Trek T700 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Trek T700 (41 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Trek T700 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/41

Het maakt niet uit hoeveel fietservaring je
hebt, LEES EERST hoofdstuk 1 voordat je de
nieuwe fiets in gebruik neemt.

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Trek
Categorie: Fiets E-bike
Model: T700

Handleiding Trek T700 – volledige tekst

In deze handleiding vind je aanwijz-ingen hoe je de nieuwe fiets veilig kunt gebruiken. Ouders moeten hun kinderen of andere personen die de inhoud mogelijk niet begrijpen, de inhoud van hoofdstuk 1 uitleggen. Ook vind je in deze handlei-ding aanwijzingen voor elementair onderhoud. Bepaalde onderhoudstaken mogen alleen door de dealer worden uitgevoerd. Welke dat zijn, wordt in deze handleiding vermeld. Als je deze taken zelf wilt uitvoeren, moet je de gedetailleerde reparatiehandleiding aanschaffen bij je dealer. Bij deze handleiding wordt een cd (compact disc) geleverd met uitgebreide informatie.

Je kunt de inhoud van deze cd bekijken door deze in te voeren in je computer. Als je thuis geen computer hebt, kun je de cd meenemen naar je school, werk of de openbare bibliotheek en de inhoud daar bekijken. Als de cd niet werkt, kun je het internetadres op de omslag bezoeken om de informatie op internet te raadplegen.

Mjn model fets:Mjn serenummer: Sleutelnummer:Mjn dealer:Het telefoonnummer van mjn dealer:Bewaar deze gegevens voor je admnstrateAlleen als je de fiets registreert kunnen wij nagaan wie de eigenaar van de fiets is. Als we ooit contact moeten opnemen met de eigenaar, bijvoorbeeld voor het verschaffen van bijgewerkt veiligheidsgegevens, is je registratie van cruciaal belang. Je kunt je nieuwe fiets eenvoudig registreren.

Dat kan op twee manieren:• Klik op de koppeling Registration tijdens het bekijken van de inhoud van de cd die bij deze handleiding is geleverd • Ga naar de website op de achterzijde van deze handleiding en volg de koppelingen. De website bevat tevens een koppeling naar bijgewerkte veiligheids-gegevens. Als je ervoor kiest om niet te registreren, zorg dan de je de website regelmatig controleert op bijgewerkte gegevens.

Voor het monteren en het afstellen van de fiets is speciaal gereedschap en specialistische kennis nodig. Laat deze werkzaamheden alleen uitvoeren door een erkende dealer. Aangezien er verschillende modellen met verschillende onderdelen zijn, is het mogelijk dat deze handleiding informatie bevat die op jouw fiets van toepassing is. Bepaalde illustra-ties kunnen enigszins afwijken van de gekochte fiets.Als je vragen hebt aangaande de informatie in deze handleiding, neem je contact op met de dealer. Als je vragen hebt waar de dealer ook geen antwoord op heeft, kun je contact op met ons opnemen:T.a.v.: Customer Service 801 W. Madison Street Waterloo, Wisconsin 53594920.478.4678Deze handleiding voldoet aan de volgende standaards:ANSI Z535.4CPSC CFR 1512BS 6102 : deel 1: 1992CEN 14764, 14765, 14766, 14872

Kinderfiets. 1Gebruikstoepassing 1. 1Gebruikstoepassing 2. 1Gebruikstoepassing 3. 2Gebruikstoepassing 4. 2Gebruikstoepassing 5. 2Zorg dat de fiets past. 3Weet hoe de fiets presteert. 3Controlelijst voor elke rit. 4 Inspectie van de carbonfiber. 7Zorg dat je op de hoogte bent en je houdt aan de geldende regelgeving voor fietsers. 9Kijk uit voor auto’s, voetgangers en andere obstakels. 9Draag een helm en speciale fietskleding. 9Pas je rijstijl uit veiligheidsoverweg-ingen aan de omstandigheden aan 9Gebruik de remmen voorzichtig. 12Gebruik goede schakeltechnieken. 12 Bescherm de fiets wanneer je deze stalt of opbergt. 13Neem een reparatiesetje mee.

14Installeer en gebruik alleen goedgekeurde accessoires. 14Houd de fiets schoon. 14Zet geen klem op het frame tijdens transport of reparatie. 14Bescherm de fiets tijdens transport 14Onderhoudsschema. 15Aanbevolen gereedschap voor het goed onderhouden van de fiets. 16 Stuur. 17Stuurpen. 17Stuuruiteinden. 19Zadel. 19Balhoofdstel. 21Crankstel. 21Pedaalarmen. 21Pedalen. 21Brackethuls. 21Ketting. 21Kabels. 22Versnellingshendels. 22Voorderailleur. 22Achterderailleur.

Deze fietsen zijn bedoeld voor kinderen. Ouderlijk toezicht is hierbij een vereiste. Vermijd fietsen in de buurt van auto’s, hellingen, stoepranden, trappen en ravijnen of slootkanten. • Maximum zadelhoogte 680 mm; gewoonlijk fietsen met 16” of 20” wielen en driewielen voor kinderen• Geen snelkoppelingen voor wielen• Gewichtslimiet: 36 kgFietsen op een verharde ondergrond waar de wielen het contact met de grond niet verliezen.

Springen, terreinwerk, hoge snelheden, agressief rijden op ruwe ondergronden en landen op vlakke ondergronden. Dit type gebruik draagt echter een hoog risico en stelt de fiets bloot aan onvoorziene krachten die een te hoge druk kunnen uitoefenen op het frame, de vork of andere onderdelen. Als je kiest voor gebruikstoepassing 5, moet je passende veiligheidsmaatregelen nemen, zoals regelmatige inspectie van de fiets en vervanging van onderdelen. Daarnaast moet je een uitgebreide veiligheidsuitrusting dragen, zoals een integraalheld, padding en lichaamsbes-cherming.

De remkracht van de verschillende fietsten varieert afhankelijk van de gebruiksdoeleinden van de fiets. Als je meer of minder remkracht wilt, neem je contact op met de dealer om de remmen af te stellen of om andere remmen te monteren. Trap bij een langzame snelheid niet mee wanneer het stuur is gedraaid. Bij zeer lage snelheden is het mogelijk dat wanneer het stuur is gedraaid, je met je voet of toeclips het voorwiel of spatbord raakt. (zie afbeelding 2) Bij een normale snelheid is dit niet mogelijk, omdat je het stuur niet zo ver kunt draaien. De verkoper moet bepalen welke maat fiets geschikt is voor jou. Wanneer je met beide voeten plat op de grond over de fiets staat, moet de afstand tussen de bovenbuis en de bestuurder minimaal 25 mm zijn (Afbeelding 1).

Voor mountainbikes wordt een afstand van 50-75 mm aanbevolen. Het zadel en stuur moeten mogelijk worden afgesteld voor een optimaal comfort en optimale prestaties. Lees hoofdstuk 3 voordat je de het zadel en stuur afsteltWanneer de functies van de fiets worden misbruikt, kun je de controle over de fiets verliezen. Voordat je snel of onder moeilijke omstandigheden gaat fietsen, kun je de fiets het beste eerst uitproberen bij een lage snelheid op een vlak parkeerterrein zodat je alle functies kunt proberen en weet hoe alle mechanismen presteren. Als je de prestaties van de fiets wilt aanpassen of als je speciale behoeften hebt waardoor er voor een veilig gebruik andere onderdelen moeten worden gemonteerd, neem je contact op met de dealer.

Renners ervaren wel eens problemen met hun frame of vork. Als er een probleem is met het frame of de vork, moet je de fiets niet gebruiken. In uitzonderlijke gevallen kan het bijvoorbeeld voorkomen dat het voorwiel bij bepaalde snelheden begint te zwabberen (een zogenaamde shimmy) of dat de bestuurder harmon-ische trillingen of framevibraties voelt. Als het voorwiel begint te zwabberen, moet je onmiddellijk vaart minderen. Breng je fiets meteen ter inspectie en reparatie naar de dealer. Gebruik de volgende controlelijst om de fiets voor elke rit te controleren. Als een onderdeel de inspectie niet doorstaat, moet de fiets worden gerepareerd overeenkomstig de informatie in deze handleiding of ter reparatie naar de dealer worden gebracht. Gebruik nooit een fiets met beschadigde onderdelen; laat deze vervangen.

Dit is geen allesomvattend onderhoudspro-gramma.        Controleer of de wielen recht zijn. Draai elk wiel en kijk controleer de loop van de velg ten opzichte van de remblokken of het frame. Als er een knik in de velg zit, moet het wiel worden gerepareerd. Controleer of de wielen goed zijn bevestigd.

55remblokjes tot de velg ongeveer 1 tot 2 mm zijn. Knijp de remhendels in de richting van het stuur om te controleren of deze vrijelijk kunnen worden bewogen en of de fiets tot stoppen wordt gebracht. Als een remhendel helemaal tot aan het stuur kan worden ingeknepen, is deze te ruim afgesteld. Als de remblokjes zich te dicht op de velg bevinden, is de rem te krap afgesteld. De remblokjes moeten worden uigelijnd aan de hand van de velg (Afbeelding 5). Schijfrem- remmen met een hefboom-systeem waarbij via een kabel of hydraulische leiding een schijf wordt aangedrukt die aan de wielnaaf is bevestigd. Knijp de remhendels in de richting van het stuur om te controleren of deze vrijelijk kunnen worden bewogen voor het afremmen van de fiets.

Als een Afbeeldng 5- Utljnen van de remblokjes A- Remblokje n ljn met het velgoppervlak B- Velg en blokje moeten parallel zjn C- Draarchtng van de velg D- 0. 5-. 0 mm toespoorABCDpeling met een wielkoppelings-mechanisme dat met een hendel wordt geactiveerd (zie afbeelding 3), waarmee het wiel kan worden geplaatst en verwijderd zonder gereedschap, of een versterkte as die door de uiteinden van het frame of de vork wordt geschroefd. Meer informatie over het bijstellen en vastzetten van de wielbe-vestiging op de fiets vind je in hoofdstuk 3. Controleer of de wielen goed vastzitten. Til de fiets op en geef een ferme klap boven op de band (zie afbeelding 4). Het wiel mag niet losschieten, loszitten of speling vertonen. Meer controles vind je in hoofdstuk 3. Pomp de banden op tot aan de aanbev-olen bandenspanning aan de zijkant van de banden.

Volg de inspectie-instructies voor het type rem op je fiets::Velgremmen- remmen met een hefboomsysteem waarbij via een kabel de remblokjes tegen de velg worden gedrukt.

Wanneer de rem niet wordt gebruikt, moet de afstand van de Afbeeldng - Bevestgng controlerenHoofdstuk : Velg gebruk op verharde en onverharde ondergrondAfbeeldng - Wel met snelkoppelng.

remhendel helemaal tot aan het stuur kan worden ingeknepen, is deze te ruim afgesteld. De remblokjes moeten 0. 25-0. 75 mm verwijderd zijn van de schijf wanneer de remmen niet worden gebruikt. Als de remblokjes dichterbij zitten, is de rem te krap afgesteld of niet goed uitgelijnd. Interne naafrem- remmen met een hefboomsysteem waarbij via een kabel een mechanisme in de naaf wordt geactiveerd. Als de remhendels meer dan 15 mm moeten worden aangetrokken om de fiets tot stilstand te brengen, zijn de remmen te ruim afgesteld. Als de remhendels minder dan 7 mm hoeven worden aangetrokken, zijn de remmen te krap afgesteld. Terugtraprem- emmen waarbij de pedalen in tegenovergestelde richting moeten worden bewogen. Tijdens het terugtrappen moet de rem worden geactiveerd in minder dan 60 graden rotatie (1/6 omwenteling). Zorg ervoor dat de ketting niet kan ontsporen.

Wanneer de ketting ontspoort, kan er niet worden geremd. De ketting moet ongeveer 6 tot 12 mm verticale speling hebben (zie afbeelding 6). Zorg dat de stuurpen parallel loopt aan het voorwiel. Controleer de verbinding van de stuurpen met de vork door het stuur naar links en rechts te draaien terwijl je het voorwiel tussen je knieën geklemd houdt (Afbeelding 7). Test de bevestiging van het stuur door te controleren of je het stuur in voorbouw kunt draaien. Er mag geen beweging in zitten. Zorg ervoor dat er geen kabels worden opgerekt of aangetrokken wanneer je het stuur draait. Controleer of de stuurdoppen goed in de uiteinden van het stuur zijn gestoken. Controleer of het zadel goed is bevestigd door het zadel en de zadelpen in het frame te draaien en om het zadel aan de voorkomt omhoog en omlaag te bewegen.

77Hoe lang je fiets en de onderdelen meegaan is afhankelijk van je rijstijl. Als je hard of agressief rijdt, zul je de fiets en/of de fietsonderdelen sneller moeten vervangen dan wanneer je rustig en voorzichtig rijdt. Hierbij spelen veel variabelen een rol: gewicht, snelheid, techniek, terrein, onderhoud, rijomgeving (vochtigheid, zoutgehalte, temperatuur, enzovoort) en het frame of onderdeel zelf. Het is dus niet mogelijk om precies aan te geven hoe lang het duurt voor iets aan vervanging toe is. Bij twijfel kun je het beste contact opnemen met de dealer. Je kunt in ieder geval stellen dat je een onderdeel beter te vroeg dan te laat kunt vervangen. Carbon is een van de sterkste materi-alen die in de fietsindustrie wordt toegepast.

Carbon heeft echter unieke eigenschappen, die verschillen van metalen onderdelen, waardoor de onderdelen nauwkeurig moeten worden gecontroleerd op beschadigingen. In tegenstelling tot metalen onderdelen hoeven onderdelen van carboncomposiet die zijn beschadigd niet verbogen, uitgezet, of vervormd te zijn. Op het eerste gezicht zijn aan een beschadigd onderdeel mogelijk geen afwijkingen te zien. Als je twijfels hebt Controleer of de vering is afgestemd op je rijgedrag en de veringson-derdelen niet zover kunnen worden uitgerekt of samengedrukt dat geen veerweg of -ruimte meer over is. Controleer of de verlichting goed functioneert en de batterijen niet leeg zijn. Als een dynamo wordt gebruikt, moet je controleren of deze naar behoren is bevestigd en alle bevestig-ingspunten stevig zijn aangedraaid.

Controleer of alle reflectoren schoon zijn en goed op hun plaats zitten. Controleer het frame, de vork en andere onderdelen voor en na een rit grondig op vermoeidheidsverschi-jnselen. Controleer de gehele fiets regelmatig op vermoeiingsverschi-jnselen:• Deukjes• Scheurtjes• Krassen• Vervormingen• Verkleuringen • Ongebruikelijke geluidenOok al controleer je dit regelmatig, als de maximale toegestane belasting van je fiets of een bepaald onderdeel wordt overschreden, kan de fiets of het onderdeel het begeven. Wanneer de fiets is blootgesteld aan extreme krachten, moet je alle onderdelen van de fiets grondig controleren. Bij extreme krachten moet je bijvoorbeeld denken aan een valpartij, maar je hoeft niet te vallen om de fiets extreem te belasten.

over de staat van een onderdeel. kun je de fiets beter niet gebruiken. Wees heel voorzichtig bij het omgaan met onderdelen van carbonfiber die mogelijk beschadigd zijn. Als een onderdeel van composiet is beschadigd, kunnen losse vezels vrijkomen. Carbonvezels zijn dunner dan een haar, maar vrij stijf. Als het uiteinde van een van deze vezels tegen je huid komt, kan de vezel als een naald door je huid prikken. Volg de onderstaande procedure voor het controleren van carbon composiet onderdelen:• Controleer op krassen, groeven of andere oppervlakteproblemen. • Controleer of het onderdeel heeft ingeboet aan stijfheid• Controleer het onderdeel op delami-natie• Luister of je ongewone krakende of klikkende geluiden hoortEr kunnen nog meer controles nodig zijn. De controles zijn moeilijk te beschri-jven.

Daarom hebben we een filmpje van het inspecteren van een composiet onderdeel toegevoegd aan de handlei-ding op cd en op de website. 1. Maak het onderdeel grondig schoon met een vochtige doek. 2. Kijk goed of je iets bijzonders ziet:• krassen• groeven• scheuren• losse vezels (deze zien eruit als dunne haartjes)• andere onvolkomenheden in het oppervlakGebruik de onderdelen op normale wijze (zonder er daadwerkelijk mee te rijden) en laat iemand anders kijken of er ongewone bewegingen waarneem-baar zijn. Als je bijvoorbeeld het vermoeden hebt dat een composiet zadelbuis is beschadigd, ga je voorzichtig op het zadel zitten en laat je iemand anders kijken of er beweging in de zadelbuis zit.

1. Maak het onderdeel grondig schoon met een vochtige doek. 2. Tik met een munt vlak bij de mogelijke beschadiging en op plaatsen waarvan je weet dat er geen beschadiging is (of gebruik een vergelijkbaar onderdeel). 3. Luister goed of je verschil hoort, met name of je een hol, ‘doods’ geluid’ of een ander geluid hoort waaruit blijkt dat het onderdeel niet meer in orde is. Hoofdstuk : Velg gebruk op verharde en onverharde ondergrond.

je betrokken raken bij een ernstig ongeval. Monteer een toeter of bel op je fiets en gebruik deze om anderen te waarschuwen dat je eraan komt. Draag een helm die voldoet aan de CPSC- of CE-testnormen inzake de veiligheid (Afbeelding 9); hiermee kan letsel worden voorkomen. Zet je helm af wanneer je niet op je fiets zit. Als de helm wordt gegrepen of vast komt te zitten tussen voorwerpen kan de drager stikken. Draag beschermende kleding, inclusief een helm, beschermende bril en handschoenen. Draag geen loszit-tende broek die verstrikt kan raken in de ketting. Draag lichte, heldere en reflecterende kleding, met name ‘s avonds, zodat je goed zichtbaar bent.

Er is geen enkele rem, ongeacht het ontwerp, dat even goed bij nat als bij droog weer werkt. Ook bij goed uitgelijnde, gesmeerde en onderhouden remmen moet je de remhendels steviger aantrekken en rekening houden met een langere remweg in natte weersom-standigheden. Houd hier rekening mee. Bij nat weer heb je minder grip.

Wanneer je minder grip hebt, bijvoor-Afbeeldng - Draag een etshelm4590Afbeeldng - Hoek voor het oversteken van een spoorbaanHoofdstuk : Velg gebruk op verharde en onverharde ondergrondIn de meeste landen gelden er speciale regels waaraan je je als fietser dient te houden. Voor meer informatie hierover kun je terecht bij fietsvereni-gingen bij jou in buurt of de 3VO (of equivalent). De vereisten met betrek-king tot de verlichting en reflectoren kunnen per regio of land verschillen. Controleer dit dus van tevoren. Hier volgen enkele belangrijke regels voor fietsers:• Gebruik de juiste handsignalen. • Rij achter elkaar wanneer je in een groep rijdt. • Rij aan de juiste kant van de weg; rij nooit tegen het verkeer in. • Rij defensief; verwacht het onverwa-chte.

Fietsers zijn slecht zichtbaar en veel automobilisten houden eenvoudigweg geen rekening met fietsers. Let op en vermijd gaten, rioolrooster, een zachte of lage berm en andere oneffenheden die een belasting vormen voor de wielen of waardoor je kunt slippen. Als je het spoor moet oversteken of over een rioolrooster moet, wees dan voorzichtig en doe dit altijd onder een hoek van 90° (Afbeelding 8). Als je de ondergrond niet helemaal vertrouwt, neem je de fiets aan de hand. Als een auto zich plotseling op jouw weghelft begeeft of als iemand onverwacht de deur van een geparkeerde auto opent, kun.

00beeld wanneer je over natte bladeren, een geschilderd zebrabad of een putdeksels rijdt, moet je niet te scherp insturen en te hard door de bocht gaan. Wanneer de temperatuur bij nat weer tot onder het vriespunt daalt, heb je nog minder grip. Daarnaast is het mogelijk dat de remmen minder goed functioneren. Pas je snelheid dienover-eenkomstig aan of gebruik een andere manier om je te verplaatsen. Bij nat weer werkt de dynamo (lichtgenerator) mogelijk niet goed. Gebruik de fiets niet wanneer het zicht bij nat weer beperkt is. Een krachtige wind kan de fiets moeilijk bestuurbaar maken of ervoor zorgen dat de fiets onverwacht van richting verandert. Bij winderige omstandigheden moet je de snelheid aanpassen of een andere vorm van vervoer zoeken. Je fiets is uitgerust met een volledige set reflectoren.

Zorg dat deze schoon zijn en op de juiste plaats blijven zitten. Hoewel reflectoren zeer nuttig zijn, ga je er niet beter door zien en wordt je zichtbaarheid alleen maar vergroot wanneer er licht op valt. Gebruik in het donker of wanneer het zicht beperkt is, een goed werkend voor- en achterlicht. Zien en gezien worden, is waar het om draait. Als je vaak ‘s avonds fietst, of bij andere omstandigheden waarbij er sprake is van beperkt licht, neem je contact op met de dealer om te kijken hoe je je zicht en je eigen zichtbaarheid kunt verbeteren. Veel ongelukken kunnen worden voorkomen door je gezonde verstand te gebruiken. Hier volgen een paar voorbeelden:• Rij niet met ‘losse handen’. • Hang geen losse objecten aan het stuur of andere delen van de fiets. • Rij niet onder invloed van alcohol of medicijnen die je suf maken. • Ga niet met zijn tweeën op één fiets.

• Wees extra voorzichtig op een onverharde ondergrond. Rij alleen op de daartoe bestemde paden. Probeer stenen, takken en kuilen te vermijden. Wanneer je een heuvel afdaalt, minder je vaart, houd je je gewicht laag en achter op het zadel en gebruik je de achterrem meer dan de voorrem. • Misbruik de fiets niet; neem de gebruiksclassificatie voor jouw type fiets in acht (zie pagina 1-2). Fietsen zijn niet onverwoestbaar. Net als andere mechanische voorwerpen heeft elk onderdeel aan de fiets een beperkte levensduur vanwege de slijtage, belasting en vermoeiing. Vermoeiing verwijst naar een lage belasting die vele malen wordt herhaald, waardoor het materiaal kan breken. De levensduur van de fiets is afhankelijk van het ontwerp, de materi-alen, het gebruik en het onderhoud.

Hoewel lichtere frames en onderdelen in bepaalde gevallen mogelijk langer meegaan dan zwaardere materi-alen, moet ervan worden uitgegaan dat lichtgewicht wedstrijdfietsen en wedstrijdonderdelen, meer onderhoud vergen en vaker moeten worden gecontroleerd. Een hogere snelheid betekent een hoger risico en grotere krachten bij een valpartij.

Bij hogere snelheden Hoofdstuk : Velg gebruk op verharde en onverharde ondergrondbestaat een groter risico op slippen en kan een kleine oneffenheid al een aanzienlijke impact hebben op het frame en de vork. Houd je fiets altijd onder controle. Voor kinderen ligt de veilige snelheid veel lager. Daarom moeten ouders deze regel streng aanhouden.

Houd altijd een veilige afstand tot andere voertuigen en objecten. Pas de remkracht en de remafstand aan de omstandigheden aan. Als de fiets twee handremmen heeft, gebruik je beide remmen tegelijkertijd. Verkeerd gebruik of overmatig gebruik van de voorrem, bijvoorbeeld wanneer je bij een noodstop alleen met je voorrem remt, kan ertoe leiden dat het achterwiel van de grond komt en je de controle over de fiets verliest (Afbeelding 10). Normaal gesproken wordt met de linkerremhendel de voorrem bediend. Als je de voorrem met de rechterhendel wilt bedienen, zie hoofdstuk 3. De moderne remmen zijn zeer krachtig; ze zijn ontworpen om een fiets tot stilstand te brengen bij nat weer en modderige omstandigheden.

Als je vindt dat de remmen voor te krachtig voor je zijn, breng je de fiets naar de dealer zodat deze de remmen kan afstellen of het remsysteem kan vervangen. Met het versnellingssysteem kun je de combinatie van tandwielen kiezen die het best bij de omstandigheden past, zodat je een constante trapsnel-heid kunt aanhouden. Er zijn twee typen versnellingssystemen: derailleur (extern) en naaf (intern). Met de hendel aan de linkerkant regel je de voorderailleur en met de hendel aan de rechterkant de achter-derailleur. Gebruik de hendels niet tegelijk. Schakel alleen wanneer de pedalen en ketting voorwaarts worden bewogen.

Verminder tijdens het schakelen de druk op de pedalen om het schakelen sneller en soepeler te laten verlopen, overmatige slijtage aan ketting en tandwielen te voorkomen en verbuiging van kettingen, derailleurs en kettingbladen te vermijden. Schakel niet wanneer je over oneffenheden rijdt.

Mogelijk valt de ketting dan niet op het juiste tandwiel of ontspoort deze helemaal. Bij moderne schakelsystemen met index is de beweging van de hendel van de ene positie naar de andere (of naar de stand “schakelen”) meestal wel voldoende om de ketting naar het volgende tandwiel te laten gaan. Fietsen die zijn uitgerust met een STI-wegschakelsysteem en drie ketting-bladen schakelen soms beter als je de hendel even “vasthoudt” voordat je deze loslaat, met name wanneer je schakelt van het kleinste naar het middelste blad. Schakelen met een versnellingsnaaf kun je het beste doen wanneer je freewheelt, stilstaat of achteruit trapt. Als je moet schakelen tijdens het trappen, moet je de druk op de pedalen verminderen. Grote druk op de ketting maakt het schakelen lastiger.

Koop en gebruik een slot dat bestand is tegen knipscharen en zagen. Zet de fiets altijd op slot wanneer je deze ergens onbeheerd laat staan. Registreer je fiets bij de politie. Vul onze online registratiekaart in. Wij bewaren het serienummer van de fiets dan voor je. Schrijf het serienummer ook voor in deze handleiding en bewaar de handleiding op een veilige plaats. Stal je fiets veilig op een plaats waar deze niet in de weg staat en zorg dat de fiets niet kan omvallen. Leg de fiets niet op de derailleurs. Anders kan de achterderailleur worden verborgen of kan zich vuil verzamelen op het schake-lsysteem. Laat de fiets niet vallen. Hierdoor kunnen handgrepen of het zadel beschadigen.

Onjuist gebruik van een fietsenrek kan leiden tot een slag in het wiel. Stal de fiets wanneer je deze niet gebruikt op een plaats waar deze is beschermd tegen regen, sneeuw, zon, enzovoort. Stal de fiets niet in de buurt van elektrische motoren. De ozon van motoren tast namelijk rubber en verf aan. Regen en sneeuw kunnen ertoe leiden dat het metaal aan de fiets gaat roesten. Ultraviolette straling kan ertoe leiden dat de lak dof wordt of dat er scheurtjes in de rubbers of plastic onderdelen van de fiets ontstaan. Voordat je de fiets voor een langere periode stalt, kun je de fiets het beste schoonmaken en smeren en het frame poetsen met een framepolish.

Hoofdstuk : Velg gebruk op verharde en onverharde ondergrondde fiets op en zorg dat de bandenspan-ning ongeveer de helft van de normale bandenspanning is. Voordat je de fiets weer in gebruik neemt, moet je controleren of de fiets nog goed werkt. Zorg dat je altijd een pomp, reserve-binnenband, bandenplaksetje en gereed-schap bij je hebt zodat je een eventuele lekke band of andere veelvoorkomende mechanische problemen kunt repareren. Als je ‘s avonds fietst, zorg dan dat je een reservelampje en batter-ijen bij je hebt voor je fietsverlichting. Niet alle accessoires zijn compatibel en veilig. Gebruik daarom alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Een kinderzitje plaats bijvoorbeeld gewicht hoog op de fiets, waardoor de stabiliteit van het rijwiel wordt beïnvloed.

Hoewel je op de meeste van onze fietsen wel een kinder-zitje kunt monteren, moet de fietser extra oppassen in verband met de lagere stabiliteit. De lijst met niet-compatibele onderdelen is te lang voor deze handlei-ding. Als je niet zeker weet of een onderdeel is goedgekeurd, neem je contact op met de dealer. Als het frame of een onderdeel vuil is, reinig je dit met een zachte, vochtige doek en fietsreiniger of een oplossing van zeep en water. Wanneer je voor het reinigen van de fiets of onderdelen industriële oplosmiddelen of chemicaliën gebruikt, kun je de lak beschadigen. Zet geen klem op de afgewerkte of gelakte oppervlakken van de fiets.

De klemmen kunnen de lak beschadigen en de lichtgewicht buizen die worden gebruikt bij hoogwaardige frames kunnen zelfs worden ingedeukt, gebroken en verbrijzeld. Als de fiets moet worden verzonden, moet je zorgen voor een goed bescher-mende verpakking om beschadiging te voorkomen. Informeer bij de dealer voor artikelen die worden gebruikt bij het verzenden van een nieuwe fiets, zoals een vorkblok.

Klemmen zoals aan montagestan-daards en fietsendragers kunnen de lak of zelfs de buis van een fiets beschadigen. Wanneer je de fiets in een montagestandaard plaatst, kun je de fiets het beste vastklemmen aan de zadelpen. Wanneer je de fiets vervoert op een fietsendrager, kun je het beste de wielen en het uiteinde van de vorken gebruiken voor de bevestiging.

55Dit onderhoudsschema is gebaseerd op normaal gebruik. Als je meer dan gemiddeld fietst of veel in de regen, de sneeuw of op onverhard terrein fietst, moet je vaker onderhoud plegen dan in het schema wordt aanbevolen. Als een onderdeel niet meer goed function-eert, moet je dit meteen controleren en repareren of neem je contact op met de dealer. Als een onderdeel is beschadigd, moet je het betreffende onderdeel vervangen voordat je weer op de fietst stapt. Nadat een nieuwe fiets is ingereden, moet deze worden gecontroleerd op uitgerekte kabels en andere normale afwijkingen. Laat de fiets ongeveer twee maanden nadat je deze hebt gekocht, inspecteren door de dealer. Alle fietsen moeten één keer per jaar een grondige onderhoudsbeurt ondergaan, zelfs als er niet veel op is gefietst. Controleer de wielen. 4Controleer de bandenspanning.

5Controleer de remmen. 5Controleer het stuur en de stuurpen 6Controleer het zadel en de zadelpen 6Controleer de afstelling van de vering 7Controleer de verlichting en reflec-toren. 7Controleer frame, vork en andere onderdelen. 7Veeg de fiets met een vochtige doek schoon. 14Controleer op loszittende spaken. 29Smeer de geveerde voorvork. 34Controleer de bouten van de geveerde voorvork. 31 Controleer de bouten van de achtervering. 18Controleer de bevestiging van het stuur en de stuurpen. 17Controleer de bevestiging van het zadel en de zadelpen. 19Controleer de ketting. 21 Controleer de kettingkast (accessoires). 31Controleer de kabels op slijtage. 22Controleer de werking van de versnel-lingshendels. 22Inspecteer de derailleurs. 22Smeer de derailleurs. 34Controleer de versnellingsnaaf. 24Controleer de afstelling van de balhoofdlagers. 21Controleer de remblokjes.

6Inspecteer de accessoirebouten. 31Controleer de afstelling van de wiellagers. 29Controleer de velgen op slijtage. 29Reinig en poets het lakwerk. 13Controleer het crankstel en de brackethuls. 21Smeer de remhendels. 34Stuurpen smeren. 33Zadelpen smeren. 33Het draad en de lagers van de pedalen opnieuw smeren. 21De bracketlagers opnieuw smeren 33De wiellagers opnieuw smeren. 34De balhoofdsetlagers opnieuw smeren 34De snelkoppeling van het wiel smeren 34De geveerde voorvorken opnieuw smeren. 34Hoofdstuk : Onderhoud.

77Dit hoofdstuk bevat instructies voor het afstellen van de onderdelen van een fiets. Wanneer er een reparatie is uitgevoerd, moet een fiets worden gecontroleerd overeenkomstig de uitleg in hoofdstuk 1. Het aanhaalmoment is de mate waarin een schroefdraadbevestiging, zoals een schroef of een bout, moet worden vastgedraaid. Het moment kan worden bepaald met een moment-sleutel. De aanhaalspecificaties moeten ervoor zorgen dat de schroeven of bouten niet te strak worden aangedraaid. Het te vast draaien van de bevestiging geeft geen extra zekerheid en kan zelfs resulteren dat het betreffende onderdeel beschadigd raakt of het begeeft. Voer altijd de eenvoudige tests in dit hoofdstuk uit om te controleren of een onderdeel goed is bevestigd, ongeacht of deze is vastgedraaid met een momentsleutel.

Als een onderdeel de test bij het aanbevolen aanhaalmo-ment niet doorstaat, breng je de fiets naar de dealer. 1. Draai de klembouten op de stuurpen (zie afbeelding 11 en 12) los zodat het stuur kan worden gedraaid. 2. Plaats het stuur onder de gewenste hoek en zorg dat het stuur precies in het midden wordt vastgezet. 3. Draai de stuurklembouten aan in overeenstemming met het type stuurpen: • Gelaste pen: 11,3-13,6 N•m. • Gesmede pen: 17-20,3 N•m. Er zijn twee typen stuurpennen: • Voorbouw (zie afbeelding 11)• Uit één stuk (zie afbeelding 12)Het afstellen van de hoogte van een voorbouw is van invloed op de afstel-ling van de balhoofdsetlagers. Voor deze procedure is speciaal gereedschap en specialistische kennis nodig. Laat deze werkzaam-heden alleen uitvoeren door de dealer.

Als je de hoogte van de stuurpen met verstelbare hoogte (zie afbeelding 12) wilt wijzigen, moet je eerst de hoek van de stuurpen verstellen om de expandeerbout van de stuurpen te kunnen bereiken. 1. Draai de expand-erbout twee of drie slagen los. 2. Geef met een houten of kunststof hamer een tik op de expanderbout zodat deze ontgrendelt. 3. Stel het stuur af op de gewenste hoogte, maar zorg dat de markering voor de maximale hoogte niet boven het frame uitkomt (zie afbeelding 13). Minimaal 70 mm van de stuurpen moet in het frame steken. 4. Draai de bout vast tot 13,6 N•m. 1. Draai de stelbout los (zie afbeelding 12) totdat de hoek van de stuurpen kan worden versteld. 2. Zet de stuurpen in de gewenste stand. 3. Draai de stelbout vast tot 17-20,3 N•m.

Als de klemkracht te hoog of te laag is, moet je de stelschroef verdraaien. Hoofdstuk : InstellngAfbeeldng - Verstel-bare stuurpen ut één stuk A- Stuurbusklem-bouten B- Expanderbout stuur-pen C- Stelbout voor hoek stuurpenBCAAfbeeldng - Markerng maxmum hoogte op stuurpenA- Deze ljn moet n het frame bljvenAAfbeeldng - Ver-stelbare stuurpen BontragerA- Stelschroef klem-krachtB- SnelkoppelngC- VergrendelngspalBCA.

Stuuruiteinden (afbeelding 15) zijn speciaal ontworpen voor beklimmingen. Zorg ervoor dat de stuuruiteinden naar voren wijzen, met een hoek van minstens 15° ten opzichte van de grond. 1. Draai de bout(en) van de stuuruit-einden los zodat de uiteinden kunnen worden versteld op de stuurbuis. 2. Zet de stuuruiteinden in de gewenste stand. 3. Draai de klembout van de stuuruit-einden vast tot 9,6-14,1 N•m. De juiste afstelling van de zadelhoek is voornamelijk een kwestie van persoonlijke voorkeur. Een goed zadel dat goed is afgesteld, moet redelijk comfortabel zitten, ook voor lange ritten. Probeer eerst eens te rijden met de bovenkant van het zadel parallel aan de grond.

Bij een fiets met achtervering kun je proberen de voorkant van het zadel iets omlaag te stellen, zodat het samendrukken van de achtervering onder je lichaamsgewicht resulteert in een vlakke zit. Het zadel kan met het oog op de comfort naar voren of achteren worden geschoven ten opzichte van de zadelpen. Op deze manier kan echter ook de afstand tot het stuur worden aangepast. Span de zadelpenklem nooit aan wanneer de zadelpen niet in het frame steekt. 1. Draai de bevestig-ingsbout (zie afbeelding 16) een stukje los zodat je het zadel voor- en achterover kunt bewegen. Bepaalde zadels hebben twee bouten. Bij deze zadels wordt de hoek afgesteld door de ene bout los en de andere bout vast te draaien. 2. Leg een waterpas of meetlat op het zadel om de hoek beter te kunnen beoordelen.

003. Verstel het zadel en draai de zadelbevestigingsbout weer vast, in overeenstemming met het type zadelpen: • Dubbele bout met 5 mm inbussleutel- 9,6-14,1 N•m. •Enkele bout met steeksleutel van 13 of 14 mm - 20,3-24,9 N•m. • Enkele bout met 6 mm inbussleutel- 17-28,3 N•m. • Dubbele bout met 4 mm inbussleutel- 5-6,8 N•m. 1. Trek je schoenen uit en ga in een normale fietshouding op het zadel zitten, terwijl iemand anders de fiets in balans houdt. 2. Zorg dat de cranks parallel aan de zitbuis lopen. 3. Draai de klembout van de zadelpen of de snelkoppeling los. 4. Stel de juiste hoogte in terwijl je met je hiel met gestrekt been op de onderste pedaal staat (zie afbeelding 18). Wanneer je je schoenen aan hebt en je de bal van je voet op het pedaal plaatst, moet het been bij de knie licht gebogen zijn. 5.

Zorg dat de markering voor de maximale hoogte niet boven het frame uitkomt (zie afbeelding 19). Minimaal 64 mm van de zadelpen moet in het frame steken. 6. Sluit de snelkop-peling van de zadelpen of draai de bout aan tot 9,6-14,1 N•m. 1. Draai de klembouten los en verwijder deze (zie afbeelding 20). 2. Zet de zadelpen in de gewenste stand. 3. Zet de klembouten terug en draai deze aan tot 9,6-14,1 N•m.

Hoofdstuk : InstellngAfbeeldng - Marker-ng voor de maxmale hoogte van de zadelpenA- Deze ljn moet n het frame bljvenAAfbeeldng - Strekkng van het been bj de juste zadelhoogteAfbeeldng 0- Zadelpen drewelerA- ZadelpenB- KlemboutenAB.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Trek T700 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden