AEG Electrolux lavamat 52810 Handleiding


Pagina's 40 Nederlands Wasmachine

Bekijk de handleiding van AEG Electrolux lavamat 52810 gratis online of download de PDF. 38 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

LAVAMAT 52810
Wasautomaat
Informatie voor de gebruiker

Beoordeel deze handleiding


Alle foutcodes AEG Electrolux Wasmachine 27 foutcodes uit 15 handleidingen, met hun betekenis.

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Wasmachine
Model: lavamat 52810

Handleiding AEG Electrolux lavamat 52810 – volledige tekst

2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar deze voor naslag op een later tijdstip.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsvoorschriftenWaarschuwing! Voorschriften die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Voorschriften die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3Instructies en praktische tips2Milieu-informatie

3InhoudGebruiksaanwijzing. 5Veiligheid. 5Apparatuurbeschrijving. 7Bedieningspaneel. 7Programma overzicht. 8Voor het eerste gebruik van de wasautomaat. 10Het wasgoed voorbereiden en sorteren. 10Wasprogramma uitvoeren. 11Vuldeur openen/Wasgoed vullen. 11Was-/nabehandelingsmiddel toevoegen. 11Apparaat inschakelen/Programma kiezen. 12Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezen. 13Extra programma’s kiezen. 13VOORWAS. 13KORT. 13SPOELEN+ in-/uitschakelen. 14Starttijdkeuze instellen. 14Wasprogramma starten. 15Programma onderbreken/Wasgoed bijvullen. 15Wasgang beëindigd/wasgoed uitnemen. 16Kinderbeveiliging. 17Reiniging en onderhoud. 18Wat te doen als …. 19Kleine storingen zelf oplossen. 19Als het wasresultaat niet bevredigend is. 22Aftappen. 23Afvoerpomp. 24Afvalverwerking. 25Technische gegevens. 26Verbruikswaarden. 26.

5Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste ingebruikname•Volg de “Opstel- en aansluitinstructies” op.•Bij het in de wintermaanden leveren van het apparaat bij temperatu-ren onder het vriespunt: de wasautomaat voor de ingebruikname ge-durende 24 uur op kamertemperatuur laten acclimatiseren.Gebruik volgens de voorschriften•De wasautomaat is alleen voor het wassen van binnen het huishou-den gebruikelijk wasgoed bestemd. •Het ombouwen van of het aanbrengen van wijzigingen aan de was-automaat is niet toegestaan.•Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishou-delijke wasautomaten geschikt zijn.•Het wasgoed mag geen ontvlambare oplossingen bevatten. Explosiegevaar!•De wasautomaat niet voor chemische reiniging gebruiken.•Kleur- en ontkleurmiddelen mogen alleen in de wasautomaat worden gebruikt als de fabrikant van dit product dit uitdrukkelijk vermeldt.

Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.Veiligheid voor kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. Verstik-kingsgevaar!•Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrisch ap-paratuur verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zon-der toezicht bij de wasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de trommel kunnen klau-teren. Levensgevaar!

6Algemene veiligheid•Reparaties aan wasautomaten dienen alleen door vakmensen uitge-voerd te worden. •Neem de wasautomaat nooit in gebruik als de stroomkabel, het be-dieningspaneel, het bovenblad of de voet van het apparaat dermate beschadigd zijn dat de binnenzijde van het apparaat open toeganke-lijk is.•Voor de reiniging, het onderhoud en de reparatiewerkzaamheden dient de wasautomaat uitgeschakeld te worden.

Vervolgens de stek-ker uit het stopcontact nemen of – bij een vaste aansluiting – de LS-schakelaar in de zekeringkast uitschakelen of de schroefzekering ge-heel uitdraaien.•Als het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal gaan worden, dient het apparaat van de stroomvoorziening genomen te worden en dient de waterkraan gesloten te worden.•De netstekker nooit aan de kabel uit het stopcontact trekken, maar middels de stekker.•Stekkerdozen, koppelingen en verlengingskabels mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar door oververhitting! •De wasautomaat niet met een waterstraal afspuiten. Risico op stroomschokken!•Bij wasprogramma’s op hoge temperaturen wordt het glas van de vul-deur heet.

Niet aanraken!•Voor het aftappen van het apparaat, het reinigen van de afvoerpomp of voor het in noodsituaties openen van de vuldeur dient het sop eerst af te koelen.•Huisdieren kunnen stroomkabels en waterslangen doorbijten. Risico op stroomschokken en gevaar op wateroverlast! Huisdieren buiten het bereik van wasautomaten houden.

8Programma overzichtProgrammaMax. vulgewicht 1) (droge was) 1) Een emmer van 10 liter bevat ongeveer 2,5 kg droge was (katoen).Programma extra’sCentrifuge-toerentaln (SPOELSTOP)VOORWASKORT12001000/600ECO 2)2) Programma-instellingen voor tests conform EN 60 456 en IEC 60 456 zijn beschreven in het hoofdstuk "Ver-bruikswaarden".6kg • • • •WITTE/BONTE WAS95, 60, 40, 30 6kg • •3)3) Aanbevolen vulgewicht bij korte programma's 3kg; een volle belading is mogelijk, echter met een iets min-der reinigingsresultaat.• • •KREUKHERSTELLEND 60, 40 3kg • • • •STRIJKVRIJ 40 1kg • • • •FIJNE WAS 40, 30 3kg • • • •WOL/ZIJDE H (handwas) 30, X (KOUD) 2kg • •FIJNSPOELEN 3kg • • •POMPENCENTRIFUGEREN 6kg • •

9Gebruik/Kenmerken Symbool onderhoud1) 1) De getallen in het symbool onderhoud geven de maximale temperaturen aan.Energie besparend programma bij een temperatuur van 60 °C voor licht tot normaal vervuilde witte/bontewas van katoen/linnen. M OProgramma voor normaal tot sterk vervuilde witte/bonte was van katoen/linnen. J M OProgramma voor kreukherstellende gemengde weefsels en synthetische stoffen. I K NSpeciaal programma bij 40 °C voor kreukherstellend textiel, dat na dit program-ma nog slechts licht of zelfs helemaal niet hoeft te worden gestreken. K NKort programma voor fijn textiel zoals mengvezels, microvezels, synthetische stoffen en gordijnen (doe maximaal 20 tot 25 m2 gordijnen in de machine).

Met n (SPOELSTOP) ook geschikt voor textiel met speciaal ademend membraan, bijvoorbeeld outdoorkleding.I KBijzonder kreukherstellend programma voor met de hand en wasmachine was-bare wol/zijde. Q L HAfzonderlijk voorzichtig spoelen (3 spoelgangen, vloeibaar nabehandelingsmid-del uit het inspoelvakje & wordt in de machine gespoeld, centrifugeren). Niet geschikt voor wol. Als u alleen kreukherstellend en fijnwasgoed in de machine doet, dient u het centrifugetoerental te verlagen.J M OWegpompen na een spoelstop. Wegpompen en centrifugeren na een spoelstop resp. afzonderlijk centrifugeren van met de hand gewassen witte/bonte was. Als u alleen kreukherstellend, fijn wasgoed en wol in de machine doet, dient u het centrifugetoerental te verla-gen.J M O

10Voor het eerste gebruik van de wasautomaat1. Wasmiddelschuiflade openen.2. Ongeveer 2 liter water door de wasmiddelschuiflade in de wasautomaat gieten. Bij de volgende programmastart wordt daardoor het sopreservoir geslo-ten en kan de ECO-sluis naar behoren functioneren.3. Om eventuele restanten van de fabricage te verwijderen uit de trommel en het sopreservoir, moet de eerste wasgang zonder wasgoed worden uitgevoerd. Programma: WITTE/BONTE WAS 95, op de toets KORT druk-ken, ca. 1/4 maatbeker waspoeder toevoegen. Het wasgoed voorbereiden en sorterenWasgoed voorbereiden•Zakken leegmaken. Vreemde voorwerpen (bijv. muntstukken, paper-clips, spijkers, enz.) verwijderen.•Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen, dit om schade aan wasgoed te voorkomen.•Gordijnmechanismen verwijderen of in een net/waszak plaatsen.•Kwetsbare delen en klein wasgoed in een net/kussensloop wassen, bijv.

vitrage, nylonkousen, kousjes, zakdoeken, bh’s.Let op! Bh’s en ander wasgoed met beugels uitsluitend in een net was-sen. Beugels kunnen losraken en het apparaat beschadigen.Wasgoed sorteren•Op kleur: wit en gekleurd wasgoed separaat wassen. Wasgoed kan kleurstof afgeven. •Op temperatuur, soort wasgoed en behandelingsetiket.Let op! Wasgoed met het behandelingsetiket G (= niet wassen!) niet in de wasautomaat wassen.

11Wasprogramma uitvoerenVuldeur openen/Wasgoed vullen1. Vuldeur openen: trek aan de greep van de vuldeur.De indicaties DEUR en START/PAUSE geven bij een ingeschakeld appa-raat aan of de vuldeur kan worden geopend: 2. Wasgoed uitvouwen en los vullen. Grote en kleine stukken wasgoed mengen.Let op! Geen wasgoed tussen de vuldeur en de rubberen afdichting inklemmen. 3. Druk de vuldeur goed dicht. De slui-ting dient hoorbaar vast te klikken.Was-/nabehandelingsmiddel toevoegenLet op! Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishoudelijke wasautomaten geschikt zijn.Was-/nabehandelingsmiddelen conform de richtlijnen van de fabrikant van het was- of nabehandelingsmiddel doseren. Volg de aanwijzingen op de verpakkingen op.De dosering is afhankelijk van:–de mate van de vervuiling van het wasgoed,–de hoeveelheid wasgoed– en de hardheid van het leidingwater.

•Als de fabrikant geen aanwijzingen voor kleine hoeveelheden was-goed op de verpakking heeft aangebracht: bij een halve belading 1/3 minder wasmiddel, bij de laagste belading slechts de 1/2 van het was-middel dat bij een volledige belading wordt geadviseerd.Indicatie DEUR Indicatie START/PAUSE Vuldeur openen mogelijk?knippert knippert ja, na ca. 2 minutenbrandt brandt nee, te hoge waterstand resp. te hoge temperatuuris uit knippert ja

12•Vanaf waterhardheidsgebieden 2 (= middel) dient waterontharder ge-bruikt te worden. Het wasmiddel kan dan conform het waterhard-heidsgebied 1 (= zacht) worden gedoseerd. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterwerk ver-krijgen.1. De wasmiddellade tot aan de aanslag uittrekken.2. Was- /nabehandelingsmiddel toevoegen.3. De wasmiddellade geheel inschuiven.Waspoeder/tabletten voor de hoofdwas Als u gebruik maakt van een waterontharder en het rechter vakje voor het voorwasmiddel/vlekkenzout nodig heeft, kunt u het hoofdwasmid-del in het linkervakje toevoegen.Wasverzachter, vormspoeling, stijfsel Het vakje ten hoogste tot de markering MAX vullen. Dikvloeibaar con-centraat voor het vullen en overeenkomstig met de aanwijzingen van de fabrikant, verdunnen.

Poedervormig stijfsel oplossen.Als u vloeibaar wasmiddel gebruikt: Vloeibaar wasmiddel met de door de wasmiddelfabrikant aangeboden doseerhouder vullen.Apparaat inschakelen/Programma kiezenProgramma en temperatuur met de programmakiezer instellen. 3Als u een programma kiest, scha-kelt u gelijk het apparaat in.De indicatie van het programma-verloop geeft de programmastap-pen aan die door het geselecteerde programma worden uitgevoerd.Waspoeder/tablettenvoor de hoofdwasWasverzachter/vormspoeling/stijfselWaspoeder/tablettenvoor de voorwasof vlekkenzout

13Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezenDe wasautomaat stelt het maximaal toelaatbare toerental voor dat ge-schikt is voor het gekozen program-ma. U kunt het toerental verlagen:Druk daarvoor zo vaak op de toets Centrifugeren/n (SPOELSTOP) tot de gewenste indicatie brandt.3Het toerental voor het uiteindelijke centrifugeren kan tijdens het pro-gramma nog worden gewijzigd. Daarvoor:1. Op de toets START/PAUSE drukken.2. Het toerental wijzigen.3. Nogmaals op de toets START/PAUSE drukken.n (SPOELSTOP)Bij n (SPOELSTOP) blijft het wasgoed in het laatste spoelwater staan. Er zal geen centrifugeerproces plaatsvinden, er zal tussentijds gecentri-fugeerd worden. Het tussentijds centrifugeren is programma-afhanke-lijk en kan niet worden gewijzigd.Extra programma’s kiezenDruk, indien gewenst op de extra programmatoets(en). De bijbeho-rende indicatie brandt.

14SPOELEN+ in-/uitschakelenAls SPOELEN + is ingesteld, worden er bij de programma’ s WITTE/BON-TE WAS, KREUKHERSTELLEND/STRIJKVRIJ en FIJNE WAS twee extra spoelgangen uitgevoerd. SPOELEN+ blijft in het geheugen opgeslagen – ook nadat het apparaat wordt uitgeschakeld.SPOELEN+ inschakelen:1. Draai de programmakiezer op WITTE/BONTE WAS, KREUKHERSTELLEND/STRIJKVRIJ of FIJNE WAS (met een willekeurige temperatuur).2. De toetsen VOORWAS en STARTTIJDKEUZE tegelijkertijd ingedrukt hou-den, tot in het programmaverloop de indicaties voor SPOELEN en SPOE-LEN+ branden. SPOELEN+ is nu ingeschakeld.In de indicatie van het programmaverloop brandt SPOELEN+ voor de start van het programma en terwijl de extra spoelgangen worden uit-gevoerd.SPOELEN+ uitschakelen:1. Draai de programmakiezer op WITTE/BONTE WAS, KREUKHERSTELLEND/STRIJKVRIJ of FIJNE WAS (met een willekeurige temperatuur).2.

De toetsen VOORWAS en STARTTIJDKEUZE tegelijkertijd ingedrukt hou-den, tot in de indicatie van het programmaverloop SPOELEN+ uitgaat. SPOELEN+ is nu uitgeschakeld.Starttijdkeuze instellenMet de toets STARTTIJDKEUZE kunt u de start van een wasprogramma uitstellen. 1. Programma kiezen 2. Een keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukken, als het wasprogramma over 6 uur moet starten. De indicatie 6h brandt.Twee keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukken, als het wasprogramma over 3 uur moet starten. De indicatie 3h brandt.3Als u nog een keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukt is de starttijdkeu-ze weer opgeheven. De indicatie gaat uit.3. Om de starttijdkeuze te activeren moet u op de START/PAUSE drukken.Tip: Als een starttijdkeuze van 6 uur wordt gekozen, brandt de indicatie 6h. Nadat een periode van 3 uur verlopen is, springt de indicatie op 3h. Na een totaal van 6 uur start het wasprogramma.

15Wasprogramma starten1. Controleer of de waterkraan is geopend.2. Druk op toets START/PAUSE. Het programma wordt gestart resp. start na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.Tijdens het wasprogramma wordt op de indicatie van het programma-verloop de actuele programmastap weergegeven.3Als na het indrukken van de toets START/PAUSE de indicatie EINDE 4x knippert, is de vuldeur niet goed gesloten. Duw de vuldeur goed dicht en druk nogmaals op de toets START/PAUSE.Programma onderbreken/Wasgoed bijvullenProgramma onderbreken•Als gevolg van het indrukken van de toets START/PAUSE kan een pro-gramma op ieder gewenst moment worden onderbroken en door het opnieuw indrukken van de toets START/PAUSE weer worden voortge-zet.•Voor het voortijdig afbreken van een programma dient de program-makiezer op UIT gedraaid te worden. Let op!

Op het water in het ap-paraat letten!Was bijvullenWas bijvullen is mogelijk, zolang de indicatie DEUR niet brandt.1. Druk op de toets START/PAUSE. Vuldeur kan worden geopend.2. De vuldeur sluiten en nogmaals op de toets START/PAUSE drukken. Het programma gaat verder.

16Wasgang beëindigd/wasgoed uitnemenAan het einde van het programma brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop. Zodra de indicatie DEUR gedoofd is kan de vuldeur worden geopend.1. Vuldeur openen en het wasgoed uitnemen2. Programmakiezer op UIT draaien.3. Draai de kraan dicht.4. Na het wassen de wasmiddellade uitnemen, zodat deze kan drogen. De vuldeur alleen aanzetten opdat de wasautomaat kan uitluchten.Als n (SPOELSTOP) werd gekozen: Na de spoelstop branden DEUR en EINDE op de indicatie van het programmaverloop.Eerst moet het water m.b.v. de pomp afgevoerd worden:–of de programmakiezer op UIT zetten en aansluitend op POMPEN draaien en op de toets START/PAUSE drukken (er wordt zonder cen-trifugeren weggepompt),–of de programmakiezer op UIT en aansluitend op CENTRIFUGEREN draaien.

17KinderbeveiligingBij een geactiveerde kinderbeveiliging kan de vuldeur niet meer geslo-ten worden en kan geen wasprogramma worden gestart.Kinderbeveiliging instellen: De draaiknop (aan de binnenkant van de vuldeur) met een muntstuk, rechtsom tot de aanslag verdraaien. 1Waarschuwing! De draaiknop mag zich na het instellen van de draai-knop niet in ingedrukte positie be-vinden omdat anders de kinderbeveiliging niet functioneert! De draaiknop moet conform de af-beelding uitgetrokken zijn. Kinderbeveiliging opheffen: De draaiknop met een muntstuk linksom tot aan de aanslag draaien.

18Reiniging en onderhoudLet op! Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen reinigings-middelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen. Neem het bedieningspaneel en de behuizing met een vochtige doek af.ReinigingswasgangAls er overwegend bij lage temperaturen wordt gewassen dient af en toe een kookprogramma te worden gedraaid. Zo wordt eventuele afzet-ting verminderd. Bovendien wordt het apparaat zo van binnen gerei-nigd.WasmiddelladeDe wasmiddellade dient regelmatig gereinigd te worden.1. Trek de wasmiddellade met een krachtige ruk uit het apparaat.2. Neem het inzetstuk voor de wasver-zachter uit het middelste vak. 3. Reinig alle delen met water.4. Het inzetstuk voor de wasverzachter zo ver mogelijk insteken, zodat het vast zit.5. Maak ook het gehele inspoelgedeelte van de wasautomaat en vooral ook de sproeiers aan de bovenkant van de inspoelvakjes met een borstel schoon.6.

De wasmiddellade in de geleidings-rails plaatsen en naar binnen schuiven.WastrommelAls gevolg van roestende voorwerpen in het wasgoed of ijzerhoudend leidingwater kan roestvorming op de trommel ontstaan.Let op! De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor of ijzer bevattende schuurmiddelen of staalwol reinigen.1. Eventuele roestafzettingen op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.

Deurvenster en rubberen ring regelmatig reinigen.Wat te doen als …Kleine storingen zelf oplossenAls de indicatie van het programmaverloop tijdens het in werking zijn een van de volgende foutmeldingen weergeeft:–EINDE knippert 1x (probleem met watertoevoer),–EINDE knippert 2x (probleem met waterafvoer),–EINDE knippert 4x (vuldeur open),kunt u in de volgende tabel bezien.Druk nadat de storing is opgelost op de toets START/PAUSE.Bij andere foutmeldingen (een of meerdere knipperende indicaties op de indicatie van het programmaverloop): Het apparaat uitschakelen en vervolgens weer inschakelen. Het pro-gramma opnieuw instellen. Op de toets START/PAUSE drukken.Als de storing nogmaals wordt weergegeven neem dan a.u.b.

contact op met de klantendienst.Storing Mogelijke oorzaken OplossingenWasautomaat werkt niet.Stekker zit niet in het stop-contact of de zekering is niet in orde.Steek de stekker in het stop-contact. Controleer de zeke-ring.Vuldeur is niet goed geslo-ten.Sluit de vuldeur tot de sluiting hoorbaar vastklikt.Toets START/PAUSE werd niet lang genoeg ingedrukt.Toets START/PAUSE langer indrukken.Vuldeur kan niet geslo-ten worden.Kinderbeveiliging is inge-steld. Kinderbeveiliging opheffen.Indicatie EINDE knip-pert 4x.Vuldeur is niet goed geslo-ten.Vuldeur goed sluiten. Pro-gramma opnieuw starten.

20Indicatie EINDE knip-pert 1x.(Problemen met de wa-tertoevoer.)Waterkraan is dichtgedraaid. Waterkraan opendraaien.Zeef in de schroefverbinding van de toevoerslang is ver-stopt.Waterkraan dichtdraaien. Slang van de waterkraan af-schroeven, zeef uitnemen en schoonmaken.Waterkraan heeft kalkaan-slag of is defect.Waterkraan controleren en zo nodig laten repareren.Wasautomaat trilt tij-dens het wassen of staat niet stil.Transportbeveiliging is niet verwijderd.Transportbeveiliging verwij-deren.Schroefvoeten zijn niet goed afgesteld.De voeten volgens de opstel- en aansluitaanwijzing afstellen.Was is niet gecentrifu-geerd.Slechts een paar grote stuk-ken wasgoed in de trommel.Trommel altijd zo vol moge-lijk beladen. Grote en kleine delen door elkaar mengen.Water loopt onder de wasautomaat uit.Schroefverbinding van de toevoerslang zit niet vast. Toevoerslang vastschroeven.Afvoerslang lekt.

Afvoerslang vervangen.Deksel van de afvoerpomp is niet goed gesloten. Deksel goed sluiten.Wasgoed zit tussen de vul-deur geklemd.De volgende keer het was-goed zorgvuldig laden.Aftapslang is lek. Aftapslang goed afsluiten.Sop schuimt sterk. Waarschijnlijk hebt u te veel wasmiddel gebruikt.Wasmiddel precies volgens de aanwijzingen van de fabri-kant doseren.Indicatie EINDE knip-pert 2x.(Problemen met de wa-terafvoer.)Er zit een knik in de afvoer-slang. Leg de slang recht.Maximale pomphoogte van 1m is overschreden.Neem contact op met de ser-vice-afdeling.Afvoerpomp is verstopt.Apparaat uitschakelen. De stekker uittrekken.De afvoerpomp schoonma-ken. Vreemde voorwerpen uit het pomphuis verwijderen.Bij een sifonaansluiting: si-fon is verstopt. Sifon reinigen.Storing Mogelijke oorzaken Oplossingen

21Er werd geen wasver-zachter ingespoeld, vak-je w voor nabehandelingsmiddel zit vol water.Inzetbakje voor de wasver-zachter in het vakje voor nabehandelingsmiddel is niet goed bevestigd of is verstopt.Wasmiddellade schoonma-ken, inzetbakje voor de was-verzachter goed bevestigen.Vuldeur kan bij inge-schakeld apparaat niet worden geopend. Vuldeur is vergrendeld.Wacht tot de indicatie DEUR is uitgegaan en de indicatie EINDE brandt.Stroomuitval! (Alle indica-ties zijn uit.)De vuldeur blijft ca.

2 minu-ten vergrendeld.Het programma loopt verder als de stroomuitval opgelost is.Voor het uitnemen van het wasgoed:als water in het apparaat zichtbaar is, dient voor het openen van de vuldeur eerst het water afgevoerd te wor-den (zie hoofdstuk “Water aftappen”).Wasgoed is erg ge-kreukt.Waarschijnlijk hebt u te veel wasgoed in de machine ge-daan.Maximale vulhoeveelheid aanhouden.Storing Mogelijke oorzaken Oplossingen

22Als het wasresultaat niet bevredigend isHet wasgoed is grauw en kalk heeft zich in de trommel vastgezet.•Er is onvoldoende wasmiddel gebruikt.•Niet het juiste wasmiddel is gebruikt. •Speciale vervuilingen zijn niet voorbehandeld.•Programma of temperatuur zijn niet correct ingesteld.Op het wasgoed zijn grijze vlekken aanwezig •Met zalf, vet of olie vervuild wasgoed is met te weinig wasmiddel ge-wassen.•Er is op te lage temperatuur gewassen.•De meest voorkomende oorzaak is dat wasverzachter, en met name in geconcentreerde vorm, op het wasgoed terecht is gekomen. Dergelij-ke vlekken dienen zo snel mogelijk uitgewassen te worden en de be-treffende wasverzachter dient voorzichtig gebruikt te worden.Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar •Moderne wasmiddelen kunnen ook in de laatste spoelgang nog schuim veroorzaken.

Het wasgoed is echter voldoende gespoeld.Witte restanten op het wasgoed •Het betreft niet opgeloste bestanddelen van moderne wasmiddelen. Dit is niet het gevolg van onvoldoende spoelen. Wasgoed uitschudden of afborstelen. Eventueel het wasgoed in de toekomst voor het wassen binnenste buiten keren. Wasmiddelkeuze controleren. Met name bij donker wasgoed is het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aan te bevelen.

23Aftappen1Waarschuwing! Voor het aftappen de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!Waarschuwing! Het sop dat uit de aftapslang komt kan heet zijn. Ver-brandingsgevaar! Vóór het aftappen het sop laten afkoelen!1. De aftapslang uitnemen.2. Een vlakke opvangbak onder de slang plaatsen. Aansluitend de af-sluitstoppen door het rechtsom draaien losdraaien en uittrekken.3. Het sop loopt uit. Indien noodzake-lijk de opvangbak meerdere keren legen en de aftapslang tussentijds met de afsluitstoppen sluiten.Als het sop afgetapt is:4. De afsluitstoppen goed in de aftapslang plaatsen en rechtsom vast-draaien.5. De aftapslang weer in de houder terug plaatsen.6. Het klepje van de sokkel plaatsen en sluiten.

24AfvoerpompDe afvoerpomp is onderhoudsvrij. Het openen van het pompdeksel is alleen in het geval van een storing vereist als er geen water weg wordt gepompt, bijv. bij een geblokkeerd pompwiel. Controleer altijd voor het vullen met wasgoed of er geen vreemde voorwerpen in de zakken zitten of tussen het wasgoed aanwezig is. Pa-perclips, spijkers, enz. die eventueel met het wasgoed in de wasauto-maat terechtkomen blijven in het pomphuis liggen (filter voor vreemde voorwerpen dat het pompwiel beschermt. 1Waarschuwing! Voor het openen van het pompdeksel de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!1. Tap eerst het water uit de wasautomaat af.2. Leg een doek op de vloer voor het deksel van de afvoerpomp. Er kan restwater uitlopen.3. Het pompdeksel linksom losschroe-ven en uitnemen.4.

Eventuele vreemde voorwerpen en textielpluizen uit het pomphuis en van het pompwiel verwijderen.5. Controleer of het pompwiel hele-maal achter in het pomphuis rond kan worden gedraaid. (Het is nor-maal als het pompwiel stootsgewijs draait.) Als het pompwiel niet kan worden gedraaid dient u contact op te nemen met de klantendienst.6. Pompdeksel weer terugplaatsen. Lipjes van het deksel zijdelings in de geleidingssleuven inschuiven en het deksel rechtsom vastdraaien. 7. De aftapslang sluiten en in de hou-der plaatsen.8. Klepje van de sokkel sluiten.

26Technische gegevens5Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:–73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn–89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richt-lijn 92/31/EEG–93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijnVerbruikswaardenDe verbruikswaarden worden onder de normvereisten gespecificeerd. Deze kunnen bij het gebruik in het huishouden afwijken. hoogte x breedte x diepte 850 x 598 x 603mmDiepte bij geopende vuldeur. 980 mmIn hoogte verstelbaar: ca. +10/-5mmVulhoeveelheid (programma-afhankelijk) max. 6kgToepassingsgebied HuishoudenTrommeltoerental centrifugeren zie programmaoverzichtWaterdruk 1-10bar (=10–100N/cm2=0,1–1,0MPa)Programmakiezer(Temperatuur)Vulhoeveelheidin kg1)1) De weergave van de vulhoeveelheid is in overeenstemming met EN 60456 Standard-load.

27Instructies voor plaatsing en aansluiting1Veiligheidsinstructies voor het aansluiten•Deze wasautomaat is niet geschikt voor onderbouw.•Voor de ingebruikname dient het apparaat op transportschade ge-controleerd te worden. Een beschadigd apparaat in geen geval aan-sluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Voor de ingebruikname dienen alle delen van de transportbeveiliging verwijderd te zijn.

Anders kan er bij het centrifugeren schade aan het apparaat of aan naburige meubels, ontstaan.•Voor de inbedrijfname dient de sproeiwaterbeveiliging op het appa-raat aangebracht te zijn (zie “Transportbeveiliging verwijderen”).•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd geaard stopcontact steken.•Bij een vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.•Controleer voor de ingebruikname of de op het kenplaatje van het apparaat vermelde nominale spanning met de netspanning en het stroomtype op de plaats van de opstelling overeenkomt.

Ook de elek-trische beveiliging die nodig is kunt u van het kenplaatje aflezen.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften aan de waterinstallatie van de wateraansluiting van de wasautomaat uitgevoerd dienen te worden, dienen deze door een erkende installatievakman te worden uitgevoerd.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften ten aanzien van de elektrische aansluiting van de wasautomaat op het stroomnet uitge-voerd dienen te worden, dienen deze door een erkende elektrotechni-sche vakman te worden uitgevoerd.•De stroomtoevoerleiding van de wasautomaat mag uitsluitend door de klantendienst of een erkend vakman worden omgewisseld.

28Aansluiten van het apparaatHet apparaat transporteren1Waarschuwing! De wasautomaat is zwaar. Verwondinggevaar! Voor-zichtigheid bij het optillen vereist.•Het apparaat niet op het voorfront en niet op de rechter zijkant (van-af de voorzijde gezien) neerleggen. De elektrische componenten kun-nen nat worden.•Het apparaat nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De transportbeveiliging dient eerst op de plaats van de installatie verwij-derd te worden! Het transporteren zonder transportbeveiliging kan tot beschadigingen van en aan het apparaat leiden.•Het apparaat niet aan de geopende vuldeur en ook niet aan de sokkel optillen.Bij het transporteren met een steekwagen:•De steekwagen alleen via de zijkant onder het apparaat plaatsen.

Uitpakken1 Voor het eerste gebruik moet u de beschermingsvoorzieningen die voor het transport aangebracht werden, verwijderen.Let op!Bewaar deze beschermingsvoorzieningen: ze zullen opnieuw gebruikt moeten worden bij toekomstige verplaatsingen van het toestel (bij-voorbeeld bij verhuis). 1. Na de beschermingen te hebben ver-wijderd laat u het toestel voorzichtig op de achterkant steunen om het blok polystyreen te verwijderen dat de sokkel van de verpakking vormt.

31OpstellingsplaatsLet op! Het apparaat mag niet in een aan vorst onderhevige ruimte worden gebruikt. Vorstschade of negatieve invloed op de functies! Vorstschade valt niet onder de garantie!•De opstellingsplaats dient vast en egaal te zijn.

Het apparaat niet op tapijt of zachte vloerbedekking opstellen.•De opstellingsplaats dient schoon en droog te zijn en vrij te zijn van geleidende of glijdende oppervlakken zodat het apparaat niet weg kan glijden.•Bij opstellingsplaatsen op een vloer voorzien van een klein formaat tegels dient een in de handel verkrijgbare en daarvoor geschikte rub-bermat onder het apparaat geplaatst te worden.Het apparaat juist afstellenDe vier voeten van het apparaat zijn vooraf ingesteld.Grove oneffenheden kunnen door het individueel instellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten worden gecompenseerd.Hiervoor dient de bijgeleverde spe-ciale sleutel gebruikt te worden. Let op!

Oneffenheden van het grondoppervlak niet met behulp van stukjes hout, karton of soortgelijke materialen compenseren, maar door het afstellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten.Elektrische aansluitingGegevens over de netspanning, stroomtype en de vereiste beveiliging zijn op het kenplaatje weergegeven. Het kenplaatje is in het gebied van de invulopening aangebracht.

32Wateraansluiting Toegestane waterdrukDe waterdruk dient ten minste 1bar (=10N/cm2=0,1MPa) te zijn en mag ten hoogste 10bar (=100N/cm2=1MPa) bedragen. –Bij een druk hoger dan 10bar: een drukverlagingsventiel plaatsen. –Bij een druk lager dan 1bar: de toevoerslang aan de rechte kant van de magneetinlaatklep afschroeven en de doorstroomhoeveelheidre-gelaar uitnemen (tevens de zeef met een pincet verwijderen en de daaronder gelegen rubberen ring uitnemen). De zeef weer terug-plaatsen.Water inletLet op!•De toevoerleiding, die samen met het toestel geleverd wordt, bevindt zich in de trommel.•Gebruik hiervoor nooit een gebruikte leiding. •Dit apparaat mag niet aan de warmwatervoorziening worden aange-sloten!1. Open de deur en neem de toevoerleiding eruit.2. Sluit het gebogen koppelstuk van de leiding aan op de machine. Let op!Richt de toevoerleiding niet naar be-neden.

334. Schroef het koppelstuk van de toe-voerleiding op de getapte uitloop van de waterkraan. Gebruik altijd de leiding die met het toestel geleverd werd.Waterblokkeersysteem Aqua ControlDe toevoerleiding is voorzien van een bescherming tegen waterschade. Indien de binnenleiding beschadigd zou raken door natuurlijke slijtage, dan zal deze voorziening de water-toevoer naar het toestel blokkeren. Het defect wordt gemeld door een rode zone in het kleine venster „A". In dit geval moet u de waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met de technische dienst.Gebruik geen verlengstuk voor de toevoerleiding. Indien ze te kort is en u de kraan niet wilt verplaatsen, moet u een nieuwe, langere leiding kopen die speciaal daarvoor ge-schikt is.

34WaterafvoerHet hoogteverschil tussen de onderkant van de wasautomaat en de wa-terafvoer dient ten hoogste 1 meter te zijn.Voor een verlenging mogen uitsluitend originele slangen worden ge-bruikt. (max. 3 meter, op de vloer gelegd en tot een hoogte van 80 cm). De klantendienst heeft afvoerslangen in diverse lengtes beschikbaar.Waterafvoer via een sifonDe verbindingsplaats buis/sifon met een slangklem (in de vakhandel ver-krijgbaar) vastzetten. Waterafvoer via een wastafel/bad1Let op! –Kleine wasbekkens zijn hier niet voor geschikt. Het water kan over-lopen! –Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in het uitgepompte wa-ter ondergedompeld zijn. Anders kan het water teruggezogen wor-den!–Bij afvoer via een wastafel of een bad dient de afvoerslang met het meegeleverde bochtstuk tegen wegglijden geblokkeerd te worden. Het uitlopende water kan anders de slang uit het bekken duwen.

–Bij het wegpompen controleren of het water voldoende snel afloopt.Afvoerhoogtes van meer dan 1 meterDe afvoerpomp van de wasautomaat voert het sop tot op een hoogte van 1meter af, dit gerekend vanaf de onderkant van het apparaat. Let op! Bij afvoerhoogtes van meer dan 1 meter kunnen storingen en beschadigingen aan het apparaat optreden.Voor afvoerhoogtes van meer dan 1meter is een ombouwset verkrijg-baar. Neem hiervoor a.u.b. contact op met de klantendienst.

35Garantie/Adres service-afdelingBelgiëWAARBORGVOORWAARDENOnze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Des-ondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaan-getast. Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker.

Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toe-passing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik. 2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden her-steld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade te voorko-men. 4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leve-ringsdatum te worden overlegd. 5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vi-trokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidend zijn. 7.

De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige installatie of montage, ver-keerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstel-ling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde toestellen. 11.

Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten be-draagt, dan worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker.

36Adres Klantendienst:BelgiëLuxemburg12.Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de ge-bruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode.13.Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg.14.Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op hetzelf-de gebrek.15.Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan bui-ten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd.

In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het toe-stel niet overtreffen.Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. Indien een toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, fre-quentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffen-de land. Voor in het buitenland aangeschafte toestellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen in België.

Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht.Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klantendienst u ter beschikking.Telefon TelefaxElectrolux Home Products BelgiumELECTROLUX SERVICEBergensesteenweg 7191502 LembeekConsumer services 02/363.04.44 02/363.04.0002/363.04.60E-mail: [email protected] TelefaxGrand-Duché de LuxembourgELECTROLUX HOME PRODUCTSRue de Bitbourg. 7L-1273 Luxembourg-HammConsumer services 00 352 42 431-1 00 352 42 431-360E-mail: [email protected]

37Europese Garantiewww. electrolux. comDit apparaat wordt door Electrolux in elk van de achter in deze handleiding genoemde landen gedurende de in het bij het apparaat behorende garantiebewijs genoemde periode of anderszins bij de wet gegarandeerd. Als u van een van deze landen verhuist naar een ander van de hieron-der genoemde landen, verhuist de garantie op het apparaat met u mee. De volgende beperkin-gen zijn hierop van toepassing: •De garantie op het apparaat begint op de datum van eerste aankoop van het apparaat. Deze datum dient te worden aangetoond door overlegging van een geldig, door de verkoper van het apparaat afgegeven aankoopbewijs. •De garantie op het apparaat geldt voor dezelfde periode en in dezelfde mate voor arbeidsloon en onderdelen als van toepassing in uw nieuwe land van vestiging op dit specifieke model of deze specifieke serie apparaten.

•De garantie op het apparaat is persoonlijk, geldt dus voor de oorspronkelijke koper van het apparaat en kan niet worden overgedragen op een andere gebruiker. •Het apparaat wordt geïnstalleerd en gebruikt in overeenstemming met de door Electrolux af-gegeven instructies en wordt alleen in huis gebruikt, dat wil zeggen, het apparaat wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden. •Het apparaat wordt geïnstalleerd in overeenstemming met alle relevante voorschriften die in uw nieuwe land van vestiging van kracht zijn. De voorwaarden van deze Europese garantie tasten geen van de aan u bij de wet verleende rech-ten aan. p t bAlbania +35 5 4 261 450 Rr. Pjeter Bogdani Nr.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux lavamat 52810 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden