Citroën DS3 Cabrio (2017) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Citroën DS3 Cabrio (2017) (168 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen. Heb je een vraag over Citroën DS3 Cabrio (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

InstructIeboekje

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Citroën
Categorie: Auto
Model: DS3 Cabrio (2017)

Handleiding Citroën DS3 Cabrio (2017) – volledige tekst

Het online-instructieboekjeAls de rubriek "MyCITROËN" niet beschikbaar is op de website van Citroën voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen:http://service.citroen.com/ddb/Uw instructieboekje is te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCITROËN".Selecteer:Kies een van de volgende manieren om uw instructieboekje online te raadplegen...Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk.de taal,het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering,de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Scan deze code voor directe toegang tot uw instructieboekje.Als u de gebruiksaanwijzing online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.

Wij danken u voor uw keuze voor de DS 3.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles CITROËN houdt zich het recht voor de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit dit boekje bij te werken.In dit instructieboekje worden alle beschikbare uitrustingen van het gamma van de DS 3 behandeld.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen zijn voorzien.Dit instructieboekje behoort tot de uitrusting van de auto. Overhandig het dus bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.

VEILIGHEID PRAKTISCHE INFORMATIEVEILIG VERVOEREN VAN KINDEREN172 Kinderzitjes 175 Uitschakelen van de airbag vóór aan passagierszijde182 ISOFIX-kinderzitjes148 Richtingaanwijzers148 Alarmknipperlichten149 Claxon 149 Noodoproep of Pechhulp150 Bandenspanningscontrolesysteem 154 Hulpsystemen bij het remmen155 Stabiliteitscontrolesystemen 157 Active City Brake 161 Veiligheidsgordels164 Airbags188 Brandstoftank 190 Tankbeveiliging (diesel) 191 Brandstoftank leeg (diesel) 192 Additief AdBlue ® en SCR-systeem (BlueHDi-dieselmotor)199 Bandenreparatieset 204 Wiel verwisselen211 Sneeuwkettingen 212 Een lamp vervangen 220 Zekeringen vervangen 227 12V-accu231 Eco-modus 232 Wisserbladen vervangen 233 Slepen van uw auto 235 Trekken van een aanhanger237 Onderhoudstips239 Accessoires134 Lichtschakelaar 137 Automatische verlichting138 LED-dagrijverlichting 139 Koplampen in hoogte verstellen140 Ruitenwisserschakelaar144 Plafonnier145 Sfeerverlichting 145 Verlichting bagageruimte 008006 007ZICHT005

BuitenzijdeStickerset voor persoonlijke stylingDeze bestickering maakt deel uit van een divers gamma aan leverbare stickersets voor de buitenkant, waarmee u uw auto kunt verfraaien en een persoonlijk tintje kunt geven.Follow me home-verlichtingNa het afzetten van het contact blijven de koplampen nog enkele seconden branden om het uitstappen in het donker te vergemakkelijken.Active City BrakeDit systeem is bedoeld om een kop-staartbotsing te voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, de snelheid te verlagen waarmee de voorligger wordt geraakt. Het grijpt in als de bestuurder niet of onvoldoende reageert.238137157Stop & Start-systeemDit systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als de auto stilstaat (bij rood licht, opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch weer gestart (START-stand) als u weer weg wilt rijden.

Het Stop & Start-systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en een lager geluidsniveau in het interieur tijdens het wachten.120

9OverzichtBandenspanningscontrolesysteemDit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden en waarschuwt u wanneer de spanning van een band te laag wordt.150199BandenreparatiesetMet deze complete set, bestaande uit een compressor en een acon met afdichtmiddel, kunt u een noodreparatie aan een band uitvoeren.Buitenzijde128ParkeerhulpDeze functie waarschuwt u tijdens parkeermanoeuvres voor gesignaleerde obstakels in de directe omgeving van de auto.130AchteruitrijcameraDeze camera wordt automatisch geactiveerd als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld. De beelden van de camera worden weergegeven op het scherm.

InterieurSfeerverlichtingHet gedimde licht van de sfeerverlichting verbetert bij weinig buitenlicht het zicht in het interieur. De verlichting bestaat uit verscheidene lampen die in de voetenruimte en in het onderste opbergvak van het dashboard zijn aangebracht.SchakelindicatorAfhankelijk van de rijomstandigheden en uw rijstijl kan dit systeem u adviseren op te schakelen om het brandstofverbruik te verminderen.ParfumeurDe in het ventilatiesysteem opgenomen parfumeur zorgt voor de verspreiding van een aangename geur (naar keuze) in het gehele interieur.Automatische airconditioningDeze functie maakt het mogelijk de airconditioning op een bepaald comfortniveau in te stellen.

Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz. ). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is.

Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op als u rijdt. Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbakAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij het accelereren bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling. Als uw auto is voorzien van een automatische transmissie of een elektronisch gestuurde versnellingsbak, gebruik dan bij voorkeur de automatische stand en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in.

De schakelindicator adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op. Bij auto's met een elektronisch gestuurde versnellingsbak of een automatische transmissie wordt de schakelindicator uitsluitend in de handmatige stand weergegeven.

Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningenAls het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig). Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.

Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden.Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.Vergeet niet de bandenspanning van het reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren.Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het aan uw situatie aangepaste onderhoudsschema van de fabrikant.Uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit.

Ga zo spoedig mogelijk naar het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de uitstoot van stikstofoxiden terug te brengen tot onder de wettelijke normen.Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruik zich stabiliseert.

19Controle tijdens het rijdenDisplay E. Onderhoudsintervalindicator (km of miles), vervolgens, kilometerteller. Deze twee functies worden achtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. F. Olieniveaumeter. Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveau weergegeven. A. Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar. B. Schakelindicator. C. Informatie elektronisch gestuurde versnellingsbak of automatische transmissie. D. Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

21Controle tijdens het rijdenDisplay C. Onderhoudsindicator (km of miles), vervolgens, kilometerteller. Deze twee functies worden achtereenvolgens na het aanzetten van het contact weergegeven. D. Olieniveaumeter. Na het aanzetten van het contact wordt gedurende enkele seconden het olieniveau weergegeven. A. Snelheidsbegrenzer (km/h of mph) of Snelheidsregelaar. B. Actieradius (km of mijlen) of Dagteller.

De controle- en waarschuwingslampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (controlelampje dat aangeeft of een systeem ingeschakeld of uitgeschakeld is) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje).Controle- en waarschuwingslampjesBijbehorende waarschuwingenSommige lampjes kunnen gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.De lampjes kunnen constant branden of knipperen.Een aantal lampjes heeft beide mogelijkheden.

Of het constant branden of knipperen van een lampje duidt op een storing, is afhankelijk van de werkingsfase van de auto.Als het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft.Het controlelampje voor de passagiersairbag blijft na het aanzetten van het contact nog ongeveer een minuut branden, ook nadat de motor is gestart.Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes enkele seconden branden.Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenVoorgloeien dieselmotor permanent. De sleutel staat in de tweede stand (contact) van het contactslot.Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat.De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden).Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact dan weer aan en wacht opnieuw tot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent. De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.Zet de handrem vrij zodat het verklikkerlampje uitgaat; trap het rempedaal in.Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de handrem. Stop & Start permanent.

Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping, enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart (START-stand) als u wilt wegrijden.knippert enkele seconden en gaat dan uit.De STOP-stand is nu niet beschikbaar.ofDe motor wordt automatisch in de START-stand gezet.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het Stop & Start-systeem.

25Controle tijdens het rijdenVoet op het rempedaal permanent. Het rempedaal moet worden ingetrapt.Trap bij de elektronisch gestuurde versnellingsbak het rempedaal in om de motor te starten (selectiehendel in stand ). NBij de automatische versnellingsbak moet u bij een draaiende motor en voordat u de handrem vrijzet het rempedaal intrappen om de selectiehendel vanuit stand in een andere stand te kunnen zetten.PAls u de handrem vrijzet zonder het rempedaal in te trappen, zal dit verklikkerlampje blijven branden.knippert.Als u de auto met een elektronisch gestuurde versnellingsbak op een helling te lang probeert tegen te houden door het gaspedaal in te trappen, raakt de koppeling oververhit.Gebruik het rempedaal en/of de handrem.Automatische ruitenwissers permanent. De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen.De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd.

Verklikkerlampjes uitgeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld.Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het multifunctionele display. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen Passagiersairbag permanent. De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF".De frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (verklikkerlampje airbags brandt).Zet de schakelaar in de stand " " om de frontairbag ONaan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".

27Controle tijdens het rijdenWaarschuwingslampjesAls bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende waarschuwingslampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een melding op het multifunctionele display wordt weergegeven.Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen STOP permanent, alleen of in combinatie met een ander controlelampje, een geluidssignaal en een bericht op het display.Dit controlelampje brandt bij een ernstige storing aan het remsysteem of bij een te hoge koelvloeistoftemperatuur.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats, omdat de motor onder het rijden kan afslaan.Zet het contact af en neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Service tijdelijk.

Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding op het display zoals bijvoorbeeld: - het motorolieniveau, - het niveau van de ruitensproeiervloeistof, - de batterij van de afstandsbediening, - vervuiling van het roetfilter, bij uitvoeringen met dieselmotor (zie de rubriek "Roetfilter (diesel)").Raadpleeg in andere gevallen het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding op het display en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Remsysteem permanent, in combinatie met het STOP-lampje. Het remvloeistofniveau is te laag. Stop onmiddellijk op een veilige plek.Vul het niveau bij met remvloeistof voorzien van een artikelnummer van CITROËN.Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het CITROËN-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.+permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje ABS en het STOP-lampje.Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (EBD).Stop onmiddellijk op een veilige plek.Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenAntiblokkeersysteem (ABS) permanent.

Er is een storing in het antiblokkeersysteem.De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Dynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR) knippert. Het systeem is bezig in te grijpen. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit.permanent, in combinatie met het verklikkerlampje van de uitschakeltoets, een geluidssignaal en een melding.Storing in het ESP-/ASR-systeem of de Hill Start Assist.Laat dit nakijken door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

29Controle tijdens het rijden Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenZelfdiagnose motor knippert. Er is een storing in het motormanagementsysteem.Kans op beschadiging van de katalysator.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een storing in de emissieregeling.Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Laag brandstofniveau permanent.

Als het lampje gaat branden zit er nog in ongeveer 5 liter brandstofde tank.Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt.Dit verklikkerlampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is.Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter (benzine) of 46 liter (diesel); (Afhankelijk van de uitvoering: ongeveer 30 liter (benzine of diesel)).Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.Te hoge koelvloeistoftemperatuur permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot de motor is afgekoeld.Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen Motoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Laadstroom accu permanent. Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde of losgeraakte accuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Een of meer portieren geopendpermanent, bij een snelheid lager dan 10 km/h.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten. Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.permanent in combinatie met een geluidssignaal, bij een snelheid hoger dan 10 km/h.

31Controle tijdens het rijden Airbags tijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet.Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. permanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenVeiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaaktpermanent, en knippert vervolgens in combinatie met een in volume toenemend geluidssignaal.De bestuurder en/of de voorpassagier heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt.Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder.Stuurbekrachtiging permanent.

Er is een storing met betrekking tot de stuurbekrachtiging.Rijd voorzichtig en met lage snelheid.Laat het systeem nakijken door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenBandenspanning te laagpermanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.De controle dient bij voorkeur bij koude banden te worden uitgevoerd.Elke keer nadat u een of meer banden op spanning hebt gebracht en na het verwisselen van een of meer wielen, moet u het systeem resetten.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het bandenspanningscontrolesysteem.+knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met het verklikkerlampje Service.Er zit een storing in de functie: de bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

33Controle tijdens het rijden Controlelampje brandt Oorzaak Acties / OpmerkingenAdditief AdBlue ® (BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 600 en 2400 km.Laat het AdBlue ®-reservoir snel bijvullen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.+knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 0 en 600 km.Laat het AdBlue ®-reservoir zo snel mogelijk bijvullen om storingen te voorkomen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding dat starten niet is toegestaan.Het AdBlue ®-reservoir is leeg: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem.Om de motor te kunnen starten u het moetAdBlue ®-reservoir (laten) bijvullen: neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.U moet het additiefreservoir bijvullen met minimaal 3,8 liter AdBlue ®.Raadpleeg voor het bijvullen of voor meer informatie over het additief AdBlue ® de desbetreffende rubriek.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen++SCR-emissieregelsysteem(BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem.Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius.Na bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem kunt u maximaal 1100 km afleggen voordat het systeem het starten van de motor blokkeert.Raadpleeg zo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om storingen te voorkomen.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.U hebt de actieradius overschreden die is toegestaan na de bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het startblokkeringssysteem.Neem contact op met het verplichtCITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de motor weer te kunnen starten.

35Controle tijdens het rijdenAls bij draaiende motor de wijzer zich bevindt in:- zone A, is de temperatuur in orde,- zone B, is de temperatuur te hoog. De waarschuwingslampjes STOP en het koelvloeistoftemperatuurlampje 1 gaan rood branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.KoelvloeistoftemperatuurmeterDe temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen.Om koelvloeistof bij te vullen: F wacht tot de motor is afgekoeld, F draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen, F verwijder vervolgens de dop, F vul bij tot aan het merkteken "MAXI".

De onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.OnderhoudsindicatorDe afstand tot de eerstvolgende beurt is 1000 tot 3000 kmAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onderhoudssleutel branden.

De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 2800 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan :5 seconden na het aanzetten van het contact, verdwijnt de sleutel; de teller geeft de kilometerstand aan.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor heeft de mate van vervuiling van de motorolie ook invloed op de berekening (volgens land van bestemming).Deze termijn wordt berekend op basis van de laatste reset van de onderhoudsindicator en is afhankelijk van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.De afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 kmAls het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.

37Controle tijdens het rijdenDe afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 kmVoorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden.5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschredenAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de om aan te sleutel knipperengeven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld: u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor wordt deze waarschuwing, zodra het contact is aangezet, gecombineerd met het permanent branden van het verklikkerlampje Service.Bij de berekening van de resterende hoeveelheid af te leggen kilometers kan ook de factor tijd worden meegewogen, afhankelijk van de rijgewoontes van de bestuurder.De sleutel kan dus ook gaan branden als het interval in tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt, zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant, is overschreden.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor kan de sleutel ook eerder gaan branden, afhankelijk van de kwaliteit van de motorolie (volgens land van bestemming).De afname van de kwaliteit van de motorolie is afhankelijk van de rijomstandigheden van de auto.

Op 0 zetten van de onderhoudsindicatorDe onderhoudsindicator moet na elke onderhoudsbeurt op 0 gezet worden.Voer dit als volgt uit: F zet het contact af, F druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt, F zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen, F laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt.Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Het op 0 zetten van de onderhoudsindicator zal anders niet worden opgeslagen.Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatieU kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. F Druk op de knop voor nulstelling van de dagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer.

39Controle tijdens het rijdenBij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt na het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.Motorolieniveaumeter*Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.Olieniveau correctTe weinig olieAls de aanduiding knippert in "OIL"combinatie met het verklikkerlampje Service, een geluidssignaal en een melding, is het motorolieniveau te laag.Controleer het olieniveau met de peilstok.

Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.Zie de rubriek "Controle van de niveaus".Storing in de motorolieniveaumeterAls de aanduiding knippert, duidt dit "OIL --"op een storing in de motorolieniveaumeter.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd.Zolang het systeem defect is, moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte meten.Zie de rubriek "Controle van de niveaus".* Volgens uitvoering.

De kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij het afzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto.Kilometerteller en dagtellerKilometertellerDeze teller geeft de totale kilometerstand van de auto aan.Voor reizen in het buitenland kan de eenheid van de afstand worden aangepast: de snelheid moet namelijk worden weergegeven in de officiële eenheid van het land (km of mijl). De eenheid kan bij stilstaande auto worden gewijzigd via het configuratiemenu van het display.DagtellerDeze teller geeft het aantal gereden kilometers weer sinds de bestuurder de teller op 0 heeft gezet. F Druk bij aangezet contact op de knop tot de dagteller op 0 staat.

41Controle tijdens het rijdenBlack-panelfunctie(comfortweergave voor nachtelijke ritten)Met dit systeem kan de verlichting van bepaalde displays en meters worden uitgeschakeld voor een rustiger beeld tijdens nachtelijke ritten.Op het instrumentenpaneel wordt uitsluitend de belangrijkste rij-informatie weergegeven, zoals de wagensnelheid, de verklikkerlampjes en de informatie van de snelheidsregelaar/-begrenzer.Inschakelen F Druk als de verlichting brandt meerdere keren op de linkerknop van het instrumentenpaneel om de lichtsterkte van de dashboardverlichting geleidelijk te verminderen. F Druk nogmaals op de knop om de lichtsterkte tot het minimumniveau te beperken en de sfeerverlichting uit te schakelen.

F Druk nogmaals op de knop om de black-panelfunctie in te schakelen.U kunt de lichtsterkte van de dashboardverlichting handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving.Dimmer dashboardverlichtingActiefAls de verlichting van de auto is ingeschakeld: F druk op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te variëren, F laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.InactiefDe dashboardverlichting kan niet worden ingesteld als de verlichting van de auto is uitgeschakeld of, bij auto's met verlichting overdag, in de dagstand staat.

Monochroom display ADit display kan het volgende weergeven: - de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), - de controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...), - de informatie over de audiobron waarnaar wordt geluisterd (radio, CD, ...), - de boordcomputerfuncties, - de waarschuwingsmeldingen en andere meldingen, - de configuratiemenu's voor het display en de uitrusting van de auto.Weergave op het displayDruk op het bedieningspaneel van uw Autoradio: F op de toets voor toegang tot het "MENU"hoofdmenu, F op de toets "5" of "6" om door de items op het display te scrollen, F op de toets om de permanent "MODE"weergegeven toepassing te wijzigen (datum, audio-informatie...), F op de toets "7 8" of " " om de waarde van een instelling te wijzigen, F op de toets "OK" om te bevestigen, of F op de toets "Terug" om de uitgevoerde handeling af te breken.Toetsen F Druk op de toets om het "MENU"hoofdmenu weer te geven en op de toets "5" of "6" om door de items op het display te scrollen:- radio-CD, - configuratie van de auto,- opties, - instellingen display,- talen,- eenheden, F Druk op de toets om het gewenste "OK"menu te selecteren.Hoofdmenu

43Controle tijdens het rijdenRadio-CDAls uw Autoradio is ingeschakeld en het menu "Radio-CD" is geselecteerd, kunnen de functies van de radio (RDS, REG) en de CD-speler (introscan, willekeurig afspelen, herhalen van CD) worden geactiveerd of gedeactiveerd.Raadpleeg voor meer informatie over de radio/CD-speler de rubriek "Autoradio".Conguratie van de autoAls het menu "Config.

auto" is geselecteerd, kunnen de volgende functies geactiveerd of gedeactiveerd worden: - het inschakelen van de ruitenwisser achter als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld (zie de rubriek "Zicht"), - de follow me home-verlichting (zie de rubriek "Zicht"), - de parkeerhulp (zie de rubriek "Rijden").OptiesAls het menu "Opties" is geselecteerd, kan de status van de verschillende functies worden weergegeven (geactiveerd, gedeactiveerd, storing).Via dit menu kunt u ook het bandenspanningscontrolesysteem resetten (zie de rubriek "Veiligheid").

TalenAls het menu "Talen" is geselecteerd, kan de taal van de weergave van het display worden gewijzigd door een keuze te maken uit de lijst van beschikbare talen.EenhedenAls het menu "Eenheden" is geselecteerd, kunnen de eenheden van de volgende parameters worden gewijzigd: - temperatuur (°C of °F), - brandstofverbruik (l/100, mpg of km/l).Als de eenheid voor het brandstofverbruik is ingesteld op mpg, wordt de informatie over de wagensnelheid en de afstanden op het display weergegeven in mph en mijlen.Om veiligheidsredenen mag de bestuurder het multifunctionele display uitsluitend bedienen als de auto stilstaat.Instellingen displayAls het menu "Instellingen disp." is geselecteerd, kunnen de volgende parameters worden ingesteld:- jaar,- maand,- dag,- uren,- minuten, - tijdsaanduiding in 12 of 24 uur. F Selecteer een parameter en druk op de toets "7" of "8" om de waarde te wijzigen.

45Controle tijdens het rijdenMonochroom display CDit display kan het volgende weergeven: - de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), - de controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...), - de audiofuncties (radio, CD, USB-/Jack-aansluitingen, ...), - de boordcomputer, - de waarschuwingsmeldingen en andere meldingen, - de configuratiemenu's voor het display en de uitrusting van de auto.Weergave op het displayDruk op het bedieningspaneel van uw Autoradio: F op de toets voor toegang tot het "MENU"hoofdmenu, F op de toets "5" of "6" om door de items op het display te scrollen, F op de toets om de permanent "MODE"weergegeven toepassing te wijzigen (boordcomputer, audio, ...), F op de toets "7 8" of " " om de waarde van een instelling te wijzigen, F op de toets "OK" om te bevestigen,of F op de toets "Terug" om de uitgevoerde handeling af te breken.Toetsen F Druk op de toets om het "MENU"hoofdmenu weer te geven:- audiofuncties,- boordcomputer, - persoonlijke instellingen - configuratie, - telefoon (handsfree set).

Als uw Autoradio is ingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunnen de functies van de radio (RDS, REG, RadioText), de CD-speler (introscan, willekeurig afspelen, herhalen van CD) of de MP3-speler (USB-/Jack-aansluitingen) worden geactiveerd of gedeactiveerd.Raadpleeg voor meer informatie over de audiofuncties de rubriek "Autoradio". Menu "Audiofuncties" Menu "Boordcomputer"Via dit menu kunt u verschillende informatie met betrekking tot de auto raadplegen (logboek waarschuwingsmeldingen, staat van de functies, ...).Logboek waarschuwingsmeldingenDeze functie herhaalt de actieve waarschuwingsmeldingen door ze achtereenvolgens op het multifunctionele display te laten verschijnen.Staat van de functiesDeze functie geeft aan welke functies van de auto actief of inactief zijn.De afstand tot de bestemming invoerenHiermee kunt u een door u geschatte afstand tot de plaats van bestemming invoeren.

F Druk op de toets om het "MENU"hoofdmenu weer te geven. F Druk op de pijlen en vervolgens op de toets om het menu "OK""Boordcomputer" te selecteren. F Selecteer in het menu "Boordcomputer"de volgende functies:

47Controle tijdens het rijdenMenu "Persoonlijke instellingen - configuratie"Als dit menu is geselecteerd, kunnen de volgende functies worden geselecteerd: - parameters van de auto, - configuratie van het display,- taalkeuze.Parameters van de auto instellenVia dit menu kunnen verschillende systemen van de auto geactiveerd of uitgeschakeld worden: - het inschakelen van de ruitenwisser achter als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld (zie de rubriek "Zicht"), - de follow me home-verlichting en de tijdsduur ervan (zie de rubriek "Zicht"),Voorbeeld: instellen van de tijdsduur van de follow me home-verlichting F Druk op de toets "5" of "6" en vervolgens op om het gewenste menu te "OK"selecteren. F Druk op de toets "5" of "6" en vervolgens op om het item "Follow me home" te "OK"selecteren.

F Druk op de toets "7 8" of " " om de gewenste waarde in te stellen (15, 30 of 60 seconden) en druk op de toets om "OK"te bevestigen. F Druk op de toets "5" of "6" en vervolgens op om "OK" "OK" te selecteren en bevestigen of op de toets "Terug" om de uitgevoerde handeling af te breken.Via dit menu kunt u ook het bandenspanningscontrolesysteem resetten (zie de rubriek "Veiligheid"). - de parkeerhulp (zie de rubriek "Rijden"), - het automatische noodremsysteem (zie de rubriek "Active City Brake").

Conguratie displayAls dit menu is geselecteerd, kunnen de volgende parameters worden geselecteerd: - instellen lichtsterkte-video, - instellen datum en tijd, - kiezen van eenheden.Wanneer het brandstofverbruik in mpg wordt weergegeven, wordt de op het display getoonde informatie met betrekking tot de snelheid en de afstand in respectievelijk mph en mijlen weergegeven.In verband met de veiligheid mag de bestuurder de instellingen aan het multifunctionele display alleen bij stilstaande auto verrichten.TaalkeuzeAls dit menu is geselecteerd, kan de taal van de weergave van het display worden gewijzigd door een keuze te maken uit de lijst met beschikbare talen.Als uw Autoradio is ingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunt u uw handsfree set configureren (koppelen), de verschillende telefoonindexen (gesprekkenlijst, diensten, ...) raadplegen en uw telefoongesprekken voeren (gesprek aannemen, gesprek beëindigen, duo-gesprek, functie ruggespraak, ...).Raadpleeg de rubriek "Autoradio" voor meer informatie over de toepassing "Telefoon".Menu "Telefoon"Datum en tijd instellen F Selecteer de functie "Instellen datum en tijd" met de toets "5" of "6".

49Controle tijdens het rijdenTouchscreenDit systeem heeft de volgende functies: - toegang tot de configuratiemenu's van de functies en de systemen van de auto, - toegang tot de configuratiemenu's van het audiosysteem en de weergave, - bediening van het audiosysteem, de telefoon en weergave van de bijbehorende informatie. - weergave van de waarschuwingsmeldingen, - weergave van de buitentemperatuur (bij kans op gladheid wordt een blauw sneeuwvlokje weergegeven), - weergave van de informatie van de boordcomputer. En bovendien, volgens uitvoering: - grafische weergave van de parkeerhulp, - bediening van het navigatiesysteem en de internetdiensten, en weergave van de bijbehorende informatie. Als gedurende enkele seconden geen handelingen op de secundaire pagina worden uitgevoerd, wordt automatisch de hoofdpagina weer weergegeven.

Uit veiligheidsoverwegingen zijn bepaalde functies alleen beschikbaar als de auto stilstaat. Zodra de auto gaat rijden, wordt de weergave ervan onderbroken. Algemene werkingAdviezenHet scherm moet voelbaar worden aangeraakt, met name bij bewegingen (door lijsten bladeren, over de kaart scrollen, enz. ). Lichtjes aanraken is niet voldoende. Als u het scherm met meerdere vingers aanraakt, worden de commando's niet uitgevoerd. Deze technologie werkt bij elke temperatuur en werkt ook wanneer u handschoenen draagt. Houd geen puntige voorwerpen tegen het touchscreen. Raak het touchscreen niet aan met vochtige vingers. Gebruik een schone en zachte doek om het touchscreen te reinigen. PrincipesDruk op de toets " " om de verschillende MENUmenu's te openen en druk vervolgens op de toetsen die op het touchscreen worden weergegeven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Citroën DS3 Cabrio (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden