Viessmann VITOCAL 333-G Handleiding

Viessmann Warmtepomp VITOCAL 333-G

Bekijk gratis de handleiding van Viessmann VITOCAL 333-G (148 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 115 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Viessmann VITOCAL 333-G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/148
Montage- en
servicehandleiding
voor de vakman
VIESMANN
Vitocal 333-G
type BWT 331.A06 tot A10
type BWT-NC 331.A06 tot A10
Compacte warmtepomp, 400 V~
Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina
VITOCAL 333-G
5623 910 NL5/2013Bewaren a.u.b.!

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Viessmann
Categorie: Warmtepomp
Model: VITOCAL 333-G

Foutcodes Viessmann VITOCAL 333-G

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
A1 Een of meerdere fasen ontbreken Controleer of alle fasen (L1, L2, L3) correct aangesloten zijn op de fasenbewaker. Controleer of er geen onderbreking in de netvoeding is. Verifieer de spanningen op alle fasen. Als het relais is aangesproken, moet de oorzaak worden verholpen en de netvoeding hersteld worden.
A2 Draaiveld is linksdraaiend (verkeerde fasenvolgorde) Controleer de fasenvolgorde op de netaansluiting van de compressor. Zorg dat de netaansluiting in de aangegeven fasenvolgorde wordt gemaakt (L1, L2, L3) met rechtsdraaiend draaiveld. Verwissel indien nodig twee van de drie fasen om de juiste fasenvolgorde te herstellen.

Handleiding Viessmann VITOCAL 333-G – volledige tekst

2Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van licha-melijk letsel en materiële schade.Toelichting bij veiligheidsvoorschrif-tenGevaarDit teken waarschuwt voor per-soonlijk letsel.!OpgeletDit teken waarschuwt voor mate-riële schade en schade aan hetmilieu.OpmerkingGegevens met het woord "Opmerking"bevatten aanvullende informatie.DoelgroepDeze handleiding is uitsluitend bedoeldvoor erkende installateurs. ■ Werkzaamheden aan het koelmiddel-circuit mogen alleen door bevoegdevakmensen worden uitgevoerd. ■ Elektrische werkzaamheden mogenalleen door elektromonteurs wordenuitgevoerd.

■ De eerste inbedrijfstelling moet doorde installateur van de installatie of eendoor hem aangewezen vakmanplaatsvinden.VoorschriftenRespecteer bij de werkzaamheden ■ de nationale installatievoorschriften, ■ de ARBO voorschriften, ■ de wettelijke milieuvoorschriften, ■ EN, NEN, VEWIN voorschriften, hetbouwbesluit en eventuele lokale voor-schriften.Werkzaamheden aan de installatie ■ Installatie spanningsvrij schakelen(bijvoorbeeld met de afzonderlijkezekering of een hoofdschakelaar) enop aanwezige spanning controleren.OpmerkingNaast het regelingsstroomcircuit kun-nen meerdere laststroomcircuits aan-wezig zijn.GevaarHet aanraken van spanning-voerende onderdelen kan ern-stig letsel veroorzaken. Enkeleonderdelen op printplaten zijnook na het uitschakelen van denetspanning nog spanningvoe-rend.Voor het verwijderen van appa-raatafdekkingen minimaal 4min. wachten, tot de spanningis afgebouwd.

6Het toestel mag volgens de regelgevingenkel geïnstalleerd en gebruikt wordenin gesloten verwarmingssystemen con-form EN 12828, rekening houdend metde bijbehorende montage-, service- engebruiksaanwijzingen.Afhankelijk van de uitvoering kan hettoestel uitsluitend voor de volgendedoeleinden worden gebruikt: ■ Kamerverwarming ■ Kamerkoeling ■ TapwateropwarmingMet bijkomende componenten en acces-soires kan de functieomvang uitgebreidworden.Gebruik van het toestel volgens de regel-geving impliceert dat een stationaireinstallatie in combinatie met installatie-specifiek toegelaten componenten werduitgevoerd.Het gebruik in bedrijven of industrie vooreen ander doel als voor de verwarming/koeling van gebouwen of van tapwatergeldt als niet volgens de voorschriften.De fabrikant kan ander gebruik eventu-eel vrijgeven.Verkeerd gebruik van het toestel resp.ondeskundige bediening (bijv.

wanneerde gebruiker het toestel opent) is verbo-den en leidt tot aansprakelijkheidsuitslui-ting. Van verkeerd gebruik is sprakewanneer de functie volgens de regelge-ving van componenten in het verwar-mingssysteem wordt gewijzigd.OpmerkingHet toestel is uitsluitend bedoeld voorhuishoudelijk gebruik, d.w.z. dat ook nietgeïnstrueerde personen het apparaatveilig kunnen bedienen.MontagehandleidingGebruik conform het doel van de installatie5623 910 NL

22Eisen aan de installatieruimte!OpgeletDe installatieruimte moet droogen vorstvrij zijn.Een omgevingstemperatuur van0 tot 35 ºC garanderen.!OpgeletExplosiegevaar door stof, gas-sen, dampenin de installatieruimte vermijden.!OpgeletToegestane vloerbelasting res-pecteren. ■ Toestel horizontaal uitlijnen.Als oneffenheden in de vloermet stelpoten moeten wordengecompenseerd (maximaal10 mm), moet de drukbelastingop de stelpoten gelijkmatigworden verdeeld. ■ Houd rekening met het totaal-gewicht (zie tabel).Totaalgewicht met gevulde warmwa-terboiler Type Gewicht in kgBWT 331.A06 419 331.A08 419 331.A10 426BWT-NC 331.A06 424 331.A08 424 331.A10 431Minimaal kamervolume (conform EN 378): Type BWT/BWT-NC Minimaal kamervolumein m3Oppervlak in m2 331.A06 6,1 2,6 331.A08 5,3 2,2 331.A10 4,8 2,0MontageverloopWarmtepomp opstellen5623 910 NL

23 Minimale afstanden Minimale kamerhoogte h Montage h in mm ■ aansluitset voor-Zondermontage / tapwater (acces-soire)2000 ■ aansluitset voormon-Mettage / tapwater (accessoi-re)2100Ontwerpinstructies in achtnemen.Ontwerphandleiding VitocalBinnen brengenVoor het naar binnen brengen kunt u deboilermodule eraf nemen (zie vanafpagina 24). Bovendien kan de warm-tepompmodule worden gedemonteerd(zie pagina 30).!OpgeletSchade aan het toestel tijdenshet transport vermijden.Bovenzijde toestel, front en zij-wanden belasten.niet!OpgeletSterke helling van de compressorin de warmtepomp leidt totschade aan het toestel doordatsmeermiddel in het koelcircuitkan terechtkomen.Kantelhoek max. 45°.MontageverloopWarmtepomp opstellen (vervolg)5623 910 NLMontage

38Primair circuit aansluiten!OpgeletDe gebruikte onderdelen moetenbestand zijn tegen het warmte-overdrachtsmedia.Geen verzinkte leidingen gebrui-ken. 1. Primair circuit van expansievat enveiligheidsklep voorzien (volgensDIN 4757).Opmerking ■ Het expansievat moet goedge-keurd zijn volgens DIN 4807. Demembranen van het expansievaten de veiligheidsklep moetengeschikt zijn voor het warmte-overdrachtsmedia ■ Afblaas- en afvoerleidingen moe-ten in een vat uitmonden dat hetmax. mogelijke expansievolumevan het warmte-overdrachtsmediakan opnemen. 2. Alle leidingdoorvoeringen door wan-den isoleren tegen warmte engeluid. 3. Primaire leidingen op de warmte-pomp aansluiten. 4. Leidingen in het gebouw warmte- endampdiffusiedicht isoleren.Secundair circuit aansluitenFE D CMeegeleverde veiligheidsgroepCManometerDAansluiting G1ESnelontluchterFVeiligheidsklep 1.

39 3. Leidingen binnen het gebouw isole-ren.Opmerking ■ Bij vloerverwarmingscircuits moet eentemperatuurbewaker als maximumtemperatuurbegrenzing voor vloerver-warming worden ingebouwd (ziehoofdstuk ”Temperatuurbewaker alsmaximum temperatuurbegrenzingvoor vloerverwarming aansluiten”) ■ Het minimumdebiet garanderen, bijv.met overstortklep (zie hoofd-stuk ”Technische gegevens”).Tapwaterzijde aansluitenVoor de tapwateraansluiting EN1717 opvolgen.MANBCLKDHON H P R H M OHGFEAWarm water BCirculatiepompCTerugslagklep, veerbelastDAansluitgedeelte warmtepomp(bovenaanzicht)EExpansievat, voor tapwatergeschiktFZichtbare uitloop van de afblaaslei-dingGVeiligheidsklepHAfsluitkraanKDebietregelklepLManometeraansluitingMTerugstroomblokkering/buisschei-derNAftapklepOKoud waterPTapwaterfilterRDrukreduceerMontageverloopHydraulisch aansluiten (vervolg)5623 910 NLMontage

40Opmerking bij het tapwaterfilterVolgens EN 1717 moet bij installatiesmet leidingen van metaal een tapwater-filter worden ingebouwd. Ook bij kunst-stofleidingen moet volgens EN 1717 enop ons advies een tapwaterfilter wordengemonteerd zodat geen verontreinigin-gen in de tapwaterinstallatie kunnen bin-nendringen.VeiligheidsklepDe warmwaterboiler met een veilig-heidsklep beveiligen tegen ontoelaat-baar hoge drukken.Advies: veiligheidsklep boven de boilermonteren. Hierdoor wordt de klep tegenverontreiniging, verkalking en hoge tem-peratuur beschermd. Bij werkzaamhe-den aan de veiligheidsklep hoeft dewarmwaterboiler bovendien niet te wor-den afgetapt.CV-/koelcircuit aansluiten, indien nodig ■ Type BWT:De aansluiting vindt plaats via de NC-box (accessoires). ■ Type BWT-NC:De componenten voor de koelfunctiezijn in de warmtepomp ingebouwd.Bij koeloppervlakken (bijv.

vloerkoeling,koelplafond) is een dauwpunt-lokalesensor (accessoire) nodig.Eisen aan dauwpuntsensor: ■ Elektrische aansluiting: 230 V~, 0,5 A ■ Montage in de te koelen ruimte op dekoelwateraanvoer (evt. isolatie verwij-deren). ■ Behoren meerdere ruimten met ver-schillende ruimteluchtvochtighedentot het koelcircuit, moeten meerderedauwpuntsensoren worden gemon-teerd en in serie aangesloten.Schakelcontacten als verbreekcon-tacten.Elektrisch aansluitenGevaarBeschadigde kabelisolatie kantot letsel en schade aan het toe-stel leiden.Kabels zo aanleggen dat ze niettegen sterk warmtegeleidende,vibrerende of scherpe onderde-len liggen.GevaarOndeskundig uitgevoerde bedra-dingen kunnen door elektrischestroom aanleiding zijn voor ern-stig letsel en materiële schade.MontageverloopHydraulisch aansluiten (vervolg)5623 910 NL

41 ■ Laagspanningsleidingen< 42 V en leidingen> 42 V/230 V~/400 V~ geschei-den van elkaar aanleggen. ■ Kabels kort voor de aansluit-klemmen afstrippen en dicht bijde betreffende klemmen bun-delen. ■ Kabels met kabelbinders vast-zetten.Daarmee wordt gegarandeerddat bij storing, bijv. bij het losra-ken van een ader, de aders niettegen de ernaast liggende span-ningvoerende delen aankomen.OpmerkingAls twee componenten op een gemeen-schappelijke klem worden aangesloten,moeten beide aders samen in één ader-eindhuls worden geperst.Elektrische kabels naar de aansluitruimte leggenKabels: ■ Vereiste kabellengtes in het toestelminus wandafstand:2,0 m ■ Hoogte wanduitgang:1850 mm (zie ”Ontwerphandleidingvoor warmtepompen”)MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NLMontage

44AUitbreidingsprintplaat op basisprint-plaat (zie pagina 48)BBasisprintplaat (zie pagina 44) F3 Zekering T 6,3 ACRegelaar- en sensorprintplaat (ziepagina 53)Netaansluitklemmen (zie vanafpagina 57)DERangeerprintplaat (zie pagina 50) F1 Zekering T 6,3 A X1 Klemmen voor aardleiding vanalle bijbehorende installatie-componenten X2 Klemmen voor neutrale leidervan bijbehorende installa-alletiecomponentenFAanstuurmodule CV-water-door-stroomtoestel (zie pagina 59)Basisprintplaat (werkingscomponenten230 V~)Opmerkingen bij de aansluitwaarden ■ Het aangegeven vermogen is hetgeadviseerde aansluitvermogen. ■ De som van de vermogens van alledirect op de warmtepompregelingaangesloten componenten (bijvoor-beeld pompen, kleppen, meldinrichtin-gen, relais) mag 1000 W niet over-schrijden.Als het totale vermogen ≤ 1000 W is,kan het afzonderlijke vermogen vaneen component (bijv.

pomp, klep,meldinrichting, relais) groter danopgegeven worden gekozen. Daarbijmag het schakelvermogen van hetovereenkomstige relais niet wordenoverschreden. ■ De aangegeven stroomwaarde geeftde max. schakelstroom van het scha-kelcontact aan (totale stroom van 5 Ain acht nemen).Vereiste parameters bij de inbedrijfstel-ling instellen, zie vanaf pagina 75.MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NL

46Stekker sYS Klemmen Functie Verklaring212.2 Pomp CV-circuit zondermengklep (A1/VC1) ■ Als er een warmwaterbuffer aanwezigis, wordt deze pomp aanvullend op desecundaire pomp aangesloten. ■ Thermostaat als maximumtempera-tuurbegrenzing voor vloerverwarming(indien aanwezig) in serie aansluiten(zie volgende hoofdstuk)Aansluitwaarden ■ Vermogen: 100 W ■ Spanning: 230 V~ ■ Max. schakelstroom: 4(2) A 212.3 Tapwatercirculatiepomp Aansluitwaarden ■ Vermogen: 50 W ■ Spanning: 230 V~ ■ Max. schakelstroom: 4(2) AThermostaat als maximumtemperatuurbegrenzing voor vloerverwarming aan-sluitenAansluiting van een thermostaat BalgemeenCB?AAansluiting van de thermostaat,bestelnummer 7151 728, 7151 729 BCBsÖ?AMontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NL

48Uitbreidingsprintplaat op basisprintplaat (bedrijfscomponenten230 V~)Opmerkingen bij de aansluitwaarden ■ Het aangegeven vermogen is hetgeadviseerde aansluitvermogen. ■ De som van de vermogens van alledirect op de warmtepompregelingaangesloten componenten (bijvoor-beeld pompen, kleppen, meldinrichtin-gen, relais) mag 1000 W niet over-schrijden.Als het totale vermogen ≤ 1000 W is,kan het afzonderlijke vermogen vaneen component (bijv. pomp, klep,meldinrichting, relais) groter danopgegeven worden gekozen. Daarbijmag het schakelvermogen van hetovereenkomstige relais niet wordenoverschreden. ■ De aangegeven stroomwaarde geeftde max. schakelstroom van het scha-kelcontact aan (totale stroom van 5 Ain acht nemen).Vereiste parameters bij de inbedrijfstel-ling instellen, zie vanaf pagina 75.MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NL

49Stekker sXD Klemmen Functie Verklaring223.1223.2U Algemene storingsmelding Spanningsloos contact: ■ gesloten: Fouten ■ Geopend: Geen fout ■ Niet voor veiligheidslaagspanning ge-schikt. Aansluitwaarden (contactbelasting): ■ Spanning: 230 V~ ■ Max. schakelstroom: 4(2) AOpmerking ■ Geen parametrering nodig. ■ Het contact geeft een korte impuls bijhet inschakelen van de netvoeding. Im-puls bij verwerking van de melding viacommunicatietechniek respecteren. VerzamelstoringsmeldingAAKlemmen op uitbreidingsprintplaatMontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NLMontage

52 Klemmen Werking Verklaring Opmerking ■ Geen parametrering nodig. ■ De compressor wordt ”hard” uitgescha-keld zodra het contact opengaat. ■ Door het signaal van het contact ener-giebedrijf (blokkering door energiebe-drijf) wordt gezorgd voor uitschakelingvan de spanning van het betreffendeonderdeel (afhankelijk van het energie-bedrijf). ■ Voor het stookwater-doorstroomele-ment kunnen de uit te schakelendetrappen worden gekozen (parame-ter ”Vermogen voor verwarmingwa-ter-doorstroomelement voor blokke-ring 790A door energiebedrijf”). ■ De netaansluiting van de warmtepomp-regeling (3 x 1,5 mm2) en de leidingvoor het blokkeringsignaal energiebe-drijf kunnen in een 5-aderige leidingworden samengebracht. ■ Zie voor verdere informatie over deblokkering door het energiebedrijfhoofdstuk ”Elektrische aansluiting”.

Stekker Sensor Type F0.1/F0.2 Buitentemperatuursensor NTC 10 kΩ F0.2/F0.3 Draadloze tijdmodule DCF F4 Buffertemperatuursensor boven NTC 10 kΩ F11 Dauwpuntsensor 24 V–OpmerkingWanneer volgende dauwpuntsensoren bij koe-ling worden gebruikt, brug plaatsen, zo niet dantreedt de warmtepomp niet in werking (mel-ding ” ”):CA veiligheidsinrichting. Primair ■ Type BWT: dauwpuntsensor van de NC-box ofde AC-box. ■ Type BWT-NC: dauwpuntsensor, aansluitin-gen aan NC-printplaat. ―MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5623 910 NLMontage

57Scheidingsinrichtingen voor niet-geaarde geleiders ■ De hoofdschakelaar (indien aanwe-zig) moet gelijktijdig alle ongeaardegeleiders met een contactopening vanminimaal 3 mm van het net scheiden. ■ Bovendien raden wij aan een univer-sele stroomgevoelige aardlekschake- laar (RCD) type B te installe-ren voor gelijkstroom(storingen), diekunnen ontstaan door energie-effi-ciënte bedrijfsmiddelen. ■ Aardlekschakelaars (RCD) type Amogen gebruikt worden, verwen-nietdet werden, ook niet voor de aardlek-schakelaar (RCD) type B geschakeldzijn. ■ Als er hoofdschakelaar wordtgeengeplaatst, moeten alle ongeaardegeleiders door de voorgeschakeldeaardlekschakelaar met een contact-opening van minstens 3 mm van hetnet worden gescheiden. GevaarOndeskundig uitgevoerde elektri-sche installaties kunnen tot letseldoor elektrische stroom enschade aan het toestel leiden.

De netaansluiting en veiligheids-maatregelen (bijv. aardlekscha-kelaar) moeten volgens de vol-gende voorschriften worden uit-gevoerd: ■ IEC 60364-4-41 ■ NEN-voorschriften ■ Technische aansluitvoorwaar-den van het plaatselijke ener-giebedrijfGevaarOntbrekende aarding van instal-latiecomponenten kan bij eenelektrisch defect door elektrischestroom tot ernstige verwondingenleiden. Toestel en leidingen moeten metde equipotentiaalverbinding vanhet huis verbonden zijn. GevaarVerkeerde aansluiting van deaders kan tot ernstig letsel enschade aan het toestel leiden. Aders ”L” en ”N” niet verwisse-len. ■ In overleg met het energiebedrijf kun-nen verschillende tarieven voor devoeding van de laststroomkringenworden overeengekomen. Technische aansluitvoorwaarden vanhet energiebedrijf respecteren.

58 ■ De toewijzing van de blokkering doorhet energiebedrijf (voor compressoren/of verwarmingswater-doorstroom-toestel) vindt plaats via het type aan-sluiting en instelling aan de warmte-pompregeling.De blokkering van de netvoeding is inDuitsland op max. 3 maal 2 uur binneneen dag (24 h) begrensd. ■ De voeding voor de warmtepompre-geling/elektronica zonder moet blokkering van het energiebedrijfplaatsvinden; uitschakelbare tarievenmogen hier niet worden gebruikt. ■ In combinatie met eigen energiever-bruik (eigen gebruik van de door defotovoltaïsche installatie geprodu-ceerde stroom):OpmerkingTijdens de blokkering door het ener-giebedrijf is de werking van de com-pressor met eigen energieverbruikniet mogelijk. ■ De netaansluitkabel van de warmte-pompregeling met max. 16 A zekeren.

60Voeding met blokkering energiebedrijf (niet nnnnnBlokkering door energiebedrijf zonder door installateur voorziene lastschei-dingHet blokkeringsignaal van het energie-bedrijf wordt direct op de warmtepomp-regeling aangesloten. Bij actieve blokke-ring door energiebedrijf wordt de com-pressor ”hard” uitgeschakeldMet de parameter ”Vermogen verwar-mingswater-doorstroomtoestel bijblokkering door energiebedrijf 790A”wordt ingesteld of en op welke trap eenverwarmingswater-doorstroomtoesteltijdens de blokkering in bedrijf blijft.OpmerkingTechnische aansluitvoorwaarden vanhet betreffende energiebedrijf respecte-ren.CBAHFEGDKWeergave zonder zekeringen en zonder aardlekschakelaar.AWarmtepompregelingBVerwarmingswater-doorstroomtoe-stelCCompressorDNetaansluiting warmtepomprege-lingEMeter hoog tariefMontageverloopNetaansluitkabels aansluiten (vervolg)5623 910 NL

61FZekering impulsfrequentieontvan-gerGImpulsfrequentieontvanger (contactgeopend: blokkering actief) voedingTNC-systeemHMeter laag tariefKVoeding: TNC-systeemBlokkering zonder energiebedrijf zonder door installateur voorziene lastschei-dingHet blokkeringsignaal van het energie-bedrijf wordt op het relais van de laagta-rief-netvoeding (van installateur) in dewarmtepompregeling aangesloten. Bijactieve blokkering door het energiebe-drijf worden compressor verwar-enmingswater-doorstroomtoestel ”hard”uitgeschakeld.OpmerkingTechnische aansluitvoorwaarden vanhet betreffende energiebedrijf respecte-ren.CBAFHGKLDEWeergave zonder zekeringen en zonder aardlekschakelaar.AWarmtepompregeling BVerwarmingswater-doorstroomtoe-stelMontageverloopNetaansluitkabels aansluiten (vervolg)5623 910 NLMontage

63BAndere (eigenenergie-)verbruiker inhet huishoudenCEnergiemeterDGelijkstroom-wisselstroomrichterEScheidingsinrichting voor de foto-voltaïsche installatieFAansluitklemGDubbele tariefmeter (voor bijzondertarief voor warmtepomp)Niet toegestaan in combinatie metfotovoltaïsche installatie bij eigenenergieverbruik.HTweerichtingsmeter (voor fotovol-taïsche installatie bij eigen energie-verbruik):Energie-afname van energiebedrijfen energievoeding aan energiebe-drijfKMeter met retourblokkering:Voor energieopwekking van de foto-voltaïsche installatieLScheidingsinrichting voor de huis-aansluiting (verdeelkast)MVerdeelkastNHuisaansluitkastFasenbewaker (indien aanwezig)De fasenbewaker wordt voor de bewa-king van de netvoeding van de compres-sor gebruikt.Als de interne tolerantiegrenzen wordenoverschreden, schakelt de fasenbewa-ker uit (schakelcontact opent).Als de waarden weer binnen de toleran-tiegrenzen liggen, schakelt de fasenbe-waker het net automatisch weer vrij.Als het relais is aangesproken, moet deoorzaak worden verholpen.

68Warmtepomp openenGevaarHet aanraken van spanning voe-rende onderdelen kan door elek-trische stroom tot ernstige ver-wondingen leiden.Aansluitbereiken (warmtepomp-regeling en netaansluitingen, ziehoofdstuk ”Overzicht van deelektrische aansluitingen van dewarmtepompregeling”) niet aan-raken.GevaarOntbrekende aarding van onder-delen kan bij een elektrischdefect door elektrische stroom toternstige verwondingen enbeschadiging van onderdelen lei-den.Alle aardleidingverbindingenabsoluut weer aanbrengen.!OpgeletOm schade aan het toestel tevoorkomen, moet tussen opstel-ling en inbedrijfstelling van hettoestel minimaal 30 minuten lig-gen.Werkzaamheden aan het koelcir-cuit mogen dooruitsluitendSTEK gecertificeerd personeelworden uitgevoerd. 1. Frontplaat verwijderen, ziepagina 24. 2.

69Koelcircuit op dichtheid controlerenGevaarHet koelmiddel is een luchtver-dringend, niet giftig gas. Onge-controleerde lekkage van koel-middel in gesloten ruimten kanleiden tot ademnood en verstik-king. ■ Zorg in gesloten ruimten voorvoldoende ventilatie. ■ Voorschriften en richtlijnenvoor de omgang met dit koel-middel beslist opvolgen enaanhouden.GevaarHuidcontact met koelmiddel kanhuidbeschadigingen veroorza-ken.Bij werkzaamheden aan het koel-circuit veiligheidsbril en werk-handschoenen dragen.OpmerkingWerkzaamheden aan het koelcircuitmogen door STEK gecertifi-uitsluitendceerd personeel worden uitgevoerd. 1. Vloer, armaturen en zichtbare sol-deerpunten op oliesporen controle-ren.OpmerkingOliesporen wijzen op een lekkage inhet koelcircuit. De warmtepomp dooreeen koeltechnicus laten controle-ren. 2.

Met koelmiddel-lekzoekapparaat oflekzoekspray de warmtepomp internop koelmiddellekkage controleren.Bij lekkages moet het compacte warm-tepomptoestel door een koeltechnicusworden gecontroleerd.Primaire zijde vullen en ontluchten!OpgeletOm schade aan het toestel tevoorkomen,primaire zijde voor het inschake-len van de netspanning vullen. 1. Voordruk van het expansievat con-troleren.2. Primair circuit met warmte over-drachtsmedia van Viessmann vullenen ontluchten.Eerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5623 910 NLService

70OpmerkingEr moet vorstbescherming tot 15 zijn.Viessmann warmte overdrachtsme-dia is een kant en klaar mengsel opethyleenglycolbasis, tot –15 °C,bevat inhibitoren voor de corrosiebe-scherming. 3. Aansluitingen controleren op lek-kage. Defecte of verschoven afdich-tingsringen vervangen.Opmerking voor de plaatsing van deprimaire pompTemperatuurverschil tussen aanvoer enretour primair circuit: 3 K tot 5 K.Secundaire zijde vullen en ontluchtenOngeschikt vul- en suppletiewater kanafzettingen en corrosie veroorzaken enkan leiden tot beschadiging van deinstallatie.Met betrekking tot de kwaliteit en de hoe-veelheid van het verwarmingswater, incl.vul- en suppletiewater, geldt VDI 2035. ■ Verwarmingsinstallatie vóór het vullengrondig spoelen. ■ Uitsluitend met water van tapwater-kwaliteit vullen.

73Warmwaterboiler reinigenGevaarOngecontroleerd uittredend tap-water en warmte overdrachtsme-dia leidt tot brandwonden enbouwschade.Tapwater- en verwarmingswater-aansluitingen alleen bij een druk-loze warmwaterboiler openen.!OpgeletOnderdruk in de warmwaterboilerleidt tot materiaalschade.Aftap met een zuigpomp alleenbij geopende ontluchting.!OpgeletPuntige en scherpe reinigings-voorwerpen beschadigen dewarmwaterboiler.!OpgeletZoutzuurhoudende reinigings-middelen tasten het materiaalvan de warmwaterboiler aan.Eerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5623 910 NLService

75Magnesiumanode vervangenOpmerkingAls de zwerfstroomanode moet wordenvervangen, kunt u een onderhoudsvrijezwerfstroomanode (accessoire) gebrui-ken.Demontage van de magnesiumanode,zie hoofdstuk ”Warmwaterboiler reini-gen”.!OpgeletKortsluiting tussen de magnesi-umanode en de verwarmingsspi-raal heft de beschermende wer-king van de magnesiumanode open leidt tot corrosieschade aande warmwaterboiler.Vóór het aanbrengen van deelektrische kabels weerstand tus-sen de klemmen A en B (zievorige afbeelding) meten.

76Netschakelaar aan de warmtepompre-geling inschakelen. ■ De vraag ”Inbedrijfstelling star-ten?” verschijnt bij de eerste inbedrijf-stelling .automatischOpmerkingDe inbedrijfstellingsassistent kan ookmanueel worden gestart:hiervoor deze bij het inschakelen vande warmtepompregeling (voortgangs- balk zichtbaar) ingedrukt houden. ■ Bij de eerste inbedrijfstelling verschij-nen de begrippen in het Duits:SpracheDanskCeskyBulgarskiDeutschWählen mitêêçDEBGCZDKêê( ■ Door de handmatige aansturing vaneen aantal toestelonderdelen bij deinbedrijfstelling geeft de warmtepomp-regeling meldingen weer. Dit zijn geenstoringen van het toestel.Eerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5623 910 NL

78Inbedrijfstelling zonder inbedrijfstellingsassistentServicemenu activerenHet servicemenu kan vanuit elk menuworden geactiveerd.OK + å gelijktijdig ca. 4 s indrukken.Servicemenu deactiverenHet servicemenu blijft actief, tot hetmet wordt”Service beëindigen?”gedeactiveerd of gedurende 30 min.geen bediening plaatsvindt.Parameters instellen volgens hetvoorbeeld ”Installatieschema”Voor de instelling van een parametermoet eerst de parametergroep endaarna de parameter worden gekozen.Alle parameters worden als tekst weer-gegeven. Aan elke parameter is boven-dien een parametercode toegekend.Servicemenu: 1. + gelijktijdig ca. 4 s indruk-OK åken. 2. kiezen.”Codeerniveau 1” 3. Parametergroep kiezen: ”Installatie-definitie” 4. Parameter kiezen: ”Installatie-schema 7000” 5. Installatieschema instellen: ”6”Alternatief, als het servicemenu al isgeactiveerd:Uitgebreid menu: 1. å 2. ”Service” 3.

pauzetijd zomerwerking 7035” ”0” ”1440” ■”Laatste kalenderweek voor zomerwerking7036”Kalenderweek tot ”1” ”53”Werking van de installatie controleren (bijvoorbeeld actoren,temperaturen, eventueel calorimeter)!OpgeletAls de warmtepomp bijvoorbeeldtijdens de opslag of bij het trans-port blootgesteld wordt aan tem-peraturen onder –15 °C, kan deveiligheidstemperatuurbegren-zer van het CV-water-door-stroomtoestel worden geacti-veerd.Veiligheidstemperatuur tot meerdan 20 °C opwarmen en ontgren-delingsknop A van de veilig-heidstemperatuurbegrenzerindrukken.AEerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5623 910 NL

97GevaarDoor het verwijderen van dezekering is de laststroomkringniet spanningsvrij. Het aanra-ken van spanning voerendeonderdelen kan door elektrischestroom tot ernstige verwondingenleiden.Bij werkzaamheden aan het toe-stel beslist ook de laststroom-kring spanningsvrij schakelen.Toestel is te luidMogelijke oorzaken: ■ Transportbeveiliging niet verwijderd:Zie pagina 35. ■ Behuizingdeur niet dicht afgesloten:Zie pagina 34.■Kabel retour secundair circuit A raaktkabel retour primair circuit aan B ofandere kabel of compressor.ABStoringen oplossenReparatie (vervolg)5623 910 NLService

98Afzonderlijke onderdelenDe volgende gegevens zijn nodig: ■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA) ■ Module (uit deze onderdelenlijst) ■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Onderdeellijsten type BWTOnderdeellijsten type BWT5623 910 NL

112Afzonderlijke onderdelenDe volgende gegevens zijn nodig: ■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA) ■ Module (uit deze onderdelenlijst) ■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Onderdelenlijsten type BWT-NCOnderdelenlijsten type BWT-NC5623 910 NL

142Wij, Viessmann Werke GmbH & Co KG, D-35107 Allendorf, verklaren op eigen ver-antwoordelijkheid dat het product Vitocal 333-G, type BWT en BWT-NC inclusiefwarmtepompregeling Vitotronic 200, type WO1C in overeenstemming is met devolgende normen: DIN 7003 EN 61 000-3-2 DIN 8901 EN 61 000-3-3 DIN 8975 EN 62 233 EN 50 090-2-2 EN 292-1/-2:1991-11 EN 55 014-1 EN 294: 1992-08 EN 55 014-2 EN 349 EN 60 335-1 EN 378 EN 60 335-2-40 BGR 500-hoofdstuk 2.35Overeenkomstig de bepalingen van de volgende richtlijnen wordt dit product met_____ gekenmerkt: 2002/95/EG 97/23/EG 2004/108/EG 2006/95/EGIdentificatie overeenkomstig de Richtlijn inzake Drukapparatuur (97/23/EG): catego-rie I, module ABij de energetische keuring van CV- en luchtbehandelingsinstallaties conformDIN V 4701-10, zoals vereist door de Duitse EnEV-voorschriften, kan bij de bepalingvan de installatiewaarden voor het product worden uitgegaan van deVitocal 333-Gproductwaarden die bij de Europese typehomologatie overeenkomstig de Ren-dementsrichtlijn is bepaald (zie ontwerphandleiding).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Viessmann VITOCAL 333-G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden