Vaillant VRC 520 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant VRC 520 (33 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Vaillant VRC 520 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Thermostaat |
| Model: | VRC 520 |
Handleiding Vaillant VRC 520 – volledige tekst
Veiligheidsrichtlijnen/regelaarvarianten Algemeen2Alg em e enVeiligh eidsrichtl ijnen/reg elaarvari antenVeiligheidsrichtlijnenE Met dit teken wordt in dezehandleiding gewezen op gevarenvoor (levensgevaarlijk) letselen/of materiële schade.AansluitvoorschriftenNeem de voorwaarden van uw lokaleenergiebedrijf en de VDE-voorschriftenin acht.Uw verwarmingsregelaar mag uitslui-tend door daartoe bevoegd technischpersoneel worden geïnstalleerd en on-derhouden.RegelaarvariantenBeknopte beschrijvingDe regelaar wordt bij de ingebruikne-ming door het herkennen van de aan-gesloten voelers automatisch geconfi-gureerd.De circulatiepomp wordt alnaar gelang de behoefte gestuurd.
Dedynamische, lastafhankelijke schakel-hysterese van de brander maakt com-fortabel verwarmen bij gelijktijdige mi-nimalisering van het aantalbranderstarts mogelijk.Regelaar VRC 520• Regeling van een ketel• Regeling van een verdelercircuit• Warmwaterbereiding• Meerfunctierelais voor verhogingretourwatertemperatuur of warm-water-circulatiepomp
Bedieningselementen en displaymeldingen Algemeen4BedieningselementenA. Draaiknop d voor het kiezen ...... van de wijze van gebruik (klepjegesloten)... van functies, parameters enwaarden (klepje geopend)B. Programmeertoets b voor het be-vestigen van de met draaiknop dgemaakte keuzeC. Schakelaar hand/automatisch(RESET)DisplaymeldingenA. Wijzen van gebruikB. Parameternummer of tempera-tuurweergaveC. Dagen van de week (1 - 7)D. Nachtstand of uitschakeltijd (scha-keltijdpaar)E. Dagstand of inschakeltijd (schakel-tijdpaar)F. Tijd, in-/uitschakeltijd, storings-nummer of parameterwaarde (bijv.temperatuur, Aan/Uit)G. VakantieprogrammaH. Schakeltijdparen I, II of IIIDe symbolen ↓, ° en → geven aan datde betreffende functies van de regelinggeactiveerd zijnI. Basisfunctieszie opdruk op de regelaarJ.
De wijze van gebruikverschijnt als symbool op de display.Wijze van gebruikiStandbyDe verwarming is uitgeschakeld(vorstbeveiliging werkt).qAutomatischAutomatische wisseling van deingestelde kamertemperatuurop de geprogrammeerde scha-keltijden.BDagstandIngestelde kamertemperatuur 1is actief.CNachtstandNachtstandtemperatuur (ECO-stand) is actief.FWarmwaterbereidingVerwarming van het warmewater tot de ingestelde warm-watertemperatuur is actief.De verwarming is uitgeschakeld(vorstbeveiliging werkt).WService-stand (15 min)Alle pompen en branders zijningeschakeld, verdelers wordenin de positie „open" gezet.Hand/automatischMet behulp van een kleine schroeven-draaier kan er worden omgeschakeldtussen hand en automatisch.qAutomatischxAlle pompen en branders zijn inge-schakeld. De verdelers worden nietaangestuurd, maar moeten met dehand worden versteld.
Verwarming opvragen/instellen Algemeen6Basisfuncties opvragenDe 10 basisfuncties staan op het huisafgedrukt.1. aOpen het klepje2. d Selecteer een basisfunctieBasisfunctiesKamertemperatuur 1 werk. temperatuur B/C ingestelde tempera-tuurKamertemperatuur 2 werk. temperatuur B/C ingestelde tempera-tuurNachtstandtemperatuur - - ingestelde tempera-tuurWarmwatertemperatuur werk. temperatuur B/C ingestelde tempera-tuurVerwarmingscurve 1 - - steilheidVerwarmingscurve 2 --steilheidVakantie - - aantal dagen1 2 3 4 5 6 7 (1 = maandag enz.)Tijd/dag - - tijdVerwarmingsprogramma functie B/C schakeltijd aan/uitParameterlijst parameter - waarde, functie
Algemeen Verwarming opvragen/instellen7Instellen basisfunctiesKamertemperatuurDe kamertemperaturen van de ver-warmingscircuits 1 en 2 (bijv. een radi-atorenverwarming en een vloerver-warming of twee gescheiden woningen)kunnen onanfhankelijk van elkaar wor-den ingesteld.1. aOpen het klepje2. dSelecteer kamertemp. 1 of ka-mertemp. 23. bBevestig de selectie4. d Stel de gewenste temperatuurin5. bBevestig de instelling6. zSluit het klepjeNachtstandtemperatuurDe kamertemperatuur kan lager wor-den ingesteld en zo kan er energieworden bespaard. De instelling geldtvoor beide verwarmingscircuits.1. aOpen het klepje2. dSelecteer nachtstandtempera-tuur3. bBevestig de selectie4. d Stel de gewenste temperatuurin5. bBevestig de instelling6. zSluit het klepjeWarmwatertemperatuur1. aOpen het klepje2. dSelecteer warmwatertemp.3. bBevestig de selectie4. d Stel de gewenste temperatuurin5.
Verwarming opvragen/instellen Algemeen8VerwarmingscurveDe steilheid van de verwarmingscurvegeeft aan hoe sterk de temperatuur vande watertoevoer in verhouding tot debuitentemperatuur verandert. Ze is af-hankelijk van de verwarmingsinstallatieen de bouwwijze van het huis.• Zakt de kamertemperatuur bij eendalende buitentemperatuur, dan isde steilheid te laag ingesteld.• Stijgt de kamertemperatuur bij eendalende kamertemperatuur, dan isde steilheid te hoog ingesteld.De verwarmingscurve kan het beste bijbuitentemperaturen onder de 5 °Cworden veranderd. Voer veranderingenuit met kleine stapjes en met grote tus-senpozen (min. 6 uur), omdat de in-stallatie zich moet instellen op de nieu-we waarden.1. aOpen het klepje2. dSelecteer verwarmingscurve 1of verwarmingscurve 23. bBevestig de selectie4. d Stel de gewenste temperatuurin5. bBevestig de instelling6.
zSluit het klepjeRichtwaarden• Vloerverwarming S = 0,4 tot 0,6• RadiatorenverwarmingS = 1,0 tot1,50,20,40,60,811,21,522,532040608010020 16 12 8 4 0 -4 -8 -12 -16Buitentemperatuur [ °C ]Temperatuur watertoevoer [ °C ]!Bij regelaars zonder invloed van eenkamervoeler is de juiste instellingvan de verwarmingscurve heel be-langrijk.!Instelling 0 = pure kamerregelingzonder weersafhankelijke invloedVakantieprogrammaNa het ingeven van de vakantiedagenstart het programma om 12.00 uur 'smiddags van de eerste en eindigt om24.00 uur van de laatste vakantiedag.Tijdens de vakantie schakelt de rege-laar op standby. Het vakantiesymboolverschijnt op de display.1. aOpen het klepje2. dSelecteer vakantie3. bBevestig de selectie4. d Stel het aantal vakantiedagenin5. bBevestig de instelling6. zSluit het klepjeBeëindigen van het vakantiepro-grammaDruk op schakelaar d bij gesloten klep-je.
zSluit het klepjeVerwarmingsprogramma's!Overzichten functies:zie tabellenVoor elk verwarmingscircuit kunnentwee verwarmingsprogramma's wordeningesteld.Elk verwarmingsprogramma kan maxi-maal drie schakeltijdparen (aan/uit) be-vatten.Voor de warmwaterbereiding en de cir-culatiepomp kunnen telkens tweeschakeltijdparen worden ingesteld.Schakeltijdparen kunnen voor alle da-gen van de week gelijk of verschillendworden ingesteld.Voorbeeld:Instellen van een• elke dag geldend• schakeltijdpaar I• voor verwarmingsprogramma 1• van verwarmingscircuit 1.(voorbeeldinstellingen: ) 88)1. aOpen het klepje2. dSelecteer verwarmingsprogramma3. bBevestig de selectie:4.
Verwarming opvragen/instellen Algemeen10eEBGd!Alle 8 functies kunnen worden ge-selecteerd. Bij niet bezette functies(bijv. geen verwarmingscircuit 2) kaner geen instelling plaatsvinden.5. bBevestigen van de selectie:6. dSelecteren van een periode) 10:01 maandag02 dinsdag03 woensdag04 donderdag05 vrijdag06 zaterdag07 zondag08 maandag t/m vrijdag09 zaterdag t/m zondag10 maandag t/m zondagEeEBGdInstellingsfunctie verlaten7. bBevestigen van de selectie:8. bActiveren instelmodus:Rode LED brandt.9. d Instellen inschakeltijd ) 5:30:
Algemeen Verwarming opvragen/instellen1110. bBevestig de instelling11. d Selecteren uitschakeltijd:12. bActiveren instelmodus:Rode LED brandt.13. d Instellen inschakeltijd )10:00:14. bBevestigen instelling:De invoer van het eerste scha-keltijdpaar van het verwar-mingsprogramma 1 voor ver-warmingscircuit 1 is afgesloten.Het tweede schakeltijdpaar van ditverwarmingsprogramma kan met dworden geselecteerd en overeenkom-stig punt 7 t/m 14 worden ingesteld.Verlaten instelniveaus:1. dEEeEBG d selecteren2. bBevestig de selectie:Nu kan een andere periode ofdag van de week worden ge-selecteerd.3. dEEeEBG d selecteren4. bBevestig de selectie:Nu kan een ander verwar-mingsprogramma worden ge-selecteerd.Beëindigen van de instellingzSluit het klepje
Verwarming opvragen/instellen Algemeen12Parameters opvragen/instellenParameters die niet bezet zijn, kunnenniet worden ingesteld. De parameters 20 t/m 85 zijn be-schermd door een code. 1. aOpen het klepje2. dSelecteer het parameter-niveau3. bBevestig de selectie4. dSelecteer de parameters 01 t/m15 (vlg. detabel)5. bBevestig de selectie:Als de parameter ingesteld kanworden, dan brandt de rodeLED. Als de parameter bij deze in-stallatie niet op de regelaar kanworden ingesteld, verschijnener ----. 6. dWaarde resp. instelling wijzi-gen. 7. bBevestig de instelling8.
Bij „--" en „0" verschillen voor hetnaar gelang de warmtebehoefteschakelen van de circulatiepomp. 10 Invloed kamervoeler verwarmings-circuit 2 (zie 09)11 Kamertemperatuurafhankelijke op-warmoptimalisering verwarmings-circuit 1:• 0 = uit• 1 = aanDe opwarmoptimalisering bepaaltde vervroeging van het tijdstipwaarop met verwarmen wordt be-gonnen. De waarden ter bepalinghiervan zijn de buitentemperatuurof de geldende kamertemperatuurop het tijdstip van de maximalevervroeging. Het verwarmingscir-cuit moet daarvoor eerst minimaal6 uur in de nachtstand hebben ge-staan.
Storingsmeldingen Algemeen14Storing smeldingenStoring herkennenAls er in de verwarmingsinstallatie eenstoring optreedt, verschijnen een knip-perend waarschuwingsdriehoekje (E)en het bijbehorende storingsnummerop de display van de regelaar.Betekenis van de storing:E 70 Watertoevoervoeler van een verwar-mingscircuit defect (breuk/sluiting)E 75 Buitenvoeler defect (breuk/sluiting)E 76 Reservoirvoeler defect (breuk/sluiting)E 77 Ketelvoeler is defect (breuk/sluiting)E 79 Temperatuurvoeler voor extra relaisdefect (breuk/sluiting)E 80 Kamervoeler van een verwarmingscir-cuit defect (breuk/sluiting).E 81 Fout in de EEPROM-> controleer de parameterwaarden!Vaak kan een storing door eenRESET van de regelaar worden ver-holpen.RESETRESET naar instelwaarden1. aOpen het klepje2.
Elektrische aansluiting Voor de installateur16Elektri sche a anslu itingElektrische aansluitingE De regelaar is ontworpen vooreen bedrijfsspanning van 230 VAC bij 50 Hz. Het brandercontactis potentiaalvrij en moet altijd inserie met de mechanische ketel-thermostaat worden aangesloten.E Attentie: Voelerleidingen moetengescheiden van stroomleidingenworden gelegd!!Na aansluiting of verandering vande aansluiting van de voelers enafstandsbedieningen moet de re-gelaar even worden uitgeschakeld(hoofdschakelaar / reset). Bij hetopnieuw inschakelen wordt defunctie van de regelaar overeen-komstig de aangesloten voelersopnieuw geconfigureerd.
Voor de installateur Voelers19Voeler sKetelvoeler KFSPlaats van montage:Dompelhuls voor thermometer, tempe-ratuurregelaar en ketelvoeler in deverwarmingsketel.Montage:Schuif de voeler zo ver mogelijk in dedompelhuls.Watertoevoervoeler VFASPlaats van montage:• Bij ketelbesturing in plaats van deketelvoeler KFS zo dicht mogelijkachter de ketel op de watertoe-voerleiding.• Bij het werken met verdeler ca.0,5 m achter de circulatiepomp.Montage:1. Maak de watertoevoerleiding goedschoon.2. Breng warmtegeleidende pastaaan.3. Bevestig de voeler met eentrekstrip.Reservoirvoeler SPFSPlaats van montage:In de dompelbuis van het warmwater-reservoir (meestal aan de voorkant vanhet reservoir).Montage:Schuif de voeler zo ver mogelijk in dedompelbuis.E De dompelbuis moet droog zijn.
Voelers Voor de installateur20Buitenvoeler AFSPlaats van montage:• Zomogelijk op een muur op hetnoorden of noordoosten achter eenverwarmde ruimte.• Ca. 2,5 m boven de grond.• Niet boven ramen of luchtschach-ten.Montage:1. Trek het deksel eraf.2. Bevestig de voeler met de bijgele-verde schroef.Afstandsbediening FBR1Draaischakelaar voor de instelling vande kamertemperatuur (±5 K)Draaischakelaar met de standen:q werken met schakelklokC continu nachtstandB continu dagstand!De verwarmingsprogramma-schakelaar moet op q staan.Plaats van montage:• Binnenmuur in de hoofdwoonka-mer van het verwarmingscircuit.• Niet in de buurt van radiatoren ofandere apparaten die warmte afge-ven.• Willekeurig als er geen invloed vaneen kamervoeler wordt ingesteld.Montage:1. Wip het kapje met een schroeven-draaier van de voet, zie afbeeldingaan de achterkant.2. Bevestig de voet op de plaats vanmontage.3.
Voor de installateur Accessoires21Acce ssoire sMaximaalbegrenzerAls een maximumbegrenzer noodzake-lijk is, dan moet deze in de leiding (L1‘)van de pomp van het verwarmingscir-cuit worden opgenomen.TelefoonschakelaarMet een telefoonschakelaar kan deverwarming op verwarmen h wordengeschakeld.Voor de installatie worden op de rege-laar de aansluitklemmen voor de af-standsbediening FBR1 gebruikt (zieaansluitschema). Zodra er op deklemmen 2 en 3 van de betreffendestekker een kortsluiting wordt gede-tecteerd, schakelt het toegewezen ver-warmingscircuit op verwarmen. Daar-naast wordt de warmwaterbereidinggeactiveerd. Als de kortsluiting wordtopgeheven, verwarmt de regelaar weervolgens het ingestelde verwarmings-programma.Installateur-niveauDe instelling van deze parameters ispas mogelijk na invoer van het code-nr.onder parameter 20.Code-nr.
bij uitlevering: 1234!Bij een bepaalde installatie niet opde regelaar instelbare parametersworden door streepjes [----] op dedisplay aangegeven of verschijnenniet op de display.!Als toets b bij het selecteren van eenbeschermde parameter voor de in-voer van het code-nr. wordt inge-drukt, dan wordt automatisch de pa-rameter 20 (opvragen code)weergegeven. I III
Accessoires Parameters van de installatie opvragen/instellen22Acce ssoire sParamet ers v an de inst allati e opvr agen/in ste llenParameters opvragen/instellen1. aOpen het klepje2. dSelecteer het parameter-niveau3. bBevestig de selectie4. dSelecteer parameter 20:5. bActiveren instelmodus:Rode LED brandt.6. dStel het eerste cijfer van hetcode-nr. in.7. bBevestigen instelling:Rode LED brandt.8. Stel het tweede t/m vierde cijfervan het code-nr. in en bevestig:De rode LED dooft.9. dSelecteer parameter 21 t/m 85.10. bActiveren instelmodus:Rode LED brandt.11. dWaarde resp. instelling wijzi-gen.12. bBevestig de instelling
120 s.Service81 Relaistest Alleen weergave, afhankelijk van configuratie82 Voelertest Alleen weergave, afhankelijk van configuratie83 Softwareversie regelaar Alleen weergave*) Indien bij regeling van een zonnecollectorpomp: parameter 29 de afschakeltemperatuur (b.v. 90 °C) wordt ingesteldt, kann de schakelhysterese (parame-ter 30) worden ingesteld tussen 7 en 25 K. De standaard instelling is 7 K.
Parameters van de installatie opvragen/instellen Accessoires25Toelichting20 Invoer code-nr. Invoer voor het vrijgeven van het in-stallateur-niveau. 21 Code-nr. Definitie van een nieuw code-nr. 24 VorstbeveiligingstemperatuurDaalt de buitentemperatuur onder dezewaarde, dan schakelt de vorstbeveili-ging in. Alle pompen aan, ingesteldeketeltemperatuur 5 °C, ingestelde tem-peratuur reservoir 10 °C25/26 Maximale watertoevoertempe-ratuurverwarmingscircuit 1/2Begrenzing van de watertoevoertempe-ratuur gebeurt ter bescherming van deerachter geschakelde componenten(bijv. vloerverwarming). 27 Afstand verwarmingscurveDe ingestelde keteltemperatuur wordtberekend door optelling van de inge-stelde temperatuur van het maximaalwerkende verdelercircuit met de af-stand van de verwarmingscurve.
28 Functie voor temperatuurge-stuurd relais0 = verhoging retourwatertemperatuur met voeler op St VIIIKomt de retourwatertemperatuur onderde in parameter 29 ingestelde waarde,dan wordt de bypass-pomp ingescha-keld. Stijgt de temperatuur met de inparameter 30 ingestelde hysterese,dan wordt de pomp uitgeschakeld. De pomp kan alleen bij vrijgave van deketel worden ingeschakeld. 0 = circulatiepomp zonder voeler op St VIIIAls op stekker VIII geen voeler is aan-gesloten, dan wordt de functie WW –circulatiepomp geactiveerd. Het relaiswordt dan via het urenprogramma (ge-selecteerd verwarmingsprogramma 8)of met de warmwatervrijgave (param. 14 op 1) geschakeld. 1 = allesbrander met voeler op St VIIIDe pomp wordt ingeschakeld als deallesbrander (meerfunctievoeler) de in-gestelde hysterese (parameter 30) ho-ger is dan de temperatuur van de olie-/gasketel.
2 = accumulatorpompDe pomp wordt ingeschakeld als eenvan de verwarmingscircuits warm watervraagt (pomp verwarmingscircuit inge-schakeld). 3 = zonnecollectorverschil met voeler op St VIIIAls in plaats van FBR1 op het directeverwarmingscircuit een reservoirvoeler(St.
I, Kl 1/2) wordt aangesloten en demultifunctionele voeler als zonnecol-lectorvoeler wordt gemonteerd, kan ereen zonnecollector-temperatuurverschilregeling tussen demultifunctionele voeler op de collectoren het bufferreservoir worden inge-steld. De schakeltemperatuur param. 29wordt dan als maximale buffertempe-ratuur geanalyseerd. De schakelhyste-rese param. 30 is dan van 7 – 25 K in-stelbaar. 31 Blokkering vulpompDe vulpomp wordt ingeschakeld als deketeltemperatuur 5K hoger wordt dande temperatuur van het reservoir. Uitschakeling als de keteltemperatuurhoger is dan de temperatuur van het.
Accessoires Parameters van de installatie opvragen/instellen26reservoir of bij een temperatuur van hetreservoir boven de ingestelde tempe-ratuur (+naloop). 32 Parallel lopen pompDe verdelercircuitpomp loopt tijdens dewarmwaterbereiding. 33 Beveiliging tegen legionellaOpwarmen van de temperatuur in hetreservoir tot 65°C bij elke 20ste keeropwarmen (ten minste een keer perweek op zaterdag om 1. 00 uur). 34 Spanning buitenvoelerDe uitschakeling van de voeding voorde buitenvoeler maakt het mogelijk omte werken met max. 5 thermostatenmet slechts een buitenvoeler. De bui-tenvoelerklemmen van de thermostaatworden dan parallel geschakeld. Bijeen van de regelaars moet parameter34 op 1 staan. 51 Maximale keteltemperatuurBegrenst de keteltemperatuur tot de in-gestelde waarde. 52 Minimale keteltemperatuurVoorkomt het werken van de ketel bin-nen het bereik van condensvorming.
Uitschakeling van de ketel pas bij hetbereiken van de minimale temperatuur+ 5K. 53 Temperatuurverhoging bij WWKeteltemperatuurverhoging bij warm-waterbereiding = ingestelde tempera-tuur warm water + temperatuurverho-ging bij WW(Keteltemperatuur ≥≥≥≥ 70°C)54 AanloopontlastingVerkort het werken binnen het bereikvan condensvorming. De circulatie-pompen worden uitgeschakeld en deverdelers gaan dicht tot de ketel deaanlooptemperatuur heeft bereikt. 55 PermanenteminimaalbegrenzingZie 52. 1=AAN: de brander houdt bij gevraag-de warmte (vrijgave pomp) de ketel opde geprogrammeerde minimale tempe-ratuur. 0=UIT: de brander wordt overeenkom-stig de verwarmingscurve ingeschakelden bij het bereiken van de ingeschakel-de minimale temperatuur + 5K uitge-schakeld. (De minimale temperatuur is alleen bijingeschakelde brander werkzaam).
De ingestelde schakelhysterese wordtna het inschakelen van de brander li-neair binnen de hysteresetijd (57) ge-reduceerd tot de minimale schakel-hysterese van 5K. Daardoor is bij eengeringe belasting van de ketel (snelopwarmen) de door de gebruiker gede-finieerde schakelhysterese werkzaam. Een korte levensduur en veelvuldigschakelen van de brander worden zovoorkomen. Bij het langer werken vande brander (hoge verwarmingsbelas-ting) wordt de hysterese gereduceerdtot 5K.
Parameters van de installatie opvragen/instellen Accessoires2757 KetelhysteresetijdZie 56.61 BranderstartsWeergave van het aantal keren aan-springen van de brander.Resetten van de waarden door de pro-grammeertoets twee keer in te druk-ken.62 Looptijd branderWeergave van de looptijden van debrander.Resetten van de waarden door de pro-grammeertoets twee keer in te druk-ken.72 Looptijd verdelerRegelparameter (zie typeplaatje van destelmotor). Benodigde tijd voor het vol-ledig openen van de verdeler (in sec.).81 RelaistestActiveren door het indrukken van deprogrammeertoets b. Met draaiknop dkunnen de voorhanden relais wordengeschakeld (brander, pompen en ver-deler). Op de display wijst een pijl naarhet symbool van het geschakelde relais(zie hfdst.
Vaktermen Voor de installateur28Voor de installateurVakter menNachtstandtemperatuurTemperatuur waarop het verwarmings-circuit buiten de verwarmingstijden,bijv. 's nachts of in energiezuinig be-drijf, wordt geregeld. OpwarmoptimaliseringBepaalt de vervroeging van het tijdstipvan verwarmen. De berekening gebeurtafhankelijk van de buitentemperatuur ofde op dat moment heersende kamer-temperatuur. Zo wordt gewaarborgddat de verwarmde kamers op de in-schakeltijdstippen van de verwar-mingstijden hun ingestelde temperatuurhebben bereikt. (Alleen indien nacht-stand ≥ 6 uur. )BuitentemperatuurvertragingBij een zware constructie van het ge-bouw (dikke muren) moet een hogevertraging (3 uur) worden gekozen om-dat een verandering van de buitentem-peratuur een vertraagd effect heeft opde kamertemperatuur. Bij een lichteconstructie dient de vertraging 0 teworden ingesteld.
Eenmalig warm waterEenmalig opwarmen van het warmwa-terreservoir, bijv. om tijdens de nacht-stand te douchen. EEPROM-checkControleert om de 10 minuten of de in-stelwaarden van de regelaar binnen deaangegeven grenzen liggen. Als eenwaarde buiten de grenzen ligt, danwordt deze vervangen door de bijbeho-rende standaardwaarde. De overschrij-ding van het bereik wordt aangegevendoor een knipperend E en het storings-nummer 81. Controleer in dat geval de belangrijkeinstelwaarden van de regelaar. E dooftna een herstart van de thermostaat(RESET). VorstbeveiligingsschakelingSchakelt bij het bereiken van de vorst-beveiligingstemperatuur de circulatie-pompen in (inschakeltemperatuur opparameterniveau). Als de vorstbeveili-ging werkt, wordt de ingestelde ka-mertemperatuur voor alle verwar-mingscircuits op 5°C en de ingesteldewarmwatertemperatuur op 10°C gere-geld.
Elk verwarmingsprogramma is samen-gesteld uit maximaal 3 verwarmingstij-den voor elke dag. Verwarmingstijdenworden bepaald door schakeltijdparen(in- en uitschakeltijd). Zo kunnen tweeverschillende verwarmingsprofielenworden opgeslagen (vakantie/werktijd,vroege/late dienst). Het selecteren van de verwarmings-programma's gebeurt via de parame-ters 03 en 06 van het verwarmingspro-gramma-niveau. Verder kan er telkens een tijdprogram-ma voor de warmwaterbereiding (07)en de circulatiepomp (08) worden ge-programmeerd. Deze programma's be-vatten elk twee vrijgavetijden voor elkedag. De circulatiepomp kan bovendien.
Voor de installateur Vaktermen29via de parameter 14 van het parame-terniveau met de warmwatervrijgavetij-den worden geschakeld. KeteltemperatuurZie watertoevoer- resp. keteltempera-tuurMaximale vervroegingMaximale vervroeging van het begin-tijdstip van verwarmen door de opwar-moptimalisering. Per installatie speci-fiek instelbaar. Anti-blokkeerbeveiliging pompenVoorkomt het blokkeren van de pom-pen door te lange stilstandstijden. Pompen die in de afgelopen 24 uur niethebben gelopen, worden om 12. 00 uurgedurende 5 sec. ingeschakeld. Nalooptijd pompenCirculatiepompen lopen na uitschake-ling 5 minuten na als de brander in deperiode van de laatste 5 minuten voorhet tijdstip van uitschakelen ingescha-keld was. Invloed kamervoelerBij de berekening van de watertoe-voertemperatuur kan rekening wordengehouden met de kamertemperatuur.
De invloedsfactor (parameterlijst) kantussen 0 (puur weersafhankelijk) en 20(geringe invloed buitentemperatuur)worden ingesteld. In de stand „--" is dekamertemperatuurregeling uitgescha-keld. De standen „--" en „0" hebben in-vloed op de al naar gelang de warmte-behoefte noodzakelijke schakeling vande circulatiepompen. KamertemperatuurDe gewenste kamertemperatuur is no-dig voor de berekening van de water-toevoertemperatuur. De kamertempe-raturen 1 en 2 zijn toegewezen aan derespectievelijke verwarmingscircuitsvan de thermostaat. Bij aansluiting vaneen afstandsbediening met kamervoe-ler wordt de op een bepaald momentheeersende temperatuur van de toe-gewezen referentie-kamer op de dis-play (links) weergegeven. Deze kan viade invloed van de kamervoeler wordengebruikt voor de regeling van de ka-mertemperatuur.
Vaktermen Voor de installateur30pomp na het 1 keer opvragen vanwarmte in de nachtstand door.Watertoevoer- resp. keteltempera-tuurDe watertoevoertemperatuur is detemperatuur van het water dat naar deradiatoren van een verwarmingscircuitstroomt. Deze wordt, indien voorhan-den, door de verdelers van de verwar-mingscircuits geregeld.De keteltemperatuur wordt in de ketelgemeten.
De ingestelde keteltempera-tuur komt overeen met de hoogst bere-kende watertoevoertemperatuur plusde instelbare afstand van de verwar-mingscurve voor verdelercircuits.WarmwaterbereidingDe geprogrammeerde warmwatertem-peratuur wordt door het schakelen vande vulpomp van het reservoir en debrander afgeregeld.Weersafhankelijke regelingKetel- of watertoevoertemperatuurworden bepaald door de buitentempe-ratuur, de exact ingestelde verwar-mingscurve en de ingestelde kamer-temperatuur.De circulatiepomp wordt weersafhan-kelijk gestuurd en bij vraag naarwarmte of werkende vorstbeveiligingingeschakeld.
33Verklaring van overeenkomstVRC 520voldoet bij inachtneming van de toe-passelijke installatievoorschriften en deaanwijzingen van de fabrikant aan deeisen van de relevante richtlijnen ennormen.GarantievoorwaardenBij ondeskundige installatie, inge-bruikname en onderhoud van de rege-laar vervalt de aanspraak op de fa-brieksgarantie.Storingen die het gevolg zijn van een verkeerde bediening ofinstelling vallen niet onder de garantie.CC/V 0701 6.6701.294-01 Printed in Germany Wijzigingen voorbehouden
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant VRC 520 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermostaat Vaillant
Handleiding Thermostaat
Nieuwste handleidingen voor Thermostaat