Weishaupt WWP S 35 ID Handleiding

Weishaupt Warmtepomp WWP S 35 ID

Bekijk gratis de handleiding van Weishaupt WWP S 35 ID (36 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 70 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Weishaupt WWP S 35 ID of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
manual
Montage- en bedieningshandleiding
Weishaupt
Reversibele grond/water-warmtepomp voor binnenopstelling WWP S 35 IDR83301907 · 10/2016

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Weishaupt
Categorie: Warmtepomp
Model: WWP S 35 ID

Handleiding Weishaupt WWP S 35 ID – volledige tekst

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 2Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR1 Direct lezen a.u.b.1 Direct lezen a.u.b.1.1 Belangrijke opmerkingenACHTUNGOPGELETWerkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden.ACHTUNGOPGELETVoor het gebruik en het onderhoud van deze warmtepomp zijn de vereiste regelgevingen van de landen na te komen, waarin de warmtepomp gebruikt wordt. Afhankelijk van de koelmiddelhoeveelheid moet de dichtheid van de warmtepomp met regelmatige tussenpozen door overeenkomstig opgeleid personeel worden gecontroleerd en vastgelegd.ACHTUNGOPGELETBij een externe besturing van de warmtepomp resp. de circulatiepompen moet in een debietschakelaar worden voorzien, die het inschakelen van de compressor bij afwezig debiet voorkomt.ACHTUNGOPGELETDe warmtepomp mag max.

45° worden gekanteld (in iedere richting).ACHTUNGOPGELETVóór de inbedrijfstelling moet de transportbeveiliging verwijderd worden.ACHTUNGOPGELETSpoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt.ACHTUNGOPGELETDe maximale testdruk bedraagt verwarmings- en glycolwaterzijdig 6,0 bar (Ü). De waarde mag niet overschreden worden.ACHTUNGOPGELETBij gedemineraliseerd water moet erop gelet worden dat de minimaal toegestane pH-waarde van 7,5 (minimaal toegestane waarde voor koper) niet onderschreden wordt.

Een onderschrijding kan tot vernietiging van de warmtepomp leiden.ACHTUNGOPGELETIn de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.ACHTUNGOPGELETEr wordt aangeraden om de waterzijde met de optioneel verkrijgbare debietschakelaar uit te rusten.ACHTUNGOPGELETHet glycolwater moet ten minste voor 25 % uit een vorstbeveiliging op mono-ethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR1 Direct lezen a.u.b.452237.69.11 · 10/2016 · Rei 3ACHTUNGOPGELETBij aansluiting van de voedingskabels op een rechts draaiveld letten (bij een verkeerd draaiveld levert de warmtepomp geen vermogen, is de pomp erg luid en kan het tot schade aan de compressor komen).ACHTUNGOPGELETHet is niet toegestaan via een relaisuitgang meer dan een elektronisch geregelde circulatiepomp te schakelen.ACHTUNGOPGELETDe inbedrijfstelling gebeurt conform de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.ACHTUNGOPGELETVoordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.1.2 Doelmatig gebruikDit toestel is uitsluitend vrijgegeven voor het door de fabrikant beoogde gebruiksdoel. Elk ander of verderreikend gebruik wordt als oneigenlijk gebruik beschouwd.

Hiertoe wordt ook de inachtneming van de desbetreffende productdocumentatie gerekend. Het is niet toegestaan het toestel te veranderen of om te bouwen.

452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 4Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR1 Direct lezen a. u. b. 1. 3 Wettelijke voorschriften en richtlijnenDeze warmtepomp is volgens artikel 1, paragraaf 2 k) van de EG-richtlijn 2006/42/EC (richtlijn voor machines) voor huiselijk gebruik bestemd en valt daarmee onder de eisen van de EG-richtlijn 2006/95/EC (laagspanningsrichtlijn). De pomp is daarmee ook be-stemd voor gebruik door leken voor het verwarmen van winkels, kantoren en andere soortgelijke werkomgevingen, evenals voor het verwarmen van landbouwbedrijven, ho-tels, pensions en dergelijke of voor het verwarmen van andere wooninrichtingen. De warmtepomp voldoet aan alle relevante DIN-/VDE-voorschriften en EG-richtlijnen. Deze vindt u in de CE-verklaring in de bijlage.

De elektrische aansluiting van de warmtepomp moet volgens de geldige VDE-, EN- en IEC-normen en volgens het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (A. R. E. I. ) worden uitgevoerd. Bovendien moeten de aansluitingsvoorwaarden van de energiebe-drijven in acht worden genomen. De warmtepomp moet overeenkomstig de betreffende voorschriften in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie resp. koelinstallatie geïntegreerd worden. Personen, in het bijzonder kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies van een verantwoordelijke persoon gebruiken. Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen.

ACHTUNGOPGELETWerkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden. ACHTUNGOPGELETVoor het gebruik en het onderhoud van deze warmtepomp zijn de vereiste regelgevingen van de landen na te komen, waarin de warmtepomp gebruikt wordt.

Afhankelijk van de koelmiddelhoeveelheid moet de dichtheid van de warmtepomp met regelmatige tussenpozen door overeenkomstig opgeleid personeel worden gecontroleerd en vastgelegd. Mee informatie hierover vindt u in het logboek. 1. 4 Energiebesparend gebruik van de warmtepompDoor het gebruiken van deze warmtepomp draagt u bij aan de ontlasting van ons mi-lieu. Voor een efficiënte werking is een zorgvuldige dimensionering van de verwar-mingsinstallatie resp. koelinstallatie en de warmtebron erg belangrijk. Daarbij moet in de verwarmingsmodus de aandacht met name op een zo laag mogelijke watervertrek-temperatuur worden gericht. Daarom dienen alle aangesloten warmteverbruikers voor een lage vertrektemperatuur geschikt te zijn. Een 1 K hogere verwarmingswatertempe-ratuur verhoogt het elektrische energieverbruik met ca. 2,5 %.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 52 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp2. 1 ToepassingsgebiedDe grond/water-warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen en koelen van verwarmingswater. Deze kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstal-laties gebruikt worden. Als warmtedrager in de warmtebroninstallatie dient een menge-ling uit water en vorstbeveiliging (glycolwater). Als warmtebroninstallatie kunnen aardsonden, aardcollectoren of soortgelijke installaties worden gebruikt. 2. 2 WerkwijzeVerwarmenDe bodem slaat de warmte van de zon, de wind en de regen op. Deze aardwarmte wordt door de aardsonde e. d. door het glycolwater bij een lage temperatuur opgeno-men. Een circulatiepomp transporteert dan het "verwarmde" glycolwater naar de verdamper van de warmtepomp.

Daar wordt deze warmte aan het koelmiddel in de koelkring afge-staan. Daarbij koelt het glycolwater weer af, zodat dit in de glycolwaterkring weer warmte-energie kan opnemen. Het koelmiddel wordt door de elektrisch aangedreven compressor aangezogen, ge-comprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau "gepompt". Het bij dit proces toe-gevoerde elektrische aandrijfvermogen gaat niet verloren, maar wordt grotendeels aan het koelmiddel onder de vorm van warmte-energie afgestaan. Vervolgens komt het koelmiddel in de condensor en draagt hier wederom zijn warmte-energie aan het verwarmingswater af. Afhankelijk van het werkpunt kan het opge-warmde verwarmingswater zo tot 62 °C verwarmd worden. KoelenIn de bedrijfsmodus koelen wordt de werkwijze van verdamper en condensor omge-keerd. Het verwarmingswater geeft via de nu als verdamper werkende condensor de warmte aan het koelmiddel af.

Met de compressor wordt het koelmiddel op een hoger tempe-ratuurniveau gebracht. Via de condensor (in de verwarmingsmodus verdamper) raakt de warmte in het glycolwater en hierdoor in de bodem. 2.

3 Functieomschrijving geïntegreerde warmtehoeveelheidsmetingDe prestatierichtlijn van de compressorfabrikant bij verschillende drukniveaus zijn in de warmtepomp-software gedeponeerd. Ter opsporing van de huidige druk zijn in de koelkring van de warmtepomp twee toegevoegde druksensoren voor en achter de compressor ingebouwd. Uit de in de software gedeponeerde compressorgegevens en de huidige druk kan het momentele verwarmingsvermogen berekend worden. De inte-graal van het verwarmingsvermogen gedurende de looptijd resulteert in de door de warmtepomp afgegeven warmtehoeveelheid die op het display van de manager afzon-derlijk voor verwarmen, warmwater- en zwembadbereiding weergegeven wordt.

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 6Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR3 Basisapparaat3 BasisapparaatHet basisapparaat bestaat uit een aansluitklare warmtepomp voor installatie binnen met een plaatstalen behuizing, schakelkast en geïntegreerde warmtepompmanager. De koelkring is "hermetisch gesloten" en bevat het in het Kyotoprotocol opgenomen gefluoreerde koelmiddel R410A. Meer informatie over de GWP-waarde en het CO2-equivalent van het koelmiddel vindt u in het hoofdstuk Toestelinformatie. Het is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brandbaar.In de schakelkast zijn alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke compo-nenten aangebracht. Een voeler voor de buitentemperatuur met bevestigingsmateriaal en een vuilzeef worden met de warmtepomp bijgeleverd.

De stroomtoevoer voor de voedings- en stuurspanning moet ter plaatse worden aangelegd.De warmtebroninstallatie moet door de klant worden aangebracht.1. Schakelkast2. Verdamper3. Condensor4. Compressor 15. Compressor 26. Expansieventiel7. Filterdroger8. Vier-weg-omschakelventiel

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR4 Accessoires452237.69.11 · 10/2016 · Rei 74 Accessoires4.1 AansluitflenzenDoor het gebruik van vlakafdichtende aansluitflenzen kan het toestel optioneel op flens-aansluiting omgeschakeld worden.4.2 AfstandsbedieningVoor meer comfort is een afstandbedieningseenheid als speciaal toebehoren verkrijg-baar. Bediening en menusturing zijn identiek met die van de warmtepompmanager. De aansluiting vindt plaats via een interface (speciaal toebehoren) met westernstekker RJ 12.OpmerkingBij verwarmingsregelaars met een afneembaar bedieningspaneel kan het direct als afstandbedieningseenheid toegepast worden.4.3 GebouwbeheersysteemDe warmtepompmanager kan door aanvulling van de betreffende interfacekaart op een netwerk van een gebouwbeheersysteem aangesloten worden.

Voor de precieze aan-sluiting en de parametrering van de interface moet de aanvullende montagehandleiding van de interfacekaart in acht genomen worden. Voor de warmtepompmanager zijn de volgende netwerkverbindingen mogelijk:ModbusEIB, KNXEthernetACHTUNGOPGELETBij een externe besturing van de warmtepomp resp. de circulatiepompen moet in een debietschakelaar worden voorzien, die het inschakelen van de compressor bij afwezig debiet voorkomt.

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 8Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR5 Transport5 TransportVoor transport over een effen ondergrond is een hefwagen geschikt. Het toestel kan voor het transport op een effen ondergrond van achteren of voren met hefwagen of vorkheftruck opgetild worden.ACHTUNGOPGELETDe warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).Na het transport moet de transportbeveiliging in het apparaat aan de bodem aan beide zijden verwijderd worden.ACHTUNGOPGELETVóór de inbedrijfstelling moet de transportbeveiliging verwijderd worden.Om bij het binnenste van het apparaat te komen, is het mogelijk alle frontplaten eraf te halen.Voor het afnemen van de behuizing moeten de verschillende deksels aan de betref-fende schroefsluitingen geopend en slechts lichtjes van het toestel weg gekanteld worden. Daarna kunnen ze naar boven uit de houder getild worden.PD[$%$%

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR6 Opstelling452237.69.11 · 10/2016 · Rei 96 Opstelling6.1 AlgemeenDe grond/water-warmtepomp moet in een vorstvrije en droge ruimte op een effen, glad en horizontaal vlak opgesteld worden. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een toereikende geluidsisolatie te garanderen. Is dit niet het geval, dan kunnen bijkomend geluidsisolerende maatregelen nodig worden.De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit wordt gegarandeerd wanneer de op de afbeelding weerge-geven afstanden tot vaste muren worden aangehouden.In de plaatsingsruimte mogen zich geen seizoenvorst of hogere temperaturen dan 35 ºC voordoen.6.2 GeluidsemissiesDankzij de geluidsisolatie werkt de warmtepomp stil. Een trillingsoverdracht naar het fundament resp.

452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 10Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR7 Montage7 Montage7. 1 AlgemeenAan de warmtepomp kunnen de volgende aansluitingen tot stand gebracht worden:Vertrek/terugloop glycolwater (warmtebroninstallatie)Vertrek/terugloop verwarmingSpanningsvoorzieningTemperatuurvoelers7. 2 Aansluiting verwarmingskantACHTUNGOPGELETSpoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt. Voordat de warmtepomp aan de kant van het verwarmingswater aangesloten wordt, moet de verwarmingsinstallatie doorspoeld worden om mogelijk vuil, resten van isola-tiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling ver-stopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden. ACHTUNGOPGELETDe maximale testdruk bedraagt verwarmings- en glycolwaterzijdig 6,0 bar (Ü). De waarde mag niet overschreden worden.

Na installatie van de verwarmingskant dient de verwarmingsinstallatie te worden ge-vuld, te worden ontlucht en onderdrukt te worden. Bij het vullen van de installatie moet op het volgende worden gelet:onbehandeld vul- en navulwater moet drinkwaterkwaliteit hebben(kleurloos, helder, zonder afzettingen)het vul- en navulwater moet zijn voorgefilterd (poriënwijdte max. 5 µm). Kalksteenvorming in warmwaterverwarmingsinstallaties kan niet worden voorkomen, maar is in installaties met vertrektemperaturen onder 60 °C verwaarloosbaar gering. Bij hogetemperatuurwarmtepompen en vooral bij bivalente installaties met groot vermo-gen (combinatie warmtepomp + ketel) kunnen ook vertrektemperaturen van 60 °C en meer bereikt worden. Daarom moet het vul- en suppletiewater volgens VDI 2035 blad 1 aan de volgende richtwaarden voldoen.

1:Richtwaarden voor vul- en suppletiewater volgens VDI 2035Bij installaties met een bovengemiddeld groot specifiek installatievolume van 50 l/kW raadt de norm VDI 2035 het gebruik van gedemineraliseerd water en een pH-stabilisa-tor aan op het corrosiegevaar in de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie te mini-maliseren. Totaal ver-warmingsver-mogen in kWSomAardalkaliën in mol/m³ resp. mmolSpecifiek installatievolume(VDI 2035) in l/kW< 20 ≥ 20 < 50 ≥ 50Totale hardheid in °dH< 50 ≤ 2,0 ≤ 16,8 ≤ 11,2< 0,11150 - 200 ≤ 2,0 ≤ 11,2 ≤ 8,4200 - 600 ≤ 1,5 ≤ 8,4 < 0,111 > 600 < 0,02 < 0,1111. Deze waarde ligt buiten de toegestane waarde voor warmtewisselaars in warm-tepompen.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR7 Montage452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 11ACHTUNGOPGELETBij gedemineraliseerd water moet erop gelet worden dat de minimaal toegestane pH-waarde van 7,5 (minimaal toegestane waarde voor koper) niet onderschreden wordt. Een onderschrijding kan tot vernietiging van de warmtepomp leiden. Er wordt aanbevolen om aan de terugloopzijde voor verwarmingswater van het gemon-teerde hydraulische 4-weg-omschakelventiel een vuilzeef te monteren. Minimaal debiet verwarmingswaterHet minimale debiet verwarmingswater van de warmtepomp dient in elke bedrijfstoe-stand van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. Dit kan bijv. door installatie van een open verdeler bereikt worden. Indien de warmtepompmanager en de verwarmingscirculatiepompen bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de warmtepompmanager.

Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepomp-systemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de ver-warmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt. 7. 3 Aansluiting aan de kant van de warmtebronDe aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd:De glycolwaterleiding op vertrek en terugloop warmtebron van de warmtepomp aan-sluiten. Hierbij moet het hydraulische integratieschema in acht genomen worden. ACHTUNGOPGELETIn de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. ACHTUNGOPGELETEr wordt aangeraden om de waterzijde met de optioneel verkrijgbare debietschakelaar uit te rusten. Het glycolwater moet vóór het vullen van de installatie worden vervaardigd.

De glycol-waterconcentratie moet minimaal 25 % zijn. Hierdoor is een vorstvrijheid tot ca. -14°C gewaarborgd. Er mogen uitsluitend antivriesmiddelen op mono-ethyleenglycol- of propyleenglycolba-sis worden gebruikt.

De warmtebroninstallatie moet worden ontlucht en op dichtheid worden gecontro-leerd. ACHTUNGOPGELETHet glycolwater moet ten minste voor 25 % uit een vorstbeveiliging op mono-ethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd. OpmerkingIn de warmtebronkring moet ter plaatse voor een geschikte luchtafscheider (microluchtbellenafscheider) gezorgd worden.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR7 Montage452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 137. 4. 2 Montage van de buitentemperatuurvoelerDe temperatuurvoeler moet zo aangebracht worden dat alle weersinvloeden geregi-streerd worden en de meetwaarde niet vervalst wordt. bevestiging aan de buitenwand, indien mogelijk aan de noordelijke/noordwestelijke zijdeniet op "beschutte plek" (bijv. in een muurnis of onder het balkon) monterenniet in de buurt van ramen, deuren, ontluchtingsopeningen, buitenlampen of warm-tepompen aanbrengenin geen enkel seizoen aan direct zonlicht blootstellenVoelerleiding: lengte max. 40 m; aderdiameter min. 0,75 mm²; buitendiameter van de kabel 4-8 mm. 7. 4. 3 Montage van de contactvoelersDe montage van de contactvoelers is alleen noodzakelijk, indien deze onderdeel zijn van de leveromvang van de warmtepomp, maar niet ingebouwd zijn.

De contactvoelers kunnen als buiscontactvoeler gemonteerd of in de dompelhuls van de compacte verdeler geplaatst worden. Montage als buisinstallatievoelerOntdoe de verwarmingsbuis van lak, roest en tondelBestrijk het gereinigde oppervlak met warmtegeleidende pasta (dun aanbrengen)Maak de voeler met de slangklem vast (trek goed vast, een losse voeler leidt tot fou-tieve werking) en zorg voor thermische isolatie7. 5 Elektrische aansluiting 7. 5. 1 AlgemeenAlle elektrische aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend door een elektricien of een voor de betreffende werkzaamheden geschoold persoon met inachtneming van de montage- en gebruiksaanwijzing, landspecifieke installatievoorschriften, bijv. A. R. E. I, VDE 0100 technische aansluitvoorwaarden van het energiebedrijf en de netwerkexploitant (bijv. TAB) ende plaatselijke omstandigheden worden uitgevoerd.

Ter waarborging van de vorstbeveiligingsfunctie mag de warmtepompmanager niet spanningsvrij worden geschakeld en moet er stroming door de warmtepomp plaatsvin-den. De schakelcontacten van de uitgangsrelais zijn ontstoord.

Daarom is er afhankelijk van de interne weerstand van een meetinstrument, ook wanneer de contacten niet gesloten zijn, een spanning meetbaar die echter lager is dan de netspanning. Aan de regelaar-klemmen N1-J1 tot N1-J11; N1-J19; N1-J20; N1-J23 tot N1-J26; N17-J1 tot N17-J4; N17-J9; N17-J10; N0-J2 tot N0-J14 en de klemmenstroken X3 en X5. 1 is laagspanning aanwezig. Wanneer er door bedradingsfouten aan deze klemmen netspanning aangelegd wordt, vernietigt dit de warmtepompmanager. 6ODQJNOHP&RQWDFWYRHOHU:DUPWHLVRODWLH.

452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 14Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR7 Montage7. 5. 2 Elektrische aansluitwerkzaamheden 1. De 4-aderige elektrische kabel voor het vermogensdeel van de warmtepomp wordt van de stroommeter van de warmtepomp via de EVB-veiligheidsschakelaar (indien vereist) in de warmtepomp geleid. Aansluiting van de voedingskabel op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X1: L1/L2/L3/PE. De spanningsvoorziening voor de warmtepomp moet worden voorzien van een al-polige afschakeling met ten minste 3 mm contactopeningsafstand (bijv. een EVB-veiligheidsschakelaar) en een alpolige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels (uitschakelstroom en karakteristiek volgens toestelinforma-tie).

ACHTUNGOPGELETBij aansluiting van de voedingskabels op een rechts draaiveld letten (bij een verkeerd draaiveld levert de warmtepomp geen vermogen, is de pomp erg luid en kan het tot schade aan de compressor komen). 2. De 3-aderige elektrische voedingskabel voor de warmtepompmanager (verwar-mingsregelaar N1) wordt in de warmtepomp geleid. Aansluiting van de stuurleiding aan het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X2: L/N/PE. De vermogensopname van de warmtepomp vindt u bij de productinformatie of op het typeplaatje. De kabel (L/N/PE~230 V, 50 Hz) voor de WPM moet onder permanente spanning zijn en moet om deze reden voor de EVB-veiligheidsschakelaar afgetakt resp. op de huishoudingsstroom aangesloten worden, omdat anders gedurende de ener-giebedrijfsblokkering belangrijke beveiligingsfuncties buiten werking zijn. 3.

De EVB-veiligheidsschakelaar (K22) met 3 hoofdcontacten (1/3/5 // 2/4/6) en een hulpcontact (NO-contact 13/14) moet op de capaciteit van de warmtepomp passen en ter plaatse geïnstalleerd worden. Het NO-contact van de EVB-veiligheidsschakelaar (13/14) wordt van de klem-menstrook X3/G naar de regelaar N1-J5/ID3 doorgelust. LET OP. Laagspanning. 4.

De contactor (K20) voor de dompelweerstand (E10) moet voor mono-energeti-sche installaties (2e WG) bij de capaciteit van het verwarmingselement passen en ter plaatse geïnstalleerd worden. De besturing (230 V AC) vindt plaats vanuit de warmtepompmanager via de klemmen X2/N en contact N1/J13-NO4 aan de WPM. 5. De contactor (K21) voor de flensverwarming (E9) in de boiler moet bij de capaciteit van de radiator passen en ter plaatse geïnstalleerd worden. De besturing (230 V AC) vindt plaats vanuit de WPM via de klemmen X2/N en contact N1/J16-NO10. 6. De contactors uit punten 3;4;5 worden in de stroomdistributie geïntegreerd. Voe-dingskabels voor ingebouwde radiatoren moet volgens de geldende normen en voorschriften geïnstalleerd en beveiligd worden. 7. Alle geïnstalleerde elektrische leidingen moeten als duurzame en stevige bedra-ding uitgevoerd zijn. 8.

De verwarmingscirculatiepomp (M13) wordt via het contact N1-J13/NO5 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn koppelrelais KM13/14 en X2/N. 9. De additionele circulatiepomp (M16) wordt via het contact N1-J16/NO9 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn koppelrelais KM16/14 en X2/N. 10. De sanitair-water-oplaadpomp (M18) wordt via het contact N1-J13/NO6 aange-stuurd. Aansluitpunten voor de pomp zijn koppelrelais KM18/14 en X2/N. 11. De grond- resp. bronpomp (M11) wordt via het contact koelkringregelaar N0/J18-Out3 aangestuurd. Een koppelrelais is in deze uitgang al geïntegreerd. Wordt er een andere bronpomp gebruikt, dan moet de motorveiligheidsschakelaar ter plaatse gecontroleerd en evt. vervangen worden.

Bij het aansluiten van de voedingskabel van de bronpomp moet gegarandeerd zijn dat de spanningsvoorziening voor deze klemmen niet door de tariefbeveiliging uit-geschakeld kan worden, zodat de uitschakelvertraging van de bronpomp wordt ge-garandeerd.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR7 Montage452237.69.11 · 10/2016 · Rei 1512. De buitenvoeler (R1) wordt aan de klemmen X3/GND en regelaar N1-J2/U1 vast-geklemd.13. De warmwatervoeler (R3) is bijgevoegd bij de boiler en wordt aan de klemmen X3/GND en regelaar N1-J2/ U3 vastgeklemd.Alle leidingen moeten van achteren in het toestel ingebracht en met kabelbinders aan de hiervoor voorziene snoerbevestigingsplaten in de schakelkast bevestigd worden.7.5.3 Aansluiting van elektronisch geregelde circulatiepompenElektronisch geregelde circulatiepompen hebben hoge aanloopstromen die eventueel de levensduur van de warmtepompmanager kunnen verkorten. Daarom moet tussen de uitgang van de warmtepompmanager en de elektronisch geregelde circulatiepomp een koppelrelais worden geïnstalleerd of is reeds geïnstalleerd.

Dit is niet noodzakelijk als de toegestane bedrijfsstroom van 2 A en een maximale aanloopstroom van 12 A van de elektronisch geregelde circulatiepomp niet wordt overschreden, of er een uitdruk-kelijke vrijgave van de producent van de pomp aanwezig is. ACHTUNGOPGELETHet is niet toegestaan via een relaisuitgang meer dan een elektronisch geregelde circulatiepomp te schakelen.7RHYRHU9RHGLQJVNDEHO7RHYRHU6LJQDDONDEHO

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 16Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR8 Inbedrijfstelling8 Inbedrijfstelling8.1 AlgemeenVoor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde klantendienst (Weishaupt-technicus) uitgevoerd te worden. Onder be-paalde voorwaarden is daarmee een extra garantie verbonden.

De inbedrijfstelling moet in de verwarmingsmodus gebeuren.8.2 VoorbereidingVoorafgaand aan de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te wor-den:Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn zoals beschreven in hoofdstuk 7.De warmtebroninstallatie en de verwarmingskring moeten gevuld en gecontroleerd zijn.De vuilzeef in de glycolwaterkring (aan het hydraulische 4-weg-omschakelventiel) moet gemonteerd zijn.In de glycolwater- en verwarmingskring moeten alle afsluiters, die de correcte stroom zouden kunnen belemmeren, zijn geopend.De warmtepompmanager moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op de verwarmingsinstallatie zijn afgestemd.8.3 WerkwijzeDe inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompmanager.ACHTUNGOPGELETDe inbedrijfstelling gebeurt conform de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR9 Reiniging / onderhoud452237. 69. 11 · 10/2016 · Rei 179 Reiniging / onderhoud9. 1 OnderhoudOm storingen door opeenhoping van vuil in de warmtewisselaars te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat er geen vuil in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie terecht kan komen. Indien er zich toch dergelijke bedrijfsstoringen voordoen, moet de installatie worden gereinigd, zoals hieronder beschreven wordt. 9. 2 Reiniging verwarmingskantVooral bij het gebruik van stalen componenten kan zuurstof in de verwarmingswater-kringloop oxidatieproducten (roest) veroorzaken. De roest komt via ventielen, circulatie-pompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er vooral bij de buizen van de vloerverwarming op een diffusiedichte installatie te worden gelet.

OpmerkingOm afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (bijv. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken. Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen. Indien de vervuiling zo groot is dat het de prestaties van de condensor in de warmte-pomp belemmert, moet een installateur de installatie reinigen. Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%. In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op ruimtetemperatuur zijn. Het is raad-zaam de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in (in verwarmingsmo-dus) uit te spoelen. Hierbij moet op de positie van de servomotor aan het 4-weg-meng-ventiel gelet worden.

Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen. De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moe-ten in acht genomen worden. De informatie van de fabrikant van het reinigingsmiddel moet in ieder geval in acht wor-den genomen. 9. 3 Reiniging aan de kant van de warmtebronACHTUNGOPGELETIn de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde vuilzeef worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. Een dag na de inbedrijfstelling moet de vuilzeef van de filter gereinigd worden. Verdere controles moeten afhankelijk van de mate van vervuiling worden bepaald. Is er geen vervuiling meer zichtbaar, dan kan de zeef van de vuilzeef worden gedemonteerd, om het drukverlies te reduceren.

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 18Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR10 Klantendienst / Onderhoud10 Klantendienst / OnderhoudBij tussenkomst van de klantendienst, in het bijzonder voor eventuele reparatiewerk-zaamheden aan het hydraulische 4-weg-omschakelventiel, is het mogelijk om de scha-kelkast open te klappen voor een betere bereikbaarheid. Daarvoor moeten de twee schroeven die de schakelkast op haar plaats houden vooraan (bedieningszijde) in de schakelkastplaat alsook de buitenste schroeven aan het hoekframe worden verwijderd. De schakelkast steunt dan op de voorste steunhoek. In de schakelkast bevinden zich in de minigripzak twee steunbalken incl. schroeven en moeren M5. Schakelkast kante-len. Boven deze steunhoek zitten in de hoekframeonderdelen 5,2-boorgaten.

Aan deze boorgaten moeten de steunbalken met schroeven en moeren zodanig worden beves-tigd dat de balken nog een heel klein beetje bewogen kunnen worden. De steunbalken moeten zo ver naar het midden van de schakelkast worden geduwd dat ze met hun "kliktoppen" in de overeenkomstige geometrische uitsparingen in de schakelkast vastklikken. Door de eigen spanning schieten de steunbalken in de buiten-ste geometrische uitsparing van de schakelkast en voorkomen zo dat ze uit zichzelf kunnen loskomen.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR11 Storingen / storingsdiagnose452237.69.11 · 10/2016 · Rei 1911 Storingen / storingsdiagnoseDeze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergege-ven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de montage- en gebruiks-aanwijzing van de warmtepompmanager.Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde klanten-dienst.ACHTUNGOPGELETWerkzaamheden aan de warmtepomp mogen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige klantendienst uitgevoerd worden.ACHTUNGOPGELETVoordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.

452237.69.11 · 10/2016 · Rei 20Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR12 Buitenbedrijfstelling/ verwijdering van afvalstoffen12 Buitenbedrijfstelling/ verwijdering van afvalstoffenAlvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle klep-pen afgesloten te zijn. De warmtepomp moet door vakpersoneel worden uitgebouwd. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en verwijdering van afvalstoffen en componenten volgens de gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

Deze gegevens beschrijven de afmeting en het rendement van de installatie conform EN 14511. Voor economische en energetische berekeningen moet met de factoren bivalentiepunt en regeling rekening gehouden worden. Deze gegevens worden uitsluitend met schone warmtewisselaars bereikt.Opmerkingen voor het onderhoud, de inbedrijfstelling en werking vindt u in de betreffende gedeeltes van de montage- en gebruiksaanwijzing. Hierbij betekent bijv. B10 / W55: warmtebrontemperatuur 10 °C en verwarmingswater vertrektemperatuur 55 °C4. De vermogenscoëfficiënten gelden met de in de leveromvang inbegrepen circulatiepomp5. Het aangegeven geluidsdrukniveau komt overeen met het bedrijfsgeluid van de warmtepomp in de verwarmingsmodus bij 35 °C vertrektemperatuur. Het aangegeven geluidsdrukniveau vormt het niveau in het vrije veld. Afhankelijk van de opstellingsplaats kan de meetwaarde tot max.

Voor een definitieve installatieplanning moet een vakkundig planner worden geraadpleegd.1234567891015Grond/water-warmtepomp, reversibelWarmtepompmanager / regelaarBuervat WES-HBoiler WACKogelkraansetToebehorenpakket glycolwaterVerdelerbalk WHV Open verdelerMengkraanmodule WHMPompgroep WHPVeiligheidsbouwgroepEVE9E10F51M13M15M16M18M22N3N9StroomdistributieFlensverwarming sanitair waterDompelweerstandTemp.-selectie vloerverw.Verwarmingscirculatiepomp 1e VKVerwarmingscirculatiepomp 2e VKVerwarmingscirculatiepomp WPSanitair-water-laadpompMengkraan 2e VKReferentieruimte regelaarRuimtethermostaat (omschakelbaar)R1R2R3R5R9R10Y12BuitenvoelerTerugloopvoeler (intern)Sanitair-water-voelerVertrekvoeler 2e VKVertrekvoeler (intern)Vochtsensor4-weg-ventiel* pomp M16 gecongureerd als M13Y12Tr.H.M15M13/M22MTM18R3E97F51R5R10N3N924 VTMR1EVM16*10 910154810M11MY1265R9 TR2 T21E103Binnen het gebouw moeten alle leidingenvan de koeling dampdiusiedicht geïsoleerd worden.

Montage- en bedieningshandleidingWWP S 35 IDR3 Integratieschema's452237.69.11 · 10/2016 · Rei IX3.2 Voorbeeld elektrisch schemaHet elektrisch schema is een niet-bindende voorbeeldplanning zonder aanspraak op volledigheid. Voor een definitieve installatieplanning moet een vakkundig planner worden geraadpleegd.Opmerking: elektrisch schema Walleen geldig voor WWP S 70 IDROpmerking: Afscherming

multiflam®branders tot 17. 000 kWDe innovatieve Weishaupt-technologie voormiddelgrote en grote branders biedt minimaleemissiewaarden bij vermogens gaande tot 17megawatt. Deze branders met gepatenteerdemenginrichting zijn beschikbaar als stookolie-,gas- en combibranders. WK-branders tot 28. 000 kWKrachtpakket gebouwd volgens een modulairprincipe: aanpassingsmogelijkheid, robuust,krachtig. Deze stookolie-, gas- en combibran-ders werken ook bij de meest complexe indus-triële toepassingen uiterst betrouwbaar. Het volledige gamma:betrouwbare techniek en snelle, professionele serviceW-branders tot 570 kWDe miljoenenmaal beproefde compacte bran-ders zijn zuinig en betrouwbaar. Als stookolie-,gas- en combibranders zijn ze geschikt vooréén- en meergezinswoningen alsook voor industriële bedrijven.

Waterverwarmers/energie-opslagvatenHet aantrekkelijke gamma voor de bereidingvan sanitair warm water omvat klassiekewaterverwarmers, zonneboilers, waterverwar-mers voor warmtepompen alsook energie-opslagvaten. ZonnesystemenVlakke collectoren met een elegant design zijnde perfecte aanvulling van Weishaupt-verwar-mingssystemen. Zij zijn zowel geschikt voor debereiding van sanitair warm water als voor ver-warmingsondersteuning. Met varianten voorintegratie in het dak, montage op de dakbedek-king en montage op een plat dak kan zonne-energie op bijna alle daktypes gebruikt worden. Wandhangende condenserendestookolie- of gasketels tot 240 kWDe wandhangende condensatieketels WTC-GW en WTC-OW beantwoorden aan de hoog-ste eisen inzake comfort en energieverbruik. Hun modulerende werking maakt deze ketelsbijzonder stil en zuinig. Vloerstaande condensatieketelsvoor stookolie of gas tot 1.

200 kWDe vloerstaande condensatieketels WTC-GBen WTC-OB: efficiënt, weinig schadelijke stof-fen, veelzijdig. Door de opstelling in cascadevan max. 4 condenserende gasketels kunnenook grote vermogens bereikt worden. Warmtepompen tot 130 kWHet warmtepompengamma biedt oplossingenvoor het gebruik van warmte uit de lucht, degrond of het grondwater. Sommige systemenzijn ook geschikt voor de koeling van gebouwen. Aardsondeboringen Met de dochteronderneming BauGrund Südbiedt Weishaupt aardsondeboringen tegen eenforfaitaire prijs aan. Met een ervaring van meerdan 10. 000 installaties en meer dan 2 miljoenboormeters biedt BauGrund Südeen uitgebreide dienstverlening aan. 83301907 · 10/2016 · Rei.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Weishaupt WWP S 35 ID stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden