Stihl MS 201 TC-M Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl MS 201 TC-M (108 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Stihl MS 201 TC-M of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | MS 201 TC-M |
| Kleur van het product: | Black, Grey, Orange |
| Gewicht: | 3700 g |
| Stroombron: | Benzine |
| Vermogen: | 1800 W |
| Geluidsdrukniveau: | 100 dB |
| Terugslagbescherming: | Ja |
| Vibratie emissie: | 3.5 m/s² |
| Stationair toerental: | 3000 RPM |
| Type motor: | Tweetaktmotor |
| Geluidsvermogensniveau: | 113 dB |
| Lemmet lengte: | 350 mm |
| Motorvermogen: | 2.4 hp |
| Capaciteit brandstoftank: | 0.31 l |
| Cilinderinhoud: | 35.2 cm³ |
| Inhoud olietank: | 0.22 l |
| Kettingrem: | Ja |
| Chain hoogte: | 3/8 " |
| Motorsnelheid (max): | 10500 RPM |
| Kettingspanner: | Ja |
| Inclusief ketting: | Ja |
Handleiding Stihl MS 201 TC-M – volledige tekst
3431 Reparatierichtlijnen. 3432 Milieuverantwoord afvoeren. 3433 EU-conformiteitsverklaring. 3434 UKCA-conformiteitsverklaring. 3535 Adressen. 361 Met betrekking tot dezehandleidingDeze handleiding heeft betrekking op eenSTIHL motorzaag, in deze handleiding ookmotorapparaat genoemd. 1. 1 SymbolenSymbolen die op het apparaat zijn aangebrachtworden in deze handleiding toegelicht. Afhankelijk van het apparaat en de uitrustingkunnen de volgende symbolen op het apparaatzijn aangebracht. Benzinetank; brandstofmengsel vanbenzine en motorolieTank voor kettingsmeerolie; ketting‐smeerolieKettingrem blokkeren en lossenNaloopremKettingdraairichtingEmatic; hoeveelheidregeling ketting‐smeerolieZaagketting spannenGeleiding aanzuiglucht: winterstandGeleiding aanzuiglucht: zomerstandHandgreepverwarmingDecompressieklep bedienenHand-benzinepomp bedienen1.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ding kunnen dan ook geen aanspraken wordenontleend. 2 VeiligheidsinstructiesDeze speciale motorzaag mag uitslui‐tend door speciaal geschoold perso‐neel voor boomverzorging wordengebruikt. Door de speciale vormgeving van hethandgreepsysteem (kleine afstandtussen draagbeugel en handgreep)bestaat bij gebruik van deze motorza‐gen een grotere kans op ongevallen. (Snijwonden door niet onder controlegehouden reacties van de motor‐zaag). Daarnaast zijn speciale veilig‐heidsmaatregelen nodig bij werk‐zaamheden met de motorzaag omdatmet een zeer hoge kettingsnelheidwordt gewerkt en de zaagtanden zeerscherp zijn. De gehele handleiding voor de eersteingebruikneming aandachtig doorle‐zen en voor later gebruik goed opber‐gen. Het niet in acht nemen van dehandleiding kan levensgevaarlijk zijn. 2.
1 In het algemeen in acht nemenDe nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. vanberoepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐spectie en andere in acht nemen. Het gebruik van geluid producerende motorza‐gen kan door nationale alsook plaatselijke, lokalevoorschriften tijdelijk worden beperkt. Wie voor het eerst met de motorzaag werkt: doorde verkoper of door een andere deskundigelaten uitleggen hoe men hiermee veilig kan wer‐ken – of deelnemen aan een cursus. Minderjarigen mogen niet met de motorzaagwerken. Uitgezonderd zijn jongeren boven de16 jaar die voor boomverzorgingswerkzaamhe‐den zijn geschoold in het werken met de hiervoorbestemde motorzaag. Kinderen, dieren en toeschouwers op afstandhouden. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallendie andere personen of hun eigendommen over‐komen, resp. voor de gevaren waaraan dezeworden blootgesteld.
Wie met de motorzaag werkt moet goed uitge‐rust en gezond zijn en een goede lichamelijkeconditie hebben. Wie zich om gezondheidsrede‐nen niet mag inspannen, moet zijn arts raadple‐gen of het werken met een motorzaag mogelijkis. Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet metde motorzaag worden gewerkt. Bij ongunstige weersomstandigheden (regen,sneeuw, ijzel, wind) de werkzaamheden uitstel‐len – verhoogde kans op ongelukken. Alleen voor dragers van een pacemaker: het ont‐stekingssysteem van deze motorzaag genereerteen zeer gering elektromagnetisch veld. Beïn‐vloeding van enkele typen pacemakers kan nietgeheel worden uitgesloten. Ter voorkoming vangezondheidsrisico's adviseert STIHL de behan‐delend arts en de fabrikant van de pacemaker teraadplegen. 2.
2 Gebruik conform de voorschrif‐tenKettingzagen voor boomverzorging zijn specialekettingzagen met bovenliggende handgreep,speciaal voor boomverzorging en werkzaamhe‐den in de kroon van de staande boom. Boomverzorgingswerkzaamheden mogen alleenbij gebruik van de nodige veiligheidsuitrusting(bijv. hoogwerker, persoonlijke veiligheidsuitrus‐ting, beveiliging tegen vallen) worden uitgevoerd. De kettingzaag alleen gebruiken voor het zagenvan hout en houten voorwerpen. Het oog wordt gebruikt om de kettingzaag aaneen kettingzaagstrop met overbelastingsbeveili‐ging vast te maken en om de zaag aan een har‐nas of touw in de boom te vervoeren. Voor andere doeleinden mag de kettingzaag nietworden gebruikt – kans op ongelukken. Velwerkzaamheden of het zagen van open‐haardhout mogen hiermee niet worden uitge‐voerd.
Voor deze werkzaamheden moeten deconventionele kettingzagen, met een groteafstand tussen de handgrepen, worden gebruikt. Geen wijzigingen aan de kettingzaag aanbren‐gen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar wor‐den gebracht.
2. 3 Kleding en uitrustingDe voorgeschreven kleding en uitrusting dragen. De kleding moet doelmatig zijn enmag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding met protectietegen snijwonden voor voeten,benen, handen en onderarmen dra‐gen – combipak, geen stofjas. Geen kleding dragen waarmee men aan takken,struiken of de bewegende delen van de motor‐zaag kan blijven haken. Ook geen sjaal, das ensieraden dragen. Lang haar in een paardenstaartdragen en vastzetten (hoofddoek, muts, helmenz. ). Geschikt schoeisel dragen – met pro‐tectie tegen snijwonden, stroeve zoolen stalen neus. WAARSCHUWINGOm de kans op oogletsel te reduce‐ren een nauw aansluitende veilig‐heidsbril volgens de norm EN 166dragen. Erop letten dat de veilig‐heidsbril goed zit. Een vizier dragen en erop letten dat deze goedzit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen –zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm met kinriem dragen bij gevaarvoor vallende voorwerpen. Robuuste werkhandschoenen vanslijtvast materiaal dragen (bijv. leer) –met protectie tegen snijwonden. STIHL biedt een uitgebreid programma aan per‐soonlijke beschermuitrusting. Persoonlijke veiligheidsuitrusting ter voorkomingvan het naar beneden vallen gebruiken. Uitsluitend een voor de respectievelijke toepas‐sing geschikte en goedgekeurde uitrustinggebruiken. Staat van de uitrusting voor gebruik controlerenen beschadigde delen vervangen. 2. 4 VervoerVoor het vervoeren – ook over korte afstanden –de motorzaag altijd afzetten, de kettingrem blok‐keren en de kettingbeschermer aanbrengen. Hierdoor wordt het onbedoeld aanlopen van dezaagketting voorkomen. 0012BA024 KNDe motorzaag alleen aan de bedieningshand‐greep dragen – de hete uitlaatdemper van hetlichaam vandaan, het zaagblad naar achterengericht.
5 ReinigenKunststof onderdelen reinigen met een doek. Agressieve reinigingsmiddelen kunnen het kunst‐stof beschadigen. Stof en vuil op de motorzaag verwijderen – geenvetoplossende middelen gebruiken. Koelluchtsleuven indien nodig reinigen. Voor het reinigen van de motorzaag geen hoge‐drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐traal kunnen onderdelen van de motorzaag wor‐den beschadigd. 2. 6 ToebehorenAlleen dergelijke gereedschappen, zaagbladen,zaagkettingen, kettingtandwielen, toebehoren oftechnisch gelijkwaardige onderdelen monterendie door STIHL voor deze motorzaag zijn vrijge‐geven. Bij vragen hierover contact opnemen meteen geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardiggereedschap of toebehoren monteren. Als ditwordt genegeerd bestaat de kans op ongevallenof is er kans op schade aan de motorzaag.
2. 7 TankenBenzine is bijzonder licht ontvlambaar– uit de buurt blijven van open vuur –geen benzine morsen – niet roken. Voor het tanken de motor afzetten. Niet tanken zolang de motor nog heet is – debenzine kan overstromen – brandgevaar. De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat deheersende overdruk zich langzaam kan afbou‐wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten. Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐ken. Als er benzine wordt gemorst, de motorzaagdirect schoonmaken. De kleding niet in aanra‐king laten komen met benzine, anders directandere kleding aantrekken. De motorzagen kunnen af fabriek zijn uitgerustmet de volgende tankdoppen:Tankdop met inklapbare beugel (bajonetsluiting)Tankdop met beugel (bajonetsluiting)correct aanbrengen, tot aan de aan‐slag draaien en de beugel inklappen.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐zine wegstroomt. Op lekkages letten. Als er benzineweglekt de motor niet starten –levensgevaar door verbranding. 2. 8 Voor de werkzaamhedenControleren of de kettingzaag in technisch goedestaat verkeert – het betreffende hoofdstuk in dehandleiding in acht nemen:–Het brandstofsysteem op lekkage controleren,vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. detankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐pomp (alleen bij kettingzagen met hand-benzi‐nepomp). Bij lekkages of beschadiging demotor niet starten – brandgevaar. De ketting‐zaag voor de ingebruikneming door een geau‐toriseerde dealer laten repareren.
† te plaatsen–Bougiesteker op vastzitten controleren –bij een loszittende steker kunnen vonken ont‐staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar. –Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen–De handgrepen moeten schoon en droog zijn,vrij van olie en vuil – belangrijk voor een vei‐lige bediening van de kettingzaag–Kettingzaag met een onbeschadigd ooggebruiken–Voldoende brandstof en kettingsmeerolie in detankDe kettingzaag mag alleen in technisch goedestaat worden gebruikt – kans op ongelukken. 2. 9 Motorzaag startenAlleen op een vlakke ondergrond. Op een veiligeen stabiele houding letten. De motorzaag hierbijgoed vasthouden – het zaaggarnituur mag geenvoorwerpen en ook de grond niet raken – kansop letsel door de draaiende zaagketting. De motorzaag wordt slechts door één persoonbediend.
Andere personen buiten het werkge‐bied houden – ook tijdens het starten. De motorzaag niet starten als de zaagkettingzich in een zaagsnede bevindt. Het starten in de boom is zeer gevaarlijk. Degebruiker kan de controle over de motorzaagverliezen – kans op letsel. De motorzaag voor boomverzorging moet dooriemand die op de grond staat worden gecontro‐leerd, afgetankt, gestart en warmgedraaid, alvo‐rens de motorzaag voor het werken in de boomwordt opgetakeld. De motor op minstens 3 m van de plek waarwerd getankt en niet in een afgesloten ruimtestarten. Voor het starten de kettingrem blokkeren – doorde ronddraaiende zaagketting is er kans op let‐sel. De motor niet 'los uit de hand' starten – startenzoals in de handleiding staat beschreven. 2.
kettingzaag aan het touw te laten hangen, altijdde kettingrem blokkeren. Kettingzaag met een kettingzaagstrop zekerenvia het oog. De kettingzaagstrop moet voorzienzijn van een overbelastingsbeveiliging. Pas‐sende toebehoren zijn verkrijgbaar bij de vak‐handel. 0012BA019 KNHLDe kettingzaag met beide handenvasthouden – verhoogde kans opongelukken: rechterhand op debedieningshandgreep – geldt ookvoor linkshandigen. Voor een goedegeleiding de draagbeugel en dehandgreep met de duimen omsluiten. De bediening met één hand is zeergevaarlijk – bijv. bij het zagen indroog, knoestig en afgestorven houttrekt de ketting zich niet in het hout. De machine kan door reactiekrachtenniet onder controle te houden bewe‐gingen maken ("dansen", "terug‐slaan") en de gebruiker kan de con‐trole over de machine verliezen. Ver‐hoogde kans op terugslag – kans opdodelijk letsel.
Eenhandig gebruik van de kettingzaag voorboomverzorging alleen:–Als tweehandig gebruik niet mogelijk is–Als het nodig is met één hand voor evenwichtte zorgen–Als de kettingzaag stevig kan worden vastge‐houden–Als alle lichaamsdelen zich buiten het ver‐lengde zwenkbereik van de kettingzaag bevin‐denBij het zagen met één hand:–Nooit een af te zagen tak vasthouden–Nooit met de zaagbladneus werken–Nooit proberen vallende takken tegen te hou‐denAltijd voor een stabiele en veilige houding zor‐gen. Voorzichtig te werk gaan als de schors vande boom nat is – kans op uitglijden. Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood,direct de motor afzetten – de combischakelaar/stopschakelaar richting STOP, 0, resp. † druk‐ken. De kettingzaag nooit onbeheerd laten draaien. Let op bij gladheid, regen, sneeuw, ijs, op hellin‐gen, in oneffen terrein of op pas geschild hout ofschors – kans op uitglijden.
Niet alleen werken – altijd binnen gehoorafstandvan anderen blijven die een EHBO-opleidinghebben gevolgd en in geval van nood hulp kun‐nen bieden. Als er zich in het werkgebied mede‐werkers bevinden, moeten deze ook veiligheids‐kleding dragen (helm. ) en zij mogen niet directonder de af te zagen takken staan. Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extraomzichtig en bedachtzaam worden gewerkt –omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐wen, alarmsignalen e. d. ) minder goed hoorbaarzijn. Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen – kans op ongelukken. De tijdens de zaagwerkzaamheden vrijkomendestoffen (bijv. houtstof), dampen en rook kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterkestofontwikkeling een stofmasker dragen. Als de motor draait, draait de zaagketting nogeven door nadat de gashendel wordt losgelaten– naloopeffect.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directeomgeving van de kettingzaag – brandgevaar. Uithet brandstofsysteem kunnen ontvlambare ben‐zinedampen ontsnappen. De zaagketting regelmatig, met korte tussenpo‐zen en bij merkbare wijzigingen direct controle‐ren:–Motor afzetten, wachten tot de zaagketting stil‐staat–Staat en vastzitten van de componenten con‐troleren–Scherpte controlerenBij draaiende motor de zaagketting niet aanra‐ken. Als de zaagketting door een voorwerp wordtgeblokkeerd, de motor direct afzetten – dan pashet voorwerp verwijderen – kans op letsel. Voor het achterlaten van de kettingzaag demotor afzetten. Nederlands 2 Veiligheidsinstructies6 0458-599-7621-C.
Voor het vervangen van de zaagketting de motorafzetten. Door het onbedoeld aanlopen van demotor – kans op letsel. Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen,boomschors, droog gras, benzine) uit de buurtvan de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdem‐per houden – brandgevaar. Uitlaatdempers metkatalysator kunnen bijzonder heet worden. Nooit zonder kettingsmering werken, daarvoorop het oliepeil in de olietank letten. Werkzaam‐heden direct onderbreken als het oliepeil in deolietank te laag is en zaagkettingolie bijvullen –zie ook "Zaagkettingolie bijvullen" en "Ketting‐smering controleren". Als de kettingzaag niet volgens voorschrift(bijv. door geweld van buitenaf, door stoten ofvallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw ingebruik nemen beslist de bedrijfszekerheid con‐troleren – zie ook "Voor aanvang van de werk‐zaamheden".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteem ende goede werking van de veiligheidsinrichtingenletten. Een niet bedrijfszekere kettingzaag ingeen geval verder gebruiken. In geval van twijfelcontact opnemen met een geautoriseerde dea‐ler. Op een correct stationair toerental letten, zodatde zaagketting na het loslaten van de gashendelniet meer meedraait. Regelmatig de instellingvan het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als de zaagketting bij stationair toe‐rental toch meedraait, de kettingzaag bij eengeautoriseerde dealer ter reparatie aanbieden. De motorzaag produceert giftige uit‐laatgassen zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos enonzichtbaar zijn en onverbrande kool‐waterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi‐leerde ruimtes met de motorzaagwerken – ook niet bij machines metkatalysator.
kleiner wordend blikveld), gehoorverlies,duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐men kunnen onder andere worden veroorzaaktdoor een te hoge uitlaatgasconcentratie – kansop ongelukken. 2. 11 Na de werkzaamhedenDe motor afzetten, kettingrem blokkeren en dekettingbeschermer aanbrengen. 2. 12 OpslaanAls de motorzaag niet wordt gebruikt, deze zoopbergen dat niemand in gevaar kan wordengebracht. De motorzaag zo opbergen dat onbe‐voegden er geen toegang toe hebben. De motorzaag veilig in een droge ruimte bewa‐ren. 2. 13 Tegen zoek raken geborgdekettingbeschermerDe verliesvrije kettingbeschermer is speciaal ont‐wikkeld voor het werken met de motorzaag in deboom. 2 30012BA029 KN1Ogen (1) – voor de bevestiging van de kettingbe‐schermer aan de klimgordel van de gebruiker.
Borgnok (2) – de kettingbeschermer zit door devergrendeling vast op het kettingtandwieldekselvan de motorzaag. Zo kan deze bij het vervoerniet loskomen van het zaagblad. Brede opname (3) – voor het afdekken van dekam. Gebruik0012BA028 KN2De kettingbeschermer altijd tot aan de aanslagop het zaagblad schuiven. Borgnok (2) moetvastklikken in het kettingtandwiel. 2 VeiligheidsinstructiesNederlands0458-599-7621-C 7.
0012BA026 KNDe kettingbeschermer tijdens de werkzaamhe‐den altijd met één of beide ogen aan de gordelbevestigen. 0012BA027 KN41Voor het vervoeren en borgen van de motorzaagaan de kabel altijd het uitklapbare oog (4) aan deachterzijde van de motorzaag gebruiken. Nooit één van de beide ogen (1) van de ketting‐beschermer voor het vervoer of borgen van demotorzaag gebruiken – kans op ongevallen doorhet vallen van de motorzaag. 2. 14 TrillingenLangdurig gebruik van het motorapparaat kanleiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan nietworden vastgesteld, omdat deze van meerderefactoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:–Bescherming van de handen (warme hand‐schoenen)–RustpauzesDe gebruiksduur wordt verkort door:–Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechtedoorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers,kriebelen)–Lage buitentemperaturen–De mate van kracht uitgeoefend door de han‐den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐bloeding nadelig)Bij regelmatig, langdurig gebruik van het appa‐raat en bij het herhaald optreden van de betref‐fende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordteen medisch onderzoek geadviseerd. 2. 15 Onderhoud en reparatiesVoor alle reparatie-, reinigings- en onderhouds‐werkzaamheden, alsmede bij werkzaamhedenaan het zaaggarnituur altijd de motor afzetten. Door het onbedoeld aanlopen van de zaagket‐ting – kans op letsel. De motorzaag regelmatig onderhouden. Alleendie onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitvoeren die in de handleiding staan beschre‐ven.
Alsdit wordt genegeerd bestaat de kans op ongeval‐len of is er kans op schade aan de motorzaag. Bij vragen hierover contact opnemen met eengeautoriseerde dealer. Geen wijzigingen aan de motorzaag aanbrengen– de veiligheid kan hierdoor in gevaar wordengebracht – kans op ongevallen. De motor van de motorzaag mag als de bougies‐teker is losgetrokken of als de bougie is losge‐draaid, alleen worden rondgedraaid als de com‐bischakelaar in stand STOP, 0, resp. † staat –brandgevaar door ontstekingsvonken buiten decilinder. Geen onderhoudswerkzaamheden aan demotorzaag uitvoeren in de buurt van open vuuren deze hier ook niet bij opslaan – brandgevaardoor de brandstof. De tankdop regelmatig op lekkage controleren. Alleen in goede staat verkerende, door STIHLvrijgegeven bougies – zie "Technische gege‐vens" – monteren. Bougiekabel controleren (goede isolatie, vasteaansluiting).
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaarvoor brandwonden. De staat van de antivibratie-elementen beïn‐vloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-ele‐menten regelmatig controleren. Kettingvanger controleren – indien beschadigd,vervangen. Motor afzetten–Voor het controleren van de kettingspanning–Voor het spannen van de zaagketting–Voor het vervangen van de zaagketting–Voor het opheffen van storingenSlijphandleiding in acht nemen – voor een veiligen correct gebruik de zaagketting en het zaag‐blad altijd in een goede staat houden, de zaag‐ketting correct geslepen, gespannen en vol‐doende gesmeerd. Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiel tijdigverwisselen. Regelmatig controleren of de koppelingstrommelin een goede staat verkeert. De benzine en kettingsmeerolie alleen opslaanin de hiervoor vrijgegeven jerrycans met duidelijkleesbare opschriften.
Opslaan (bewaren) in eendroge, koele en veilige plaats, beschermd tegenlicht en zonnestraling. Bij een defecte kettingrem de motor direct afzet‐ten – kans op letsel. Contact opnemen met eengeautoriseerde dealer – de motorzaag nietgebruiken tot de storing is verholpen – zie "Ket‐tingrem". 3 ReactiekrachtenDe meest voorkomende reactiekrachten zijn:terugslag, terugstoten en het zich in het houttrekken. 3. 1 Gevaar door terugslagTerugslag kan tot dodelijk letsel lei‐den. 0012BA022 KNBij terugslag (kick back) wordt de zaag plotselingen oncontroleerbaar in de richting van de gebrui‐ker geslingerd. 3. 2 Terugslag ontstaat bijv. als001BA257 KN–De zaagketting met het bovenste kwart van dezaagbladneus per ongeluk in aanraking komtmet hout of een ander vast voorwerp – bijv.
alstijdens het snoeien per ongeluk een anderetak wordt geraakt–De zaagketting bij de zaagbladneus tijdens hetzagen even wordt vastgeklemd3. 3 QuickStop-kettingrem:Door deze rem wordt in bepaalde situaties dekans op letsel verminderd – de terugslag zelf kanniet worden voorkomen.
Bij het inschakelen vande kettingrem komt de zaagketting binnen eenfractie van een seconde tot stilstand –zie hoofdstuk "Kettingrem" in deze gebruiksaan‐wijzing. 3. 4 Terugslaggevaar verminderen–door weloverwogen, correct werken–De motorzaag met beide handen stevig vast‐houden–Alleen met vol gas zagen–Op de zaagbladneus letten–Niet met de zaagbladneus zagen–Voorzichtig zijn bij het zagen van kleine, taaietakken, laag kreupelhout en jonge scheuten –de zaagketting kan hierin vastlopen–Nooit meerdere takken in één keer doorzagen3 Reactiekrachten Nederlands0458-599-7621-C 9.
–Niet te ver voorover gebogen zagen–Niet boven schouderhoogte zagen–Het zaagblad uiterst voorzichtig in een reedsaanwezige zaagsnede aanbrengen–Het "steken", alleen toepassen indien u met detechniek hiervan vertrouwd bent–Op de stand van de stam letten en op krach‐ten die de zaagsnede dicht kunnen drukken,waardoor de zaagketting wordt vastgeklemd–Alleen met een goed geslepen en correctgespannen zaagketting werken – afstand diep‐tebegrenzer niet te groot–Een terugslagreducerende zaagketting en eenzaagblad met een kleine zaagbladneusradiusgebruiken3. 5 Intrekken (A)001BA037 KNAAls tijdens bovenhands zagen de zaagkettingklemt of een voorwerp in het hout raakt, kan demotorzaag met een ruk tegen de stam wordengetrokken – STIHL raadt aan de kam achteraf inte bouwen bij werkzaamheden op ongevoelighout en zo de kettingzaag veilig tegen het houtte plaatsen. 3.
6 Terugslag (B)001BA038 KNBAls tijdens onderhands zagen de zaagkettingklemt of een vast voorwerp in het hout raakt, kande motorzaag in de richting van de motorzaagge‐bruiker terug worden gestoten – om dit te voorko‐men:–De bovenzijde van het zaagblad niet vastklem‐men–Het zaagblad in de zaagsnede niet verdraaien4 Werktechniek4. 1 ZagenNiet in de startgasstand werken. Het motortoe‐rental is in deze stand van de gashendel nietregelbaar. Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐doende licht en goed zicht. Anderen niet ingevaar brengen – voorzichtig werken. Het kortst mogelijke zaagblad gebruiken: Zaag‐ketting, zaagblad en kettingtandwiel moeten bijelkaar en bij de kettingzaag passen. 9923BA034 KNGeen lichaamsdelen in het verlengde zwenkbe‐reik van de zaagketting houden. %$/Bij voorkeur vanaf een hoogwerker werken, alsde omstandigheden dit toelaten.
Zeer voorzichtig te werk gaan bij het doorzagenvan een tak. De trekkracht van de machine, doordeze stevig vast en tegen te houden, onder con‐trole houden. Aan het einde van een zaagsnedewordt de motorzaag niet meer via het zaaggarni‐tuur in de zaagsnede ondersteund. De gebruikermoet het gewicht van de motorzaag opnemen –verhoogde kans op ongelukken. Geen andere voorwerpen met de motorzaag inaanraking laten komen: stenen, spijkers enz. kunnen worden weggeslingerd en de zaagkettingbeschadigen. De motorzaag kan omhoogslaan –kans op ongelukken. Als een draaiende zaagketting contact maaktmet een steen of een ander hard voorwerp, kandit leiden tot vonkvorming, waardoor onderbepaalde omstandigheden licht ontvlambarestoffen vlam zouden kunnen vatten. Ook drogeplanten en struikgewas zijn licht ontvlambaar,met name tijdens hete, droge weersomstandig‐heden.
Als er kans op brand aanwezig is, demotorzaag niet in de buurt van licht ontvlambarestoffen, droge planten of struikgewas gebruiken. Absoluut bij de verantwoordelijke bosbeheerin‐stantie informeren of er brandgevaar bestaat. Attentie. Kans op elektrische schok‐ken bij het vrij zagen van padenonder hoogspanningskabels. Bijwerkzaamheden in de directe omge‐ving van stroomgeleidende kabelsmoet de stroom zijn uitgeschakeld. Vrijhangende takken niet vanaf de onderzijdedoorzagen – kans op terugstoten door vastklem‐men van de zaagketting. Voorzichtig bij het afzagen van struikgewas enjonge bomen. Dunne loten kunnen door de zaag‐ketting worden gegrepen en in de richting van degebruiker worden geslingerd. Voorzichtig zijn bij het zagen van versplinterdhout – kans op letsel door afgescheurde stukkenhout.
De motorzaag alleen met een draaiende zaag‐ketting uit het hout trekken. –Dunne takken met één zaagsnede doorzagen–Bij dikke takken eerst de ontlastingssnedevanaf de onderzijde (ca. 1/5 van de diameter)aanbrengen, vervolgens van bovenaf doorza‐gen–Dikke takken vastbindenAls de motorzaag in de zaagsnede wordt vastge‐klemd:–De motorzaag uitschakelen en in de boom tenopzichte van de stam beveiligen–De motorzaag voorzichtig losmaken, zo nodigmet behulp van een andere zaagTakken die onder spanning staan:► Altijd eerst aan de drukzijde (A) ontlasting‐szaagsnede (1) aanbrengen► Vervolgens aan de trekzijde (B), naar de stamverplaatst, zaagsnede (2) aanbrengen – dekettingzaag kan anders inklemmen of terug‐slaanAlleen van onderen naar boven zagen als dit nietanders kan (onderhandse zaagsnede) – kans opterugstoten. 5 ZaaggarnituurZaagketting, zaagblad en kettingtandwiel vormenhet zaaggarnituur.
–De dikte van de aandrijfschakels (2) van dezaagketting (1) moet corresponderen met degroefbreedte van het zaagblad (3)Bij het combineren van componenten die niet bijelkaar passen, kan het zaaggarnituur reeds naeen korte gebruiksduur onherstelbaar wordenbeschadigd.6 Zaagblad en zaagkettingmonteren6.1 Kettingrem lossen0012BA033 KN► De handbeschermer in de richting van dedraagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt –de kettingrem is gelost6.2 Kettingtandwieldeksel uitbou‐wen10011BA002 KN2► De verliesvrije moer (1) linksom draaien totdeze los in het kettingtandwieldeksel hangt► Kettingtandwieldeksel (2) met de verliesvrijemoer wegnemen6.3 Zaagblad monteren161BA027 KN12► Bout (1) linksom draaien, tot de spanschuif (2)links tegen de uitsparing van het carter ligt34161BA028 KN► Zaagblad over de bout (3) schuiven en defixeerboring (4) over de pen van de spanschuifgeleiden6.4 Zaagketting op het zaagbladplaatsenWAARSCHUWINGHandschoenen aantrekken – kans op letsel doorde scherpe zaagtanden!1161BA029 KN► De zaagketting op het kettingtandwiel (1) enop het zaagblad plaatsen – de snijkanten vande tanden moeten naar rechts zijn gerichtNederlands 6 Zaagblad en zaagketting monteren12 0458-599-7621-C
2161BA030 KN► De bout (2) rechtsom draaien, totdat de zaag‐ketting aan de onderzijde nog maar iets door‐hangt – en de nokken van de aandrijfschakelsin de groef van het zaagblad liggen0012BA034 KN► Kettingtandwieldeksel weer aanbrengen – De lagertap van de handbeschermer moet inde huls grijpen – en de moer slechts handvastdraaien► Verder, zie "Zaagketting spannen"7 Zaagketting spannen (zij‐delings geplaatste ketting‐spanner)1142BA063 KNVoor het naspannen tijdens het werk:► Motor afzetten► Moer losdraaien► Zaagblad bij de neus optillen► Met behulp van een schroevendraaier debout (1) rechtsom draaien, tot de zaagkettingtegen de onderzijde van het zaagblad ligt► Het zaagblad weer optillen en de moer vast‐draaien► Verder: zie "Zaagkettingspanning controleren"Een nieuwe zaagketting moet vaker wordennagespannen dan een die reeds langer mee‐draait.
► Kettingspanning vaker controleren – zie"Gebruiksvoorschriften". 8 Zaagkettingspanning con‐troleren142BA064 KN► Motor afzetten► Veiligheidshandschoenen aantrekken► De zaagketting moet tegen de onderzijde vande zaagbladgroef liggen – en moet bij eengeloste kettingrem met de hand over het zaag‐blad kunnen worden getrokken► Indien nodig, zaagketting naspannenEen nieuwe zaagketting moet vaker wordennagespannen dan een die reeds langer mee‐draait. ► Kettingspanning vaker controleren – zie"Gebruiksvoorschriften". 9 BrandstofDe motor draait op een brandstofmengsel vanbenzine en motorolie. WAARSCHUWINGDirect huidcontact met brandstof en het inade‐men van brandstofdampen voorkomen. 9. 1 STIHL MotoMixSTIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geenbenzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoogoctaangetal en biedt altijd de juiste mengverhou‐ding.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar. 9. 2 Brandstof mengenLET OPBrandstoffen die niet geschikt zijn of met eenafwijkende mengverhouding, kunnen leiden toternstige schade aan de motor. Benzine of motor‐olie van een mindere kwaliteit kan de motor,keerringen, leidingen en brandstoftank beschadi‐gen. 9. 2. 1 BenzineAlleen benzine van een gerenommeerd merkmet een octaangetal van minimaal 90 RONgebruiken – loodvrij of loodhoudend. Benzine met een alcoholpercentage van meerdan 10% kan bij motoren met handmatig instel‐bare carburateurs storingen veroorzaken,daarom mag deze benzine voor deze motorenniet worden gebruikt. Motoren met M-Tronic leveren met benzine meteen alcoholpercentage tot 27% (E27) het vollemotorvermogen. 9. 2.
2 MotorolieAls brandstof zelf wordt gemengd, mag alleeneen STIHL tweetaktmotorolie of een anderehoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB,JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC ofISO-L-EGD worden gebruikt. STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HPUltra of een gelijkwaardige hoogwaardige motor‐olie voor om de emissiegrenswaarden gedu‐rende de machinelevensduur te kunnen waarbor‐gen. 9. 2. 3 MengverhoudingBij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine9. 2. 4 VoorbeeldenHoeveelheid ben‐zineSTIHL tweetakt‐olie 1:50Liter Liter (ml)1 0,02 (20)5 0,10 (100)10 0,20 (200)15 0,30 (300)20 0,40 (400)25 0,50 (500)► In een voor brandstof vrijgegeven jerrycaneerst motorolie bijvullen en vervolgens ben‐zine en goed mengen9.
3 Brandstofmengsel opslaanBenzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge‐geven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd tegen licht en zonnestralen. Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoe‐veelheid die nodig is voor enkele weken men‐gen. Het brandstofmengsel niet langer dan30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht,zon, lage of hoge temperaturen kan het brand‐stofmengsel sneller onbruikbaar worden.
10.2 Openen001BA236 KN► Beugel opklappen001BA232 KN► Tankdop verdraaien (ca. 1/4 slag)001BA234 KNDe markeringen op de tankdop en de benzine‐tank moeten met elkaar corresponderen001BA237 KN► Tankdop wegnemen10.3 TankenBij het tanken geen benzine morsen en de tankniet tot aan de rand vullen.STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voorbrandstof (speciaal toebehoren).► Tanken10.4 Sluiten001BA234 KNBeugel staat verticaal:► Tankdop aanbrengen – de markeringen op detankdop en de benzinetank moeten met elkaarcorresponderen► De tankdop tot aan de aanslag naar benedendrukken001BA233 KN► Tankdop ingedrukt houden en rechtsomdraaien tot deze vastklikt001BA231 KNIn deze stand staan de markeringen op de tank‐dop en de benzinetank met elkaar in lijn10 Tanken Nederlands0458-599-7621-C 15
001BA235 KN► Beugel inklappen001BA241 KNTankdop is vergrendeld10.5 Als de tankdop niet in de benzi‐netank kan worden vergrendeldis het onderste deel ten opzichte van het boven‐ste deel verdraaid.► De tankdop uit de benzinetank nemen envanaf de bovenzijde controleren1001BA238 KNLinks: onderste deel van de tankdop ver‐draaid – de binnenliggende marke‐ring (1) ligt in lijn met de buitenstemarkeringRechts: onderste deel van de tankdop in dejuiste stand – binnenliggende mar‐kering ligt onder de beugel. Dezeligt niet in lijn met de buitenste mar‐kering001BA239 KN► De tankdop aanbrengen en zover linksomdraaien tot deze in de zitting van de vulpijpaangrijpt► De tankdop verder linksom draaien(ca.
1/4 slag) – het onderste deel van de tank‐dop wordt hierdoor in de juiste stand gedraaid► De tankdop rechtsom draaien en sluiten – ziehoofdstuk "Sluiten"11 KettingsmeerolieVoor een automatische, duurzame smering vanzaagketting en zaagblad – alleen milieuvriende‐lijke kwaliteits-kettingsmeerolie gebruiken – bijvoorkeur het biologisch snel afbreekbareSTIHL BioPlus.LET OPBiologische kettingsmeerolie moet over goedeeigenschappen tegen veroudering beschikken(bijv. STIHL BioPlus). Olie met minder goedeeigenschappen tegen veroudering neigt tot snelverharsen.
WAARSCHUWINGGeen afgewerkte olie gebruiken. Afgewerkte oliekan bij langdurig en veelvuldig huidcontact huid‐kanker veroorzaken en is schadelijk voor hetmilieu. LET OPAfgewerkte olie beschikt niet over de noodzake‐lijke smeereigenschappen en is ongeschikt voorde kettingsmering. 12 Kettingolie bijvullen 12. 1 Apparaat voorbereiden0012BA005 KN► De tankdop en de omgeving ervan voor hettanken grondig reinigen, zodat er geen vuil inde olietank valt► Het apparaat zo neerleggen dat de tankdopnaar boven is gericht► Tankdop opendraaien12. 2 Kettingolie bijvullen► Kettingolie bijvullen – elke keer na het tankenvan benzineBij het tanken geen kettingolie morsen en detank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor ket‐tingolie (speciaal toebehoren). ► Tankdop dichtdraaienEr moet zich nog een restje kettingolie in de olie‐tank bevinden wanneer de benzinetank leeg is.
Als de inhoud van de olietank niet terugloopt,kan er een storing in het smeersysteem zijn: ket‐tingsmering controleren, oliekanalen reinigen,eventueel contact opnemen met een geautori‐seerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- enreparatiewerkzaamheden alleen door de STIHLdealer te laten uitvoeren. 13 Kettingsmering controleren%$. 1De zaagketting moet altijd iets olie wegslingeren. LET OPNooit zonder kettingsmering werken. Bij eendroog lopende ketting zal het zaaggarnituur bin‐nen de kortste tijd onherstelbaar worden bescha‐digd. Voor het begin van de werkzaamhedenaltijd de kettingsmering en het oliepeil in de tankcontroleren. Elke nieuwe zaagketting heeft een inlooptijd van2 tot 3 minuten nodig. Na het inlopen de kettingspanning controlerenen indien nodig corrigeren – zie "Zaagketting‐spanning controleren". 14 Kettingrem 14.
matisch door de terugslag van de zaag: de zaag‐ketting wordt geblokkeerd – en staat stil. 14. 2 Kettingrem lossen0012BA033 KN► De handbeschermer in de richting van dedraagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt –de kettingrem is gelostLET OPAlvorens gas te geven (behalve bij de controleop de werking) en voor het zagen, moet de ket‐tingrem worden gelost. Een verhoogd motortoerental bij een geblok‐keerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt alna korte tijd tot schade aan de motor en het ket‐tingmechanisme (koppeling, kettingrem). De kettingrem wordt automatisch ingeschakeldbij een voldoende sterke terugslag – door demassatraagheid van de handbeschermer: dehandbeschermer slaat naar voren in de richtingvan de zaagbladneus. De kettingrem functioneert alleen als er geenenkele wijziging aan de handbeschermer wordtdoorgevoerd. 14.
3 Werking van de kettingremcontrolerenElke keer voor begin van de werkzaamheden: bijstationair toerental de zaagketting blokkeren(handbeschermer in de richting van de zaagblad‐neus drukken) en kortstondig (max. 3 seconden)vol gas geven – de zaagketting mag niet mee‐draaien. De handbeschermer moet vrij zijn vanvuil en moet goed gangbaar zijn. 14. 4 Kettingrem onderhoudenDe kettingrem staat bloot aan slijtage door wrij‐ving (natuurlijke slijtage). Om goed te kunnenblijven functioneren, de kettingrem regelmatigdoor geschoold personeel laten onderhouden. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren. De volgende intervallen moeten wor‐den aangehouden:Continu gebruik: elk kwartaalPeriodiek gebruik: halfjaarlijks15 Gebruik in de winter 15.
STOP, resp. † – voor het uitschakelen van hetcontact moet de combischakelaar richting STOP,resp. † worden gedrukt. Na het loslaten veertde combischakelaar terug in de werkstand F. WAARSCHUWINGNadat de motor is afgeslagen, wordt het contactautomatisch weer ingeschakeld. Door aan hetstartkoord te trekken kan de motor op elkmoment aanslaan. Werkstand F – in deze stand wordt de warmemotor gestart of draait de motorStart } – in deze stand wordt de koude motorgestart16. 2 Combischakelaar instellenVoor het verstellen van de combischakelaar van‐uit de werkstand F in de startstand } de gas‐hendelblokkering en gelijktijdig de gashendelindrukken en vasthouden – de combischakelaartot aan de aanslag in de richting Start } trekkenen gelijktijdig de gashendel en de gashendel‐blokkering loslaten. De combischakelaar loslaten– de combischakelaar keert automatisch terug inde startstand }.
Door het indrukken van de gashendelblokkeringen het gelijktijdig indrukken van de gashendelspringt de combischakelaar vanuit de standStart } in de werkstand F. Voor het uitschakelen van de motor de combi‐schakelaar in de richting STOP , resp. †drukken– na het loslaten veert de combischakelaar in dewerkstand F terug. 16. 3 Kettingzaag vasthouden217BA007 KN► De kettingzaag zo op de grond plaatsen datdeze stabiel staat – een veilige houding aan‐nemen – de zaagketting mag geen voorwer‐pen en ook de grond niet raken► De bedieningshandgreep van de motorzaagmet de rechterhand vastpakken► De rechterknie op het carburateurdeksel latenrusten16.
De starthand‐greep niet terug laten schieten – loodrechtlaten vieren, zodat het startkoord correct wordtopgeroldBij een nieuwe motor of nadat de motor eenlange tijd niet is gebruikt, kan bij machines zon‐der extra hand-benzinepomp het meerderemalen uittrekken van het startkoord nodig zijn –tot er voldoende benzine in de carburateur aan‐wezig is. 16. 5 Kettingzaag startenWAARSCHUWINGBinnen het zwenkbereik van de kettingzaag magzich geen andere persoon ophouden. 0012BA037 KN2341► Handbeschermer (1) naar voren drukken – dezaagketting is geblokkeerdDe combischakelaar (4) staat in de werkstand F. ► Als de motor koud is: gashendelblokkering (2)en de gashendel (3) gelijktijdig indrukken envasthouden – de combischakelaar (4) in destartstand } plaatsen16 Motor starten/afzetten Nederlands0458-599-7621-C 19.
► Motorzaag vasthouden► Starthandgreep zo vaak snel en krachtig uit‐trekken, tot de motor start► Als de motor toch niet start: combischakelaar(4) in de startstand } plaatsen en de motor‐zaag opnieuw starten16. 6 Zodra de motor draait0012BA038 KN123►Als de motor in de startstand } werd gestart:gashendelblokkering (1) en de gashendel (2)gelijktijdig even indrukken, de combischake‐laar (3) springt in de werkstand F en de motorgaat stationair draaien. 0012BA033 KN► De handbeschermer naar de draagbeugeltrekkenDe kettingrem is gelost – de kettingzaag is klaarvoor gebruik. LET OPGas geven alleen bij een geloste kettingrem. Eenverhoogd motortoerental bij een geblokkeerdekettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na kortetijd tot schade aan de koppeling en kettingrem. 16. 7 Bij zeer lage temperaturen► Eventueel overschakelen op winterstand – zie"Winterstand"16.
8 Motor uitschakelen►Combischakelaar richting STOP, resp. †drukken – na het loslaten veert de combischa‐kelaar terug in de werkstand F16. 9 Als de motor niet aanslaat► Controleren of alle bedieningselementen cor‐rect zijn afgesteld► Controleren of de tank met benzine is gevuld,zo nodig tanken► Controleren of de bougiesteker stevig op debougie is gedrukt► Startprocedure herhalenOf:Mogelijk is het benzine-luchtmengsel in de ver‐brandingskamer van de motor te rijk – de motoris 'verzopen'. ► Bougie uitbouwen – zie "Bougie"► Bougie droogwrijven► Motorzaag op de grond houden► Combischakelaar tot aan de aanslag in derichting STOP, resp. † ingedrukt houdenWAARSCHUWINGAls de combischakelaar niet permanent rich‐ting STOP, resp. † wordt gedrukt, kunnen erbougievonken worden gevormd.
17. 2 Tijdens de werkzaamhedenLET OPGas geven alleen bij een geloste kettingrem. Eenverhoogd motortoerental bij een geblokkeerdekettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na kortetijd tot schade aan de motor en het kettingme‐chanisme (koppeling, kettingrem). 17. 2. 1 Kettingspanning regelmatig controle‐renEen nieuwe zaagketting moet vaker wordennagespannen dan een die reeds langer mee‐draait. 17. 2. 2 In koude staatDe zaagketting moet tegen de onderzijde vanhet zaagblad liggen, maar moet met de handnog over het zaagblad kunnen worden getrok‐ken. Indien nodig, de zaagketting spannen – ziehoofdstuk "Zaagketting spannen". 17. 2. 3 Op bedrijfstemperatuurDe zaagketting zet uit en hangt door. De aan‐drijfschakels aan de onderzijde van het zaagbladmogen niet uit de groef komen – de zaagkettingkan anders van het zaagblad lopen. Zaagkettingspannen – zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl MS 201 TC-M stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Stihl
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine
