Trumatic E 4000 A Handleiding

Trumatic Heater E 4000 A

Bekijk gratis de handleiding van Trumatic E 4000 A (88 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 187 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Trumatic E 4000 A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebrauchsanweisung Seite 2
EinbauanweisungSeite 9
Im Fahrzeug mitzuführen!
Operating instructions Page 15
Installation instructions Page 21
To be kept in the vehicle!
Mode d‘emploiPage 27
Instructions de montage Page 33
À garder dans le véhicule !
Istruzioni per l‘usoPagina 39
Istruzioni di montaggio Pagina 45
Da tenere nel veicolo!
GebruiksaanwijzingPagina 51
Inbouwhandleiding Pagina 57
Im vertuig meenemen!
BrugsanvisningSide 63
Monteringsanvisning Side 69
Skal medbringes i køretøjet!
Instrucciones de usoPágina 75
Instrucciones de montaje Página 81
¡Llévalas en el vehículo!
Trumatic E 4000 / E 4000 A ab 07 / 2010
Page 88
Trumatic E
1
3
5
7
9

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Trumatic
Categorie: Heater
Model: E 4000 A

Foutcodes Trumatic E 4000 A

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
e1 Typegoed- en conformiteitsnummer Dit is geen foutcode maar een conformiteitsnummer (e1 00 0145, e1 03 2605). Dit verwijst naar EU-goedkeuringsnummers en is niet indicatief voor een apparatuurfout.
F1 Toestelzekering defect Controleer de toestelzekering (F1: 3,15 AT – traag – EN 60127-2-3) op de elektronische regeleenheid op het toestel. Vervang de zekering door een identieke zekering van hetzelfde type en amperage.
F3 Zekering bedieningspaneel defect Controleer de zekering van het bedieningspaneel (F3: 1,6 AT – traag –) op de elektronische regeleenheid op het toestel. Vervang de zekering door een identieke zekering van hetzelfde type en amperage.

Handleiding Trumatic E 4000 A – volledige tekst

58Montage van de wandschoorsteen. 58Dubbele-buizenaansluiting op de verwarming. 59Inwendige montage met dakschoorsteenset. 59Montage van de condenswaterafscheider. 59Montage van de dakschoorsteen. 59Aansluiting van de gecombineerde aan-/afvoerbuis op de kachel. 59Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wand. 60Bevestiging van de verwarming. 60Buitenmontage met haardsteun. 60Bevestiging van de verwarming. 60Warmelucht-verdeling en recirculatie bij inbouw binnen. 60Verdeling van warmelucht en terugvoer van omgevingslucht bij uitwendige montage. 60Montage van het bedieningspaneel. 61Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaar. 61Montage van het bedieningspaneel met schuifschakelaar 61Montage van de elektronische regeleenheid. 61Elektrische aan sluiting 12 V / 24 V. 62Gasaansluiting. 62Functiecontrole. 62Waarschuwingen.

62Trumatic E 4000, E 4000 AVeiligheidsaanwijzingenVoor de werking van gasregelaars, gastoestellen resp. gasin-stallaties, is het gebruik van staande gasflessen waaruit gas in gasvormige toestand wordt genomen verplicht voorge-schreven.

Gasflessen waaruit gas in vloeibare toestand wordt genomen (bijv. voor heftrucks) zijn voor de werking verboden, omdat zij tot beschadiging van de gasinstallatie leiden. Bij lekken in de gasinstallatie of wanneer een gasreuk wordt waargenomen:alle open vlammen blussenniet rokende apparate uitschakelensluit de gasflesramen en deuren openenzet geen elektrische apparaten aanlaat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen. Reparaties mogen alleen door vakbekwame monteurs worden uitgevoerd. Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring gemonteerd worden. Garantie en claims i. v. m.

aansprakelijkheid komen in onderstaande gevallen te vervallen:veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren),veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen,gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als vervangende onderdelen of toebehoren,het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het ap-paraat en in sommige landen ook voor het voertuig. De werkdruk van de gasvoorziening 30 mbar moet overeen-stemmen met de werkdruk van het toestel (zie typeplaat). Installaties voor vloeibaar gas moeten voldoen aan de bepalin-gen van het respectievelijke land van gebruik (in Europa bijv. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Natio-nale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden.

Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkom-stige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsvereni-gingen (in Duitsland bijv. BGV D 34) in acht genomen worden. De controle van de gasinstallatie dient alle 2 jaren van een deskundige voor vloeibaar gas (DVFG, TÜV, DEKRA) te worden herhaald. Ze dient op het overeenkomstig onderzoe-kattest (G 607, G 608 resp. BGG 935) te worden bevestigd.

Verantwoordelijk voor de aanleiding van de controle is de bezitter van het voertuig. Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk 10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker verantwoordelijk. Generatorgastoestellen mogen bij het tanken, in parkeergara-ges, garages of op veerboten niet gebruikt worden. Bij de eerste ingebruikname van een fabrieknieuw apparaat (en na een langere stilstand) kan zich kort een lichte rook – en geurontwikkeling voordoen. Het is raadzaam het apparaat di-rect met de hoogste temperatuurinstelling te laten branden en voor een goede beluchting van de ruimte te zorgen. –––––––––––Gebruikte symbolenSymbool wijst op mogelijke gevaren. Aanwijzing met informatie en tips.

52Een abnormaal brandergeraas of een afblazende vlam duidt op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat geval nakijken. Voorwerpen die gevoelig zijn voor warmte (b. v. spuitbussen) mogen niet in het inbouwframe van de verwarming worden opgeborgen omdat het hier eventueel tot verhoogde tempera-turen kan komen. Voor de gasinstallatie mogen uitsluitend drukregelaars con-form EN 12864 (in voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor boten) met een vaste uitgangsdruk van 30 mbar gebruikt wor-den. De doorstromingssnelheid van de drukregelaar moet ten minste overeenstemmen met het maximum verbruik van alle door de installatiefabrikant ingebouwde toestellen. Voor voertuigen raden wij de Truma gasdrukregelinstallaties SecuMotion / MonoControl CS en voor de tweeflessengas-installatie de gasdrukregelinstallaties Truma DuoComfort / DuoControl CS aan.

Bij temperaturen rond 0 °C en daaronder moet de gasdruk-regelaar resp. de omschakelklep met de regelaarverwarming EisEx gebruikt worden. Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte re-gelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontroleerd wor-den op broosheid. Voor gebruik in de winter mogen uitslui-tend winterharde speciale slangen gebruikt worden. Wanneer de drukregelaars bloot staan aan weersinvloeden – speciaal bij de vrachtwagen – dient de regelaar steeds door de Truma beschermkap te worden beschermd (serie-accessoire van vrachtwagen aanbouwset). Belangrijke bedieningsvoorschriftenWerd de schoorsteen in de buurt resp. direct onder een te openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn van een automatische uitschakelinrichting, om werking bij geopend venster te verhinderen.

Regelmatig, vooral na lange reizen, moet worden gecontro-leerd of de gecombineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aansluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen.

Na een kleine interne gasontploffing (foutieve ontsteking) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam monteur wor-den gecontroleerd. Bij de verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd, dienen de flexibele luchtbuizen regelmatig op beschadigingen te worden gecontroleerd. Door een beschadigde buis kunnen eventuele rookgassen in het voertuig terecht komen. De warmte-uitlaat voor de rookgasavoer en de toevoer van verbrandingslucht moet altijd wprden gehouden van vuil (sneeuwblubber, bladeren, enz. ). De ingebouwde temperatuurbegrenzer sluit de gastoevoer af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mogen de warme-luchtuitlaten en de recirculatieopening niet worden afgesloten. Bij een storing van de elektronische printplaat, moet deze goed verpakt worden teruggestuurd. Als u dit niet doet, ver-valt iedere aanspraak op garantie.

Ter vervanging mogen enkel originele printplaten worden gebruikt. Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven. De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste. Als er veiligheidsblokkeerinrichting (bijv. zoals in geende gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS) geïnstalleerd is, moet de gasfles tijdens de rit gesloten zijn en moeten er waarschuwingsborden in de flessenkast en in de omgeving van het bedieningspaneel aan-gebracht worden. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan. Bij rookgasleiding onder de vloer moet de vloer van het voer-tuig dicht zijn.

Bovendien moeten ten minste drie kanten on-der de voertuigbodem vrij zijn, om een ongehinderd wegtrek-ken van het rookgas te garanderen (sneeuw, spoilers, enz. ). Richtlijnen voor mobiele verwarmingsinstallatiesDoor de beroepsorganisaties worden de mobiele laadruim-teverwarmingen van Truma toegelaten.

Het gaat hierbij om complete verwarmingsinstallaties die naar behoefte gewoon met de te laden goederen in de laadruimte worden geplaatst. De kachels zijn volkomen onafhankelijk en er es geen buiten-aansluiting voor nodig. De toelating geldt uitsluitend voor de originele, mobiele laad-ruimtekachels van Truma. Eventuele imitaties van derden zijn niet toegelaten. Truma biedt geen enkele garantie voor veilig-heid en werking van om het even welke imitatiekachel voor mobiele laadruimtes. Gebruik in voer-/vaartuigen bestemd voor het transport van gevaarlijke goederen is niet geoorloofd.

53Voor ingebruikname dienen eerst de gebruiksaanwijzing en de „Belangrijke bedieningsvoorschriften“ te worden doorgenomen. De eigenaar van het voertuig is ervoor ver-antwoordelijk dat het apparaat op correcte wijze kan worden bediend. De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwin-gen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.

Bedieningspaneel met draaischakelaar Draaischakelaar op het gewenste vermogen (c) zetten. Bij lage buitentemperatuur verwarming op volle belasting laten aanlopen. De verwarming Trumatic E is getest en toegelaten voor gebruik, ook tijdens het rijden. De ventilator-ondersteun-de brander garandeert een perfect functioneren, ook bij extre-me windomstandigheden. Evtl. moeten nationale beperkingen voor het gebruik van vloeibare gasapparatuur gedurende het rijden in acht worden genomenen.

––––Gebruiksaanwijzing Inbedrijfname ventilatieBedieningspaneel met schuifschakelaarSchakelaar (a) op ventilatie en schakelaar (b) op het gewenste vermogen zetten. Bedieningspaneel met draaischakelaarDraaischakelaar op het gewenste vermogen (e) zetten. UitschakelenSchuifschakelaar (a) resp. draaischakelaar (d) in het midden zetten. Wanneer de verwarming na een verwarmingsfase wordt uitgeschakeld, kan de ventilator vanwege het gebruik van de restwarmte nog nalopen. Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ge-bruikt, de schoorsteenafdekkap erop plaatsen en het snelsluit-ventiel in de gastoevoerleiding en de gasfles sluiten. Groen LED „Werking”(onder draaiknop)Bij het ingeschakelde apparaat (verwarmen of ventilatie) moet de groene LED oplichten (de ventilator is in werking). Indien de LED oplicht, eventueel de (hoofd-)schake-nietlaar controleren.

Gebruik hiervoor de handleiding van de voertuigproducent. Bij het verwarmen, terwijl de vlam brandt, verdubbelt de lichtsterkte van de groene LED. Daarmee kan ook het scha-kelpunt van dat moment voor de ruimtetemperatuur worden vastgesteld. ZekeringenDe toestelzekering alsmede de zekering van het bedienings-paneel bevinden zich op de elektronische regeleenheid op het toestel. Toestelzekering (F1): 3,15 AT – traag – (EN 60127-2-3)Zekering bedieningspaneel (F3): 1,6 AT – traag –De fijnzekering mag enkel door een bouwidentieke zekering worden vervangen. Rood LED „storing”Bij een storing licht de rode LED op. Mogelijke oorzaken zijn: geen gastoevoer, onvoldoende verbrandingslucht, sterk vervuild be luchtings rotor, defecte zekering, enz. De storing kunt u opheffen door het apparaat eerst uit en dan weer in te schakelen.

Als het venster, waaraan een vensterschakelaar is gemon-teerd, wordt geopend en gesloten, komt dit overeen met een uit / aan aan het bedieningspaneel (bijv. bij storingsreset). Knipperen duidt op een te geringe of te hoge bedrijfsspan-ning voor de verwarming (evtl.

batterij opladen). In Duitsland moet bij storingen in principe het Truma ser-vicecentrum worden gewaarschuwd; in andere landen staan de bestaande servicepartners tot uw beschikking (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). AfvalverwerkingDe gaskachel moet volgens de bepalingen van overheidswege van het desbetreffende land worden afgevoerd. Nationale voorschriften en wetten (in Duitsland is dit bijv. de Altfahr-zeug-Verordnung) moeten in acht worden genomen.

54Accessoires1 Voorschakelapparaat VG 2ten behoeve van verwarmingen voor bestuurderscabines van voertuigen voor het transport van gevaarlijke stoffen en tankwagens volgens ADR (mag in combinatie met een niettijdschakelklok worden gebruikt).2 Buitenschakelaar ASvoor het in- resp. uitschakelen van de verwarming buiten het voertuig, bijvoorbeeld bij laadruimte-verwarmingen (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel).3 Akoestische storingsmelder ASMgeeft een akoestisch signaal bij een eventuele storing.4 Tijdschakelklok ZUEt.b.v. het voorprogrammeren van 3 inschakeltijden binnen 7 dagen, compl. met 4 m aansluitkabel (geschikt voor 12 V en 24 V boordnet).5 Afstandvoelercontroleert de ruimtetemperatuur, onafhankelijk van de positie van het bedieningspaneel (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel).6 Multi-contactdoos MSDvoor het aansluiten van meerdere accessoires (b.v.

tijdscha-kelklok en afstandvoeler).Verlengkabel voor accessoiresPosities 1 – 6 met 4 m of 10 m (zonder afbeelding).7 Direktschakelaar DIS 1voor gebruik van de verwarming, alleen in hoogste stand zonder temperatuurregeling (leverbaar met 10 m aansluitka-bel). Vervangt het bedieningspaneel.Of direct-vaste temperatuurschakelaar DFSvoor gebruik van de verwarming ingesteld op een vast ingestelde temperatuur (40 °C – 70 °C al naar gelang de uitvoering). Vervangt het bedieningspaneel.Alle elektrische accessoires zijn voorzien van een stekker en kunnen afzonderlijk worden aangesloten.Technische gegevensVastgesteld conform EN 624 resp. Truma-keuringsvoorwaarden.Gassoortvloeibaar gas (propaan / butaan)Bedrijfsdruk30 mbar (zie typeplaat)Nominaal warmtevermogen3700 WGasverbruik150 / 310 g/hLuchtverplaatsingca.

55Garantieverklaring van de fabrikant Truma 1. Gevallen waarin op garantie aanspraak kan worden gemaaktDe fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daar-naast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaarden voor aanspraak op garantie van kracht. Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt Voor aan slijtage onderhevige onderdelen en natuurlijke slijtage,bij gebruik van andere dan originele Truma onderdelen in de apparaten,bij gasdrukregelaars die schade opgelopen hebben door vreemde stoffen (bijv. oliën, weekmakers) in het gas,indien de inbouw- en gebruiksaanwijzingen van Truma niet werden aangehouden,als gevolg van ondeskundig gebruik,als gevolg van een ondeskundige transportverpakking. 2.

Omvang van de garantie De garantie geldt voor defecten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-over-enkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke gebreken alsnog verhelpen, d. w. z. naar eigen keuze herstellen of voor een vervangende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gerepareerde of vervangen onderdeel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude garantietermijn. Andere aanspraken, met name vervanging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschrif-ten van de wet op produkt-aansprakelijheid blijven onvermin-derd gelden.

De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afdeling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, verplaatsings-, arbeids- en materiaalkosten, worden door de fabrikant gedra-gen, als de service-afdeling in Duitsland wordt ingezet. Werk-zaamheden van de afdeling klantenservice in andere landen vallen niet onder de garantie. Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaamheden aan het toestel (bijv.

demontage van meubel- of carrosserie-onderdelen) vallen niet onder de garantie. 3. Indienen van garantieclaim Het adres van de fabrikant luidt: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KG Wernher-von-Braun-Straße 1285640 Putzbrunn, DuitslandBij storingen kunt u zich tot het Truma Servicecentrum wen-den of tot een van onze erkende servicepartners (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). Omschrijf uw klacht(en) ge-detailleerd en vermeld het serienummer van het toestel en de aankoopdatum. Om de fabrikant in staat te stellen te controleren of er sprake is van een geval dat onder de garantie valt, moet de con-sument het toestel op zijn risico naar de fabrikant / service-partner brengen of naar hem opsturen. Bij schade aan de warmtewisselaar moet ook de gebruikte gasdrukregelaar mee-gestuurd worden.

Bij airconditioningtoestellen: Om transportschade te vermijden, mag het toestel alleen na overleg met het Truma Servicecentrum Duitsland of de erkende servicepartner verstuurd worden. Anders draagt de verzender het risico voor eventuele transportschade. Bij opsturen naar de fabriek dient het toestel als vrachtgoed verzonden te worden. Indien het geval onder de garantie valt, draagt de fabriek de transportkosten resp. kosten van opstu-ren en terugsturen. Als niet op garantie aanspraak kan worden gemaakt, informeert de fabrikant de klant hierover en geeft aan welke kosten niet voor rekening van de fabrikant zijn. Bo-vendien zijn in dit geval de verzendkosten voor rekening van de klant. ––––––Conformiteitsverklaring1. Stamgegevens van de fabrikantNaam: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KGAdres: Wernher-von-Braun-Str. 12, D-85640 Putzbrunn2.

56Instructies voor het opsporen van fouten Fout Oorzaak VerhelpenNa inschakelen brandt geen LED.Geen bedrijfsspanning.Toestel- of voertuigzeke-ring defect.–– Accuspanning 12 V / 24 V controleren, zonodig opladen.Alle elektrische steekverbindingen controleren.Contactonderbreker van toestel en voertuig controleren en eventueel vernieuwen (zie zekeringen).–––Na het inschakelen brandt de groene LED, maar de kachel brandt niet.De ingestelde tempera-tuur op het bedienings-deel is lager dan de binnentemperatuur.– Binnentemperatuur op het bedieningsdeel hoger zetten.–Rode LED knippert 1 x per seconde.Rode LED knippert 3 x per seconde.Venster boven de schoorsteen open (vensterschakelaar).Onderspanningsbereik 12 V: 10,9 V – 10,5 V24 V: 21,8 V – 20,7 V.Overspanningsbereik 12 V: 15,8 V – 16,4 V24 V: 31,8 V – 33,1 V.–––Venster sluiten.Accu laden!Batterijspanning en spanningsbronnen, zoals bijvoorbeeld het laadapparaat, nakijken.–––Ca.

30 sec. na het inscha-kelen van de kachel gaat de rode LED branden.Gasfles of snelsluitende klep in de gastoevoerlei-ding gesloten.Verbrandingsluchttoe-voer c.q. uitlaatgasafvoer gesloten.––Gastoevoer controleren en kleppen openen.Schoorsteenafdekkap afnemen.Openingen controleren op verontreinigingen (sneeuwblub-ber, ijs, bladeren etc.) en deze eventueel verwijderen.–––Kachel schakelt na een lange werkingstijd uit op storing.Uitlaatopeningen warme lucht geblokkeerd.Circulatie-aanzuiging geblokkeerd.Gasdrukregelaar bevroren.–––Controle van de afzonderlijke uitlaatopeningen.Blokkade in de circulatie-aanzuiging verwijderen.Regelaarverwarming (EisEx) gebruiken.–––Als deze maatregelen de storing niet verhelpen, neem dan contact op met de Truma Service.

57Inbouw en reparatie van de kachel mogen alleen door een vakbekwaam monteur worden uitgevoerd. Voor begin van de werkzaamheden moet eerst deze inbouwhand-leiding zorg vuldig worden doorgenomen. Het niet naleven van de inbouwvoorschriften of een verkeerde montage kan lichamelijke letsels en zaakschade veroorzaken. GebruiksdoelDit apparaat is geconstrueerd voor de inbouw in voertuigen (reisvoertuigen, caravans, boten, Vrachtwagens). Andere toe-passingen zijn in overleg met Truma mogelijk. Inbouw binnenin autobussen (voertuigklasse M2 en M3) is niet toegestaan. Voertuigen voor gevaarlijke stoffen van de klasse EX/II en EX/IIIVerbrandingstoestellen voor gasvormige brandstof zijn niet toegestaan. ToelatingVoor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven.

De gasdrukregelinstallaties Truma SecuMotion / MonoControl CS voldoen aan deze vereiste. Door de inbouw van een veiligheidsafsluitinrichting, bijv. de gasdrukregelinstallatie Truma SecuMotion / MonoControl CS, met passend gebouwde gasinstallatie, is het gebruik van een typegecontroleerde vloeibaargasverwarming tijdens het rijden volgens de EG-richtlijn 2001/56/EG in heel Europa toegestaan. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan. De verwarming is toegelaten voor inbouw in motorvoertuigen (campers voertuigklasse M1) voor personenvervoer met maxi-maal 8 zitplaatsen buiten de chauffeursstoel, voor aanhangers (caravans voertuigklasse O) alsmede voor bedrijfswagens (voertuigklasse N). Het jaar van de eerste ingebruikname moet op de typeplaat worden aangekruist. VoorschriftenGarantie en claims i. v. m.

aansprakelijkheid komen in onderstaande gevallen te vervallen:veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren),veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen,gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als vervangende onderdelen of toebehoren,het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het ap-paraat en in sommige landen ook voor het voertuig. Het inbouwen in voertuigen moet voldoen aan de bepalingen van het respectievelijke land van gebruik (in Europa bijv. EN 1949 voor voertuigen). Nationale voorschriften en regelin-gen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertui-gen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden. Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkom-stige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsvereni-gingen (in Duitsland bijv.

BGV D 34) in acht genomen worden. ––––Inbouwhandleiding Meer informatie over de voorschriften in de verschillende landen kunt u aanvragen bij onze dealers in het buitenland (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). Aanwijzingen voor inbouw in bedrijfsauto’sDe TÜV-gekeurde flessenhouder (art. -nr. 39742-00) is bestanddeel van de typegoedkeuring volgens de ver-warmingsrichtlijn 2001/56/EG voor de verwarmingen Trumatic E. Volgens deze verordening mogen 2 gasflessen met ieder max. 15 kg inhoud aangesloten zijn en gedurende het rijden voor de werking van de verwarmingen worden gebruikt. Ter bescherming van hetfles-senventiel en de gas-drukregelaar is alleen de met de flessenhouder meege-leverde beschermkap noodzakelijk. Ter voorkoming van diefstal of om optische redenen kan de gasfles ook door de afsluitbare flessenkast (art. -nr. 39010-21100) omsloten wor-den.

Bij inbouw van het verwarmingstoestel in bijzonderen voertui-gen (bijvoorbeeld voertuigen voor het transport van gevaarlijk stoffen) moeten de voor dergelijke voertuigen geldende voor-schriften in acht worden genomenAanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabinesBij verwarmingen met gasafvoer onder de voertuigbodem moet de afvoermonding tot de zijdelingse of achterste begren-zing van de bestuurderscabine of van het voertuig gebracht worden. Er moet gegarandeerd zijn, dat er geen afvoergassen (bijv. van onderen door de voertuigbodem) in de binnenkant van het voertuig terecht kunnen komen. Montagehandleidingen en inbouwsets voor de betreffende types zijn bij Truma verkrijgbaar. In Duitsland is bij voertuigen voor gevaarlijke stoffen en tank-wagens in het toepassingsgebied van de ADR de verwarming alleen toegelaten met het Truma voorschakelapparaat.

Inbouwinstructies voor vast gemonteerde laadruimteverwarmingenVoor het gebruik als laadruimteverwarming moeten de mon-tagevoorschriften van Truma voor „Bijkomende verwarmingen voor vrachtwagens” en „Laadruimteverwarming E 4000 A” in acht genomen worden. Bij commercieel gebruikte voertuigen moeten de overeenkom-stige ongevallenpreventievoorschriften van de beroepsvereni-gingen (in Duitsland bijv. BGV D 34) in acht genomen worden. In het montagevoorschrift „Laadruimteverwarming E 4000 A” is een formulier voor de vereiste „Montagebevestiging door het vakbedrijf” inbegrepen.

58Bij de montage van de schoorsteen in de buurt van het dak-luik is installatie van een elektrische raamschakelaar (art. -nr. 34000-85800) verplicht. Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinrichting van Truma (Accessoires, art. -nr. 39050-00800) automatisch uitge-schakeld worden. Aanwijzing m. b. t. watervoorzieningBij de inbouw van een watertoevoer in het voertuig moet ervoor gezorgd worden, dat tussen de waterslangen en de warmtebron (bijv. verwarming, warmeluchtbuis) voldoende afstand voorzien wordt. Een waterslang mag pas op een afstand van 1,5 m tot de verwarming aan de warmeluchtbuis aangelegd worden. De Truma slangclip SC (art. -nr. 40712-01) kan vanaf deze afstand gebruikt worden. Bij parallelle plaatsing, bijv. doorvoer door een wand, moet een afstandhouder (bijv. een isolatie) aange-bracht worden, om contact te vermijden.

RookgasgeleidingVoor de verwarmingen Trumatic E 4000 (A) mogen voor de montage met wand- resp. dakschoorsteen alleen de Truma-rookgasbuis AA 3 (art. -nr. 39320-00) resp. bij montage op een boot de Truma roestvrij stalen rookgasbuis AEM 3 (art. -nr. 39360-00) en de verbrandingslucht-toevoerbuis ZR (art. -nr. 39580-00) worden gebruikt, aangezien de toestellen alleen met deze buizen zijn gekeurd en goedgekeurd. Na elke demontage dient een nieuwe O-ring te worden gemonteerd. Geoorloofde buislengten1. Inwendige montage met wandschoorsteen (zie montagevarianten 1, blz. 2):Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie van maximaal 5 cm worden gelegd. Buislengten tot max. 100 cm moeten met een stijging van minstens 5 cm ten opzichte van de wandschoorsteen worden gelegd. 2. Inwendige montage met dakschoorsteen (zie inbouwvarianten 2, blz. 2):Buislengten tot max.

30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie tot maximaal 5 cm worden gelegd. Teven dienen zij tegen beschadiging door steenslag te worden beschermd. Inwendige montage met wandschoorsteensetZie montagevarianten afb. 1 (blz. 2). Montage van de wandschoorsteenWandschoorsteen (pijl wijst naar boven) op een vlakke ondergrond monteren, waarlangs wind aan alle kanten kan stromen. Boor een opening Ø 83 mm (eventuele holle ruimten rond de schoorsteen met hout opvullen). Dicht af met behulp van de meegeleverde rubberen pakking (8). Gestructureerde oppervlakken moeten met een plastisch carrosserie-dichtmid-del – geen siliconenkit. – worden ingesmeerd. Voordat u de gecombineerde aan-/afvoerbuis door de ope-ning heen steekt, moet u de buisklem (7) over de buis heen schuiven.

––––Aanwijzingen voor de inbouw in botenHet inbouwen in boten moet voldoen aan de bepalingen van het respectievelijke land van gebruik (bijv. EN ISO 10239). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 608) moeten in acht genomen worden. In Duitsland moeten voor de commerciële binnenscheepvaart de „Richtlijnen voor bouw, uitrusting, controle en gebruik van generatorgasinstallaties voor huishoudelijke doeleinden op watervoertuigen in de binnenscheepvaart” (BGR 146) nageleefd worden. Volgens deze mag de generatorgasinstallatie uitsluitend ingebouwd worden door installateurs die erkend zijn door de ongevallenverzekeringen voor de binnenscheepvaart, en door ex-perts van deze ongevallenverzekeringen gecontroleerd worden. In andere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd.

Verdere aanwijzingen voor de inbouw kunt u vinden in de montagehandleiding voor de bootverwarming Trumatic E. PlaatskeuzeHet apparaat en de rookgasafvoer moeten zo worden geplaatst dat deze altijd goed toegankelijk zijn voor onderhoudswerk-zaamheden en makkelijk in- en uitgebouwd kunnen worden.

Om een gelijkmatige opwarming van het voertuig te bereiken, moet de verwarming zo centraal mogelijk in (of onder het voertuig) worden gemonteerd, waardoor de luchtverdelings-buizen ongeveer even lang kunnen worden gelegd. Haarden moeten zo geplaatst zijn, dat er geen afvoergassen in de binnenruimte terecht kunnen komen. De gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren. De wandschoorsteen moet zo aangebracht worden, dat er zich in een straal van 500 mm (R) geen tanksteun en geen tank-ventilatieopening bevindt. Bovendien mag zich binnen 300 mm (R) geen ontluchtings-opening voor het woongedeelte of vensteropening bevinden. RBij de montage van de haard binnen het gear-ceerde bereik onder of naast een te openen venster moet dwingend een elektrische ven-sterschakelaar (art. -nr. 34000-85800) aangebracht worden.

Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinri-chting van Truma (Accessoires, art. -nr. 39050-00800) automati-sch uitgeschakeld worden. 300 mm300 mmAanwijzing m. b. t. dakluiken/-ramenBij dakluiken (te openen) moet de schoorsteenkap minstens 10 cm boven het geopende luik uitsteken. Als de schoorsteen zich naast het luik bevindt, moet er afhankelijk van de inbouw-positie (rechts of links te openen) voor worden gezorgd, dat er geen uitlaatgassen via het geopende luik (bijv. door wind) kunnen binnendringen resp. dat de schoorsteen voldoende luchtaanvoer krijgt.

59Rubber afdichting (8 – gladde kant naar schoorsteen, af-dichtingslippen naar de wand) en klem (4) op binnendeel van schoorsteen (9) schuiven. Druk de afvoerbuis (1) aan het uiteinde plat zodat de windingen tegen elkaar worden gedrukt, en schuif ze over de O-ring (10) op het aansluitstuk (11 – de hoek wijst naar boven). Klem (4) met de gaten op de pennen van de aansluitstomp (11) inhangen (schroef omlaag) en vastschroeven. Schuif de verbrandingslucht-toevoerbuis (5) over het gekartelde aansluitstuk (12). Zet het binnengedeelte van de schoorsteen (9) met 6 plaat-schroeven (14) vast, plaats het buitengedeelte van de schoor-steen (15) en zet het met 2 schroeven (16) vast. Zet de verbrandings-luchttoevoerbuis met de buisklem (7) van binnenuit op het aansluitstuk (12) vast. Bevestig de gecombineerde aan-/afvoerbuis met minstens een ZRS-buisklem (17) tegen de wand.

17715411 1210 91514816Ø 83 mmTOP OBENDubbele-buizenaansluiting op de verwarmingKlem (7) over de buizen schuiven. Stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Schuif de klem (4) over de rookgasbuis (1). Schuif de rookgasbuis over de O-ring op de sok (2). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Bevestig de verbrandingslucht-aanvoerbuis (5) met de klem (7) op de sok (6). Inwendige montage met dakschoorsteensetZie montagevarianten afb. 2 (blz. 2). Monteer de dakschoorsteen op een zo recht mogelijk opper-vlak, waar de wind aan alle kanten omheen kan stromen. Van de verwarming naar de schoorsteen moet de buis direct, over de gehele lengte stijgend (max. 2 m) gelegd kunnen worden. Montage van de condenswaterafscheiderTussen verwarming en dubbele buis dient een condenswa-terafscheider te worden gemonteerd, waardoor condens- en regenwater kan weglopen.

Schuif de rook-gasmof (17) over de O-ring op de rookgassok (2 – als de con-denswaterafscheider met de verwarming horizontaal wordt gemonteerd, moet de afvoer (18) omlaag wijzen). Hang de klem (4) in en schroef deze vast. Draai de afvoer (18) vast. Montage van de dakschoorsteenBoor een opening (8) met Ø 83 mm (bij holle ruimten in het bereik van de schoorsteenboring met hout opvullen). Het afdichten gebeurt door middel van de bijgevoegde rubber afdichting (22). Breng bij gestructureerde oppervlakken plastisch carrosserie-afdichtmid-del – geen silicone – aan. Bij dikkere daken sluit u de dub-bele rookgasbuis eerst van buiten op de schoorsteen aan. Schuif de rubber afdichtring (22) en de klem (4) op het schoorsteen-bin-nenstuk (23). Stuik de rookgas-buis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar liggen, en schuif hem over de O-ring op de sok (24).

Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Schuif de verbrandingslucht-aanvoerbuis (5) op de getande sok en beveilig een en ander met de zwarte schroef (25). Bevestig het schoorsteengedeelte (23) met 6 schroeven (26). Steek het schoorsteendakje (27) op de schoorsteen en bevei-lig het met 2 schroeven (28). De rookgasopeningen van het schoorsteendak moeten dwars op de rijrichting staan. Breng de afdekkap (29) altijd aan als de verwarming niet in gebruik is. Aansluiting van de gecombineerde aan-/afvoerbuis op de kachelDruk de rookgasbuis (1) aan het begin samen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Buisklem (4) over de rookaf-voerbuis (1) schuiven. Steek de rookgasafvoerbuis (1) over de O-ring op de rookgasmof (17). Plaats de rookgasafvoerbuis-spanner (4) op de rookgasmof (17), haak deze in en schroef het geheel vast.

Plaats het aansluitstuk (19) met de brede kant over de rookgasafvoerbuis en schuif deze stevig over het aan-sluitstuk (6) op de kachel. Het boorgat in het aansluitstuk (19) moet op dezelfde hoogte als de afvoer (18) liggen. Slang pilaar (20) vastschroeven.

Druk de verbrandingsluchttoevoerbuis (5) stevig op het aan-sluitstuk (19) en zet deze met de buisklem (7) vast. Boor voor de condensslang (21) in de voertuigbodem een opening van Ø 10 mm. Sluit de condensslang op de slangpi-laar (20) aan en steek de slang door de opening. Wegens vorstgevaar mag de slang niet meer dan 2 cm onder de voertuigbodem uitsteken.

60Warmelucht-verdeling en recirculatie bij inbouw binnenWarmeluchtverdelingAanzuigopeningen voor verwarmingslucht moeten zo zijn ge-rangschickt, dat een aanzuigen van uitlaatgazen van de voer-tuigmotor en het verwarmingstoestel niet kan plaatsvinden. Bij de inbouw moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de in het interieur van het voertuig gebrachte verwarmingslucht kan worden verontreinigd (bijv. door olie-dampen). Aan deze voorwaarde wordt bijvoorbeeld voldaan bij luchtkachels in recirculatiestand (zowel bij inbouw binnen als bij inbouw buiten). (Bij frisseluchtgebruik mag de frisselucht niet uit de motorruimte, uit de buurt van de uitlaat of de rook-gasafvoer-warmte-uitlaat van de kachel worden aangezogen. )De warme lucht (W) wordtdoor de verwarming via 2 sokken uitgeblazen, direct dan wel via een warmeluchtbuis VR 72 (Ø 72 mm).

Leg van de verwarming naar de eerste luchtuittrede alleen buis VR 72 (Ø 72 mm) tot ca. 1,5 m lengte. Ter voorkoming van oververhitting dient het eerste luchtspoor niet-afsluit-baar te zijn (zwenkopening SCW 2, eindstuk EN-O). Na de eerste luchtuittrede kan ook buis ÜR (Ø 65 mm) verder wor-den gelegd. Warme-luchtbuizen die een oppervlaktetempera-tuur van meer dan 80 °C hebben (vooral tot de eerste lucht-uittrede bij E 4000), moeten met een aanrakingsbeveiliging (bijv. Truma isolatiebuis I 80) worden afgedekt. Beveilig alle buisaansluitingen met plaatschroeven. Bevestig buizen met klemmen. Het warme-luchtsysteem is voor elk voertuigtype afzonderlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook veel accessoires beschikbaar (zie catalogus).

Tekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kunnen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagd. Circulatielucht-retourgeleidingDe circulatielucht (U) wordt door de verwarming direct weer aangezogen. Wanneer de verwarming in een stuwkast o. i. d. is gemonteerd, dient u daarin een overeenkomstig grote opening (ca.

200 cm²) voor de circulatielucht-retourgeleiding aan te brengen. Zorg ervoor dat de luchtwegen naar de verwarming steeds vrij blijven. Verdeling van warmelucht en terugvoer van omgevingslucht bij uitwendige montageZie Inbouwvarianten afb. 3 + 4 (blz. 2). De toevoer van warmelucht en de retourluchtaanvoer tussen kachel en voertuig moet, vooral in het steenslaggebied, met flexibele luchtbuizen van het type LF of, in het beschermde gebied, met luchtbuizen van het type LI (Ø 106 mm) worden bewerksteligd. Een beschermkast over de gehele verwarmingsinstallatie be-schermt deze tegen beschadigingen en weersinvloeden en dient als extra isolatie. Montage onder de vloer met warmte-uitlaat-set voor in de wandZie inbouwvariant afb. 4 (blz. 2). Haarden moeten zo geplaatst zijn, dat er geen afvoergassen in de binnenruimte terecht kunnen komen.

De gasafvoer moet altijd ten minste tot de zijwand gebeuren (zie „Plaatskeuze”). Bevestiging van de verwarmingDe montage vindt plaats door middel van montagehouders. Bevestig beide houders (36) met doorsteekschroeven (minstens M5) vast en duurzaam. Bevestig het U-profiel (37) met de mee-geleverde schroeven (38) aan de buitenkant van de kachel. Zet de kachel met 4 schroeven M6 x 10 (39) en zichzelf borgende moeren vast. Plaats aan de buitenzijde van het vaartuig twee beschermende kappen (40). Om condenswater af te voeren boort u op het laagste punt ca. 20 mm van de rand een gat (Ø 8 mm) in de kachelmantel. Zorg ervoor dat de boor niet meer dan 10 mm in de kachel-mantel doordringt, aangezien dit tot beschadiging van het binnengedeelte kan leiden. Bijgevoegd rubberen buisje (d) insteken (het steekt ca. 4 cm uit naar beneden).

61Boor twee openingen Ø 100 mm. Voorzie de twee aansluitsokken (41) aan de flens van afdichtmiddel en schroef deze aan de openingen buiten vast. Leg het rooster (47) in de circulatielucht-retourgeleiding (U) tussen de aanzuigsok en de voer-/vaartuigwand. Klem LFS (42) op de luchtbuis (43) rijgen. Lucht-buis over de aansluitstukken van de verwarming (44) en de aansluit-stompen (41) schuiven en telkens met klem LFS (42) bevestigen. Dicht de overgangen met silicone af. Holle dubbele wanden moeten in de buurt van de luchtcirculatie worden afgedicht. Plaats hiervoor twee opgerolde stroken blik of buisstukken (45) Ø 97 tot 100 mm in de openingen. In het interieur van het voer/-vaar-tuig kan de warme lucht door mid-del van luchtbuis LI (Ø 106 mm) worden verdergeleid. Bevestig de luchtbuis door middel mit een tweede aansluitsstuk (41) bij de opening aan de binnenkant.

Beide aansluitstukken kunnen door de wand heen aan elkaar worden vastgeschroefd. Als u verdeling van warme lucht in het interieur an het voer-/vaartuig wilt, kunt u met vier schrueven boven de toe-voer van warme lucht (W) een luchtverdeler (46) aanbrengen. Sluit de opening voor de luchtterugvoer niet af en ver-klein deze niet. De luchtverdeler (46) heeft 2 aansluitingen voor de buis VR 72 (Ø 72 mm), die geen van beide afgesloten mogen worden. De meegeleverde beschermingsplaat (48) dient als warmtebevei-liging en moet over de luchtverdeler (46) worden aangebracht. Als afsluitbescherming kan een tweede beschermingsplaat (49) boven de opening voor de luchtterugvoer worden vastge-schroefd (Accessoire, art. -nr. 39010-11500). Het warmeluchtsysteem is voor elk voertuigtype afzonderlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook heel wat accessoires beschikbaar (zie catalogus).

ekeningen met optimale inbouwvoorstellen voor warmeluchtinstallaties in alle gangbare campertypes kunnen via het Truma servicecentrum gratis worden aangevraagdMontage van het bedieningspaneelBij toepassing van voertuig-, resp.

fabrieksspecifieke bedieningspanelen dient de elektrische aansluiting in overeenstemming met de Truma aansluitbeschrijvingen plaats te hebben. Iedere wijziging van de desbetreffende Truma-on-derdelen leidt tot wegval van de garantie alsook tot uitsluiting van aansprakelijkheidsclaims. De inbouwer (fabrikant) is voor een gebruiksaanwijzing voor de gebruiker alsook voor het be-drukken van de bedieningspanelen verantwoordelijk. Let er bij de plaatsingskeuze op, dat de bedieningspanelen niet aan direkte warmteuitstraling mogen worden blootgezet. Lengte van de aansluitkabel 4 m of 10 m. Is een montage enkel achter gordijnen of soortgelijke plaatsen met temperatuur-schommelingen mogelijk, moet een af-standssensor voor de ruimtetemperatuur worden toegepast (Accessoires).

Montage van het bedieningspaneel met draaischakelaarAls inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwraampje (1 – art. -nr. 40000-52600) als toebehoren. Gat Ø 55 mm boren. De bedieningspaneelkabel (2) aan het bedieningspaneel (3) aansluiten en vervolgens de achterste afdekkap (4) als trekontlasting opsteken. De kabel naar achteren doorschuiven en naar de elektronische regeleen-heid verleggen. Ø 55 mm27761354Het bedieningspaneel met 4 schroeven (5) bevestigen en afdekframe (6) opsteken. Voor optische afsluiting van de afdeklijst (6) levert Truma zijdelen (7) in 8 verschillende kleuren. Vraag uw leverancier. Montage van het bedieningspaneel met schuifschakelaarVoor voorhanden inbouwuitsparingen. Afdekplaat uit de inbouwuitsparing verwijderen.

Bedieningspaneelkabel (10) aan het bedieningspaneel (8) aansluiten, door de inbouwuitsparing naar achteren doorvoeren en naar de elektronische regeleenheid verleggen. Bedieningspaneel (8) indrukken tot de frontvlakte gelijk ligt. Indien geen inbouwuitsparing voorhanden is, kan het bedieningspaneel met de meegeleverde frame voor ver-zonken montage worden gemonteerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Trumatic E 4000 A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden