Yamaha Tricity (2018) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha Tricity (2018) (92 pagina’s), behorend tot de categorie Scooter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Yamaha Tricity (2018) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Scooter |
| Model: | Tricity (2018) |
Handleiding Yamaha Tricity (2018) – volledige tekst
InleidingDAU60580Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de MWS125-C/MWS125-A profiteert u van de enorme ervaring en tech-nische kennis van Yamaha op het gebied van het ontwerpen en fabriceren van hoogwaar-dige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult heb-ben van alle functies van uw MWS125-C/MWS125-A. De gebruikershandleiding geeft in-structies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van uw machine en beschrijft hoeu uzelf en anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw voertuig in optimale conditie te hou-den. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met deYamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwali-teit. Om deze reden kan soms sprake zijn van kleine tegenstrijdigheden tussen uw machineen de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neemdan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA17780Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat ge-bruiken.UBR7D1D0.book Page 1 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Belangrijke informatie in de handleidingDAU63350Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aan-duidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.DAUU1750Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt ge-bruikt om u te waarschuwen voor risico’s op per-soonlijk letsel.
Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situ-atie aan die, indien niet vermeden, kan resulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzor-gen die moeten worden genomen om schade aan de machine of andere eigendommen te voorko-men.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke in-formatie die procedures kan vergemakkelijken of ver-helderen.MWS125-C/MWS125-AHANDLEIDING©2018 door Thai Yamaha Motor Co., Ltd.1e uitgave, oktober 2018Alle rechten voorbehouden.Elke vorm van herdruk of onbevoegd ge-bruik zonder schriftelijke toestemming van Thai Yamaha Motor Co., Ltd. is uitdrukkelijk verboden.Gedrukt in Nederland.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBR7D1D0.book Page 1 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
1-11VeiligheidsinformatieDAU60750Wees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Dit is een meerwielig voertuig. Voor een veilig gebruik van deze machinezijn de toepassing van de juiste rijtechnie-ken en de ervaring van de bestuurder vanbelang. Elke bestuurder moet bekend zijnmet de volgende vereisten alvorens metdeze machine te gaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van de bediening van de machine. Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.
Ga nooit rijden met deze machinezonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een Yamaha dealer voor informa-tie over rijlessen bij u in de buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 4-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden. Deze machine is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. Het niet opmerken en herkennen vanscooters en motorfietsen in het ver-keer door andere weggebruikersvormt de belangrijkste oorzaak vanaanrijdingen tussen auto’s en dergelij-ke kleinere voertuigen.
Veel ongeluk-ken zijn ontstaan doordat eenautomobilist een kleiner voertuig overhet hoofd zag. Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren.
• Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met kleinerevoertuigen zich namelijk het meestvoor. • Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenvoertuig zonder voldoende kennis. Neem contact op met uw Yamahadealer voor informatie over het ba-sisonderhoud aan de machine. Be-paaldeonderhoudswerkzaamheden kun-nen alleen worden uitgevoerd doorgediplomeerd personeel. Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Vaak waren bijeen ongeval betrokken bestuurderszelfs niet in het bezit van een geldig rij-bewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw machine alleen uitaan ervaren motorrijders. UBR7D1D0. book Page 1 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM.
Veiligheidsinformatie1-21• Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. • We raden aan om het rijden met uwmachine te oefenen op plekkenwaar geen verkeer is, totdat u gron-dig bekend bent met de machine enzijn bediening. Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de machinebestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid, waar-door ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing.
• De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden. • De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten. Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. Deze machine is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingScooter- en motorfietsongelukken met do-delijke afloop betreffen meestal hoofdlet-sel. Het dragen van een helm is debelangrijkste factor bij het voorkomen of re-duceren van hoofdletsel. Draag altijd een goedgekeurde helm.
Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt. Door een jack, stevige schoenen, eenlange broek, handschoenen e. d.
tedragen verkleint u de kans op schaaf-wonden of ontvellingen. Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan schakelhand-grepen of door de wielen worden ge-grepen en zo een ongeval of letselveroorzaken. Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken. De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. HetUBR7D1D0. book Page 2 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM.
Veiligheidsinformatie1-31koolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden. Inafgesloten of slecht geventileerde ruimteskunnen dodelijke hoeveelheden koolmo-noxide dagenlang blijven hangen. Als usymptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN. Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus. Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren.
BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande machine verandert. Wees uiterst voor-zichtig bij het monteren van accessoires ofhet beladen van uw machine, om zo moge-lijke ongevallen te vermijden. Pas extra opwanneer u op een machine rijdt die beladenis of waaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw machine:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij demachine.
Controleer voordat u gaat rijden of ac-cessoires en bagage stevig aan demachine zijn bevestigd. Controleer debevestigingspunten voor accessoiresen bagage regelmatig. • Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke items kunnen een insta-biel weggedrag of een te trage re-actie op het stuur veroorzaken. Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine.
Veiligheidsinformatie1-41soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine.
Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”. Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmachine. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamische effectsterk van invloed zijn op de rijstabi-liteit van de machine.
De machinekan door rijwind worden opgetild ofbij zijwind instabiel worden. Zulkeaccessoires kunnen ook instabiliteitveroorzaken terwijl u grote voertui-gen inhaalt of door deze wordt in-gehaald.
• Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen. Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden. Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrische systeem van de machi-ne te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw machinewerden geleverd zijn ontworpen om de mo-gelijkheden van de machine te ondersteu-nen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt.
Veiligheidsinformatie1-51 Zorg dat de voorwielen recht naar vo-ren wijzen op de aanhanger of delaadvloer en zet de wielen vast in eengoot om beweging te voorkomen. Zet de machine vast met spanbandenof andere geschikte banden aan stevi-ge delen van de machine, zoals hetframe of de bovenste voorvorkklem(en niet aan, bijvoorbeeld, het stuur,de richtingaanwijzers of onderdelendie kunnen afbreken). Kies de plaatsvoor de spanbanden zorgvuldig om tevoorkomen dat deze tijdens het trans-port schuurplekken op de lak veroor-zaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de machine tijdens het transportniet overmatig kan stuiteren. DAU60590Andere aandachtspunten voor veilig rijden Geef duidelijk richting aan wanneer ueen bocht neemt. Op een nat wegdek kan remmen ui-terst lastig zijn. Vermijd te hard rem-men, hierdoor zou de machine kunnenslippen.
Bedien de remmen rustigwanneer u op een nat wegdek wiltstoppen. Minder snelheid bij het naderen vaneen bocht of een afslag. Trek lang-zaam op nadat u de bocht hebt geno-men. Wees voorzichtig bij het passeren vangeparkeerde auto’s. Een bestuurdermerkt u mogelijk niet op en kan hetportier openslaan in uw rijrichting. Spoorwegovergangen, tramrails, ijze-ren platen gebruikt in de wegenbouwen putdeksels worden in natte toe-stand zeer glad. Minder snelheid enpasseer ze voorzichtig. Houd de ma-chine recht, anders kan deze gaanschuiven. De remblokken of remvoeringen kun-nen nat worden bij het wassen van demachine. Controleer na het wassenvan de machine de remmen voordat ugaat rijden. Draag steeds een helm, handschoe-nen, een lange broek (taps toelopendbij de enkel/omslag, om flapperen tevoorkomen), en een felgekleurd jack. Vervoer niet te veel bagage op uw ma-chine.
Een overbeladen machine is in-stabiel. Gebruik degelijke snelbindersom bagage aan de bagagedrager vastte binden (indien het voertuig is voor-zien van een bagagedrager).
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-13DAUN0264Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend en wordt het stuur ver-grendeld. De diverse standen van hetcontactslot worden hierna beschreven.OPMERKINGHet contactslot/stuurslot is voorzien vaneen afdekplaatje van het sleutelgat. (Zie pa-gina 3-2 voor het openen en sluiten van hetafdekplaatje van het sleutelgat.)DAU65610ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom; de instrumentenverlichting, hetachterlicht, de kentekenverlichting en deparkeerlichten gaan branden en de motorkan worden gestart.
De sleutel kan nietworden uitgenomen.OPMERKINGDe koplamp gaat automatisch brandenwanneer de motor wordt gestart en blijftaan totdat de sleutel naar “OFF” wordt ge-draaid of de zijstandaard omlaag wordt be-wogen.DAU10662OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWA10062Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73800LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3. Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.LOCKOFFON1.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-23Om het stuur te ontgrendelenDruk de sleutel in en draai deze naar “OFF”.DAUN0353Afdekplaatje van het sleutelgatOm het afdekplaatje van het sleutelgat teopenenSteek de sleutelkop in het gat van het af-dekplaatje zoals afgebeeld en draai dan desleutel naar rechts om het afdekplaatje teopenen.Om het afdekplaatje van het sleutelgat tesluitenDruk op de knop “PUSH SHUT” om het af-dekplaatje van het sleutelgat te sluiten.1. Drukken.2. Draaien.121. Knop “PUSH SHUT”2. Sleutelkapje12UBR7D1D0.book Page 2 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-33DAU4939CControlelampjes en waarschu-wingslampjesDAU11032Controlelampjes richtingaanwijzers “ ” en “ ”Elk controlelampje gaat knipperen wanneerde bijbehorende richtingaanwijzer knippert. DAU11081Controlelampje grootlicht “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de kop-lamp is ingeschakeld voor grootlicht. DAUN0711Eco-controlelampje “ECO”Dit controlelampje gaat aan wanneer demachine wordt gebruikt op een milieuvrien-delijke, energiezuinige manier. Het contro-lelampje gaat uit als u de machine stopt. OPMERKINGHierna volgen enkele tips om het brand-stofverbruik te verlagen: Voer het motortoerental tijdens acce-lereren niet te hoog op. Rijd met een constante snelheid. DAU67441Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde motor oververhit raakt.
Zet in zo’n gevalde motor onmiddellijk af en geef deze detijd om af te koelen. Het elektrische circuit van het waarschu-wingslampje kan worden gecontroleerddoor het contactslot in te schakelen. Hetwaarschuwingslampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het waarschuwingslampje niet oplichtwanneer u het contactslot inschakelt of alshet waarschuwingslampje blijft branden,laat het elektrische circuit dan controlerendoor een Yamaha dealer. LET OPDCA10022Laat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is. OPMERKINGAls de motor oververhit raakt, staan op pa-gina 6-37 nadere instructies vermeld. DAU73171Waarschuwingslampje motorstoring “”Dit waarschuwingslampje gaat branden alser een storing wordt gedetecteerd in demotor of een ander regelsysteem van demachine. Vraag in dat geval een Yamahadealer het boorddiagnosesysteem te con-troleren.
Het elektrisch circuit voor het waarschu-wingslampje controleert u door de sleutelnaar “ON” te draaien. Het waarschu-wingslampje moet enkele seconden oplich-ten en dan uitgaan. 1. Controlelampje linker richtingaanwijzers “ ”2.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-43Als het waarschuwingslampje niet gaatbranden wanneer de sleutel naar “ON”wordt gedraaid of blijft branden, vraag danuw Yamaha dealer om de machine na tezien.DAUU1961ABS-waarschuwingslampje “ ” (voor modellen met ABS)Onder normale omstandigheden gaat hetABS-waarschuwingslampje branden alshet contactslot wordt ingeschakeld, engaat het uit als met een snelheid van 10km/h (6 mi/h) of hoger wordt gereden.Als het ABS-waarschuwingslampje: niet gaat branden wanneer het con-tactslot wordt ingeschakeld gaat branden of knipperen tijdens hetrijden niet uitgaat bij een snelheid van 10km/h (6 mi/h) of hogerWerkt het ABS-systeem mogelijk niet goed.Vraag als een van de bovenstaande geval-len zich voordoet zo snel mogelijk eenYamaha dealer het systeem te controleren.(Zie pagina 3-11 voor uitleg over de wer-king van het ABS-systeem.)WAARSCHUWINGDWA16041Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat zodra met een snelheid van 10km/h (6 mi/h) of hoger wordt gereden, ofals het waarschuwingslampje tijdenshet rijden gaat branden of knipperen,keert het remsysteem terug naar con-ventioneel remmen.
Als een van de bo-venstaande gevallen zich voordoet, ofals het waarschuwingslampje helemaalniet gaat branden, rij dan extra voorzich-tig om te voorkomen dat de remmen innoodsituaties blokkeren. Laat het rem-systeem en de elektrische circuits zosnel mogelijk door een Yamaha dealercontroleren.OPMERKINGHet ABS-waarschuwingslampje kan gaanbranden wanneer er gas wordt gegeventerwijl de machine op de middenbok staat.Er is dan echter geen sprake van een sto-ring.ABSUBR7D1D0.book Page 4 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-53DAU74444Multifunctionele meterWAARSCHUWINGDWA12423Zorg dat de machine stilstaat voordat uwijzigingen in de instellingen van demultifunctionele meter gaat aanbren-gen. Het aanbrengen van wijzigingen tij-dens het rijden kan u afleiden envergroot het risico op een ongeval.De multifunctionele meter biedt de volgen-de voorzieningen: een snelheidsmeter een brandstofniveaumeter een klok een buitenluchttemperatuurdisplay een multifunctioneel display een indicator olieverversing een indicator V-snaarvervangingOPMERKINGVergeet niet de sleutel naar “ON” te draaienvoordat u de “SELECT”- en “RESET”-toetsgebruikt.SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid vanhet voertuig aan.BrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de tank aanwezig is.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-63Wanneer de sleutel naar “ON” wordt ge-draaid, lichten eerst alle displaysegmentenvan de brandstofniveaumeter kort op enwordt daarna het huidige brandstofniveauweergegeven.OPMERKINGAls een storing wordt gedetecteerd in hetelektrische circuit van de brandstofniveau-meter, gaan alle displaysegmenten en dewaarschuwingsindicator brandstofniveauknipperen. Vraag een Yamaha dealer demachine te controleren.Klok “CLOCK”De klok maakt gebruik van een 12-uursy-steem.De klok op tijd zetten:1. Houd de “SELECT”-toets en “RE-SET”-toets tegelijkertijd twee secon-den ingedrukt. De urenaanduidingbegint te knipperen.2. Gebruik de “RESET”-toets om de urenin te stellen.3. Druk op de “SELECT”-toets en de mi-nutenaanduiding zal gaan knipperen.4. Druk op de “RESET”-toets om de mi-nuten in te stellen.5.
Druk op de “SELECT”-toets om deklok aan te zetten.Buitenluchttemperatuurweergave “OUTTEMP”Dit display toont de buitenluchttemperatuurvan –10 °C tot 40 °C in stappen van 1 °C.De weergegeven temperatuur kan afwijkenvan de werkelijke buitenluchttemperatuur.OPMERKING Als de buitenluchttemperatuur daalttot onder –10 °C, wordt er geen lageretemperatuur dan –10 °C weergege-ven. Als de buitenluchttemperatuur stijgttot boven 40 °C, wordt er geen hogeretemperatuur dan 40 °C weergegeven. De nauwkeurigheid van de tempera-tuuraflezing kan worden beïnvloeddoor langzaam rijden (onder ongeveer20 km/h [12 mi/h]) of door het opont-houd bij verkeerslichten, spoorweg-overgangen etc.1. Klok11. Buitenluchttemperatuurdisplay1UBR7D1D0.book Page 6 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-73Multifunctioneel displayOnder normale omstandigheden kan hetmultifunctionele display worden ingesteldvoor weergave van het volgende. kilometerteller “ODO” rittellers “TRIP 1” of “TRIP 2” ritteller olieverversing “OIL TRIP” Ritteller V-snaarvervanging “BELTTRIP”Druk op de “SELECT”-toets om te wisselentussen de kilometerteller, rittellers 1 en 2,de ritteller olieverversing en de ritteller V-snaarvervanging in de onderstaande volg-orde:ODO → TRIP 1 → TRIP 2 → OIL TRIP →BELT TRIP → ODOOm ritteller 1 of 2 op nul terug te stellen, se-lecteert u deze door op de “SELECT”-toetste drukken en dan de “RESET”-toets eenseconde lang ingedrukt te houden.OPMERKING De kilometerteller wordt vergrendeldbij 999999. Ritteller 1 en 2 worden teruggesteld enblijven tellen nadat 9999.9 is bereikt.Ritteller brandstofreserveAls er ongeveer 1.6 L (0.42 US gal, 0.35Imp.gal) brandstof in de brandstoftank overis, gaan het laatste segment van de brand-stofniveaumeter en de waarschuwingsindi-cator brandstofniveau knipperen.
Deweergave wisselt automatisch naar debrandstofreserve-ritteller en geeft de afge-legde afstand vanaf dat punt aan. Druk indat geval op de “SELECT”-toets om deweergave te wisselen in de onderstaandevolgorde:F → TRIP 1 → TRIP 2 → OIL TRIP → BELTTRIP → ODO → FOm de brandstofreserve-ritteller tijdelijk uitte schakelen, selecteert u deze door op de“SELECT”-toets te drukken en dan de “RE-SET”-toets een seconde lang ingedrukt tehouden. Om de brandstofreserve-rittellerweer in te schakelen, draait u de sleutelnaar “OFF” en dan naar “ON”. De brand-stofreserve-ritteller zal na één minuut weerworden weergegeven.De brandstofreserve-ritteller wordt auto-matisch op nul teruggesteld en verdwijntzodra na het tanken 5 km (3 mi) is gereden.1. Multifunctioneel display11. Ritteller brandstofreserve1UBR7D1D0.book Page 7 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-83Ritteller olieverversing “OIL TRIP” De ritteller voor olieverversing toont de af-gelegde afstand sinds de olie voor hetlaatst werd ververst. De indicator olieverversing “OIL CHANGE”gaat branden zodra de eerste 1000 km (600mi) zijn afgelegd en na 4000 km (2500 mi). Vervolgens gaat de indicator om de 4000km (2500 mi) branden om aan te geven datde motorolie moet worden ververst. Nadat de motorolie is ververst, moeten deindicator olieverversing en de ritteller voorolieverversing worden teruggesteld. Ombeide terug te stellen, selecteert u de rittel-ler voor olieverversing en houdt u de toets“RESET” een seconde lang ingedrukt. Houd terwijl “OIL CHANGE” knippert de“RESET”-toets drie tot vier seconden inge-drukt. De ritteller voor olieverversing wordtteruggesteld en de indicator olieverversinggaat uit.
OPMERKINGAls de motorolie wordt ververst voordat deindicator olieverversing gaat branden (dusvoordat de intervalperiode voor olieverver-sing is verstreken), moet de ritteller voorolieverversing worden teruggesteld zodathet eerstvolgende tijdstip voor olieverver-sing weer correct wordt aangegeven. Ritteller V-snaarvervanging “BELT TRIP”De ritteller voor V-snaarvervanging toont deafgelegde afstand sinds de V-snaar voorhet laatst werd vervangen. De ritteller voor V-snaarvervanging “V-BELT” gaat na elke 20000 km (12500 mi)branden om aan te geven dat de V-snaarmoet worden vervangen. Nadat de V-snaar is vervangen, moeten deindicator V-snaarvervanging en de rittellervoor V-snaarvervanging worden terugge-steld. Om beide terug te stellen, selecteertu de ritteller voor V-snaarvervanging enhoudt u de toets “RESET” een secondelang ingedrukt.
OPMERKINGAls de V-snaar wordt vervangen voordat deindicator V-snaarvervanging gaat branden(d. w. z. voordat de intervalperiode voor V-snaarvervanging is verstreken), moet de rit-teller V-snaarvervanging worden terugge-steld zodat het eerstvolgende tijdstip voorV-snaarvervanging weer correct wordt aan-gegeven. 1. Indicator olieverversing “OIL CHANGE”2. Olieverversingskilometerteller121. Indicator V-snaarvervanging “V-BELT”2. Kilometerteller V-snaarvervanging12UBR7D1D0. book Page 8 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-93DAU1234MStuurschakelaarsLinks Rechts DAU12401Dimlichtschakelaar “ / ”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht.DAU12461Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven. Na loslaten keert de schakelaarterug naar de middenstand. Om de rich-tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand.DAU12501Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven.DAU12722Startknop “ ”Druk met de zijstandaard omhoog op dezeknop terwijl u de voor- of achterrem be-krachtigt om de motor te starten met destartmotor. Zie pagina 5-1 voor startin-structies voordat u de motor start.1. Dimlichtschakelaar “ / ”2. Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”3.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-103DAU12902VoorremhendelDe voorremhendel bevindt zich aan derechterzijde van het stuur. Trek deze hendelnaar de gasgreep toe om de voorrem te be-krachtigen.DAUS1964AchterremhendelDe achterremhendel bevindt zich aan delinkerzijde van het stuur. Trek de hendelnaar het stuur toe om de achterrem te be-krachtigen.Dit model is uitgerust met een gekoppeldremsysteem.Wanneer u aan de achterremhendel trekt,wordt de achterrem en een gedeelte van devoorrem bekrachtigd. Trek beide remhen-dels tegelijkertijd aan voor maximale rem-kracht.OPMERKING Daar het gekoppelde remsysteemmechanisch is, kunt u extra vrije slagvoelen in de voorremhendel als deachterremhendel wordt aangetrok-ken. Het gekoppelde remsysteem functio-neert niet als alleen de voorrem wordtbekrachtigd.1. Voorremhendel11. Achterremhendel1UBR7D1D0.book Page 10 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-113DAU70900ABS (voor modellen met ABS)Het ABS (anti-blokkeervoorziening remsy-steem) van uw meerwielig leunend voertuigbevat een elektronisch regelsysteem dat devoor- en achterrem onafhankelijk van el-kaar aanstuurt.Gebruik de remmen met ABS net zoalsconventionele remmen. Bij activering vanhet ABS-systeem kan een pulsatie wordengevoeld in de remhendels. Ga in dat gevaldoor met remmen en laat het ABS-systeemhet werk doen.
Ga niet “pompend” rem-men, dit vermindert de remeffectiviteit.WAARSCHUWINGDWA16051Houd altijd een veilige afstand tot voor-liggers, zelfs als uw voertuig is uitgerustmet ABS. Het ABS-systeem functioneert heteffectiefst over lange remwegen. Op bepaalde oppervlakken, zoalsslechte wegen of grindwegen, kande remafstand met het ABS-sy-steem langer zijn dan zonder ABS-systeem.Het ABS-systeem wordt bewaakt door eenECU die het systeem bij een storing laat te-rugkeren naar conventioneel remmen.OPMERKING Het ABS-systeem voert een zelfdiag-nosetest uit telkens nadat de sleutelop “ON” is gezet en het voertuig rijdtmet een snelheid van 10 km/h (6 mi/h)of hoger. Tijdens deze test hoort u een“klikkend” geluid aan de voorkant vanhet voertuig en wanneer u een rem-hendel licht aantrekt, voelt u eventueeleen trilling in de hendel.
Dit is normaal. Dit ABS-systeem is uitgerust met eentestfunctie, waarbij de bestuurder pul-saties kan voelen in de rembedieningterwijl ABS actief is. Er is echter speci-aal gereedschap vereist, dus neemcontact op met uw Yamaha dealer.LET OPDCA20100Let op dat de wielsensor en de rotor vande wielsensor niet beschadigd raken,anders kan het ABS-systeem niet meernaar behoren werken.1. Voorwielsensor2. Opneemring voorwielsensor1. Achterwielsensor2. Opneemring achterwielsensor1212UBR7D1D0.book Page 11 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-123DAU37473TankdopOm de tankdop te verwijderen1. Open het zadel. (Zie pagina 3-15.)2. Draai de tankdop naar links en trekhem los.Om de tankdop aan te brengen1. Breng de tankdop aan in de vulope-ning van de brandstoftank en draaihem rechtsom tot demerktekens “ ” op de dop en detank tegenover elkaar staan.2. Sluit het zadel.WAARSCHUWINGDWA11092Na het tanken moet de tankdop goedworden aangedraaid. Door brandstof-lekkage ontstaat brandgevaar.DAU13222BrandstofControleer of er voldoende brandstof in debrandstoftank aanwezig is.WAARSCHUWINGDWA10882Benzine en benzinedampen zijn zeerbrandbaar. Volg de onderstaande in-structies om brand en ontploffing tevoorkomen en het letselrisico tijdens hettanken te verlagen.1. Zet alvorens te tanken de motor af enzorg dat er niemand op de machinezit.
Rook nooit tijdens het tanken entank nooit in de nabijheid van vonken,open vuur of andere ontstekingsbron-nen zoals de waakvlammen van gei-sers en kledingdrogers.2. Maak de brandstoftank niet te vol.Steek bij het tanken het vulpistoolgoed in de vulopening van de brand-stoftank. Stop met vullen zodra debrandstof de onderkant van de vulhalsheeft bereikt. Omdat brandstof uitzetals deze warm wordt, kan de warmtevan de motor of de zon ervoor zorgendat brandstof uit de brandstoftankstroomt.3. Veeg uitgestroomde brandstof onmid-dellijk af. LET OP: Veeg gemorstebrandstof onmiddellijk af met eenschone, droge, zachte doek, aange-1. Tankdop2. “ ”-merkteken1221. Vulpijp brandstoftank2. Maximaal brandstofniveau1 2UBR7D1D0.book Page 12 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Als u benzine op uw kledingmorst, trek dan andere kleding aan.DAU76750LET OPDCA11401Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.Loodhoudende benzine veroorzaakternstige schade aan inwendige motor-onderdelen als kleppen en zuigerverenen ook aan het uitlaatsysteem.OPMERKING Deze markering geeft de aanbevolenbrandstof voor dit voertuig aan zoalsgespecificeerd in de Europese voor-schriften (EN228). Controleer bij het tanken of het vulpi-stool dezelfde markering draagt.Uw Yamaha motorblok is gebouwd op hetgebruik van normale loodvrije benzine meteen octaangetal van RON 95 of hoger. Alsde motor gaat detoneren (pingelen), ge-bruik dan benzine van een ander merk ofgebruik loodvrije superbenzine.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-143DAU58301TankoverloopslangVoordat u de machine gaat gebruiken: Controleer de aansluiting en liggingvan de overloopslang van de brand-stoftank. Controleer de overloopslang van debrandstoftank op scheuren of bescha-diging en vervang deze indien nodig. Controleer of de overloopslang van debrandstoftank niet verstopt is en reinigdeze indien nodig.DAU13434UitlaatkatalysatorDit model is uitgerust met een uitlaatkataly-sator.WAARSCHUWINGDWA10863Het uitlaatsysteem is heet nadat de mo-tor heeft gedraaid.
Let op het volgendeom brandgevaar of brandwonden tevoorkomen: Parkeer de machine nooit nabijbrandgevaarlijke stoffen, zoals opgras of op ander materiaal dat ge-makkelijk vlam vat. Parkeer de machine op een plekwaar voetgangers of kinderen nietgemakkelijk met het hete uitlaatsy-steem in aanraking kunnen komen. Controleer of het uitlaatsysteem isafgekoeld alvorens onderhouds-werkzaamheden uit te voeren. Laat de motor niet langer dan enke-le minuten stationair draaien. Langstationair draaien kan leiden totoververhitting.LET OPDCA10702Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Bijgebruik van loodhoudende benzine zalonherstelbare schade worden toege-bracht aan de uitlaatkatalysator.1. Overloopslang brandstoftank1UBR7D1D0.book Page 14 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-153DAU60621ZadelOpenen van het zadel1. Zet de machine op de middenbok.2. Steek de sleutel in het contactslot endraai deze dan linksom naar de stand“SEAT OPEN”.OPMERKINGDruk de sleutel niet in terwijl u deze draait.3. Klap het zadel omhoog.Sluiten van het zadel1. Klap het zadel omlaag en druk danaan om te vergrendelen.2. Neem de sleutel uit.OPMERKINGControleer of het zadel stevig is vergren-deld alvorens te gaan rijden.DAUT3711Voetsteun passagierOm de voetsteun voor passagiers te ge-bruiken, kunt u hem als volgt uittrekken.Om de voetsteun voor passagiers in teklappen, kunt u hem terugduwen in de oor-spronkelijke positie.1. Openen.11. Voetsteun voor passagiers1UBR7D1D0.book Page 15 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
(Zie pagina 3-15.)WAARSCHUWINGDWA10962 Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 5 kg (11 lb) van het op-bergcompartiment niet. Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 167 kg (368 lb) voor demachine niet.LET OPDCA21150Let op het volgende bij het gebruik vanhet opbergcompartiment. Het opbergcompartiment wordtwarm bij blootstelling aan zon en/ofwarmte van de motor, dus bewaarer geen etenswaren of voorwerpenin die slecht tegen warmte kunnenof die ontvlambaar zijn. Stop natte voorwerpen in een plas-tic zak alvorens deze in het opberg-compartiment mee te nemen om tevoorkomen dat het vocht zich doorhet opbergcompartiment ver-spreidt. Het opbergcompartiment kan natworden als de machine wordt ge-reinigd, dus stop voorwerpen die uwilt meenemen ter bescherming ineen plastic zak. Bewaar geen waardevolle of breek-bare voorwerpen in het opberg-compartiment.OPMERKING Sommige helmen kunnen vanwegehun grootte of vorm niet worden weg-geborgen in het opbergcompartiment. Laat uw machine niet onbeheerd ach-ter met het zadel open.1.
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-173DAU74411AccessoireboxDe accessoirebox bevindt zich op de aan-gegeven plaats.Om de accessoirebox te openenDruk op de knop van de accessoirebox enopen dan het deksel.Om de accessoirebox te sluitenKlap het deksel van de accessoirebox om-laag.LET OPDCA23690Plaats geen hittegevoelige voorwerpenin de accessoirebox. De accessoireboxkan heet worden als de machine in di-rect zonlicht is geplaatst.WAARSCHUWINGDWA18530 Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 0.15 kg (0.33 lb) van deaccessoirebox niet. Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 167 kg (368 lb) voor demachine niet.1. Accessoirebox1. Knop accessoirebox2. Accessoirebox3. Deksel accessoirebox1123UBR7D1D0.book Page 17 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-183DAU61380BagagehaakOm de bagagehaak te gebruiken, trekt udeze uit zoals getoond.Om de bagagehaak weer in te klappen,duwt u deze terug in de oorspronkelijke po-sitie.WAARSCHUWINGDWAT1032 Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 1.0 kg (2.2 lb) voor de ba-gagehaak niet. Overschrijd het maximumlaadge-wicht van 167 kg (368 lb) voor demachine niet.DAU15306ZijstandaardDe zijstandaard bevindt zich aan de linker-zijde van het frame. Trek of druk de zijstan-daard met uw voet omhoog of omlaagterwijl u de machine rechtop houdt.OPMERKINGDe ingebouwde sperschakelaar voor de zij-standaard maakt deel uit van het startsper-systeem, dat in bepaalde situaties dewerking van het ontstekingssysteem blok-keert.
(Zie de volgende paragraaf voor eenuitleg over het startspersysteem.)WAARSCHUWINGDWA10242Met de machine mag nooit worden gere-den terwijl de zijstandaard omlaag staatof niet behoorlijk kan worden opgetrok-ken (of niet omhoog blijft), anders kan dezijstandaard de grond raken en zo debestuurder afleiden, waardoor de ma-chine mogelijk onbestuurbaar wordt.Het Yamaha startspersysteem is ont-worpen om de bestuurder te helpen bijzijn verantwoordelijkheid de zijstan-daard op te trekken alvorens weg te rij-den. Controleer dit systeem daaromregelmatig en laat het repareren dooreen Yamaha dealer als de werking nietnaar behoren is.1. Bagagehaak1UBR7D1D0.book Page 18 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-203Draai de sleutel naar aan.Trek de zijstandaard op.Druk de startknop in terwijl een der remhendels is aangetrokken. De motor start.Duw de zijstandaard omlaag.Als de motor afslaat:De sperschakelaar voor de zijstandaard is in orde.WAARSCHUWING• Bij deze inspectie moet de machine op de middenbok worden gezet.• Als zich een storing voordoet, vraag dan alvorens te gaan rijden een Yamaha dealer het systeem te controleren.UBR7D1D0.book Page 20 Tuesday, June 5, 2018 9:46 AM
Functies van instrumenten en bedieningselementen3-213DAU39657Gelijkstroom aansluitcontact voor accessoires WAARSCHUWINGDWA14361Om een elektrische schok of kortsluitingte voorkomen, dient u te controleren ofde dop op het gelijkstroom aansluitcon-tact is aangebracht als het contact nietwordt gebruikt.LET OPDCA15432Het accessoire dat is aangesloten op hetgelijkstroom aansluitcontact voor ac-cessoires mag niet worden gebruikt ter-wijl de motor uit staat en de belastingmag niet meer bedragen dan 12 W (1 A),anders kan de zekering doorbranden ofde accu ontladen raken.Dit voertuig is uitgerust met een gelijk-stroom aansluitcontact in de accessoire-box.Een 12V-accessoire dat is aangesloten opdit gelijkstroom aansluitcontact voor ac-cessoires, kan worden gebruikt wanneer desleutel in de stand “ON” staat, maar magalleen worden gebruikt wanneer de motordraait.Gebruiken van het gelijkstroom aansluit-contact voor accessoires1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha Tricity (2018) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Scooter Yamaha
Handleiding Scooter
Nieuwste handleidingen voor Scooter