrumentenpaneel blijft uitsluitend de wagensnelheid en de informatie vande snelheidsregelaar/-begrenzer (indien ingeschakeld) verlicht. De black-panelfunctie wordt uitgeschakeldals er een waarschuwingsmelding wordt doorgegeven en bij het wijzigen van functies of instellingen.Inschakelen) Druk als de verlichting brandt meerdere keren op de linkerknop van hetinstrumentenpaneel om de lichtsterkte van de dashboardverlichting geleidelijk te verminderen. ) Druk nogmaals op de knop om delichtsterkte tot het minimumniveau tebeperken en de sfeerverlichting uit teschakelen.) Druk nogmaals op de knop om de black-panelfunctie in te schakelen.

Boordcomputer Monochroom display AWeergave van de informatie )Druk herhaaldelijk op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om de verschillende informatie van de boordcomputer weer te geven.De boordcomputer kan de volgende informatieweergeven: - actieradius, - momenteel brandstofverbruik, - de teller van het Stop & Start-systeem, - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid.)Druk nogmaals op de toets om terug tekeren naar de oorspronkelijke weergave. De boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...). Op 0 stellen)Druk langer dan 2 seconden op de toets om de afgelegde afstand, het gemiddeldebrandstofverbruik en de gemiddelde snelheid op 0 te zetten.

47Controle tijdens het rijden Monochroom display C Weergave van de informatie )Druk herhaaldelijk op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaarom de verschillende standen van de boordcomputer weer te geven:- De momentele informatie: ● actieradius, ● momenteelbrandstofverbruik,● nog af te leggen afstand of de teller van het Stop & Start-systeem. - Het traject "1":● afgelegde afstand, ● gemiddeld brandstofverbruik,● gemiddelde snelheid voor het eerste traject.- Het traject "2":● afgelegde afstand, ● gemiddeld brandstofverbruik,● gemiddelde snelheid voor het tweede traject.) Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar het vorige scherm. Kleurendisplay 16 x 9 (MyWay) Traject op nul zetten ) Druk de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar langer dan2 seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven.

De trajecten "1" en "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen. Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject " 2" voor een maandelijks verbruik.

Enkele definities... Actieradius (km of miles) De actieradius geeft aan hoeveelkilometer u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden, berekend op basisvan het gemiddelde verbruik over de laatsteafgelegde kilometers. Momenteel verbruik (l/100 km, km/l of mpg) Dit is het gemiddelde brandstofverbruik over de laatste seconden. Gemiddeld verbruik(l/100 km, km/l of mpg)Dit is het gemiddelde verbruik sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer. Gemiddelde snelheid (km/h of mph) Dit is de gemiddelde snelheid sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer (contact aan). Afgelegde afstand (km of miles) Deze afstand wordt berekend sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer.Stop & Start-teller (minuten/seconden of uren/minuten) Als uw auto is uitgerust met Stop & Start, registreert een teller hoelang de STOP-stand tijdens een traject is geactiveerd.

De teller wordt, elke keer als u het contact met de sleutel aanzet, weer op nul gezet. Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentelebrandstofverbruik aanzienlijk kanwijzigen. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven. Deze functie wordt alleen weergegevenbij snelheden vanaf 30 km/h. Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt. Nog af te leggenafstand(km of mijlen) Dit is de nog af te leggen afstand tot de eindbestemming. Deze afstand kan door degebruiker worden ingevoerd. Als de afstand niet wordt ingevoerd,verschijnen er streepjes in plaats van cijfers.

Monochroom display A Dit display kan de volgende informatie weergeven:- de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), - controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...),- informatie van de autoradio (radio, CD, ...),- de boordcomputerfuncties (zie het hoofdstuk "Controle tijdens het rijden"). Het display kan tijdelijk waarschuwingsmeldingen (bijv.: "Storingemissieregeling") of informatie (bijv.:"Achterklep open") weergeven.

Deze kunnenworden gewist door op de toets "ES C" tedrukken.Weergave op het display Druk op het bedieningspaneel van uwAutoradio:) op de toets "MENU" voor toegang tot hethoofdmenu,) op de toets "  " of "  " om door de items ophet display te scrollen, ) op de toets "MODE" om de permanentweergegeven toepassing te wijzigen (datum, audio-informatie...), ) op de toets "  " of " " om de waarde van een instelling te wijzigen, ) op de toets " OK" om te bevestigen, of ) op de toets "ESC" om de uitgevoerdehandeling af te breken. Toetsen)Druk op de toets "MENU"om hethoofdmenu weer te geven en op de toets " " of " " om door de items op het display te scrollen:- radio-CD, - configuratie van de auto, - opties, - instellingen display, - talen, - eenheden.)Druk op de toets "OK" om het gewenste menu te selecteren. Hoofdmenu

53Multifunctionele displays Radio-CD Als uw Autoradio is ingeschakeld en het menu "Radio-CD" is geselecteerd, kunnen de functiesvan de radio (RDS, REG) en de CD-speler (introscan, willekeurig afspelen, herhalen vanCD) worden geactiveerd of gedeactiveerd. Raadpleeg voor meer informatie over de radio/CD-speler het gedeelte Autoradio van hethoofdstuk "Audio en datacommunicatie".Confi guratie van de auto Als het menu "Config. auto" is geselecteerd,kunnen de volgende functies geactiveerd of gedeactiveerd worden: - het inschakelen van de ruitenwisser achter als de achteruitversnelling wordtingeschakeld (zie het hoofdstuk "Zicht"), - de follow me home-verlichting (zie hethoofdstuk "Zicht"),- de parkeerhulp (zie het hoofdstuk "Rijden"). Opties Als het menu "Opties" is geselecteerd, kan destatus van de verschillende functies worden weergegeven (geactiveerd, gedeactiveerd,storing).

Talen Als het menu "Talen" is geselecteerd, kan de taal van de weergave van het display worden gewijzigd (Français, Italiano, Nederlands, Portugues, Portugues-Brasil, Deutsch, English, Español). Eenheden Als het menu "Eenheden" is geselecteerd,kunnen de eenheden van de volgende parameters worden gewijzigd: - temperatuur (°C of °F), - brandstofverbruik (l/100, mpg of km/l). Als de eenheid voor hetbrandstofverbruik is ingesteld op mpg, wordt de informatie over de wagensnelheid en de afstanden op het display weergegeven in mph en mijlen. Om veiligheidsredenen mag debestuurder het multifunctionele displayuitsluitend bedienen als de auto stilstaat.

Instellingen display Als het menu "Instellingen disp." is geselecteerd, kunnen de volgende parametersworden ingesteld: - jaar, - maand,- dag,- uren, - minuten, - tijdsaanduiding in 12 of 24 uur.) Selecteer een parameter en druk op de toets " " of " " om de waarde te wijzigen.) Druk op de toets "  " of " " om de vorige of volgende parameter te selecteren. ) Druk op de toets " OK" om de gewijzigdewaarde op te slaan en terug te keren naar het vorige scherm of druk op de toets"ESC" om de uitgevoerde handeling af te breken.

55Multifunctionele displays Monochroom display C Dit display kan de volgende informatie weergeven: - de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), - controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...), - audiofuncties (radio, CD, USB-/Jack-aansluitingen, ...), - informatie van de boordcomputer (zie het hoofdstuk "Controle tijdens het rijden"). Het display kan tijdelijk waarschuwingsmeldingen(bijv.: "Storing emissieregeling") of informatie (bijv.: "Automatische verlichting ingeschakeld")weergeven. Deze kunnen worden gewist door op de toets "ESC" te drukken.

Weergave op het displayDruk op het bedieningspaneel van uwAutoradio:) op de toets " MENU" voor toegang tot hethoofdmenu,) op de toets "  " of "  " om door de items op het display te scrollen, ) op de toets "MODE" om de permanent weergegeven toepassing te wijzigen (boordcomputer, audio, ...),) op de toets " " of "" om de waarde van een instelling te wijzigen, ) op de toets "OK" om te bevestigen, of ) op de toets "ESC" om de uitgevoerde handeling af te breken.Toetsen) Druk op de toets "MENU"om hethoofdmenu weer te geven:- audiofuncties, - boordcomputer,- persoonlijke instellingen - configuratie, - telefoon (handsfree kit).) Druk op de toets " " of "" om het gewenste menu te selecteren en bevestig door op de toets "OK" te drukken. Hoofdmenu

Als uw Autoradio is ingeschakeld en dit menuis geselecteerd, kunnen de functies vande radio (RDS, REG, RadioText), de CD-speler (introscan, willekeurigafspelen, herhalen van CD) of de MP3-speler (USB-/Jack-aansluitingen) worden geactiveerdof gedeactiveerd.Raadpleeg voor meer informatie over de audiofuncties het gedeelte Autoradio van hethoofdstuk "Audio en datacommunicatie". Menu "Audiofuncties" Menu "Boordcomputer" Via dit menu kunt u verschillende informatiemet betrekking tot de auto raadplegen (logboek waarschuwingsmeldingen, staat van defuncties, ...). Logboek waarschuwingsmeldingen Deze functie herhaalt de actieve waarschuwingsmeldingen door zeachtereenvolgens op het multifunctioneledisplay te laten verschijnen. Staat van de functies Deze functie somt de actieve en inactieve functies die in deze auto aanwezig zijn op.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met DS 3 (2011) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden