Weishaupt WWP S 6 IH Handleiding

Weishaupt Warmtepomp WWP S 6 IH

Bekijk gratis de handleiding van Weishaupt WWP S 6 IH (32 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Weishaupt WWP S 6 IH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
manual
Montage- en gebruiksaanwijzing
Een Duitstalige versie van deze handleiding is voorhan-
den en kan op eenvoudige aanvraag verkregen worden.
Grond/water-warmtepomp voor binnenopstelling WWP S 6IH - WWP S 11IH83255907 · 06/2008

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Weishaupt
Categorie: Warmtepomp
Model: WWP S 6 IH

Handleiding Weishaupt WWP S 6 IH – volledige tekst

45° worden gekanteld (in iedere richting).OPGELET!Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten oplichten!OPGELET!Spoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt.OPGELET!In de warmtebroningang van de warmtepomp moet het bijgevoegde filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.OPGELET!Het glycolwater moet ten minste voor 25% uit een antivriesmiddel op monoethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd.OPGELET!Let bij het aansluiten van de vermogenkabel op het rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).OPGELET!De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd.OPGELET!Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bv.

roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.OPGELET!Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige service uitgevoerd te worden.OPGELET!Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH1 Direct lezen a. u. b. 452232. 69. 12 · 06/2008 · Rei 31. 2 Doelmatig gebruikDit apparaat is uitsluitend voor het door de fabrikant beoogde gebruiksdoeleinde vrij-gegeven. Elk ander of verderreikend gebruik wordt als oneigenlijk gebruik beschouwd. Hiertoe wordt ook de inachtneming van de desbetreffende productdocumentatie gere-kend. Het is niet toegestaan het apparaat te veranderen of om te bouwen. 1. 3 Wettelijke voorschriften en regelsDe warmtepomp voldoet aan alle relevante DIN-/VDE-voorschriften en EG-richtlijnen. Deze vindt u in de CE-verklaring in het bijvoegsel. De elektrische aansluiting van de warmtepomp moet volgens de geldige VDE-, EN- en IEC-normen en volgens het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (A. R. E. I. ) worden uitgevoerd.

Bovendien moeten de aansluitingsvoorwaarden van de energiebe-drijven in acht worden genomen. De warmtepomp moet overeenkomstig de betreffende voorschriften in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie geïntegreerd worden. Personen, in het bijzonder kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies vanwege een verantwoordelijke persoon gebruiken. Er moet op kinderen toegezien worden, om te garanderen dat ze niet met het apparaat spelen. 1. 4 Energiebesparend gebruik van de warmtepompDoor het gebruiken van deze warmtepomp draagt u bij aan de ontlasting van ons mi-lieu. Voor een efficiënte werking is een zorgvuldige dimensionering van de verwar-mingsinstallatie en de warmtebron erg belangrijk.

Daarbij moet de aandacht met name op een zo laag mogelijke vertrektemperatuur van het water worden gericht. Daarom dienen alle aangesloten energieverbruikers voor een lage vertrektemperatuur geschikt te zijn. Een 1 K hogere verwarmingswatertemperatuur verhoogt het energieverbruik met ca.

452232.69.12 · 06/2008 · Rei 4Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp2.1 ToepassingsgebiedDe grond/water-warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen van verwar-mingswater. De grond/water-warmtepomp kan in aanwezige of nieuw te plaatsen ver-warmingsinstallaties gebruikt worden. Als warmtedrager in de warmtebroninstallatie wordt glycolwater gebruikt. Als warmtebron kunnen aardsonden, aardcollectoren of soortgelijke installaties worden gebruikt.2.2 WerkwijzeDe aarde slaat de warmte van de zon, de wind en de regen op. Deze aardwarmte wordt in de aardcollector, de aardsonde e.d. door het glycolwater bij een lage temperatuur opgenomen. Een circulatiepomp transporteert dan het “verwarmde” glycolwater naar de verdamper van de warmtepomp.

Daar wordt deze warmte aan het koelmiddel in de koelkringloop afgestaan. Daarbij koelt het glycolwater weer af, zodat deze in de glycol-waterkringloop weer warmte-energie op kan nemen.Het koelmiddel wordt door de elektrisch aangedreven compressor aangezogen, ge-comprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau “gepompt”. De bij dit proces toe-gevoerde elektrische energie gaat niet verloren, maar wordt grotendeels aan het koel-middel afgestaan.Vervolgens komt het koelmiddel in de condensor en draagt hier wederom zijn warmte-energie aan het verwarmingswater af. Afhankelijk van het bedrijfspunt kan het verwar-mingswater zo tot 60 °C verwarmd worden.

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH3 Basisapparaat452232.69.12 · 06/2008 · Rei 53 BasisapparaatHet basisapparaat bestaat uit een aansluitklare warmtepomp voor installatie binnen met een plaatstalen behuizing, schakelpaneel en geïntegreerde regelaar. De koelkring-loop is “hermetisch gesloten” en bevat het in het Kyoto-protocol aangegeven gefluori-deerde koelmiddel R134a met een GWP-waarde van 1300. Het is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brandbaar.Op het schakelpaneel zijn alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke componenten aangebracht. Een voeler voor de buitenwandtemperatuur met bevesti-gingsmateriaal evenals een filter worden met de warmtepomp bijgeleverd. De span-ningstoevoer voor de ballast- en stuurstroom moet ter plaatse worden aangelegd.De voeding van de ter plaatse aan te brengen glycolwaterpomp moet op het schakel-paneel worden aangesloten.

Indien vereist, moet deze van een motorbeveiliging wor-den voorzien.De collector met de glycolwaterverdeler moet ter plaatse worden aangebracht.1. Condensor2. Schakelpaneel3. Verdamper4. Compressor  

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH5 Transport452232.69.12 · 06/2008 · Rei 75 TransportVoor transport over een effen ondergrond is een hefwagen geschikt. Indien de warm-tepomp over een ongelijke ondergrond of over trappen moet worden vervoerd, dan kan dat met draagriemen worden gedaan. Deze kunnen direct onder de transportpallet ge-schoven worden.OPGELET!De warmtepomp is niet aan de transportpallet bevestigd.OPGELET!De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).Om het apparaat zonder pallet op te lichten, moeten de zijdelings in het frame aange-brachte boorgaten worden gebruikt. De zijdelingse afdekplaten moeten daarbij worden verwijderd. Een gewone buis kan daarbij als draaghulp dienen.OPGELET!Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten oplichten!

452232.69.12 · 06/2008 · Rei 8Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH6 Plaatsing6 Plaatsing6.1 Algemene aanwijzingenHet apparaat dient uitsluitend in droge binnenruimtes op een effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond lig-gen om een passende geluidsisolatie te garanderen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn.De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en naast de warmtepomp gerespecteerd wordt.6.2 GeluidsemissiesDankzij de doeltreffende geluidsisolatie werkt de warmtepomp zeer stil.

Om overdracht van trillingen op het fundament te voorkomen, moet er een geschikte, dempende rub-ber mat onder het hoofdframe van de warmtepomp worden gelegd.Om de overdracht van geluid naar het verwarmingssysteem te voorkomen, is het raad-zaam de warmtepomp met stukken slang aan het verwarmingssysteem te koppelen.

Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ont-lucht en onder druk te worden gezet.De in het schakelkastje aangesloten en los ingelegde voelers moeten, zoals in het ba-sisschema wordt weergegeven, aangebracht en geïsoleerd worden.Minimum verwarmingswaterdebietHet minimum verwarmingswaterdebiet van de warmtepomp dient in elke bedrijfstoe-stand van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. Deze kan bv. door installatie van een differentiedrukloze verdeler of van een overstroomventiel worden bereikt. De instelling van een overstroomventiel wordt in het hoofdstuk Inbedrijfstelling uitgelegd.Vorstbeveiliging bij kans op vorstIndien de regelaars en verwarmingscirculatiepompen bedrijfsklaar zijn, werkt de vorst-beveiliging van de regelaar.

Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroom-uitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroom-uitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.

452232. 69. 12 · 06/2008 · Rei 10Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH7 Montage7. 3 Aansluiting aan warmtebronDe aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd:de glycolwaterleiding op het vertrek en de terugloop van de warmtepomp aansluiten. Daarbij moet het hydraulische basisschema in acht genomen worden. OPGELET. In de warmtebroningang van de warmtepomp moet het bijgevoegde filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. Bovendien moet een afscheider van microluchtbellen in het warmtebronsysteem wor-den ingebouwd. Het glycolwater moet voor het vullen van de installatie worden vervaardigd. De glycol-waterconcentratie moet minimaal 25% zijn. Hierdoor is een vorstvrijheid tot -14 °C ge-waarborgd. Er mogen uitsluitend antivriesmiddelen op monoethyleenglycol- of propyleenglycolba-sis worden gebruikt.

Het warmtebronsysteem moet worden ontlucht en op dichtheid worden gecontroleerd. OPGELET. Het glycolwater moet ten minste voor 25% uit een antivriesmiddel op monoethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd. 7. 4 Elektrische aansluitingOp de warmtepomp moeten de volgende elektrische aansluitingen worden verricht:aansluiting van de stuurleiding op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X1: L/N/PE. Aansluiting van de vermogenkabel op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X5/X6: L1/L2/L3/PE. Aansluiting van de glycolwaterpomp (ter plaatse) op het schakelpaneel van de warmtepomp via klem X1: PE en pompbeveiliging K2: 2/4/6. Optioneel kan een eenfasige glycolwaterpomp worden gebruikt (zie daartoe het klemmenaansluit-schema).

Een alpolige afschakeling met minimaal 3 mm contactopeningsafstand (bv. EVB-veilig-heidsschakelaar of veiligheidscontact) evenals een 3-polige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels moeten worden aangebracht. De benodigde kabeldoorsnede moet conform het verbruik van de warmtepomp, de technische aan-sluitvoorwaarden van de betreffende elektriciteitsmaatschappij en de geldende voor-schriften worden bepaald. Het verbruik van de warmtepomp vindt u bij de productinfor-matie of op het typeplaatje. De aansluitklemmen zijn voor een kabeldoorsnede van max. 10 mm² ontworpen. OPGELET. Let bij het aansluiten van de vermogenkabel op het rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH8 Inbedrijfstelling452232. 69. 12 · 06/2008 · Rei 118 Inbedrijfstelling8. 1 Algemene aanwijzingenVoor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde service uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden (zie garantievergoeding). 8. 2 VoorbereidingVóór de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn (zie hoofdstuk 7). Het warmtebronsysteem en de verwarmingskring moeten gevuld en gecontroleerd zijn. Het filter moet in de glycolwateringang van de warmtepomp zijn ingebouwd. In de glycolwater- en verwarmingskring moeten alle kranen, die de correcte stroom zouden kunnen belemmeren, zijn geopend.

De warmtepompregelaar moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op het verwarmingssysteem zijn afgestemd. 8. 3 Werkwijze bij inbedrijfstellingDe inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompregelaar. OPGELET. De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd. Indien het minimum waterdebiet door middel van een overstroomventiel beveiligd wordt, moet deze op het verwarmingssysteem worden afgestemd. Een verkeerde in-stelling kan tot foutieve werking en een verhoogde elektrische energiebehoefte leiden. Om het overstroomventiel goed in te stellen, adviseren wij als volgt te handelen:Sluit alle verwarmingskringen die ook bij een werkende installatie afhankelijk van het gebruik gesloten kunnen zijn, zodat het waterdebiet in deze bedrijfstoestand zo ongun-stig mogelijk is.

Het overstroomventiel moet zo ver worden geopend, dat bij de actuele warmtebron-temperatuur het in de onderstaande tabel aangegeven maximale temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en -terugloop ontstaat. Het temperatuurverschil moet zo dicht mogelijk bij de warmtepomp worden gemeten. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement gedeactiveerd worden. Storingen bij een werkende installatie worden op de warmtepompregelaar weergege-ven en kunnen, zoals in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar beschre-ven is, worden verholpen. Warmtebron-temperatuur Max. temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en-terugloopvan tot-5° C 0° C 10 K1° C 5° C 11 K6° C 9° C 12 K10° C 14° C 13 K15° C 20° C 14 K21° C 25° C 15 K.

452232. 69. 12 · 06/2008 · Rei 12Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH9 Onderhoud / reiniging9 Onderhoud / reiniging9. 1 OnderhoudDe warmtepomp werkt onderhoudsvrij. Om bedrijfsstoringen door opeenhoping van vuil in de warmtewisselaars te voorkomen, moet ervoor gezorgd worden, dat er geen vuil in het warmtebronsysteem en de verwarmingsinstallatie terecht kan komen. Indien er zich toch dergelijke bedrijfsstoringen voordoen, moet de installatie worden gerei-nigd, zoals hieronder beschreven wordt. 9. 2 Reiniging verwarmingsgedeelteVooral bij het gebruik van stalen componenten kunnen er oxidatieproducten (roest) door zuurstof in de verwarmingswaterkringloop ontstaan. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht.

Daarom dient er - met name bij de buizen van de vloerverwarming - op een diffusiedichte installatie gelet te worden. OPGELET. Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bv. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken. Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen. Indien de vervuiling zo groot is, dat het vermogen van de condensor in de warmtepomp vermindert, moet een installateur de installatie reinigen. Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%. In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raad-zaam, de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.

Daarna moet er met geschikte, neutrali-serende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen. De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden. In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd. 9. 3 Warmtebronzijdige reinigingOPGELET. In de warmtebroningang van de warmtepomp moet het bijgevoegde filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. Een dag na de inbedrijfstelling moet de filterzeef van de filter worden gereinigd, vervol-gens moet dit wekelijks gebeuren. Is er geen vervuiling meer zichtbaar, dan kan de zeef van de filter worden gedemonteerd, om het drukverlies te reduceren.

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH10 Storingen / storingsdiagnose452232.69.12 · 06/2008 · Rei 1310 Storingen / storingsdiagnoseDeze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergege-ven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar.Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde service.OPGELET!Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige service uitgevoerd te worden.OPGELET!Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.

452232.69.12 · 06/2008 · Rei 14Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH11 Buitenbedrijfstelling / verwijdering11 Buitenbedrijfstelling / verwijderingAlvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle klep-pen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens gebruikelijke normen dienen te worden na-geleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 6IH - WWP S 11IH3 Elektrische schema's452232. 69. 12 · 06/2008 · Rei IX3. 4 LegendaA1 Draadbrug, moet worden geplaatst wanneer er geen afsluitcontactor nodig isA2 Draadbrug, moet bij gebruik van de 2e blokkerings-ingang worden verwijderdA3 Draadbrug, moet bij gebruik van een motorbeveili-gingscontact voor de primaire pomp worden verwij-derdA4 Draadbrug, moet bij gebruik van een motorbeveili-gingscontact voor de compressor worden verwijderdOpen draadbruggen of contacten betekenen dat er sprake van een blokkering of storing isB2* Lagedruk-pressostaat glycolwaterB3* Thermostaat warm water (alternatief voor R3)B4* Thermostaat zwembadwaterE9* Dompelverwarmingselement warm waterE10* 2de warmtebron (ketel of elektr.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Weishaupt WWP S 6 IH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden