Citroën C-Zero (2015) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Citroën C-Zero (2015) (92 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen. Heb je een vraag over Citroën C-Zero (2015) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Citroën |
| Categorie: | Auto |
| Model: | C-Zero (2015) |
Handleiding Citroën C-Zero (2015) – volledige tekst
De online-gebruiksaanwijzingAls de rubriek "MyCITROËN" niet beschikbaar is op de website van Citroën voor uw land, kunt u uw gebruiksaanwijzing op het volgende internetadres raadplegen:http://service.citroen.com/ddb/Uw gebruiksaanwijzing is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCITROËN".Selecteer:Selecteer een van de volgende toegangen om uw gebruiksaanwijzing online te raadplegen...Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk.de taal,het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering,de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Scan deze code voor directe toegang tot uw gebruiksaanwijzing.Als u de gebruiksaanwijzing online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.
Wij maken u attent op het volgende:Symbolenveiligheidswaarschuwingaanvullende informatieadviezen met betrekking tot de bescherming van het milieuverwijzing naar aangegeven paginaOm optimaal en in alle veiligheid gebruik te kunnen maken van uw auto is het lezen van de hoofdstukken met uitgebreide informatie noodzakelijk.Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien.Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van CITROËN voorkomen, kan storingen in het elektronische systeem van uw auto veroorzaken.
Neem contact op met een vertegenwoordiger van het merk CITROËN om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van een artikelnummer.Citroën beschikt wereldwijd overeen uitgebreid gamma modellen dat wordt gekenmerkt dooreen geraffineerde mix van hoogwaardige techniek en constante innovatie,evenals een moderne en creatieve benadering van het begrip mobiliteit.Wij danken u voor uw keuze en wensen u veel plezier met uw auto.Goede reis.Achter het stuur van uw nieuwe auto geniet u optimaalals u elke uitrusting,elke schakelaar en elke instelling kent.
..InhoudsopgaveRichtingaanwijzers 56Automatisch inschakelen van de remlichten 56Alarmknipperlichten 56Claxon 57 Urgence-oproep of Assistance-oproep 57Bandenspanningscontrolesysteem 58 Hulpsystemen bij het remmen 62Stabiliteitscontrolesystemen 64Veiligheidsgordels 65Airbags 68VeiligheidKinderzitjes 72Uitschakelen van de airbag vóór aan passagierszijde 75ISOFIX-kinderzitjes 81Kinderslot 84Veilig vervoeren van kinderen Laden van de tractiebatterij 8512V-accu 93Bandenreparatieset 97 Wiel verwisselen 101Sneeuwkettingen 105 Een lamp vervangen 106 Zekeringen vervangen 114 Ruitenwisserblad vervangen 119 Slepen van de auto 119 Aanwijzingen voor het wassen 120Accessoires 120Praktische informatieVoorklep 123 Ruimte onder de voorklep 124Achtercompartiment 125 Niveaus controleren 126Controles 128Onderhoud Motortype en tractiebatterij 129Gewichten 130Afmetingen 131 Identicatie 132Technische gegevens Urgence-oproep of Assistance-oproep 133Autoradio/Bluetooth 135Audio en datacommunicatieZoeken op afbeeldingTrefwoordenregister
859164 97Overzicht4Klepje van het systeem voor normaal ladenAchter dit klepje zit de aansluiting om de batterij van de auto via het gewone elektriciteitsnet op te laden.Klepje snellaadsysteemAchter dit klepje zit de aansluiting om de batterij van de auto via het snellaadsysteem op te laden (volgens uitvoering).BandenreparatiesetMet deze set, bestaande uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel, kunt u een noodreparatie aan een band uitvoeren.BuitenzijdeASR / ESPDeze systemen houden uw auto in het juiste spoor binnen de grenzen van de natuurkundige wetten.
.301354942Overzicht5InterieurSelectiehendelSelectiehendel met 4 standen: P, , en .R N DBediening voor openen klepjes laadsystemenAirconditioningDe airconditioning zorgt na het instellen van het gewenste comfortniveau voor een aangenaam klimaat in de auto, afhankelijk van de weersomstandigheden buiten.Audio-installatieDeze audio-installatie is voorzien van de nieuwste technologie: autoradio met MP3-afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth handsfree set,...Klepje van systeem voor normaal laden.Klepje snellaadsysteem (volgens uitvoering).
Eco-rijden8Zuinig en milieuvriendelijk rijdenMet enkele praktische tips voor in het dagelijkse gebruik kunt u het energieverbruik van de auto beperken en de actieradius vergroten.Hanteer een soepele rijstijlHet energieverbruik van uw auto is sterk afhankelijk van de omstandigheden op de weg, van uw rijstijl en van de rijsnelheid.Probeer altijd een soepele rijstijl te hanteren.Rijd zo veel mogelijk in het "Eco"-zone van de energiemeter: accelereer rustig en gelijkmatig, rijd waar mogelijk met een constante en gematigde snelheid.Energie herwinnenAnticipeer tijdens het rijden zodat u energie kunt terugwinnen en de actieradius van de auto kunt vergroten.Gebruik de "Charge"-zone van de verbruiks-/ energieopwekkingsindicator zo veel mogelijk: anticipeer op de omstandigheden door de auto tijdig te laten uitrijden in plaats van te remmen.Gebruik van elektrische uitrustingDe verwarming en de airconditioning krijgen hun energie van de tractiebatterij.Als deze voorzieningen te veel worden gebruikt, zal de actieradius van de auto beduidend afnemen.
Schakel ze daarom uit zodra de auto op de gewenste temperatuur is en controleer elke keer bij het starten of de airconditioning of de verwarming aan staat.Probeer ook het gebruik van de voorruitontwaseming, de achterruitverwarming en de stoelverwarming zo veel mogelijk te beperken.Voorkom onnodig energieverbruikNeem, net als bij andere auto's, geen onnodige lading (gewicht) mee en voorkom dat de stroomlijn van de auto wordt doorbroken (rijden met open ruiten bij snelheden boven de 50 km/h, allesdragers op het dak, dakkoffer…).Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig en houd u aan het door CITROËN voorgeschreven onderhoudsschema.
Controle tijdens het rijden10ControlelampjesDe controlelampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder bij een eventuele storing (waarschuwingslampje).Bijbehorende waarschuwingenSommige controlelampjes kunnen gaan branden in combinatie met een geluidssignaal.Controlelampjes kunnen constant branden of knipperen.Een aantal controlelampjes heeft beide mogelijkheden. Of het constant branden of knipperen van een controlelampje duidt op een storing, is afhankelijk van de werkingsfase van de auto.Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes enkele seconden branden.Als de motor wordt gestart, gaan deze lampjes na enkele ogenblikken uit.Als een lampje blijft branden, controleer dan om welke functie het gaat en raadpleeg het desbetreffende hoofdstuk.
1Controle tijdens het rijden11Controlelampjes ingeschakelde functiesDe volgende lampjes op het instrumentenpaneel geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld. Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenRichtingaanwijzer linksKnippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omlaag beweegt.Richtingaanwijzer rechtsKnippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omhoog beweegt.AlarmknipperlichtenKnippert, met geluidssignaal.De schakelaar voor de alarmknipperlichten op het dashboard is ingedrukt.De richtingaanwijzers links en rechts en de bijbehorende controlelampjes knipperen tegelijkertijd.Parkeerlicht en/of dimlicht Brandt constant. Het parkeerlicht en/of het dimlicht is ingeschakeld. Mistlampen vóór Brandt constant. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld.Draai de ring twee standen naar achteren om de mistlampen vóór uit te schakelen.
Controle tijdens het rijden12 Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenReady(klaar)Brandt constant, in combinatie met een geluidssignaal.De auto is klaar om weg te rijden, u kunt het gaspedaal intrappen.Het lampje brandt net zo lang als het systeem onder spanning staat. Handrem Brandt constant. De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.Zet de handrem vrij zodat het controlelampje uitgaat; trap het rempedaal in.Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.Raadpleeg het hoofdstuk "Rijden" voor meer informatie over de handrem.Tractiebatterij laden (normaal laden of snelladen) Brandt constant. De tractiebatterij wordt geladen. Zodra het laden klaar is, gaat het lampje uit. Knippert. De laadkabel is aangesloten maar de tractiebatterij wordt niet geladen.Controleer of de kabel goed is aangesloten.
1Controle tijdens het rijden13Controlelampjes uitgeschakelde functies Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Passagiersairbag Brandt constant, op de middenconsole.De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF".De frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.Zet de schakelaar in de stand " " om de frontairbag ONaan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".Controleer altijd de status van de passagiersairbag voordat u de motor start. ESP/ASR Brandt constant.
De ESP/ASR-schakelaar op het dashboard (bestuurderszijde) is ingedrukt.Het ESP/ASR is uitgeschakeld.ESP: Electornic Stability Program.ASR: Anti Spin Regeling.Druk de ESP/ASR-schakelaar op het dashboard nogmaals in om het ESP/ASR weer in te schakelen.De systemen worden automatisch opnieuw ingeschakeld bij het starten van de auto.De volgende lampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld.Soms klinkt er ook een geluidssignaal.
Controle tijdens het rijden14Waarschuwingslampjes Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Remsysteem Brandt constant. Remvloeistofniveau te laagofEen storing in de rembekrachtiging.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van CITROËN.Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. + Brandt constant, in combinatie met het waarschuwingslampje ABS.Er is een storing in de elektronische remkrachtverdeler.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Antiblokkeersysteem (ABS) Brandt constant. Er is een storing in het ABS.
De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende controlelampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.Controleer altijd wat er aan de hand is als er een waarschuwingslampje gaat branden.Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
1Controle tijdens het rijden15Electronic Stablility Program en Anti Spin Regeling (ESP/ASR) Knippert. In werking treden van ESP/ASR. Het systeem zorgt voor maximale grip en houdt de auto in het juiste spoor.Matig uw snelheid en pas uw rijstijl aan. Brandt constant. Storing in ESP/ASR. Laat de systemen door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats controleren.+Een of meer portieren geopendBrandt constant, in combinatie met een geluidssignaal.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten.Sluit het desbetreffende carrosseriedeel. 12V-accu laden Brandt constant. Er is een storing in het laadstroomcircuit van de 12V-accu (vervuilde of losgeraakte klemmen, omvormer defect…).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als het lampje niet uitgaat.Elektrische stuurbekrachtiging Brandt constant.
Er is een storing in de de elektrische stuurbekrachtiging.Rijd voorzichtig en met lage snelheid.Laat het systeem nakijken door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen
Controle tijdens het rijden16 Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenVeiligheidsgordel vóór niet vastgemaakt / losgemaaktBrandt eerst constant en gaat dan knipperen in combinatie met een geluidssignaal.De bestuurder en/of de passagier voorin heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt.Doe de gordel om en steek de gesp in de gordelsluiting.Veiligheidsgordel rechtachter los Brandt constant. De rechter achterpassagier heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt. Doe de gordel om en steek de gesp in de gordelsluiting.Veiligheidsgordel linksachter los Brandt constant. De linker achterpassagier heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt.Te lage bandenspanning permanent.
De spanning van één of meer banden is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.Doe dit bij voorkeur bij koude banden.U moet het systeem resetten nadat u de spanning van één of meer banden hebt aangepast en wanneer één of meer wielen zijn gewisseld.Zie voor meer informatie de rubriek "Bandenspanningscontrolesysteem".knipperend en vervolgens permanent.Een storing in het systeem en/of ten minste één sensor van een wiel wordt niet gedetecteerd.De bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd.Laat het systeem controleren door het Citroën-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
1Controle tijdens het rijden17 Airbags Brandt tijdelijk. Als u het contact aanzet, gaat dit lampje een paar seconden branden en dan uit.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als het lampje blijft branden. Brandt constant. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Beveiliging van de tractiebatterij Brandt constant. De laadtoestand van de tractiebatterij is laag of de tractiebatteij is te koud...Beperking van het beschikbare vermogen.Laad de tractiebatterij zo snel mogelijk op.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als het lampje blijft branden.Zelfdiagnose van het hoogspanningscircuit Brandt constant.
Een storing in het elektrische hoogspanningscircuitStop onmiddellijk.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen
Controle tijdens het rijden18EnergievoorraadindicatorWeergaveNaarmate de beschikbare hoeveelheid energie van de tractiebatterij geringer wordt, krijgt de bestuurder vier waarschuwingen achter elkaar: - als nog slechts 2 streepjes op de energievoorraadindicator branden, gaat het symbooltje (brandstofpomp met stekker) knipperen: de reservevoorraad wordt aangesproken. - Het laatste streepje van de energievoorraadindicator knippert. - Het laatste streepje gaat uit: de actieradius wordt niet meer weergegeven, de verwarming en de airconditioning worden uitgeschakeld.Waarschuwing lage energievoorraad - Dit symbooltje gaat op het instrumentenpaneel branden: geleidelijk aan is er steeds minder vermogen beschikbaar.De laadtoestand van de tractiebatterij wordt voortdurend op het instrumentenpaneel weergegeven.
1Controle tijdens het rijden19Verbruiks-/energieopwekkingsindicatorEnergieverbruikAls u het contact aanzet, verbruikt de auto geen energie en wordt er ook geen energie opgewekt: de wijzer bevindt zich in de neutrale stand (mits de verwarming en de airconditioning uitgeschakeld zijn).Zone "Eco"Deze geeft aan hoeveel energie van de tractiebatterij wordt verbruikt of opgewekt tijdens het rijden.Neutrale standZone "Charge"De wijzer verplaatst zich naar rechts. Naarmate er meer energie verbruikt wordt, zal de wijzer steeds verder naar rechts wijzen.De wijzer staat in dit gebied als de auto zuinig rijdt waardoor de actieradius wordt vergroot.De wijzer verplaatst zich naar links. Naarmate de tractiebatterij sterker wordt geladen tijdens het uitrijden en remmen zal de wijzer steeds verder naar links wijzen.
Controle tijdens het rijden20Display op instrumentenpaneelAls het contact in de stand " " staat, kunt u, door een paar keer achter elkaar op de knop te drukken, de volgende gegevens op het display weergeven.ON AKilometertellerSysteem om de totaal afgelegde afstand door de auto tijdens de levensduur te meten.Druk op de knop .ADe totale kilometerstand wordt weergegeven op het display.NulstellingHoud de knop, terwijl het contact aan is en het gewenste traject wordt weergegeven, A B of gedurende minstens 2 seconden ingedrukt.Dagteller (traject A of B)Van twee verschillende trajecten kan de afstand sinds de laatste nulstelling worden bijgehouden.Druk op de knop om het ene of het andere Atraject te kiezen.
1Controle tijdens het rijden21OnderhoudsindicatorDruk na het aanzetten van het contact een paar keer achter elkaar op de knop tot de Aonderhoudsindicator in de gewenste eenheden wordt aangegeven.Deze informatie kan op twee manieren worden aangegeven: - het aantal nog af te leggen kilometers, - de resterende tijd in maanden tot de eerstvolgende beurt.Werking 1. De indicator geeft aan dat er nog 1000 km of 1 maand resteert tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt. 2. De indictator geeft aan dat de termijn tot het eerstvolgende onderhoudsbeurt is verstreken. Elke keer als u het contact aanzet, verschijnt de onderhoudssleutel enkele seconden om aan te geven dat u op korte termijn een onderhoudsbeurt moet laten uitvoeren. 3.
Na het uitvoeren van de onderhoudsbeurt is de indicator gereset en wordt het aantal af te leggen kilometers/de resterende termijn tot de volgende onderhoudsbeurt opnieuw aangegeven.De onderhoudsindicator geeft aan hoever u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudscontrole volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.Dit wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsindicator.
U kunt de lichtsterkte van de dashboardverlichting handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving.Druk op de knop en houd de knop dan Aingedrukt om de lichtsterkte in te stellen op "dag" of "nacht" ongeacht of de verlichting van de auto is ingeschakeld of niet.De lichtsterkte neemt elke keer als er op de knop wordt gedrukt, in stapjes toe.ADruk, wanneer de verlichting het maximale niveau heeft bereikt, nogmaals op de knop om naar het minimale niveau te gaan.Laat de knop los zodra u de gewenste Alichtsterkte hebt bereikt.De instelling wordt opgeslagen zodra u de knop A loslaat en blijft behouden als het contact in stand OFF gezet wordt.Dimmer dashboardverlichting
Controle tijdens het rijden22De aanduiding "---" die betekent dat een onderhoudsbeurt al uitgevoerd had moeten worden, verandert na verloop van een bepaalde tijd en een bepaald aantal verreden kilomters automatisch in de resterende tijd tot de volgende onderhoudsbeurt.Nulstelling van de onderhoudsindicatorNa elke beurt moet de onderhoudsindicator op 0 gezet worden.Voer hiervoor de volgende procedure uit: F Zet het contact af (contact in stand LOCK of ACC). F Druk een paar keer op de resetknop tot Ade onderhoudsindicator op het scherm wordt weergegeven. F Druk op de resetknop en houd deze enkele seconden ingedrukt tot de onderhoudssleutel op het display begint te knipperen. F Druk op de resetknop als de sleutel knippert om de aanduiding "---" te laten veranderen in "CLEAR". Vervolgens wordt de resterende afstand (of tijd) tot de eerstvolgende onderhoudscontrole weergegeven.
1Controle tijdens het rijden23Deze functie geeft een schatting van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden tot de accu leeg is, daarbij rekening houdend met de omstandigheden (rijstijl, gebruik van verwarming, airconditioning…).ActieradiusindicatorAls de actieradius te klein is geworden, wordt er "---" op het display aangegeven.BandenspanningscontrolesysteemKeuze van de gemonteerde set bandenAls u vooraf een tweede set banden met sensoren in het systeem hebt geregistreerd, moet u, na het verwisselen van de wielen, de juiste set selecteren via het display van het instrumentenpaneel.Doe dit op de volgende manier. F Druk op de knop om de functie te Aselecteren.
F Druk nogmaals op de knop A en houd deze langer dan 10 seconden ingedrukt om van bandenset 1 over te schakelen op bandenset 2 of andersom.Na het aanpassen van de bandenspanning van een of meer banden en na het verwisselen van een of meer wielen moet u het bandenspanningscontrolesysteem resetten.Doe dit op de volgende manier. F Druk op de knop om de functie te Aselecteren. F Druk nogmaals op de knop en houd deze Aminimaal 3 seconden ingedrukt.Er klinkt een geluidssignaal en het waarschuwingslampje van het bandenspanningscontrolesysteem knippert tot het resetten is voltooid.
De sleutel met afstandsbediening dient tevens voor het starten van de auto en maakt deel uit van de diefstalbeveiliging.Sleutel met afstandsbedieningUit-/inklappen van de sleutel F Druk op de knop om de sleutel uit of in te Aklappen.Ontgrendelen met de afstandsbediening F Druk op het geopende hangslot om de auto te ontgrendelen.Vergrendelen van de autoNa het ontgrendelen van de auto knipperen de richtingaanwijzers tweemaal en wordt de binnenverlichting ingeschakeld gedurende 15 seconden.Tegelijkertijd worden de buitenspiegels uitgeklapt (volgens uitvoering).Ontgrendelen met de sleutel F Draai de sleutel rechtsom in het slot van het om de auto te bestuurdersportierontgrendelen.Na het ontgrendelen van de auto knipperen de richtingaanwijzers tweemaal en wordt de binnenverlichting ingeschakeld gedurende 15 seconden.In dit geval worden de buitenspiegels niet uitgeklapt (zie paragraaf "Buitenspiegels").Vergrendelen met de afstandsbediening F Druk op het gesloten hangslot om de auto te vergrendelen.Na het vergrendelen van de auto knipperen de richtingaanwijzers éénmaal.Tegelijkertijd worden de buitenspiegels ingeklapt (volgens uitvoering).Vergrendelen met de sleutel F Draai de sleutel linksom in het slot van het om de auto te bestuurdersportiervergrendelen.Na het vergrendelen van de auto knipperen de richtingaanwijzers éénmaal.In dit geval worden de spiegels niet ingeklapt (zie paragraaf "Buitenspiegels").Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder dat binnen 30 seconden een portier of de achterklep wordt geopend, wordt de auto automatisch weer vergrendeld.Met het slot aan passagierszijde kunnen de overige portieren en/of de achterklep niet vergrendeld of ontgrendeld worden.Ontgrendelen van de auto
2Toegang tot de auto25DiefstalbeveiligingElektronische startblokkeringDe contactsleutel bevat een elektronische chip met een speciale code. Tijdens het aanzetten van het contact moet deze code herkend worden om de auto te kunnen starten.De elektronische startblokkering vergrendelt het motorcontrolesysteem kort nadat het contact is uitgeschakeld, waardoor de motor bij inbraak in de auto niet gestart kan worden.Neem zo snel mogelijk contact op met het CITROËN-netwerk als uw auto niet start.Storing afstandsbedieningAls de afstandbediening defect is kan de auto niet meer met de afstandsbediening ontgrendeld en vergrendeld worden. F Ontgrendel of vergrendel de auto eerst met de sleutel in het slot van het bestuurdersportier. F Raadpleeg vervolgens het CITROËN-netwerk om de werking van de afstandsbediening te laten controleren en de batterij te laten vervangen voor zover noodzakelijk.
Toegang tot de auto26Sleutels verlorenGa met het kentekenbewijs van de auto en uw legitimatiebewijs naar het CITROËN-netwerk.Het CITROËN-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en voor nieuwe sleutels zorgen.AfstandsbedieningDe radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen, om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden.Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik en het zicht van uw auto.
De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden.De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uit is.Vergrendelen van de autoHet rijden met vergrendelde portieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit voor korte duur.DiefstalbeveiligingBreng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering; dit kan tot storingen leiden.Bij het aanschaffen van een gebruikte autoLaat uw sleutels door het CITROËN-netwerk in het elektronische geheugen van de auto opslaan, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
2Toegang tot de auto27PortierenVan buitenaf F Ontgrendel de auto met de afstandsbediening of de sleutel en trek aan de portiergreep.Van binnenuit F Trek aan de hendel van het voor- of achterportier om dit te openen.Als de portieren vergrendeld zijn: - bij het openen van het bestuurdersportier worden de andere portieren ontgrendeld, - het passagiersportier en de achterportieren moeten eerst handmatig ontgrendeld worden, voordat ze geopend kunnen worden.Als een portier of de achterklep niet goed gesloten is, gaat het verklikkerlampje op het instrumentenpaneel branden totdat het desbetreffende portier of de achterklep gesloten wordt.OpenenSluitenVergrendelen / ontgrendelen van binnenuit F Druk de knop op het bestuurdersportier naar voren om de portieren en de achterklep te vergrendelen en naar achteren om ze te ontgrendelen.Met de vergrendelknopjes op het passagiersportier en de achterportieren kunnen alleen de desbetreffende portieren vergrendeld / ontgrendeld worden.
De bediening van de ruiten achter kan geblokkeerd worden omwille van de veiligheid van kinderen op de achterbank.Na het afzetten van het contact kunnen de ruiten nog ongeveer 30 seconden worden bediend.Nadat het bestuurdersportier is gesloten kunnen de ruiten niet meer worden geopend of gesloten.Contact AAN: F Druk of trek de schakelaar tot het zware punt. De ruit stopt zodra u de schakelaar loslaat.Neem bij het verlaten van de auto, zelfs voor een korte periode, altijd de sleutel uit het contact.Wanneer tijdens het bedienen van de ruit iets tussen de ruit en de sponning bekneld raakt, moet de ruit weer worden geopend.
Druk daarvoor op de desbetreffende schakelaar.Wanneer de bestuurder de ruit aan passagierszijde bedient, moet deze ervan verzekerd zijn dat niets het correcte sluiten van de ruit verhindert.De bestuurder moet ervan verzekerd zijn dat de passagiers op de juiste manier gebruik maken van de elektrische ruitbediening.Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het bedienen van de ruit niet kunnen bezeren.Automatische bediening (bestuurderszijde) F Druk de schakelaar tot voorbij het zware punt in. Als u de schakelaar hebt losgelaten, opent de ruit aan bestuurderszijde volledig. F Druk nogmaals op de schakelaar om de beweging van de ruit te stoppen.
Toegang tot de auto30Klepjes laadsystemen F Trek aan de hendel A aan de onderzijde van het dashboard aan bestuurderszijde om het klepje te ontgrendelen,Normaal laden F Trek aan de hendel aan de linkerzijde Conder de bestuurdersstoel om het klepje te ontgrendelen.Snelladen*Raadpleeg het hoofdstuk "Praktische informatie" voor meer informatie over de laadprocedures. F Open het klepje aan de rechterzijde van de auto, F Druk de borglip B opzij om de afdekkap van de aansluiting te openen. * Volgens uitvoering. F Open het klepje aan de linkerzijde van de auto. F Druk de borglip D opzij om de afdekkap van de aansluiting te openen.
Comfor t32Hoogteverstelling hoofdsteun F Trek de hoofdsteun omhoog om deze hoger te zetten. F Duw de hoofdsteun omlaag en druk tegelijkertijd de verstelknop in om de hoofdsteun lager te zetten. F Verwijder de hoofdsteun door deze in de hoogste stand te zetten en omhoog te trekken terwijl u de verstelknop indrukt. F Plaats de hoofdsteun terug door de pennen in de opening van de rugleuning te steken en de verstelknop in te drukken.Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwijderd. Dit is gevaarlijk, mede omdat losliggende hoofdsteunen bij een noodstop kunnen veranderen in gevaarlijke projectielen.
De hoofdsteunen moeten altijd zijn geplaatst en correct zijn afgesteld.Controleer na het verstellen van de hoofdsteun of de verstelknop goed vergrendeld is.De stand van de hoofdsteun is juist als de bovenzijde van de hoofdsteun zich ter hoogte van de bovenzijde van het hoofd bevindt.Druk op de schakelaar op het dashboard om de verwarming van de bestuurdersstoel in te schakelen.Het controlelampje van de schakelaar gaat branden.De temperatuur wordt automatisch geregeld.Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming uit te schakelen.Schakelaar stoelverwarming
3Comfor t33AchterbankDe achterbank bestaat uit twee verstelbare en neerklapbare rugleuningen en een vaste zitting.Hoofdsteunen achterDe hoofdsteunen hebben twee standen, een hoge stand (comfort en meer veiligheid) en een lage stand (beter zicht naar achteren voor de bestuurder).De hoofdsteunen kunnen ook worden verwijderd.Verwijderen van een hoofdsteun:F trek de hoofdsteun omhoog tot aan de aanslag, F druk vervolgens de pal in.Ga nooit rijden met passagiers op de achterbank als de hoofdsteunen zijn verwijderd; de hoofdsteunen moeten zijn geplaatst en in de hoge stand staan.Verstellen van de hoek van de rugleuningVerstellen van de rugleuning: F trek de hendel naar voren om de rugleuning te ontgrendelen, F zet de rugleuning in de gewenste stand en laat de hendel los.De rugleuning kan in zeven verschillende standen worden gezet.Controleer altijd of de rugleuning goed bevestigd is.
Comfor t34Terugplaatsen van de rugleuning F Zet de rugleuning rechtop en vergrendel deze, F zet de hoofdsteunen weer in de hoogste stand of plaats deze terug. 1. Zet de hoofdsteunen in de laagste stand of verwijder deze indien nodig, 2. trek de hendel naar voren om de rugleuning te ontgrendelen, 3. kantel de rugleuning naar voren.Neerklappen van de rugleuningLet erop dat bij het terugplaatsen van de rugleuningen de veiligheidsgordels niet klem komen te zitten.
3Comfor t35BuitenspiegelsVerstellenDe spiegels zijn te verstellen wanneer het contact in de stand "ON" of "ACC" staat. F Beweeg de bedieningsknop A naar links of rechts om de gewenste spiegel te selecteren. F Beweeg de bedieningsknop B in de 4 richtingen om de spiegel af te stellen.Zet na het verstellen de bedieningsknop weer Ain de neutrale positie.BuitenspiegelsDe buitenspiegels zijn tevens handmatig in te klappen.De buitenspiegels mogen echter nooit handmatig worden uitgeklapt om te voorkomen dat een spiegel onder het rijden weer inklapt.Gebruik altijd de knop C om de spiegels uit te klappen.Elektrisch inklappen / uitklappen* F Contact in de stand "ON" of "ACC": druk op de knop om de buitenspiegels uit te Cklappen. F Contact in de stand "LOCK": druk binnen 30 seconden op de knop om de Cbuitenspiegels in te klappen.* Volgens uitvoering.
Comfor t36BinnenspiegelStel de binnenspiegel af door deze omhoog, omlaag en/of naar links of naar rechts te bewegen.De binnenspiegel heeft twee standen: - dag (normaal), - nacht (antiverblinding).U kunt de stand wijzigen door het hendeltje aan de onderzijde van de binnenspiegel naar voren of achteren te zetten.
Comfor t3812V-aansluiting F Verwijder het afdekkapje en sluit een geschikte adapter aan als u een 12V-accessoire wilt aansluiten (max. 120 W).VloermatOm te voorkomen dat de pedalen blokkeren: - maak uitsluitend gebruik van matten die op de reeds in de auto aanwezige bevestigingen passen. Het gebruik van deze bevestigingen is verplicht. - leg nooit meerdere matten boven op elkaar.Om de vloermat aan de bestuurderszijde te verwijderen: schuif de bestuurdersstoel zo ver mogelijk naar achteren en neem de bevestigingen los.Leg de vloermat weer terug op de pennen en klem de bevestigingen vast. Controleer of de vloermat goed bevestigd is.De zonnekleppen kunnen naar voren worden geklapt, en naar de zijkant wanneer ze zijn losgeklikt.Ze zijn voorzien van een make-upspiegel en een opbergvakje voor tickets.Zonnekleppen
3Comfor t39De draagbare apparatuur kan automatisch worden opgeladen als deze op de USB-aansluiting is aangesloten.Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze uitrusting het hoofdstuk "Audio en Telematicasysteem".USB-boxDeze USB-aansluiting bevindt zich op het onderste deel van de middenconsole.Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten, zoals een iPod® of een USB-stick.Dankzij deze aansluiting kunt u de audiobestanden op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw autoradio.U kunt deze bestanden beheren met de toetsen op het bedieningspaneel van de autoradio.
Comfor t40VentilatieLuchttoevoerDe lucht in het interieur wordt gefilterd en wordt van buitenaf toegevoerd via het luchtrooster onder de voorruit, of in het interieur gerecirculeerd.De ventilatie zorgt voor een optimaal comfort en zicht in het interieur.BedieningspaneelDe lucht kan afhankelijk van de instellingen via verschillende circuits worden toegevoerd.Stel de temperatuurregeling in: de lucht van de verschillende circuits wordt gemengd om het gewenste comfortniveau te bereiken.Stel de luchtverdeling in: de lucht wordt via de gewenste uitstroomopeningen verdeeld.Stel de luchtopbrengst in: de aanjagersnelheid wordt verhoogd of verlaagd.De bedieningsschakelaars bevinden zich op het paneel A van de middenconsole.Luchtverdeling 1. Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de voorruit. 2. Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de zijruiten. 3.
3Comfor t41Neem voor een optimale werking van de verwarming, ventilatie en airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht: F Als de binnentemperatuur zeer hoog blijft nadat de auto lang in de zon heeft gestaan, kunt u het passagierscompartiment kort ventileren door de ruiten te openen. Zet de knop van de luchtopbrengst zodanig dat de interieurlucht goed ververst wordt. F Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water onder de auto vormt. Dit is een normaal verschijnsel. F Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters en overige uitstroomopeningen en de ventilatieopening in de bagageruimte vrij blijven.
F Kies onder normale omstandigheden altijd voor de toevoer van buitenlucht; bij langdurig gebruik van de luchtrecirculatie in het interieur kunnen de voorruit en de zijruiten beslaan. F Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om het systeem in goede staat te houden. F Controleer regelmatig de staat van het interieurfilter en laat de filterelementen periodiek vervangen (zie het hoofdstuk "Controles"). F Laat de airconditioning regelmatig controleren om het systeem in perfecte staat te houden.
F Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioningDe verwarming en ventilatie worden gevoed door de tractiebatterij; het gebruik ervan zorgt voor een hoger stroomverbruik van de auto en daarmee voor een kleinere actieradius.Schakel de verwarming of de airconditioning uit als u dat noodzakelijk lijkt.
Comfor t42AirconditioningDe airconditioning kan worden gebruikt zodra het verklikkerlampje "Ready" brandt.1. Temperatuurregeling F Draai de knop rechtsom om de temperatuur te verhogen en linksom om deze te verlagen.Het systeem kan handmatig worden ingesteld of automatisch functioneren.1. Temperatuurregeling2. Luchtopbrengstregeling3. Luchtverdeling 4. Toevoer van buitenlucht/luchtrecirculatie 5. Toets "Max" 6. Airconditioning aan/uitAlsdeknopindestand"●"staat,isdetemperatuur van de toegevoerde lucht gelijk aan die van de buitenlucht.Als u tijdens het gebruik van de verwarming of airconditioning de knopindestand"●"zet,wordtdeverwarming of airconditioning direct uitgeschakeld.Verwarming / ventilatieZodra het lampje "Ready" gaat branden kunnen de verwarming en ventilatie worden gebruikt.
3Comfor t434. Toevoer van buitenlucht/luchtrecirculatieDe toevoer van buitenlucht voorkomt het beslaan van de voorruit en zijruiten.De recirculatiestand dient om de luchttoevoer af te sluiten bij stank en stofoverlast.Schakel zo snel mogelijk de toevoer van buitenlucht weer in om te voorkomen dat de luchtkwaliteit in het interieur achteruitgaat en de ruiten beslaan. F Druk op deze toets om de lucht in het interieur te laten recirculeren. Het lampje brandt om aan te geven dat de luchtrecirculatie is ingeschakeld. F Druk nogmaals op de toets om de toevoer van buitenlucht weer in te schakelen. Het lampje gaat uit.3.
LuchtverdelingZet de knop in de gewenste stand om de lucht te verdelen via:de middelste ventilatieroosters en zijventilatieroosters,de middelste ventilatieroosters, de zijventilatieroosters en de uitstroomopeningen voor de beenruimte,de uitstroomopeningen voor de beenruimte,de uitstroomopeningen voor de voorruit, de zijruiten en de beenruimte,de uitstroomopeningen voor de voorruit en de zijruiten.De luchtstroom kan worden gevarieerd door de knop in een van de middenstanden te zetten.Als de knop in de stand " " staat, AUTOwordt de luchtverdeling automatisch geregeld, afhankelijk van de gekozen temperatuur.2. Luchtopbrengstregeling F Draai de knop rechtsom om de aanjagersnelheid te verhogen en linksom om deze te verlagen.Als de knop in de stand " " AUTOstaat, wordt de aanjagersnelheid automatisch geregeld, afhankelijk van de temperatuur in het interieur.
Comfor t446. Airconditioning aan/uitAan F Druk op de toets , het desbetreffende "A/C"controlelampje gaat branden.De airconditioning werkt niet als de regeling voor de luchtopbrengst is uitgeschakeld.Uit F Druk nogmaals op de toets , het "A/C"desbetreffende controlelampje gaat uit.Als de airconditioning is uitgeschakeld, kunnen onaangename verschijnselen optreden (vocht, beslagen ruiten).5. Toets "MAX"De airconditioning werkt doeltreffend in elk jaargetijde, mits de ruiten zijn gesloten.Het systeem stelt u in staat: - de temperatuur in het interieur 's zomers te verlagen, - in de winter bij temperaturen boven 3°C beslagen ruiten snel te ontwasemen.Met deze toets kan het interieur snel worden verwarmd of gekoeld. Als de knop van de luchtopbrengstregeling in de stand "OFF" staat, werkt deze toets niet.Druk op deze toets.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Citroën C-Zero (2015) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Citroën
Alle Citroën Auto handleidingen