Zehnder ComfoControl Luxe Handleiding

Zehnder Thermostaat ComfoControl Luxe

Bekijk gratis de handleiding van Zehnder ComfoControl Luxe (68 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen. Heb je een vraag over Zehnder ComfoControl Luxe of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
ComfoControl Luxe
Handleiding
Manual
Manuel
Anleitung
comfosystems

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Zehnder
Categorie: Thermostaat
Model: ComfoControl Luxe

Handleiding Zehnder ComfoControl Luxe – volledige tekst

Introductie 11 Inleiding Dit hoofdstuk geeft algemene informatie over de ComfoControl. 1. 1 Voorwoord Deze handleiding bestaat, naast dit algemene hoofdstuk, uit: • Een deel voor de gebruiker, en … • Een deel voor de installateur. Leest u de handleiding vóór gebruik zorgvuldig door. - Gebruiker Hoofdstuk 1 t/m 2. - Installateur Hoofdstuk 3. De handleiding bevat alle informatie die bijdraagt aan een veilige en optimale installatie, instelling en bediening van de ComfoControl. Het is tevens bedoeld als naslagwerk bij servicewerkzaamheden zodat deze op een verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Het apparaat is onderworpen aan voortdurende ontwikkeling en verbetering. Hierdoor bestaat er de mogelijkheid dat de Comfo-Control enigszins afwijkt van de omschrijvingen. N. B. Deze handleiding is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend.

Tevens behouden wij ons te allen tijde het recht voor om zonder voorafgaande mededelingen de inhoud van deze handleiding te wijzigen. 1. 2 Garantie en aansprakelijkheid 1. 2. 1 Algemeen Op de ComfoControl zijn de verkoop- en garantiebepalin-gen voor ondernemingen in de metaal, kunststof en tech-niek, gedeponeerd ter Griffi e van de Arrondissements-rechtbank te Den Haag op 19 oktober 1998 onder nummer 119/1998 van toepassing. 1. 2. 2 Garantiebepalingen De fabrikant garandeert de ComfoControl voor een peri-ode van 24 maanden na de installatie tot een maximum van 30 maanden na de productiedatum van de Comfo-Control. Garantieclaims kunnen alleen worden ingediend voor materiaalfouten en/of constructiefouten ontstaan in de garantieperiode. In het geval van een garantieclaim mag de ComfoControl niet worden gedemonteerd zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant.

Garantie op re-serveonderdelen wordt alleen verstrekt indien deze door de fabrikant zijn geleverd en door een erkend installateur zijn geïnstalleerd. De garantie vervalt indien: • De garantieperiode verstreken is.

• Onderdelen worden toegepast die niet door de fabri-kant zijn geleverd. • Niet geautoriseerde wijzigingen en of modifi caties van de installatie zijn aangebracht. 1. 2. 3 Aansprakelijkheid De ComfoControl is ontworpen en gefabriceerd voor toe-passing in “ventilatie- en koelingsystemen”. Elk ander gebruik wordt gezien als “onbedoeld gebruik” en kan lei-den tot schade aan de ComfoControl of persoonlijk letsel, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade welke is terug te leiden tot: • Het niet opvolgen van de veiligheids-, instellings- en bedieningsinstructies in deze handleiding. • Het toepassen van onderdelen welke niet door de fa-brikant zijn geleverd of voorgeschreven. • De verantwoordelijkheid voor het toepassen van der-gelijke onderdelen ligt geheel bij de installateur. • Normale slijtage. 1.

3 Veiligheidsvoorschriften Neem steeds de veiligheidsvoorschriften in deze hand-leiding in acht. Indien de veiligheidsvoorschriften, waar-schuwingen, opmerkingen en instructies niet worden op-gevolgd kan dit leiden tot persoonlijk letsel of schade aan de ComfoControl. • Alleen een erkend installateur mag de ComfoControl monteren, installeren, in bedrijf nemen en instellen an-ders dan in deze handleiding staat omschreven. • De installatie van de ComfoControl dient uitgevoerd te worden overeenkomstig de algemene en plaatselijk geldende bouw-, veiligheids- en installatievoorschrif-ten van gemeente, elektriciteits- en waterleidingsbe-drijf. • Volg steeds de veiligheidsvoorschriften, waarschuwin-gen, opmerkingen en instructies zoals beschreven in deze handleiding op. • Bewaar deze handleiding gedurende de gehele le-vensduur in de nabijheid van de ComfoControl.

Gevaar voor:- schade aan het apparaat of - persoonlijk letsel van de gebruiker of - niet optimale werking van het apparaat bij het niet zorgvuldig uitvoeren van de instructies. 2 Voor de gebruiker Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de ComfoControl moet gebruiken. Gefeliciteerd, u bent eigenaar van de ComfoControl, het touch screen bedieningspaneel van J. E. StorkAir voor het aansturen van uw ventilatie- en/of koelsysteem. Wij wensen u veel comfort toe. Nederlands.

2 2. 2 Gebruik van ComfoControl Met de ComfoControl kunnen de volgende zaken gedaan worden: - Het instellen van de dag en tijd. - Het instellen van de comforttemperatuur. - Het instellen van de ventilatiehoeveelheid. - Het in- en uitschakelen van de wasemkap. - Het in- en uitschakelen van de toevoer- en afvoerven-tilator. Als uw ventilatiesysteem is uitgerust met een openhaardregeling, kunnen de toevoer- en afvoer-ventilator niet in- en uitgeschakeld worden. - Het instellen van een eigen ventilatieprogramma. - Het instellen van een eigen temperatuurprogramma. - Het instellen van een tijdvertraging voor enkele ventila-tieregelingen. - Het instellen van een temperatuurcorrectie. - Het instellen van het scherm. - Het instellen van de taal. In de volgende paragrafen worden de bovengenoemde zaken kort toegelicht. 2. 2.

1 Dag en tijd instellen Via de ComfoControl kunnen: • De dag en tijd ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. op “DAG EN TIJD”, hier “ Druk ”. 2. op ” ” of “ ” om de dag in te stellen. Druk 3. Druk op linker ” ” of “ ” om de uren in te stellen. 4. Druk op rechter ” ” of “ ” om de minuten in te stellen. 5. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2. 1 ComfoControl De ComfoControl stuurt uw ventilatie- en/of koelsysteem aan. • De ComfoControl is in de woonkamer aan de muur gemonteerd en communiceert van daar uit met uw ventilatie- en/of koel-systeem. In het onderstaande overzicht wordt kort toegelicht welke zaken afgelezen kunnen worden.

Indien de functie niet omringt is door is de functie niet actief Indien de functie niet omringt is door is de functie niet actief Toevoer van lucht OPEN of DICHT zetten Actuele buitentemperatuur Automatische of handmatige ventilatie ingeschakeld Naar SYSTEM STATUS scherm (voor systeemge-gevens en foutmeldingen) Dag en tijd Koelsysteem, naverwarmer en/of wasemkap ingeschakeld Wasemkap AAN of UIT zetten Naar SETTINGS scherm (voor ventilatie- en tem-peratuurinstellingen) Automatische of handmatige ventilatie AAN of UIT zetten Systeemsta tus en storingsmeldingen Actuele ventilatiestand (instel-baar in MAN-bedrijf) Actueletemperatuur (instelbaar in MAN-bedrijf) Bodemwisselaar Bypass OPEN [= ] of bypass DICHT [= ] Energie- Warmte-Terug- winning aangemeld Afvoer van lucht OPEN of DICHT zetten Nederlands.

32. 2. 2 Comforttemperatuur instellen 1. op “COMFORTTEMPERATUUR”, nu “ ”. Druk2. Druk op “ ” of “ ” om de comforttemperatuur in te stellen. 3. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. ComfounitDe comforttemperatuur. Uw ventilatiesysteem met comfortu-nit probeert continu de temperatuur van de ruimte waarin het bedieningspaneel zich bevindt, op het niveau van de inge-stelde comforttemperatuur te houden. Hiertoe kan het systeem de bypass openen of de actieve koeling inschakelen. • De comforttemperatuur kan worden ingesteld tussen KOEL en WARM. Hiertussen kunt u temperaturen instel-len tussen 18°C en 24°C. • Wanneer KOEL wordt ingesteld, zal het systeem stre-ven naar een zo laag mogelijke temperatuur. Wanneer de omstandigheden het toelaten, zal de actieve koeling worden ingeschakeld. Gebruik deze stand, wanneer u de woning sterk wilt afkoelen.

• Wanneer WARM wordt ingesteld, zal de actieve koeling nooit inschakelen en blijft de bypass gesloten. Gebruik deze stand, wanneer u de verwarming hoog zet. • Uw warmteterugwinunit is uitgerust met een systeem, dat detecteert of het zomer of winter is. In de zomer mag de actieve koeling inschakelen, terwijl dat in de winter onder normale omstandigheden niet wenselijk is. Wilt in de winter desondanks de actieve koeling gebruiken, stel dan de temperatuur in op “KOEL”. • De actieve koeling kan worden uitgeschakeld. In het scherm waarin de comforttemperatuur wordt ingesteld, treft u hiertoe een knop aan, die in de stand “ARTIC Auto”of ARTIC Uit”kan staan. Kies “ARTIC Uit”wanneer u niet wilt dat de actieve koeling inschakelt, zelfs wan-neer de woning warmer wordt dan de ingestelde com-forttemperatuur.

Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoControl na 30 seconden automatisch terug naar het hoofd-scherm. De instellingen worden hierbij opgeslagen. 2. 2. 3 Ventilatiehoeveelheid instellen Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:1.

op “VENTILATIESTAND”, nu “ Druk ”. 2. Druk op “ ” of “ ” om de ventilatiehoeveelheid in te stellen. 3. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. Er kunnen 4 ventilatiehoeveelheden/-standen ingesteld worden. Dat zijn: • Stand “ ” Afwezig. - Gebruik bij afwezigheid. • Stand “ ” Laagstand. - Gebruik bij lage ventilatiebehoefte. • Stand “ ” Normaalstand. - Gebruik bij normale ventilatiebehoefte. Nederlands.

4 • Stand “ ” Hoogstand. - Gebruik bij koken, douchen en als extra ventilatie gewenst is. • Stand “ ” Hoogstand, met ingestelde uitschakelvertraging. Zie § 2. 2. 8. - Gebruik bij koken, douchen en als extra ventilatie gewenst is. Tijdens handmatige ventilatie zal er geen “ ”, maar standaard “ ” op de ComfoControl zichtbaar zijn. Indien u de automatische ventilatie weer wilt inschakelen, doe dan het volgende: • Druk op “AUTO” om terug te keren naar de automati-sche ventilatie. 2. 2. 4 Wasemkap in- en uitschakelen Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. Druk op “ ” om de wasemkap in te schakelen. 2. Druk op “ ” of “ ” om de ventilatiestand voor de wasemkap in te stellen. 3. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Het symbool voor de wasemkap (“ ”) verschijnt op de ComfoControl als deze ingeschakeld is. 4.

Druk weer op “ ” om de wasemkap uit te scha-kelen. Let op. Als er een uitschakelvertraging is ingesteld voor de wa-semkap, zie § 2. 2. 8 voor meer informatie over uitscha-kelvertragingen, dan zal de wasemkap niet onmiddellijk uitgeschakeld worden, maar pas als de ingestelde tijd van de uitschakelvertraging verstreken is. Het symbool voor de wasemkap (“ ”) verdwijnt pas weer van de ComfoControl als de ingestelde tijd van de uitschakelvertraging van de wasem-kap verstreken is. Let op. Als er een uitschakelvertraging is ingesteld voor de wa-semkap, zie § 2. 2. 8 voor meer informatie over uitschakel-vertragingen, dan verschijnt op de knop waar normaal de ventilatiehoeveelheid kan worden ingesteld het symbool voor de uitschakelvertraging (“ ”) op de ComfoControl. De wasemkap zal dan uitgeschakeld worden na het inge-stelde aantal minuten.

In plaats daarvan zal de ingestelde ventilatiestand van de wasemkap in het symbool van de wasemkap weergegeven worden. Dat zijn: • “ ” voor ventilatiestand 1 van de wasemkap. • “ ” voor ventilatiestand 2 van de wasemkap. • “ ” voor ventilatiestand 3 van de wasemkap. Als de wasemkap ingeschakeld is, wordt de in-gestelde ventilatiestand van de wasemkap in het symbool van de wasemkap (bv. “ ”) weerge-geven. 2. 2. 5 Toevoer- en afvoerventilator in- en uitschakelen Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. Druk op “ ” om de toevoerventilator uit te schake-len. 2. Druk op “ ” om de afvoerventilator uit te schake-len. Na het uitschakelen van de toevoer- en afvoer-ventilator verschijnt “ ” op de ComfoControl als symbool dat deze uitgeschakeld zijn. 3. Druk op “ ” bij de toevoerventilator om deze weer in te schakelen. 4. Druk op “ ” bij de afvoerventilator om deze weer in te schakelen.

5 Na het inschakelen van de toevoer- en afvoer-ventilator verschijnt op de ComfoControl “ ” dan wel “ ” als symbool dat deze weer inge-schakeld is. Bedenk dat u bij het uitschakelen van de toevoer- of afvoerventilator tijdelijk geen balansventilatie in uw woning heeft. Zodra de toevoer- of afvoerventilator uitgescha-keld is, zal er geen “ ”, maar standaard “ ” op de ComfoControl zichtbaar zijn. Als uw ventilatiesysteem is uitgerust met een openhaardregeling, kunnen de toevoer- en af-voerventilator niet in- en uitgeschakeld worden. 2.2.6 Ventilatieprogramma instellen U kunt het ventilatieprogramma als volgt aanpassen/in-stellen: 1. op “ Druk ”. 2. op “ ”. Druk3. het ventilatieprogramma. Programmeer – Kies de dag: “Ma”, “Di”, “Wo”, “Do”, “Vr”, “Za” of “Zo”. – Kies het uur van de dag, 00:00u t/m 23:00u, met “ ” of “ ”.

– Indien gewenst, dan op het uur van de druk dag, bijvoorbeeld: “ ”, en daarna de kies minuten met “ ” of “ ”, bijvoorbeeld: “ ”. – Kies de ventilatiestand, , 1, 2 of 3, bij elk uur van de dag met “ ” of “ ”. Wilt u het ingestelde ventilatieprogramma naar de vol-gende (of een willekeurige andere) dag copiëren, maak dan gebruik van de “ ”-functie. Doe hiervoor het vol-gende:- de dag, bijvoorbeeld: “Ma”. Kies- op “ Druk ”; deze wordt hierna “ ”. - Kies de dag waar hetzelfde ventilatieprogramma naar toe gecopieerd moet worden, bijvoorbeeld: “Di”. Nu heeft “Tu” hetzelfde ventilatieprogramma als “Ma”.Nederlands

6 4. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Het ingestelde ventilatieprogramma werkt alleen in AUTO-ventilatie. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2.2.7 Temperatuurprogramma instellen Via de ComfoControl kan: • Een eigen temperatuurprogramma ingesteld worden. In de fabriek heeft de ComfoControl een standaard tem-peratuurprogramma gekregen. Indien gewenst, kunt u het standaard temperatuurprogramma wijzigen door het aan te passen aan uw eigen temperatuurbehoeften. Denk bij-voorbeeld aan een week- en weekendprogramma. U kunt het temperatuurprogramma als volgt aanpassen/instel-len: 1. op “ ”. Druk2. op “ ”. Druk3. het temperatuurprogramma. Programmeer – Kies de dag: “Ma”, “Di”, “Wo”, “Do”, “Vr”, “Za” of “Zo”.

– Kies het uur van de dag, 00:00u t/m 23:00u, met “ ” of “ ”. – Indien gewenst, dan op het uur van de dag,druk bijvoorbeeld: “ ”, en daarna de minutenkies met “ ” of “ ”, bijvoorbeeld: “ ”. – Kies de temperatuur (12 t/m 28 ˚C) bij elk uur van de dag met “ ” of “ ”. Wilt u het ingestelde temperatuurprogramma naar de vol-gende (of een willekeurige andere) dag kopiëren, maak dan gebruik van de “ ”-functie. Doe hiervoor het vol-gende: – de dag, bijvoorbeeld: “Ma”.KiesNederlands

7– op “ ”; deze wordt hierna “ ”. Druk– Kies de dag waar hetzelfde temperatuurprogramma naar toe gecopieerd moet worden, bijvoorbeeld: “Di”.Nu heeft “Di” hetzelfde temperatuurprogramma als“Ma”.4. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Het ingestelde temperatuurprogramma werkt al-leen in AUTO-ventilatie. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2.2.8 Tijdvertragingen instellen Via de ComfoControl kunnen tijdvertragingen voor enkele ventilatieregelingen ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. op “ Druk ”. 2. op “ ”. Druk3. op “ ”. Druk4. op ” ” of “ ” om te kiezen tussen de: Druk – Uitschakelvertraging van de badkamerschakelaar Maximaal 120 minuten.

8 De minimale en maximale tijdvertragingen voor de (ventilatie)regelingen zijn vastgelegd in de software. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2.2.9 Temperatuurcorrectie instellen Wanneer de ComfoControl wordt gebruikt in combinatie met een thermostaat voor een verwarmingssysteem, kan het wenselijk zijn de weergegeven temperaturen op beide apparaten te laten overeenkomen. Hiertoe kan via de ComfoControl:• Een temperatuurcorrectie ten opzichte van de geme-ten temperatuur ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. op “ ”. Druk2. op “ ”. Druk3. op ” ”; en dan op “ ”. Druk4. op “ ” of “Druk ” om het aantal ˚C te corrigeren. 5. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren.

Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. 2.2.10 Scherm instellen Via de ComfoControl kunnen: • De helderheid en het contrast van het touch screen scherm ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. op “ Druk ”. 2. op “ ”. Druk3. Druk bij “HELDERHEID” op “ ” of “ ” om de helder-heid in te stellen. 4. Druk bij “CONTRAST” op “ ” of “ ” om het contrast in te stellen. 5. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2.2.11 Taal instellen Via de ComfoControl kan: • Een taal ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 1. op “ Druk ”. Nederlands

92. op “ ”. Druk3. op ” ”. Druk4. Druk op “ ” of “ ” om de gewenste taal in te stellen. 5. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon-trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op-geslagen. 2. 3 Systeemgegevens Op de ComfoControl kunnen verschillende systeemgege-vens worden afgelezen: – Storingsmeldingen. – Filterwaarschuwing voor het vervangen de fi lters. – Informatie over de status van het ventilatie- en/of koel-systeem. 2. 3. 1 Storingsmeldingen op ComfoControl Als er een storing optreedt, verschijnt de storingscode hiervan op de ComfoControl. Op het scherm van de ComfoControl verschijnt dan een ‘A‘ of een ‘E‘ code met een cijfer-toevoeging. Wat te doen in geval van storingen.

Als er een storing optreedt, kunt u deze storing als volgt resetten: • op “ Druk ” om naar “ SYSTEEM STATUS” te gaan. • Druk op “ ” om de storingsmelding, bijvoor-beeld “ERROR E2”, weg te halen. Als er meerdere storingen zijn, worden deze on-der elkaar weergegeven. Als er meerdere storingen zijn, worden deze alle-maal in het “SYSTEEM STATUS” scherm weerge-geven. Het betreft nu alleen storing “ERROR E2”. Als dezelfde storing blijft terugkomen, moet u contact op-nemen met de installateur. • uw type ventilatie- en/of koelsysteem. Noteer• Noteer de betreffende storingscode die op het scherm van de ComfoControl verschijnt. De stekker moet steeds in het stopcontact blijven, tenzij uw ventilatie- en/of koelsysteem voor een ernstige storing, fi lterreiniging of -vervanging, of een andere dring-ende reden, buiten bedrijf moet worden gesteld.

Wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald zal er geen me-chanische ventilatie van de woning meer zijn en kunnen vocht- en schimmelproblemen in de woning optreden. Langdurige uitschakeling van uw ventilatie- en/of koelsy-steem moet dus worden voorkomen.

2. 3. 2 Filterwaarschuwing op ComfoControl Als de fi lters van het ventilatiesysteem vervangen (of ge-reinigd) moeten worden, verschijnt de waarschuwing “FIL-TERS – VERVANG FILTERS” op het scherm van de Com-foControl. Zie voor het vervangen (of reinigen) van de fi lters de gebruikershandleiding van uw ventilatiesy-steem. Zodra de fi lters van het ventilatiesysteem vervangen (of gereinigd) zijn, doe dan het volgende om de fi lterwaar-schuwing op de ComfoControl weg te halen: • op “ ” om “ Druk SYSTEEM STATUS” te gaan. Nederlands.

10 • Druk op “ ” om de waarschuwing “FILTERS– VERVANG FILTERS ” weg te halen. 2. 3. 3 Informatie over status op ComfoControl Als geen storingsmeldingen zijn, staat er: • “CHECK: OK” op het scherm van de ComfoControl. Het is dan mogelijk informatie over de status van het ven-tilatie en/of koelsysteem op te vragen. Doe hiervoor het volgende: • op “ Druk ” om “ SYSTEEM STATUS” te gaan. Het scherm “SYSTEEM STATUS ” verschijnt op de ComfoCon-trol met alle systeemgegevens. • Druk op “ ” om terug te keren naar het hoofd-scherm. 2. 4 Einde van levensduur Overleg met uw leverancier wat u met de ComfoControl kunt doen aan het einde van de le-vensduur. Indien het niet mogelijk is de ComfoControl terug te leveren, depo-neer deze dan niet bij het bedrijfsafval, maar informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik van componenten of milieuvriendelijke verwerking van de ma-terialen.

3 Voor de installateur Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de ComfoControl moet installeren. 3. 1 Installatievoorwaarden Om vast te stellen of de installatie van de ComfoControl in een bepaalde ruimte mogelijk is, moet er rekening gehou-den worden met de volgende aspecten: • De ComfoControl moet 1,50 meter boven de vloer ge-plaatst worden. • De ComfoControl moet zodanig geplaatst worden, dat er voldoende luchtcirculatie is. Met andere woorden, niet achter een kast of in een hoek, enzovoorts. • De ComfoControl moet niet in de nabijheid van warm-tebronnen, zoals radiatoren, TV-toestellen, lampen, enzovoorts, geplaatst worden. Ook zonlicht moet ver-meden worden. • De ComfoControl moet niet in de nabijheid van koude-bronnen, zoals koude waterleidingen of onverwarmde wanden (vanwege onderverwarmde verblijfsruimten in de woning aan de andere kant van deze wanden), en-zovoorts, geplaatst worden.

– 12Vdc voedingsspanning vanuit het ventilatiesysteem. – A/B communicatie kabel vanuit het ventilatiesysteem. 3. 2 Installatie van ComfoControl 3. 2. 1 Transport en uitpakken • Neem de nodige voorzichtigheid in acht tijdens het transporteren en uitpakken van de ComfoControl. Zorg dat het verpakkingsmateriaal op een mi-lieuvriendelijke manier wordt afgevoerd. 3. 2. 2 Controle van levering Neem direct contact op met de leverancier bij constate-ring van schade of het niet compleet zijn van de levering. Tot de levering behoren: • ComfoControl. • Ophangbeugel (aan de achterkant van de ComfoCon-trol bevestigd). • Connectoren (aan de achterkant van de ComfoControl op de printplaat). • Gebruikershandleiding. Nederlands.

113. 3 Montage aan wand • Bevestig de ophangbeugel aan de wand. In de ophangbeugel zitten 5 gaten voor de be-vestiging. De ophangbeugel kan eventueel ook aan de in-bouw doos bevestigd worden. • Sluit de ComfoControl aan op het ventilatiesysteem; zie § 3. 4. • Hang de ComfoControl op de ophangbeugel door deze erop te schuiven. • Zet de ComfoControl aan de onderkant vast met de schroef. 3. 4 Aansluiting op ventilatiesysteem • de 12Vdc kabel aan op de connector. Bevestig• Bevestig de A/B communicatie kabel aan op de con-nector. Aan de achterkant van de ComfoControl is het aansluit-schema weergegeven: • Sluit de connector aan op de 12Vdc “POWER”-aan-sluiting op de printplaat. • Sluit de connector aan op de RS 485 “COMM”-aan-sluiting op de printplaat. Comm Power Relay Relay Temp. SensRS 485 12Vdc 1 2A B - + * * * * De kabelspecifi catie is: 4 x 0,25 mm2 afgeschermd (twisted pair). 3.

5 Aansluiting van externe temperatuursensor • Bevestig de kabel van de temperatuursensor aan op de connector. Aan de achterkant van de ComfoControl is het aansluit-schema weergegeven: • Sluit de connector aan op de “TEMP. SENS” -aanslui-ting op de printplaat. • Plaats de beide jumpers op de printplaat op positie 1:2 (links). Jumpers Left: Temp. SensoJumpers Right: Relay 2Comm Power Relay Relay Temp. SensRS 485 12Vdc 1 2A B - + * * ----- + De temperatuursensorspecifi catie is: NTC 10 KΩ (niet standaard geleverd). De externe temperatuursensor is optioneel. Normaliter wordt de binnentemperatuur gemeten door een interne temperatuursensor (in de ComfoControl). Het is echter ook mogelijk de binnentemperatuur te meten met een ex-terne temperatuursensor.

Dat wordt met name gedaan als de ComfoControl niet in de verblijfruimte komt te hangen waar de binnentemperatuur daadwerkelijk gemeten moet worden, maar bijvoorbeeld in de hal. Ook kan het voorko-men dat omgevingsvariabelen, denk aan de muurwarmte, een goede temperatuurmeting beïnvloeden.

Een externe temperatuursensor in de woonkamer, die aangesloten moet worden op de printplaat aan de achterkant van de ComfoControl, biedt dan uitkomst. 3. 6 In bedrijf nemen van ventilatie- en koelsysteem Dat kan gedaan worden via de P-menu’s van de Com-foControl. In deze P-menu’s kunnen diverse instellingen (ook wel: regelingen) gekozen worden voor het ventilatie- en koelsysteem. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de beschikbare P-menu’s: Zie voor een overzicht van alle beschikbare instel-lingen in de P-(sub)menu’s de gebruikershandlei-ding van uw ventilatie- en/of koelsysteem. Toegang tot P-menu’s 1. op “ ”. Druk2. op “ ”. Druk3. op “ ”; en dan op “ ”. DrukNederlands.

12 4. Toets de code “3520” om naar het “INSTALLATION MENU” te gaan. 5. op “ Druk ” of “ ” om naar: – Het “INSTALLATIE VENTILATIE ” menu, of … – Het “INSTALLATIE ARTIC ” menu te gaan. 6. op “ ” om het gekozen menu binnen te gaan. Druk OK Nu zijn de P-menu’s bereikbaar. Als het Artic koelsysteem niet aangesloten is, verschijnt de “OK” knop niet op het scherm. De betreffende P-menu’s zijn dan niet beschikbaar. 7. Kies met “ ” of “ ” naar het gewenste P-menu, bv. “P5 OPTIE”. 8. op “ ” om het P-menu te bevestigen. Druk OK9. Kies met “ ” of “ ” naar het gewenste P-sub-menu, bv. “P51 Voorverwarmer”. 10. op “ ” om het P-submenu te bevestigen. Druk OK Instellingen maken in P-menu’s Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 11. Kies met “ ” of “ ” een waarde voor de para-meter. 12. Druk op “ ” om de nieuwe waarde voor de parame-ter te bevestigen. 13.

1314. Herhaal stappen 7 t/m 13 om meerdere parameters achter elkaar in te stellen. De minimale en maximale waarden voor de be-schikbare instelparameters zijn vastgelegd in de software. Terugkeren naar hoofdscherm Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren: 15. Druk op “ ” om terug te keren naar het “INSTALLATION MENU”. 16. Druk nogmaals op “ ” om terug te keren naar het hoofdscherm. De ComfoControl keert na 5 minuten automa-tisch terug naar het hoofdscherm. De ComfoControl keert na de instellingen in de P-menu’s bij het afsluiten vrij-wel meteen terug naar het hoofdscherm. Echter, na een algehele fabrieksreset (zie Menu P7) duurt dit langer om-dat het systeem opnieuw moet initialiseren. Nederlands

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zehnder ComfoControl Luxe stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden