Trumatic E 2400 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Trumatic E 2400 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Trumatic E 2400 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Trumatic |
| Categorie: | Heater |
| Model: | E 2400 |
Handleiding Trumatic E 2400 – volledige tekst
57Bevestiging van de verwarming. 58Dubbele-buizenaansluiting op de verwarming. 58Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wand. 58Bevestiging van de verwarming. 58Warmeluchtverdeling en recirculatie bij inbouw binnen. 58Warmeluchtverdeling. 58Recirculatie. 58Warmelufttoevoer en recirculatie bij montage buiten. 59Aansluiting van de bui zen aan de verwarming. 59Montage van de buizen bij doorvoeringen. 59Warmeluchtverdeling. 59Recirculatie. 59Montage van het bedieningspaneel. 59Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaar. 60Montage van het bedieningspaneel met schijfschakelaar. 60Montage van de elektronische regeleenheid. 60Elektrische aansluiting 12 V / 24 V. 61Gasaansluiting. 61Functiecontrole. 61Waarschuwingen. 61Trumatic E 2400Gebruikte symbolenSymbool wijst op mogelijke gevaren. Aanwijzing met informatie en tips.
VeiligheidsaanwijzingenVoor de werking van gasregelaars, gastoestellen resp. gasin-stallaties, is het gebruik van staande gasflessen waaruit gas in gasvormige toestand wordt genomen verplicht voorge-schreven.
Gasflessen waaruit gas in vloeibare toestand wordt genomen (bijv. voor heftrucks) zijn voor de werking verboden, omdat zij tot beschadiging van de gasinstallatie leiden. Bij lekken in de gasinstallatie of wanneer een gasreuk wordt waargenomen: alle open vlammen blussenniet rokende apparate uitschakelensluit de gasflesramen en deuren openenzet geen elektrische apparaten aanlaat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen. Reparaties mogen alleen door vakbekwame monteurs worden uitgevoerd. Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieu-we O-ring gemonteerd worden. Garantie en claims i. v. m.
aansprakelijkheid komen in onder-staande gevallen te vervallen: veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren), veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen, gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als ver-vangende onderdelen of toebehoren, het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig. De werkdruk van de gasvoorziening 30 mbar moet overeen-stemmen met de werkdruk van het toestel (zie typeplaat). LPG-installaties moeten voldoen aan de technische en admi-nistratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik (in Europa b. v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v.
het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden. Bij industrieel benutte voertuigen dient er rekening te worden gehouden met de desbetreffende ongevallenpreventievoor-schriften van de on gevallenverzekeringen (BGV D 34). De controle van de gasinstallatie dient alle 2 jaren van een deskundige voor vloeibaar gas (DVFG, TÜV, DEKRA) te wor-den herhaald. Ze dient op het overeenkomstig onderzoekattest (G 607, G 608 resp. BGG 935) te worden bevestigd.
51Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk 10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker verantwoordelijk. Generatorgastoestellen mogen bij het tanken, in parkeergara-ges, garages of op veerboten niet gebruikt worden. Bij de eerste ingebruikname van een fabrieknieuw apparaat (en na een langere stilstand) kan zich kort een lichte rook – en geurontwikkeling voordoen. Het is raadzaam het apparaat di-rect met de hoogste temperatuurinstelling te laten branden en voor een goede beluchting van de ruimte te zorgen. Een abnormaal brandergeraas of een afblazende vlam duidt op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat geval nakijken. Warmtegevoelige voorwerpen (bijv.
spuitbussen) of brandbare vloeistoffen mogen niet in de inbouwruimte van de kachel worden opgeslagen, omdat er hier onder bepaalde omstan-digheden hoge temperaturen kunnen optreden. Voor de gasinstallatie mogen uitsluitend drukregelaars con-form EN 12864 (in voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor boten) met een vaste uitgangsdruk van 30 mbar gebruikt wor-den. De doorstromingssnelheid van de drukregelaar moet ten minste overeenstemmen met het maximum verbruik van alle door de installatiefabrikant ingebouwde toestellen. Voor voertuigen raden wij de gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS en voor de tweeflessengasin-stallatie de gasdrukregelinstallaties Truma DuoComfort / DuoControl CS aan. Bij temperaturen rond 0 °C en daaronder moet de gasdruk-regelaar resp. de omschakelklep met de regelaarverwarming EisEx gebruikt worden.
Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte regelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontroleerd worden op broosheid. Voor gebruik in de winter mogen uit-sluitend winterharde speciale slangen gebruikt worden.
Wanneer de drukregelaars bloot staan aan weersinvloeden, speciaal bij de vrachtwagen – dient de regelaar steeds door de Truma beschermkap te worden beschermd (serie-accessoire van vrachtwagen aanbouwset). Belangrijke bedieningsvoorschriftenWerd de schoorsteen in de buurt resp. direct onder een te openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn van een automatische uitschakelinrichting, om werking bij geopend venster te verhinderen. Regelmatig, vooral na lange reizen, moet worden gecontro-leerd of de gecombineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aansluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen. Na een kleine interne gasontploffing (foutieve ontsteking) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam monteur wor-den gecontroleerd.
Bij de verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd, dienen de flexibele luchtbuizen regelmatig op beschadigingen te worden gecontroleerd. Door een beschadigde buis kunnen eventuele rookgassen in het voertuig terecht komen. De warmte-uitlaat voor de rookgasavoer en de toevoer van verbrandingslucht moet altijd wprden gehouden van vuil (sneeuwblubber, bladeren, enz. ). De ingebouwde temperatuurbegrenzer sluit de gas-toevoer af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mogen de warme-luchtuitlaten en de recirculatieopening niet worden afgesloten. Bij een storing van de elektronische printplaat, moet deze goed verpakt worden teruggestuurd. Als u dit niet doet, ver-valt iedere aanspraak op garantie. Ter vervanging mogen enkel originele printplaten worden gebruikt.
Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven. De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste. Als er veiligheidsafsluitinrichting (bijv.
zoals geenin de gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS) geïnstalleerd is, moet de gasfles tijdens de rit gesloten zijn en moeten er waarschuwingsborden in de flessenkast en in de omgeving van het bedieningspaneel aan-gebracht worden. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan. Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen uitslui-tend originele reserveonderdelen van Truma gebruikt worden. Bij rookgasleiding onder de vloer moet de vloer van het voer-tuig dicht zijn. Bovendien moeten ten minste drie kanten on-der de voertuigbodem vrij zijn, om een ongehinderd wegtrek-ken van het rookgas te garanderen (sneeuw, spoilers, enz. ).
52Voor ingebruikname dienen eerst de gebruiksaanwijzing en de „Belangrijke bedieningsvoorschriften” te worden doorgenomen. De eigenaar van het voertuig is ervoor ver-antwoordelijk dat het apparaat op correcte wijze kan worden bediend. De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwin-gen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.
Bedieningspaneel met draaischakelaarDraaischakelaar op het gewenste vermogen (c) zetten. Bij lage buitentemperatuur verwarming op volle belasting laten aanlopen. De verwarming Trumatic E is getest en toegelaten voor gebruik, ook tijdens het rijden. De ventilator-ondersteun-de brander garandeert een perfect functioneren, ook bij extre-me windomstandigheden. Evtl. moeten nationale beperkingen voor het gebruik van vloeibare gasapparatuur gedurende het rijden in acht worden genomenen.
––––Gebruiksaanwijzing Inbedrijfname ventilatieBedieningspaneel met schuifschakelaarSchakelaar (a) op ventilatie en schakelaar (b) op het gewenste vermogen zetten. Bedieningspaneel met draaischakelaarDraaischakelaar op het gewenste vermogen (e) zetten. UitschakelenSchuifschakelaar (a) resp. draaischakelaar (d) in het midden zetten. Wanneer de verwarming na een verwarmingsfase wordt uitgeschakeld, kan de ventilator vanwege het gebruik van de restwarmte nog nalopen. Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ge-bruikt, snelsluitventiel in de gastoevoerleiding en de gasfles sluiten. Groen LED „Werking”(onder draaiknop)Bij het ingeschakelde apparaat (verwarmen of ventilatie) moet de groene LED oplichten (de ventilator is in werking). Indien de LED oplicht, eventueel de (hoofd-)schake-nietlaar controleren. Gebruik hiervoor de handleiding van de voertuigproducent.
Bij het verwarmen, terwijl de vlam brandt, verdubbelt de lichtsterkte van de groene LED. Daarmee kan ook het scha-kelpunt van dat moment voor de ruimtetemperatuur worden vastgesteld. ZekeringenDe toestelzekering alsmede de zekering van het bedienings-paneel bevinden zich op de elektronische regeleenheid op het toestel. Toestelzekering (F1): 3,15 AT – traag – (EN 60127-2-3)Zekering bedieningspaneel (F3): 1,6 AT – traag –De fijnzekering mag enkel door een bouwidentieke zekering worden vervangen. Rood LED „storing”Bij een storing licht de rode LED op. Mogelijke oorzaken zijn: geen gastoevoer, onvoldoende verbrandingslucht, sterk vervuild be luchtings rotor, defecte zekering, enz. De storing kunt u opheffen door het apparaat eerst uit en dan weer in te schakelen.
Als het venster, waaraan een vensterschakelaar is gemonteerd, wordt geopend en gesloten, komt dit overeen met een uit / aan aan het bedieningspaneel (bijv. bij storingsreset). Knipperen duidt op een te geringe of te hoge bedrijfsspan-ning voor de verwarming (evtl. batterij opladen).
In Duitsland moet bij storingen in principe het Truma ser-vicecentrum worden gewaarschuwd; in andere landen staan de bestaande servicepartners tot uw beschikking (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). AfvalverwerkingDe gaskachel moet volgens de bepalingen van overheidswege van het desbetreffende land worden afgevoerd. Nationale voorschriften en wetten (in Duitsland is dit bijv. de Altfahr-zeug-Verordnung) moeten in acht worden genomen.
53Accessoires1. Voorschakelapparaat VG 2 ten behoeve van verwarmingen voor bestuurderscabines van voertuigen voor het transport van gevaarlijke stoffen en tankwagens volgens ADR (mag in combinatie met een niettijdschakelklok worden gebruikt). 2. Buitenschakelaar AS voor het in- resp. uitschakelen van de verwarming buiten het voertuig, bijvoorbeeld bij laadruimte-verwarmingen (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel). 3. Akoestische storingsmelder ASM geeft een akoestisch signaal bij een eventuele storing. 4. Tijdschakelklok ZUE / ZUE 2 t. b. v. het voorprogrammeren van 3 inschakeltijden binnen 7 dagen, compl. met 4 m aansluitkabel (geschikt voor 12 V en 24 V boordnet). ZUE, art. -nr. 39890-00, voor de inbouw in aanwezige openingen, passend bij het bedieningspaneel met schuifschakelaar. ZUE 2, art. -nr. 39891-00 met afdekraampje, passend bij het bedieningspaneel met draaischakelaar. 5.
Voelercontroleert de ruimtetemperatuur, onafhankelijk van de po-sitie van het bedienings paneel (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel). 6. Multi-contactdoos MSDvoor het aansluiten van meerdere accessoires (b. v. tijdscha-kelklok en voeler). Verlengkabel voor accessoires Posities 1 – 6 met 4 m of 10 m (zonder afb. ). 7. Direktschakelaar DIS 1voor gebruik van de verwarming, alleen in hoogste stand zonder temperatuurregeling (leverbaar met 10 m aansluit-kabel). Vervangt het bedienings paneel. Of direct-vaste temperatuurschakelaar DFSvoor gebruik van de verwarming ingesteld op een vast ingestelde temperatuur (40 °C – 70 °C al naar gelang de uitvoering). Vervangt het bedienings paneel. Alle elektrische accessoires zijn voorzien van een stekker en kunnen afzonderlijk worden aangesloten. Technische gegevensvastgesteld conform EN 624 resp.
54Instructies voor het opsporen van foutenFout Oorzaak VerhelpenNa inschakelen brandt geen LED.Geen bedrijfsspanning.Toestel- of voertuigzeke-ring defect.–– Accuspanning 12 V / 24 V controleren, zonodig opladen.Alle elektrische steekverbindingen controleren.Contactonderbreker van toestel en voertuig controleren en eventueel vernieuwen (zie zekeringen).–––Na het inschakelen brandt de groene LED, maar de kachel brandt niet.De ingestelde tempera-tuur op het bedienings-deel is lager dan de binnentemperatuur.– Binnentemperatuur op het bedieningsdeel hoger zetten.–Rode LED knippert 1 x per seconde.Rode LED knippert 3 x per seconde.Venster boven de schoorsteen open (vensterschakelaar).Onderspanningsbereik 12 V: 10,9 V – 10,5 V.24 V: 21,8 V – 20,7 V.Overspanningsbereik 12 V: 15,8 V – 16,4 V24 V: 31,8 V – 33,1 V.–––Venster sluiten.Accu laden!Batterijspanning en spanningsbronnen, zoals bijvoorbeeld het laadapparaat, nakijken.–––Ca.
30 sec. na het inscha-kelen van de kachel gaat de rode LED branden.Gasfles of snelsluitende klep in de gastoevoerlei-ding gesloten.Verbrandingsluchttoe-voer c.q. uitlaatgasafvoer gesloten.––Gastoevoer controleren en kleppen openen.Schoorsteenafdekkap afnemen.Openingen controleren op verontreinigingen (sneeuwblub-ber, ijs, bladeren etc.) en deze eventueel verwijderen.–––Kachel schakelt na een lange werkingstijd uit op storing.Uitlaatopeningen warme lucht geblokkeerd.Circulatie-aanzuiging geblokkeerd.Gasdrukregelaar bevroren.–––Controle van de afzonderlijke uitlaatopeningen.Blokkade in de circulatie-aanzuiging verwijderen.Regelaarverwarming (EisEx) gebruiken.–––Als deze maatregelen de storing niet verhelpen, neem dan contact op met de Truma Service.
55Garantieverklaring van de fabrikant Truma1. Gevallen waarin op garantie aanspraak kan worden gemaaktDe fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daar-naast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaarden voor aanspraak op garantie van kracht. Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt Voor aan slijtage onderhevige onderdelen en natuurlijke slijtage,bij gebruik van andere dan originele Truma onderdelen in de apparaten,bij gasdrukregelaars die schade opgelopen hebben door vreemde stoffen (bijv. oliën, weekmakers) in het gas,indien de inbouw- en gebruiksaanwijzingen van Truma niet werden aangehouden,als gevolg van ondeskundig gebruik,als gevolg van een ondeskundige transportverpakking. 2.
Omvang van de garantie De garantie geldt voor defecten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-over-enkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke gebreken alsnog verhelpen, d. w. z. naar eigen keuze herstellen of voor een vervangende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gerepareerde of vervangen onderdeel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude garantietermijn. Andere aanspraken, met name vervanging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschrif-ten van de wet op produkt-aansprakelijheid blijven onvermin-derd gelden.
De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afdeling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, verplaatsings-, arbeids- en materiaalkosten, worden door de fabrikant gedra-gen, als de service-afdeling in Duitsland wordt ingezet. Werk-zaamheden van de afdeling klantenservice in andere landen vallen niet onder de garantie. Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaamheden aan het toestel (bijv.
demontage van meubel- of carrosserie-onderdelen) vallen niet onder de garantie. 3. Indienen van garantieclaim Het adres van de fabrikant luidt: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KG Wernher-von-Braun-Straße 1285640 Putzbrunn, DuitslandBij storingen kunt u zich tot het Truma Servicecentrum wen-den of tot een van onze erkende servicepartners (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). Omschrijf uw klacht(en) ge-detailleerd en vermeld het serienummer van het toestel en de aankoopdatum. Om de fabrikant in staat te stellen te controleren of er sprake is van een geval dat onder de garantie valt, moet de con-sument het toestel op zijn risico naar de fabrikant / service-partner brengen of naar hem opsturen. Bij schade aan de warmtewisselaar moet ook de gebruikte gasdrukregelaar mee-gestuurd worden.
Bij airconditioningtoestellen: Om transportschade te vermijden, mag het toestel alleen na overleg met het Truma Servicecentrum Duitsland of de erkende servicepartner verstuurd worden. Anders draagt de verzender het risico voor eventuele transportschade. Bij opsturen naar de fabriek dient het toestel als vrachtgoed verzonden te worden. Indien het geval onder de garantie valt, draagt de fabriek de transportkosten resp. kosten van opstu-ren en terugsturen. Als niet op garantie aanspraak kan worden gemaakt, informeert de fabrikant de klant hierover en geeft aan welke kosten niet voor rekening van de fabrikant zijn. Bo-vendien zijn in dit geval de verzendkosten voor rekening van de klant. ––––––Conformiteitsverklaring1. Stamgegevens van de fabrikantNaam: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KGAdres: Wernher-von-Braun-Str. 12, D-85640 Putzbrunn2.
56Inbouw en reparatie van de kachel mogen alleen door een vakbekwaam monteur worden uitgevoerd. Voor be-gin van de werkzaamheden moet eerst deze inbouwhandlei-ding zorg vuldig worden doorgenomen. Het niet naleven van de inbouwvoorschriften of een verkeerde montage kan lichamelijke letsels en zaakschade veroorzaken. ToepassingsgebiedDit toestel is gebouwd voor inbouw in voertuigen (campers, caravans, boten, vrachtwagens). Andere toepassingen zijn in overleg met Truma mogelijk. Inbouw binnenin autobussen (voertuigklasse M2 en M3) is niet toegestaan. Voertuigen voor gevaarlijke stoffen van de klasse EX/II en EX/III Verbrandingstoestellen voor gasvormige brandstof zijn niet toegestaan. ToelatingVoor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven.
De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste. Door de inbouw van een veiligheidsafsluitinrichting, bijv. de gasdrukregelinstallatie Truma SecuMotion / MonoControl CS, met passend gebouwde gasinstallatie, is het gebruik van een typegecontroleerde vloeibaargasverwarming tijdens het rijden volgens de EG-richtlijn 2001/56/EG in heel Europa toegestaan. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan. De verwarming is toegelaten voor inbouw in motorvoertuigen (campers voertuigklasse M1) voor personenvervoer met maxi-maal 8 zitplaatsen buiten de chauffeursstoel, voor aanhangers (caravans voertuigklasse O) alsmede voor bedrijfswagens (voertuigklasse N). Het jaar van de eerste ingebruikname moet op de typeplaat worden aangekruist. VoorschriftenGarantie en claims i. v. m.
aansprakelijkheid komen in onder-staande gevallen te vervallen: veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren), veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen, gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als vervangende onderdelen of toebehoren, het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig. De inbouw in voertuigen moet voldoen aan de technische en administratieve bepalingen van het betreffende land van ge-bruik (b. v. EN 1949 voor voertuigen. Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607) moeten in acht genomen worden. In Duitsland moeten voor bedrijfsmatig gebruikte voertuigen de betreffende ongevallen-preventievoorschriften van de on-gevallenverzekeringen (BGV D 34) in acht genomen worden.
––––In andere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd. Meer informatie over de voorschriften in de verschillende landen kunt u aanvragen bij onze dealers in het buitenland (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). Aanwijzingen voor inbouw in bedrijfsauto’sDe TÜV-gekeurde flessenhouder (art. -nr. 39742-00) is bestanddeel van de typegoedkeuring volgens de verwarmingsrichtlijn 2001/56/EG voor de verwarmingen Trumatic E. Volgens deze verordening mogen 2 gasflessen met ieder max. 15 kg in-houd aangesloten zijn en gedurende het rijden voor de werking van de verwarmingen worden gebruikt. Ter bescherming van het flessenventiel en de gasdrukregelaar is alleen de met de flessenhouder meegeleverde beschermkap noodzakelijk. Ter voorkoming van diefstal of om optische redenen kan de gasfles ook door de afsluitbare flessenkast (art. -nr. 39010-21100) omsloten worden.
Bij inbouw van het verwarmingstoestel in bijzonderen voertui-gen (bijvoorbeeld voertuigen voor het transport van gevaarlijk stoffen) moeten de voor dergelijke voertuigen geldende voor-schriften in acht worden genomen. Aanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabinesBij verwarmingen met gasafvoer onder de voertuigbodem moet de afvoermonding tot de zijdelingse of achterste begren-zing van de bestuurderscabine of van het voertuig gebracht worden. Er moet gegarandeerd zijn, dat er geen afvoergassen (bijv. van onderen door de voertuigbodem) in de binnenkant van het voertuig terecht kunnen komen. Montagehandleidingen en inbouwsets voor de betreffende types zijn bij Truma verkrijgbaar. In Duitsland is bij voertuigen voor gevaarlijke stoffen en tank-wagens in het toepassingsgebied van de ADR de verwarming alleen toegelaten met het Truma voorschakelapparaat.
Aanwijzingen voor de inbouw in botenDe inbouw in boten moet voldoen aan de technische en administratieve bepalingen van het betreffende land van gebruik (b. v. EN ISO 10239). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 608) moeten in acht genomen worden. In Duitsland moeten voor de commerciële binnenscheepvaart de „Richtlijnen voor bouw, uitrusting, controle en gebruik van generatorgasinstallaties voor huishoudelijke doeleinden op watervoertuigen in de binnenscheepvaart” (BGR 146) nage-leefd worden. Volgens deze mag de generatorgasinstallatie uitsluitend ingebouwd worden door installateurs die erkend zijn door de ongevallenverzekeringen voor de binnenscheep-vaart, en door experts van deze ongevallenverzekeringen gecontroleerd worden. In andere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd.
57PlaatskeuzeHet apparaat en de rookgasafvoer moeten zo worden ge-plaatst dat deze altijd goed toegankelijk zijn voor onderhouds-werkzaamheden en makkelijk in- en uitgebouwd kunnen worden. Om een gelijkmatige opwarming van het voertuig te bereiken, moet de verwarming zo centraal mogelijk in (of onder het voertuig) worden gemonteerd, waardoor de luchtverdelings-buizen ongeveer even lang kunnen worden gelegd. Haarden moeten zo geplaatst zijn, dat er geen afvoergassen in de binnenruimte terecht kunnen komen. De gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren. De wandschoorsteen moet zo aangebracht worden, dat er zich in een straal van 500 mm (R) geen tanksteun en geen tankventilatieopening bevindt. Bovendien mag zich binnen 300 mm (R) geen ontluch-tingsopening voor het woon-gedeelte of vensteropening bevinden.
RBij de montage van de haard binnen het gear-ceerde bereik onder of naast een te openen venster moet dwingend een elektrische ven-sterschakelaar (art. -nr. 34000-85800) aangebracht worden. Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinrich-ting van Truma (Accessoires, art. -nr. 39050-00800) automa-tisch uitgeschakeld worden. 300 mm300 mmAfvoer van rookgasVoor de verwarming Trumatic E 2400 mag voor de inbouw met een warmte-uitlaat in de wand alleen de Truma rook-gasbuis AA 24 (art. -nr. 39420-00) of bij boot-inbouw de Trumaedelstaal-rookgasbuis AEM 24 (art. -nr. 39430-00) en de verbrandingslucht-toevoerbuis ZR 24 (art. -nr. 39440-00) wor-den gebruikt, aangezien het apparaat alleen met deze buizen gekeurd en toegelaten is. Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring gemonteerd worden. Toegelaten lengte van buizen1.
150 cm moeten stijgend met een stijgingshoek van minimaal 45° worden gelegd. 2. Ondervloermontage met een warmte-uitlaat in de wand (zie inbouwvariant 2, blz. 2):– Warmte-uitlaat dubbelbuis lengte max. 70 cm, leggen naar keuze stijgend of tot 30 cm dalend. Binneninbouw met een warmte-uitlaat-set voor in de wandZie inbouwvarianten afb. 1 (blz. 2). Montage van de warmte-uitlaat in de wandWarmte-uitlaat in de wand tegen een zo loodrecht mogelijke wand monteren die aan alle zijden door de wind kan worden bereikt. Boor een opening (8) met Ø 70 mm (bij holle ruim-ten rond de warmte-uitlaat met hout opvullen). Dicht af met behulp van de meegeleverde rubberen pakking (10). Gestruc-tureerde oppervlakken moeten met een plastisch carrosserie-dichtmiddel – geen siliconenkit. – worden ingesmeerd. Bij grotere wanddikte eerst de dubbele rookgasbuis van buitenaf op de schoorsteen aansluiten.
Schuif de rubberen dichting (10) en de buisklem (4) op het binnendeel van de schoorsteen (11). Afvoerpijp (1) aan het begin samenpersen, zodat winding op winding valt, over de O-ring (2a) op het aansluitstuk (2) schuiven tot de band (3 – de schoorsteenafhoeking wijst naar boven) en klem (4) zo vastschroeven, dat de omgebogen rand van de klem om de band grijpt. 14232aGetand aansluitstuk (9) met een plastisch carrosserie-dicht-middel – geen siliconenkit. – insmeren en verbrandingslucht-toevoerbuis (5) er overheen schuiven. Binnendeel schoorsteen (11) met 3 schroeven (12) bevestigen (let op inbouwplaats. De Trumainscriptie moet beneden zijn). Buitendeel schoorsteenl (13) erop zetten en met 2 schroe-ven (14) vastzetten. Na elke demontage moet een nieuwe O-ring worden geplaatst.
58Bevestiging van de verwarmingAl naar gelang de inbouwplaats de verwarming met bevesti-gingsbeugels (a) of bevestigingshoeken (b) stevig vastschroe-ven. Dubbele rookgasbuis evtl. met buisklem ZR 24 (c) aan de wand bevestigen (onderdelen bijgeleverd). Dubbele-buizenaansluiting op de verwarmingDruk de rookgasbuis (1) aan het begin samen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Buisklem (4) over de rookaf-voerbuis (1) schuiven. Rookgasbuis over de O-ring op het aan-sluitstuk (2) tot aan de kraag (3) schuiven. Met buisklem (4) zodanig bevestigen, zodat de flensrand van de buisklem om de kraag grijpt. De verbrandingslucht-toevoerbuis (5) met buisklem (7) op aansluitstuk (6) bevestigen. Na elke demontage moet een nieuwe O-ring worden geplaatst. Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wandZie inbouwvariant afb. 2 (blz. 2).
Bouw de warmte-uitlaat voor in de wand tegen een zo lood-recht mogelijk oppervlak van een buitenwand (voertuig voer-tuigspoiler, zie „Binneninbouw met een warmte-uitlaat-set voor in de wand”). Indien de wandhaard met montagesteunen of dergelijke onder de bodem ingebouwd wordt, moet de voertuig-bodem dicht zijn en de gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren (zie ‚Plaatskeuze‘). Bevestiging van de verwarmingDe 3 bevestigingsbeugels (1, 2 + 3) aan de verwarming schroeven. Ver warming met de platen 1 + 2 vast aan bodem van het voertuig schroeven. Montagebeugel (4 – toebehoren art. -nr. 39050-74000) en lip (3) met schroeven (5) bevestigen. Veerring onder alle schroefkoppen en moeren leggen.
Warmeluchtverdeling en recirculatie bij inbouw binnenWarmeluchtverdelingAanzuigopeningen voor verwarmingslucht moeten zo zijn gerangschickt, dat een aanzuigen van uitlaatgazen van de voertuigmotor en het verwarmingstoestel niet kan plaatsvin-den. Bij de inbouw moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de in het interieur van het voertuig gebrachte verwarmingslucht kan worden verontreinigd (bijv. door oliedampen).
Aan deze voorwaarde wordt bijvoorbeeld voldaan bij luchtkachels in recirculatiestand (zowel bij inbouw binnen als bij inbouw buiten – bij frisseluchtgebruik mag de frisselucht niet uit de motorruimte of uit de buurt van de uit-laat of de rookgasafvoer-warmte-uitlaat van de kachel worden aangezogen). De warme lucht (W) wordt door de verwarming uitgeblazen, of direct, of via een warmeluchtbuis VR 80 (Ø 80 mm). Rooster bij het verwarmingsuitlaatpunt van de warme lucht verwijderen. Buis VR 80 (Ø 80 mm) aansluiten. Na het plaat-sen van een deel naar de buisaftakking kunnen ook de buizen VR 72 (Ø 72 mm), ÜR (Ø 65 mm) of ZR 18 (Ø 49 mm) gelegd worden. Teneinde oververhitting te vermijden, moet ten minste één luchtbuis niet afsluitbaar zijn (draaimondstuk SCW 2). Alle buisaansluitingen met plaatschroeven borgen. Buizen met buisklem bevestigen.
Het warmeluchtsysteem wordt voor ieder voertuigtype indi-vidueel volgens het modulaire principe ontworpen. Daarvoor staat een omvangrijk toebehorenprogramma ter beschikking (zie prospectus). Tekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kun-nen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagd. RecirculatieDe circulatielucht (U) wordt door het apparaat opnieuw aange-zogen, hetzij direct, hetzij via een buisstuk VR 80 (Ø 80 mm). 1. Direkte aanzuiging: indien de verwarming in een stuwkast of i. d. is ingebouwd, hierin 2 boorgaten Ø 75 mm of over-eenkomstig grote opening voor de recirculatie aanbrengen. Luchtkanalen voor de verwarming niet dichtstoppen. 2. Via een buisstuk VR 80 (1) Ø 80 mm (max. 1 m lengte) kan circulatielucht buiten de stuwruimte worden aangezogen en voor verwarming teruggevoerd.
59Warmelufttoevoer en recirculatie bij montage buitenZie inbouwvariant afb. 2 (blz. 2). De warmeluchttoevoer en de recirculatie tussen verwarming en voertuig moet met de flexibele luchtleidingen LF 18 (Ø 83 mm, lengte 60 cm) tot stand worden gebracht. De luchtleidingen kunnen naar behoefte worden ingekort. Een be-schermkast over de gehele verwarmingsinstallatie beschermt deze tegen beschadigingen en weersinvloeden en dient als extra isolatie. Aansluiting van de bui zen aan de verwarmingBeide beschermroosters vanuit de verwarming uitbouwen. de twee buisstukken LF 18 (1) aan de verstevigde uiteinden (2) met een plastisch carosseriedichtmiddel instrijken en in de openingen van de verwarming (W + U) schuiven. Met 2 plaat-schroeven (3) borgen. De buisverbinding vereist een correcte montage omdat er anders spatwater in de verwarming kan komen.
Montage van de buizen bij doorvoeringenTwee openingen Ø 73 mm (W + U) boren. De aansluitstuk-ken (4) aan de flens met plastisch carosseriedichtmiddel instrijken en vastschroeven, bij het geboorde gat (U) het beschermrooster (5) ertussen leggen. Beide buisstukken LF 18 (6) naar behoefte op lengte maken, deze met plastisch carosseriedichtmiddel instrijken en op de aansluitstukken (4) schuiven. Met schroefdraadklem (7) bevestigen. In de binnenruimte via de openeing (W) het aansluitstuk (8) vastschroeven (kan ook aan het buitenliggende aansluitstuk worden geschroefd). Bij holle dubbele wanden de tussen-ruimte dicht maken. WarmeluchtverdelingBuis VR 80 (9 – Ø 80 mm) aansluiten en met plaatschroef (10) borgen.
Op het aansluitstuk (8) kunnen ook de verschillende delen naar de buisaftakking worden geplaatst die het verder leggen van de buizen VR 72 (Ø 72 mm), ÜR (Ø 65 mm) of ZR 18 (Ø 49 mm) mogelijk maken. Teneinde oververhitting te vermijden, moet ten minste één luchtbuis niet afsluitbaar zijn (draaimondstuk SCW 2). Alle buisaansluitingen met plaatschroeven borgen. Buizen met buisklemmen bevestigen.
Het warmeluchtsysteem wordt voor ieder voertuigtype indi-vidueel volgens het modulaire principe ontworpen. Daarvoor staat een omvangrijk toebehorenprogramma ter beschikking (zie prospectus). Tekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kun-nen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagd. RecirculatieVia de opening (U) moet de verwarming voldoende circula-tieluicht kunnen aanzuigen. De recirculatie van de lucht vindt plaats binnen een stuwkast; hierin twee boorgaten (13) met ieder een Ø 75 mm of een overeenkomstig grote opening aanbrenegn. Luchtkana len naar de verwarming niet dichtstoppen. Wanneer de stuwruimte volledig benut moet blijven, dan kan de recirculatielucht via een draaimondstuk SCW 2 en een buisstuk VR 80 worden aangezogen. Hiertoe een aansluitstuk over de opening (U) vastschroeven.
Totale lengte tot de ver-warming max. 2 m. Montage van het bedieningspaneelBij toepassing van voertuig-, resp. fabrieksspecifieke bedienings paneel dient de elektrische aansluiting in overeenstemming met de Truma aansluitbeschrijvingen plaats te hebben. Iedere wijziging van de desbetreffende Trumaon-derdelen leidt tot wegval van de garantie alsook tot uitsluiting van aansprakelijkheidsclaims. De inbouwer (fabrikant) is voor een gebruiksaanwijzing voor de gebruiker alsook voor het be-drukken van de bedieningselementen verantwoordelijk. Let er bij de plaatsingskeuze op, dat de bedieningselementen niet aan direkte warmteuitstraling mogen worden blootgezet. Lengte van de aansluitkabel 4 m of 10 m. Is een montage enkel achter gordijnen of soortgelijke plaat-sen met temperatuur-schommelingen mogelijk, moet een afstandssensor voor de ruimtetemperatuur worden toegepast (Accessoires).
60Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaarAls inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwframe (1 – art. -nr. 40000-52600) als toebehoren. Gat Ø 55 mm boren. De bedieningspaneelkabel (2) aan het bedienings paneel (3) aansluiten en vervolgens de achterste afdekkap (4) als trekont-lasting opsteken. De kabel naar achteren doorschuiven en naar de elektronische regeleenheid verleggen. Het bedienings paneel met 4 schroeven (5) bevestigen en afdekframe (6) opsteken. Voor optische afsluiting van de afdeklijst (6) levert Truma zijdelen (7) in 8 verschillende kleuren. Vraag uw leverancier. Ø 55 mm27761354Montage van het bedieningspaneel met schijfschakelaarVoor voorhanden inbouwuitsparingen. Afdekplaat uit de inbouwuitsparing verwijderen.
Bedieningspaneelkabel (10) aan het bedienings paneel (8) aan-sluiten, door de inbouwuitsparing naar achteren doorvoeren en naar de elektronische regeleenheid verleggen. Bedienings paneel (8) indrukken tot de frontvlakte gelijk ligt. Indien geen inbouwuitsparing voorhanden is, kan het bedienings paneel met de meegeleverde frame voor ver-zonken montage worden gemonteerd. Als inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwframe (art. -nr. 39050-11600) als toebehoren. Montage van de elektronische regeleenheidDeksel van de regeleenheid losschroeven. De stekkers aan de elektronische regeleenheid mogen enkel losgetrokken en aangesloten worden als van tevoren de voedingsspanning werd afgeklemd. Stekker recht lostrekken. Stekker van de bedienings paneelkabel (1) volgens afbeelding aan de rode pennenlijst van de regeleenheid aansluiten.
Indien een schakelklok of een afstandsensor is inge-bouwd, de stekker hiervan aan de zwarte pennenlijst aansluiten. Bij gelijktijdige toepassing van meerdere on-derdelen geschiedt de aansluiting via het multistopcontact (Accessoires).
Onderdeel aan een goed bereikbare, tegen vochtigheid be-schermde plek met 2 schroeven bevestigen (mag niet over 65 °C worden verwarmd). Deksel van de regeleenheid losschroeven. Bij verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd moet de elektronische stuureenheid in de binnenruimte van het voertuig zodanig worden bevestigd dat deze tegen vocht en beschadiging is beschermd. In de vloer resp. in de wand een opening van Ø 25 mm boren, stekker (2) van de 20-poli-gen kabel van de stuureenheid aftrekken en door de opening leiden. Met kabelvulling afdichten. Stekker er weer insteken. In uitzonderingsgevallen kan de elektronische stuureenheid met beschermkast voor buiten aanwezige elektronica (Accessoires, art. -nr. 39950-00) buiten het voertuig worden gemonteerd.
61Elektrische aansluiting 12 V / 24 VElektrische leidingen, schakel- en stuurapparaten voor verwar-mingstoestellen moeten zo in het voertuig worden geplaatst dat ze onder normale bedrijfsomstandigheden probleemloos kunnen werken. Alle wanddoorvoeringen van leidingen die naar buiten voeren, moeten spatwaterdicht zijn uitgevoerd. Voordat u met elektrische onderdelen begint te werken, moet u de stroomtoevoer naar het apparaat afsluiten. Het volstaat niet het apparaat uit te schakelen vanaf het bedieningspaneel. Bij elektrisch laswerk aan het koetswerk moet het apparaat volledig worden losgekoppeld van de stroomkring van het voertuig. Als u de polen verkeerd aansluit, bestaat het risico dat de kabels in brand raken. Bovendien vervalt hierdoor elke aanspraak op garantie of verantwoordelijkheid. De rode kabel is plus, de blauwe kabel min.
Sluit het apparaat met een kabel van 2 x 1,5 mm² op het beveiligde boordnet aan (centrale zekering 5 – 10 A); bij een lengte van meer dan 6 m gebruikt u een kabel van 2 x 2,5 mm². Sluit de minpool aan op de centrale massa. Bij een directe aansluiting op de accu, moeten de plus- en de minleiding worden beveiligd. Voer de aansluitingen volledig geïsoleerd in Faston uit (autovlakstekersysteem 6,3 mm). Op de toevoerleidingen mogen geen andere stroomafnemen-de toestellen worden aangesloten. Bij gebruik van net- cq stroomvoorzieningapparaten moet erop gelet worden dat deze een geregelde uit-gangsspanning tussen 11 V en 15 V leveren en de rimpelfac-tor van de wisselspanning < 1,2 Vss bedraagt. Voor de ver-schillende toepassingen raden wij de laadautomaat van Truma aan. Vraag uw leverancier. Andere laadtoestellen mogen enkel met een batterij van 12 V als buffer gebruikt worden.
GasaansluitingDe werkdruk van het toestel van 30 mbar (zie type-plaat) moet overeenstemmen met de werkdruk van de gasvoorziening. De gastoevoerbuis Ø 8 mm moet met een snijringschroef-verbinding op de gasaansluiting worden aangesloten.
Bij het vastdraaien zorgvuldig tegenhouden met een tweede sleutel. Het gasaansluitstuk op het toestel mag niet worden ingekort of verbogen. Zorg ervoor dat bij het aansluiten op de boiler de gasleidingen vrij zijn van vuil, splinters en dergelijke. De buis zo aanleggen dat het toestel voor servicewerkzaamhe-den gemakkelijk kan worden gedemonteerd. Het aantal koppelingen in gasleidingen die gelegd zijn in door personen gebruikte ruimtes moet tot het technisch onvermij-delijke minimum worden beperkt. De gasinstallatie moet voldoen aan de technische en admini-stratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik (in Europa b. v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor bo-ten) moeten in acht genomen worden.
FunctiecontroleNa de inbouw moet de dichtheid van de gastoevoerleiding volgens de drukverminderingsmethode gecontroleerd wor-den. Een keuringsverklaring (in Duitsland b. v. conform DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moet afgegeven worden. Vervolgens conform de gebruiksaanwijzing alle functies van het toestel controleren. De gebruiksaanwijzing moet samen met een ingevuld garantiebewijs aan de eigenaar van het voertuig worden overhandigd. Het typeplaatje uit de gebruiks- en inbouwhandleiding nemen en op een goed zichtbare, tegen beschadigin-gen beschermde plaats op de verwarming kleven. Het jaar van de eerste ingebruikname moet op de typeplaat worden aangekruist.
WaarschuwingenDe bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwin-gen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Trumatic E 2400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Trumatic
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater