Citroën C4 Aircross (2012) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Citroën C4 Aircross (2012) (132 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen. Heb je een vraag over Citroën C4 Aircross (2012) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/132

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Citroën
Categorie: Auto
Model: C4 Aircross (2012)

Handleiding Citroën C4 Aircross (2012) – volledige tekst

Het online-instructieboekje Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie. Deze informatie is gemakkelijk te herkennen aan de paginamarkeringen die worden weergegeven met dit pictogram: Als de rubriek "MyCitroën" niet beschikbaar is op de website van het merk voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen: http://service.citroen.com Selecteer: Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk: een voor u op maat gemaakte pagina. de link in het gedeelte voor "Particulieren", de taal, het model van uw auto, de uitgiftedatum die overeenkomt met de datum van deel 1A op het kentekenbewijs van uw auto.

Wij maken u attent op het volgende: Symbolenveiligheidswaarschuwing aanvullende informatie adviezen met betrekking tot debescherming van het milieu verwijzing naar aangegeven pagina Uw auto is, afhankelijk van hetuitrustingsniveau, de uitvoering en despecifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien. Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Citroën voorkomen,kan storingen in het elektronisch systeemvan uw auto veroorzaken. Wij verzoeken uhier rekening mee te houden en contact op te nemen met een vertegenwoordiger van hetmerk Citroën om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van een artikelnummer. Citroën beschikt wereldwijd over een uitgebreid gamma modellen.

Modellen die worden gekenmerkt door een geraffineerde mix van hoogwaardige techniek en constante innovatie,evenals een moderne en creatieve benadering van het begrip mobiliteit. Wij danken u voor uw keuze en wensen u veel plezier met uw auto. Goede Reis. Achter het stuur van uw nieuwe auto geniet u optimaal als u elke uitrusting, elke schakelaar en elke instelling kent.

4Eerste kennismakingElektronische sleutel: Keylessentry and start Met dit systeem kan de auto worden geopend, gesloten en gestart wanneer u zich met de sleutel in de detectiezone bevindt, zonder datu de sleutel tevoorschijn hoeft te halen.64 Instapverlichting Deze extra buiten- en interieurverlichting, die met de afstandsbediening wordt ingeschakeld,vergemakkelijkt op donkere plaatsen het lokaliseren van de auto en het instappen.136 Buitenzijde Stop & Start-systeem(Auto Stop & Go) Dit systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij een verkeerslicht,opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch gestart (START-stand) als u weer weg wilt rijden. Het Stop & Start-systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en eenaangename rust in het interieur tijdens het wachten.119 De dorpelsierlijsten zijn niet bedoeld alsopstapje.

.5Eerste kennismaking Bandenreparatieset Deze complete set bestaat uit een compressor en een flacon met afdichtmiddel voor eentijdelijke reparatie van de band.170 Panoramadak Dit grote panoramadak zorgt voor bijzonder veel lichtinval en zicht in het interieur. 78 Achterruitrijcamera Deze functie wordt automatisch geactiveerd wanneer de achteruitversnelling wordtingeschakeld. De beelden worden op een kleurenscherm weergegeven.130 Buitenzijde Parkeerhulp voor en achter Deze functie waarschuwt u tijdens het vooruit- of achteruitrijden voor obstakels voor of achter de auto. 127

6Eerste kennismaking Openen A. Uitklappen/inklappen van de sleutel. B.Ontgrendelen van de auto. C.Vergrendelen van de auto. Sleutel met afstandsbediening 65 Openen Als u zich met de elektronische sleutel binneneen van de detectiezones A bevindt, kunt u de auto ontgrendelen door op een van de toetsen Bof C te drukken. Trek vervolgens aan de portiergreep om het portier te openen. Sluiten Als u zich met de sleutel binnen een vande detectiezones Abevindt, kunt u de auto vergrendelen door op een van de toetsen Bof C te drukken. Keyless entry and start-systeem 6064

8Eerste kennismaking Interieur Elektronisch gestuurde vierwielaandrijving * Afhankelijk van de omstandigheden kunt u met dit systeem een type aandrijving kiezen. CVT-transmissie Deze transmissie combineert de voordelen van een automatische transmissie met die van eenhandgeschakelde versnellingsbak. Automatische airconditioning Dankzij de automatische airconditioningworden het comfort en de luchtcirculatie in het interieur gewaarborgd. Audio- encommunicatiesystemen Deze systemen bestaan in verschillende uitvoeringen en maken gebruik van de modernste technologie: radio, CD-/USB-speler, Bluetooth, navigatie metkleurenscherm, AUX-aansluitingen enz. Systeem AUDIO-TELEMATICA12211392283223Systeem AUDIO-CD* Volgens uitvoering.

.11Eerste kennismaking Middenconsole A. Handmatig verstelbare of automatischebinnenspiegel.B. Plafonnier / Kaartleeslampjes. C. Microfoon van het systeem Audio-CD en het systeem Audio-telematica. D. Bediening van het zonnescherm van het panoramadak.E. Licht-/regensensor. 1.Verstelbare en afsluitbare middelsteventilatieroosters.2. Scherm van het systeem Audio-CD of kleurenscherm van het systeem Audio-telematica.3. Schakelaar START/STOP-knop (met "Keyless entry and start"-systeem). 4. Systeem Audio-CD of systeem Audio-telematica.5. Schakelaars op centraal bedieningspaneel.6. Temperatuursensor. 7.Bedieningspaneel verwarming/handbediendeof automatische airconditioning. 8. Versnellingshendel handgeschakeldeversnellingsbak of selectiehendel CVT.9. Aansteker/12V-aansluiting. 10.Verwijderbare asbak.11.Schakelaar vierwielaandrijving. 12.Bekerhouders.13. Armleuning vóór.

.17Eerste kennismaking Controle tijdens het rijden A.Snelheidsmeter. B.Display instrumentenpaneel.C.Toerenteller. D.Dimmer dashboardverlichting.E. Knop INFO. Met deze knop kunt u de verschillendeschermen van het display van het instrumentenpaneel weergeven. Instrumentenpaneel A.Verklikkerlampje uitschakeling passagiersairbag. Schakelaars op centraalbedieningspaneel 1551.Als u het contact aanzet, gaan de oranje en rode controlelampjes branden. 2. Bij een draaiende motor moeten dezelampjes weer uitgaan.Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden.2524Controlelampjes 145151B. Alarmknipperlichten. C. Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder niet vastgemaakt.

18Eerste kennismaking Controle tijdens het rijden Handmatige koplampverstelling. Paneel met schakelaars buitenzijde 1371.Open het dashboardkastje. 2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3. Selecteer de stand:"OFF"(uitschakelen) wanneer een kinderzitje "met de rug in de rijrichting" is bevestigd, "ON" (inschakelen) wanneer een passagier op de voorstoel zit of een kinderzitje "methet gezicht in de rijrichting" is bevestigd.4.Verwijder de sleutel zonder de stand vande schakelaar te veranderen. Airbag voorpassagier 155B.Uitschakelen van het ASC/TCL-systeem. 127C.Uitschakelen van de parkeerhulp.148 Veiligheid voor de inzittenden 120D. Uitschakelen van de functie Stop & Start (Auto Stop & Go). Starten - Stand 1: LOCK - Stand 2: ACC - Stand 3: ON - Stand 4: START Wanneer u zonder een pedaal in te trappen op de knop START/STOPdrukt, wordt de standvan het contact gewijzigd.

.19Eerste kennismaking Onder het rijden Deze automatische transmissie met zesversnellingen biedt u de keuze tussen hetcomfort van automatisch schakelen en hetplezier van handmatig schakelen.1. Selectiehendel. 2.Stuurkolomschakelaar "-". 3.Stuurkolomschakelaar "+". CVT-transmissieWeergave op hetinstrumentenpaneel De geselecteerde rijstand en/of deingeschakelde versnelling wordt op het displayvan het instrumentenpaneel weergegeven.P.Park (Parkeerstand).R. Reverse (Achteruit). N.Neutral (Vrij). D. Drive (Automatische stand). +/-. Handmatige stand om zelf te schakelentijdens het rijden. Starten Vanuit de stand P , handrem aangetrokken:P) Houd het rempedaal stevig ingetrapt. ) Start de motor. ) Selecteer de stand R , Dof +/-.) Ontgrendel de handrem.) Laat het rempedaal geleidelijk los, de auto komt direct in beweging. 113

20Eerste kennismaking Onder het rijden Stop & Start-systeem (Auto Stop & Go) Activering van de STOP-stand 119 Het controlelampje "AS&G" op hetinstrumentenpaneel of op het display van het instrumentenpaneel gaat branden en de motor wordt na enkele seconden in de STOP-stand gezet: Activering van deSTART-stand Uit-/inschakelen U kunt deze functie op elk willekeurig momentuitschakelen door de schakelaar "AS&G OFF"inte drukken; het overeenkomstige verklikkerlampje gaat branden op het instrumentenpaneel of ophet display van het instrumentenpaneel.120120 Het systeem wordt automatisch weer geactiveerd zodra u het contactopnieuw aanzet met de sleutel of metde knop START/STOP.

Het controlelampje "AS&G"gaat uit en de motor wordt automatisch gestart: - bij een handgeschakelde versnellingsbak;wanneer u het koppelingspedaal helemaal intrapt.- bij een handgeschakeldeversnellingsbak: bij stilstaande auto enmet het rempedaal ingetrapt, wanneer ude versnellingsbak in zijn vrij zet en het koppelingspedaal loslaat. Onder bepaalde omstandigheden kan de START-stand automatisch wordeningeschakeld; het controlelampje "AS&G"knippert even en gaat daarna uit.Onder bepaalde omstandigheden is de STOP-stand niet beschikbaar; het controlelampje"AS&G" knippert even en gaat daarna uit.

.21Eerste kennismaking Onder het rijden De bestuurder kan handmatig kiezen uit drieaandrijvingen, afhankelijk van de gewensteprestaties:A.Tweewielaandrijving (2WD), B.Vierwielaandrijving (4WD AUTO), C.Vierwielaandrijving (4WD LOCK). Vierwielaandrijving1.Toets " ON/OFF": activeren/deactiveren vande snelheidsregelaar.2. Toets "COAST SET ": opslaan van een snelheid en vervolgens verlagen van dekruissnelheid. 3. Toets "ACC RES": verhogen van de kruissnelheid en terugkeren naar deopgeslagen snelheid. 4. Toets "CANCEL": uitschakelen van deLsnelheidsregelaar.Snelheidsregelaar "CRUISE"124Het instellen van een snelheid en het activeren van de snelheidsregelaar is alleen mogelijk bijeen wagensnelheid hoger dan 40 km/h, vanaf de tweede versnelling.122

22Eerste kennismaking Eco-rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak Als uw auto is voorzien van eenhandgeschakelde versnellingsbak, rijddan rustig weg, schakel zo snel mogelijkde tweede versnelling in en schakel bij voorkeur relatief snel over naar een hogereversnelling. Volg de aanwijzingen van deschakelindicator (indien aanwezig) die op hetinstrumentenpaneel worden weergegeven. Als uw auto is voorzien van een automatischeversnellingsbak of een gestuurde handgeschakelde versnellingsbak, laatde selectiehendel dan in de stand Drive "D" of Auto "A" (afhankelijk van het typeversnellingsbak) staan en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in.

Kies voor een soepele rijstijl Houd afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h desnelheidsregelaar (indien aanwezig). Gebruik op slimme wijze deelektrische voorzieningen Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alleruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken(blinderingspaneel van het panoramadak,zonneschermen, enz. ).

Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en deontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch wordenaangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.

Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is. Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op alsu rijdt. Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler,MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.

.23Eerste kennismakingBeperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruik Verdeel het gewicht evenwichtig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen inde bagageruimte, zo dicht mogelijk bij de achterbank.Beperk de belading en de luchtweerstand(dakdragers, imperiaal, fietsendrager,aanhanger, enz.) van uw auto. Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal. Vervang na de winter zo snel mogelijk dewinterbanden door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan debandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet isgebruikt.

Vergeet niet de bandenspanning van hetreservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren. Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter en luchtfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het door de fabrikant voorgeschreven interval. Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u datbrandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruikzich stabiliseert.

24Controle tijdens het rijden Instrumentenpaneel 1. Toerenteller. 2. Snelheidsmeter. Display type 2 3. Display instrumentenpaneel: - Weergave van waarschuwingen en pictogrammen. - Totale kilometerstand en dagteller. - Onderhoudsindicator. - Koelvloeistoftemperatuur. - Informatie boordcomputer. - Snelheidsregelaar ingeschakeld. - Aanwijzing schakelindicator. - Menu voor het instellen van deparameters (weergave, geluid...). - Brandstofniveau. - Buitentemperatuur. - Aandrijvingsmodus. Paneel met meters en verklikkerlampjes. Deze informeren de bestuurder of een functiewel of niet ingeschakeld is (verklikkerlampjeingeschakeld of uitgeschakeld) of bij eenstoring (waarschuwingslampje). Display type 1 U kunt de weergave wijzigen metde knop INFOdie zich links van het instrumentenpaneel op het dashboard bevindt.

125Controle tijdens het rijden De controlelampjes waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing(waarschuwingslampje) of geven hem informatie over de werking van een systeem(ingeschakeld of uitgeschakeld). Bij het aanzetten van het contact Als het contact wordt aangezet, gaan sommigewaarschuwingslampjes enkele secondenbranden. Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan. Bijbehorende waarschuwingen Sommige lampjes gaan branden (permanent of knipperend) in combinatie met eengeluidssignaal en een melding. ControlelampjesAls het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functiehet betreft.

26Controle tijdens het rijdenWaarschuwingslampjes Als een van de volgende lampjes bij eendraaiende motor of onder het rijden gaatbranden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen. Het lampje brandt op het instrumentenpaneel of op het display van het instrumentenpaneel.ControlelampjebrandtOorzaakActies / Opmerkingen Handrem/Remvloeistofniveau/Elektronischeremdrukregelaar permanent. Het lampje gaat enkele secondenbranden en gaat vervolgens uit wanneer u het contact in de stand "ON" zet.De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.In combinatie met een melding. Zet de handrem vrij; het lampje dooft. Te laag remvloeistof niveau. In combinatie met een melding. Vul remvloeistof bij en raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. Storing van de elektronische remdrukregelaar (REF). Zet de auto op een veilige plaats stil.

Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Zelfdiagnose motorknipp ert. Er is een storing in het motormanagementsysteem. Kans op beschadiging van de katalysator.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent . Er is een storing in de emissieregeling. Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Een waarschuwingslampje kan branden in combinatie met een aanvullende melding om u te helpen bij het opsporen van de storing.Raadpleeg indien nodig het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

127Controle tijdens het rijdenControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenLaadstroom accu* permanent.Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu(vervuilde of losgeraakteaccuklemmen, aandrijfriem dynamoniet correct gespannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Antiblokkeersysteem (ABS)permanent.Er is een storing in het antiblokkeersysteem.De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleegzo snel mogelijk het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. Veiligheidsgordel vóór losgemaakt/niet vastgemaaktPermanent, enknippert vervolgens in combinatie met een geluidssignaal. De bestuurder heeft zijn veiligheidsgordel losgemaakt of nietvastgemaakt.Doe de gordel om en steek de gesp in de gordelsluiting.

* Volgens land van bestemming.Airbags engordelspannerstijdelijk. Als u het contact aanzet, gaat dit lampje een paar seconden brandenen gaat vervolgens uit.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als het lampje blijft branden. p ermanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

28Controle tijdens het rijdenControlelampjes ingeschakelde functiesDe volgende controlelampjes geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld.Het lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel. ControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenRichtingaanwijzer linksknipperend metgeluidssignaal. De lichtschakelaar wordt omlaaggeduwd. Als het lampje veel sneller knippert dan normaal, kanhet zijn dat een lampje is doorgebrand. Vervang het lampje of raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Richtingaanwijzer rechts knipperend metgeluidssignaal. De lichtschakelaar wordt omhooggeduwd. Als het lampje veel sneller knippert dan normaal, kanhet zijn dat een lampje is doorgebrand. Vervang het lampje of raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Parkeerlicht of dimlicht permanent.

Het parkeerlicht of het dimlicht isingeschakeld. Grootlicht permanent. Als u de lichtschakelaar naar u toe trekt. Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelennaar dimlicht.Mistlamp en vóór permanent. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld. Draai de ring twee standen naar achteren om demistlampen vóór uit te schakelen. Mistachterlicht permanent. Het mistachterlicht is ing eschakeld. Draai de ring naar achteren om het mistachterlicht uitte schakelen.

129Controle tijdens het rijdenControlelampjebrandt Oorzaak Acties / OpmerkingenSnelheidsregelaar permanent. Gaat branden als desnelheidsregelaar ingeschakeld wordt. Druk op de toets "ON/OFF" om de snelheidsregelaar in of uit te schakelen. Dynamische stabiliteitscontrole en antispinregeling(ASC/TCL) knippert. In werking zijn van de systemenASC/TCL. Het systeem zorgt voor maximale grip en houdt deauto in het juiste spoor. Matig uw snelheid en pas uw rijstijl aan. permanent.Storing in de systemen ASC/TCL. Laat de systemen door het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats controleren. FunctieStop & Start (Auto Stop & Go) permanent . De functie Stop & Start (AS&G) heeft de motor in de STOP-stand gezet(verkeerslicht, stopbord, opstopping,enz.). Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch opnieuw gestart in de START-stand als u wilt wegrijden.

knippert enkeleseconden en gaatvervolgens uit. De STOP-stand is nu nietbeschikbaar. of De motor wordt automatisch in de START-stand geschakeld. Zie "Functie Stop & Start (AS&G)" voor de bijzonderheden van de STOP-stand en van deSTART-stand. Voorgloeien dieselmotor permanent.De motor is koud en: - het contact staat in de stand ON(Contact), of - de startknop START/STOP is ingedrukt (Contact). Wacht bij auto's met een contactslot met starten tot het controlelampje is gedoofd. Bij auto's met het Keyless entry and start-systeem zalde motor starten als het lampje is gedoofd. De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (tot ongeveer 30 seconden bij extreme weersomstandigheden). Zet, als de motor niet start het contact opnieuw aan enwacht tot het lampje weer dooft. Hierna kan de motor worden gestart.

30Controle tijdens het rijdenVerklikkerlampjes uitgeschakelde functies De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een melding op het display.ControlelampjebrandtOorzaakActies / OpmerkingenASC/TCL permanent. De ASC/TCL-schakelaar op hetdashboard (bestuurderszijde) is ingedrukt. Het ASC/TCL is uitgeschakeld. ASC: dynamische stabiliteitscontrole.TCL: antispinregeling. Druk de ASC/TCL-schakelaar op het dashboard nogmaals in om het ASC/TCL weer in te schakelen. Het ASC/ TCL-systeem wordt automatisch opnieuwingeschakeld bij het starten van de auto. Functie Stop & Start(Auto Stop & Go)consta nt. De toets voor het uitschakelen van de functie Stop & Start (AS&G) aande onderzijde van het dashboard(bestuurderszijde) is ingedrukt.

131Controle tijdens het rijden Display instrumentenpaneel Bij elke start wordt tijdens de automatische controle een aantal pictogrammen en meldingen weergegeven. Deze verdwijnen na een aantal seconden. Als u toegang wilt tot informatie van de boordcomputer, kunt u de waarschuwingen negeren door op de toets INFOop het instrumentenpaneel tedrukken. De weergegeven berichten kunnen verschillend zijn afhankelijk van de functie van het display (type 1 of type 2) op het instrumentenpaneel.Sommige meldingen worden alleen op het display type 2 weergegeven. Als dit symbool verschijnt: kortindrukken. Als dit symbool verschijnt: lang indrukken.Contact afgezet.Contact aangezet(met handgeschakelde versnellingsbak).Contact aangezet (met CVT-transmissie). Waarschuwingen Als er een waarschuwing wordt gegeven, verdwijnt de op dat moment weergegeven informatie.

Het verklikkerlampje en de bijbehorende meldingverschijnen, eventueel samen met een geluidssignaal. Als er meerdere waarschuwingen zijn, worden ze achtereenvolgens weergegeven en verschijnt dit symbool. Het wordt weergegeven zolang de waarschuwingen gelden. U kunt de waarschuwingen later weer weergeven door verschillende keren op de toets INFO te drukken om de informatie van de boordcomputer teverwijderen en terug te keren naar de waarschuwingen.

32Controle tijdens het rijden Display 1 Display 2 Oplossing - Actie Oorzaak Opmerkingen Waarschuwingsmeldingen (contact in de stand "OFF") De verlichting is nog ingeschakeld. Schakel de verlichting uit door debedieningshendel in de stand OFF te zetten. Er klinkt een onderbroken geluidssignaal. Het alarm is afgeg aan. De batterij van het Keyless entryand start-systeem is leeg. Vervang de batterij (zie "Batterij vervangen"). De elektronische sleutel die u bij udraagt, wordt niet herkend. Controleer of u de juiste elektronische sleutel bij u draagt. Raadpleeg het CITROËN-netwerkals het probleem zich blijftvoordoen. De elektronische sleutel bevindtzich nog in de auto en u probeert de portieren of de achterklep vanbuitenaf te vergrendelen. Zorg ervoor dat u de elektronischesleutel bij u draagt alvorens de auto te vergrendelen.

Een van de portieren of de achterklep is niet goed geslotentijdens het van buitenaf vergrendelen. Sluit het portier of de achterklep envergrendel de auto.

133Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Storing in het Keyless entry andstart-systeem. Raadpleeg het CITROËN-netwerk. Storing in de elektronischestartblokkering. Zet het contact af en start de motor opnieuw. Neem contact op met hetCITROËN-netwerk als het probleem zich blijft voordoen. De elektronische sleutel wordt nietgedetecteerd. Steek de elektronische sleutel in dehouder in het dashboardkastje. Vergeet niet de elektronische sleuteluit de houder te verwijderen zodra de motor is gestart. De elektronische sleutel is nietverwijderd uit de houder in hetdashboardkastje. Verwijder de elektronische sleutel uit de houder in hetdashboardkastje. De stuurkolom is vergrendeld. Zet het contact weer aan en draaiiets aan het stuurwiel om destuurkolom te ontgrendelen. De motor is afgezet, maar de selectiehendel staat niet in de stand P .

34Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Het stuurslot is niet in de vergrendelstand gegaan tijdens hetopenen van het bestuurdersportier. Vergrendel het stuurslot door iets aan het stuurwiel te draaienalvorens de auto te verlaten. Storing in het elektrische sy steem. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

135Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Waarschuwingsmeldingen (contact in de stand "ON") Storing in de elektrische stuurbekrachtiging. Zet de auto stil, wacht even en start vervolgens de motor weer. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als de melding nahet starten nog steeds wordt weergegeven. De batterij van het "Keyless entry and start"-systeem is leeg. Vervang de batterij (zie "Batterij vervangen"). De elektronische sleutel die u bij u draagt, wordt niet herkend. Controleer of u de juisteelektronische sleutel bij u draagt. Raadpleeg het CITROËN-netwerk als het probleem zich blijftvoordoen. De elektronische sleutel bevindt zich nog in de auto en u probeert de portieren of de achterklep vanbuitenaf te vergrendelen. Zorg ervoor dat u de elektronischesleutel bij u draagt alvorens de autote vergrendelen.

Een van de portieren of deachterklep is niet goed geslotentijdens het van buitenaf vergrendelen. Sluit het portier of de achterklep envergrendel de auto. Storing in het "Keyless entry andstart"-systeem. Raadpleeg het CITROËN-netwerk.

36Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Het remvloeistofniveau in hetremcircuit is onvoldoende. Laat remvloeistof met een onderdeelnummer van CITROËNbijvullen. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats alshet probleem zich blijft voordoen. Storing in het remsy steem. Zet de auto zo snel mogelijk op eenveilige plaats stil. Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Storing in het antiblokkeersysteem (ABS). Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De remmen werken nog, zonder bekrachtiging, maar wij raden u aanom te stoppen. Een van de portieren is niet goedgesloten. Sluit het portier of de achterklep. Het desbetreffende carrosseriedeelwordt aangegeven op het scherm. De motorkap is niet goed gesl oten. S luit de motorkap.

Storing in de elektronischestartblokkering. Zet het contact af en start de motor opnieuw. Raadpleeg het CITROËN-netwerkals het probleem zich blijftvoordoen. Het bestuurdersportier is geopenden het contact is niet afgezet. Zet het contact af alvorens de auto te verlaten.

137Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Storing ter hoogte van destuurkolom. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Storing in het elektrische systeem. Zet de auto stil en raadpleeghet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De temperatuur in het koelcircuit iste hoog. Laat de motor afkoelen alvorens indien nodig koelvloeistof bij te vullen.Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats alshet probleem zicht blijft voordoen. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. De temperatuur van de CVT-vloeistof is te hoog. Zet de auto stil en raadpleeghet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De bestuurder heeft zijn veiligheidsgordel niet vastgemaakt of losgemaakt. Maak uw veiligheidsg ordel vast.

Er klinkt continu een geluidssignaal als u rijdt zonder uw veiligheidsgordel te hebben vastgemaakt. Storing in het brandstofsysteem. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

38Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen U bent weggereden terwijl dehandrem nog aangetrokken was. Zet de handrem vrij . Onvoldoende motoroliedruk of storing in het oliecircuit. Zet de auto stil en raadpleeghet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. S toring laden accu. Zet de auto stil en raadpleeghet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Storing in de airbags of in degordelspanners. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats omde systemen te laten controleren. Storing in de automatische koplampverstelling. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Alleen bij auto's metxenonverlichting. Storing in de dynamischestabiliteitscontrole (ASC). Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Storing in de vierwielaandrijving.

139Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Storing in de CVT-versnelling sbak. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De temperatuur in het systeem van de vierwielaandrijving is te hoog. Zet de auto stil en raadpleeghet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De auto schakelt automatisch over op voorwielaandrijving (2WD). Het brandstof niveau is te laag. Vul de brandstoftank zo snelmogelijk. Het minimumniveau van het additiefreservoir van het roetfilter isbereikt. Laat het zo snel mogelijk bijvullendoor het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Alleen bij de 1,6 l HDi-motor. +Beginnende verzadiging van hetroetfilter.

Als de verkeerssituatie het toelaat,regenereer dan het filter door gedurende ongeveer 20 minutenmet een snelheid van minimaal 40 km/h te rijden (bij de 1,6 lHDi-motor is de minimale snelheid 60 km/h). Als de melding nog steeds wordt weergegeven, raadpleeg danhet CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Er is een storing in het roetfilter. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Raadpleeg onmiddellijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

40Controle tijdens het rijdenDisplay 1Display 2OorzaakOplossing - ActieOpmerkingen Motorolieniveau niet juist (lager danhet minimum niveau of hoger danhet maximum niveau). Zet de auto op een zo veilig mogelijke plaats stil. Controleer het niveau met de peilstok en vul olie bij als het niveaute laag is. Start de motor niet als het niveau hoger is dan het maximum niveau en raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Ga nooit rijden als het motorolieniveau niet juist is. Water aanwezig in brandstoff ilter. Kans op beschadiging van het inspuitsysteem bij dieselmotoren. Raadpleeg onmiddellijk het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De buitentemperatuur is lager dan of gelijk aan 3°C (37°F). Kans op glad wegdek. Let goed op en rijd voorzichtig. Het koppelingspedaal is nietingetrapt tijdens het starten van de motor.

Trap het koppelingspedaal in om de motor te starten. Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak. Tijdens het starten staat deselectiehendel niet in de stand Penook niet in de stand N. Zet de selectiehendel in de stand Pom de motor te starten. Bij auto's met een CVT-versnellingsbak. Het rempedaal is niet ingetrapttijdens het starten van de motor. Trap het rempedaal in om de motor te starten.

42Controle tijdens het rijdenDisplay 2SysteemOorzaakOpmerkingenOplossing - ActiesPreventieve waarschuwingsmeldingen OnderhoudsindicatorGeeft de bestuurder een waarschuwing als hetonderhoudsinterval is verstreken. Verschijnt gedurende enkeleseconden na aanzetten vanhet contact. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. AanbevolenrustpauzeWaarschuwt de bestuurder dat het tijd is voor een rustpauze. Verschijnt wanneer de vooraf ingestelde rijtijd is verstreken. Er klinkt 3 keer eengeluiddssignaal dat vervolgens om de 5 minutenwordt herhaald, tot de autostopt. Wij raden u aan ongeveer elke twee uur een rustpauzete nemen.

143Controle tijdens het rijden Boordcomputer Elke keer als bij aangezet contact op de toetsINFO wordt gedrukt, worden achtereenvolgens de volgende schermen weergegeven: - de kilometerteller en dagteller A, - de kilometerteller en dagteller B, - de onderhoudsindicator, - de koelvloeistoftemperatuur, - de actieradius, - het gemiddelde verbruik, - de gemiddelde snelheid, - het actuele verbruik, - het instellingenmenu, - eventuele waarschuwingsmeldingen. Weergave van de informatie Kilometerteller Systeem om de totaal afgelegde afstand door de auto tijdens de levensduur te meten. De totale kilometerstandwordt weergegeven inhet onderste deel van het display. Dagteller (traject A of B) Nulstelling Houd de knop INFO, terwijl het contact aan is en het traject Aof B wordt weergegeven,gedurende ten minste 2 seconden ingedrukt.Alleen het weergegeven traject wordt gereset.

44Controle tijdens het rijdenOnderhoudsindicator De onderhoudsindicator geeft aan hoeveelkilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudscontrole volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.Deze afstand wordt berekend vanaf de laatstenulstelling van de onderhoudsindicator op basisvan twee parameters: - het afgelegde aantal kilometers, - de verstreken tijd sinds de laatsteonderhoudscontrole (in maanden). De factor tijd kan worden meegewogen bij denog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudscontrole bedraagt 7.300 km. De afstand tot de eerstvolgende controle is overschredenVoorbeeld : de indicator geeft aan dat de datum voor de onderhoudscontrole is verstreken. Deze onderhoudscontrole moet uitgevoerdworden door het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats.

Werking Het pictogram "--" blijft weergegeven zolang de eerste onderhoudscontrole van een nieuwe auto niet is uitgevoerd. Elke keer als het contact wordt aangezet,wordt de melding "PERIODIC INSPECTION"gedurende enkele seconden weergegeven om aan te geven dat de onderhoudswerkzaamhedenzo spoedig mogelijk uitgevoerd moet worden. Als u het contact aan zet, dient u eenaantal keer achter elkaar op de knop INFOte drukken tot de onderhoudsindicator inbeeld verschijnt. De kilometerteller geeft deresterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudscontrole aan en de verstreken tijd geeft het aantal maanden tot de eerstvolgdende onderhoudscontrole aan.

145Controle tijdens het rijden Nulstelling van deonderhoudsindicator Na een bepaalde afstand en tijd, wordt de weergave "---" automatisch opnieuwgeïnitialiseerd en wordt de resterende tijd tot de volgende onderhoudscontroleaangegeven. Het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats voert deze handeling uit na elke onderhoudscontrole. Als u zelf de onderhoudscontrole van uw auto uitvoert, volg dan de volgende procedure:)zet het contact af, )druk een aantal keer op de knop INFO totde onderhoudsindicator verschijnt,)druk een aantal keer op de knop INFO en houd deze gedurende enkele seconden ingedrukt tot de onderhoudssleutel begint te knipperen,)druk een aantal keer op de knop INFOals de onderhoudssleutel knippert om de weergave "---" te laten veranderen in "CLEAR" en vervolgens in de resterende tijd tot de eerstvolgendeonderhoudscontrole.

46Controle tijdens het rijdenBij draaiende motor geeft deze de temperatuur van dekoelvloeistof weer. Actieradius Bij draaiende motorwordtweergegeven hoeveel kilometer u nog met deresterende hoeveelheid brandstof kunt rijden, aan de hand van het gemiddelde brandstofverbruik tijdens delaatste kilometers. Deze waarde kan wijzigen door eenverandering van rijstijl of een helling dieeen aanzienlijke variatie in het actuelebrandstofverbruik tot gevolg heeft. Als u slechts enkele liters tankt, zal niet de juiste waarde worden weergegeven. Vul de tank dus indien mogelijk volledig. KoelvloeistoftemperatuurmeterAls de wijzer het kritiekegebied aan derechterzijde nadert, is de temperatuur te hoog.

Als de motor te heet wordt, gaat het pictogramknipperen.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Zet de motor niet meteen af, maar laat deze nog enkele minuten draaien.Zodra de actieradius minder dan 50 kmbedraagt, worden streepjes weergegeven. Ga zo snel mogelijk tanken. De weergave van de actieradius wordt bijgewerkt. Wacht, indien koelvloeistof moetworden bijgevuld, tot de motor isafgekoeld. Het koelcircuit staat onder druk. Draai de vuldop eerst twee slagen losen laat de druk ontsnappen, om elk risico op brandwonden te vermijden. Verwijder de vuldop pas als de drukvan het systeem is, en vul indien nodig koelvloeistof bij. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Wanneer u de accukabels losneemt, wordt het vorige brandstofverbruik gewist: de aangegeven waarde zaldan afwijken van de waarde van voor het losnemen van de accukabels.

147Controle tijdens het rijden Gemiddeld brandstofverbruik (l/100km of km/l of mpg) Dit is het gemiddeldebrandstofverbruik sinds delaatste nulstelling van de boordcomputer. Gemiddelde snelheid (km/h of mph) Dit is de gemiddeldesnelheid sinds delaatste nulstelling van de boordcomputer. Actueel brandstofverbruik(l/100 km of km/l of mpg) Dit is het berekende brandstofverbruik tijdens de laatste seconden. Deze waarde kan variëren door eenverandering in de rijstijl of van hetlandschap.

Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats wanneer er tijdens het rijden langdurig horizontale streepjes op hetdisplay worden weergegeven in plaats van cijfers.Nulstelling Druk minimaal twee seconden op de knop INFO zodra gewenste informatie op het displayverschijnt om alle gegevens te resetten.Bij inschakeling van het contact, wordt bij denulstelling overgeschakeld van de handmatige naar de automatische stand. Automatisch Als het contact langer dan 4 uur in de standOFF staat, wordt alle informatie automatisch gereset.

48Controle tijdens het rijdenDe diverse menu's kunnen voor instrumentenpaneel type 1 en instrumentenpaneel type 2 verschillend zijn. Instellen van de parameters van de auto Als de auto stilstaat , kunnen de volgendefunctieweergaven worden gewijzigd: - de manier voor het wissen vanhet gemiddelde brandstofverbruik en de gemiddelde snelheid,)Druk op de knop INFO en houd dezegedurende enkele seconden ingedrukt om het menuscherm weer te geven.)Druk in het menuscherm op de knop INFOom een functie uit de volgende lijst teselecteren: - de eenheid van het brandstofverbruik, - de eenheid van de temperatuurweergave,- de taalkeuze,- inschakelen/uitschakelen van het geluidssignaal dat gekoppeld is aan hetindrukken van de knop INFO , - weergave-interval van herinnering pauze(rusten),- fabrieksinstellingen herstellen.Om de weergave van functies tewijzigen, moet de auto stilstaan met hetcontact aan.

Trek de handrem aan en zet de versnellingshendel in de neutraalstand. Druk, methetcontact aan, herhaaldelijk op de knop INFO links op het instrumentenpaneel tot op het scherm "SETTING MENU" verschijnt. WerkingMENU 1/3:-1-2 , A-M , A-P * (opties voor wissen van gemiddeld brandstofverbruik en gemiddelde snelheid), - UNIT(keuze voor eenheidbrandstofverbruik), - keuze voor eenheid temperatuurweergave,-LANGUAGE(taalkeuze), * Afhankelijk van de weergavetaal.Voor uw veiligheid worden de instellingen niet weergegeven als de auto rijdt en u op de knop INFO drukt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Citroën C4 Aircross (2012) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden