Viessmann VITOCAL 222-S Handleiding

Viessmann Warmtepomp VITOCAL 222-S

Bekijk gratis de handleiding van Viessmann VITOCAL 222-S (160 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Viessmann VITOCAL 222-S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/160
Montage- en
servicehandleiding
voor de vakman
VIESMANN
Vitocal 222-S
type AWT-AC 221.A04 tot A13, B10, B13
Warmtepompen-compactapparatuur, split-unit voor CV- en koelwer-
king
Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina
VITOCAL 222-S
5782 429 NL2/2013Bewaren a.u.b.!

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Viessmann
Categorie: Warmtepomp
Model: VITOCAL 222-S

Foutcodes Viessmann VITOCAL 222-S

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
A10 Type AWT-AC 221.A10 warmtepomp Dit is een typeaanduiding. Zorg dat het vermogen van compressortrap 5030 correct op 10 kW is ingesteld.
A13 Type AWT-AC 221.A13 warmtepomp Dit is een typeaanduiding. Zorg dat het vermogen van compressortrap 5030 correct op 13 kW is ingesteld.
A04 Type AWT-AC 221.A04 warmtepomp Dit is een typeaanduiding. Zorg dat het vermogen van compressortrap 5030 correct op 4 kW is ingesteld.
A07 Type AWT-AC 221.A07 warmtepomp Dit is een typeaanduiding. Zorg dat het vermogen van compressortrap 5030 correct op 7 kW is ingesteld.
F16 Fout bij rangering kamertemperatuursensor afzonderlijk koelcircuit Controleer de instelling van parameter 7106 voor het afzonderlijke koelcircuit. Zorg dat de juiste sensor is geselecteerd (0, 1, 2 of 4).

Handleiding Viessmann VITOCAL 222-S – volledige tekst

2Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van licha-melijk letsel en materiële schade.Toelichting bij veiligheidsvoorschrif-tenGevaarDit teken waarschuwt voor per-soonlijk letsel.!OpgeletDit teken waarschuwt voor mate-riële schade en schade aan hetmilieu.OpmerkingGegevens met het woord "Opmerking"bevatten aanvullende informatie.DoelgroepDeze handleiding is uitsluitend bedoeldvoor erkende installateurs.■ Werkzaamheden aan het koelmiddel-circuit mogen alleen door bevoegdevakmensen worden uitgevoerd.■ Elektrische werkzaamheden mogenalleen door elektromonteurs wordenuitgevoerd.■ De eerste inbedrijfstelling moet doorde installateur van de installatie of eendoor hem aangewezen vakmanplaatsvinden.VoorschriftenRespecteer bij de werkzaamheden ■ de nationale installatievoorschriften,■ de ARBO voorschriften,■ de wettelijke milieuvoorschriften,■ EN, NEN, VEWIN voorschriften, hetbouwbesluit en eventuele lokale voor-schriften.Werkzaamheden aan de installatie■ Installatie spanningsvrij schakelen(bijvoorbeeld met de afzonderlijkezekering of een hoofdschakelaar) enop aanwezige spanning controleren.OpmerkingNaast het regelingsstroomcircuit kun-nen meerdere laststroomcircuits aan-wezig zijn.GevaarHet aanraken van spanning-voerende onderdelen kan ern-stig letsel veroorzaken.

6Het toestel mag volgens de regelgevingenkel geïnstalleerd en gebruikt wordenin gesloten verwarmingssystemen con-form EN 12828, rekening houdend metde bijbehorende montage-, service- engebruiksaanwijzingen.Afhankelijk van de uitvoering kan hettoestel uitsluitend voor de volgendedoeleinden worden gebruikt:■ Kamerverwarming■ Kamerkoeling■ TapwateropwarmingMet bijkomende componenten en acces-soires kan de functieomvang uitgebreidworden.Gebruik van het toestel volgens de regel-geving impliceert dat een stationaireinstallatie in combinatie met installatie-specifiek toegelaten componenten werduitgevoerd.Het gebruik in bedrijven of industrie vooreen ander doel als voor de verwarming/koeling van gebouwen of van tapwatergeldt als niet volgens de voorschriften.De fabrikant kan ander gebruik eventu-eel vrijgeven.Verkeerd gebruik van het toestel resp.ondeskundige bediening (bijv.

wanneerde gebruiker het toestel opent) is verbo-den en leidt tot aansprakelijkheidsuitslui-ting. Van verkeerd gebruik is sprakewanneer de functie volgens de regelge-ving van componenten in het verwar-mingssysteem wordt gewijzigd.OpmerkingHet toestel is uitsluitend bedoeld voorhuishoudelijk gebruik, d.w.z. dat ook nietgeïnstrueerde personen het apparaatveilig kunnen bedienen.MontagehandleidingGebruik conform het doel van de installatie5782 429 NL

10!OpgeletSchade aan het toestel tijdenshet transport vermijden.Bovenkant apparaat belas-nietten.!OpgeletSterke inclinatie van de compres-sor in de buiteneenheid leidt totschade aan het toestel doordatsmeermiddel in het koelcircuitkan terechtkomen.Max. kantelhoek van 45° respec-teren.Eisen aan de montageMontageplaats■ Kies een locatie met goede luchtcircu-latie, zodat de afgekoelde lucht kanwegstromen en de warme lucht deruimte kan vullen.■ Direct zonlicht vermijden.■ Bij opstelling in een winderig gebiedmoet worden verhinderd dat de windinvloed heeft op het ventilatorenbe-reik. Dit kan leiden tot een luchtkort-sluiting tussen uitgeblazen en aange-zogen lucht.

11■ Kies de montageplaats zo dat de ver-damper niet verstopt kan raken doorbladeren, sneeuw enzovoort. ■ Houd bij het kiezen van de montage-plaats rekening met de wetmatighe-den van voortplanting en reflectie vangeluidsgolven. Ontwerphandleiding ”Principesvoor warmtepompen” ■ Niet in hoeken, nissen of tussen mureninstalleren. ■ Niet naast of onder ramen van slaap-kamers installeren. ■ Niet dichter dan 3 m bij gangpaden,regenpijpen of afgewerkte vlakkeninstalleren. Door de afgekoelde luchtin het uitblaasbereik bestaat bij buiten-temperaturen onder 10 °C gevaar voorijzelvorming. ■ De montageplaats moet makkelijk toe-gankelijk zijn, bijvoorbeeld voor onder-houdswerkzaamheden (zie ”Minimaleafstanden”).

Montagetypen■ Vloermontage met leidingdoorvoeringboven grondniveau■ Vloermontage met leidingdoorvoeringonder grondniveau■ WandmontageOntwerphandleidingMontage-instructies■ Vloermontage:Consoles voor vloermontage (acces-soires) gebruiken. Als de consoles niet gebruikt kunnenworden, de buiteneenheid vrijstaandop stevige, ter plaatse ter beschikkingte stellen ondergrond met een hoogtevan minimaal 100 mm monteren. Bij zware klimaatomstandigheden(vorst, sneeuw, vocht) adviseren wehet apparaat op een circa 300 mmhoge sokkel te plaatsen. Houd rekening met het gewicht van debuiteneenheid (zie volgende tabel). ■ Wandmontage:Consoleset voor wandmontage(accessoire) gebruiken. De wand moet aan de statische ver-eisten voldoen. ■ Niet met de uitblaaszijde tegen dehoofdwindrichting installeren. ■ Windlasten in acht nemen bij montageop winderige plaatsen.

■ Wanddoorvoeren en beschermbuizenvoor de koelmiddelleidingen en elek-trische kabels zonder profielstukkenen richtingsveranderingen uitvoeren. ■ Buiteneenheid opnemen in de blik-sembeveiliging. ■ Houd bij het ontwerp van een weerbe-scherming of behuizing rekening metde warmteafgifte van het apparaat.

12■ In regio's met lange koudeperioden(zoals in Duitsland) voor een extraelektrische verwarming (accessoires)voor de condenswaterkuip zorgen.■ Om contactgeluid en trillingen te ont-koppelen, moet u tussen het gebouwen de buiteneenheid de volgendemaatregelen nemen:– Bij de leidingdoorvoering bovengrondniveau moet voor het opvan-gen van trillingen in koelmiddellei-dingen voor leidingbochten wordengezorgd (zie ”Koelmiddelleidingenaansluiten”).– Elektrische verbindingskabels bin-nen-/buiteneenheid trekvrij leggen.– Montage alleen aan wanden meteen groot oppervlaktegewicht (>250 kg/m2), niet aan licht geconstru-eerde wanden, dakconstructieenzovoort.– Bij vloermontage uitsluitend demeegeleverde rubberen buffers, bijwandmontage uitsluitend de tril-lingsdempers van de consolesetgebruiken, geen extra trillingsdem-pers, veren, rubberen buffers enzo-voort gebruiken.Gewichten van de buiteneenhedenType AWT-AC Gewicht in kg221.A04 43221.A07 66221.A10 110221.A13 110221.B10 113221.B13 113MontageverloopBuiteneenheid monteren (vervolg)5782 429 NL

15BGrindbed voor het doorsijpelen vanhet condenswaterCBetonfundering (zie ontwerphand-leiding)DKG-buis DN 100 (alleen bij leiding-doorvoering onder grondniveau)ERubberbuffer (meegeleverd)OpmerkingWij adviseren het condenswater vrij af tevoeren (zonder condenswaterleiding).WandmontageMontage met de bij het typeuitsluitendpassende console-set voor wandmon-tage (accessoire) uitvoeren.Afzonderlijke montagehandlei-dingBinneneenheid monteren!OpgeletSchade aan het toestel tijdenshet transport vermijden.Bovenkant van het toestel nietbelasten.Eisen aan de installatieruimte!OpgeletDe installatieruimte moet droogen vorstvrij zijn.Een omgevingstemperatuur van0 tot 35 ºC garanderen.!OpgeletExplosiegevaar door stof, gas-sen, dampenin de installatieruimte vermijden.!OpgeletToegestane vloerbelasting res-pecteren.■ Toestel horizontaal uitlijnen.Als oneffenheden in de vloermet stelpoten moeten wordengecompenseerd (maximaal10 mm), moet de drukbelastingop de stelpoten gelijkmatigworden verdeeld.■ Houd rekening met het totaal-gewicht (zie tabel).MontageverloopBuiteneenheid monteren (vervolg)5782 429 NLMontage

16Totaalgewicht met gevulde warmwa-terboilerType AWT-AC Gewicht in kg221.A04 364221.A07 364221.A10 367221.A13 367221.B10 367221.B13 367Minimaal kamervolume (conformEN 378):Type AWT-AC Minimaal kamer-volume in m3221.A04 2,7221.A07 4,9221.A10 6,1221.A13 6,1221.B10 6,1221.B13 6,1MinimumafstandenOpmerkingBij gebruik van de aansluitset secundaircircuit (accessoires) wandafstand vancirca 80 mm aanhouden.Minimale kamerhoogte hMontage h in mm■ aansluitset voor-zondermontage / tapwater (acces-soire)2000■ aansluitset voormon-mettage / tapwater (accessoi-re)2100Ontwerpinstructies in achtnemen.Ontwerphandleiding VitocalPlaatsingVoor het naar binnen brengen kan deboilermodule worden afgenomen. !OpgeletSchade aan het toestel tijdenshet transport vermijden.Bovenzijde toestel, front en zij-wanden belasten.nietMontageverloopBinneneenheid monteren (vervolg)5782 429 NL

Leidingen binnen het gebouw isole-ren.Opmerking■ In vloerverwarmingscircuits moet eenthermostaat als maximumtempera-tuurbegrenzing voor de vloerverwar-ming worden ingebouwd (zie hoofd-stuk ”Thermostaat als maximumtem-peratuurbegrenzing voor de vloerver-warming aansluiten”).■ Minimumdebiet garanderen, bijvoor-beeld met overstortklep (zie hoofd-stuk ”Technische gegevens”).■ Het secundaire circuit moet door deinstallateur worden voorzien van eenexpansievat.MontageverloopSecundair circuit aansluiten (vervolg)5782 429 NLMontage

36Voor de tapwateraansluiting EN1717 opvolgen.MANBCLKDHONH P R H M OHGFEAWarm water BCirculatiepompCTerugslagklep, veerbelastDAansluitgedeelte warmtepomp(bovenaanzicht)EExpansievat, voor tapwatergeschiktFZichtbare uitloop van de afblaaslei-dingGVeiligheidsklepHAfsluitkraanKDebietregelklepLManometeraansluitingMTerugstroomblokkering/buisschei-derNAftapklepOKoud waterPTapwaterfilterRDrukreduceerOpmerking bij het tapwaterfilterVolgens EN 1717 moet bij installatiesmet leidingen van metaal een tapwater-filter worden ingebouwd. Ook bij kunst-stofleidingen moet volgens EN 1717 enop ons advies een tapwaterfilter wordengemonteerd zodat geen verontreinigin-gen in de tapwaterinstallatie kunnen bin-nendringen.VeiligheidsklepDe warmwaterboiler met een veilig-heidsklep beveiligen tegen ontoelaat-baar hoge drukken.MontageverloopTapwaterzijde aansluiten5782 429 NL

Bij werkzaamhe-den aan de veiligheidsklep hoeft dewarmwaterboiler bovendien niet te wor-den afgetapt.Koelcircuit aansluiten, indien vereistVoor koeloppervlakken (bijvoorbeeldvloerverwarmingcircuit, koelplafond) iseen dauwpuntsensor (accessoire) ver-eist.Eisen aan dauwpuntsensor:■ Elektrische aansluiting: 230 V~, 0,5 A■ Montage in de te koelen ruimte aan dekoelwatertoevoer (eventueel warmte-isolatie verwijderen).■ Wanneer er meerdere ruimtes metverschillende luchtvochtigheid in hetkoelcircuit zijn opgenomen, moetenmeerdere dauwpuntsensoren gemon-teerd en in serie worden aangesloten:Schakelcontacten als verbreekcon-tact.Elektrisch aansluitenGevaarBeschadigde kabelisolatie kantot letsel en schade aan het toe-stel leiden.Kabels zo aanleggen dat ze niettegen sterk warmtegeleidende,vibrerende of scherpe onderde-len liggen.GevaarOndeskundig uitgevoerde bedra-dingen kunnen door elektrischestroom aanleiding zijn voor ern-stig letsel en materiële schade.MontageverloopTapwaterzijde aansluiten (vervolg)5782 429 NLMontage

38■ Laagspanningsleidingen< 42 V en leidingen> 42 V/230 V~/400 V~ geschei-den van elkaar aanleggen.■ Kabels kort voor de aansluit-klemmen afstrippen en dicht bijde betreffende klemmen bun-delen.■ Kabels met kabelbinders vast-zetten.Daarmee wordt gegarandeerddat bij storing, bijv. bij het losra-ken van een ader, de aders niettegen de ernaast liggende span-ningvoerende delen aankomen.OpmerkingAls twee componenten aan eengemeenschappelijke klem worden aan-gesloten, moeten beide aders samen in1 adereindhuls worden geperst.!OpgeletDe busverbindingskabel binnen-/buiteneenheid (12 V of 43 V)geldt veiligheidstechnisch nietals laagspanningsleiding.De busverbindingskabel moetsamen met de 230 V-kabels wor-den gelegd.MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5782 429 NL

42AUitbreidingsprintplaat op basisprint-plaat (de installateur hoeft niets aante sluiten.)BBasisprintplaat (zie pagina 42)F3 Zekering T 6,3 ACRegelaar- en sensorprintplaat (ziepagina 47)DAVI-printplaat (zie pagina 50)F101 Zekering T 1,0 AEKroonsteentjes (zie pagina 45)F1 Zekering T 6,3 AX1 Klemmen voor aardleiding vanalle bijbehorende installatie-componentenX2 Klemmen voor neutrale leidervan bijbehorende installa-alletiecomponentenFAanstuurmodule en netaansluitingvoor CV-water-doorstroomtoestel(zie pagina 57)Binneneenheid: Basisprintplaat (bedrijfscomponenten 230 V~)Opmerkingen bij de aansluitwaarden■ Het aangegeven vermogen is hetgeadviseerde aansluitvermogen.■ De som van de vermogens van alledirect op de warmtepompregelingaangesloten componenten (bijvoor-beeld pompen, kleppen, meldinrichtin-gen, relais) mag 1000 W niet over-schrijden.Als het totale vermogen ≤ 1000 W is,kan het afzonderlijke vermogen vaneen component (bijv.

pomp, klep,meldinrichting, relais) groter danopgegeven worden gekozen. Daarbijmag het schakelvermogen van hetovereenkomstige relais niet wordenoverschreden.■ De aangegeven stroomwaarde geeftde max. schakelstroom van het scha-kelcontact aan (totale stroom van 5 Ain acht nemen).Vereiste parameters bij de inbedrijfstel-ling instellen, zie vanaf pagina 78.MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5782 429 NL

schakelstroom: 4(2) A3-wegomschakelklep voor omloop bypass-schakeling parallel aansluiten.Stekker sYSKlemmen Functie Verklaring212.2 Pomp CV-circuit zondermengklep (A1/VC1)■ Als er een warmwaterbuffer aanwezigis, wordt deze pomp aanvullend op desecundaire pomp aangesloten.■ Thermostaat als maximumtempera-tuurbegrenzing voor vloerverwarming(indien aanwezig) in serie aansluiten(zie volgende hoofdstuk)Aansluitwaarden■ Vermogen: 100 W■ Spanning: 230 V~■ Max. schakelstroom: 4(2) A212.3 Tapwatercirculatiepomp Aansluitwaarden■ Vermogen: 50 W■ Spanning: 230 V~■ Max. schakelstroom: 4(2) AMontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5782 429 NLMontage

Opmerking■ Geen parametrering nodig.■ De compressor wordt ”hard” uitgescha-keld zodra het contact opengaat.■ Het signaal van de blokkering door hetenergiebedrijf zorgt ervoor dat de voe-dingsspanning van de betreffende be-drijfscomponent uitgeschakeld wordt.■ Voor het verwarmingswater-doorstroom-element kunnen de uit te schakelendetrappen worden gekozen (parame-ter ”Vermogen voor verwarmingswa-ter-doorstroomelement voor blokke-ring 790A door energiebedrijf”).■ Zie voor verdere informatie over de blok-kering door het energiebedrijf hoofd-stuk ”Elektrische aansluiting”. MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5782 429 NL

48Stekker Sensor TypeaVG KM-BUS (aders verwisselbaar)Indien meerdere apparaten worden aangesloten,KM-BUS-verdeler (optioneel) gebruiken.KM-BUS-deelnemer (voorbeelden):■ Uitbreidingsset voor een CV-circuit met meng-klep M2/VC2■ Afstandsbediening Vitotrol 200A ofVitotrol 300B (CV-circuittoewijzing aan de af-standsbediening instellen)■ Uitbreiding EA1, uitbreiding AM1■ Communicatiepoort Vitocom sVA Modbus 2 (aders verwisselbaar)nietAansluiting voor energiemeter enkelfasig ofdriefasig J3 Brug voor afsluitweerstand Modbus 2Afsluitweerstand actief (aflevertoestand)Afsluitweerstand niet actief J4 Brug voor instelling Master/Slave Modbus 2Warmtepompregeling is slaveWarmtepompregeling is master (aflevertoe-stand) X18 Modbus 1Aansluiting voor Vitovent 300-F X24 Aansluiting communicatiemodule LON (zie mon-tagehandleiding communicatiemodule LON) X31 Stekkerpositie voor codeerstekker ZwembadverwarmingOpmerking■ Aansturing van de zwembadverwar-ming gebeurt via de uitbreiding EA1met KM-BUS.■ Aansluitingen op uitbreiding EA1alleen volgens de volgende afbeel-ding maken.■ Een filtercirculatiepomp kan vianietde warmtepompregeling worden aan-gestuurd.MontageverloopElektrisch aansluiten (vervolg)5782 429 NL

53Scheidingsinrichtingen voor niet-geaarde geleiders■ De hoofdschakelaar (indien aanwe-zig) moet gelijktijdig alle ongeaardegeleiders met een contactopening vanminimaal 3 mm van het net scheiden. ■ Bovendien raden wij aan een univer-sele stroomgevoelige aardlekschake-laar (RCD) type B te installe-ren voor gelijkstroom(storingen), diekunnen ontstaan door energie-effi-ciënte bedrijfsmiddelen. ■ Aardlekschakelaars (RCD) type Amogen gebruikt worden, verwen-nietdet werden, ook niet voor de aardlek-schakelaar (RCD) type B geschakeldzijn. ■ Als er hoofdschakelaar wordtgeengeplaatst, moeten alle ongeaardegeleiders door de voorgeschakeldeaardlekschakelaar met een contact-opening van minstens 3 mm van hetnet worden gescheiden. GevaarOndeskundig uitgevoerde elektri-sche installaties kunnen tot letseldoor elektrische stroom enschade aan het toestel leiden.

De netaansluiting en veiligheids-maatregelen (bijv. aardlekscha-kelaar) moeten volgens de vol-gende voorschriften worden uit-gevoerd:■ IEC 60364-4-41■ NEN-voorschriften■ Technische aansluitvoorwaar-den van het plaatselijke ener-giebedrijfGevaarOntbrekende aarding van instal-latiecomponenten kan bij eenelektrisch defect door elektrischestroom tot ernstige verwondingenleiden. Toestel en leidingen moeten metde equipotentiaalverbinding vanhet huis verbonden zijn. GevaarVerkeerde aansluiting van deaders kan tot ernstig letsel enschade aan het toestel leiden. Aders ”L” en ”N” niet verwisse-len. ■ In overleg met het energiebedrijf kun-nen verschillende tarieven voor devoeding van de laststroomkringenworden overeengekomen. Technische aansluitvoorwaarden vanhet energiebedrijf respecteren.

54■ De toewijzing van de blokkering doorhet energiebedrijf (voor compressoren/of verwarmingswater-doorstroom-toestel) vindt plaats via het type aan-sluiting en instelling aan de warmte-pompregeling.De blokkering van de netvoeding is inDuitsland op max. 3 maal 2 uur binneneen dag (24 h) begrensd.■ De voeding voor de warmtepompre-geling/elektronica zonder moet blokkering van het energiebedrijfplaatsvinden; uitschakelbare tarievenmogen hier niet worden gebruikt.■ In combinatie met eigen energiever-bruik (eigen gebruik van de door defotovoltaïsche installatie geprodu-ceerde stroom):OpmerkingTijdens de blokkering door het ener-giebedrijf is de werking van de com-pressor met eigen energieverbruikniet mogelijk. ■ De netaansluitkabel van de warmte-pompregeling met max.

59FVoorzekering toonfrequentieont-vangerGToonfrequentieontvanger (contactgeopend: blokkering actief)Voeding: TNC-systeemHLaagtariefmeterKVoeding: TNC-systeemBlokkering zonder energiebedrijf zonder door installateur voorziene lastschei-dingHet blokkeringsignaal van het energie-bedrijf wordt op het relais van de laagta-rief-netvoeding (van installateur) in dewarmtepompregeling aangesloten.

Bijactieve blokkering door het energiebe-drijf worden compressor verwar-enmingswater-doorstroomtoestel (acces-soires) ”hard” uitgeschakeld.Het verwarmingswater-doorstroomele-ment kan tijdens de blokkering door hetenergiebedrijf niet worden uitgescha-keld, parameter ”Vermogen voor ver-warmingswater-doorstroomelementbij blokkering 790A door energiebe-drijf” heeft geen invloed.OpmerkingTechnische aansluitvoorwaarden vanhet betreffende energiebedrijf respecte-ren.MontageverloopNetaansluiting (vervolg)5782 429 NLMontage

65Warmtepomp openenGevaarHet aanraken van onder span-ning staande onderdelen kandoor elektrische stroom tot ern-stige verwondingen leiden.■ Aansluitruimtes niet aanra-ken (warmtepompenregelingen netaansluitingen binnen- enbuiteneenheid, zie hoofd-stuk ”Overzicht van de aanslui-tingen: Binneneenheid”en ”Overzicht van de aanslui-tingen: Buiteneenheid”).■ Bij werkzaamheden aan deapparaten (binnen- en buiten-eenheid) installatie spannings-vrij schakelen (bijv. via deaparte zekering of een hoofd-schakelaar), op spanningvrij-heid controleren en tegen her-inschakelen beveiligen.GevaarEen ontbrekende aarding vanonderdelen kan bij een elektrischdefect tot ernstig letsel door elek-trische stroom en beschadigingvan onderdelen leiden.Alle aardleidingsverbindingensteeds herstellen.!OpgeletOm schade aan het toestel tevoorkomen, moet tussen deopstelling en het in bedrijf stellenvan het toestel min.

66Koelmiddelleidingen en binneneenheid evacueren!OpgeletDe inbedrijfstelling is weersaf-hankelijk.Bij hoge relatieve luchtvochtig-heid of buitentemperaturen onder0 °C op het volgende letten:■ Voor de druktest stikstof 5.0gebruiken.■ Tijdens het evacueren deoppervlaktetemperatuur vande koelmiddelleidingen doorgeschikte maatregelen boven0 °C houden.GevaarHuidcontact met koelmiddel kantot huidletsel leiden.Bij werkzaamheden aan het koel-circuit veiligheidsbril en werk-handschoenen dragen.!OpgeletVóór het evacueren van de koel-middelleidingen en de binnen-eenheid alle verbindingslocatiesmet lekzoekspray op dichtheidcontroleren:De kleppen aan de buiteneen-heid gesloten houden en via deserviceklep stikstof in de installa-tie brengen. De controledruk isde maximaal toelaatbare bedrijfs-druk.Eerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5782 429 NL

69Koelmiddelleidingen en binneneenheid vullenOpmerking■ De buiteneenheid is vooraf gevuld metkoelmiddel R 410A.■ Bij leidinglengten van 3 tot 12 m isextra vullen niet nodig.■ Leidinglengten voor koelmiddelleidin-gen, zie pagina 25.■ Het koelmiddel R 410A mag uitslui-tend met vloeistof worden nagevuld.GevaarHuidcontact met koelmiddel kantot huidletsel leiden.Bij werkzaamheden aan het koel-circuit veiligheidsbril en werk-handschoenen dragen.!OpgeletNavullen van de installatie metkoelmiddel of het afzuigen vanhet koelmiddel kan leiden totschade aan het aapparaat.Platenwarmtewisselaar van debinneneenheid aan secundairezijde met water doorstromen ofvolledig leegmaken.!OpgeletBij aansluitingenallemet tweede vorksleutel tegen-houden.Leidinglengtes 3 tot 12 m:1. Vulslang van de serviceklep van debuiteneenheid losschroeven.2.

706. Kappen aan de vulkleppen van debuiteneenheid afschroeven, beidevulkleppen openen en kappen erweer opschroeven.OpmerkingBeide vulkleppen moeten bij hetinschakelen van de warmtepomp zijngeopend.7. Hoeveelheid bijgevuld koelmiddel ophet typeplaatje en in het bedrijfshand-boek invullen.Aanwijzing voor installaties meteen vulhoeveelheid vanaf 3,0 kgR 410A:■ Het bedrijfshandboek moet wordenbijgehouden.■ Jaarlijkse dichtheidscontrole is ver-eist.Bij te vullen hoeveelheid koelmiddelper meter leidinglengte (bij leiding-lengten van 12 tot 30 m)Type AWT-AC R 410A in g/m221.A04 20221.A07 60221.A10 60221.A13 60221.B10 60221.B13 60Koelcircuit op dichtheid controlerenGevaarR 410A is een luchtverdringend,niet-giftig gas.

71OpmerkingWerkzaamheden aan het koelcircuitmogen door gecertificeerduitsluitendpersoneel worden uitgevoerd (volgensverordeningen EG 842/2006 en303/2008).Secundaire zijde vullen en ontluchtenOngeschikt vul- en suppletiewater kanafzettingen en corrosie veroorzaken entot beschadiging van de installatie lei-den.Wat betreft de kwaliteit en de hoeveel-heid van het verwarmingswater incl. vul-en suppletiewater moet VDI 2035 in achtgenomen worden.■ Verwarmingsinstallatie vóór het vullengrondig spoelen.■ Uitsluitend met water van tapwater-kwaliteit vullen.■ Vulwater met een waterhardheid vanmeer dan 16,8 °dH (3,0 mol/m3) moetonthard worden, bijv. met een kleineonthardingsinstallatie voor verwar-mingswater (zie Viessmann prijslijstVitoset).!OpgeletOm schade aan het toestel tevoorkomen,elektrische componenten op debehuizingdeur tegen uittredendevloeistof beschermen.1.

723. Secundair circuit vullen (spoelen) enontluchten:■ Snelontluchter (zie veiligheids-groep, hoofdstuk ”Secundair circuitaansluiten”) iets openen, blijftopen.■ Ontluchtingskraan tapwateropwar-ming openen (zie volgend hoofd-stuk), blijft open.■ Voor het ontluchten de 3-weg-omschakelklep ”Verwarmen / tap-water” met de handhefboom in demiddenstand plaatsen en vastzet-ten (zie afbeelding).4. !OpgeletOm schade aan het toestel tevoorkomen, dichtheid van deaanvoer- en retouraansluitin-gen van het secundaire circuitop de warmtepomp controle-ren.Bij lekkage toestel direct uit-schakelen, water aftappen enzitting van de afdichtingsrin-gen controleren. Verschovenafdichtingsringen dienen ver-vangen te worden.5.

74Warmwaterboiler reinigenGevaarOngecontroleerd uittredend tap-water en warmte overdrachtsme-dia leidt tot brandwonden enbouwschade.Tapwater- en verwarmingswater-aansluitingen alleen bij een druk-loze warmwaterboiler openen.!OpgeletOnderdruk in de warmwaterboilerleidt tot materiaalschade.Aftap met een zuigpomp alleenbij geopende ontluchting.!OpgeletPuntige en scherpe reinigings-voorwerpen beschadigen dewarmwaterboiler.!OpgeletZoutzuurhoudende reinigings-middelen tasten het materiaalvan de warmwaterboiler aan.Eerste inbedrijfstelling, inspectie, onderhoudAanvullende info over de stappen (vervolg)5782 429 NL

76Magnesiumanode vervangenOpmerkingAls de zwerfstroomanode moet wordenvervangen, kunt u een onderhoudsvrijezwerfstroomanode (accessoire) gebrui-ken.Demontage van de magnesiumanode,zie hoofdstuk ”Warmwaterboiler reini-gen”.!OpgeletKortsluiting tussen de magnesi-umanode en de verwarmingsspi-raal heft de beschermende wer-king van de magnesiumanode open leidt tot corrosieschade aande warmwaterboiler.Vóór het aanbrengen van deelektrische kabels weerstand tus-sen de klemmen A en B (zievorige afbeelding) meten.

78Warmtepomp inschakelen!OpgeletWanneer de warmtepomp met teweinig koelmiddel draait, leidt dattot schade aan het toestel.■ Vóór het inschakelen van dewarmtepomp moeten de bin-neneenheid en de koelmiddel-leidingen met de aangegevenhoeveelheid koelmiddel gevuldzijn en moet de dichtheid vanhet koelcircuit zijn gecontro-leerd (zie hoofdstuk ”Koelmid-delleidingen en binneneenheidvullen” en ”Koelcircuit op dicht-heid controleren”).■ De vulkleppen aan de buiten-eenheid (zie hoofdstuk ”Koel-middelleidingen en binneneen-heid vullen”) moeten bij hetinschakelen van de warmte-pomp zijn geopend.Onderstaande volgorde absoluutaanhouden1. Spanning van de buiteneenheidinschakelen.2. 2 minuten wachten.3. Spanning van de binneneenheidinschakelen.4.

79Inbedrijfstelling met inbedrijfstellingsassistentDe inbedrijfstellingsassistent doorlooptautomatisch alle menu's waarin instellin-gen nodig zijn. Hierbijis ”codeerniveau 1” automatisch actief.!OpgeletEen verkeerde bedieningop ”codeerniveau 1” kan totschade aan het toestel en de ver-warmingsinstallatie leiden.Aanwijzingen in de aparte servi-cehandleiding ”warmtepompre-geling Vitotronic 200” absoluutrespecteren, anders vervalt degarantie.Netschakelaar aan de warmtepompre-geling inschakelen.■ De vraag ”Inbedrijfstelling star-ten?” verschijnt bij de eerste inbedrijf-stelling .automatischOpmerkingDe inbedrijfstellingsassistent kan ookmanueel worden gestart:hiervoor deze bij het inschakelen vande warmtepompregeling (voortgangs-balk zichtbaar) ingedrukt houden.

81Inbedrijfstelling zonder inbedrijfstellingsassistentServicemenu activerenHet servicemenu kan vanuit elk menuworden geactiveerd.OK + å gelijktijdig ca. 4 s indrukken.Servicemenu deactiverenHet servicemenu blijft actief, tot hetmet wordt”Service beëindigen?”gedeactiveerd of gedurende 30 min.geen bediening plaatsvindt.Parameters instellen volgens hetvoorbeeld ”Installatieschema”Voor de instelling van een parametermoet eerst de parametergroep endaarna de parameter worden gekozen.Alle parameters worden als tekst weer-gegeven. Aan elke parameter is boven-dien een parametercode toegekend.Servicemenu:1. + gelijktijdig ca. 4 s indruk-OK åken.2. kiezen.”Codeerniveau 1”3. Parametergroep kiezen: ”Installatie-definitie”4. Parameter kiezen: ”Installatie-schema 7000”5. Installatieschema instellen: ”6”Alternatief, als het servicemenu al isgeactiveerd:Uitgebreid menu:1. å2. ”Service”3.

88Werking van de installatie controleren (bijvoorbeeld actoren,temperaturen, eventueel warmtehoeveelheidmeter)!OpgeletAls de warmtepomp bijvoorbeeldtijdens de opslag of bij het trans-port blootgesteld wordt aan tem-peraturen onder –15 °C, kan deveiligheidstemperatuurbegren-zer van het CV-water-door-stroomtoestel worden geacti-veerd.Veiligheidstemperatuur tot meerdan 20 °C opwarmen en ontgren-delingsknop A van de veilig-heidstemperatuurbegrenzerindrukken.AInstrueren van de installatiegebruikerDe installateur van de installatie moet debedieningshandleiding overhandigenaan de gebruiker van de installatie en debediening uitleggen.Daartoe behoren ook alle als accessoireingebouwde componenten, bijv.afstandsbedieningen.

100GevaarDoor het verwijderen van dezekering is de laststroomkringniet spanningsvrij. Het aanra-ken van spanning voerendeonderdelen kan door elektrischestroom tot ernstige verwondingenleiden.Bij werkzaamheden aan het toe-stel beslist ook de laststroom-kring spanningsvrij schakelen.Storingen oplossenReparatie (vervolg)5782 429 NL

101De volgende gegevens zijn nodig:■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA)■ Module (uit deze onderdelenlijst)■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Onderdelenlijsten binneneenheidAfzonderlijke onderdelen5782 429 NLService

111De volgende gegevens zijn nodig:■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA)■ Module (uit deze onderdelenlijst)■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Buiteneenheid0001 Voorzijde behuizing0002 Luchtinlaatring0003 Beschermtralie rechts0004 Axiale ventilator0005 Gelijkstroommotor0006 Motorhouder0007 Bodemplaat0008 Scheidingswand0009 Transformator0010 Regeling ODU0011 Afsluitklep vloeistofleiding0012 Afsluitklep stookgasleiding0013 Compressor0014 Aansluitplaat0015 Klepafdekking0016 4-weg-omschakelklep compleet0017 Vierweg-omschakelklep0018 Spoel EEV0019 Zijplaat rechts0020 Beschermrooster0021 Warmtewisselaar (condensor)0022 Verbindingsplaat0023 Vastzetplaat warmtewisselaar0024 Bovenplaat0025 Moer M50026 Draaggreep0027 Zijwand links0028 Contactstrip 4-polig0029 Elektronische expansieklep0030 Temperatuursensor NTC 10 kΩ(OCT)0031 Temperatuursensor NTC 10 kΩ(OAT/OMT)0032 Temperatuursensor NTC 10 kΩ(CTT)Onderdelen zonder afbeelding0033 Trekontlasting0034 Condensator 2μF0035 Spoel 4-weg-omschakelklep0036 Aansluitkabel compressor0037 Aardingskabel0038 Houder temperatuursensor0039 Aansluithoekstuk voor condens-waterleidingOnderdelenlijsten buiteneenheid 230 V~, type AWT-AC 221.A04Afzonderlijke onderdelen5782 429 NLService

113De volgende gegevens zijn nodig:■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA)■ Module (uit deze onderdelenlijst)■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Buiteneenheid0001 Luchtuitlaatrooster0002 Zijwand links0003 Moer M80004 Axiale ventilator0005 4-weg omschakelklep0006 4-weg omschakelklep0007 Gelijkstroommotor0008 Draaggreep0009 Frontplaat rechts0010 Bodemplaat0011 Compressor0012 Olieafscheider0013 Vochtafscheider0014 Houder vochtafscheider0015 Klepplaat0016 Afsluitklep stookgasleiding0017 Afsluitklep vloeistofleiding0018 Zijplaat rechts0019 Klepafdekking0020 Filterdroger0021 Afdekking netaansluiting0022 Printplaat netfilter0023 Aansluitplaat0024 Elektronisch expansieventiel( serienr. 7424690tot3211645361)0025 Spoel EEV( serienr.

115De volgende gegevens zijn nodig:■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA)■ Module (uit deze onderdelenlijst)■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Onderdelenlijsten buiteneenheid 230 V~, type AWT-AC 221.A10, A13Afzonderlijke onderdelen5782 429 NLService

123De volgende gegevens zijn nodig:■ Fabricagenummer (zie typeplaatjeA)■ Module (uit deze onderdelenlijst)■ Positienummer van het onderdeel bin-nen de module (uit deze onderdelen-lijst)Courante onderdelen zijn in de plaatse-lijke vakhandel verkrijgbaar.Onderdelenlijsten buiteneenheid 400 V~, type AWT-AC 221.B10, B13Afzonderlijke onderdelen5782 429 NLService

Hoe stel ik de warmtepomp in op koelen ? ik heb enkel het schermpje aan de muur, geen app en geen afstandsbediening

  caroline lenaerts - 17 Juni 2025

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Viessmann VITOCAL 222-S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden