Yato YT-82560 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yato YT-82560 (120 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Yato YT-82560 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yato |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | YT-82560 |
| Kleur van het product: | Black, Red |
| Gewicht: | 6500 g |
| Stroombron: | AC |
| Vermogen: | 650 W |
| Luchtstroom: | 1.1 l/min |
| Vibratie emissie: | 2.5 m/s² |
| Inhoud: | - l |
| Lengte van slang: | 7.5 m |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Toepassing spuitpistool: | Verf |
| Geschikt voor verftype: | Acrylic paint, Oil paint |
Handleiding Yato YT-82560 – volledige tekst
104NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESPRODUCTKARAKTERISTIEKENHet verfspuitsysteem is een elektrisch apparaat voor het dekken van oppervlakken met dekmiddel of lak. Het systeem heeft geen voeding door een externe persluchtbron nodig; het dekmiddel wordt met een elastische slang van het toestel naar het pistool geperst. Dankzij de lange slang tussen het pistool en het toestel kan het systeem universeel worden ingezet. Het verfspuitsysteem is uitgerust met een pomp die zelf verf aanzuigt vanuit een willekeurig reservoir. Juiste, betrouwbare en veilige werking van het apparaat hangt af van juiste exploitatie. Lees daarom voorafgaand aan ingebruikname van het apparaat de volledige gebruikershandleiding en bewaar deze goed. De leverancier stelt zich niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het niet naleven van de veiligheidsregels en aanbeve-lingen.
UITRUSTINGIn de verpakking dient zich te bevinden: verfspuitsysteem, spuitpistool, spuitslang. TECHNISCHE PARAMETERSParameter Eenheid WaardeCatalogusnummer YT-82560Netspanning [V~] 220 - 240Netfrequentie [Hz] 50Nominaal vermogen [W] 650Stroomverbruik [A] 2,0 – 4,5Elektrische veiligheidsklasse IMassa [kg] 6,5Maximale druk [MPa] 20,7Nominaal rendement [l/min] 1,1Temperatuur dekmiddel [OC] 5 ~ 40Lengte spuitslang [m] 7,5Lawaainiveau druk LpA[dB(A)] 93,3 ± 3,0 - LwA (vermogen) [dB(A)] 104,3 ± 3,0Trillingsniveau ah[m/s2] ≤ 2,5Beschermingsniveau IP20ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENLET OP. Lees al deze instructies. Het niet naleven van de instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel. De term „elektrisch gereedschap“ dat wordt gebruikt in de instructies verwijst naar alle apparaten die worden aangedreven door elektrische stroom zowel bedraad als draadloos.
Men dient het gereedschap niet te gebruiken in een omgeving met verhoogd risico op ontploffi ng die brandbare vloei-stoff en, gassen of dampen bevatten. Van elektrisch gereedschap kunnen vonken afkomen die brand kunnen veroorzaken indien deze vonken in aanraking komen met brandbare gassen of dampen. Geen kinderen of omstanders toelaten tot de werkplaats. Concentratieverlies kan leiden tot controleverlies over het apparaat. Elektrische veiligheidDe stekker van de elektrische kabel dient te passen in het stopcontact. Men dient de stekker niet aan te passen. Het is verboden gebruik te maken van adapters om op die wijze de stekker geschikt te maken voor het stopcontact. Een niet aangepaste stekker die past op het stopcontact vermindert het risico op elektrische schokken. Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen en koelers.
Aarding van het lichaam verhoogt het risico op een elektrische schok. Het elektrisch gereedschap niet blootstellen aan contact met regen of vocht. Water en vocht dat in het elektrische apparaat terecht komt vergroot de kans op een elektrische schok.
105NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESDe stroomkabel niet overbelasten. Gebruik de stroomkabel niet om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Vermijd contact van de stroomkabel met hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde stroomkabel verhoogt het risico op een elektrische schok. In geval van werkzaamheden in de open lucht dient men gebruik te maken van verlengsnoeren die bestemd zijn voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een correcte verlengsnoer vermindert het risico op elektrische schokken. Indien het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdbaar is dient men ter bescher-ming tegen voedingsspanning gebruik te maken van een aardlekschakelaar(RCD). De toepassing van een aardlekschake-laar vermindert het risico op een elektrische schok.
Persoonlijke beschermingStart de werkzaamheden indien men in een goede lichamelijke en geestelijke conditie verkeerd. Besteed aandacht aan hetgeen dat men doet. Verricht geen werkzaamheden indien men moe is of onder invloed van medicijnen of alcohol. Een moment van onoplettendheid kan leiden tot ernstige verwondingen. Maak gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke be-schermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheidsschoenen, helmen en gehoorbeschermers verminderen het risico op ernstig lichamelijk letsel. Voorkom het onbedoeld inschakelen van gereedschap. Controleer of de elektrische schakelaar zich in de positie “uit” bevindt voordat het gereedschap wordt aangesloten op het elektriciteitsnet.
Het vasthouden van het apparaat met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrische apparaat op het moment dat de schakelaar op “aan” staat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Voordat men het elektrische gereedschap inschakelt dient men eventuele sleutels en andere gereedschappen die zijn gebruikt voor het instellen te verwijderen.
Een sleutel die is achtergelaten op de roterende onderdelen van het gereedschap kunnen leiden tot ernstige verwondingen. Blijf in evenwicht. Blijf de gehele tijd in de juiste houding. Dit maakt het makkelijker het elektrische apparaat onder controle te houden in geval van onverwachte situaties tijdens het gebruik. Maak gebruik van beschermende kleding. Draag geen loszittende kleding en sieraden. Houd het haar, kleding en werk-handschoenen uit de buurt van bewegende delen van het elektrische gereedschap. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen in aanraking komen met de bewegende delen van het gereedschap. Maak gebruik van stofafscheiders of stofbakken indien van toepassing. Zorg ervoor dat dit correct wordt vastgemaakt. De toepassing van een stofafzuiging vermindert het risico op ernstige verwondingen. Gebruik van het elektrische apparaatHet elektrische apparaat niet belasten.
Maak gebruik van gereedschap dat nodig is voor de desbetreff ende werkzaam-heden. Correct gereedschap dat bestemd is voor de desbetreff ende werkzaamheden zorg voor effi ciëntere en veiligere werk-zaamheden. Maak geen gebruik van het elektrische gereedschap indien de schakelaar niet werkt. Gereedschap dat niet kan worden gecontroleerd door middel van de schakelaar is gevaarlijk en dient te worden gerepareerd. Trek de stekker uit het stopcontact voordat men het apparaat gaat afstellen, toebehoren gaat vervangen of voordat men het gereedschap wilt opslaan. Dit voorkomt het onbedoeld inschakelen van het elektrische gereedschap. Bewaar het gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat ongeschoolde personen geen gebruik maken van het gereedschap. Het elektrisch gereedschap kan gevaarlijk zijn in de handen van ongeschoolde personen. Zorg voor het juiste onderhoud van het gereedschap.
In geval van eventuele gebreken dient men dit te repareren voordat men gebruik gaat maken van het elektrische apparaat. Veel ongelukken worden veroorzaakt door onjuist onderhouden gereed-schap. Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen zijn makkelijker te controleren tijdens de werkzaamheden. Gebruik elektrisch gereedschap en accessoires in overeenstemming met deze instructies. Gebruik gereedschappen voor het beoogde doel, rekening houdend met het type en de arbeidsomstandigheden. Het gebruik van gereedschappen voor andere werkzaamheden dan de bestemming daarvan kan de kans op gevaarlijke situaties te verhogen. ReparatieRepareer het gereedschap alleen op de daarvoor gerechtigde plaatsen en maak alleen gebruik van originele onderdelen. Dit garandeert een goede veiligheid van het elektrisch gereedschap.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLeef tijdens gebruik van het product altijd de veiligheidsregels uit de gebruikershandleiding evenals andere regels op het gebied van arbeidsveiligheid en -hygiëne na. Gebruik van het product door kinderen of personen die niet geschoold zijn in het gebruik van het apparaat is niet toegestaan. Het product is niet bedoeld voor gebruik door personen met beperkte fysieke of geestelijke mogelijkheden en personen met een gebrek aan ervaring en kennis van het apparaat. Gebruik door bovenstaande personen is uitsluitend toegestaan onder toezicht of.
106NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESna het volgen van instructies over veilig productgebruik op een manier dat de mogelijke gevaren begrepen zijn. Kinderen mogen niet met het product spelen. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of onderhouden. Onbedoeld inschakelen van het product vermijden. Zorg er voorafgaand aan het aansluiten van de stekker van de voedingskabel voor dat de schakelaar uitgeschakeld is en de trekker van het pistool geblokkeerd is in een positie zodat deze niet per ongeluk kan worden ingedrukt. Het pistool nooit op mensen of dieren richten. Het product mag uitsluitend worden gebruikt voor het spuiten van dekmiddelen op waterbasis. Het apparaat niet gebruiken voor het spuiten van andere materialen dan verf, lak en andere dekmiddelen.
Het apparaat niet gebruiken voor het spuiten van plan-tenbeschermingsmiddelen of schadelijke, giftige of carcinogene stoff en. Geen materialen spuiten die onbekend gevaar kunnen veroorzaken. Geen licht ontvlambare materialen spuiten. Niet reinigen met licht ontvlambare oplosmiddelen. Geen stoff en spuiten die door deze handleiding verboden worden. Geen materialen met onbekende samenstelling spuiten. Vermijd gevaren door gespoten materiaal en controleer de etikettering van de verpakking of informatie van de fabrikant over het materiaal evenals de vereisten met betrekking tot toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen. Let op. Hogedrukstralen kunnen ernstig huidletsel veroorzaken. Het lichaam nooit in contact laten komen met de straal. Beschermende kleding biedt niet voldoende bescherming tegen injectiewonden.
In geval van injectie onder de huid door een hogedrukstraal onmiddellijk een arts raadplegen. De arts moet op de hoogte worden gebracht van het type ingespoten middel. Voorafgaand aan ieder gebruik de slang tussen het toestel en het pistool inspecteren. Indien er gebreken worden ontwaard als barsten, gaten, vervormingen of blaasjes, de slang voorafgaand aan het werk vervangen.
Een beschadigde slang nooit repareren maar altijd in zijn geheel vervangen. Vermijd contact van de slang met scherpe en/of hete voorwerpen. Geen voorwerpen op de slang plaatsen. De slang niet knakken of indrukken. De slang kan tijdens het werk uit zichzelf verplaatsen door de hoge druk. Pas preventiemaatregelen toe om ervoor te zorgen dat de bewegende slang geen snij- of slaggevaar vormt. Het dekmiddel dat met het apparaat wordt gespoten moet vrij zijn van verontreinigingen. Zorg ervoor dat het tijdens het werk geen verontreiniging in het dekmiddel terechtkomt. De spuitslang is voorzien van een fi lter. De slang niet gebruiken zonder fi lter of met beschadigd fi lter. Verontreiniging die in het apparaat terechtkomt kan leiden tot ernstige schade en lichamelijk letsel. Niet eten, drinken of roken in de werkomgeving.
Altijd een masker dragen dat de luchtwegen beschermt tegen het inademen van schadelijke dampen. Zorg voor voldoende ventilatie zodat er geen brandbare dampen concentreren in het werkgebied. Neem geschikte maatregelen om gevaar door het gespoten middel te voorkomen. Ga te werk aan de hand van de instructies op de verpakking of afkomstig van de fabrikant van het middel dat wordt gespoten. Het pistool niet gebruiken zonder gemonteerde afdekking van de spuitkop. Nooit gereedschap gebruiken indien er beveiligingsonderdelen of afdekkingen beschadigd zijn. Uitsluitend originele reserveonderdelen gebruiken en alle reparaties laten uitvoeren door een bevoegd reparatiebedrijf. Voorafgaand aan het verhelpen van problemen met het apparaat en het plegen van onderhoud of wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, altijd de elektriciteit afkoppelen en de druk uit het systeem laten.
Controleer altijd of de nominale netspanning correspondeert met de spanning op het gegevensplaatje van het product. Het spuitsysteem altijd aansluiten op een geaard stopcontact.
Aansluiting op een stopcontact zonder aarddraad kan leiden tot vonken, die de oorzaak kunnen vormen van brand of een elektrische schok. De elektrische installatie moet uitgerust zijn met een aardlekschakelaar met een maximale aanspreekstroom van 30mA. De behuizing van het verfspuitsysteem kan warm worden tijdens werking. Raak deze niet aan voordat zij volledig is afgekoeld. Het werkende product nooit zonder toezicht achterlaten. VOORBEREIDING OP DE WERKZAAMHEDENLET OP. De montage van de uitrusting mag uitsluitend plaatsvinden wanneer het apparaat niet op de stroom is aangesloten. Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact. Pistool aansluiten op het toestelLet op. Gebruik voor het aansluiten van het pistool op het toestel uitsluitend de meegeleverde slang. Let op. Gebruik voor het aansluiten van het pistool op het toestel altijd een moersleutel of Engelse sleutel.
Geen nijptang gebruiken. Het ene uiteinde van de slang aansluiting op de uitlaat van het toestel en met een sleutel de draaikoppeling van de slang vastdraaien op het uitlaatverbindingsstuk van het toestel (II). Het andere uiteinde van de slang aansluiten op het pistool door de draaikoppeling van de slang vast te draaien op het inlaatverbindingsstuk van het pistool. Gebruik voor het vastdraaien twee sleutels; houd met de ene sleutel het inlaatverbindingsstuk van het pistool vast en draai met de tweede sleutel de draaikoppeling van de slang vast (III).
107NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESApparaatbedieningsonderdelenModusschakelaar verfspuitsysteem (IV). Deze schakelaar heeft twee posities. Door de hendel van de schakelaar naar bene-den te richten, kan het systeem met dekmiddel worden gevuld. Zet de schakelaar altijd in deze positie tijdens werkonderbrekin-gen. Door de hendel van de schakelaar in de richting van de uitlaat van het toestel te zetten kan er dekmiddel worden gespoten met het pistool. Beide werkmodi worden verderop in de handleiding beschreven. De schakelaar niet in een positie tussen deze twee standen zetten. Drukregulatiedraaiknop (V). Door aan de draaiknop te draaien wordt de hoeveelheid gespoten dekmiddel vergroot. De draai-knop is voorzien van een schaalverdeling waarop de werkmodus is aangeduid.
Het begin van de schaal is gemarkeerd met een symbool van een schilderskwast en maakt het gebruik van een speciale schilderskwast (niet inbegrepen) mogelijk in plaats van het pistool. Het volgende gedeelte is gemarkeerd met een symbool van een emmer en is bedoeld voor het reinigen of bijvullen van de installatie. Het laatste gedeelte van de schaal dient tot het spuiten van dekmiddel met het pistool. De aanduiding van de geselecteerde positie bevindt zich boven de draaiknop. Het draaien van de draaiknop met de klok mee vergroot de druk; draaien tegen de klok in verlaagt de druk. Blokkering van de trekker (VI). De trekker kan in twee posities worden geblokkeerd. Als de trekker van het pistool wordt losge-zet, moet de draaiknop met de klok mee worden gedraaid tot er op weerstand wordt gestuit. De trekker wordt zo beveiligd tegen onbedoeld indrukken.
Blokkeer de trekker iedere keer in deze positie wanneer het werk wordt onderbroken. Houd de trekker ingedrukt en draai de blokkeringsdraaiknop tegen de klok in om de trekker in ingedrukte positie te blokkeren. Deze blokkering komt van pas tijdens het langdurig spuiten van dekmiddel.
Deblokkeer de trekker door deze licht in te drukken en in die positie ingedrukt te houden, alvorens de draaiknop met de klok mee te draaien. Draaiknop van de pistoolspuitkop (VII). Met de draaiknop kan de spuitkop worden gedemonteerd voor eenvoudiger onderhoud. De draaiknop is gemarkeerd een pijl. Door de knop zo te draaien dat de pijl in de richting van het pistool wijst, kan er dekmiddel worden gespoten. Door de knop zo te draaien dat de pijl in de richting van het handvat wijst, kan de spuitkop worden gereinigd en gedemonteerd. Zorg er behalve tijdens het schoonmaken voor dat het spuitstuk in de positie staat om dekmiddel te spuiten. Elektrische schakelaar (VIII). Met de elektrische schakelaar kan het verfspuitsysteem worden aan- en uitgezet.
Door de schake-laar in de positie ‘I - aan’ te zetten, wordt het systeem ingeschakeld; door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten, wordt het systeem direct uitgeschakeld. Plaats het toestel tijdens werking altijd zo dat de elektrische schakelaar eenvoudig toegankelijk is. Het verfspuitsysteem aansluiten op het elektriciteitsnetLet op. Het spuitsysteem altijd aansluiten op een geaard stopcontact. Let op. De elektrische installatie moet uitgerust zijn met een aardlekschakelaar met een maximale aanspreekstroom van 30mA. Zorg er voorafgaand aan het aansluiten van het toestel op de stroom dat de schakelaar in de positie ‘O - uitgeschakeld’ staat. De pistooltrekker wordt geblokkeerd om onbedoeld indrukken te voorkomen. De drukregulatiedraaiknop is ingesteld in de positie met de laagste druk.
Sluit het verfspuitsysteem aan door de stekker van de voedingskabel in het stopcontact te steken. Zorg als er een verlengsnoer wordt gebruikt dat de doorsnede van de draden in het snoer niet kleiner is dan die van de draden van de voedingskabel van het product. De doorsnede van de draden van de voedingskabel staat vermeld op de isolatie van de voedingskabel.
Er mogen alleen voedingskabels worden gebruikt die zijn voorzien van een aanvullende beschermende geleider. Geen tweedraads verlengkabels gebruiken. Als er een verlengsnoer wordt gebruikt dat langer is dan 10 m dan mag de draaddoorsnede niet kleiner zijn dan 2,5 mm2. Geen verlengsnoeren langer dan 50 m gebruiken. Bij gebruik van een kabelhaspel deze volledig uitrollen. Het systeem vullen met dekmiddelBereid een reservoir voor en vul het met schoon water of een verdunningsmiddel dat is aanbevolen door de fabrikant van het dekmiddel. Bereid een leeg reservoir voor met dezelfde of grotere inhoud dan het reservoir met oplosmiddel. Bereid het lege reservoir voor op een spuittest met dekmiddel. Bereid het reservoir gevuld met dekmiddel voor. Haak de overloopslang (slang met de kleinste diameter).
los van de haken van de spuitslang Richt de uitvoer van de overloopslang op het lege reservoir en zet deze vast zodat hij niet uit zichzelf verplaatst. Dompel de zuigslang in de houder met water of verdunningsmiddel. Het fi lter moet zich voortdurend boven de spiegel van het verdunningsmiddel bevinden. Zorg dat het pistoolspuitstuk in de werkpositie staat en de trekker geblokkeerd is tegen onbedoeld indrukken.
108NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESZet de modusschakelaar in de positie voor het vullen van het toestel. Zet de drukregulatiedraaiknop in de positie voor het reinigen of bijvullen van de installatie. Sluit de stekker van de voedingskabel aan op een stopcontact en schakel het verfspuitsysteem in met de schakelaar. Het verfspuitsysteem begint verdunningsmiddel aan te zuigen. Uit de overloopslang komen nu verdunningsmiddel en luchtbelle-tjes. Wacht 30 tot 60 seconden, controleer of er alleen verdunningsmiddel uit de overloopslang komt en schakel het systeem uit met de schakelaar. Verplaats de zuigslang voorzichtig naar het reservoir met dekmiddel. Het fi lter moet zich voortdurend boven de vloeistofspiegel bevinden. Probeer tijdens het verplaatsen van de slang het druppelen van verdunningsmiddel te voorkomen, vooral op het toestel of de elektrische installatie.
In geval van druppelen de resten opvegen voordat het toestel wordt ingeschakeld. Schakel het verfspuitsysteem in met de schakelaar. Het systeem begint dekmiddel aan te zuigen. Uit de overloopslang begint nu verdunningsmiddel gemengd met dekmiddel te komen. Wacht tot er alleen nog dekmiddel uit de overloopslang komt. Richt het pistoolspuitstuk op het lege reservoir en zet de modusschakelaar in de positie voor het spuiten van dekmiddel. Deblokkeer de trekker, druk deze in en wacht tot er dekmiddel uit het pistoolspuitstuk komt. Laat de druk op de trekker los en zet de trekker vast in deze positie. Haal de spuitslang uit het reservoir en koppel deze aan de zuigslang zodat de uiteinden van beide slangen zich onder de spiegel van het dekmiddel bevinden. Als de motor van het verfspuitsysteem stopt, betekent dit dat de pomp en de slangen correct zijn gevuld met dekmiddel.
Als dit niet het geval is, het hele proces van begin af aan herhalen. Een correct gevuld systeem is klaar voor het spuiten van dekmiddel. Vang direct na het vullen van het systeem de spuitwerk-zaamheden aan.
PRODUCTGEBRUIKVoer voorafgaand aan iedere spuitsessie een correcte systeemvulprocedure uit. In geval van wijziging van het dekmiddel tijdens het werk eerst het afgiftesysteem van het dekmiddel volledig reinigen en daarna pas beginnen met het vullen met nieuw dekmiddel. Het mengen van verschillende dekmiddelen kan leiden tot ongewenste resul-taten, bijv. stolling van dekmiddelen binnenin het systeem. Dit kan leiden tot onherstelbare verstopping van het afgiftesysteem van het dekmiddel. Een correct gevuld systeem dat is ingeschakeld en aangesloten op de voeding, begint dekmiddel te spuiten na het indrukken en ingedrukt houden van de gedeblokkeerde trekker van het spuitpistool. Door de druk op de gedeblokkeerde trekker los te laten, wordt het spuiten van dekmiddel onmiddellijk onderbroken. Het verfspuitsysteem kan worden uitgeschakeld door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten.
Let op. Zelfs na het uitschakelen van het toestel kan er dekmiddel in het systeem overblijven onder hoge druk. Voer daarom na afl oop van iedere spuitsessie een procedure uit voor het uitlaten van de druk. Regulatie van de hoeveelheid gespoten dekmiddelDe hoeveelheid gespoten dekmiddel kan worden gereguleerd met de drukregulatiedraaiknop. Het spuiten moet worden aange-vangen met de laagste hoeveelheid, die stapsgewijs moet worden vergroot tot er een bevredigend resultaat wordt bereikt. Spuiten van dekmiddelAanbevolen wordt om eerst een spuitproef te doen op een testoppervlak. Zo kan worden vermeden dat het te dekken oppervlak verontreinigd raakt. Controleer of alle oppervlakken die niet moeten worden gedekt, goed afgeschermd zijn. Zorg dat het te dekken oppervlak schoon, droog, ontvet en stofvrij is.
Houd het pistool verticaal rechtop zodat de uitvoer van het spuitstuk zich ongeveer 30 cm van het te dekken oppervlak bevindt. Beweeg het pistool van links naar rechts of op en neer, waarbij het zich steeds op dezelfde afstand van het oppervlak bevindt (IX).
Het pistool beginnen te bewegen en pas tijdens verplaatsing de trekker indrukken. Laat de druk op de trekker los voordat het rondbewegen van het pistool wordt beëindigd (X). Het pistool in een gelijkmatige beweging verplaatsen. Snelheidswijzigingen of stilstand van het pistool tijdens het spuiten leidt tot ongelijkmatige aanbrenging van het dekmiddel. Vermijd het kantelen van het pistool, zowel in het horizontale als het verticale vlak. Dit leidt tot het ongelijkmatig aanbrengen van het dekmiddel. Breng enkele dunne lagen dekmiddel aan in plaats van één dikke laag. Voorafgaand aan het aanbrengen van de volgende laag eerst de aangebrachte laag licht laten drogen en de instructies aangaan-de het dekmiddel opvolgen. Druk lossen uit het afgiftesysteem van dekmiddel. Schakel het verfspuitsysteem uit door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten.
109NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESRicht de uitvoer van het spuitstuk op een leeg reservoir, deblokkeer de trekker en houd deze vervolgens ingedrukt. Wacht zo lang tot er geen dekmiddel meer uit de spuitkop komt. Laat de druk op de trekker los en zet de trekker vast in een positie dat onbedoeld indrukken voorkomen wordt. Het verfspuitsysteem is nu klaar voor onderhoud, Snel reinigen van de spuitkop van het spuitpistoolOndanks toegepaste veiligheidsmaatregelen kan het gebeuren dat het pistoolspuitstuk volledig of gedeeltelijke geblokkeerd raakt. Als er een afname van het rendement of verandering van de vorm van de spuitstraal wordt waargenomen of als het spuiten volle-dig stopt, wordt dit mogelijk veroorzaakt door een verstopte uitvoer van de spuitkop van het spuitpistool.
Laat in dat geval de druk op de trekker los en zet de trekker vast in een positie dat onbedoeld indrukken voorkomen wordt. Schakel het verfspuitsysteem uit door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten. De draaiknop van de pistoolspuitkop in de reinigingspositie zetten. Het verfspuitsysteem inschakelen door de schakelaar in de positie ‘I - aan’ te zetten. De pistooltrekker deblokkeren. De uitvoer van de pistoolspuitkop richten op een leeg reservoir. De trekker ingedrukt houden tot de spuitkop schoon is. Laat de druk op de trekker los en zet de trekker vast in een positie dat onbedoeld indrukken voorkomen wordt. Schakel het verfspuitsysteem uit door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten. De draaiknop van de pistoolspuitkop in de spuitpositie zetten. Het verfspuitsysteem inschakelen door de schakelaar in de positie ‘I - aan’ te zetten.
Voer een spuitproef uit op een testoppervlak. REINIGING EN ONDERHOUDWaarschuwing. Geen brandbare materialen gebruiken voor reiniging en onderhoud. Let op. Het reinigen van het afgiftesysteem van dekmiddel moet direct na afl oop van de spuitsessie plaatsvinden.
Opgedroogd dekmiddel binnenin het afgiftesysteem kan het apparaat onherstelbaar beschadigen. Reinigen na afl oop van iedere werksessieVoer na afl oop van iedere spuitsessie een procedure uit voor het weglaten van de druk. Trek de slangen uit het reservoir met dekmiddel en houd de uiteinden boven de spiegel van het dekmiddel. Laat resten dekmiddel uit het systeem wegstromen. Haak de overloopslang (slang met de kleinste diameter). los van de haken van de spuitslangRicht de uitvoer van de overloopslang op het lege reservoir en zet deze vast zodat hij niet vanzelf verplaatst. De zuigslang onderdompelen in het reservoir met water, verdunningsmiddel of reinigingsmiddel. Het fi lter moet zich voortdurend onder de vloeistofspiegel bevinden. Draai het verbindingsstuk van de spuitkop los en demonteer de spuitkop, de afscherming en het verbindingsstuk (XII).
Zet de modusschakelaar in de positie voor het spuiten van dekmiddel. Het verfspuitsysteem inschakelen door de schakelaar in de positie ‘I - aan’ te zetten. Richt de uitvoer van het pistool op een leeg reservoir. De trekker deblokkeren, indrukken en ingedrukt houden. Houd de uitvoerstraal van het pistool in de gaten. Laat zodra de materiaalstroom minder intensief wordt de druk op de trekker los en zet de modusdraaiknop in de positie voor het bijvullen van het systeem. Hervat het spuiten totdat er zuiver water, verdunningsmiddel of reinigingsvloeistof uit het pistool komt. Laat de druk op de trekker los en zet de trekker vast in een positie dat onbedoeld indrukken voorkomen wordt. Schakel het verfspuitsysteem uit door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten. Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
Voer de procedure uit tot het weglaten van de druk uit het afgiftesysteem van dekmiddel. Koppel het pistool af van de slang. Draai het verbindingsstuk van het pistoofi lter los en verwijder het fi lter (XIIII).
Het fi lter en de eerder gedemonteerde spuitkop, afscherming en verbindingsstuk wassen in water met zeep, verdunningsmiddel of reinigingsmiddel. Voor het schoonmaken kan een borstel met zachte haren van kunststof of een zacht sponsje worden gebruikt. Na het schoonmaken alle onderdelen drogen met een zacht doekje of laten opdrogen. Het fi lter, de spuitkop, de afscherming en het verbindingsstuk van het pistool demonteren. De externe onderdelen van het toestel reinigen met een zacht vochtig doekje en vervolgens droogwrijven. Let op. Het is verboden om het verfspuitsysteem te reinigen met een waterstraal of door het onder te dompelen in water, verdun-ningsmiddel of andere vloeistof. Het is verboden om voor het schoonmaken scherpe of schurende voorwerpen te gebruiken.
110NLOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIESHet apparaat voorbereiden op langdurige opslag. Indien het apparaat langere tijd niet zal worden gebruikt (langer dan 48 uur), de onderstaande procedure doorlopen. Reinig het apparaat volgens de procedure in de rubriek ‘Reinigen na afl oop van iedere werksessie’. Koppel het pistool met slang af van het toestel. Draai het toestel om, maak de klemring van de zuigslang los en demonteer de klem van de overloopslang (XIV). Koppel beide slangen af van het toestel. Laat ca. 30 gram lichte machineolie of pompolie in de koppeling van iedere slang. Laat het toestel in de werkpositie staan. Zet de modusschakelaar in de spuitpositie. De drukregulatiedraaiknop instellen op lage druk. Verstop de koppeling van de spuitslang met een dikke, opgevouwen doek (XV).
Sluit de stekker van de voedingskabel aan op een stopcontact en schakel het verfspuitsysteem 5 seconden in met de schakelaar. Schakel het verfspuitsysteem uit door de schakelaar in de positie ‘O - uit’ te zetten. Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact. Zet de werkmodusschakelaar in de bijvulpositie. Hiermee kan de olie in de pomp worden gehouden. Sluit de zuigslang en overloopslang opnieuw aan op het toestel. De externe onderdelen van het toestel reinigen met een zacht vochtig doekje en vervolgens droogwrijven. Opslag van het apparaatHet product opslaan in een gesloten ruimte buiten bereik van onbevoegden en met name kinderen. De ruimte moet bescherming bieden tegen stof, vocht en weersinvloeden. Zorg voor doeltreff ende ventilatie in de opslagruimte.
De temperatuur in de opslagruimte moeten tussen de 0 OC en +40 OC liggen en de luchtvochtigheid Rh onder de 80% zonder condensvorming van waterdamp. Gedurende opslag moeten de pistool, het toestel en de spuitslang gescheiden zijn. In de behuizing van het toestel bevindt zich een houder waar het spuitpistool gedurende opslag kan worden bewaard. Niets op het toestel plaatsen.
Transport van het verfspuitsysteemGedurende transport moeten de pistool, het toestel en de slang tussen deze twee onderdelen gescheiden zijn. Het verfspuitsysteem vasthouden aan de handgreep. Als er transportmiddelen worden gebruikt, wordt aanbevolen om het product te verpakken in de originele fabrieksverpakking of een vergelijkbare verpakking die bescherming biedt tegen beschadiging tijdens transport. Niets op het toestel plaatsen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yato YT-82560 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Yato
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd