Theben thePrema P360 KNX UP Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Theben thePrema P360 KNX UP (33 pagina’s), behorend tot de categorie Bewegingsdetector. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Theben thePrema P360 KNX UP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | thePrema P360 KNX UP |
Handleiding Theben thePrema P360 KNX UP – volledige tekst
32. VeiligheidLevensgevaar door elektrische schokken of brand! Montage uitsluitend door een elektromonteur laten uitvoeren! WAARSCHUWING •Werkzaamheden aan elektrische installaties mogen alleen door elektromonteurs of door geïnstrueerde per-sonen onder leiding en toezicht van een elektromonteur volgens de elektrotechnische regels worden uitgevoerd! •Let op de landspecieke veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan elektrische installaties! Schakel de leiding vóór de montage altijd spanningsvrij! •Het apparaat is onderhoudsvrij. De garantie vervalt als het apparaat wordt geopend of eventuele voorwerpen het apparaat binnendringen.3. Bedoeld gebruikDe aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis. De aanwezigheidsmelder dient uitsluitend voor de toepassing die contractueel is afgesproken tussen de fabrikant en de gebruiker.
44. FunctieDe aanwezigheidsmelder wordt bij voorkeur in kantoren en scholen, maar ook in woningen voor de comfortabele en energiezuinige regeling van verlichting, HLK en zonwering gebruikt. De verlichting wordt door schakelen of constante lichtregeling beïnvloed. Functiebeschrijving Menglichtmeting Aanwezigheidsdetectie Kunstmatig licht Drukknop voor de handmatige regeling van de verlichting Invallend daglichtKanaal licht C1, C2, C3De aanwezigheidsmelder detecteert aanwezige personen bij zeer jne bewegingen. Tegelijkertijd meten de 3 lichts-ensoren de lichtsterkte in de ruimte en kunnen de verlich-ting daardoor afhankelijk van het daglicht traploos regelen of in- en uitschakelen. De uitgangen licht kunnen door de integrator dynamisch worden weergegeven of verborgen. De lichtsterkte-schakelwaarde resp. gewenste lichtsterkte wordt
5via parameter, object of de managementafstandsbediening ingesteld.SchakelenDe verlichting wordt bij aanwezigheid en onvoldoende lichtsterkte ingeschakeld, bij afwezigheid of voldoende lichtsterkte uitgeschakeld. Met een drukknop kan handmatig worden geschakeld of gedimd. Constante lichtregelingBij ingeschakelde constante lichtregeling wordt de lichtsterkte op de gewenste lichtsterkte constant gehouden. De regeling wordt volautomatisch of handmatig met drukknoppen resp. afstandsbediening gestart. Handmatig uitschakelen, dimmen en scènes stoppen de regeling tijdens de aanwezigheid.NalooptijdDe minimale nalooptijd kan voor alle kanalen licht tussen 30 s en 60 min worden ingesteld. Deze past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan en kan automatisch tot max. 30 min worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd.
Bij instellingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt het licht na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid).Stand-byDe stand-by-functie dient als oriëntatielicht. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 - 25%) ingesteld. De stand-by-tijd kan tussen 30 s en 60 minuten of constant worden ingesteld. Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de lichtsterkte-schakel-waarde / gewenste lichtstesrkte, dan wordt de verlichting
6uitgeschakeld. Daalt de lichtsterkte in de ruimte tot onder de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte, dan schakelt de verlichting automatisch weer naar de stand-by-waarde. De stand-by functie via een object worden geac-tiveerd of geblokkeerd. Zo kunnen in combinatie met een schakelklok energiezuinige oplossingen worden gerealiseerd.DrukknopaansturingVia een drukknop laat de verlichting zich altijd handma-tig schakelen of dimmen. Wordt de verlichting handmatig ingeschakeld, dan brandt de verlichting in de schakelmodus minimaal 30 min., mits personen aanwezig zijn. Daarna gaat het licht bij voldoende lichtsterkte uit. Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan gaat het licht altijd uit na aoop van de ingestelde nalooptijd. Wordt het kunstmatige licht handmatig uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn.
Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer automatisch geschakeld. Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch voor meer comfort resp. halfautomatisch voor een grotere besparing geregeld. Als «volautomaat» wordt de verlichting automatisch in- en uitgeschakeld. Als «Halfauto-maat» moet de verlichting altijd handmatig worden ingescha-keld. Het uitschakelen van de verlichting vindt automatisch plaats.Zeer eenvoudige instelling van het energiebesparingsgedragMet de keuze van „eco“ voor optimaal schakelgedrag of „eco plus“ voor maximale energiebesparing kan de gebruiker de aanwezigheidsmelder zeer eenvoudig op zijn behoeften instellen.
7Kanaal aanwezigheid C4, C5De kanalen aanwezigheid worden meestal voor de HLK-re-geling gebruikt. Een zelf gekozen telegram wordt alleen door aanwezigheid, volledig lichtsterkteonafhankelijk en na aoop van de inschakelvertraging gezonden. Na elk telegram wordt de nalooptijd bij elke beweging opnieuw gestart. Drukknop-pen beïnvloeden het kanaal aanwezigheid niet.InschakelvertragingDe inschakelvertraging voorkomt een directe inschakeling. Het telegram wordt pas na aoop van de inschakelvertraging gezonden, mits er in die tijd personen aanwezig zijn. NalooptijdDe nalooptijd maakt een vertraagde uitschakeling van HLK-apparaten en -systemen mogelijk nadat men de ruimte verlaten heeft.Kanaal ruimtebewaking C6Bij het kanaal ruimtebewaking is de gevoeligheid van de aanwezigheidsdetectie verminderd.
Een telegram wordt pas bij een duidelijke beweging gezonden en detecteert met hoge zekerheid de aanwezigheid van personen. Voor de ruimtebe-waking is een aparte nalooptijd beschikbaar.
8 Dokument: Übersicht Druckfile für thePrema P360 KNXProjekt: Theben-HTS AG A-10615 AP ProduktgrafikMassstab 1:1Farbangabe: RAL 9005, TiefschwarzSchrifttypen: Helvetica Neue 57 Condensed Helvetica Neue 55 Roman Myriad ProDrucktyp: TampondruckAutor: L. ReibmayrDatum: 30.05.2013 Mechanische beveiligingsvergrendeling Let op de uitlijning raam / binnen!5. DetectiebereikHet vierkante detectiebereik van de aanwezigheidsmelder garandeert een veilig en eenvoudig ontwerp. Bij de paral-lelschakeling kan met vierkante detectiebereiken de gehele ruimte worden afgedekt. Let erop dat zittende en bewegende personen in bereiken met verschillende afmetingen worden geregistreerd. De aanbevolen montagehoogte is 2,0 m – 3,5 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid van de aanwezigheidsmelder.
9Zittende personen:De aanwezigheidsmelder reageert zeer gevoelig op zeer kleine bewegingen. De gegevens hebben betrekking op het verminderde detectiebereik voor bewegingen op tafelhoogte (ca. 0,80 m). Vanaf een montagehoogte van > 3,5 m is de detectiegevoeligheid verminderd. Voor een duidelijke detectie zijn sterkere bewegingen noodzakelijk.Bewegende personen:Benutting van het gehele detectiebereik. Bij een montage-hoogte tussen 5 m en 10 m worden de grootte van en afstand tussen de actieve en passieve zones groter. ozittende personenbewegende personen
10Montage-hoogtezittende personen bewegende personen2,0 m 20 m2 4,5 m x 4,5 m36 m2 6,0 m x 6,0 m ± 0,5 m2,5 m 36 m2 6,0 m x 6,0 m64 m2 8,0 m x 8,0 m ± 0,5 m3,0 m 49 m2 7,0 m x 7,0 m81 m2 9,0 m x 9,0 m ± 1,0 m3,5 m 64 m2 8,0 m x 8,0 m100 m2 10,0 m x 10,0 m ± 1,0 m5,0 m - 144 m2 12,0m x 12,0m ± 1,5m10,0 m - 400 m2 20,0m x 20,0m ± 2,0mLichtsterktemetingDe aanwezigheidsmelder meet met behulp van drie gerichte lichtmetingen het kunstmatige licht en het daglicht (openingshoek telkens ca. ± 40°). De middelste lichtmeting meet de lichtsterkte direct onder de melder (A), terwijl de beide andere lichtmetingen de lichtsterkte in de buurt van het raam (B) resp. binnen (C) meten. De montageplaats wordt gebruikt als referentie van het verlichtingsniveau.
De lichtster-ktemeting kan met de ruimtecorrectiefactor op de ruimtelijke omstandigheden worden aangepast.Wij raden het gebruik van de volgende lichtmetingen aan: •Schakelen of constante lichtregeling 1-kanaals: gebruik van de middelste lichtmeting. •Schakelen of constante lichtregeling 2-kanaals: alleen de beide lichtmetingen raam resp. binnen zijn beschikbaar.
11~1,8 m~1,8 mCBASchakelenDoor het direct richten van het licht wordt de lichtmeting beïnvloed. De plaatsing van staande lampen of verlaagd ver-lichting direct onder de melder moet worden vermeden.Constante lichtregelingDe melder moet zo worden geplaatst dat deze alleen kunst-matig licht detecteert dat hij zelf regelt. Kunstmatig licht dat door andere melders wordt geregeld of handmatig gescha-kelde werkverlichting beïnvloeden de lichtsterktemeting van de melder. Direct kunstmatig licht op de melder moet worden vermeden.Geschikte lampenDe aanwezigheidsmelder is geschikt voor uorescentielam-pen, compacte tl-lampen, halogeen-, gloeilampen en LED‘s.
126. MontageMontage in inbouwdoosVoor de inbouwmontage van de aanwezigheidsmelder moet een standaard inbouwdoos worden gebruikt Maat 1.Dokument: ExplosionszeichnungthePrema KNX UP Dose Deckeneinbau Projekt: Theben-HTS AG A-10615 AP ProduktgrafikMassstab -Farbangabe: RAL 9005, TiefschwarzSchrifttypen: ITC Avantgarde BT-Book Syntax LT Std Black Drucktyp: -Autor: L. ReibmayrDatum: 12.07.2013 PlafondinbouwTer vereenvoudiging van de plafondinbouw van de aanwezig-heidsmelder is een plafondinbouweenheid verkrijgbaar (zie accessoires). Deze dient tegelijkertijd als trekontlasting en aanrakingsbeveiliging. De inbouwdiameter is 72 mm (boor-diameter 73 mm).
14Dokument: ExplosionszeichnungthePrema KNX_ Aufputz_S DeckeneinbauProjekt: Theben-HTS AG A-10615 AP ProduktgrafikMassstab -Farbangabe: RAL 9005, TiefschwarzSchrifttypen: ITC Avantgarde BT-Book Syntax LT Std Black Drucktyp: -Autor: L. ReibmayrDatum: 18.07.2013 7. Inbedrijfname1. InstellingenAlle instellingen worden met behulp van de ETS uit-gevoerd. Zie document „KNX-handboek the Prema“ (toepassingsbeschrijving).Ter ondersteuning van de inbedrijfstelling is optioneel de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ of de installatieafstandsbediening „theSenda P“ verkrijgbaar. Met de „SendoPro 868-A“ kunnen parameters worden opgevraagd, aangepast en geoptimaliseerd. Met de „the-Senda P“ kunnen de parameters alleen worden aangepast. De afstandsbedieningen dienen dan als instelhulpmiddel. Met de afstandsbediening kunnen een aantal te wijzigen
15parameters worden aangepast (zie hoofdstuk „Parameters via afstandsbediening“).Door stuuropdrachten via de afstandsbediening kan de reactie tijdens het bedrijf worden gewijzigd.2. ProgrammeermodusDe programmeermodus kan met de programmeerknop aan de achterkant van de aanwezigheidsmelder of zonder demontage van de aanwezigheidsmelder met behulp van de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ of installa-tieafstandsbediening „theSenda P“ worden ingesteld. Dokument: Übersicht Druckfile für thePrema P360 KNXProjekt: Theben-HTS AG A-10615 AP ProduktgrafikMassstab 1:1Farbangabe: RAL 9005, TiefschwarzSchrifttypen: Helvetica Neue 57 Condensed Helvetica Neue 55 Roman Myriad ProDrucktyp: TampondruckAutor: L. ReibmayrDatum: 30.05.2013 Toets programmeermodus3. Apparat in de toestand bij levering zettenDe aanwezigheidsmelder wordt met een basisinstelling gele-verd.
16Activeren BeschrijvingPowerup De programmeerknop tijdens het bijsch-akelen van de busspanning ingedrukt houden.4. BedrijfstoestandDe thePrema P360 KNX kent 3 bedrijfstoestandenNormaal Test-aanwezigheid Test-licht5. InschakelgedragNa het bijschakelen van de busspanning of downloaden van de parameters door de ETS doorloopt de melder de opstart-fase (door LED weergegeven).1. Opstartfase (30 s) •De LED knippert elke seconde. •Schakelen: Uitgangen licht zenden lichtsterkteonafhankelijk een AAN-telegram •Constante lichtregeling: regeling niet-actief, de verlichting wordt tot het maximum gedimd (waardetelegram 100%). •Bij afwezigheid of onvoldoende lichtsterkte wordt na 30 s een UIT-telegram gezonden (licht UIT).2. Bedrijfstoestand Normaal •De melder is klaar voor gebruik (LED UIT).3. Bij storing •De LED knippert snel •Voor het verhelpen van storingen zie hoofdstuk “Verhelpen van storingen”
18Met de managementafstandsbediening “SendoPro 868-A” kunnen parameters worden opgevraagd doordat de waarden trapsgewijs naar de melder worden gezonden en de LED bij overeenstemming kort ikkert. Door het aanpassen van de parameters worden de instellingen in de ETS niet gewijzigd.9. Te wijzigen parameters via afstandsbediening1. Aanpassing met de afstandsbedieningDe oarameters worden met de managementafstandsbe-diening “SendoPro 868-A” of installatieafstandsbediening “theSenda P” via infrarood naar de aanwezigheidsmelder gezonden. Gewijzigde parameters worden door de melder direct overgenomen en gebruikt.
LED-beschrijvingFlikkeren gedurende 2 s Na het indrukken van de Zenden-toets op de managemen-tafstandsbediening of het indrukken van de betreffende toets op de theSenda P toont de aanwezigheidsmelder de juiste ontvangst met een 2 s durend ikkeren.Kort brandenDe gezonden parameter/opdracht door de afstandsbediening werd door de aanwezigheidsmelder afgewezen. De opdracht is niet geldig. Controleer het gekozen meldertype en de gezonden parame-ter bij de managementafstandsbediening.
Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de schakelwaarde / gewenste waarde, dan wordt het licht, voorzover aanwezig-heid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedrijfsmodus Volautomatisch).Waardenbereik •Lux-waarden met managementafstandsbediening “Sendo-Pro 868-A”: 5 - 3000 Lux •Bij de installatieafstandsbediening “theSenda P” zijn de volgende waarden beschikbaar: 5, 10, 15, 300, 500, 800 lux •(De momenteel gemeten lichtsterkte (lux) kan bij de managementafstandsbediening “SendoPro 868-A”, met de stuuropdracht Teach-in of met de installatieafstandsbe-diening “theSenda P” met de toets Teach-in worden over-genomen.) Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. •Deactivering van de lichtsterktemeting in de schakelmo-dus (de lichtsterkte heeft geen invloed): Meting UIT •De kanalen licht schakelen alleen na aan-/afwezigheid3.
Alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1, C2 lichtMet de alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kan een tweede verschillende lichtsterkte-scha-kelwaarde / gewenste lichtsterkte worden gedenieerd. In combinatie met de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 Licht kan bijvoorbeeld een
20dag- en nachtmodus met twee verschillende lichtsterkteni-veaus worden verkregen. De alternatieve lichtsterkte-scha-kelwaarde / gewenste lichtsterkte wordt via een busobject geactiveerd resp. omgeschakeld.Waardenbereik •Lux-waarden met managementafstandsbediening “Sendo-Pro 868-A”: 5 - 3000 Lux •Bij de installatieafstandsbediening “theSenda P” zijn de volgende waarden beschikbaar: 5, 10, 15, 300, 500, 800 lux •(De momenteel gemeten lichtsterkte (lux) kan bij de managementafstandsbediening “SendoPro 868-A”, met de stuuropdracht Teach-in of met de installatieafstandsbe-diening “theSenda P” met de toets Teach-in worden over-genomen.) Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. •Deactivering van de lichtsterktemeting in de schakelmo-dus (de lichtsterkte heeft geen invloed): Meting UIT •De kanalen licht schakelen alleen na aan-/afwezigheid4.
Ruimtecorrectiefactor C1, C2De ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek.De gemeten lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden, de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Met de ruimtecorrectiefactor wordt de gemeten lichtsterkte van het betreffende lichtkanaal aan de omstandigheden in de ruimte aangepast en kan zo op de gemeten luxwaarde op het vlak onder de aanwezigheidsmelder worden aangepast.
21Ruimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de werkplek Let op het “KNX-handboek thePrema” voor het kalibre-ren van de lichtmetingen resp. voor de instelling van de ruimtecorrectiefactor. •De luxmeter wordt op het werkvlak onder de sensor geplaatst en de gemeten luxwaarde wordt met de manage-mentafstandsbediening “SendoPro 868-A” ingevoerd. •De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit automatisch bere-kend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Bere-kende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet.De berekende ruimtecorrectiefactor wordt direct overgeno-men. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via het object worden opgevraagd.!De ruimtecorrectiefactor kan direct alleen met de ETS worden gewijzigd.
225. DetectiegevoeligheidDe melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus. De basisinstelling is het middelste niveau (3). De gevoeligheid geldt ook tijdens de testmodus. Door de keuze van de bedrijfsmodus test-aanwe-zigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. Met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ kunnen de niveaus 1 t/m 5 worden gekozen en naar de melder worden gezonden. Met de installatieafstandsbe-diening „theSenda P“ kan de gevoeligheid bij elke druk op de knop één niveau worden verhoogd of verlaagd.Niveau Gevoeligheid1 zeer ongevoelig2 ongevoelig3 Standaard4 gevoelig5 zeer gevoeligTestmodusDe thePrema P360 KNX beschikt over twee testmodi. •Test-aanwezigheid •Test-licht1.
23Beëindi-genMet aansluitende herstart:Stuuropdracht Test-aanwezigheid «UIT» met de managemen-tafstandsbediening "SendoPro 868-A"UIT-telegram via busobject (51)Uitval van de netspanning en daardoor PowerupAutomatisch na de in de ETS ingestelde tijdZonder herstart:Activeren van test-licht met de managementafstandsbe-diening "SendoPro 868-A"Weergave van de LEDToestand kanalenBeschrijvingOn Bij beweging is de LED aan en de kanalen C1, C2 sluiten.Uit Na aoop van de beweging is de LED uit en de kanalen C1, C2 openen na ca. 10 s.Testgedrag •Lichtsterktemeting gedeactiveerd, lichtuitgang reageert niet op lichtsterkte •De melder reageert zoals in de bedieningswijze Volautoma-tisch, ook als Halfautomatisch is ingesteld. •Het regelingstype verandert in schakelen als het regelings-type op constante lichtregeling is ingesteld. Het licht wordt niet geregeld.
24 •Beëindigen van de test-aanwezigheid •Activeren van de test-licht •Registratiegevoeligheid wijzigenDe gekozen detectiegevoeligheid (1 . . 5) wordt bij het acti-veren van de test-aanwezigheid niet gewijzigd. Tijdens de test kan de gevoeligheid worden aangepast.Na aoop van de testmodus wordt de aanwezigheidsmelder opnieuw gestart.2.
25TestgedragDe aanwezigheidsmelder gedraagt zich voor 100 % identiek als in de normale bedrijfsmodus, alleen de reactie op licht/donker is sneller. Daardoor kan de lichtsterktedrempel en ook het adaptieve gedrag worden gecontroleerd. Daarnaast reageert de regeling sneller. Alle geselecteerde functies en parameters blijfven ongewijzigd.Opdrachten en veranderbare parametersIn de testmodus licht zijn met de managementafstandsbe-diening “SendoPro 868-A” de volgende opdrachten mogelijk: •Beëindigen van de test-licht •Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 licht wijzigen •Activeren van de test-aanwezigheidNa aoop van de testmodus wordt de aanwezigheidsmelder gereset.!De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten scha-kelen.
De aanwezigheidsmelder al dit inleren en daardoor de adaptieve lichtschakeldrempels en hysteresiswaarden vervalsen.Om het gedrag te simuleren, wordt idealiter het bereik onder de aanwezigheidsmelder verlicht of worden de jaloe-zieën bediend. Voor een nieuwe poging test-licht nogmaals activeren.StuuropdrachtenDe volgende stuuropdrachten kunnen met de afstandsbedi-ening worden geactiveerd:
26Stuurop-drachtBeschrijving Opv-raag-baar Sendo-ProActi-veer-baar Sendo-ProActi-veer-baar the-Senda PHerstart Melder opnieuw starten x xTeach-in kanaal C1 De momenteel gemeten lichtsterkte wordt als gewenste lichtsterkte overgenomen. De momenteel actieve gewenste lichtsterkte wordt overgenomen. Dit betekent dat, als op de alter-natieve gewenste lichtsterkte wordt omgeschakeld, door de Teach-In-opdracht de momen-teel gemeten lichtsterkte [lux] in de alternatieve gewenste lichtsterkte wordt overgenomen. De waarde wordt niet overgeno-men als de gemeten lichtsterkte buiten het waardebereik van de gewenste lichtsterkte ligt (wordt door LED weergegeven).
Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet.x xTeach-in kanaal C2x xTeach-in kanaal C1 + C2x xTest-aan-wezigheidAan / Uit x xTest-licht Aan / Uit xAlle licht-groepenAlle lichtgroepen kunnen worden in- en uitgeschakeld.x xMaster/Slave opvraagMaster / Slave xProgram-meermo-dusActiveren van de programmeermodusx x
27Verhelpen van storingenSTORING OorzaakLicht wordt niet inge-schakeld resp. licht wordt uitgeschakeld bij aanwe-zigheid en duisternisLuxwaarde te laag ingesteld; melder op hal-fautomatisch ingesteld; licht werd handmatig met de drukknop of met afstandsbediening uitgeschakeld; geen persoon in het detec-tiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteld.Licht brandt bij aanwezig-heid ondanks voldoende lichtsterkte Luxwaarde te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor handmatig met de drukknop of met afstandsbediening ingeschakeld (30 min. wachten in de schakelmodus); melder in testmodus.Licht wordt niet uitge-schakeld resp. licht wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend); thermische storingsbronnen in het detectiebereikhete-luchtverwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv.
•dat, voorzover de aanwezigheidsmelder op een softwarege-stuurd systeem wordt aangesloten, de garantie voor deze aansluiting alleen geldig is als de gespeciceerde interface wordt gebruikt.Wij verplichten ons alle delen van het geleverde product die aantoonbaar vanwege slecht materiaal, foutieve constructie of gebrekkige uitvoering tot aan het einde van de garantiepe-riode beschadigd of onbruikbaar worden, zo snel mogelijk te repareren of te vervangen.
32InsturenAls het apparaat onder de garantie valt, stuur het dan samen met het aeveringsbewijs en een korte beschrijving van de fout c.q. storing naar een bevoegde speciaalzaak.Intellectueel eigendomHet concept alsmede de hard- en software van deze appara-ten zijn auteursrechtelijk beschermd.10. Technische gegevensBedrijfsspanning Busspanning KNX, max. 30 VEigen verbruik ca. 9 mA / 13 mA met LED AANSoort montage Plafondmontage; inbouw/opbouw of plafondinbouwAanbevolen montagehoogte 2,0 – 3,5 m (minimumhoogte > 1,7 m)Detectiebereik horizontaal verticaal360°120°Maximale reikwijdte 8 x 8 m (mh. 3,5 m) / 64 m2 zittend10 x 10 m (mh. 3,5 m) / 100 m2 bewegendInstelbereik lichtsterk-te-schakelwaarde / gewenste lichtsterkteca.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben thePrema P360 KNX UP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Bewegingsdetector Theben
Handleiding Bewegingsdetector
Nieuwste handleidingen voor Bewegingsdetector