Yamaha XMAX250 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha XMAX250 (2024) (114 pagina’s), behorend tot de categorie Scooter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Yamaha XMAX250 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Scooter |
| Model: | XMAX250 (2024) |
Handleiding Yamaha XMAX250 (2024) – volledige tekst
PANTONE285CCZD250-A (XMAX 250)CZD300-A (XMAX 300)123456789101112HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesOnderhoud en stalling van de scooterSpeciale kenmerkenBeschrijvingSmart-sleutelsysteemVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBMK-F819D-D3[Dutch (D)]
Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81597Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart MITSUBISHI ELECTRIC MOBILITY CORPORATION, dat het type radioapparatuur, Smart-sleutelsysteem(SKEA7E-04, SKEA7E-06, SKEA7E-03) in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:http://www.mitsubishielectric.com/bu/automotive/doc/re.htmlSmart-eenheid: SKEA7E-04, SKEA7E-06Bedieningsfrequentie: 125 kHzMaximumuitgangsvermogen: 117 dBuV/m op 10 meterHandeenheid: SKEA7E-03Bedieningsfrequentie: 433.92 MHzMaximumuitgangsvermogen: 10 mWFabrikant:MITSUBISHI ELECTRIC MOBILITY CORPORATION840, Chiyoda-machi, Himeji, Hyogo 670-8677, JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBMKD3D0.book Page 1 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
DAU94454Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart MITSUBISHI ELECTRIC MOBILITY CORPORATION, dat de radioapparatuur van het type Smart-sleutelsy-steem (SKEA7E-04, SKEA7E-06, SKEA7E-03) in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:http://www.mitsubishielectric.com/bu/automotive/doc/ukgb.htmlSmart-eenheid: SKEA7E-04, SKEA7E-06Bedieningsfrequentie: 125 kHzMaximumuitgangsvermogen: 117 dBuV/m op 10 meterHandeenheid: SKEA7E-03Bedieningsfrequentie: 433.92 MHzMaximumuitgangsvermogen: 10 mWFabrikant:MITSUBISHI ELECTRIC MOBILITY CORPORATION840, Chiyoda-machi, Himeji, Hyogo 670-8677, JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA.
DAUN3031Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBMKD3D0.book Page 5 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
DAU94441Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBMKD3D0.book Page 6 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
InleidingDAU10114Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de CZD250-A/CZD300-A profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van hetontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw CZD250-A/CZD300-A. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de scooter, en beschrijft hoe u uzelfen anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn,aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan er soms sprake zijn vankleine verschillen tussen uw scooter en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente product-informatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA12412Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze scooter gaat gebruiken.UBMKD3D0.book Page 1 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBMKD3D0.book Page 1 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
5-20Gelijkstroomstekkers. 5-20Zijstandaard. 5-21Startspersysteem. 5-21Voor uw veiligheid – controles voor het rijden. 6-1Gebruik en belangrijke rij-informatie. 7-1Inrijperiode. 7-1De motor starten. 7-2Wegrijden. 7-3Optrekken en afremmen. 7-3Remmen. 7-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 7-4Parkeren. 7-4Periodiek onderhoud en afstelling. 8-1Gereedschapsset. 8-2Periodieke onderhoudsschema’s. 8-3Periodiek onderhoudsschema van het uitstootcontrolesysteem. 8-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 8-4Het framepaneel verwijderen en aanbrengen. 8-8Bougie controleren. 8-8Filterbus. 8-9Motorolie. 8-10Waarom Yamalube. 8-11Eindoverbrengingsolie. 8-11Koelvloeistof. 8-11Luchtfilter en luchtfilterelementen in de V-snaarbehuizing. 8-13De vrije slag van de gasgreep controleren. 8-17Klepspeling. 8-17Banden. 8-18Gietwielen. 8-19Vrije slag van voor- en achterremhendel controleren.
1-11VeiligheidsinformatieDAU1026BWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Scooters zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze scooter tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van scooterrijden. Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.
Ga nooit rijden met een scooter zon-der passende rijopleiding of instruc-ties. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde scooterdealer voorinformatie over rijlessen bij u in debuurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 6-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden. Deze scooter is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. Het niet opmerken en herkennen vanscooters door andere weggebruikersvormt de belangrijkste oorzaak vanauto-/scooterongevallen. Vaak wor-den ongevallen veroorzaakt doordateen autobestuurder de scooter nietheeft gezien.
Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met scoo-ters zich namelijk het meest voor.
• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenscooter zonder voldoende kennis. Neem contact op met een bevoeg-de scooterdealer voor informatieover het basisonderhoud van eenscooter. Bepaalde onderhouds-werkzaamheden kunnen alleenworden uitgevoerd door gediplo-meerd personeel. Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Vaak waren bijeen ongeval betrokken bestuurderszelfs niet in het bezit van een geldig rij-bewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw scooter alleen uitaan ervaren scooterrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBMKD3D0. book Page 1 Monday, May 27, 2024 10:55 AM.
Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het scooterrijdente oefenen op plekken waar geenverkeer is, totdat u grondig bekendbent met de scooter en zijn bedie-ning. Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de scooterbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten. Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. Deze scooter is uitsluitend ontworpenvoor gebruik op verharde wegen. Demachine is niet bedoeld voor off-road-gebruik. Beschermende uitrustingScooterongelukken met dodelijke afloopbetreffen meestal hoofdletsel. Het dragenvan een helm is de belangrijkste factor bijhet voorkomen of reduceren van hoofdlet-sel. Draag altijd een goedgekeurde helm. Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.
Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan schakelhand-grepen of door de wielen worden ge-grepen en zo een ongeval of letselveroorzaken. Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken. De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.
Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN. Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus. Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande scooter verandert. Wees uiterst voor-zichtig bij het monteren van accessoires ofhet beladen van uw scooter, om zo moge-lijke ongevallen te vermijden.
Pas extra opwanneer u op een scooter rijdt die beladenis of waaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw scooter:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag en zo dichtmogelijk bij de scooter liggen. Beves-tig zware goederen zo dicht mogelijkbij het midden van de machine en ver-deel het gewicht zo gelijkmatig moge-lijk over beide zijden om onbalans ofinstabiliteit te minimaliseren. Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.
• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke items kunnen een insta-biel weggedrag of een te trage re-actie op het stuur veroorzaken. Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.
Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:163 kg (360 lb)UBMKD3D0. book Page 3 Monday, May 27, 2024 10:55 AM.
Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.
Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwscooter. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van descooter. De scooter kan door rij-wind worden opgetild of bij zijwindinstabiel worden.
Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.
Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden. Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de scooterte boven gaan, kan zich een gevaarlij-ke elektrische storing voordoen waar-door de verlichting of de motor uitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw scooterwerden geleverd zijn ontworpen om de mo-gelijkheden van de machine te ondersteu-nen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 8-18voor bandenspecificaties en meer informa-tie over het vervangen van uw banden.
De scooter vervoerenVolg de onderstaande instructies als u descooter in een ander voertuig wilt vervoe-ren. Verwijder alle loszittende voorwerpenvan de scooter. Zorg dat het voorwiel recht naar vorenwijst op de aanhanger of de laadvloeren zet het wiel vast in een goot om be-weging te voorkomen. UBMKD3D0. book Page 4 Monday, May 27, 2024 10:55 AM.
Veiligheidsinformatie1-51 Zet de scooter vast met spanbandenof andere geschikte banden aan stevi-ge delen van de scooter, zoals hetframe of de bovenste voorvorkklem(en niet aan, bijvoorbeeld, het stuur,de richtingaanwijzers of onderdelendie kunnen afbreken). Kies de plaatsvoor de spanbanden zorgvuldig om tevoorkomen dat deze tijdens het trans-port schuurplekken op de lak veroor-zaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de scooter tijdens het transportniet overmatig kan stuiteren.DAU57600Andere aandachtspunten voor veilig rijden Geef duidelijk richting aan wanneer ueen bocht neemt. Op een nat wegdek kan remmen ui-terst lastig zijn. Vermijd te hard rem-men, de scooter zou kunnen slippen.Bedien de remmen rustig wanneer uop een nat wegdek wilt stoppen. Minder snelheid bij het naderen vaneen bocht of een afslag.
Trek lang-zaam op nadat u de bocht hebt geno-men. Wees voorzichtig bij het passeren vangeparkeerde auto’s. Een bestuurdermerkt u mogelijk niet op en kan hetportier openslaan in uw rijrichting. Spoorwegovergangen, tramrails, ijze-ren platen gebruikt in de wegenbouwen putdeksels worden in natte toe-stand zeer glad. Minder snelheid enpasseer ze voorzichtig. Houd descooter recht, anders kan hij gaanschuiven. De remblokken of remvoeringen kun-nen nat worden bij het wassen van descooter. Controleer de remmen na hetwassen van de scooter, voordat ugaat rijden. Draag steeds een helm, handschoe-nen, een lange broek (taps toelopendbij de enkel/omslag, om flapperen tevoorkomen), en een felgekleurd jack. Vervoer op uw scooter niet te veel ba-gage. Een overbeladen scooter is on-stabiel.
Gebruik degelijke snelbindersom bagage aan de bagagedrager vastte binden (indien het voertuig is voor-zien van een bagagedrager). Lossebagage beïnvloedt de stabiliteit vande scooter en kan uw aandacht aflei-den van het verkeer. (Zie pagina 1-3.)UBMKD3D0.book Page 5 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Smart-sleutelsysteem3-13DAU76444Smart-sleutelsysteemDankzij het Smart-sleutelsysteem kunt u demachine bedienen zonder gebruik van eenmechanische sleutel. Daarnaast heeft desleutel een ’begroetingsfunctie’ waarmee ude machine op een parkeerplaats kunt te-rugvinden. (Zie pagina 3-5.)WAARSCHUWINGDWA14704 Houd geïmplanteerde pacemakersof hartdefibrillators, alsmede ande-re elektrische medische apparatenuit de buurt van de op het voertuiggemonteerde antenne (zie afbeel-ding). Door de antenne uitgezonden ra-diogolven kunnen de werking vandergelijke apparaten beïnvloedenindien deze in de nabijheid zijn. Als u drager bent van een elektrischmedisch apparaat, raadpleeg daneen arts of de fabrikant van het ap-paraat voordat u dit voertuig gaatgebruiken.LET OPDCA24080Het Smart-sleutelsysteem gebruiktzwakke radiogolven.
Smart-sleutelsysteem3-23 De Smart-sleutel maakt contactmet of wordt bedekt door een me-talen voorwerp Andere voertuigen die zijn uitgerustmet een Smart-sleutelsysteem be-vinden zich in de nabijheidVerplaats de Smart-sleutel in zulke situ-aties naar een andere locatie en voer debewerking opnieuw uit. Als het nogsteeds niet werkt, bedien de machinedan in de noodmodus.
(Zie pagina 8-34.)OPMERKINGOm het ontladen van de voertuigaccu tevoorkomen, wordt het Smart-sleutelsy-steem ongeveer 9 dagen na het laatste ge-bruik van de machine uitgeschakeld (debegroetingsfunctie wordt gedeactiveerd).Om het Smart-sleutelsysteem weer in teschakelen, hoeft u slechts op de knop vanhet contactslot te drukken.DAUM3960Bereik van het Smart-sleutelsy-steemHet ontvangstbereik van het Smart-sleutel-systeem bedraagt ongeveer 80 cm (31.5 in)vanaf de antenne.OPMERKING Aangezien het Smart-sleutelsysteemgebruikmaakt van zwakke radiogol-ven, kan het ontvangstbereik ervanworden beïnvloed door de omgeving. Als de batterij van de Smart-sleutelontladen raakt, werkt de Smart-sleutelmogelijk niet of kan het bereik ervanzeer klein worden. Als de Smart-sleutel is uitgeschakeld,zal de machine de Smart-sleutel nietherkennen, ook niet als deze zich bin-nen het ontvangstbereik bevindt.
Alshet Smart-sleutelsysteem niet werkt,zie pagina 3-5 en controleer of deSmart-sleutel is ingeschakeld. Als de Smart-sleutel wordt opgebor-gen in het voorste of achterste op-bergcompartiment, kan dit decommunicatie tussen de Smart-sleu-tel en de machine belemmeren. Alshet achterste opbergcompartiment isvergrendeld met de Smart-sleutel erin,wordt het Smart-sleutelsysteem mo-gelijk uitgeschakeld. U dient deSmart-sleutel altijd bij u te dragen. Als u de machine achterlaat, vergren-del dan het stuurslot en neem deSmart-sleutel mee. Aanbevolen wordtom de Smart-sleutel uit te schakelen.1. Antenne op de machine11UBMKD3D0.book Page 2 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Smart-sleutelsysteem3-33WAARSCHUWINGDWA17952 U dient de Smart Key bij u te dra-gen. Bewaar deze niet in het voer-tuig. Wees erop alert dat wanneer deSmart Key zich binnen het wer-kingsbereik bevindt, andere perso-nen die de Smart Key niet dragende motor kunnen starten en hetvoertuig kunnen bedienen.DAU78624De Smart-sleutel en mechani-sche sleutels gebruikenWAARSCHUWINGDWA17952 U dient de Smart Key bij u te dra-gen.
Bewaar deze niet in het voer-tuig. Wees erop alert dat wanneer deSmart Key zich binnen het wer-kingsbereik bevindt, andere perso-nen die de Smart Key niet dragende motor kunnen starten en hetvoertuig kunnen bedienen.De machine wordt geleverd met éénSmart-sleutel, twee mechanische sleutelsen een kaart met het identificatienummer.Als de voertuigaccu ontladen is, kunt u metde mechanische sleutel het zadel openen.Draag naast de Smart-sleutel steedséén mechanische sleutel bij u.Als de Smart-sleutel verloren is of de batte-rij ervan ontladen is, kan het identificatie-nummer worden gebruikt om de machine inde noodmodus te bedienen. (Zie pagina8-34.) Noteer het identificatienummervoor noodgevallen.Als de Smart-sleutel verloren is en het iden-tificatienummer van het Smart-sleutelsy-steem onbekend is, moet het Smart-sleutelsysteem in zijn geheel worden ver-1. Smart-sleutel2. Mechanische sleutel1.
Smart-sleutelsysteem3-43vangen. Dit brengt aanzienlijke kosten metzich mee. Bewaar de kaart met het iden-tificatienummer op een veilige plaats. LET OPDCA21573De Smart-sleutel bevat elektronischeprecisieonderdelen. Neem de volgendevoorzorgsmaatregelen om storingen ofschade te voorkomen. Plaats of bewaar de Smart-sleutelniet in een opbergcompartiment. De Smart-sleutel kan beschadigdraken door rijtrillingen of overmati-ge hitte. Laat de Smart-sleutel niet vallen,buig deze niet en stel deze nietbloot aan harde schokken. Dompel de Smart-sleutel niet onderin water of andere vloeistoffen. Plaats geen zware voorwerpen opde Smart-sleutel en stel deze nietbloot aan overmatige druk. Plaats de Smart-sleutel niet in eenomgeving met direct zonlicht, hogetemperaturen of een hoge vochtig-heidsgraad. Probeer niet om de Smart-sleutel teslijpen of te wijzigen.
Houd de Smart-sleutel uit de buurtvan sterke magnetische velden enmagnetische voorwerpen zoalssleutelhouders, televisies en com-puters. Houd de Smart-sleutel uit de buurtvan elektrische medische appara-tuur. Laat de Smart-sleutel niet in con-tact komen met olie, polijstmiddelof agressieve chemische stoffen. Hierdoor kan de behuizing van deSmart-sleutel verkleuren of bar-sten. OPMERKING De levensduur van de batterij van deSmart-sleutel is ongeveer twee jaar,maar dit kan variëren naargelang degebruiksomstandigheden. Vervang de batterij van de Smart-sleutel als het controlelampje van hetSmart-sleutelsysteem na het inscha-kelen van het contact ongeveer 20 se-conden blijft knipperen of wanneer hetcontrolelampje van het Smart-sleutel-systeem na het indrukken van de knopop de Smart-sleutel niet gaat bran-den. (Zie pagina 3-6.
) Als het Smart-sleutelsysteem na het vervangen vande batterij van de Smart-sleutel nogsteeds niet werkt, controleer dan devoertuigaccu en laat het voertuig con-troleren door een Yamaha dealer.
Als de Smart-sleutel doorlopend ra-diogolven ontvangt, zal de batterij vande Smart-sleutel snel ontladen raken. (Bijvoorbeeld als de Smart-sleutel inde omgeving van elektrische appara-ten zoals televisies, radio’s of compu-ters wordt bewaard. ) U kunt maximaal zes Smart-sleutelsregistreren voor dezelfde machine. Neem voor extra Smart-sleutels con-tact op met uw Yamaha dealer. Als u een Smart-sleutel kwijtraakt,neem dan onmiddellijk contact op meteen Yamaha dealer om diefstal van demachine te voorkomen. UBMKD3D0. book Page 4 Monday, May 27, 2024 10:55 AM.
Smart-sleutelsysteem3-53DAU76474Smart-sleutelWAARSCHUWINGDWA17952 U dient de Smart Key bij u te dra-gen. Bewaar deze niet in het voer-tuig. Wees erop alert dat wanneer deSmart Key zich binnen het wer-kingsbereik bevindt, andere perso-nen die de Smart Key niet dragende motor kunnen starten en hetvoertuig kunnen bedienen. De Smart-sleutel in- en uitschakelenHoud de knop op de Smart-sleutel onge-veer 1 seconde ingedrukt om de Smart-sleutel in of uit te schakelen. Als de Smart-sleutel is uitgeschakeld, is gebruik van demachine niet mogelijk, zelfs niet als deSmart-sleutel zich binnen het ontvangstbe-reik van het Smart-sleutelsysteem bevindt. Schakel de Smart-sleutel in en breng dezebinnen het ontvangstbereik om de machinete kunnen gebruiken.
Controleren of Smart-sleutel is in- of uit-geschakeldDruk op de knop op de Smart-sleutel omde huidige bedieningsstatus van de Smart-sleutel te bepalen. Als het controlelampje van de Smart-sleutelgaat branden: Licht snel op gedurende 0. 1 seconde:De Smart-sleutel is ingeschakeld. Licht langzaam op gedurende 0. 5 se-conden: De Smart-sleutel is uitge-schakeld. Begroetingsfunctie op afstandDruk op de knop op de Smart-sleutel omde begroetingsfunctie op afstand te active-ren. Er klinken twee piepsignalen en allerichtingaanwijzers knipperen twee keer. Deze functie is handig om uw machine te-rug te vinden, bijvoorbeeld op een parkeer-plaats. Bereik van de begroetingsfunctie op af-standHet bereik van de begroetingsfunctie op af-stand is ongeveer zoals getoond.
Aangezien het Smart-sleutelsysteem ge-bruikmaakt van zwakke radiogolven, kanhet ontvangstbereik ervan worden beïn-vloed door de omgeving. Piepsignaal begroetingsfunctie in- ofuitschakelenHet piepsignaal dat klinkt bij activeren vande begroetingsfunctie kan worden in- ofuitgeschakeld met behulp van de volgendeprocedure. 1. Schakel de Smart-sleutel in en brengdeze binnen het ontvangstbereik vanhet Smart-sleutelsysteem. 2.
Als het piepsignaal klinkt, is het instel-len voltooid.Als het piepsignaal: Twee keer klinkt: Het piepsignaalis uitgeschakeld. Eén keer klinkt: Het piepsignaalis ingeschakeld.DAU98981De batterij van de Smart-sleutel vervangenLaat een Yamaha dealer de batterij vervan-gen onder de volgende omstandigheden: Als het controlelampje van het Smart-sleutelsysteem ongeveer 20 secon-den knippert nadat het contact wordtingeschakeld. Als de begroetingsfunctie niet of al-leen op zeer kleine afstand werkt.WAARSCHUWINGDWA20632Onjuiste vervanging van de batterij leidttot explosiegevaar Vervang de batterij uitsluitend dooreen exemplaar van hetzelfde of eengelijkwaardig type. Zorg dat u alle lokale wet- en regel-geving voor het verwijderen vanbatterijen of accu’s kent en navolgt. Verwijder een batterij nooit doordeze in vuur te werpen of mecha-nisch te verbrijzelen of snijden. Als een batterij verkeerd wordt ver-wijderd of wordt verhit tot hogetemperatuur (100 °C (212 °F) of ho-ger), kan in de batterij gas wordengegenereerd, wat kan leiden totelektrolytlekkage, interne kortslui-ting, warmteontwikkeling, explosieen fel licht.Stel de handeenheid niet bloot aan ex-treme warmte zoals zon, vuur en derge-lijke.Slik de batterij niet in: kans op chemi-sche brandwonden Dit product bevat een knoopcelbat-terij.
Smart-sleutelsysteem3-73 Als het batterijvak niet goed sluit,gebruik het product dan niet meeren houd het uit de buurt van kinde-ren. Raadpleeg onmiddellijk een arts alsu vermoedt dat een batterij is inge-slikt of in enig deel van het lichaamis terechtgekomen.Het waarschuwingsmerkteken van ISO7000-0434 bevindt zich op de behuizing.: Dit symbool is bedoeld om de gebrui-ker er voor te waarschuwen dat er belang-rijke bedienings- en onderhoudsinstructies(onderhoudswerkzaamheden) aanwezigzijn in de meegeleverde handleidingen bijhet apparaat.DAU76893ContactslotHet contactslot wordt gebruikt om de ma-chinevoeding in en uit te schakelen, hetstuur te vergrendelen of ontgrendelen enhet zadel, tankdopdeksel en opbergcom-partiment A te openen.
Na indrukken vande knop van het contactslot en bevestigingmet de Smart-sleutel kan het contactslotworden gedraaid terwijl het controlelampjevan het Smart-sleutelsysteem brandt (on-geveer 4 seconden).WAARSCHUWINGDWA18720Draai nooit het contactslot naar“OFF”, “ ” of “OPEN” terwijl de machi-ne rijdt. Hierdoor worden de elektrischesystemen uitgeschakeld, wat mogelijkkan leiden tot verlies van de controle ofeen ongeval.OPMERKINGDruk niet herhaaldelijk op de knop van hetcontactslot en draai het contactslot niet va-ker dan nodig is voor normaal gebruik. Alsu dit doet, wordt het Smart-sleutelsysteemtijdelijk uitgeschakeld en gaat het controle-lampje knipperen om schade aan het con-tactslot te voorkomen. Wacht als ditgebeurt tot het controlelampje stopt metknipperen alvorens het contactslot weer tebedienen.Hieronder worden de standen van het con-tactslot beschreven.1. Contactslot2.
Smart-sleutelsysteem3-83DAU76502ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de motor kan worden ge-start.Het contact inschakelen1. Schakel de Smart-sleutel in en brengdeze binnen het ontvangstbereik vanhet Smart-sleutelsysteem.2. Druk op de knop van het contactslot:het controlelampje van de Smart-sleu-tel gaat ongeveer 4 seconden bran-den.3. Zet terwijl het controlelampje van hetSmart-sleutelsysteem brandt het con-tactslot op “ON”. Alle richtingaanwij-zers knipperen twee keer en demachinevoeding wordt ingeschakeld.OPMERKING Als de spanning van de voertuigacculaag is, knipperen de richtingaanwij-zers niet. Zie “Noodmodus” op pagina 8-34voor informatie over het inschakelenvan de machinevoeding zonder deSmart-sleutel.DAU76511OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld.Het contact uitschakelen1.
De richtingaanwijzers knipperen éénkeer en het contact wordt uitgescha-keld.OPMERKINGAls het contactslot op “OFF” staat maar deaanwezigheid van de Smart-sleutel niet kanworden bevestigd (omdat de Smart-sleutelzich buiten het ontvangstbereik bevindt ofis uitgeschakeld), klinkt er gedurende 3 se-conden een piepsignaal en gaat het contro-lelampje van het Smart-sleutelsysteem 30seconden knipperen. Tijdens deze 30 seconden kan hetcontactslot gewoon worden bediend. Na 30 seconden wordt het contact au-tomatisch uitgeschakeld. Wanneer u het contact onmiddellijkwilt uitschakelen, druk dan binnen 2seconden vier keer op de knop vanhet contactslot.DAU79042OPEN (open)Het contactslot wordt van stroom voorzien.Het zadel en opbergcompartiment A kun-nen worden geopend.1. Drukken.2. Draaien.121. Draaien.ZAUM14721UBMKD3D0.book Page 8 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Smart-sleutelsysteem3-93Het zadel en opbergcompartiment A ope-nen1. Druk op de knop van het contactslotterwijl de Smart-sleutel is ingescha-keld en zich binnen het ontvangstbe-reik van het Smart-sleutelsysteembevindt.2. Draai terwijl het controlelampje vanhet Smart-sleutelsysteem brandt hetcontactslot op “OPEN”.3. Druk om het zadel te openen op deknop “SEAT” en til dan het zadel aande achterzijde op.4. Druk om opbergcompartiment A teopenen op de knop “LID”.OPMERKINGZorg dat het zadel en het opbergcomparti-ment stevig zijn gesloten alvorens te gaanrijden.1. Drukken.2. Draaien.ZAUM1471121. “SEAT”-toets11. Knop “LID”1. Opbergcompartiment A11UBMKD3D0.book Page 9 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Smart-sleutelsysteem3-103Herinnering voor open standOm te voorkomen dat u de machine onver-grendeld achterlaat met het contactslot inde stand “OPEN”, klinkt de zoemer van hetSmart-sleutelsysteem in de volgende om-standigheden. Als het contactslot 3 minuten in destand “OPEN” heeft gestaan Als de Smart-sleutel wordt uitgescha-keld terwijl het contactslot in de stand“OPEN” staat Als u zich buiten het ontvangstbereikvan het Smart-sleutelsysteem begeeftmet het contactslot in de stand“OPEN”Als de zoemer na 3 minuten klinkt, draaidan het contactslot naar “OFF” of “ ”.Als de zoemer klinkt omdat de Smart-sleu-tel werd uitgeschakeld of buiten het ont-vangstbereik werd bewogen, zet dan deSmart-sleutel aan en loop terug in het be-reik.OPMERKING De zoemer gaat na 1 minuut uit. Het zadel kan ook met de mechani-sche sleutel worden geopend.
(Zie pa-gina 5-15.)DAU76521“” (vergrendelen)Het stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Druk op de knop van het contactslotterwijl de Smart-sleutel is ingescha-keld en zich binnen het ontvangstbe-reik van het Smart-sleutelsysteembevindt.3. Druk terwijl het controlelampje van hetSmart-sleutelsysteem brandt het con-tactslot in en draai het naar “ ”.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.Het stuur ontgrendelen1. Druk op de knop van het contactslotterwijl de Smart-sleutel is ingescha-keld en zich binnen het ontvangstbe-reik van het Smart-sleutelsysteembevindt.2. Draai en druk terwijl het controlelamp-je van het Smart-sleutelsysteembrandt het contactslot in de gewenstestand.1. Drukken.2. Indrukken en draaien.ZAUM1475121. Drukken.2.
Smart-sleutelsysteem3-113DAU79000“” (tankdopdeksel)Om het tankdopdeksel te openen1. Druk op de knop van het contactslotterwijl de Smart-sleutel is ingescha-keld en zich binnen het ontvangstbe-reik van het Smart-sleutelsysteembevindt.2. Draai als het controlelampje van hetSmart-sleutelsysteem brandt het con-tactslot naar “ ”.Om het tankdopdeksel te sluitenDruk het tankdopdeksel omlaag totdat hetgesloten is.OPMERKINGControleer of het tankdopdeksel stevig isgesloten alvorens te gaan rijden.1. Drukken.2. Draaien.ZAUM147712UBMKD3D0.book Page 11 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Speciale kenmerken4-14DAUM4911CCU (Communicatieregeleen-heid)Dit model is uitgerust met een CCU die u instaat stelt om uw smartphone aan de ma-chine te koppelen door middel van draad-loze Bluetooth-technologie en de MyRideApp.Via deze verbinding ontvangt u meldingenvan apps en inkomende en gemiste tele-foongesprekken, en wordt het accuniveauvan uw smartphone weergegeven.WAARSCHUWINGDWAN0070 Zet de machine altijd stil alvorensuw smartphone te bedienen. Neem uw handen nooit van hetstuur terwijl u rijdt. Concentreer u altijd op het rijdendoor uw ogen en aandacht op deweg te houden.LET OPDCAN0150De Bluetooth-verbinding werkt mogelijkniet in de volgende situaties. Op een locatie die is blootgesteldaan sterke radiogolven of andereelektromagnetische ruis. In de buurt van faciliteiten die ster-ke radiogolven uitzenden (televisie-of radiotorens, energiecentrales,uitzendstations, luchthavens etc.).De CCU en uw smartphone koppelen1.
Installeer de MyRide App op uwsmartphone en activeer deze.OPMERKINGDe MyRide App kan worden gedownloaduit een appwinkel.2. Open het zadel. (Zie pagina 3-8.)3. Scan de QR-code op de CCU met deMyRide-app.4. Als het koppelen is voltooid, lichtenhet pictogram appverbinding en deaccuniveaumeter voor de smartphoneop.OPMERKING Na koppeling is de smartphone gere-gistreerd in de CCU. De volgende keerdat de machine wordt ingeschakelden de MyRide App actief is, wordt deverbinding automatisch tot stand ge-bracht. Er kan slechts één smartphone tege-lijk met de CCU worden verbonden. Als er meerdere telefoons in de CCUzijn geregistreerd, wordt verbindinggemaakt met de eerste telefoon diebinnen het bereik komt.1. CCU (Communicatieregeleenheid)2. QR-code CCU1122UBMKD3D0.book Page 1 Monday, May 27, 2024 10:55 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen5-15DAU4939ZControlelampjes en waarschu-wingslampjesDAU88680Controlelampjes richtingaanwijzers “” en“”Elk controlelampje gaat knipperen wanneerde bijbehorende richtingaanwijzer knippert. DAU88690Controlelampje grootlicht “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de kop-lamp is ingeschakeld voor grootlicht. DAU88880Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde motor oververhit raakt. Zet in zo’n gevalde motor onmiddellijk af en geef deze detijd om af te koelen. (Zie pagina 8-33. )Bij machines met een of meer radiatorkoel-vinnen schakelt de radiatorkoelvin automa-tisch in of uit op basis van dekoelvloeistoftemperatuur. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, gaatdit lampje enkele seconden branden engaat het vervolgens weer uit.
Als het lampjeniet gaat branden of blijft branden, vraagdan uw Yamaha dealer om de machine tecontroleren. LET OPDCA10022Laat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is. DAU88712Storingsindicatielampje (MIL) “ ”Dit lampje gaat branden of knipperen als ereen storing wordt gedetecteerd in de motorof een regelsysteem van de machine. Vraagin dat geval een Yamaha dealer het boord-diagnosesysteem te controleren. Het elek-trische circuit van hetwaarschuwingslampje kan worden gecon-troleerd door de machinevoeding in teschakelen. Het lampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het lamp-je niet gaat branden wanneer demachinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dealerom de machine na te kijken. LET OPDCA26820Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen.
OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert. Daardoor kan het MIL ook gaanbranden of knipperen als gevolg van aan-passingen, gebrek aan onderhoud of over-1. Controlelampje grootlicht “ ”2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha XMAX250 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Scooter Yamaha
Handleiding Scooter
Nieuwste handleidingen voor Scooter