AEG Electrolux Lavamat 74810 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Lavamat 74810 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 91 mensen. Heb je een vraag over AEG Electrolux Lavamat 74810 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG Electrolux |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | Lavamat 74810 |
Foutcodes AEG Electrolux Lavamat 74810
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing | Pagina |
|---|---|---|---|
| Err | De gekozen functie kan niet met het ingestelde programma worden gecombineerd | Maak een andere keuze van functie of programma. | |
| E10 | Probleem met de watertoevoer | Controleer of de waterkraan open staat, maak de zeef in de schroefkoppeling van de toevoerslang schoon indien verstopt, controleer de kraan op kalkaanslag of defect en laat deze indien nodig repareren. | 20 |
| E20 | Probleem met de waterafvoer | Controleer de afvoerslang op knikken, controleer of de maximale pomphoogte van 1m niet is overschreden, maak de afvoerpomp schoon en verwijder vreemde voorwerpen, reinig de sifon bij een sifonaansluiting. | 20 |
| E40 | Vuldeur open | Sluit de deur goed, zodat de vergrendeling hoorbaar vastklikt, en start het programma opnieuw. | 20 |
| EF0 | De beveiliging tegen wateroverlast (Aqua Control) is in werking getreden | Draai de waterkraan dicht, trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de klantenservice. | 21 |
Alle foutcodes AEG Electrolux Wasmachine 2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar deze voor naslag op een later tijdstip.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsvoorschriftenWaarschuwing! Voorschriften die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Voorschriften die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3Instructies en praktische tips2Milieu-informatie 3InhoudGebruiksaanwijzing. 5Veiligheid. 5Apparatuurbeschrijving. 7Bedieningspaneel. 7Programmaoverzicht. 8Voor het eerste gebruik van de wasautomaat. 10Het wasgoed voorbereiden en sorteren. 10Wasprogramma uitvoeren. 11Vuldeur openen/was in de machine doen. 11Was-/nabehandelingsmiddel toevoegen. 11Apparaat inschakelen/programma kiezen. 12Centrifugetoerental veranderen/spoelstop kiezen. 13Extra programma's kiezen. 13SPOELEN +. 13>>TIJD. 14VOORWAS. 14VLEKKEN. 14BEHOEDZAAM. 14Starttijdkeuze instellen. 14Programma starten. 15Verloop van het programma. 15Programma onderbreken/wasgoed toevoegen. 15Einde van het programma/wasgoed uit de machine nemen. 16Overdosering. 16Kinderbeveiliging. 17Reiniging en onderhoud. 18Wat u moet doen als…. 20Kleine storingen zelf oplossen. 20Als het wasresultaat niet bevredigend is. 23Aftappen. 24Afvoerpomp. 25Afvalverwerking. 26Technische gegevens. 5Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste ingebruikname•Volg de “Opstel- en aansluitinstructies” op.•Bij het in de wintermaanden leveren van het apparaat bij temperatu-ren onder het vriespunt: de wasautomaat voor de ingebruikname ge-durende 24 uur op kamertemperatuur laten acclimatiseren.Gebruik volgens de voorschriften•De wasautomaat is alleen voor het wassen van binnen het huishou-den gebruikelijk wasgoed bestemd. •Het ombouwen van of het aanbrengen van wijzigingen aan de was-automaat is niet toegestaan.•Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishou-delijke wasautomaten geschikt zijn.•Het wasgoed mag geen ontvlambare oplossingen bevatten. Explosiegevaar!•De wasautomaat niet voor chemische reiniging gebruiken.•Kleur- en ontkleurmiddelen mogen alleen in de wasautomaat worden gebruikt als de fabrikant van dit product dit uitdrukkelijk vermeldt. Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.Veiligheid voor kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. Verstik-kingsgevaar!•Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrisch ap-paratuur verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zon-der toezicht bij de wasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de trommel kunnen klau-teren. Levensgevaar! 6Algemene veiligheid•Reparaties aan wasautomaten dienen alleen door vakmensen uitge-voerd te worden. •Neem de wasautomaat nooit in gebruik als de stroomkabel, het be-dieningspaneel, het bovenblad of de voet van het apparaat dermate beschadigd zijn dat de binnenzijde van het apparaat open toeganke-lijk is.•Voor de reiniging, het onderhoud en de reparatiewerkzaamheden dient de wasautomaat uitgeschakeld te worden. Vervolgens de stek-ker uit het stopcontact nemen of – bij een vaste aansluiting – de LS-schakelaar in de zekeringkast uitschakelen of de schroefzekering ge-heel uitdraaien.•Als het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal gaan worden, dient het apparaat van de stroomvoorziening genomen te worden en dient de waterkraan gesloten te worden.•De netstekker nooit aan de kabel uit het stopcontact trekken, maar middels de stekker.•Stekkerdozen, koppelingen en verlengingskabels mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar door oververhitting! •De wasautomaat niet met een waterstraal afspuiten. Risico op stroomschokken!•Bij wasprogramma’s op hoge temperaturen wordt het glas van de vul-deur heet. Niet aanraken!•Voor het aftappen van het apparaat, het reinigen van de afvoerpomp of voor het in noodsituaties openen van de vuldeur dient het sop eerst af te koelen.•Huisdieren kunnen stroomkabels en waterslangen doorbijten. Risico op stroomschokken en gevaar op wateroverlast! Huisdieren buiten het bereik van wasautomaten houden. 8ProgrammaoverzichtProgrammaMax. vulgewicht 1) (droog wasgoed)1) Een emmer van 10 liter bevat ongeveer 2,5 kg droog wasgoed (katoen).Extra programma’s CentrifugetoerentalSPOELEN +>>TIJDVOORWASVLEKKENBEHOEDZAAM14001000/700/500n (SPOELSTOP)ECO2)2) Programma-instellingen voor tests conform resp. in navolging van EN 60 456 en IEC 60 456 zijn in het hoofdstuk “Verbruikswaarden” beschreven.7kg • • • • • • •WITTE WAS /BONTE WAS95, 60, 40, 30 7kg • •3)3) Aanbevolen vulgewicht bij korte programma's 3,5kg; een volle belading is mogelijk, echter met een iets minder reinigingsresultaat. 9Gebruik/Eigenschappen Behandelings-symbolen1) 1) Het cijfer in het behandelingssymbool geeft de maximale temperatuur aan.Energiesparend programma bij 60 °C voor licht tot normaal vervuild wit of bont wasgoed van katoen/linnen. M OProgramma voor normaal tot sterk vervuild wit of bont wasgoed van katoen/linnen. J M OProgramma voor wit en bont wasgoed dat op verschillende temperaturen moet worden gewassen. Wasgoed dat volgens de behandelingssymbolen op 40 °C of op 60 °C apart gewassen moet worden, kan met dit programma samen worden gewas-sen. Zo benut u de capaciteit van de trommel beter en bespaart u energie. Het was-resultaat van een normaal programma op 60 °C wordt bereikt. J MProgramma voor kreukherstellende mengweefsels en synthetische weefsels. I K NSpeciaal programma bij 40 °C voor kreukherstellend textiel, dat na dit programma nog slechts licht of zelfs helemaal niet hoeft te worden gestreken. K NVoorzichtig programma voor fijne weefsels zoals textiel dat uit meer lagen bestaat, microvezels, synthetische stoffen en vitrage (max. 20 bis 25m2 vitrage in de wasma-chine doen). Met n (SPOELSTOP) ook geschikt voor textiel met speciaal ademend membraan, bijvoorbeeld outdoorkleding.I KBijzonder voorzichtig programma voor met de hand en wasmachine wasbare wol/zijde.Q L HApart voorzichtig spoelen (3 spoelgangen, vloeibaar nabehandelingsmiddel wordt uit het inspoelvak & ingespoeld, voorzichtig centrifugeren). I K NQ L HWegpompen van het water na een SPOELSTOP. Pompen en centrifugeren bijv. na SPOELSTOP of apart centrifugeren van handge-wassen witte was/bonte was. J M OSpeciaal programma bij 30 °C, ca. 10Voor het eerste gebruik van de wasautomaat1. Wasmiddelschuiflade openen.2. Ongeveer 1 liter water door de wasmiddelschuiflade in de wasautomaat gieten. Bij de volgende programmastart wordt daardoor het sopreservoir geslo-ten en kan de ECO-sluis naar behoren functioneren.3. Om eventuele restanten van de fabricage te verwijderen uit de trommel en het sopreservoir, moet de eerste wasgang zonder wasgoed worden uitgevoerd. Programma: WITTE/BONTE WAS 60, op de toets >>TIJD drukken, ca. 1/4 maatbeker waspoeder toevoegen. Het wasgoed voorbereiden en sorterenWasgoed voorbereiden•Zakken leegmaken. Vreemde voorwerpen (bijv. muntstukken, paper-clips, spijkers, enz.) verwijderen.•Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen, dit om schade aan wasgoed te voorkomen.•Gordijnmechanismen verwijderen of in een net/waszak plaatsen.•Kwetsbare delen en klein wasgoed in een net/kussensloop wassen, bijv. vitrage, nylonkousen, kousjes, zakdoeken, bh’s.Let op! Bh’s en ander wasgoed met beugels uitsluitend in een net was-sen. Beugels kunnen losraken en het apparaat beschadigen.Wasgoed sorteren•Op kleur: wit en gekleurd wasgoed separaat wassen. Wasgoed kan kleurstof afgeven. •Op temperatuur, soort wasgoed en behandelingsetiket.Let op! Wasgoed met het behandelingsetiket G (= niet wassen!) niet in de wasautomaat wassen. 11Wasprogramma uitvoerenVuldeur openen/was in de machine doen1. Vuldeur openen: aan de deurgreep trekken.De indicaties DEUR en START/PAUZE geven bij een ingeschakeld appa-raat aan of de deur kan worden geopend: 2. Wasgoed uiteenvouwen en losjes in de machine vullen. Grote en kleine stukken wasgoed door elkaar in de machine vullen.Let op! Zorg ervoor dat er geen wasgoed klem komt te zitten tussen de deur en de rubberen dichting. 3. Druk de vuldeur goed dicht. De slui-ting moet hierbij hoorbaar vastklikken.Was-/nabehandelingsmiddel toevoegenLet op! Gebruik alleen was-/nabehandelingsmiddel dat geschikt is voor in het huishouden gebruikte wasautomaten.Was-/nabehandelingsmiddel doseren conform de voorschriften van de fabrikant van het was-/nabehandelingsmiddel. Neem de aanwijzingen op de verpakking in acht.De dosering is afhankelijk van:–de mate van vervuiling van het wasgoed;–de hoeveelheid wasgoed;–de hardheid van het leidingwater. •Ga als volgt te werk wanneer de fabrikant geen doseeraanwijzingen geeft voor kleine hoeveelheden wasgoed: bij halve belading moet een derde minder en bij een minimale belading slechts de helft van de hoeveelheid wasmiddel worden gedoseerd, in vergelijking tot een vol-le belading.Indicatie DEUR Indicatie START/PAUZE Kan de deur worden geopend?brandt groen knippert rood of is uit jabrandt groen brandt rood ja, nadat op de toets START/PAUZE is gedruktbrandt rood of is uitknippert rood of brandt roodnee, te hoge waterstand resp. te hoge temperatuur 12•Vanaf waterhardheid 2 (=middel) moet waterontharder worden ge-bruikt. Wasmiddel kan dan altijd voor waterhardheid 1 (=zacht) wor-den gedoseerd. Het lokale waterbedrijf kan u informatie geven omtrent de waterhardheid in uw omgeving.1. Trek de schuiflade voor het wasmiddel tot aan de aanslag naar buiten.2. Was-/nabehandelingsmiddel in de lade doen.3. Wasmiddelschuiflade helemaal naar binnen schuiven.Waspoeder/tabs voor de hoofdwas (Als u waterontharder gebruikt en het rechtervak nodig hebt voor het voorwasmiddel, voeg de waterontharder dan toe aan het hoofdwasmid-del in het linkervak.)Wasverzachter, verzorgingsmiddel, stijfsel Vak hoogstens tot de markering MAX vullen. Dikvloeibare concentraten voor het toevoegen verdunnen volgens de aanwijzingen van de fabri-kant. Stijfsel in poedervorm oplossen.Wanneer u vloeibaar wasmiddel gebruikt: Vloeibaar wasmiddel in de door de wasmiddelfabrikant aangeboden do-seerhouders doen.Apparaat inschakelen/programma kiezenProgramma en temperatuur instel-len met de programmakeuzeknop. 3Als u een programma kiest, schakelt u hiermee tevens het apparaat in.–De indicatie van het programma-verloop geeft de programmastap-pen aan die door het gekozen programma zullen worden uitge-voerd.–In het multidisplay verschijnt de geschatte looptijd van het programma (in minuten).Vlekkenzout/-tabsWaspoeder/tabsvoor de hoofdwasWasverzachter/verzorgingsmiddel/stijfsel Waspoeder/tabsvoor de voorwasof waterontharder 13Centrifugetoerental veranderen/spoelstop kiezenDe wasautomaat stelt het maxi-maal toegestane toerental voor, dat geschikt is voor het gekozen pro-gramma. Dit toerental kunt u verla-gen: Druk hiervoor zo vaak op de toets Centrifugetoerental/n(SPOELSTOP), tot de gewenste indicatie brandt.3Het toerental voor het centrifugeren aan het einde van het programma kan tijdens het programma nog worden veranderd. Ga hiervoor als volgt te werk:1. Op de toets START/PAUZE drukken.2. Toerental veranderen.3. Druk opnieuw op de toets START/PAUZE.SPOELSTOPBij n (SPOELSTOP) blijft het wasgoed in het laatste spoelwater liggen. Aan het einde van het programma wordt niet gecentrifugeerd, er wordt wel tussendoor gecentrifugeerd. Het tussendoor centrifugeren is af-hankelijk van het programma en kan niet worden gewijzigd.Extra programma's kiezenIndien gewenst drukt u op de toets(en) voor het betreffende extra programma. De bijbehorende indi-catie gaat branden. 3Wanneer ”Err“ in het multidisplay knippert, kan het geselecteerde extra programma niet worden ge-combineerd met het ingestelde wasprogramma.SPOELEN +Bij de programma's ECO, WITTE/BONTE WAS, FIJNE WAS, KREUKHER-STELLEND en STRIJKVRIJ worden twee extra spoelgangen uitgevoerd (bijvoorbeeld bij een overgevoelige huid). 14>>TIJDVerkort wasprogramma voor licht vervuilde was.VOORWASWarm voorwassen voor de automatisch volgende hoofdwasgang; met tussendoor centrifugeren bij WITTE/BONTE WAS en KREUKHERSTEL-LEND, zonder tussendoor centrifugeren bij FIJNE WAS. VLEKKENVoor sterk vervuilde of bevlekte was. Het vlekkenmiddel wordt op het optimale tijdstip tijdens het verloop van het programma in de machine gespoeld. Dit programma kan alleen worden ingesteld bij wastemperaturen vanaf 40°C, aangezien vlekkenmiddelen pas bij hogere temperaturen werk-zaam zijn.BEHOEDZAAMVerbeterde spoelwerking door extra spoelgang bij een gelijktijdig geringere trommelbeweging (weefsels worden ontzien). Ideaal wanneer er vaak moet worden gewassen, bijvoorbeeld bij een overgevoelige huid.Starttijdkeuze instellen3Met de toets STARTTIJDKEUZE kunt u de start van een programma, per 30 minuten (30') tot max. 23 uur (23h) uitstellen. 1. Programma kiezen. 2. De toets STARTTIJDKEUZE zo vaak indrukken dat de gewenste starttij-duitstelling in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het programma over 12 uur moet starten. De indicatie 6h gaat branden. 3Wordt 23h aangegeven en drukt u nogmaals dan is de starttijdkeuze weer opgeheven. Op de indicatie verschijnt 0' en aansluitend de loop-tijd van het ingestelde programma.3. Om de starttijdkeuze te activeren, op de toets START/PAUZE drukken. De resterende tijd tot de start van het programma wordt doorlopend aangegeven, bijv. 12h, 11h, 10h, ... 30' enz.). 15Programma starten1. Controleer of de waterkraan is geopend.2. Toets START/PAUZE indrukken. Het wasprogramma wordt gestart resp. start na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.3Wanneer nadat u op de toets START/PAUZE hebt gedrukt E40 in het multidisplay knippert, de indicatie EINDE 4x knippert en gelijktijdig 4x een signaaltoon klinkt, is de deur niet goed gesloten. Druk de deur goed dicht en druk de toets START/PAUZE opnieuw in.Verloop van het programma•De indicatie van het programmaverloop geeft de programmastap aan die momenteel wordt uitgevoerd.•Het multidisplay toont de geschatte resterende looptijd (in minuten) tot het einde van het programma.3De resterende looptijd kan tijdens het wassen langer worden of kort stil blijven staan. Dit wordt veroorzaakt doordat het wasprogramma zich bij het wassen aan verschillende omstandigheden aanpast (bijvoorbeeld soort en hoeveelheid wasgoed, onbalansherkenning bij het centrifuge-ren, speciale spoelgang, enzovoort).Programma onderbreken/wasgoed toevoegenProgramma onderbreken•Door op de toets START/PAUZE te drukken kan een programma op ie-der gewenst moment worden onderbroken en vervolgens opnieuw worden gestart door nogmaals op de toets START/PAUZE te drukken.•Om een programma voortijdig te stoppen draait u de programmakeu-zeknop naar UIT. Let op! Houd rekening met het feit dat er zich water in het apparaat kan bevinden!Wasgoed toevoegenZolang de indicatie DEUR groen brandt, kan er wasgoed worden toege-voegd.1. Druk op de toets START/PAUZE. De vuldeur kan worden geopend.2. De vuldeur sluiten en opnieuw op de toets START/PAUZE drukken. Het programma gaat door. 16Einde van het programma/wasgoed uit de machine ne-menAan het einde van het programma brandt EINDE in de indicatie van het programmaverloop. Zodra de indicatie DEUR groen oplicht, kan de deur worden geopend.1. De deur openen en de was uit de machine nemen.2. Programmakeuzeknop op UIT zetten.3. Trek na het wassen de wasmiddellade iets naar buiten, zodat deze kan drogen. De deur op een kier laten staan, zodat de wasautomaat kan luchten.Wanneer u n(SPOELSTOP) hebt gekozen:Na de spoelstop brandt EINDEin de indicatie van het programmaver-loop.Eerst moet het water worden weggepompt.–De programmakeuzeknop naar UIT en vervolgens naar POMPEN draaien en de toets START/PAUZE (het water wordt zonder centrifu-geren weggepompt),–of de programmakeuzeknop naar UIT draaien en vervolgens naar CENTRIFUGEREN. Indien gewenst het toerental aanpassen en de toets START/PAUZE indrukken (het water wordt weggepompt en aanslui-tend wordt gecentrifugeerd).Overdosering3Wanneer de indicatie OVERDOSERING brandt, is bij het zojuist uitge-voerde programma te veel wasmiddel gebruikt. Houd u bij de volgende wasgang aan de doseringsvoorschriften van de fabrikant van het was-middel en let tevens op het vulgewicht! 17KinderbeveiligingBij een geactiveerde kinderbeveiliging kan de vuldeur niet meer geslo-ten worden en kan geen wasprogramma worden gestart.Kinderbeveiliging instellen: De draaiknop (aan de binnenkant van de vuldeur) met een muntstuk, rechtsom tot de aanslag verdraaien. 1Waarschuwing! De draaiknop mag zich na het instellen van de draai-knop niet in ingedrukte positie be-vinden omdat anders de kinderbeveiliging niet functioneert! De draaiknop moet conform de af-beelding uitgetrokken zijn. Kinderbeveiliging opheffen: De draaiknop met een muntstuk linksom tot aan de aanslag draaien. 18Reiniging en onderhoudLet op! Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen reinigings-middelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen. Neem het bedieningspaneel en de behuizing met een vochtige doek af.ReinigingswasgangAls er overwegend bij lage temperaturen wordt gewassen dient af en toe een kookprogramma te worden gedraaid. Zo wordt eventuele afzet-ting verminderd. Bovendien wordt het apparaat zo van binnen gerei-nigd.WasmiddelladeDe wasmiddellade dient regelmatig gereinigd te worden.1. Trek de wasmiddellade met een krachtige ruk uit het apparaat.2. Neem het inzetstuk voor de wasver-zachter uit het middelste vak. 3. Reinig alle delen met water.4. Het inzetstuk voor de wasverzachter zo ver mogelijk insteken, zodat het vast zit.5. Maak ook het gehele inspoelgedeelte van de wasautomaat en vooral ook de sproeiers aan de bovenkant van de inspoelvakjes met een borstel schoon.6. 19WastrommelAls gevolg van roestende voorwerpen in het wasgoed of ijzerhoudend leidingwater kan roestvorming op de trommel ontstaan.Let op! De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor of ijzer bevattende schuurmiddelen of staalwol reinigen.1. Eventuele roestafzettingen op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.2. Wasgang zonder wasgoed uitvoeren en schoonmaakmiddelrestanten uitspoelen. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 60, toets >>TIJD in-drukken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen.Vuldeur en rubberen ringRegelmatig controleren, of afzettingen of vreemde voorwerpen zich in de naden van de rubberen ring of aan de binnenkant van het deurven-ster hebben afgezet. Deurvenster en rubberen ring regelmatig reinigen. 20Wat u moet doen als…Kleine storingen zelf oplossenWanneer tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in het multidisplay wordt weergegeven:–E10 (problemen met de watertoevoer),–E20 (problemen met de waterafvoer),–E40 (vuldeur open),raadpleeg dan de volgende tabel.Nadat de storing is opgelost, drukt u op de toets START/PAUZE.Bij andere storingen (E en getal of letter): apparaat uitschakelen en vervolgens weer inschakelen. Programma opnieuw instellen. Op de toets START/PAUZE drukken. Als de foutcode opnieuw wordt weergegeven, dient u contact op te ne-men met de klantenservice om de foutcode door te geven.Storing Mogelijke oorzaak OplossingWasautomaat werkt niet.De stekker zit niet in het stopcontact of er is een pro-bleem met de zekering.De stekker in het stopcontact steken. Zekering controleren.Deur is niet goed gesloten.Deur goed sluiten, zodat de vergrendeling hoorbaar vast-klikt.Toets START/PAUZE is niet lang genoeg ingedrukt.Toets START/PAUZE langer indrukken.Deur gaat niet dicht. Kinderbeveiliging is inge-steld. Kinderbeveiliging opheffen.Wanneer op een toets wordt gedrukt, ver-schijnt Err in het mul-tidisplay.De gekozen functie kan niet met het ingestelde pro-gramma worden gecombi-neerd.Maak een andere keuze.E40 wordt weergege-ven. De indicatie EINDE knippert 4x, tegelijker-tijd klinkt 4x een sig-naaltoon.Deur is niet goed gesloten. Deur goed sluiten. Program-ma opnieuw starten. 21E10 wordt weergege-ven.De indicatie EINDE knippert 1x, tegelijker-tijd klinkt 1x een sig-naaltoon.(Probleem met de wa-tertoevoer.)Waterkraan is gesloten. Open de kraan.Zeef in schroefkoppeling van de toevoerslang is ver-stopt.De waterkraan dichtdraaien. Slang losschroeven, zeef ver-wijderen en schoonmaken.Waterkraan zit vol met kalk-aanslag of is defect.Controleer de kraan, indien nodig laten repareren.Wasautomaat trilt tij-dens het wassen of staat niet stil.Transportbeveiliging is niet verwijderd.Transportbeveiliging verwij-deren.Schroefpootjes zijn niet goed afgesteld.Voetjes afstellen volgens de aanwijzingen voor opstelling en aansluiting.Was is niet gecentrifu-geerd.Slechts een paar grote stuk-ken wasgoed in de trommel.Trommel altijd zo vol moge-lijk beladen. Grote en kleine delen door elkaar mengen.Er loopt water onderuit de wasautomaat.Schroefkoppeling van de toevoerslang lekt. Toevoerslang vastschroeven.Afvoerslang is lek. Afvoerslang vervangen.Deksel van de afvoerpomp is niet goed gesloten. Deksel goed sluiten.Er zat wasgoed tussen de deur geklemd.De wasautomaat de volgende keer zorgvuldig vullen.Aftapslang is lek. Aftapslang goed aansluiten.EF0 wordt weergege-ven. De indicatie EINDE knippert 15x, tegelijker-tijd klinkt 15x een sig-naaltoon.Afvoerpomp blijft voortdurend lopen – ook wanneer het appa-raat is uitgeschakeld.De beveiliging tegen wa-teroverlast, Aqua Control, is in werking getreden.Waterkraan dichtdraaien, vervolgens de stekker uit het stopcontract trekken en con-tact opnemen met de klan-tenservice.Waswater schuimt sterk. Aan het einde van het wasprogramma wordt het centrifuge-ren afgebroken. 22E20 wordt weergege-ven. De indicatie EINDE knippert 2x, tegelijker-tijd klinkt 2x een sig-naaltoon.(Probleem met de wa-terafvoer.)Knik in de afvoerslang. Knik uit de slang halen.Maximale pomphoogte van 1m is overschreden.Neem contact op met de klantenservice.Afvoerpomp is verstopt.Wasautomaat uitzetten. Stekker uit het stopcontact trekken.Afvoerpomp schoonmaken. Vreemde voorwerpen uit het pomphuis verwijderen.Bij een sifonaansluiting: si-fon is verstopt. De sifon reinigen.Wasverzachter wordt niet ingespoeld, vak w voor nabehandelings-middel is met water ge-vuld.Het wasverzachter-inzetbakje is niet goed in het vak voor nabehande-lingsmiddel gezet of is ver-stopt.Wasmiddelschuiflade reini-gen, inzetstuk voor wasverzachter goed bevesti-gen.Deur kan bij ingescha-keld apparaat niet wor-den geopend.Deur is vergrendeld. Wacht tot de indicatie DEUR groen brandt.Stroomuitval! (Alle indica-ties zijn uit.)De deur blijft ca. 4 tot 10 minuten vergrendeld.Het programma gaat verder wanneer de stroomuitval voorbij is.Wasgoed uit de wasautomaat halen:wanneer er water in de was-automaat zichtbaar is, vóór het openen van de deur eerst het water weg laten lopen (zie het gedeelte “Water af-tappen").Was is erg gekreukt. Mogelijk teveel wasgoed in de wasautomaat. Let op de maximale belading.Storing Mogelijke oorzaak Oplossing 23Als het wasresultaat niet bevredigend isHet wasgoed is grauw en kalk heeft zich in de trommel vastgezet.•Er is onvoldoende wasmiddel gebruikt.•Niet het juiste wasmiddel is gebruikt. •Speciale vervuilingen zijn niet voorbehandeld.•Programma of temperatuur zijn niet correct ingesteld.Op het wasgoed zijn grijze vlekken aanwezig •Met zalf, vet of olie vervuild wasgoed is met te weinig wasmiddel ge-wassen.•Er is op te lage temperatuur gewassen.•De meest voorkomende oorzaak is dat wasverzachter, en met name in geconcentreerde vorm, op het wasgoed terecht is gekomen. Dergelij-ke vlekken dienen zo snel mogelijk uitgewassen te worden en de be-treffende wasverzachter dient voorzichtig gebruikt te worden.Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar •Moderne wasmiddelen kunnen ook in de laatste spoelgang nog schuim veroorzaken. Het wasgoed is echter voldoende gespoeld.Witte restanten op het wasgoed •Het betreft niet opgeloste bestanddelen van moderne wasmiddelen. Dit is niet het gevolg van onvoldoende spoelen. Wasgoed uitschudden of afborstelen. Eventueel het wasgoed in de toekomst voor het wassen binnenste buiten keren. Wasmiddelkeuze controleren. Met name bij donker wasgoed is het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aan te bevelen. 24Aftappen1Waarschuwing! Voor het aftappen de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!Waarschuwing! Het sop dat uit de aftapslang komt kan heet zijn. Ver-brandingsgevaar! Vóór het aftappen het sop laten afkoelen!3. De aftapslang uitnemen.4. Een vlakke opvangbak onder de slang plaatsen. Aansluitend de af-sluitstoppen door het rechtsom draaien losdraaien en uittrekken.5. Het sop loopt uit. Indien noodzake-lijk de opvangbak meerdere keren legen en de aftapslang tussentijds met de afsluitstoppen sluiten.Als het sop afgetapt is:6. De afsluitstoppen goed in de aftapslang plaatsen en rechtsom vast-draaien.7. De aftapslang weer in de houder terug plaatsen.8. Het klepje van de sokkel plaatsen en sluiten. 25AfvoerpompDe afvoerpomp is onderhoudsvrij. Het openen van het pompdeksel is alleen in het geval van een storing vereist als er geen water weg wordt gepompt, bijv. bij een geblokkeerd pompwiel. Controleer altijd voor het vullen met wasgoed of er geen vreemde voorwerpen in de zakken zitten of tussen het wasgoed aanwezig is. Pa-perclips, spijkers, enz. die eventueel met het wasgoed in de wasauto-maat terechtkomen blijven in het pomphuis liggen (filter voor vreemde voorwerpen dat het pompwiel beschermt. 1Waarschuwing! Voor het openen van het pompdeksel de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!1. Tap eerst het water uit de wasautomaat af.2. Leg een doek op de vloer voor het deksel van de afvoerpomp. Er kan restwater uitlopen.3. Het pompdeksel linksom losschroe-ven en uitnemen.4. Eventuele vreemde voorwerpen en textielpluizen uit het pomphuis en van het pompwiel verwijderen.5. Controleer of het pompwiel hele-maal achter in het pomphuis rond kan worden gedraaid. (Het is nor-maal als het pompwiel stootsgewijs draait.) Als het pompwiel niet kan worden gedraaid dient u contact op te nemen met de klantendienst.6. Pompdeksel weer terugplaatsen. Lipjes van het deksel zijdelings in de geleidingssleuven inschuiven en het deksel rechtsom vastdraaien. 7. De aftapslang sluiten en in de hou-der plaatsen.8. Klepje van de sokkel sluiten. 27Technische gegevens5Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:–73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn–89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richt-lijn 92/31/EEG–93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijnVerbruikswaardenDe verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze kun-nen bij het gebruik in het huishouden afwijken. hoogte x breedte x diepte 850 x 598 x 640 mmDiepte bij geopende vuldeur. 1017 mmIn hoogte verstelbaar: ca. +10/-5mmVulhoeveelheid (programma-afhankelijk) max. 7 kgToepassingsgebied HuishoudenTrommeltoerental centrifugeren zie kenplaatjeWaterdruk 1-10bar (=10–100N/cm2=0,1–1,0MPa)Programmakiezer(Temperatuur)Vulhoeveelheidin kg1)1) De bepaling van de vulhoeveelheid geschiedt volgens EN 60456 Standardload. 28Instructies voor plaatsing en aansluiting1Veiligheidsinstructies voor het aansluiten•Deze wasautomaat is niet geschikt voor onderbouw.•Voor de ingebruikname dient het apparaat op transportschade ge-controleerd te worden. Een beschadigd apparaat in geen geval aan-sluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Voor de ingebruikname dienen alle delen van de transportbeveiliging verwijderd te zijn. Anders kan er bij het centrifugeren schade aan het apparaat of aan naburige meubels, ontstaan.•Voor de inbedrijfname dient de sproeiwaterbeveiliging op het appa-raat aangebracht te zijn (zie “Transportbeveiliging verwijderen”).•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd geaard stopcontact steken.•Bij een vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.•Controleer voor de ingebruikname of de op het kenplaatje van het apparaat vermelde nominale spanning met de netspanning en het stroomtype op de plaats van de opstelling overeenkomt. Ook de elek-trische beveiliging die nodig is kunt u van het kenplaatje aflezen.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften aan de waterinstallatie van de wateraansluiting van de wasautomaat uitgevoerd dienen te worden, dienen deze door een erkende installatievakman te worden uitgevoerd.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften ten aanzien van de elektrische aansluiting van de wasautomaat op het stroomnet uitge-voerd dienen te worden, dienen deze door een erkende elektrotechni-sche vakman te worden uitgevoerd.•De stroomtoevoerleiding van de wasautomaat mag uitsluitend door de klantendienst of een erkend vakman worden omgewisseld.Aansluiten van het apparaatHet apparaat transporteren1Waarschuwing! De wasautomaat is zwaar. Verwondinggevaar! Voor-zichtigheid bij het optillen vereist. 29•Het apparaat niet op het voorfront en niet op de rechter zijkant (van-af de voorzijde gezien) neerleggen. De elektrische componenten kun-nen nat worden.•Het apparaat nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De transportbeveiliging dient eerst op de plaats van de installatie verwij-derd te worden! Het transporteren zonder transportbeveiliging kan tot beschadigingen van en aan het apparaat leiden.•Het apparaat niet aan de geopende vuldeur en ook niet aan de sokkel optillen.Bij transport met een steekwagen:•De steekwagen alleen vanaf de zijkant tegen het apparaat plaatsen. Het laadvlak van de steekwagen mag niet langer zijn dan 24 cm, an-ders kunnen delen van het waterbeveiligingssysteem worden bescha-digd.Transportbeveiliging verwijderenLet op! Voor de ingebruikname die-nen alle delen van de transport-beveiliging verwijderd te worden! Transportbeveiliging voor een moge-lijk later transport (verhuizing) bewaren.1. Op de achterzijde van het apparaat de beide slanghouders openen en de slang evenals het netsnoer uitnemen.2. De beide slanghouders met een krachtige ruk van het apparaat aftrekken.3. Beide kunststof kappen zijdelings eraf trekken. 303De speciale sleutel A en de afsluit-doppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zijn bij het apparaat gevoegd.4. Schroef D incl. drukveer met de spe-ciale sleutel A verwijderen.5. Afsluitdop C volgens afbeelding om-keren. 6. Opening met de afsluitdop C afsluiten.7. De twee schroeven E met de speciale sleutel A uitschroeven.8. De vier schroeven F met de speciale sleutel A uitschroeven.9. Transportgeleiding G afnemen.10. De vier schroeven F weer inschroeven.11. De twee grote openingen met de af-sluitdoppen B afsluiten.Let op! Alle afsluitdoppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zo krachtig in-drukken dat deze in de achterwand vastklikken (sproeiwaterbescher-ming!).OpstellingsplaatsLet op! Het apparaat mag niet in een aan vorst onderhevige ruimte worden gebruikt. Vorstschade of negatieve invloed op de functies! Vorstschade valt niet onder de garantie!•De opstellingsplaats dient vast en egaal te zijn. Het apparaat niet op tapijt of zachte vloerbedekking opstellen.•De opstellingsplaats dient schoon en droog te zijn en vrij te zijn van geleidende of glijdende oppervlakken zodat het apparaat niet weg kan glijden.•Bij opstellingsplaatsen op een vloer voorzien van een klein formaat tegels dient een in de handel verkrijgbare en daarvoor geschikte rub-bermat onder het apparaat geplaatst te worden. 31Als het apparaat op een sokkel moet staan: opdat het apparaat veilig op de sok-kel staat, moeten borgplaten*) wor-den gemonteerd waarmee het apparaat afgesteld kan worden. Als het apparaat op een zwevende vloer dient te staan, bijv. een vloer van houten balken en houten vloerdelen: het apparaat indien mogelijk in een hoek van de ruimte plaatsen.1. Een waterbestendige houten plaat (minimale dikte: 15 mm) op ten minste twee vloerbalken vastschroeven.2. Borgplaten*) op de houten plaat monteren, waarin het apparaat wordt afgesteld.*) De borgplaten zijn bij de klantendienst verkrijgbaar.Het apparaat juist afstellenDe vier voeten van het apparaat zijn vooraf ingesteld.Grove oneffenheden kunnen door het individueel instellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten worden gecompenseerd.Hiervoor dient de bijgeleverde spe-ciale sleutel gebruikt te worden. Let op! Oneffenheden van het grondoppervlak niet met behulp van stukjes hout, karton of soortgelijke materialen compenseren, maar door het afstellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten. 32Elektrische aansluitingGegevens over de netspanning, stroomtype en de vereiste beveiliging zijn op het kenplaatje weergegeven. Het kenplaatje is in het gebied van de invulopening aangebracht.WateraansluitingLet op! •Dit apparaat mag niet aan de warmwatervoorziening worden aange-sloten!•Bij het aansluiten dient uitsluitend een nieuwe slangenset gebruikt te worden.•Het apparaat uitsluitend aan de drinkwaterleiding aansluiten. Regen-water of verbruikt water alleen dan gebruiken als de vereisten geheel in overeenstemming met DIN1986 en DIN1988 zijn.•Toevoer- en afvoerslang niet in een knik leggen of verdraaien!Toegestane waterdrukDe waterdruk dient ten minste 1bar (=10N/cm2=0,1MPa) te zijn en mag ten hoogste 10bar (=100N/cm2=1MPa) bedragen. –Bij een druk hoger dan 10bar: een drukverlagingsventiel plaatsen. 33WatertoevoerEen drukslang met een lengte van 1,5meter is meegeleverd. Indien een langere toevoerslang vereist is, dient uitsluitend een origine-le slang gebruikt te worden. De klantendienst heeft slangensets in di-verse lengtes beschikbaar.3De afdichtringen treft u in de moeren van de schroefverbinding van de slang aan of in de verpakking. Gebruik geen andere afdichtringen! Let op! Alle slangverbindingen mo-gen uitsluitend met de hand vastge-draaid worden. 1. De slang met de afgewikkelde aan-sluiting aan de machine aansluiten.Let op! De toevoerslang niet loodrecht naar beneden, maar vol-gens de afbeelding naar rechts of naar links leggen. 2. De slang met de rechte aansluiting aan de waterkraan met schroefdraad R 3/4 (duim) aansluiten. 3. Voor het vast- en losdraaien van de schroefverbinding van de slang, mag alleen aan de metalen moer worden gedraaid. De behuizing van de vei-ligheidsklep dient u hierbij met een hand vast te houden, zodat deze niet meedraait.Let op! Voor het vast- en losdraaien van de schroefverbinding van de slang dient u nooit aan de behuizing van de veiligheidsklep te draaien, daar anders de binnenslang wordt beschadigd.4. De kraan geleidelijk openen en controleren of alle aansluitingen dicht zijn. 34WaterafvoerHet hoogteverschil tussen de onderkant van de wasautomaat en de wa-terafvoer dient ten hoogste 1 meter te zijn.Voor een verlenging mogen uitsluitend originele slangen worden ge-bruikt. (max. 3 meter, op de vloer gelegd en tot een hoogte van 80 cm). De klantendienst heeft afvoerslangen in diverse lengtes beschikbaar.Waterafvoer via een sifonDe verbindingsplaats buis/sifon met een slangklem (in de vakhandel ver-krijgbaar) vastzetten. Waterafvoer via een wastafel/bad1Let op! –Kleine wasbekkens zijn hier niet voor geschikt. Het water kan over-lopen! –Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in het uitgepompte wa-ter ondergedompeld zijn. Anders kan het water teruggezogen wor-den!–Bij afvoer via een wastafel of een bad dient de afvoerslang met het meegeleverde bochtstuk tegen wegglijden geblokkeerd te worden. Het uitlopende water kan anders de slang uit het bekken duwen. –Bij het wegpompen controleren of het water voldoende snel afloopt.Afvoerhoogtes van meer dan 1 meterDe afvoerpomp van de wasautomaat voert het sop tot op een hoogte van 1meter af, dit gerekend vanaf de onderkant van het apparaat. Let op! Bij afvoerhoogtes van meer dan 1 meter kunnen storingen en beschadigingen aan het apparaat optreden.Voor afvoerhoogtes van meer dan 1meter is een ombouwset verkrijg-baar. Neem hiervoor a.u.b. contact op met de klantendienst. 35GarantievoorwaardenBelgiëWAARBORGVOORWAARDENOnze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker. Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toepassing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik. 2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade te voorkomen. 4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te worden overlegd. 5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidend zijn. 7. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verant-woordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of inge-bouwde toestellen. 11. Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de beno-digde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de hier-door ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige ver-vanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg. 14. Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek. 15. Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het toestel niet overtref-fen. 36Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. In-dien een toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gas-soort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte toe-stellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht.Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klantendienst u ter beschikking.Adres Klantendienst:ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUMBergensesteenweg, 7191502 LEMBEEKTel.: 02.363.04.44Handleiding AEG Electrolux Lavamat 74810 – volledige tekst
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Lavamat 74810 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine AEG Electrolux
Alle AEG Electrolux Wasmachine handleidingen