Stihl MSA 60.0 C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl MSA 60.0 C (176 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stihl MSA 60.0 C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | MSA 60.0 C |
Handleiding Stihl MSA 60.0 C – volledige tekst
15 Opslaan. 16416 Reinigen. 16517 Onderhoud. 16618 Repareren. 16619 Storingen opheffen. 16720 Technische gegevens. 16821 Combinaties van zaagbladen en zaagkettin‐gen. 16922 Onderdelen en toebehoren. 17023 Milieuverantwoord afvoeren. 17024 EU-conformiteitsverklaring. 17025 UKCA-conformiteitsverklaring. 17026 Algemene veiligheidswaarschuwingen voorelektrische gereedschappen. 1711 VoorwoordGeachte cliënt(e),Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wijontwikkelen en produceren onze producten intopkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ten van onze klanten. Zo ontstaan producten meteen hoge betrouwbaarheid, ook bij extremebelasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundigadvies en instructie alsmede een uitgebreidetechnische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame enverantwoordelijke omgang met de natuur.
Dezegebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐steuning om uw STIHL-product gedurende eenlange levensduur veilig en milieuvriendelijk tegebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas StihlBELANGRIJK. VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekkingtot deze handleiding2. 1 Geldende documentenDe lokale veiligheidsvoorschriften moeten wor‐den aangehouden. ► Naast deze handleiding de volgende docu‐menten lezen, begrijpen en bewaren:–Veiligheidsinstructies accu STIHL AK–Veiligheidsinformatie voor STIHL accu's enproducten met ingebouwde accu:www. stihl. com/safety-data-sheets2. 2 Aanduiding van de waarschu‐wingen in de tekstGEVAAR■ De aanwijzing duidt op gevaren die leiden toternstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstigletsel of de dood voorkomen.
3 Overzicht3. 1 Kettingzaag, accu en acculader2092619181716328622212425231410115271312##14150000100032_0011 achterste handbeschermerDe achterste handbeschermer beschermt derechterhand tegen contact met een wegge‐worpen of gebroken zaagketting. 2 Voorste handbeschermerDe voorste handbeschermer beschermt delinkerhand tegen het contact met de zaagket‐ting, dient voor het inschakelen van de ket‐tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐tingrem automatisch in. 3 KettingtandwielHet kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 4 SpanringDe spanring verschuift het zaagblad en spantof ontspant hierdoor de zaagketting. 5 KamDe kam ligt tijdens de werkzaamheden metde kettingzaag tegen het hout. 6 zaagkettingDe zaagketting zaagt het hout. 7 ZaagbladHet zaagblad geleidt de zaagketting.
8 KettingtandwieldekselHet kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐tandwiel af en bevestigt het zaagblad op dekettingzaag. 9 SpantandwielVia het spantandwiel kan de kettingspanningworden afgesteld. 10 VleugelmoerDe vleugelmoer bevestigt het kettingtandwiel‐deksel op de kettingzaag. 11 KettingvangerDe kettingvanger vangt een weggeworpen ofgebroken zaagketting op. 12 BedieningshandgreepDe bedieningshandgreep dient voor hetbedienen, vasthouden en hanteren van dekettingzaag. 13 ergo-hendelDe Ergo-hendel houdt de blokkeerknop in zijnstand als de schakelhendel wordt losgelaten. 14 BlokkeerhendelDe blokkeerhendel borgt de accu in de accu‐schacht. 15 accuschachtDe accu wordt ondergebracht in de accu‐schacht. 16 DraagbeugelDe draagbeugel dient voor het vasthouden,hanteren en dragen van de kettingzaag. 17 OlietankdopDe olietankdop sluit de olietank af.
27 KettingbeschermerDe kettingbeschermer biedt beschermingtegen het contact maken met de zaagketting. # Typeplaatje met machinenummer3. 2 PictogrammenDe pictogrammen kunnen op de kettingzaag, deaccu en de acculader staan en hebben de vol‐gende betekenis:Dit pictogram geeft de draairichting vande zaagketting aan. In deze richting draaien om de zaag‐ketting te spannen. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐kettingolie aan. In deze richting wordt de kettingrem inge‐schakeld. In deze richting wordt de kettingrem gelost. 1 led brandt rood. De accu is te warmof te koud. 4 leds knipperen rood. In de accu ziteen storing. De led brandt groen en de leds op deaccu branden of knipperen groen. Deaccu wordt geladen. De led knippert rood. Tussen de accuen de acculader is geen elektrisch con‐tact of in de accu of in de acculader iseen storing. Lengte van een zaagblad dat mag wor‐den gebruikt.
LWAGegarandeerd geluidvermogensniveauvolgens de richtlijn 2000/14/EG indB(A) om de geluidsemissies van pro‐ducten vergelijkbaar te maken. De gegevens naast het pictogram duidenop de energie-inhoud van de accu volgensspecificatie van de fabrikant van de accu‐cellen. Het voor het gebruik beschikbareaantal ampère-uren is minder. Elektrisch apparaat in een gesloten endroge ruimte gebruiken. Het product niet met het huisvuil afvoeren. 4 Veiligheidsinstructies4. 1 WaarschuwingssymbolenDe waarschuwingssymbolen op de motorzaag,de accu of de acculader hebben de volgendebetekenissen:Op de veiligheidsinstructies en demaatregelen hierin letten. De gebruiksaanwijzing lezen, begrijpenen bewaren. Veiligheidsbril en veiligheidshelm dra‐gen. Houd de kettingzaag met beide handenvast. Op de veiligheidsinstructies metbetrekking tot terugslag en de maatre‐gelen hiertegen letten.
De accu tegen regen en vochtbeschermen en niet onderdompelen invloeistoffen. 4. 2 Gebruik conform de voorschrif‐tenDe kettingzaag STIHL MSA 60. 0 C ofMSA 70. 0 C dient voor het zagen van hout envoor het snoeien en vellen van bomen met eenkleine stamdiameter en voor de verzorging vanbomen rondom het huis. De kettingzaag mag niet worden gebruikt bijregen. De STIHL AK-accu voorziet de motorzaag vanenergie. De acculader STIHL AL 101 laadt de STIHL AK-accu. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands0458-022-9601-A 143.
WAARSCHUWING■ Accu's en acculaders die niet door STIHL voorde kettingzaag zijn vrijgegeven, kunnen leidentot brand en explosiegevaar. Personen kun‐nen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kanmateriële schade ontstaan. ►Kettingzaag gebruiken met een STIHL AK-accu. ►De STIHL AK-accu ladenmet behulp van een accula‐der STIHL AL 101, AL 301 ofAL 500. ■Als de kettingzaag, de accu of de acculaderniet volgens voorschrift wordt gebruikt, kan ditleiden tot ernstig persoonlijk letsel of zelfs dedood en er kan materiële schade ontstaan. ►Kettingzaag, accu en acculader zo gebrui‐ken als staat beschreven in de handleiding. 4. 3 Eisen aan de gebruikerWAARSCHUWING■ Gebruikers die niet zijn geïnstrueerd kunnende gevaren van de kettingzaag, de accu en deacculader niet herkennen of niet inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ern‐stig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
► De handleiding lezen, begrijpen enbewaren. ► Als de kettingzaag, de accu of de acculaderaan een andere persoon wordt doorgege‐ven: de handleiding meegeven. ►Controleren of de gebruiker aan de vol‐gende eisen voldoet:–De gebruiker is uitgerust. –De gebruiker is lichamelijk,sensorisch en geestelijk instaat de kettingzaag, deaccu en de acculader tebedienen en hiermee tewerken. Als de gebruikerlichamelijk, sensorisch ofgeestelijk beperkt is, magde gebruiker slechts ondertoezicht van of na instruc‐tie door een hiertoe ver‐antwoordelijke ofbevoegde persoon hier‐mee werken. –De gebruiker kan de gevaren van dekettingzaag, accu en acculader herken‐nen en inschatten. –De gebruiker is meerderja‐rig of de gebruiker wordtovereenkomstig de natio‐nale regelgeving ondertoezicht onderwezen ineen beroep.
–De gebruiker is geïnstru‐eerd door een STIHL dea‐ler of een hiertoe bevoegdpersoon, voordat dezevoor de eerste keer metde kettingzaag gaat wer‐ken en de acculader ingebruik neemt. –De gebruiker verkeert niet onder invloedvan alcohol, medicamenten of drugs.
►Als de gebruiker voor het eerst met een ket‐tingzaag werkt: het zagen van rondhout opeen zaagbok of een schraag oefenen. ►Indien er onduidelijkheden bestaan: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 4 Kleding en uitrustingWAARSCHUWING■Tijdens de werkzaamheden kunnen langeharen in de kettingzaag worden getrokken. Degebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen. ►Lang haar in een paardenstaart binden endusdanig vastmaken, dat het zich boven deschouders bevindt. ■Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐pen met een hoge snelheid naar boven wor‐den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐pen. ► Draag een nauwsluitende veilig‐heidsbril. Geschikte veiligheidsbrillenzijn aan de hand van de normEN 166 of de nationale voorschriftenNederlands 4 Veiligheidsinstructies144 0458-022-9601-A.
► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐tingzaag kunnen spelen. ■ De kettingzaag is niet waterdicht. Als er in deregen of in een vochtige omgeving wordtgewerkt, kan dit leiden tot een elektrischestroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopenen de kettingzaag kan worden beschadigd. ► Niet in de regen en niet in een voch‐tige omgeving werken. ■ Elektrische componenten van de kettingzaagkunnen vonken veroorzaken. Vonken kunnenin licht ontvlambare of een explosieve omge‐ving brand en explosies veroorzaken. Perso‐nen kunnen zwaar letsel oplopen of wordengedood en er kan materiële schade ontstaan. ►Niet werken in een licht ontvlambare en nietin een explosieve omgeving. 4. 5. 2 AccuWAARSCHUWING■ Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnende gevaren van de accu niet herkennen en degevaren hiervan niet inschatten. Buitenstaan‐ders, kinderen en dieren kunnen ernstig letseloplopen.
►Buitenstaanders, kinderen en huisdieren opafstand houden. ► De accu niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de accukunnen spelen. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf. Als de accu blootstaat aanbepaalde invloeden van buitenaf kan de accuin brand vliegen, exploderen of onherstelbaarbeschadigd raken. Personen kunnen ernstigletsel oplopen en er kan materiële schade ont‐staan. ► De accu tegen hitte en vuur bescher‐men. ► De accu niet in het vuur werpen. ► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ratuurgrenzen opladen, gebruiken enopbergen, 20. 7. ► De accu tegen regen en vochtbeschermen en niet onderdompelenin vloeistoffen. ► De accu bij kleine metalen voorwerpen van‐daan houden. ► De accu niet blootstellen aan hoge druk. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands0458-022-9601-A 145.
► De accu niet in de magnetron plaatsen. ► De accu tegen chemicaliën en zoutenbeschermen. 4. 5. 3 AcculaderWAARSCHUWING■Buitenstaanders en kinderen kunnen de geva‐ren van de acculader en de elektrische stroomniet herkennen en ook niet inschatten. Buiten‐staanders, kinderen en dieren kunnen ernstigof fataal letsel oplopen. ►Buitenstaanders, kinderen en huisdieren opafstand houden. ►Zorg ervoor dat kinderen nietmet de acculader kunnenspelen. ■De acculader is niet waterdicht. Als er in deregen of in een vochtige omgeving wordtgewerkt, kan dit leiden tot een elektrischestroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopenen de acculader kan worden beschadigd. ► Deze niet gebruiken in de regen enniet in een vochtige omgeving. ■ De acculader is niet beschermd tegen alleinvloeden van buitenaf.
Als de acculader aanbepaalde invloeden van buitenaf is blootge‐steld, kan de acculader in brand vliegen ofexploderen. Personen kunnen ernstig letseloplopen en er kan materiële schade ontstaan. ►Acculader in een gesloten en droge ruimtegebruiken. ► Acculader niet in een licht ontvlambare enook niet in een explosieve omgevinggebruiken. ►Acculader niet op een licht ontvlambareondergrond gebruiken. ► De acculader niet buiten de aangegeventemperatuurgrenzen gebruiken en bewaren, 20. 7. ■Personen kunnen struikelen over de aansluit‐kabel. Personen kunnen letsel oplopen en deacculader kan worden beschadigd. ►De aansluitkabel plat op de vloer leggen. 4. 6 Veilige staat4. 6. 1 KettingzaagDe kettingzaag verkeert in de veilige staat alsaan de volgende voorwaarden is voldaan:–De kettingzaag is niet beschadigd. –De kettingzaag is schoon en droog. –De kettingvanger is niet beschadigd.
–Een in deze gebruiksaanwijzing aangegevencombinatie van zaagblad en zaagketting isgemonteerd. –Het zaagblad en de zaagketting zijn correctgemonteerd. –De zaagketting is correct gespannen. –Alleen origineel STIHL toebehoren voor dezekettingzaag is gemonteerd. –Het toebehoren is correct gemonteerd. –De olietankdop is gesloten. WAARSCHUWING■ In een niet-veilige toestand kunnen onderde‐len niet meer naar behoren functioneren enkunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werk‐ing worden gezet. Personen kunnen ernstig ofdodelijk letsel oplopen. ►Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ken. ► Als de kettingzaag vervuild of nat is: de ket‐tingzaag reinigen en laten drogen. ► Met een onbeschadigde kettingvanger wer‐ken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐brengen. Uitzondering: montage van een indeze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐binatie van zaagblad en zaagketting.
►Als de bedieningselementen niet functione‐ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voordeze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als indeze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Monteer het toebehoren zoals in dezehandleiding of in de handleiding van hettoebehoren beschreven staat. ►Geen voorwerpen in de openingen van dekettingzaag steken. ► Olietankdop sluiten. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 6. 2 ZaagbladHet zaagblad verkeert in de veilige staat als aande volgende voorwaarden is voldaan:–Het zaagblad is niet beschadigd. –Het zaagblad is niet vervormd. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies146 0458-022-9601-A.
–De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐male groefdiepte, 20. 3. –Er bevinden zich geen bramen op de randenvan de groef. –De groef is niet versmald of verbreed. WAARSCHUWING■In een onveilige staat kan het zaagblad dezaagketting niet meer correct geleiden. Deronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐blad springen. Personen kunnen ernstig ofzelfs dodelijk letsel oplopen. ►Met een onbeschadigd zaagblad werken. ► Als de diepte van de groef kleiner is dan deminimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ken wij u contact op te nemen met eenSTIHL dealer. 4. 6. 3 ZaagkettingDe zaagketting verkeert in de veilige staat alsaan de volgende voorwaarden is voldaan:–De zaagketting is niet beschadigd. –De zaagketting is correct aangescherpt/gesle‐pen. –De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijnzichtbaar.
WAARSCHUWING■In een niet-veilige staat kunnen componentenniet meer correct functioneren en kunnen deveiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letseloplopen. ►Met een onbeschadigde zaagketting wer‐ken. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 6. 4 AccuDe accu verkeert in een veilige staat als aan devolgende voorwaarden is voldaan:–De accu is onbeschadigd. –De accu is schoon en droog. –De accu functioneert en is niet gemodificeerd. WAARSCHUWING■In een niet veilige staat kan de accu niet meercorrect functioneren. Personen kunnen ernstigletsel oplopen. ►Alleen met een onbeschadigde en goedwerkende accu werken. ► Een beschadigde of defecte accu nietladen. ► Als de accu vuil is: de accu reinigen. ► Als de accu nat of vochtig is: de accu latendrogen, 20. 8.
►Als de accu brandt: de accu met een brand‐blusser of water proberen te blussen. 4. 6. 5 AcculaderDe acculader verkeert in de veilige staat als aande volgende voorwaarden is voldaan:–De acculader is niet beschadigd. –De acculader is schoon en droog. WAARSCHUWING■In een niet-veilige staat kunnen componentenniet meer correct functioneren en kunnen deveiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letseloplopen. ►Een onbeschadigde acculader gebruiken. ► Als de acculader vervuild of nat is: accula‐der reinigen en laten drogen. ► Aan de acculader geen wijzigingen aan‐brengen. ► Geen voorwerpen in de openingen van deacculader steken. ► Elektrische contacten van de acculader nietmet metalen voorwerpen verbinden en kort‐sluiten. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands0458-022-9601-A 147.
► De acculader niet demonteren. 4. 7 Werken4. 7. 1 ZagenWAARSCHUWING■Als er zich buiten het werkgebied geen perso‐nen binnen gehoorafstand bevinden, kan er ingeval van nood geen hulp worden geboden. ►Waarborgen dat er zich buiten het werkge‐bied personen binnen gehoorafstand bevin‐den. ■De gebruiker kan in bepaalde situaties nietmeer geconcentreerd werken. De gebruikerkan de controle over de kettingzaag verliezen,struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen. ►Rustig en met overleg werken. ► Als de lichtomstandigheden en het zichtslecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Op obstakels letten. ► Staand op de grond werken en het even‐wicht behouden. Als er op hoogte moetworden gewerkt: een hefbordes of een vei‐lige steiger gebruiken. ►Wanneer vermoeidheidsverschijnselenoptreden: een pauze inlassen.
■ Door de ronddraaiende zaagketting kan degebruiker snijwonden oplopen. De gebruikerkan hierdoor ernstig letsel oplopen. ►De ronddraaiende zaagketting niet aanra‐ken. ► Als de zaagketting door een voorwerpwordt geblokkeerd: Kettingzaag uitschake‐len, kettingrem inschakelen en accu eruitnemen. Pas dan het voorwerp wegnemen. ■De ronddraaiende zaagketting wordt warm enzet uit. Als de zaagketting niet voldoendewordt gesmeerd en nagespannen, kan dezaagketting van het zaagblad springen of bre‐ken. Personen kunnen ernstig letsel oplopenen er kan materiële schade ontstaan. ►Zaagkettingolie gebruiken. ► Tijdens de werkzaamheden regelmatig hetoliepeil in de olietank controleren. Voordatde zaagkettingolie is opgebruikt: Zaagket‐tingolie bijvullen. ►Tijdens de werkzaamheden regelmatig despanning van de zaagketting controleren. Als de spanning van de zaagketting te laagis: de zaagketting spannen.
Personen kunnenernstig letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►De werkzaamheden beëindigen, accu weg‐nemen en contact opnemen met eenSTIHL dealer. ■Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingendoor de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Werkpauzes inlassen. ► Als er tekenen van een slechte doorbloe‐ding optreden: een arts raadplegen. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contactmaakt met een hard voorwerp kunnen vonkenontstaan. Vonken kunnen in een brandbareomgeving leiden tot brand. Personen kunnenzwaar letsel oplopen of worden gedood en erkan materiële schade ontstaan. ►Niet in een brandbare omgeving werken. ■ Als de schakelhendel wordt losgelaten draaitde zaagketting nog even door. De bewegendezaagketting kan snijwonden toebrengen aanpersonen. Personen kunnen ernstig letseloplopen. ►Wacht tot de zaagketting niet meer draait.
WAARSCHUWING0000-GXX-1245-A01212■Als hout dat onder spanning staat wordtgezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. De gebruiker kan de controle over de ketting‐zaag verliezen en zwaar letsel oplopen. ►Eerst een ontlastingszaagsnede in de druk‐zijde (1) aanbrengen, vervolgens een kap‐zaagsnede in de trekzijde (2) aanbrengen. GEVAAR■Als in de buurt van onder spanning staandekabels wordt gewerkt kan de zaagketting incontact komen met de onder spanningstaande kabels en deze beschadigen. Degebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplo‐pen. ►Niet in de buurt van onder spanningstaande kabels werken. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies148 0458-022-9601-A.
4. 7. 2 Van takken ontdoenWAARSCHUWING■Als de gevelde boom eerst aan de onderzijdevan alle takken wordt ontdaan kan de boomniet meer worden ondersteund door takken opde grond. Tijdens de werkzaamheden kan deboom bewegen. Personen kunnen ernstig ofzelfs dodelijk letsel oplopen. ►Grotere takken aan de onderzijde pas door‐zagen als de boom op lengte is gezaagd. ► Niet staand op de stam werken. ■ Tijdens het van takken ontdoen kan een afge‐zaagde tak naar beneden vallen. De gebruikerkan struikelen, vallen en ernstig letsel oplo‐pen. ►Boom vanaf de voet van de stam naar deboomkruin toe van takken ontdoen. 4. 7. 3 VellenWAARSCHUWING■ Ongeoefende personen kunnen de gevaren bijhet vellen niet inschatten. Personen kunnenernstig of dodelijk letsel oplopen en er kanmateriële schade ontstaan. ►De gebruiker moet beschikken over rele‐vante kennis van kaptechnieken en erva‐ring met kapwerkzaamheden.
►Als er onduidelijkheden zijn: een ervarenexpert raadplegen voor ondersteuning envoor het bepalen van de geschikte veltech‐niek. ■Tijdens het vellen kan een boom en kunnentakken op personen of voorwerpen vallen. Hoegroter vallende delen zijn, des te groter hetrisico is dat personen ernstig of dodelijk letselkunnen oplopen. Het gevolg kan materiëleschade zijn. ►Bepaal de velrichting zo dat het gebiedwaarin de boom valt open/vrij is. ► Houd buitenstaanders, kinderen en dierenbuiten een afstand van een cirkel van2,5 boomlengtes om het werkgebied. ►Verwijder afgebroken of dorre takken voorhet vellen uit de kroon van de boom. ► Als afgebroken of dorre takken niet uit dekroon van de boom kunnen worden verwij‐derd: een ervaren expert raadplegen voorondersteuning en voor het bepalen van degeschikte veltechniek. ►Let op de boomkruin en boomkruinen vannaast staande bomen en ontwijk vallendetakken.
► Plan een vluchtweg zijwaarts achter deboom. ► Loop achterwaarts de vluchtweg in en letop de vallende boom. ► Loop niet achteruit hellingafwaarts. ■ Obstakels in het werkgebied en op de vlucht‐weg kunnen de gebruiker hinderen. De gebrui‐ker kan struikelen en vallen. De gebruiker kanernstig of dodelijk letsel oplopen. ►Verwijder obstakels uit het werkgebied envan de vluchtweg. ■ Als de breuklijst, de veiligheidsband of deborglijst wordt ingezaagd of te vroeg wordtdoorgezaagd, kan de velrichting niet meerworden aangehouden of de boom kan tevroeg vallen. Personen kunnen ernstig ofdodelijk letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►Zaag de breuklijst niet in of door. ► Zaag de veiligheidsband of borglijst als laat‐ste door. ► Als de boom te vroeg begint te vallen: develsnede onderbreken en op de vluchtwegterugwijken.
■Als de ronddraaiende zaagketting met hetbovenste kwart gedeelte van het zaagbladcontact maakt met een harde velspie en snelwordt afgeremd, kan terugslag ontstaan. Per‐sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐pen. ►Gebruik velspieën van aluminium of kunst‐stof. ■ Als een boom niet geheel op de grond valt ofin een andere boom blijft hangen, kan degebruiker het vellen niet meer gecontroleerdvoltooien. ►Onderbreek het vellen en trek de boom metbehulp van een lier of een hiertoe geschiktvoertuig naar de grond. 4. 8 Reactiekrachten4. 8. 1 Terugslag0000080097_0024 Veiligheidsinstructies Nederlands0458-022-9601-A 149.
Een terugslag kan door de volgende oorzakenontstaan:–De ronddraaiende zaagketting maakt met hetbovenste kwart gedeelte van de zaagbladneuscontact met een hard voorwerp en wordt snelafgeremd. –De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐men. WAARSCHUWING0000080803_003■Als er terugslag ontstaat, kan de kettingzaagin de richting van de gebruiker omhoog wor‐den geslingerd. De gebruiker kan de controleover de kettingzaag verliezen en zwaar letseloplopen of zelfs worden gedood. ►Houd de kettingzaag met beide handenvast. ► Houd het lichaam buiten het verlengdezwenkbereik van de kettingzaag. ► Ga te werk zoals in deze handleiding staatbeschreven. ► Werk niet met het bovenste kwart gedeeltevan de zaagbladneus. ► Werk met een correct aangescherpte/gesle‐pen en correct gespannen zaagketting.
► Gebruik een terugslaggereduceerde zaag‐ketting. ► Gebruik een zaagblad met een kleine zaag‐bladneus. ► Zaag met vol gas. 4. 8. 2 In het hout trekken0000-GXX-1348-A0Als met de onderzijde van het zaagblad wordtgewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken vande gebruiker. WAARSCHUWING■Als de ronddraaiende zaagketting contactmaakt met een hard voorwerp en snel wordtafgeremd, kan de kettingzaag plotseling metgrote kracht van de gebruiker weg wordengetrokken. De gebruiker kan de controle overde kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐pen of zelfs worden gedood. ►De kettingzaag met beide handen vasthou‐den. ► Zo werken als in deze handleiding staatbeschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐den. ► De kam correct plaatsen. ► Met vol gas zagen. 4. 8. 3 Terugstoot0000-GXX-1349-A0Als met de bovenzijde van het zaagblad wordtgewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruikertoe gestoten.
De gebruiker kan de controle overde kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐pen of zelfs worden gedood. ►De kettingzaag met beide handen vasthou‐den. ► Zo werken als in deze handleiding staatbeschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐den. ► Met vol gas zagen. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies150 0458-022-9601-A.
4. 9 LadenWAARSCHUWING■Tijdens het laden kan een beschadigde of eendefecte acculader stinken of roken. Personenkunnen letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►De netstekker uit de contactdoos trekken. ■ De acculader kan bij een ontoereikende warm‐teafvoer oververhit worden en in brand raken. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of wor‐den gedood en er kan materiële schade ont‐staan. ►Acculader niet afdekken. 4. 10 Elektriciteit aansluitenContact met stroomvoerende componenten kanontstaan door de volgende oorzaken:–De aansluitkabel of de verlengkabel is bescha‐digd. –De netstekker van de aansluitkabel of de ver‐lengkabel is beschadigd. –De contactdoos is niet correct geïnstalleerd. GEVAAR■ Contact met stroomvoerende componentenkan leiden tot een stroomschok. De gebruikerkan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
►Controleer dat de aansluitkabel, de verleng‐kabel en de netstekker hiervan niet zijnbeschadigd. Als de aansluitkabel of de verlengkabelbeschadigd is:► beschadigde plaats niet aanraken. ► Trek de netstekker uit de contact‐doos. ►Aansluitkabel, verlengkabel en de netstek‐kers ervan met droge handen beetpakken. ► Netstekker van de aansluitkabel of de ver‐lengkabel in een correct geïnstalleerde enbeveiligde contactdoos met randaarde ste‐ken. ►Acculader via een aardlekschakelaar (30mA, 30 ms) aansluiten. ■ Een beschadigde of niet geschikte verlengka‐bel kan leiden tot een elektrische schok. Per‐sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐pen. ►Gebruik een verlengkabel met de juistekabeldoorsnede, 20. 6. WAARSCHUWING■Tijdens het laden kan een verkeerde netspan‐ning of een verkeerde netfrequentie leiden totoverspanning in de acculader. De acculaderkan hierbij worden beschadigd.
■Als de acculader op een meervoudige contact‐doos is aangesloten, kunnen de elektrischeonderdelen tijdens het opladen worden over‐belast. De elektrische componenten kunnenwarm worden en in brand vliegen. Personenkunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en erkan materiële schade ontstaan. ►Zorg ervoor dat de vermogensgegevens opde meervoudige contactdoos niet wordenoverschreden door het totaal van de gege‐vens op het typeplaatje van de acculaderen alle op de meervoudige contactdoosaangesloten elektrische apparaten. ■Een verkeerd neergelegde aansluitkabel enverlengkabel kunnen beschadigd raken enpersonen kunnen hierover struikelen. Perso‐nen kunnen letsel oplopen en de aansluitkabelof verlengkabel kan worden beschadigd. ►De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐leggen en kenmerken, dat personen nietkunnen struikelen.
►De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐leggen, dat ze niet onder spanning staan ofverwikkeld zijn. ►De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐leggen, dat ze niet beschadigd, geknikt ofgeplet kunnen worden of schuren. ►Aansluitkabel en verlengkabel beschermentegen hitte, olie en chemicaliën. ► De aansluitkabel en verlengkabel neerleg‐gen op een droge ondergrond. ■ Tijdens de werkzaamheden wordt de verleng‐kabel warm. Wanneer de warmte niet kan wor‐den afgevoerd, kan de warmte brand veroor‐zaken. ►Als er een kabelhaspel wordt gebruikt: dekabelhaspel volledig afwikkelen. ■ Als er elektrische bedrading en leidingen in demuur zitten, kunnen deze worden beschadigdals de acculader op de muur wordt bevestigd. Contact met elektrische bedrading kan leidentot een elektrische schok. Personen kunnenernstig letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan.
den. Personen kunnen letsel oplopen en erkan beschadiging optreden. ► Acculader zo op de muur monteren als indeze handleiding staat beschreven. ■ Als de acculader met aangebrachte accu opeen muur wordt gemonteerd, kan de accu uitde acculader vallen. Personen kunnen letseloplopen en er kan beschadiging optreden. ►De acculader eerst aan de muur monterenen daarna de accu plaatsen. 4. 11 Vervoeren4. 11. 1 KettingzaagWAARSCHUWING■ Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐len of verschuiven. Personen kunnen letseloplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagbladschuiven dat deze het gehele zaagbladafdekt. ►Kettingzaag met spanbanden, riemen ofeen net dusdanig beveiligen, dat hij niet kankantelen en niet kan bewegen. 4. 11. 2 AccuWAARSCHUWING■De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf.
Als de accu aan bepaaldeinvloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kande accu worden beschadigd en kan er materi‐ele schade ontstaan. ►Een beschadigde accu niet vervoeren. ■ Tijdens het vervoer kan de accu omvallen ofverschuiven. Personen kunnen letsel oplopenen er kan beschadiging optreden. ►De accu in de verpakking zo verpakken datdeze niet kan bewegen. ► Verpakking zo borgen dat deze niet kanvallen en verschuiven. 4. 11. 3 AcculaderWAARSCHUWING■Tijdens het vervoer kan de acculader omvallenof verschuiven. Personen kunnen letsel oplo‐pen en er kan beschadiging optreden. ►De netsteker uit de contactdoos trekken. ► Accu verwijderen. ► De acculader met spanbanden, riemen ofeen net dusdanig beveiligen, dat deze nietkan omvallen en niet kan verschuiven. ■De aansluitkabel is niet bedoeld om de accula‐der daaraan te dragen. De aansluitkabel en deacculader kunnen worden beschadigd.
1 KettingzaagWAARSCHUWING■ Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagbladschuiven dat deze het gehele zaagbladafdekt. ►De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag enmetalen onderdelen kunnen door vocht corro‐deren. De kettingzaag kan worden bescha‐digd. ► Accu wegnemen. ► De kettingzaag schoon en droog opslaan. 4. 12. 2 AccuWAARSCHUWING■Kinderen kunnen de gevaren van de accu nietherkennen en ook niet inschatten. Kinderenkunnen ernstig letsel oplopen. ►De accu buiten het bereik van kinderenopslaan. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf. Als de accu aan bepaaldeinvloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kande accu onherstelbaar worden beschadigd.
►De accu schoon en droog opslaan. ► Berg de accu in een gesloten ruimte op. ► De accu apart van de kettingzaag opslaan. ► Als de accu in de acculader wordt bewaard:de netstekker uit het stopcontact trekken ende accu met een laadniveau tussen 40% en60% bewaren (2 groene leds). Nederlands 4 Veiligheidsinstructies152 0458-022-9601-A.
► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ratuurgrenzen bewaren, 20. 7. 4. 12. 3 AcculaderWAARSCHUWING■Kinderen kunnen de gevaren van de accula‐der niet herkennen en ook niet inschatten. Kin‐deren kunnen ernstig of zelfs dodelijk letseloplopen. ►Netstekker uit de contactdoos trekken. ► De acculader buiten het bereik van kinde‐ren opslaan. ■ De acculader is niet beschermd tegen alleinvloeden van buitenaf. Als de acculader aanbepaalde invloeden van buitenaf wordt bloot‐gesteld, kan de acculader worden beschadigd. ►Netstekker uit de contactdoos trekken. ► Als de acculader warm is: de acculaderlaten afkoelen. ► De acculader schoon en droog opslaan. ► De acculader in een gesloten ruimteopslaan. ► De acculader niet buiten de aangegeventemperatuurgrenzen bewaren, 20. 7. ■ De aansluitkabel is niet bedoeld om de accula‐der daaraan te dragen of op te hangen.
Deaansluitkabel en de acculader kunnen wordenbeschadigd. ►De acculader bij het huis vastpakken envasthouden. Aan de acculader is een hand‐greepkom aangebracht voor het gemakke‐lijk optillen van de acculader. ►De acculader ophangen aan de muurhou‐der. 4. 13 Reiniging, onderhoud en repa‐ratieWAARSCHUWING■Als tijdens de reinigings-, onderhouds- ofreparatiewerkzaamheden de accu in de ket‐tingzaag wordt geplaatst, kan de kettingzaagonbedoeld worden ingeschakeld. Personenkunnen ernstig letsel oplopen en er kan mate‐riële schade ontstaan. ► Accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigenmet een waterstraal of puntige voorwerpenkunnen de kettingzaag, het zaagblad de zaag‐ketting, de accu en de acculader beschadigen.
►Kettingzaag, zaagblad, zaagketting, accuen acculader zo reinigen als staat beschre‐ven in deze handleiding. ■Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ting, de accu en de acculader niet op de juistewijze werden onderhouden of gerepareerd,kunnen componenten niet meer correct functi‐oneren en kunnen de veiligheidsinrichtingenzijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig ofdodelijk letsel oplopen. ►De kettingzaag, accu en acculader niet zelfonderhouden of repareren. ► Als aan de kettingzaag, de accu of de accu‐lader onderhouds- of reparatiewerkzaamhe‐den moeten worden uitgevoerd: contactopnemen met een STIHL dealer. ►Zaagblad en zaagketting zo onderhoudenof repareren als in deze gebruiksaanwijzingstaat beschreven. ■Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐den. De gebruiker kan letsel oplopen.
►Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐riaal dragen. 5 Motorzaag klaarmakenvoor gebruik5. 1 Kettingzaag klaarmaken voorgebruikTelkens voor het begin van de werkzaamhedenmoeten de volgende handelingen worden uitge‐voerd:► Controleren of de volgende delen zich in deveilige staat bevinden:–Kettingzaag, 4. 6. 1. –Zaagblad, 4. 6. 2. –Zaagketting, 4. 6. 3. –Accu, 4. 6. 4. –Acculader, 4. 6. 5. ►Accu controleren/testen, 11. 7. ►Accu volledig laden, 6. 2. ►Kettingzaag reinigen, 16. 1. ►Zaagblad en zaagketting monteren, 7. 1. 1. ►Zaagketting spannen, 7. 2. ►Zaagkettingolie bijvullen, 7. 3. ►Kettingrem controleren, 11. 4. ►Bedieningselementen controleren, 11. 5. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik Nederlands0458-022-9601-A 153.
►Kettingsmering controleren, 11. 6. ► Als deze handelingen niet kunnen worden uit‐gevoerd: de kettingzaag niet gebruiken encontact opnemen met een STIHL dealer. 6 Accu laden en leds6. 1 Acculader aan een muur mon‐terenDe acculader kan aan een muur worden gemon‐teerd. da12aeeb30000099636_001►Acculader zo op een muurmonteren dat aan de volgendevoorwaarden wordt voldaan:–Juiste bevestigingsmaterialen zijn gebruikt. –De acculader is waterpas. De volgende maatvoering is aangehouden:–a = minimaal 100 mm–b (voor AL 101) = 75 mm–b (voor AL 301) = 100 mm–b (voor AL 500) = 120 mm–c = 4,5 mm–d = 9 mm–e = 2,5 mm6. 2 Accu ladenDe laadtijd is afhankelijk van diverse invloeden,zoals bijv. de temperatuur van de accu of deomgevingstemperatuur. Voor een optimale pres‐tatie moeten de aanbevolen temperatuurberei‐ken in acht worden genomen, 20. 8.
De wer‐kelijke laadtijd kan afwijken van de aangegevenlaadtijd. De laadtijd is te vinden opwww. stihl. com/charging-times. Als de netstekker op een con‐tactdoos is aangesloten en deaccu in de acculader wordtgeplaatst, start de laadproce‐dure automatisch. Als de accuvolledig is geladen, schakelt deacculader automatisch uit. Tijdens het laden worden de accu en de accula‐der warmer. 76532410000-GXX-0628-A0► Netstekker (6) in een goed bereikbare contact‐doos (7) aansluiten. De acculader (3) voert een zelftest uit. Deled (4) brandt ca. 1 seconde lang groen enca. 1 seconde lang rood. ► Aansluitkabel (5) aanbrengen. ► Accu (2) in de geleidingen van de accula‐der (3) plaatsen en tot aan de aanslag hieropdrukken. De led (4) brandt groen. De leds (1) brandengroen en de accu (2) wordt geladen.
► Als de led (4) en de leds (1) op de accu nietmeer branden: de accu (2) is volledig geladenkan uit de acculader (3) worden genomen. ► Als de acculader (3) niet meer wordt gebruikt:de netstekker (6) uit de contactdoos (7) trek‐ken. 6.
Als de leds groen branden of knipperen wordt delaadtoestand weergegeven. ► Als de leds rood branden of knipperen: storin‐gen opheffen, 19. In de kettingzaag of in de accu zit een storing. 6. 5 Led op acculaderDe led geeft de status van de acculader weer. Als de led groen brandt, wordt de accu geladen. ► Als de led rood knippert: storingen opheffen. In de acculader zit een storing. 7 Motorzaag completeren7. 1 Zaagblad en zaagketting mon‐teren en uitbouwen7. 1. 1 Zaagblad en zaagketting monterenDe combinaties van zaagblad en zaagketting,die passen bij het kettingtandwiel en mogen wor‐den gemonteerd, staan aangegeven in de tech‐nische gegevens, 21. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. 0000-GXX-1199-A0132► Greep (1) van de vleugelmoer (2) omhoogklappen. ► Vleugelmoer (2) zo lang linksom draaien tothet kettingtandwieldeksel (3) kan worden weg‐genomen.
► Kettingtandwieldeksel (3) wegnemen. 4450000-GXX-1200-A056► Spanring (4) wegnemen. ► Bout (5) losdraaien. ► Zaagblad (6) zo op de spanring (4) leggen datbeide tappen van de spanring (4) in de borin‐gen van het zaagblad zitten. De oriëntering van het zaagblad (6) speelt geenrol. De opdruk op het zaagblad kan ook onder‐steboven staan. ► Bout (5) aanbrengen en vastdraaien. 40000-GXX-1201-A0► Zaagketting zo in de groef van het zaagbladleggen, dat de pijlen op de verbindingsscha‐kels van de zaagketting aan de bovenzijde inde draairichting zijn gericht. ► Spanring (4) tot aan de aanslag rechtsomdraaien. 320000-GXX-1202-A046► Zaagblad met spanring en zaagketting zo opde motorzaag plaatsen dat aan de volgendevoorwaarden wordt voldaan:–De spanring (4) is naar de gebruiker gericht. –De aandrijfschakels van de zaagketting val‐len in de tanden van het kettingtandwiel (2).
► Het kettingtandwieldeksel zo op de motorzaagaanbrengen, dat dit gelijkligt met de motor‐zaag. ► Als het kettingtandwieldeksel niet gelijkligt metde motorzaag: het spantandwiel verdraaien enhet kettingtandwieldeksel opnieuw aanbren‐gen. De tanden van het spantandwiel grijpen aan inde tanden van de spanring. ► De vleugelmoer zo lang rechtsom draaien tothet kettingtandwieldeksel stevig op de motor‐zaag is bevestigd. ► Greep van de vleugelmoer inklappen. 7. 1. 2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐kelen en accu eruit nemen. ► Greep van de vleugelmoer omhoog klappen. ► Vleugelmoer zo lang linksom draaien tot hetkettingtandwieldeksel kan worden weggeno‐men. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanring tot aan de aanslag rechtsomdraaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen. ► Bout van de spanring losdraaien.
► Spanring wegnemen. 7. 2 Zaagketting spannenTijdens de werkzaamheden kan de zaagkettinglosser of strakker gaan staan. De zaagketting‐spanning wijzigt. Tijdens de werkzaamhedenmoet de zaagkettingspanning regelmatig wordengecontroleerd en moet deze zo nodig wordennagespannen. ► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐kelen en accu eruit nemen. 20000-GXX-1204-A21a► Greep van de vleugelmoer (1) omhoog klap‐pen. ► Vleugelmoer (1) 2 slagen linksom draaien. De vleugelmoer (1) is losgedraaid. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad bij de neus optillen en het spantand‐wiel (2) zo lang rechtsom of linksom draaien,tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:–De afstand a in het midden van het zaag‐blad bedraagt 1 mm tot 2 mm. –De zaagketting kan nog met twee vingersen geringe krachtsinspanning over hetzaagblad worden getrokken.
► Zaagblad bij de neus verder optillen en devleugelmoer (1) zo lang rechtsom draaien tothet kettingtandwieldeksel stevig op de ketting‐zaag is bevestigd. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: Zaagket‐ting opnieuw spannen. ► Als bij een gemonteerd Carving-zaagblad deaandrijfschakels van de zaagketting aan deonderzijde van het zaagblad voor minder dande helft zichtbaar zijn: Zaagketting opnieuwspannen. ► Greep van de vleugelmoer (1) inklappen. 7. 3 Zaagkettingolie bijvullenDe zaagkettingolie zorgt voor de smering en dekoeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of eenandere voor kettingzagen vrijgegeven zaagket‐tingolie te gebruiken. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. ► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐sen dat de olietankdop naar boven is gericht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl MSA 60.0 C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Stihl
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine
