Bosch FKT-1 - Collector Solar Handleiding

Bosch Verwarming FKT-1 - Collector Solar

Bekijk gratis de handleiding van Bosch FKT-1 - Collector Solar (40 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 134 mensen. Heb je een vraag over Bosch FKT-1 - Collector Solar of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
63043966.01-1.SD
63043966.01-1.SD
Montagevoorschrift
Vlakke collector FKT-1 voor montage op dak
6720 612 620 (2006/04) SD

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Verwarming
Model: FKT-1 - Collector Solar

Handleiding Bosch FKT-1 - Collector Solar – volledige tekst

Algemeen6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 31 AlgemeenIn dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van de regels van de techniek die gedurende de montage in acht genomen moeten worden.Voor Nederland moet u zich houden aan:- Arbo wet- BouwbesluitBeveiliging tegen blikseminslagWanneer het gebouw (montagehoogte) hoger is dan 20 m en er geen bliksemafleider aanwezig is, moeten de elektrisch geleidende onderdelen die zich op het dak bevinden, door het elektrotechnische bedrijf worden verbonden met een aarding van ten minste 16 mm2 en worden aangesloten op de potentiaalvereffening.Wanneer het gebouw (montagehoogte) minder hoog is dan 20 m, zijn geen speciale maatregelen ter beveiliging tegen blikseminslag noodzakelijk.Wanneer er een installatie ter beveiliging tegen blikseminslag aanwezig is, moet de koppeling aan de zonne-installatie door een erkend elektrotechnisch vakman worden gecontroleerd.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERNeem voor de montage en de werking van de installatie goed nota van de landspecifieke normen en richtlijnen!RECYCLINGWanneer de collectoren aan vervanging toe zijn, kunt u ze teruggeven aan de fabrikant.

Veiligheid6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 53 VeiligheidIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanwijzingen uit dit montagevoorschrift zijn opgebouwd en krijgt u een overzicht van de algemene veiligheidsaanwijzingen voor een veilige en storingsvrije werking. De veiligheidsaanwijzingen en de aanwijzingen voor de gebruiker die specifiek betrekking hebben op de montage, staan in het montagevoorschrift direct bij de betreffende montagestappen. Lees de veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig door, voordat u met de montage begint. Veronachtzaming van de veiligheidsaanwijzingen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel – zelfs met de dood tot gevolg – evenals tot materiële schade en milieuvervuiling. Over dit voorschriftDit montagevoorschrift bevat belangrijke informatie over een veilige en vakkundige montage van de set voor montage op het dak en over de hydraulische aansluiting.

De afbeeldingen in dit voorschrift tonen de verticale montage van de collectoren. Wijkt de horizontale montage af van de verticale, dan wordt hierop gewezen. De complete technische documentatie moet worden bewaard. U kunt deze bij de fabrikant inzien. Voor de in dit montagevoorschrift beschreven werkzaamheden moet u de nodige vakkennis hebben en een beroepsopleiding gevolgd hebben voor gas- en waterinstallaties. Voer de montagestappen alleen zelf uit, wanneer u over de nodige vakkennis beschikt. BOverhandig dit montagevoorschrift aan de klant. BGeef de klant de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat. 3. 1 Voorgeschreven toepassingDeze montageset is bestemd voor het opnemen van thermische zonnecollectoren (verticale en horizontale uitvoering), die worden opgebouwd op bestaande schuine daken met een hellingsgraad van 25° tot 65°.

De montageset is geschikt voor een max. normale sneeuwbelasting van 2,0 kN/m² en een montagehoogte van max. 20 m. Door uitbreiding met dienovereenkomstig toebehoren kan de montageset worden gebruikt voor een max. normale sneeuwbelasting van 3,1 kN/m² en een max. montagehoogte van 100 m. Raadpleeg hiervoor ook hoofdstuk 5. 7 "Extra rails monteren (toebehoren)". De set voor montage op het dak mag niet worden gebruikt voor de bevestiging van andere dakconstructies. De constructie dient uitsluitend voor een veilige bevestiging van zonnecollectoren.

Veiligheid6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD63.2 Soorten aanwijzingenEr bestaan twee soorten aanwijzingen die door verschillende signaalwoorden worden aangeduid: Een ander symbool om aanwijzingen voor de gebruiker aan te duiden: 3.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in achtWAARSCHUWING!LEVENSGEVAARWijst op een gevaar dat eventueel van het product uitgaat en dat kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel, zelfs met de dood tot gevolg, wanneer onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen worden.

OPGELET!GEVAAR VOOR VERWONDINGEN/ SCHADE AAN DE INSTALLATIE/SCHADE AAN HET GEBOUWWijst op een situatie die potentieel gevaarlijk is en die zou kunnen leiden tot licht en matig lichamelijk letsel of materiële schade.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERTips voor een optimaal gebruik van de apparaten en een optimale instelling, evenals andere nuttige informatie.WAARSCHUWING!LEVENSGEVAARdoor vallen en naar beneden vallend materiaal.BTref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.BZorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.BDraag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.BControleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.OPGELET!GEVAAR VOOR VERWONDINGENWanneer er wijzigingen aan de constructie worden uitgevoerd, kan dat resulteren in verwondingen en functiestoringen.BVoer geen wijzigingen aan de constructie uit.OPGELET!GEVAAR VOOR VERWONDINGENWanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd zijn blootgesteld aan bestraling door de zon, bestaat er gevaar voor verbranding aan die onderdelen.BDraag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.BBedek de collector (b.v.

Voor de montageVoor de montage6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 74 Voor de montage4.1 Algemene aanwijzingenInformeer u vóór de montage over de omstandigheden op de bouwplaats en de plaatselijke voorschriften.Controleer Bof de levering compleet en intact is.Bof de plaatsing van de zonnecollectoren optimaal is. Houd rekening met de bestraling door de zon (hellingsgraad, gericht naar het zuiden). Vermijd schaduw van hoge bomen of iets dergelijks en pas het collectorveld aan de vorm van het gebouw aan (b.v. in één lijn met ramen, deuren enz.).iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERAangezien dakdekkersbedrijven ervaringen hebben met dakwerkzaamheden en gevaren door vallen, raden wij een samenwerking met deze bedrijven aan.Afb.

1 Totaalaanzicht collectorpaar, montage op het dak 63043966.02-1.SD63043966.02-1.SDOPGELET!GEVAAR VOOR VERWONDINGENWanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd zijn blootgesteld aan bestraling door de zon, bestaat er gevaar voor verbranding aan deze onderdelen.BDraag veiligheidskleding.BBedek de collector (b.v. met een als toebehoren verkrijgbaar afdekzeil) en het montagemateriaal tijdens de montage om ze te beschermen tegen de hoge temperaturen door bestraling door de zon.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERGebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant en vervang defecte onderdelen onmiddellijk.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERVerwijder afgebroken dakpannen, shingles of dakplaten rond de collectoren en laat ze vervangen.

Voor de montageVoor de montage6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 94.2.2 Hydraulische verbindingAansluitset, per collectorveld (afb. 3)Verbindingsset tussen de collectoren, per collector (in twee transporthoeken, afb. 4)iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERVoor ieder collectorveld heeft u een aansluitset nodig. De collectoren onderling worden verbonden met een verbindingsset. Afb. 3 Aansluitset en verbindingsset (afbeelding met 2 verticale collectoren)63043966.03-1.SD63043966.03-1.SD2134765Pos. 2: klem 2 ×Pos. 6: sleutel SW 5 1 ×Pos. 3: aansluitleiding (isolatie niet afgebeeld) 2 ×Pos. 7: afsluitkapje 2 ×Pos. 4: isolatie voor ribbelbuisverbinder 710 mm 1 ×Pos. 8: stop voelerdoorvoer, niet afgebeeld 1 ×Pos. 5: klemschroefverbinding voor collectorvoeler 1 ×Afb. 4 Twee transporthoeken met een verbindingsset63043966.04-1.SD63043966.04-1.SD12Pos. 1: ribbelbuisverbinder 2 ×Pos. 2: klem 4 ×

Voor de montageVoor de montage6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 114.5 Technische documentatieDe zonne-installatie bestaat uit verschillende componenten (afb. 6) die voor de montage, bediening en het onderhoud noodzakelijke documentatie bevatten. Eventueel hebben toebehoren een aparte documentatie. Afb. 6 Zonne-installatie componenten en technische documentatie63043965.07-1.SD63043965.07-1.SD231Pos. 1: collector: montagevoorschrift voor montage op het dak is bij de aansluitset gevoegdPos. 2: compleet station: montagevoorschrift is bij het compleet station gevoegdPos. 3: boiler: montagevoorschrift is bij de boiler gevoegd

Voor de montage6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD124.6 Benodigde plaats op het dak vaststellenNeem goed nota van de volgende afmetingen die u minimaal ter beschikking moeten staan.Maat A en BBenodigde plaats voor het collectorveld.Maat CMinimaal twee pannenrijen tot aan nok of schoorsteen. Vooral bij ingemetselde pannen bestaat anders het risico van beschadiging van de dakbedekking.Maat DDakrand inclusief geveldikte. Maat EMinimaal 30 cm voor de montage van de aansluitleidingen op de zolder onder.Maat FMinimaal 40 cm voor de montage van de aansluitleidingen op de zolder boven (bij montage van een ontluchter moet bovendien voldoende ruimte in het bereik van de toevoeropening worden gepland).Maat GMinimaal 50 cm links en rechts naast het collectorveld voor de aansluitleidingen onder het dak.

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 135 Dakverbinding en profielrails monterenAfb. 8 Kant en klaar gemonteerde profielrails voor twee collectoren63043965.10-1.SD63043965.10-1.SDWAARSCHUWING!LEVENSGEVAARZorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.WAARSCHUWING!GEVAAR VOOR VERWONDINGENdoor vallen en naar beneden vallend materiaal.BTref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.BDraag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKEROm ervoor te zorgen dat u gemakkelijker op het dak kunt lopen, is het aan te raden een dakdekkersladder te gebruiken of de pannen aan de rand van het collectorveld naar boven te schuiven.

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 155.2 Dakbedekking met pannenMonteer eerst alle dakhaken volgens de in de tab. 4 en 5 op pagina 14 aangegeven richtwaarden.5.2.1 Dakhaak aan daklat hangenHet onderstuk van de dakhaak is bij levering ingeklapt. BDraai de lange zeskantmoer (afb. 12, pos. 2) op de dakhaak los en zet het onderstuk van de dakhaak (afb. 12, pos. 1) in de juiste positie.BSchuif overeenkomstig de dakhaakposities (tab. 4 en tab. 5, pagina 14) pannen omhoog.BHang de dakhaak zodanig in dat de steun voor in een golfdal ligt (afb. 13, pos. 4).BSchuif het onderstuk van de dakhaak (afb. 13, pos. 3) zover omhoog dat dit tegen de daklat (afb. 13, pos. 2) ligt. BDraai de lange zeskantmoer (afb. 13, pos. 1) vast. Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de zeskantmoer en draai deze. Afb.

11 Aanzicht gemonteerde dakhaken voor twee collectoren63043965.13-1.SD63043965.13-1.SDiAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERVerander niets aan de dakconstructie en vermijd een beschadiging van de dakbedekking. Til bij ingemetselde nokpannen pas vanaf de 3e rij onder de nok de pannen op.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDamit die Pfanne über dem Dachhaken besser aufliegt, sollten Sie die PfannenAuflagepunkte vorsichtig abschneiden. Afb. 12 Onderstuk van dakhaak draaienAfb. 13 Ingehangen dakhaak (voor een beter aanzicht zijn enkele pannen niet afgebeeld)63043965.14-1.SD63043965.14-1.SD1263043965.15-1.SD63043965.15-1.SD134425OPGELET!SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor later losdraaien van de lange zeskantmoer op de dakhaak. Bij vastdraaien van de moer wordt lijm geactiveerd die de verbinding na een uur borgt. BWordt de moer na een uur losgedraaid, dan moet deze op de bouwplaats worden geborgd (b.v.

Dakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD165. 2. 2 Dakhaak aan spanten bevestigenDe dakhaak kan als alternatief ook worden gebruikt als spantanker voor bevestiging op de spanten. Overeenkomstig de dakhaakposities (tab. 4 en tab. 5, pagina 14) moeten evt. op de spanten (tengels uitsparen) planken/balken met voldoende draagkracht worden aangebracht, om de dakhaak tussen de spanten te monteren. BDraai de lange zeskantmoer (afb. 14, pos. 2) los. BSteek de schroef in het bovenste gat (afb. 14, pos. 3). BBevestig het onderstuk van de dakhaak (afb. 14, pos. 1) losjes. Draai de verbinding nog niet vast aan. BLeg de steun voor zodanig op de pan dat deze bij belasting in een golfdal ligt (afb. 15, pos. 3). De dakhaak moet daarbij aan de bovenkant van de pan een beetje speling hebben (afb. 15, pos. 4). Pas eventueel de pan boven aan.

BSchuif het onderstuk van de dakhaak zover omlaag tot dit op het spant of op de plank/balk (afb. 15, pos. 6) ligt. BDraai de lange zeskantmoer (afb. 15, pos. 1) vast. Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de zeskantmoer en draai deze. BBevestig het onderstuk van de dakhaak min. in het eerste (afb. 15, pos. 2) en tweede gat met geschikte schroeven op het spant. Afb. 14 Dakhaak op spanten bevestigenPos. 1: onderstuk dakhaakPos. 2: lange zeskantmoerPos. 3: bovenste gat voor bevestiging van onderstukPos. 4: opvullen, indien nodigPos. 5: afkorten, indien nodig63043965. 16-1. SD63043965. 16-1. SD21354iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERBij enkele dakbedekkingen kan het nodig zijn om de dakhaak bij het onderstuk (afb. 14, pos. 4) op te vullen met planken/balken, zodat de dakhaak boven op de pan ligt. OPGELET.

SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor breuk van de dakhaak, wanneer de schroef niet in het bovenste gat wordt geplaatst en er zodoende ongunstige krachtinwerkingen kunnen ontstaan. Afb. 15 Gemonteerde dakhaak (voor een beter aanzicht zijn enkele pannen niet afgebeeld)Pos. 1: lange zeskantmoerPos.

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 175.3 Dakbedekking met beverstaartpannenNeem bij de montage goed nota van de aan te houden afstanden (w, x en y) van de dakhaken (tab. 4 en tab. 5, pagina 14).Overeenkomstig de dakhaakposities (afb. 16, pos. 1) moeten evt. op de spanten (tengels uitsparen) planken/balken met voldoende draagkracht worden aangebracht, om de dakhaak tussen de spanten te monteren.Dakhaak voorbereidenVóór de montage moet het onderstuk in de juiste positie worden gebracht. BDraai de lange zeskantmoer (afb. 17, pos. 2) los.BSteek de schroef in het bovenste gat (afb. 17, pos. 3).BBevestig het onderstuk van de dakhaak (afb. 17, pos. 1) losjes. Draai de verbinding nog niet vast aan.Afb.

16 Planken/balken monteren, indien nodig63043965.18-1.SD63043965.18-1.SD11iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERLaat u bij montage op een dak met beverstaartpannen door een dakdekker adviseren.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWanneer het dak is uitgevoerd met tengels, kunt u ook de dakhaken overeenkomstig de dakbedekking met pannen gebruiken (pagina 15).Afb. 17 Onderstuk van dakhaak opnieuw plaatsenPos. 1: onderstuk dakhaakPos. 2: lange zeskantmoerPos. 3: bovenste gat voor bevestiging van onderstukPos. 4: afkorten, indien nodig63043965.16-1.SD63043965.16-1.SD1324OPGELET!SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor breuk van de dakhaak, wanneer de schroef niet in het bovenste gat wordt geplaatst en er zodoende ongunstige krachtinwerkingen kunnen ontstaan.

Dakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD18Dakhaak monterenBLeg de steun voor zodanig op de pan dat deze bij belasting aanligt (afb. 19, pos. 4). De dakhaak moet daarbij aan de bovenkant van de pan een beetje speling hebben (afb. 19, pos. 5). Pas eventueel de pan boven aan.BSchuif het onderstuk van de dakhaak zover omlaag tot dit op het spant of op de plank/balk ligt (afb. 18, pos. 1).BDraai de lange zeskantmoer (afb. 19, pos. 1) vast. Steek hiervoor de sleutel SW 5 in een gat van de zeskantmoer en draai deze. BBevestig het onderstuk van de dakhaak min. in het eerste (afb. 19, pos. 3) en tweede gat met geschikte schroeven op het spant of de plank/balk. BSnij de aanliggende beverstaartpan (afb. 20, pos. 1) op maat (stippellijn, afb. 20, pos. 2).Afb. 18 Gemonteerde dakhaakAfb.

19 Gemonteerde dakhaak - doorsnede met ingekort onderstuk van dakhaak 63043965.20-1.SD63043965.20-1.SD163043965.21-1.SD63043965.21-1.SD13254OPGELET!SCHADE AAN HET GEBOUWdoor lekkage.BMonteer iedere dakhaak in het midden op een beverstaartpan.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWanneer de daklatten een te geringe afstand hebben, kunt u het onderstuk van de dakhaak tussen het tweede en derde gat afkorten. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe getande vulring (afb. 19, pos. 2) moet in de vertanding van het onderstuk van de dakhaak grijpen. Afb. 20 Dakhaak met ingedekt dak63043965.65-1.SD63043965.65-1.SD21

21 Dakverbinding golfplatenExtra benodigd gereedschap–accuschroevendraaier–meetlint–houtboor, Ø 6 mm (boorlengte zie hoofdstuk "Zelftappende schroeven monteren", pagina 20)–metaalboor, Ø 13 mm–steeksleutel SW 15 en 1963043965.22-1.SD63043965.22-1.SD154326WAARSCHUWING!LEVENSGEVAARdoor inademen van asbesthoudende vezels.BWerkzaamheden bij asbesthoudende materialen mogen alleen door experts of geïnstrueerde personen worden uitgevoerd.BDe noodzakelijke maatregelen uit de arbowet betreffende gevaarlijke stoffen moeten strikt worden nageleefd. Pos. 1: schroef M8 4 ×Pos. 2: bevestigingsblokje 4 ×Pos. 3: moer M12 4 ×Pos. 4: vulring 4 ×Pos. 5: afdichtingsplaatje 4 ×Pos. 6: zelftappende schroef M12 4 ×OPGELET!SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor een niet dragende onderconstructie.BControleer of de onderconstructie voldoende dragend is.

Dakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD20Zelftappende schroeven monterenBDe boorlengte voor de benodigde houtboor bepaalt u volgens de volgende berekening:BBoor met een metaalboor (Ø 13 mm) overeenkomstig de posities van de zelftappende schroeven (zie tab. 4 en tab. 5) door het dak met golfplaten. Boor niet door het hout eronder!BVoer de houtboor (Ø 6 mm) door de boorsjabloon en boor verticaal in de onderconstructie (kanthout).BLet bij het monteren van de zelftappende schroeven op de volgorde van de afzonderlijke delen (afb. 23).BDraai het bevestigingsblokje (afb. 23, pos. 1) tot de aanslag op de zelftappende schroef (afb. 23, pos. 5).BDraai de voorgemonteerde zelftappende schroeven met behulp van een steeksleutel SW 15 zover in het dak tot de maat B is bereikt (tab. 6).Afb. 22 Boorsjabloon vervaardigen Afb.

23 Volgorde voor de montage van de zelftappende schroevenPos. 1: bevestigingsblokjePos. 2: moer M12Pos. 3: vulringPos. 4: afdichtingsplaatjePos. 5: zelftappende schroef M1263043965.23-1.SD63043965.23-1.SD63043965.24-1.SD63043965.24-1.SD53241iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERU moet met de houtboor in een hoek van exact 90° door de onderconstructie van het dak boren, om later een vlakke bevestigingsondergrond te krijgen tussen het bevestigingsblokje en de profielrail. Hiervoor is het handig om een boorgeleiding of boorsjabloon te vervaardigen.BNeem een kanthout van ca. 0,50 – 1,00 m lang. Boor een doorgangsgat (Ø 6 mm) verticaal in het kanthout (afb.

22).90 mmHoogte van de golf +Hoogte van de boorsjabloon +Noodzakelijke boorlengte vanaf boorhouder voor houtboor (Ø 6 mm)=OPGELET!SCHADE AAN HET GEBOUWdoor lekkage.BBoor nooit in een golfdal.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERZorg ervoor dat bij het indraaien van de zelftappende schroeven de afstand B (tab. 6 en afb. 24) bij alle zelftappende schroeven gelijk is.

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 21BDraai de moer (afb. 24, pos. 2) zover vast tot het afdichtingsplaatje (afb. 24, pos. 3) helemaal op het dak ligt.Profielrail vastschroevenNeem ook goed nota van hoofdstuk 5.8.1 "Profielrails verbinden". BBevestig de profielrails (afb. 25, pos. 2) telkens met twee schroeven (afb. 25, pos. 1).Afb. 24 Gemonteerde zelftappende schroef op dak met golfplatenPos. 1: bevestigingsblokjePos. 2: moer, M12Pos. 3: afdichtingsplaatje63043965.25-1.SD63043965.25-1.SD123iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERBHet bevestigingsblokje moet tot de aanslag op de zelftappende schroef zijn gedraaid.Hoogte van de golf maat A Maat B35 mm 70 mm40 mm 65 mm45 mm 60 mm50 mm 55 mm55 mm 50 mm60 mm 45 mmTab. 6 Montagematen dak met golfplaten. Maten zijn afhankelijk van de hoogte van de golven.Afb.

25 Profielrail op bevestigingsblokje bevestigenPos. 1: schroefPos. 2: profielrailPos. 3: bevestigingsblokje63043965.26-1.SD63043965.26-1.SD213iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe profielrails mogen door niveauverschillen van de dakspanten niet doorhangen.BGebruik ter controle een metselkoord. Indien nodig vult u de profielrails bij het bevestigingsblokje op.

Dakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD225. 5 Dakbedekking met leien/shinglesAls voorbeeld wordt de montage van een speciale dakhaak en waterdicht indekken met ter plaatse beschikbaar te stellen platen (afb. 26, pos. 1 en 2) op een dak met leien/shingles getoond. Neem bij de montage goed nota van de aan te houden afstanden (w, x en y) tussen de speciale dakhaken onderling (tab. 4 en tab. 5, pagina 14). BMonteer de speciale dakhaak (afb. 26, pos. 5) en afdichting (afb. 26, pos. 4) met de schroef (afb. 26, pos. 6) op de dakbedekking met leien/shingles. BOm ervoor te zorgen dat de montage waterdicht is uitgevoerd, moeten er ter plaatse boven en onder de speciale dakhaken platen (afb. 26, pos. 1, 2) worden gemonteerd. 5. 6 Dakbedekking met metalen platenIn plaats van de dakhaken moeten zelftappende schroeven (afb. 27, pos.

5) voor bevestiging van de profielrails worden gemonteerd. Neem bij de montage goed nota van de aan te houden afstanden (w, x en y) van de zelftappende schroeven (tab. 4 en tab. 5, pagina 14). Om ervoor te zorgen dat het dak dicht is, moeten voor de zelftappende schroeven (afb. 27, pos. 5) ter plaatse hulzen (afb. 27, pos. 6) op het dak met metalen platen worden gesoldeerd. Afb. 26 Montage op een dak met leien/shinglesPos. 1: plaat (op montageplaats)Pos. 2: plaat (op montageplaats)Pos. 3: afbeelding meervoudige bedekkingPos. 4: afdichting (op montageplaats)Pos. 5: speciale dakhaakPos. 6: schroef63043965. 27-1. SD63043965. 27-1. SD1234546iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe montage op lei-/shingleplaten moet worden uitgevoerd door een dakdekker. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe speciale dakhaak moet voor op een meervoudige bedekking (afb. 26, pos. 3) liggen. Afb.

SD124563iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe montage op dakbedekkingen met metalen platen moet worden uitgevoerd door een dakdekker. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERHet verloop van de montage van de zelftappende schroeven en profielrails alsmede dienovereenkomstige aanwijzingen vindt u in hoofdstuk 5. 4 "Dakbedekking met golfplaten".

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 235.7 Extra rails monteren (toebehoren)Bij montagehoogten van 20 tot 100 m en/of normale sneeuwbelastingen van 2,0 tot 3,1 kN/m2 zijn extra maatregelen noodzakelijk.Extra dakhaken aanbrengenVoor opnemen van sneeuwlastprofielen moeten verdere dakhaken worden gemonteerd.BBevestig extra dakhaken (afb. 28, pos. 1) indien mogelijk in het midden tussen de reeds gemonteerde bovenste en onderste dakhaken.Sneeuwlastprofiel op dakhaken bevestigenBSchuif de schuifmoer (afb. 29, pos. 1) in de richting van de pijl op de dakhaak.BLeg het sneeuwlastprofiel (afb. 29, pos. 2) op de dakhaken en draai deze met schroef M8 (afb. 29, pos. 3) vast.

BRicht de sneeuwlastprofielen onderling horizontaal in één lijn uit (gebruik een metselkoord).Profielrails monterenVoor de bevestiging van de profielrails moeten deze worden verbonden. Neem hiervoor goed nota van hoofdstuk 5.8.1 "Profielrails verbinden". BLeg de profielrails (afb. 30, pos. 1) in de inkepingen (afb. 30, pos. 2) van de sneeuwlastprofielen en draai deze met schroeven en aluminium moeren (afb. 30, pos. 3) slechts lichtjes vast, zodat de profielrails nog kunnen worden uitgericht.BGa met de andere profielrails op dezelfde manier te werk. Zet de montage voort met hoofdstuk 5.8.3 "Profielrails uitrichten".Afb. 28 Extra dakhaken voor het sneeuwlastprofiel (hier: voor twee collectoren)Afb. 29 Bevestiging van het sneeuwlastprofielAfb.

Dakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD245.8 Profielrails monterenDe profielrails moeten onderling worden verbonden met steekverbindingen. Voor iedere collector is een bovenste en onderste profielrail voorzien. 5.8.1 Profielrails verbindenBSchuif de steekverbinding (afb. 31, pos. 1) tot de aanslag in beide profielrails (afb. 31, pos. 2). BDraai voor vergrendeling de beide voorgemonteerde stifttappen M10 (afb. 31, pos. 3) in de steekverbinding met sleutel SW 5 vast. 5.8.2 Profielrails monterenBSchuif de schuifmoer (afb. 32, pos. 1) in de richting van de pijl op de dakhaak. BLeg de onderste profielrails (afb. 32, pos. 2) op de dakhaken en draai schroef M8 (afb. 32, pos. 3) slechts lichtjes aan, zodat de profielrails nog kunnen worden uitgericht.BGa met de bovenste profielrails op dezelfde manier te werk. Afb. 31 Profielrails verbindenPos.

Dakverbinding en profielrails monterenDakverbinding en profielrails monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 255.8.3 Profielrails uitrichtenBRicht de bovenste en onderste profielrails aan de zijkant in één lijn t.o.v. elkaar en telkens horizontaal uit (afb. 33, gebruik een waterpas). BDraai de schroeven vast. 5.8.4 Beveiligingen tegen afglijden monteren Om de collectoren te beschermen tegen afglijden, moet u voor iedere collector twee beveiligingen tegen afglijden op de onderste profielrails bevestigen. BSchuif de beveiligingen tegen afglijden (afb. 34, pos. 3) telkens in de binnenliggende slobgaten (afb. 34, pos. 1) zover over de profielrails tot deze vastklikken (afb. 34, pos. 2). Afb. 33 Profielrails uitrichten90°90°90°90°63043965.35-1.SD63043965.35-1.SD11iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERMeet de diagonalen of leg b.v. een daklat (afb. 33, pos. 1) op de uiteinden van de profielrails.

De hoek tussen de daklat en de profielrail moet 90° bedragen. Richt de profielrails via de slobgaten uit. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe profielrails mogen door niveauverschillen van de dakspanten niet doorhangen. Gebruik ter controle een metselkoord. Vul indien nodig de profielrails bij de dakhaak op. Afb. 34 Beveiliging tegen afglijden inhangenPos. 1: bevestigingsgaten voor de beveiligingen tegen afglijdenPos. 2: vastklikken van de beveiliging tegen afglijdenPos. 3: beveiliging tegen afglijden132

Collectoren monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD266 Collectoren monteren Wanneer u begint met de montage van de collectoren, moet u goed nota nemen van de volgende veiligheidsaanwijzingen en aanwijzingen voor de gebruiker.Afb. 35 Aanzicht montage op het dak met collectoren63043965.37-1.SD63043965.37-1.SDWAARSCHUWING!LEVENSGEVAARdoor vallen en naar beneden vallend materiaal.BTref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.BZorg er bij alle werkzaamheden op daken voor dat u niet kunt vallen.BDraag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.BControleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.OPGELET!SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor beschadigde afdichtingsvlakken.

BVerwijder de rubber doppen op de collectoraansluitingen pas direct voor de montage.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERMaak voor de montage gebruik van een heftoestel uit de dakdekkerbranche of van 3-punts zuignappen met voldoende draagvermogen of als toebehoren verkrijgbare speciale draaggrepen (vergemakkelijkt het tillen).iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERTijdens het transport of tijdens de montage kunnen onbeveiligde collectoren naar beneden vallen.

Collectoren monterenCollectoren monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 276. 1 Collectormontage voorbereidenVóór aanvang van de eigenlijke montage op het dak kunt u de afsluitkapjes op de grond voormonteren, om zo het werk op het dak te vergemakkelijken. Om de afsluitkapjes (en later ook de ribbelbuisverbinders en aansluitleidingen) te borgen, moeten de aansluitingen worden voorzien van klemmen. 6. 1. 1 Hydraulische aansluitingDe collectoren moeten zodanig worden gemonteerd dat de voelerdoorvoeren voor opnemen van de collectorvoeler (afb. 37, pos. 1) boven liggen. De geleiding van de leiding in de collector is uitgevoerd als dubbele meander, daardoor is het mogelijk om twee verschillende hydraulische aansluitingen uit te voeren:Aansluiting aan één zijde tot max. 5 collectorenU kunt de aansluiting aan één zijde uitvoeren tot een collectorveldgrootte van max. 5 collectoren (afb. 36 en afb.

37). Afwisselende aansluiting tot max. 10 collectorenWorden in een collectorrij meer dan 5 collectoren gemonteerd, dan moet de hydraulische aansluiting afwisselend worden uitgevoerd (Tichelmann-principe, afb. 38). De afwisselende aansluiting kan ook bij minder dan 6 collectoren worden uitgevoerd (afb. 38). Afb. 36 Hydraul. aansluiting rechts tot max. 5 collectorenPos. 1: ribbelbuisverbinderPos. 2: toevoerleidingPos. 3: retourleidingPos. 4: afsluitkapjeAfb. 37 Hydraul. aansluiting links tot max. 5 collectorenAfb. 38 Afwisselende hydraulische aansluiting63043966. 09-1. SD63043966. 09-1. SD21341463043966. 10-1. SD63043966. 10-1. SD163043966. 08-1. SD63043966. 08-1. SDOPGELET. SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor lekkages bij de collectoraansluitingen. De ribbelbuisverbinders, aansluitleidingen en de collectoraansluitingen mogen niet beschadigd en vuil zijn.

BDe collectoraansluitingen zijn voor een eenvoudigere montage af fabriek van een speciaal vet voorzien. Er mag geen ander vet worden gebruikt. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe hydraulische aansluitleidingen kunnen rechts (afb.

Collectoren monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD286.1.2 Afsluitkapjes monterenVoor de aansluiting van een collectorveld zijn niet alle aansluitingen nodig en deze moeten daarom worden gesloten. BVerwijder de rubber doppen (transportbescherming) van de betreffende collectoraansluitingen.BSchuif het afsluitkapje met de O-ringen (afb. 39, pos. 1) op de collectoraansluiting. BSchuif de klem (afb. 39, pos. 2) voor borging van de aansluiting over het afsluitkapje en de collectoraansluiting.6.2 Collectoren bevestigenDe bevestiging van de collectoren op de profielrails geschiedt door de enkelzijdige collectorspanners (afb. 40, pos. 2) aan het begin en einde van een collectorrij en de dubbelzijdige collectorspanners (afb. 40, pos. 1) tussen de collectoren. Bovendien wordt door de beveiligingen tegen afglijden voorkomen dat de collector afglijdt.

Enkelzijdige collectorspanners rechts inschuivenBSchuif de enkelzijdige collectorspanners (afb. 41, pos. 1) aan het rechter uiteinde van het collectorveld in de profielrails tot deze in het eerste slobgat van de profielrails vastklikken. Afb. 39 Afsluitkapje met klem borgen63043966.12-1.SD63043966.12-1.SD21Afb. 40 Bevestigingselementen voor de collector63043965.42-1.SD63043965.42-1.SD21iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe kunststof delen op de collectorspanners hebben geen dragende functie. Deze vergemakkelijken slechts de montage.Afb. 41 Enkelzijdige collectorspanners inschuiven2163043965.43-1.SD63043965.43-1.SD1iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERMonteer de enkelzijdige collectorspanners aan de linkerkant van het collectorveld pas na montage van de laatste collector.

Collectoren monterenCollectoren monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 29Eerste collector opleggenLeg de collector zodanig op de profielrails dat de voelerdoorvoer voor opnemen van de collectorvoeler zich boven bevindt. Begin aan de rechterkant de collectors op de profielrails te leggen. BLeg de eerste collector op de profielrails en laat deze in de beveiligingen tegen afglijden glijden (afb. 42). De onderste collectorrand moet in de opening van de beveiliging tegen afglijden liggen (afb. 42, pos. 1). BSchuif de collector (afb. 43, pos. 1) voorzichtig tegen de enkelzijdige collectorspanner en richt deze horizontaal uit. BSchroef de enkelzijdige collectorspanner (afb. 43, pos. 2) met de sleutel SW 5 vast.De klembeugel van de collectorspanner (afb. 43, pos.

Collectoren monterenCollectoren monteren6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 31BDraai de schroef van de dubbelzijdige collectorspanner met de sleutel SW 5 vast.De klembeugel (afb. 48, pos. 1) van de collectorspanner grijpt nu in de onderste collectorranden.Ga bij alle andere collectoren op dezelfde manier te werk.Enkelzijdige collectorspanner links monterenZijn alle collectoren gemonteerd, dan kunnen de beide overige enkelzijdige collectorspanners worden bevestigd. BSchuif de enkelzijdige collectorspanners (afb. 49, pos. 1) in de bovenste en onderste profielrails. BSchuif de collectorspanners tot aan het collectorframe en schroef deze met sleutel SW 5 vast (afb. 49, pos. 2). Afb. 48 Dubbelzijdige collectorspanner tussen twee collectoren63043965.48-1.SD63043965.48-1.SD1iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDoor vastdraaien van de schroef breekt de kunststof brug bij de gewenste breukplekken weg. Afb.

Collectorvoeler aansluiten6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD327 Collectorvoeler aansluitenMontageplaats De collectorvoeler moet in de collector met de aangesloten toevoerleiding (afb. 50, pos. 2) worden gemonteerd.–Inbouwpositie (afb. 50, pos. A) bij systemen met één rij collectoren.–Inbouwpositie (afb. 50, pos. B) bij systemen met twee rijen collectoren.Collectorvoeler monterenVoor een correct functioneren van de zonne-installatie is het noodzakelijk dat de collectorvoeler (afb. 51, pos. 1) tot aan de aanslag (komt overeen met ca. 250 mm) in de voelerleibuis wordt geschoven.BStoot met de collectorvoeler of een schroevendraaier door de afdichtingslaag van de voelerdoorvoer (afb. 51, pos. 3).BDraai de klemschroefverbinding (afb. 51, pos. 2) in de voelerdoorvoer.BSchuif de collectorvoeler ca. 250 mm in de voelerleibuis (tot aan de aanslag). BDraai de klemschroefverbinding (afb. 51, pos.

2) vast, houd deze evt. tegen.Afb. 50 Montageplaats collectorvoeler (schematische weergave)Pos. 1: retourleidingPos. 2: toevoerleidingBA63043966.25-1.SD63043966.25-1.SD2121iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe collectorvoeler wordt bij het complete station of bij de regeling geleverd.Let op de montageplaats bij systemen met één of twee rijen collectoren (afb. 50).OPGELET!SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor defecte voelerkabel.BBescherm evt. de kabel tegen mogelijke beschadigingen (b.v. aanvreten door steenmarters). Afb. 51 Collectorvoeler in de collector schuivenPos. 1: collectorvoelerPos. 2: klemschroefverbindingPos. 3: voelerdoorvoer250 mmKollektor63043966.26-1.SD63043966.26-1.SD213iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWanneer u de voelerdoorvoer (afb. 51, pos. 3) van de verkeerde collector heeft doorgestoten, moet u deze met de stop uit de aansluitset afdichten.

Verzamelleidingen aansluitenVerzamelleidingen aansluiten6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 338 Verzamelleidingen aansluitenInformatie over het leggen van de verzamelleidingen vindt u in het montagevoorschrift van het complete station. De hydraulische aansluiting op de verzamelleidingen geschiedt met behulp van de lange flexibele aansluitleidingen. Een directe aansluiting van een starre verzamelleiding op de collector is niet toegestaan.8.1 Ontluchting door drukvullingWanneer de ontluchting van de zonne-installatie wordt uitgevoerd met een drukvulpomp, is geen ontluchter op het dak nodig.BSchuif de aansluitleiding (1000 mm, afb. 53, pos. 1) op de toevoeraansluiting van het collectorveld en zet deze vast met de klem (afb. 53, pos. 4). BVoer de aansluitleiding samen met de voelerkabel door de ontluchtingspan (afb. 53, pos. 3) en door de dakisolatie.

BSluit de verzamelleiding op de klemringschroefverbinding (afb. 53, pos. 2) aan.Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting. Afb. 52 Aansluitleidingen onder het dak voerenPos. 1: toevoerleiding (afbeelding zonder isolatie)Pos. 2: retourleiding (afbeelding zonder isolatie)Pos. 3: voelerkabel63043966.18-1.SD63043966.18-1.SD123iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERGebruik voor het leggen van de aansluitleidingen onder het dak standaard ontluchtingspannen of de antennedoorvoeren. Geef evt. een gespecialiseerde firma opdracht om de aansluitleidingen onder het dak te voeren.iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERVoer samen met de toevoerleiding de voelerkabel door de ontluchtingspan onder het dak.

iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWanneer u de zonne-installatie op het hoogste punt van de installatie wilt ontluchten met behulp van een automatische ontluchter (toebehoren), dan moet u de toevoerleiding met een stijging naar de ontluchter en de retourleiding met een stijging naar het collectorveld leggen. Afb. 53 Toevoerleiding monteren (zonder ontluchter op het dak)63043966.19-1.SD2431

Verzamelleidingen aansluiten6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD348.2 Ontluchting door ontluchter (toebehoren) op het dakWanneer u de zonne-installatie op het hoogste punt van de installatie wilt ontluchten met behulp van een automatische ontluchter (toebehoren), dan moet u de toevoerleiding met een stijging naar de ontluchter (afb. 54, pos. 2) en de retourleiding met een stijging naar het collectorveld leggen (afb. 54). Vermijd veelvuldige veranderingen van richting.Kan er vanwege plaatsgebrek geen automatische ontluchter worden geplaatst, dan moet er een handmatige ontluchter worden geïnstalleerd.Functie stifttap en beschermkap (weersomstandigheden) van de automatische ontluchterDe zonne-installatie wordt via de geopende stifttap ontlucht. Zodat er door de geopende stifttap geen vocht in de zonne-installatie kan binnendringen, moet het beschermkapje (afb. 55, pos.

1) tijdens werking steeds op de stifttap zitten.Open de ontluchter door de stifttap één slag los te draaien.Leveringsomvang ontluchterset universeel (afb. 55):Afb. 54 Aanzicht luchtbeker met ontluchter voor toevoeraansluitingPos. 1: collectorvoelerPos. 2: automatische ontluchter op het dak63043966.20-1.SD63043966.20-1.SD21iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERBij elke verandering van richting naar beneden en bij elke nieuwe stijging moet u een extra luchtbeker met ontluchter aanbrengen. iAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWij adviseren om bij zonne-installaties altijd ontluchters te gebruiken die helemaal van metaal zijn, aangezien deze bestand zijn tegen de optredende temperaturen.Afb. 55 Ontluchterset universeel63043966.21-1.SD63043966.21-1.SD2134589106117Pos. 1: beschermkapje (weersomstandigheden) 1 ×Pos. 2: automatische ontluchter 1 ×Pos. 3: kogelkraan 1 ×Pos. 4: afdichting 1 ×Pos.

Verzamelleidingen aansluitenVerzamelleidingen aansluiten6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD 358.2.1 Ontluchter onder het dak monterenBSchuif de aansluitleiding (afb. 56, pos. 3) op de toevoeraansluiting van het collectorveld en zet deze vast met de klem (afb. 56, pos. 5). BVoer de aansluitleiding samen met de voelerkabel door de ontluchtingspan (afb. 56, pos. 4) en door de dakisolatie.Ga op dezelfde manier te werk bij de retouraansluiting. BVerwijder de wartelmoer en klemring van de aansluitleiding.BSchroef de aansluitleiding (afb. 56, pos. 3) en dubbele nippel (afb. 56, pos. 1) in de luchtbeker vast (O-ring-afdichting).BSluit de verzamelleiding op dubbele nippel aan met de klemringschroefverbinding (afb. 56, pos. 1). Afb. 56 Ontluchter onder het dak monterenPos. 1: dubbele nippel met O-ringPos. 2: luchtbekerPos. 3: aansluitleidingPos. 4: ontluchtingspanPos.

Verzamelleidingen aansluiten6 720 612 620 NL/BE (2006/04) SD368. 2. 2 Ontluchter boven op het dak monterenVoor de verbinding van de aansluitleiding aan de ontluchter (toevoeraansluiting) moet de elleboog van de aansluitleiding verwijderd en de dubbele nippel gemonteerd worden. BSnij de elleboog (afb. 57, pos. 1) met een pijpsnijder van de aansluitleiding. BSchuif de wartelmoer over de aansluitleiding. Afdichtingsvlak tot stand brengen:BLeg de klemschijf (afb. 57, pos. 2) achter de eerste ribbel en druk deze bij elkaar. De klemschijf moet gelijkmatig tegen de kraag van de wartelmoer liggen. BLeg de carrosserieschijf (afb. 57, pos. 3) vóór het snijvlak van de aansluitleiding in de wartelmoer. BSchroef de dubbele nippel (afb. 57, pos. 4) stevig in de wartelmoer, zodat een vlak afdichtingsvlak op de aansluitleiding ontstaat.

BVerwijder de dubbele nippel en de carrosserieschijf en controleer of er een vlak afdichtingsvlak is ontstaan. BVerwijder eventueel uitstekende bramen. BPlaats de afdichting (afb. 57, pos. 5) en schroef de dubbele nippel erin. Verbinding met de collector:BSchroef de nippel (afb. 58, pos. 5) en aansluitleiding (afb. 58, pos. 2) in de luchtbeker vast (O-ring-afdichting). BSchuif de luchtbeker (afb. 58, pos. 1) met nippel op de collectoraansluiting en borg deze met de klem (afb. 58, pos. 6). BVoer de aansluitleiding samen met de voelerkabel door de ontluchtingspan (afb. 58, pos. 4) en door de dakisolatie. BSluit de verzamelleiding op de klemringschroefverbinding (afb. 58, pos. 3) aan. Afb. 57 Aansluitleiding voorbereidenPos. 1: elleboog Pos. 2: klemschijfPos. 3: carrosserieschijf (om het afdichtingsvlak tot stand te brengen)Pos. 4: dubbele nippelPos. 5: afdichtingAfb.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch FKT-1 - Collector Solar stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden