Weishaupt WWP S 50 ID Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Weishaupt WWP S 50 ID (44 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Weishaupt WWP S 50 ID of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Weishaupt |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | WWP S 50 ID |
Handleiding Weishaupt WWP S 50 ID – volledige tekst
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 2Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID1 Direct lezen a.u.b.1 Direct lezen a.u.b.1.1 Belangrijke aanwijzingenACHTUNGOPGELET!Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden.ACHTUNGOPGELET!Voor het gebruik en onderhoud van een warmtepomp moeten de wettelijke eisen van het land worden opgevolgd, waarin de warmtepomp wordt gebruikt. Afhankelijk van de koelmiddelhoeveelheid moet de dichtheid van de warmtepomp met regelmatige tussenpozen door overeenkomstig opgeleid personeel worden gecontroleerd en vastgelegd.ACHTUNGOPGELET!Bij een externe besturing van de warmtepomp resp. de circulatiepomp moet in een debietschakelaar worden voorzien, die het inschakelen van de compressor bij afwezige volume debiet voorkomt.ACHTUNGOPGELET!De warmtepomp mag max.
Deze waarde mag niet worden overschreden.ACHTUNGOPGELET!In de warmtebronkring moet ter plaatse voor een geschikte luchtafscheider (microluchtbellenafscheider) gezorgd worden.ACHTUNGOPGELET!In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.ACHTUNGOPGELET!Het glycolwater moet minstens voor 25 % uit een antivriesmiddel op mono-ethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen gemengd worden (we raden aan om Weishaupt kant-en-klaar glycolwater-warmtedragermengsel te gebruiken).ACHTUNGOPGELET!Let op het rechtsdraaiende veld: Bij een verkeerde bedrading wordt het opstarten van de warmtepomp verhinderd. Een desbetreffende aanwijzing wordt in de warmtepompmanager weergegeven (bedrading aanpassen).
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID1 Direct lezen a. u. b. 452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei 3ACHTUNGOPGELET. Het is niet toegestaan via een relaisuitgang meer dan een elektronisch geregelde circulatiepomp te schakelen. ACHTUNGOPGELET. De inbedrijfstelling gebeurt conform de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager. ACHTUNGOPGELET. In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. ACHTUNGOPGELET. Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld. 1. 2 Doelmatig gebruikDit apparaat is uitsluitend voor het door de fabrikant beoogde gebruiksdoeleinde vrij-gegeven. Elk ander of verderreikend gebruik wordt als oneigenlijk gebruik beschouwd. Hiertoe wordt ook de inachtneming van de desbetreffende projectdocumenten gere-kend.
Het is niet toegestaan het apparaat te veranderen of om te bouwen. 1. 3 Wettelijke voorschriften en richtlijnenDeze warmtepomp is volgens artikel 1, paragraaf 2k) van de EG-richtlijn 2006/42/EC (richtlijn voor machines) voor huiselijk gebruik bestemd en valt daarmee onder de eisen van de EG-richtlijn 2006/95/EC (laagspanningsrichtlijn). De pomp is daarmee ook be-stemd voor gebruik door leken voor het verwarmen van winkels, kantoren en andere soortgelijke werkomgevingen, evenals voor het verwarmen van landbouwbedrijven, ho-tels, pensions en dergelijke of voor het verwarmen van andere wooninrichtingen. De warmtepomp voldoet aan alle relevante DIN-/VDE-voorschriften en EG-richtlijnen. Deze vindt u in de CE-verklaring in de bijlage. De elektrische aansluiting van de warmtepomp moet volgens de geldige VDE-, EN- en IEC-normen en volgens het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (A.
De warmtepomp moet overeenkomstig de betreffende voorschriften in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie geïntegreerd worden. Personen, in het bijzonder kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies van een verantwoordelijke persoon gebruiken. Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen. ACHTUNGOPGELET. Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 4Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID1 Direct lezen a.u.b.ACHTUNGOPGELET!Voor het gebruik en onderhoud van een warmtepomp moeten de wettelijke eisen van het land worden opgevolgd, waarin de warmtepomp wordt gebruikt. Afhankelijk van de koelmiddelhoeveelheid moet de dichtheid van de warmtepomp met regelmatige tussenpozen door overeenkomstig opgeleid personeel worden gecontroleerd en vastgelegd.Mee informatie hierover vindt u in het hoofdstuk Onderhoud/reiniging.1.4 Energiebesparend gebruik van de warmtepompDoor het gebruiken van deze warmtepomp draagt u bij aan de ontlasting van ons mi-lieu. Voor een efficiënte werking is een zorgvuldige dimensionering van de verwar-mingsinstallatie en de warmtebron erg belangrijk. Daarbij moet de aandacht met name op een zo laag mogelijke watervertrektemperatuur worden gericht.
Daarom dienen alle aangesloten energieverbruikers voor een lage vertrektemperatuur geschikt te zijn. Een 1 K hogere verwarmingswatertemperatuur verhoogt het elektrische energieverbruik met ca. 2,5 %. Een lagetemperatuurverwarming met vertrektemperaturen tussen 30 °C en 50 °C is voor een energiebesparende werking prima geschikt.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp452237.69.02 · 05/2013 · Rei 52 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp2.1 ToepassingsgebiedDe grond/water-warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen van verwar-mingswater. Deze kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties ge-bruikt worden. Als warmtedrager in de warmtebroninstallatie dient een mengeling uit water en vorstbeveiliging (glycolwater). Als warmtebroninstallatie kunnen aardsondes, aardcollectoren of soortgelijke installaties worden gebruikt.2.2 WerkwijzeDe bodem slaat de warmte van de zon, de wind en de regen op. Deze aardwarmte wordt in de aardcollector, de aardsonde e.d. door het glycolwater bij een lage tempe-ratuur opgenomen. Deze aardwarmte wordt door de aardsonde e.d. door het glycolwa-ter bij een lage temperatuur opgenomen.
Een circulatiepomp transporteert dan het "verwarmde" glycolwater naar de verdamper van de warmtepomp. Daar wordt deze warmte aan het koelmiddel in de koelkringloop afgestaan. Daarbij koelt het glycolwater weer af, zodat dit in de glycolwaterkring weer warmte-energie kan opnemen.Het koelmiddel wordt door de elektrisch aangedreven compressor aangezogen, ge-comprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau "gepompt". De bij dit proces toe-gevoerde elektrische energie gaat niet verloren, maar wordt grotendeels aan het koel-middel afgestaan.Vervolgens komt het koelmiddel in de condensor en draagt hier wederom zijn warmte-energie aan het verwarmingswater af. Afhankelijk van het bedrijfspunt kan het verhitte verwarmingswater zo tot 62°C verwarmd worden.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 6Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID3 Basisapparaat3 BasisapparaatHet apparaat bestaat uit een aansluitklare warmtepomp voor installatie binnen met een plaatstalen behuizing, schakelkastje en geïntegreerde warmtepompmanager. De koel-kring bevat het in het Kyoto-protocol aangegeven gefluorideerde koelmiddel R410A met een GWP-waarde van 1975. Het is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brand-baar.In de schakelkast zijn alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke compo-nenten aangebracht. Een voeler voor de buitentemperatuur met bevestigingsmateriaal evenals een vuilzeef worden met de warmtepomp bijgeleverd. De voeding voor ballast- en stuurspanning moet ter plaatse worden aangelegd.De in de leveringsomvang inbegrepen circulatiepompen (glycolwater- en verwarmings-waterzijde) moeten conform de hydraulische schema's (zie Hoofdst.
4 op pag. XIV) resp. volgens de projecteringsdocumenten geïnstalleerd worden. De elektrische aan-sluiting van de circulatiepompen moet conform Hoofdst. 7.5.3 op pag. 17 tot stand ge-bracht worden.De warmtebroninstallatie moet door de klant worden aangebracht.WWP S 50 ID
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 8Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID4 Accessoires4 Accessoires4.1 AansluitflenzenDoor het gebruik van de vlak afdichtende aansluitflenzen kan het toestel optioneel op flensaansluiting omgeschakeld worden.4.2 AfstandsbedieningVoor meer comfort is een afstandsbedieningseenheid als speciaal toebehoren verkrijg-baar. Bediening en menunavigatie zijn identiek met die van de warmtepompmanager. De aansluiting gebeurt via een interface (speciaal toebehoren) met westernstekker RJ 11.OPMERKINGBij verwarmingsregelaars met een afneembaar bedieningspaneel kan het direct als afstandsbedieningseenheid toegepast worden.4.3 GebouwbeheersysteemDe warmtepompmanager kan door aanvulling van de betreffende interfacekaart op een netwerk van een gebouwbeheersysteem aangesloten worden.
Voor de precieze aan-sluiting en de parametrering van de interface moet de aanvullende montagehandleiding van de interfacekaart in acht genomen worden. Voor de warmtepompmanager zijn de volgende netwerkverbindingen mogelijk:ModbusEIB, KNXEthernetACHTUNGOPGELET!Bij een externe besturing van de warmtepomp resp. de circulatiepomp moet in een debietschakelaar worden voorzien, die het inschakelen van de compressor bij afwezige volume debiet voorkomt.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID5 Transport452237.69.02 · 05/2013 · Rei 95 TransportVoor transport over een effen ondergrond is een hefwagen geschikt. Indien de warm-tepomp over een ongelijke ondergrond of over trappen wordt vervoerd, dan kan dat met draagriemen worden gedaan. Deze kunnen direct onder de pallet geschoven wor-den.ACHTUNGOPGELET!De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).Om het apparaat zonder pallet op te lichten, moeten de zijdelings in het frame aange-brachte boorgaten worden gebruikt. De zijdelingse afdekplaat moet daarbij worden verwijderd.
Een gewone buis kan daarbij als draaghulp dienen.Na het transport moet de transportbeveiliging in het toestel aan de bodem aan beide zijden verwijderd worden.ACHTUNGOPGELET!Voor de inbedrijfstelling moet de transportbeveiliging verwijderd worden.Om de binnenkant van het apparaat te bereiken, is het mogelijk om alle bekledingspla-ten te verwijderen.Voor het afnemen van de behuizing moeten de verschillende deksels aan de betref-fende draaisluitingen geopend en slechts lichtjes van het toestel weg gekanteld wor-den. Daarna kunnen ze naar boven uit de houder getild worden.PD[;;
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 10Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID6 Opstelling6 Opstelling6.1 Algemene aanwijzingenDe grond/water-warmtepomp moet in een vorstvrije en droge ruimte op een effen, glad en horizontaal vlak opgesteld worden. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een voldoende geluidsisolatie te garanderen. Is dit niet het geval, dan kunnen bijkomend geluidsisolerende maatregelen nodig worden.De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en naast de warmtepomp gerespecteerd wordt.In de plaatsingsruimte mogen in geen enkel seizoen vorst of hogere temperaturen dan 35 °C voorkomen.6.2 GeluidsemissiesDankzij de doeltreffende geluidsisolatie werkt de warmtepomp zeer stil. Een trillings-overdracht naar het fundament resp.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei 117 Montage7. 1 AlgemeenAan de warmtepomp kunnen de volgende aansluitingen tot stand gebracht worden. Daarbij moet het hydraulische integratieschema in acht genomen worden:Vertrek/terugloop glycolwater (warmtebroninstallatie)Vertrek/terugloop verwarmingTemperatuurvoelerSpanningsvoorziening7. 2 Aansluiting verwarmingskantACHTUNGOPGELET. Spoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt. Voordat de warmtepomp aan de kant van het verwarmingswater aangesloten wordt, moet de verwarmingsinstallatie doorgespoeld worden, om mogelijk vuil, resten van iso-latiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling ver-stopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.
Na installatie van de verwarmingskant dient de verwarmingsinstallatie te worden ge-vuld, te worden ontlucht en onderdrukt te wordenACHTUNGOPGELET. De maximale testdruk bedraagt verwarmings- en glycolwaterzijdig 6,0 bar(ü). Deze waarde mag niet worden overschreden. Bij het vullen van de installatie moet op het volgende worden gelet:onbehandeld vul- en suppletiewater moet drinkwaterkwaliteit hebben(kleurloos, helder, zonder afzettingen)het vul- en suppletiewater moet zijn voorgefilterd (poriënwijdte max. 5 µm). Kalksteenvorming in sanitairwaterverwarmingsinstallaties kan niet volledig worden voorkomen, maar is bij installaties met vertrektemperaturen onder 60 °C verwaarloos-baar gering. Bij warmtepompen voor gemiddelde en voor hoge temperatuur kunnen ook temperatu-ren boven 60 °C worden bereikt.
door installatie van een dubbele differentiedrukloze verdeler worden bereikt. Indien de warmtepompmanager en de verwarmings-circulatiepompen bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de warmtepompmanager. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepomp-systemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de ver-warmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt. Totaal verwarmings-vermogen in [kW]Totaal aardalkaliënin mol/m³ resp. mmol/lTotalehardheid in °dHtot 200 ≤ 2,0 ≤ 11,2200 tot 600 ≤ 1,5 ≤ 8,4> 600 < 0,02 < 0,11.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 12Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage7.3 Aansluiting aan de kant van de warmtebronDe aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd:De glycolwaterleiding op vertrek en terugloop warmtebron van de warmtepomp aan-sluiten.Daarbij moet het hydraulische integratieschema in acht genomen worden.ACHTUNGOPGELET!In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.Het glycolwater moet vóór het vullen van de installatie worden vervaardigd. De concen-tratie glycolwater moet minimaal 25 % zijn. Dit garandeert vorstbestendigheid tot ca.
-14 °C.Er mogen uitsluitend antivriesmiddelen op monoethyleenglycol- of propyleenglycolba-sis worden gebruikt.De warmtebroninstallatie moet worden ontlucht en op dichtheid worden gecontro-leerd.ACHTUNGOPGELET!Het glycolwater moet minstens voor 25 % uit een antivriesmiddel op mono-ethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen gemengd worden (we raden aan om Weishaupt kant-en-klaar glycolwater-warmtedragermengsel te gebruiken).OPMERKINGIndien nodig, kan het gebruiksgebied tot een inlaattemperatuur glycolwater van -10°C worden uitgebreid. In dit geval moet de minimale concentratie glycolwater op 30% worden aangepast. (Invriestemperatuur -17°C).ACHTUNGOPGELET!De maximale testdruk bedraagt verwarmings- en glycolwaterzijdig 6,0 bar(ü).
Deze waarde mag niet worden overschreden.ACHTUNGOPGELET!In de warmtebronkring moet ter plaatse voor een geschikte luchtafscheider (microluchtbellenafscheider) gezorgd worden.
452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei 14Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage7. 4. 2 Montage van de buitentemperatuurvoelerDe temperatuurvoeler moet zo aangebracht worden dat alle weersinvloeden geregi-streerd worden en de meetwaarde niet vervalst wordt. bevestiging aan de buitenwand van een verwarmde woonruimte en indien mogelijk aan de noordelijke/noordwestelijke zijdeniet in "beschutte plek" (bijv. in een muurnis of onder het balkon) monterenniet in de buurt van ramen, deuren, ontluchtingsopeningen, buitenlampen of warm-tepompen aanbrengenin geen enkel seizoen aan direct zonlicht blootstellenVoelerleiding: Lengte max. 40 m; aderdiameter min. 0,75 mm²; buitendiameter van de kabel 4-8 mm. 7. 4.
3 Montage van de aanlegvoelersDe montage van de aanlegvoelers is alleen noodzakelijk, indien deze onderdeel is van de leveromvang van de warmtepomp, maar niet ingebouwd zijn. De aanlegvoelers kunnen als buisaanlegvoeler gemonteerd of in de dompelhuls van de compacte verdeler geplaatst worden. Montage als buisaanlegvoelerOntdoe de verwarmingsbuis van lak, roest en tondelBestrijk het gereinigde oppervlak met warmtegeleidende pasta (dun aanbrengen)Maak de voeler met de slangklem vast (trek goed vast, een losse voeler leidt tot fou-tieve werking) en zorg voor thermische isolatie7. 4. 4 Verdeelsysteem hydraulisch systeemDe compacte verdeler en dubbele differentiedrukloze verdeler fungeren als interface tussen de warmtepomp, verwarmingsverdeelsysteem, buffervat en evt. ook de water-verwarmer.
In plaats van vele individuele componenten wordt hier een compact sy-steem gebruikt om de installatie te vereenvoudigen. Meer informatie vindt u in de be-treffende montagehandleiding. Compacte verdelerDe terugloopvoeler kan in de warmtepomp blijven of moet in de dompelhuls worden geplaatst. De resterende ruimte tussen voeler en dompelhuls moet volledig met warm-tegeleidende pasta opgevuld zijn.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage452237.69.02 · 05/2013 · Rei 157.5 Elektrische aansluiting 7.5.1 AlgemeenAlle elektrische aansluitingswerkzaamheden mogen alleen door een elektrotechnicus of een vakmak voor specifieke werkzaamheden conform de montage- en gebruiksaanwijzing, landspecifieke installatievoorschriften, bijv. VDE 0100technische aansluitvoorwaarden van de energiebedrijven en netbeheerders (bijv. TAB) enplaatselijke omstandigheden uitgevoerd worden.Ter waarborging van de vorstbeveiligingsfunctie van de warmtepomp mag de warmte-pompmanager niet uitgeschakeld worden, en moet er stroming door de warmtepomp plaatsvinden.De schakelcontacten van de uitgangsrelais zijn ontstoord.
Daarom is er afhankelijk van de interne weerstand van een meetinstrument, ook wanneer de contacten niet gesloten zijn, een spanning meetbaar die echter lager is dan de netspanning.Op de regelaarklemmen N1-J1 tot N1-J11; N1-J19 tot N1-J20; N1-J23 tot N1-J26 en de klemmenstrook X3 is lage spanning aanwezig. Wanneer er door bedradingsfouten aan deze klemmen netspanning aangelegd wordt, vernietigt dit de warmtepompmana-ger.OPMERKINGBij de aansluitingswerkzaamheden van de schakelkast moet erop gelet worden dat de voedingskabels en de signaalleidingen gescheiden van elkaar in de schakelkast geleid worden. Hiervoor moeten de speciaal aangebrachte schakelkastinvoeren gebruikt worden (zie Afb. 7.3 op pag. 15). Ook bij de bedradingswerkzaamheden in de schakelkast moeten altijd de last- en signaalleidingen gescheiden van elkaar geplaatst worden.Afb.
452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei 16Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage7. 5. 2 Elektrische aansluitwerkzaamheden 1. De 4-aderige elektrische kabel voor het vermogensdeel van de warmtepomp wordt van de stroommeter van de warmtepomp via de EVB-veiligheidsschakelaar (indien vereist) in de warmtepomp geleid (voadingsspanning zie handleiding warmte-pomp). Aansluiting van de voedingskabel op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X1: L1/L2/L3/PE. ACHTUNGOPGELET. Let op het rechtsdraaiende veld: Bij een verkeerde bedrading wordt het opstarten van de warmtepomp verhinderd. Een desbetreffende aanwijzing wordt in de warmtepompmanager weergegeven (bedrading aanpassen). De spanningsvoorziening voor de warmtepomp moet worden voorzien van een alpolige afschakeling met ten minste 3 mm contactopeningsafstand (bijv.
EVB-veiligheidsscha-kelaar, contactor) en een alpolige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels (uitschakelstroom en karakteristiek volgens toestelinformatie). 2. De 3-aderige elektrische kabel voor de warmtepompmanager (verwarmingsrege-laar N1) wordt in de warmtepomp geleid. Aansluiting van de stuurleiding aan het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X2: L/N/PE. De kabel (L/N/PE~230 V, 50 Hz) voor de WPM moet onder permanente spanning zijn en moet om deze reden voor de EVB-veiligheidsschakelaar afgetakt resp. op de huishoudingsstroom aangesloten worden, omdat anders gedurende de ener-giebedrijfsblokkering belangrijke beveiligingsfuncties buiten werking zijn. 3. De EVB-veiligheidsschakelaar (K22) met hoofdcontacten en een hulpcontact moet op de capaciteit van de warmtepomp passen en door de klant geïnstalleerd wor-den.
De contactor (K20) voor de dompelweerstand (E10) moet voor mono-energeti-sche installaties (2e WB) bij de capaciteit van het verwarmingselement passen en ter plaatse geënstalleerd worden. De besturing (230 V AC) vindt plaats vanuit de warmtepompmanager via de klemmen X2/N en X2/K205. De contactor (K21) voor de flensverwarming (E9) in de waterverwarmer moet bij de capaciteit van de radiator passen en ter plaatse geïnstalleerd worden. De be-sturing (230 V AC) vindt plaats vanuit de warmtepompmanager via de klemmen X2/N en X2/K21. 6. De contactoren uit punten 3;4;5 worden in die stroomdistributie geïntegreerd. 7. Alle geïnstalleerde elektrische leidingen moeten als duurzaam en stevige bedra-ding uitgevoerd zijn. 8. De verwarmingscirculatiepomp (M13) wordt via het contact N1-J13/NO5 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn X2/M13 en X2/N.
Bij gebruik van pom-pen die de schakelcapaciteit van de uitgang overstijgen, moet een koppelrelais tussengeschakeld worden. 9. De additionele circulatiepomp (M16) wordt via het contact N1-J16/NO9 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn X2/M16 en X2/N. Een koppelrelais is in deze uitgang reeds geïntegreerd. 10. De sanitairwateroplaadpomp (M18) wordt via het contact N1-J13/NO6 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn X2/M13 en X2/N. Bij gebruik van pom-pen die de schakelcapaciteit van de uitgang overstijgen, moet een koppelrelais tussengeschakeld worden. 11. De grond- resp. bronpomp (M11) wordt via het contact N1-J12/NO3 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn X2/M11 en X2/N. Een koppelrelais is in deze uitgang reeds geïntegreerd. 12. De terugloopvoeler (R2) is bij de warmtepomp voor binnenopstelling geïntegreerd.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID7 Montage452237.69.02 · 05/2013 · Rei 177.5.3 Aansluiting van elektronisch geregelde circulatiepompenElektronisch geregelde circulatiepompen hebben hoge aanloopstromen die soms de levensduur van de warmtepompmanager kunnen verkorten. Daarom moet tussen de uitgang van de warmtepompmanager en de elektronisch geregelde circulatiepomp een koppelrelais geïnstalleerd worden of is deze geïnstalleerd. Dit is niet vereist als de toe-gestane bedrijfsstroom van 2 A en een maximale aanloopstroom van 12 A van de elek-tronisch geregelde circulatiepomp niet overschreden wordt, tenzij er een uitdrukkelijke vrijgave van de pompfabrikant is. ACHTUNGOPGELET!Het is niet toegestaan via een relaisuitgang meer dan een elektronisch geregelde circulatiepomp te schakelen.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 18Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID8 Inbedrijfstelling8 Inbedrijfstelling8.1 Algemene aanwijzingenVoor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde klantendienst (Weishaupt-technicus) uitgevoerd te worden.
Onder be-paalde voorwaarden is daarmee een bijkomende waarborg verbonden .8.2 VoorbereidingVoorafgaand aan de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te wor-den:Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn zoals beschreven in hoofdstuk 7.De warmtebroninstallatie en de verwarmingskring moeten gevuld en gecontroleerd zijn.De vuilzeef moet in de glycolwaterinlaat van de warmtepomp zijn ingebouwd.In de glycolwater- en verwarmingskring moeten alle afsluiters, die de correcte stroom zouden kunnen belemmeren, zijn geopend.De warmtepompmanager moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op het verwarmingssysteem zijn afgestemd.8.3 Werkwijze bij inbedrijfstellingDe inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompmanager.ACHTUNGOPGELET!De inbedrijfstelling gebeurt conform de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID9 Onderhoud / reiniging452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei 199 Onderhoud / reiniging9. 1 OnderhoudOm bedrijfsstoringen door opeenhoping van vuil in de warmtewisselaars te voorkomen, moet ervoor gezorgd worden, dat er geen vuil in de warmtebron- en verwarmingsinstal-latie terecht kan komen. Indien er zich toch dergelijke bedrijfsstoringen voordoen, moet de installatie worden gereinigd, zoals hieronder beschreven wordt. 9. 2 Reiniging verwarmingskantVooral bij het gebruik van stalen componenten kan zuurstof in de verwarmingswater-kringloop oxidatieproducten (roest) veroorzaken. De roest komt via ventielen, circulatie-pompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er – met name bij de buizen van de vloerverwarming – op een diffusiedichte installatie te worden gelet.
OPMERKINGOm afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bijv. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken. Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen. Indien de vervuiling zo groot is dat het de prestaties van de condensor in de warmte-pomp belemmert, moet een installateur de installatie reinigen. Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%. In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op ruimtetemperatuur zijn. Het is raad-zaam de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.
Om te voorkomen dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwar-mingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan het spoelapparaat direct op vertrek en te-rugloop van de condensor van de warmtepomp aan te sluiten. Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 20Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID9 Onderhoud / reiniging9.3 Reiniging aan de kant van de warmtebronACHTUNGOPGELET!In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.Een dag na de inbedrijfstelling moet de filterzeef van de vuilzeef gereinigd worden. Ver-dere controles moeten afhankelijk van de mate van vervuiling worden bepaald. Is er geen vervuiling meer zichtbaar, dan kan de zeef van de vuilzeef worden gedemonteerd, om het drukverlies te reduceren.9.4 OnderhoudConform de verordening (EG) nr.
842/2006 moeten alle koelkringen die een koelmid-delhoeveelheid van minstens 3 kg, bij "hermetisch gesloten" koelkringen van minstens 6 kg bevatten, een keer per jaar door de gebruiker op dichtheid gecontroleerd worden.De dichtheidscontrole moet gedocumenteerd en minstens 5 jaar bewaard worden. De controle moet conform de verordening (EG) nr. 1516/2007 door gecertificeerd perso-neel uitgevoerd worden. Voor de documentatie kan de tabel in de bijlage gebruikt wor-den.OPMERKINGDe landspecifieke wetten kunnen eventueel van de verordening (EG) 842/2006 afwijken. De betreffende nationale wetten voor de dichtheidscontrole van warmtepompen moeten in acht genomen worden.
Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID10 Storingen / storingsdiagnose452237.69.02 · 05/2013 · Rei 2110 Storingen / storingsdiagnoseDeze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergege-ven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de montage- en gebruiks-aanwijzing van de warmtepompmanager.Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde klanten-dienst.ACHTUNGOPGELET!Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden.ACHTUNGOPGELET!Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei 22Montage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID11 Buitenbedrijfstelling/ verwijdering van afvalstoffen11 Buitenbedrijfstelling/ verwijdering van afvalstoffenAlvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle klep-pen afgesloten te zijn. De warmtepomp moet door vakpersoneel worden uitgebouwd. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en verwijdering van afvalstoffen en componenten volgens de gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.
(Invriestemperatuur -17 °C)Bij glycolwaterinlaattemperaturen van -10 °C tot -5 °C, vertrektemperatuur van 50 °C tot 60 °C stijgend. Bij glycolwaterinlaattemperaturen van -5 °C tot 0°C, vertrektemperatuur van 60 °C tot 62 °C stijgend. 2. Gebruik is mogelijk tot een maximale inlaattemperatuur glycolwater van +35 °C. Bij glycolwaterinlaattemperaturen van +25 °C tot 35 °C, vertrektemperatuur van 62 °C tot 58 °C dalend. 3. Het opgegeven geluidsdrukniveau komt overeen met het bedrijfsgeluid van de warmtepomp in de verwarmingsmodus bij 55 °C vertrektemperatuur. Het aangegeven geluidsdrukniveau vormt het niveau in het vrije veld. Afhankelijk van de opstellingsplaats kan de meetwaarde tot max. 16 dB(A) afwijken. 4. Let erop dat de benodigde ruimte voor buisaansluiting, bediening en onderhoud groter is. 5.
Deze gegevens beschrijven de afmetingen en het prestatievermogen van de installatie volgens EN14511. Voor economische en energetische berekeningen moet met de factoren biva-lentiepunt en regeling rekening gehouden worden. Deze waarden worden uitsluitend met schone warmteoverdragers bereikt.
452237. 69. 02 · 05/2013 · Rei XIIMontage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID3 Stroomschema's3. 6 Legende WWP S 50 ID - WWP S 75 IDA1 Brug energiebedrijfsblokkering, moet worden geplaatst indien er geen EVB-veiligheidsschakelaar voorhanden is(contact open = energiebedrijfsblokkeringA2 Brug blokkering: moet worden verwijderd, wanneer de ingang wordt gebruikt (ingang open = WP geblokkeerd)A3 Brug storing M11: moet worden verwijderd, wanneer de ingang wordt gebruikt(ingang open = storing M11)A-R2 Brug terugloopvoeler: - moet worden verplaatst, wanneer een dubbeldifferentiedrukloze verdeler en een "omkeerventiel voor de verwarmings-kring" wordt gebruikt.
452237.69.02 · 05/2013 · Rei XIVMontage- en gebruiksaanwijzingWWP S 50 ID - WWP S 75 ID4 Hydraulisch integratieschema's4 Hydraulisch integratieschema's4.1 Voorbeeld installatieschemaHet installatievoorbeeld is een niet-bindende voorbeeldplanning zonder aanspraak op volledigheid.Voor een definitieve installatieplanning moet een vakkundig planner worden geraadpleegd.009. 9.000007575(70() (9(()00000555557575(950*URQGZDWHUZDUPWHSRPS:DUPWHSRPSPDQDJHUUHJHODDU%XIIHUYDW:(6+6DQLWDLUZDWHUPRGXOH:$&3RPSJURHS:+3'ULQNZDWHUPRGXOH:709HUGHOHUEDON:+92SHQYHUGHOHU:+:0HQJNUDDQPRGXOH:+0(OHNWULVFKHYHUGHOHU)OHQVYHUZDUPLQJVDQLWDLUZDWHU'RPSHOZHHUVWDQG7HPSHUDWXXUZYORHUYHUZH9.3ULPDLUHSRPS9HUZDUPLQJVFLUFXODWLHSRPS9HUZDUPLQJVFLUFXODWLHSRPSH9.6DQLWDLUZDWHURSODDGSRPS0HQJNUDDQH9.%XLWHQYRHOHU7HUXJORRSYRHOHULQWHUQ6DQLWDLUZDWHUYRHOHU9HUWUHNYRHOHUH9.9HUWUHNYRHOHULQWHUQ
multiflam®branders tot 17. 000 kWDe innovatieve Weishaupt-technologie voormiddelgrote en grote branders biedt minimaleemissiewaarden bij vermogens gaande tot 17megawatt. Deze branders met gepatenteerdemenginrichting zijn beschikbaar als stookolie-,gas- en combibranders. WK-branders tot 28. 000 kWKrachtpakket gebouwd volgens een modulairprincipe: aanpassingsmogelijkheid, robuust,krachtig. Deze stookolie-, gas- en combibran-ders werken ook bij de meest complexe indus-triële toepassingen uiterst betrouwbaar. Het volledige gamma:betrouwbare techniek en snelle, professionele serviceW-branders tot 570 kWDe miljoenenmaal beproefde compacte bran-ders zijn zuinig en betrouwbaar. Als stookolie-,gas- en combibranders zijn ze geschikt vooréén- en meergezinswoningen alsook voor industriële bedrijven.
Waterverwarmers/energie-opslagvatenHet aantrekkelijke gamma voor de bereidingvan sanitair warm water omvat klassiekewaterverwarmers, zonneboilers, waterverwar-mers voor warmtepompen alsook energie-opslagvaten. ZonnesystemenVlakke collectoren met een elegant design zijnde perfecte aanvulling van Weishaupt-verwar-mingssystemen. Zij zijn zowel geschikt voor debereiding van sanitair warm water als voor ver-warmingsondersteuning. Met varianten voorintegratie in het dak, montage op de dakbedek-king en montage op een plat dak kan zonne-energie op bijna alle daktypes gebruikt worden. Wandhangende condenserendestookolie- of gasketels tot 240 kWDe wandhangende condensatieketels WTC-GW en WTC-OW beantwoorden aan de hoog-ste eisen inzake comfort en energieverbruik. Hun modulerende werking maakt deze ketelsbijzonder stil en zuinig. Vloerstaande condensatieketelsvoor stookolie of gas tot 1.
200 kWDe vloerstaande condensatieketels WTC-GBen WTC-OB: efficiënt, weinig schadelijke stof-fen, veelzijdig. Door de opstelling in cascadevan max. 4 condenserende gasketels kunnenook grote vermogens bereikt worden. Warmtepompen tot 130 kWHet warmtepompengamma biedt oplossingenvoor het gebruik van warmte uit de lucht, degrond of het grondwater. Sommige systemenzijn ook geschikt voor de koeling van gebouwen. Aardsondeboringen Met de dochteronderneming BauGrund Südbiedt Weishaupt aardsondeboringen tegen eenforfaitaire prijs aan. Met een ervaring van meerdan 10. 000 installaties en meer dan 2 miljoenboormeters biedt BauGrund Südeen uitgebreide dienstverlening aan. 83288507 · 05/2013 · Rei.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Weishaupt WWP S 50 ID stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Weishaupt
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp