Stihl MSA 220 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl MSA 220 (152 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Stihl MSA 220 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | MSA 220 |
Handleiding Stihl MSA 220 – volledige tekst
Wijontwikkelen en produceren onze producten intopkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ten van onze klanten. Zo ontstaan producten meteen hoge betrouwbaarheid, ook bij extremebelasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundigadvies en instructie alsmede een uitgebreidetechnische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame enverantwoordelijke omgang met de natuur. Dezegebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐steuning om uw STIHL-product gedurende eenlange levensduur veilig en milieuvriendelijk tegebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas StihlBELANGRIJK. VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekkingtot deze handleiding2. 1 Geldende documentenDe lokale veiligheidsvoorschriften zijn van kracht.
► Lees naast deze handleiding de volgendedocumenten, zorg dat u alles begrijpt enbewaar ze:–gebruiksaanwijzing accu STIHL AR–gebruiksaanwijzing "Heuptasje AP met aan‐sluitkabel"–veiligheidsaanwijzingen accu STIHL AP–Handleiding acculaders STIHL AL 101, 301,301-4, 500–veiligheidsinformatie voor STIHL accu's enproducten met een ingebouwde accu:www. stihl. com/safety-data-sheetsMeer informatie over STIHL connected, compati‐bele producten en veelgestelde vragen is te vin‐den op www. connect. stihl. com of is verkrijgbaarbij een STIHL dealer. Het Bluetooth®-woordlogo en de -beeldmerken(logo's) zijn geregistreerde handelsmerken eneigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruikvan dit woordlogo/beeldmerk door STIHLgebeurt onder licentie. Accu's met beschikken over een Bluetooth®-interface. Er moet rekening worden gehoudenmet plaatselijke gebruiksbeperkingen (bijv. invliegtuigen of ziekenhuizen). 2.
2 Symbolen in de tekstDit symbool verwijst naar een hoofdstuk indeze handleiding. 2. 3 Aanduiding van de waarschu‐wingen in de tekstWAARSCHUWING■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnenleiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstigletsel of de dood voorkomen. LET OP■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnenleiden tot materiële schade. ► De genoemde maatregelen kunnen materi‐ele schade voorkomen. 3 Overzicht3. 1 Kettingzaag en accu111365781314941520181723222124191210#2160000098211_00228#2726251 KettingtandwielHet kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 2 SpanboutDe spanbout dient voor het instellen van dekettingspanning. 3 KamDe kam ligt tijdens de werkzaamheden metde kettingzaag tegen het hout. 4 KettingvangerDe kettingvanger vangt een weggeworpen ofgebroken zaagketting op. 5 ZaagbladHet zaagblad geleidt de zaagketting.
8 KettingtandwieldekselHet kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐tandwiel af en bevestigt het zaagblad op dekettingzaag. 9 MoerDe moer bevestigt het kettingtandwieldekselop de kettingzaag. 10 KettingbeschermerDe kettingbeschermer biedt beschermingtegen het contact maken met de zaagketting. Nederlands 3 Overzicht120 0458-007-9601-A.
11 Voorste handbeschermerDe voorste handbeschermer beschermt delinkerhand tegen het contact met de zaagket‐ting, dient voor het inschakelen van de ket‐tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐tingrem automatisch in. 12 OntgrendelingsknopDe ontgrendelingsknop dient voor het inscha‐kelen van de kettingzaag. 13 Led "KETTINGREM"De led geeft aan of de kettingrem ingescha‐keld is. 14 Led "STATUS"De led geeft de status van de kettingzaagaan. 15 SchakelhendelblokkeringDe schakelhendelblokkering deblokkeert deschakelhendel. 16 BedieningshandgreepDe bedieningshandgreep dient voor hetbedienen, vasthouden en hanteren van dekettingzaag. 17 BlokkeerhendelDe blokkeerhendel borgt de accu in de accu‐schacht. 18 accuschachtDe accu wordt ondergebracht in de accu‐schacht. 19 luchtfilterHet luchtfilter filtert de door de motor aange‐zogen lucht.
20 OogHet oog dient om de kettingzaag aan te han‐gen tijdens de werkzaamheden in de boom. 21 OliepompstelschroefDe oliepompstelschroef dient voor het instel‐len van de opbrengst van de zaagkettingolie. 22 OlietankdopDe olietankdop sluit de olietank af. 23 DraagbeugelDe draagbeugel dient voor het vasthouden,hanteren en dragen van de kettingzaag. 24 SchakelhendelDe schakelhendel schakelt de kettingzaag inen uit. 25 AccuDe accu voorziet de kettingzaag van energie. 26 LedsDe leds geven de laadtoestand van de accuen storingen aan. 27 DruktoetsDe druktoets activeert de leds op de accu. Deze activeert en deactiveert de Bluetooth®-interface (indien aanwezig). 28LED “BLUETOOTH®” (alleen voor accu's met)De led geeft de activering en deactivering vande Bluetooth®-interface aan. # Typeplaatje met machinenummer3.
3 PictogrammenDe pictogrammen kunnen op de kettingzaag ende accu zijn aangebracht en hebben de vol‐gende betekenis:Dit pictogram geeft de draairichting vande zaagketting aan. In deze richting draaien om de zaag‐ketting te spannen. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐kettingolie aan. Dit pictogram duidt de oliepompstel‐schroef en de toevoer van de zaagket‐tingolie aan. In deze richting wordt de kettingremingeschakeld of gelost. Dit pictogram duidt de ontgrendelingsknopaan. 1 led brandt rood. De accu is te warmof te koud. 4 leds knipperen rood. In de accubevindt zich een storing. 3 Overzicht Nederlands0458-007-9601-A 121.
Lengte van een zaagblad dat mag wor‐den gebruikt. LWAGegarandeerd geluidvermogensniveauvolgens de richtlijn 2000/14/EG indB(A) om de geluidsemissie van pro‐ducten vergelijkbaar te maken. De accu is voorzien van een Bluetooth®-interface en kan met de STIHL connectedapp worden verbonden. De aanduiding naast het pictogram geeftde energie-inhoud van de accu aan vol‐gens specificatie van de fabrikant van deaccucellen. De tijdens het gebruik beschik‐bare energie-inhoud is lager. Het product niet met het huisvuil afvoeren. 4 Veiligheidsinstructies4. 1 WaarschuwingssymbolenDe waarschuwingssymbolen op de kettingzaagof de accu hebben de volgende betekenissen:Op de veiligheidsinstructies en demaatregelen hierin letten. De gebruiksaanwijzing lezen, begrijpenen bewaren. Veiligheidsbril, gehoorbeschermer enveiligheidshelm dragen.
Een lange broek met snijprotectie ensnijprotectie op de beide armen dra‐gen. Houd de kettingzaag met beidehanden vast. Op de veiligheidsinstructies metbetrekking tot terugslag en de maatre‐gelen hiertegen letten. Kettingzaag alleen gebruikenzoals de gebruiker dit heeftgeleerd voor het werken meteen kettingzaag voor de boom‐verzorging. De accu tijdens werkonderbrekingen,vervoer, opslag, onderhouds- of repa‐ratiewerkzaamheden uit het apparaatnemen. De accu tegen hitte en vuur bescher‐men. De accu niet onderdompelen in vloei‐stoffen. 4. 2 Gebruik conform de voorschrif‐tenDe kettingzaag voor de boomverzorgingSTIHL MSA 220. 0 T, 220. 0 TC dient voor deboomverzorging en voor het zagen in de kroonvan een staande boom. De kettingzaag mag niet worden gebruikt voorwerkzaamheden op de grond. De kettingzaag kan worden gebruikt bij regen.
Het oog wordt gebruikt om de kettingzaag aaneen kettingzaagstrop met overbelastingsbeveili‐ging vast te maken en om de zaag aan een har‐nas of touw in de boom te vervoeren. Deze kettingzaag wordt door een accu STIHL APof een accu STIHL AR van energie voorzien.
Als in een boom wordt geklommen, mag de ket‐tingzaag alleen worden gebruikt met een direct inde kettingzaag aangebrachte accu STIHL AP. De accu met kan in combinatie met de STIHLconnected-app informatie over de accu persona‐liseren en overdragen door middel van de Blue‐tooth®-technologie. WAARSCHUWING■Accu's die niet door STIHL voor de ketting‐zaag zijn vrijgegeven, kunnen leiden tot branden explosiegevaar. Personen kunnen ernstigof dodelijk letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►Kettingzaag gebruiken in combinatie meteen accu STIHL AP of een accu STIHL AR. ■ Als de kettingzaag of de accu niet volgens devoorschriften wordt gebruikt, kan dit leiden toternstig persoonlijk letsel of zelfs de dood en erkan materiële schade ontstaan. ►De kettingzaag zo gebruiken als in dezegebruiksaanwijzing staat beschreven.
► Gebruik de accu zoals staat beschreven indeze handleiding, de handleiding van accuSTIHL AR, de STIHL connected-app en bijwww. connect. stihl. com. 4. 3 Eisen aan de gebruikerWAARSCHUWING■Gebruikers die niet zijn opgeleid voor werk‐zaamheden met een kettingzaag voor deNederlands 4 Veiligheidsinstructies122 0458-007-9601-A.
boomverzorging kunnen de gevaren van dekettingzaag en de accu niet herkennen of nietinschatten. De gebruiker of andere personenkunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De handleiding lezen, begrijpen enbewaren. ► De kettingzaag alleen gebruiken alsde gebruiker voor het gebruik vaneen kettingzaag voor de boomver‐zorging is opgeleid. ►Als de kettingzaag of de accu aan eenandere persoon wordt overhandigd: dehandleiding meegeven. ►Controleren of de gebruiker aan de vol‐gende eisen voldoet:–De gebruiker is uitgerust. –De gebruiker is lichamelijk, sensorischen geestelijk in staat de kettingzaag ende accu in gebruik te nemen en hiermeete werken. Als de gebruiker lichamelijk,sensorisch of geestelijk beperkt is, magde gebruiker slechts onder toezicht vanof na instructie door een hiertoe verant‐woordelijke of bevoegde persoon hier‐mee werken.
–De gebruiker kan de gevaren van dekettingzaag en de accu herkennen eninschatten. –De gebruiker is meerderjarig of degebruiker wordt overeenkomstig denationale regelgeving onder toezichtonderwezen in een beroep. –De gebruiker verkeert niet onder invloedvan alcohol, medicamenten of drugs. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 4 Kleding en uitrustingWAARSCHUWING■Tijdens de werkzaamheden kunnen langeharen in de kettingzaag worden getrokken. Degebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen. ►Lang haar in een paardenstaart binden endusdanig vastmaken, dat het zich boven deschouders bevindt. ■Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐pen met een hoge snelheid naar boven wor‐den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐pen. ► Draag een nauwsluitende veilig‐heidsbril.
► Valbeveiligingsuitrusting dragen. 4. 5 Werkgebied en -omgeving4. 5. 1 KettingzaagWAARSCHUWING■Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnende gevaren van de kettingzaag en de opge‐worpen voorwerpen niet herkennen en degevaren hiervan niet inschatten. Onbevoegdepersonen, kinderen en dieren kunnen ernstigletsel oplopen en er kan materiële schade ont‐staan. ►Buitenstaanders, kinderen en huisdieren opafstand houden van het werkgebied. ► Kettingzaag niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐tingzaag kunnen spelen. ■ Elektrische componenten van de kettingzaagkunnen vonken veroorzaken. Vonken kunnenin licht ontvlambare of een explosieve omge‐ving brand en explosies veroorzaken. Perso‐nen kunnen zwaar letsel oplopen of wordengedood en er kan materiële schade ontstaan. ►Niet werken in een licht ontvlambare en nietin een explosieve omgeving. 4. 5.
2 AccuWAARSCHUWING■Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnende gevaren van de accu niet herkennen en degevaren hiervan niet inschatten. Buitenstaan‐ders, kinderen en dieren kunnen ernstig letseloplopen. ►Buitenstaanders, kinderen en huisdieren opafstand houden. ► Laat de accu niet zonder toezicht achter. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de accukunnen spelen. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf. Als de accu blootstaat aanbepaalde invloeden van buitenaf kan de accuin brand vliegen, exploderen of onherstelbaarbeschadigd raken. Personen kunnen ernstigletsel oplopen en er kan materiële schade ont‐staan. ► De accu tegen hitte en vuur bescher‐men. ► De accu niet in het vuur werpen. ► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ratuurgrenzen opladen, gebruiken enopbergen, 21. 5. ► De accu niet onderdompelen invloeistoffen.
6 Veilige staat4. 6. 1 KettingzaagDe kettingzaag verkeert in de veilige staat alsaan de volgende voorwaarden is voldaan:–De kettingzaag is niet beschadigd. –De kettingzaag is schoon. –Het oog is niet beschadigd. –De kettingvanger is niet beschadigd. –De kettingrem functioneert. –De bedieningselementen werken en zijn nietgewijzigd. –De kettingsmering functioneert. –De inloopsporen op het kettingtandwiel zijnniet dieper dan 0,5 mm. –Een in deze gebruiksaanwijzing aangegevencombinatie van zaagblad en zaagketting isgemonteerd. –Het zaagblad en de zaagketting zijn correctgemonteerd. –De zaagketting is correct gespannen. –Alleen origineel STIHL toebehoren voor dezekettingzaag is gemonteerd. –Het toebehoren is correct gemonteerd. –De olietankdop is gesloten.
WAARSCHUWING■In een niet-veilige toestand kunnen onderde‐len niet meer naar behoren functioneren enkunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werk‐ing worden gezet. Personen kunnen ernstig ofdodelijk letsel oplopen. ►Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ken. ► Als de kettingzaag vuil is: kettingzaag reini‐gen. ► Kettingzaag met een onbeschadigd ooggebruiken. ► Met een onbeschadigde kettingvanger wer‐ken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐brengen. Uitzondering: montage van een indeze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐binatie van zaagblad en zaagketting. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies124 0458-007-9601-A.
► Als de bedieningselementen niet functione‐ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voordeze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als indeze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Monteer het toebehoren zoals in dezehandleiding of in de handleiding van hettoebehoren beschreven staat. ►Geen voorwerpen in de openingen van dekettingzaag steken. ► Olietankdop sluiten. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 6. 2 ZaagbladHet zaagblad verkeert in de veilige staat als aande volgende voorwaarden is voldaan:–Het zaagblad is niet beschadigd. –Het zaagblad is niet vervormd. –De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐male groefdiepte, 21. 3. –Er bevinden zich geen bramen op de randenvan de groef. –De groef is niet versmald of verbreed.
WAARSCHUWING■In een onveilige staat kan het zaagblad dezaagketting niet meer correct geleiden. Deronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐blad springen. Personen kunnen ernstig ofzelfs dodelijk letsel oplopen. ►Met een onbeschadigd zaagblad werken. ► Als de diepte van de groef kleiner is dan deminimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ken wij u contact op te nemen met eenSTIHL dealer. 4. 6. 3 ZaagkettingDe zaagketting verkeert in de veilige staat alsaan de volgende voorwaarden is voldaan:–De zaagketting is niet beschadigd. –De zaagketting is correct aangescherpt/gesle‐pen. –De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijnzichtbaar. WAARSCHUWING■In een niet-veilige staat kunnen componentenniet meer correct functioneren en kunnen deveiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld.
► Indien er onduidelijkheden bestaan: contactopnemen met een STIHL dealer. 4. 6. 4 AccuDe accu verkeert in een veilige staat als aan devolgende voorwaarden is voldaan:–De accu is onbeschadigd. –De accu is schoon en droog. –De accu functioneert en is niet gemodificeerd. WAARSCHUWING■ In een niet veilige staat kan de accu niet meercorrect functioneren. Personen kunnen ernstigletsel oplopen. ►Alleen met een onbeschadigde en goedwerkende accu werken. ► Een beschadigde of defecte accu nietladen. ► Als de accu vuil is: de accu reinigen. ► Als de accu nat of vochtig is: de accu latendrogen, 21. 6. ► Geen wijzigingen aanbrengen aan de accu. ► Geen voorwerpen in de openingen van deaccu steken. ► Elektrische contacten van de accu niet metmetalen voorwerpen met elkaar verbindenen kortsluiten. ►Accu niet openmaken. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐gen.
4. 7 Werken4. 7. 1 ZagenWAARSCHUWING■Als er buiten het werkgebied geen personenbinnen gehoorafstand aanwezig zijn, kan ingeval van nood geen hulp worden gevraagd. ►Zorg ervoor dat er personen op gehooraf‐stand buiten het werkgebied aanwezig zijn. ■ De gebruiker kan in bepaalde omstandighe‐den niet meer geconcentreerd werken. Degebruiker kan de controle over de kettingzaagverliezen, struikelen, vallen en ernstig letseloplopen. ►Werk rustig en doordacht. ► Als de lichtomstandigheden en het zichtslecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Let op obstakels. ► Als in de boom wordt geklommen: eentouwzekering gebruiken. ► Als de kettingzaag wordt gebruikt in combi‐natie met een energievoorziening met aan‐sluitkabel: een hoogwerker gebruiken. ►Als er vermoeidheidsverschijnselen optre‐den: las een pauze in.
■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de ketting‐zaag naar beneden vallen. Personen kunnenernstig letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►Kettingzaag met een kettingzaagstropzekeren via het oog. De kettingzaagstropmoet voorzien zijn van een overbelasting‐sbeveiliging. Passende toebehoren zijn ver‐krijgbaar bij de vakhandel. ■Door de ronddraaiende zaagketting kan degebruiker snijwonden oplopen. De gebruikerkan hierdoor ernstig letsel oplopen. ►Raak de ronddraaiende zaagketting nietaan. ► Als de zaagketting door een voorwerpwordt geblokkeerd: Kettingzaag uitschake‐len, kettingrem inschakelen en accu eruitnemen. Verwijder pas daarna het voorwerpdat de blokkade veroorzaakt. ■De ronddraaiende zaagketting wordt warm enzet uit. Als de zaagketting niet voldoendewordt gesmeerd en nagespannen, kan dezaagketting van het zaagblad springen of bre‐ken.
Als de spanning van de zaagketting te laagis: de zaagketting spannen. ■ Als de werking van de kettingzaag zich tijdensde werkzaamheden wijzigt of deze zich onge‐woon gedraagt, kan de kettingzaag in eenonveilige staat verkeren. Personen kunnenernstig letsel oplopen en er kan materiëleschade ontstaan. ►Beëindig de werkzaamheden, verwijder deaccu en neem contact op met eenSTIHL dealer. ■Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingendoor de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Neem pauzes. ► Als er tekenen van een doorbloedingsstoor‐nis optreden: raadpleeg een arts. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contactmaakt met een hard voorwerp kunnen vonkenontstaan. Vonken kunnen in een makkelijkbrandbare omgeving brand veroorzaken. Per‐sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐pen en er kan materiële schade ontstaan. ►Werk niet in een makkelijk brandbareomgeving.
komen met de spanningvoerende kabels endeze beschadigen. De gebruiker kan ernstig ofdodelijk letsel oplopen. ►Werk niet in de buurt van onder spanningstaande leidingen. 4. 7. 2 VellenWAARSCHUWING■ Ongeoefende personen kunnen de gevaren bijhet vellen niet inschatten. Personen kunnenzwaar letsel oplopen of worden gedood en erkan materiële schade ontstaan. ►Indien er onduidelijkheden bestaan: nietzelf vellen. ■ Tijdens het vellen kunnen te verwijderen delenvan de boom en takken op personen of voor‐werpen vallen. Personen kunnen zwaar letseloplopen of worden gedood en er kan materiëleschade ontstaan. ►Velrichting zo bepalen dat het gebiedwaarin het te verwijderen deel van de boomvalt open/vrij is. ►Buitenstaanders, kinderen en dieren buiteneen afstand van een cirkel van 2,5 boom‐lengtes om het werkgebied houden. 4. 8 Reactiekrachten4. 8.
1 Terugslag0000-GXX-3112-A0 Een terugslag kan door de volgende oorzakenontstaan:–De ronddraaiende zaagketting maakt met hetbovenste kwart gedeelte van de zaagbladneuscontact met een hard voorwerp en wordt snelafgeremd. –De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐men. WAARSCHUWING0000-GXX-3214-A0 ■Als er terugslag ontstaat kan de kettingzaag inde richting van de gebruiker omhoog wordengeslingerd. De gebruiker kan vooral door hetconcept van het handgreepsysteem met eenkorte afstand tussen de handgrepen, de con‐trole over de kettingzaag verliezen en zwaarletsel of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De kettingzaag met beide handenvasthouden. ► Het lichaam buiten het verlengde zwenkbe‐reik van de kettingzaag houden. ► Zo werken als in deze handleiding staatbeschreven.
► Niet met het bovenste kwart gedeelte vande zaagbladneus werken. ► Met een correct aangescherpte/geslepenen correct gespannen zaagketting werken. ► Een terugslaggereduceerde zaagkettinggebruiken. ► Een zaagblad met een kleine zaagbladneusgebruiken. ► Met vol gas zagen.
4. 8. 2 In het hout trekken0000-GXX-1348-A0Als met de onderzijde van het zaagblad wordtgewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken vande gebruiker. WAARSCHUWING■Als de ronddraaiende zaagketting contactmaakt met een hard voorwerp en snel wordtafgeremd, kan de kettingzaag plotseling metgrote kracht van de gebruiker weg wordengetrokken. De gebruiker kan de controle over4 Veiligheidsinstructies Nederlands0458-007-9601-A 127.
de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐pen of zelfs worden gedood. ► De kettingzaag met beide handen vasthou‐den. ► Zo werken als in deze handleiding staatbeschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐den. ► De kam correct plaatsen. ► Met vol gas zagen. 4. 8. 3 Terugstoot0000-GXX-1349-A0Als met de bovenzijde van het zaagblad wordtgewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruikertoe gestoten. WAARSCHUWING■ Als de ronddraaiende zaagketting contactmaakt met een hard voorwerp en snel wordtafgeremd, kan de kettingzaag plotseling metgrote kracht naar de gebruiker toe wordengestoten. De gebruiker kan de controle overde kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐pen of zelfs worden gedood. ►De kettingzaag met beide handen vasthou‐den. ► Zo werken als in deze handleiding staatbeschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐den. ► Met vol gas zagen. 4. 9 Vervoeren4. 9.
1 KettingzaagWAARSCHUWING■Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐len of verschuiven. Personen kunnen letseloplopen en er kan beschadiging optreden. ► De accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagbladschuiven totdat deze vastklikt, zodat dezehet gehele zaagblad afdekt. ►Kettingzaag met spanbanden, riemen ofeen net dusdanig beveiligen, dat hij niet kankantelen en niet kan bewegen. ■Als de kettingzaag over het oog van de ket‐tingbeschermer wordt getransporteerd, kan dekettingzaag omlaag vallen. Personen kunnenletsel oplopen en er kan beschadiging optre‐den. ►Kettingzaag aan het oog aan de behuizingvervoeren. 4. 9. 2 AccuWAARSCHUWING■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf. Als de accu aan bepaaldeinvloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kande accu worden beschadigd en kan er materi‐ele schade ontstaan.
►De accu in de verpakking zo verpakken datdeze niet kan bewegen. ► Verpakking zo borgen dat deze niet kanvallen en verschuiven. 4. 10 Opslaan4. 10. 1 KettingzaagWAARSCHUWING■Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen. ► De accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagbladschuiven totdat deze vastklikt, zodat dezehet gehele zaagblad afdekt. ►De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag enmetalen onderdelen kunnen door vocht corro‐deren. De kettingzaag kan beschadigd raken. ► De accu verwijderen. ► De kettingzaag schoon en droog bewaren. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies128 0458-007-9601-A.
4. 10. 2 AccuWAARSCHUWING■Kinderen kunnen de gevaren van de accu nietherkennen en ook niet inschatten. Kinderenkunnen ernstig letsel oplopen. ►De accu buiten het bereik van kinderenopslaan. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐den van buitenaf. Als de accu aan bepaaldeinvloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kande accu onherstelbaar worden beschadigd. ►De accu schoon en droog opslaan. ► Berg de accu in een gesloten ruimte op. ► De accu apart van de kettingzaag opslaan. ► Als de accu in de acculader wordt bewaard:de netstekker uit het stopcontact trekken ende accu met een laadniveau tussen 40% en60% bewaren (2 groene leds). ►De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ratuurgrenzen bewaren, 21. 5. 4.
11 Reiniging, onderhoud en repa‐ratieWAARSCHUWING■ Als tijdens de reinigings-, onderhouds- ofreparatiewerkzaamheden de accu in de ket‐tingzaag wordt geplaatst, kan de kettingzaagonbedoeld worden ingeschakeld. Personenkunnen ernstig letsel oplopen en er kan mate‐riële schade ontstaan. ► Accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigenmet een waterstraal of puntige voorwerpenkunnen de kettingzaag, het zaagblad de zaag‐ketting en de accu beschadigen. Als de ket‐tingzaag, het zaagblad, de zaagketting of deaccu niet op de juiste wijze werden gereinigd,kunnen componenten niet meer correct functi‐oneren en kunnen de veiligheidsinrichtingenzijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstigletsel oplopen. ► Kettingzaag, zaagblad, zaagketting en accuzo reinigen als staat beschreven in dezehandleiding.
■Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ting en de accu niet op de juiste wijze werdenonderhouden of gerepareerd, kunnen compo‐nenten niet meer correct functioneren en kun‐nen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgescha‐keld. Personen kunnen ernstig of dodelijk let‐sel oplopen. ► De kettingzaag en accu niet zelf onderhou‐den of repareren.
► Als aan de kettingzaag of de accu onder‐houds- of reparatiewerkzaamheden moetenworden uitgevoerd: contact opnemen meteen STIHL dealer. ►Zaagblad en zaagketting zo onderhoudenof repareren als in deze gebruiksaanwijzingstaat beschreven. ■Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐den. De gebruiker kan letsel oplopen. ►Draag werkhandschoenen van slijtvastmateriaal. 5 Motorzaag klaarmakenvoor gebruik5. 1 Kettingzaag klaarmaken voorgebruikVoorafgaand aan de werkzaamheden moetenaltijd de volgende stappen worden gezet:► Zorg ervoor dat de volgende componentenzich in een veilige toestand bevinden:–Kettingzaag, 4. 6. 1. –Zaagblad, 4. 6. 2. –Zaagketting, 4. 6. 3. –Accu, 4. 6. 4. ►Accu controleren/testen, 12. 7.
► De accu volledig laden, zoals in de handlei‐ding van de acculader AL 101, 301, 301-4,500 staat beschreven. ►Kettingzaag reinigen, 17. 1. ►Zaagblad en zaagketting monteren, 8. 1. 1. ►Zaagketting spannen, 8. 2. ►Zaagkettingolie bijvullen, 8. 3. ►Kettingrem controleren, 12. 4. ►Bedieningselementen controleren, 12. 5. ►Kettingsmering controleren, 12. 6. ► Als de stappen niet kunnen worden uitge‐voerd: de kettingzaag niet gebruiken en con‐tact opnemen met een STIHL dealer. 5. 2Accu met een Bluetooth®-inter‐face met de STIHL connectedapp verbinden►Bluetooth®-interface op het mobiele eindappa‐raat activeren. ►Bluetooth®-interface op de accu activeren, 7. 1. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik Nederlands0458-007-9601-A 129.
► Download de STIHL connected app vanuit deApp Store op het mobiele eindapparaat enmaak een account aan. ► STIHL connected app openen en aanmelden. ► Accu toevoegen in de STIHL connected appen de aanwijzingen op het beeldscherm opvol‐gen. Contactmogelijkheden en meer informatie zijn tevinden op https://support. stihl. com of in deS‐TIHL connected app. De STIHL connected app is afhankelijk van demarkt beschikbaar. 6 Accu laden en leds6. 1 Accu ladenDe laadtijd is afhankelijk van diverse invloeden,zoals bijv. de temperatuur van de accu of deomgevingstemperatuur. Voor een optimale pres‐tatie moeten de aanbevolen temperatuurberei‐ken in acht worden genomen, 21. 6. De wer‐kelijke laadtijd kan afwijken van de aangegevenlaadtijd. De laadtijd is te vinden opwww. stihl. com/charging-times. ► De accu opladen zoals staat beschreven in dehandleiding van de acculaderSTIHL AL 101, 301, 301-4, 500. 6.
2 Laadtoestand weergeven0000079877_00220-40%40-60%60-80%80-100%0-20%1► Druktoets (1) indrukken. De leds branden ca. 5 seconden lang groenen geven de laadtoestand weer. ► Als de rechter led groen knippert: de acculaden. 6. 3 Leds op de accuDe leds kunnen de laadtoestand van de accu ofstoringen aangeven. De leds kunnen groen ofrood branden of knipperen. Als de leds groen branden of knipperen wordt delaadtoestand weergegeven. ► Als de leds rood branden of knipperen: storin‐gen opheffen, 20. 1. In de kettingzaag of in de accu zit een storing. 7 Bluetooth®-interface acti‐veren en deactiveren7. 1Bluetooth®-interface activeren►Als de accu van een Bluetooth®-interface isvoorzien: druktoets indrukken en zo lang inge‐drukt houden tot de led “BLUETOOTH®” naasthet symbool 3 seconden blauw brandt. De Bluetooth®-interface op de accu is geacti‐veerd. 7.
► Spanbout (3) zo ver linksom draaien, tot despanschuif (4) links tegen het huis ligt. 0000081120_002► Zaagketting vervolgens in de groef van hetzaagblad leggen, zodat de pijlen op de verbin‐dingsschakels van de zaagketting aan debovenzijde in de draairichting gericht zijn. 57680000-GXX-3115-A1 ► Het zaagblad en de zaagketting zo op de ket‐tingzaag plaatsen dat aan de volgende voor‐waarden wordt voldaan:–De aandrijfschakels van de zaagketting val‐len in de tanden van het kettingtandwiel (5). –De kop van de bout (6) valt in het sleufgatvan het zaagblad (8). –De pen van de spanschuif (4) valt in hetboorgat (7) van het zaagblad (8). De oriëntering (plaatsing) van het zaagblad (8)speelt geen rol. De opdruk op het zaagblad (8)kan ook ondersteboven staan. ► Kettingrem lossen. 30000-GXX-3202-A1 ► Spanbout (3) zolang rechtsom draaien, tot dezaagketting aansluit op het zaagblad.
Hierbijde aandrijfschakels van de zaagketting in degroef van het zaagblad leiden. Het zaagblad (8) en de zaagketting liggentegen de kettingzaag. ► Kettingtandwieldeksel (1) zo op de kettingzaagplaatsen, dat deze gelijkligt met de ketting‐zaag. ► Moer (2) aanbrengen en vastdraaien. 8. 1. 2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐kelen en accu eruit nemen. ► Moer losdraaien. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanbout tot aan de aanslag linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen. 8. 2 Zaagketting spannenTijdens het gebruik rekt de zaagketting uit oftrekt samen. De spanning van de zaagkettingverandert. Tijdens de werkzaamheden moet dezaagkettingspanning regelmatig worden gecon‐troleerd en moet deze zo nodig worden nage‐spannen. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen.
► Zaagblad bij de neus optillen en de span‐schroef (1) zo lang rechtsom of linksomdraaien, tot aan de volgende voorwaarden isvoldaan:–De afstand a in het midden van het zaag‐blad bedraagt 1 mm tot 2 mm. –De zaagketting kan nog met twee vingersen met geringe krachtsinspanning over hetzaagblad worden getrokken. ► Zaagblad bij de punt blijven optillen en moer(2) vastdraaien. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: zaagkettingopnieuw spannen. 8. 3 Zaagkettingolie bijvullenDe zaagkettingolie zorgt voor de smering en dekoeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of eenandere voor kettingzagen vrijgegeven, heldere of8 Motorzaag completeren Nederlands0458-007-9601-A 131.
biologisch afbreekbare zaagkettingolie te gebrui‐ken. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. ► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐sen dat de olietankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de olietankdop schoonma‐ken met een vochtige doek. 0000-GXX-2930-A0► De beugel van de olietankdop opklappen. ► Olietankdop tot aan de aanslag linksomdraaien. ► Olietankdop wegnemen. ► De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geenzaagkettingolie wordt gemorst en de olietankniet tot aan de rand wordt gevuld. ► Als de beugel van de olietank is ingeklapt: debeugel opklappen. 2310000-GXX-2931-A01► De olietankdop zo aanbrengen dat de marke‐ring (1) naar de markering (2) is gericht. ► De olietankdop naar beneden drukken en totaan de aanslag rechtsom draaien. De olietankdop klikt hoorbaar vast. De marke‐ring (1) is naar de markering (3) gericht.
► Controleren of de olietankdop naar boven kanworden losgetrokken. ► Als de olietankdop niet naar boven kan wor‐den losgetrokken: de beugel van de olietank‐dop inklappen. De olietank is gesloten. Als de olietankdop naar boven kan worden los‐getrokken, moeten de volgende stappen wordenuitgevoerd:► De olietankdop in een willekeurige positie aan‐brengen. 10000-GXX-3135-A02► De olietankdop naar beneden drukken en totaan de aanslag rechtsom draaien. ► De olietankdop naar beneden drukken enzolang linksom draaien tot de markering (1)naar de markering (2) is gericht. ► Opnieuw proberen de olietank te sluiten. ► Als de olietank nog steeds niet kan wordengesloten: niet met de kettingzaag werken encontact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag verkeert niet in de veiligestaat. 8. 4 Kam monteren12430000098213_001► Bout (4) losdraaien en de kettingvanger (3)wegnemen. ► Kam (1) aanbrengen.
1 Kettingrem inschakelenDe kettingzaag is uitgerust met een kettingrem. De kettingrem wordt bij een voldoende sterketerugslag automatisch ingeschakeld door demassatraagheid van de handbeschermer of kanworden ingeschakeld door de gebruiker. Nederlands 9 Kettingrem inschakelen en lossen132 0458-007-9601-A.
De kettingrem isgelost.10 Accu aanbrengen en weg‐nemen10.1 Accu plaatsen► Kettingrem inschakelen.120000087076_003► Accu (1) tot aan de aanslag in de accu‐schacht (2) drukken.De accu (1) klikt vast en is dan vergrendeld.10.2 Accu verwijderen► Kettingzaag op een vlakke ondergrond plaat‐sen.2110000087077_003► Beide blokkeerhendels (1) indrukken.De accu (2) is ontgrendeld en kan worden ver‐wijderd.11 Motorzaag inschakelen enuitschakelen11.1 Kettingzaag inschakelen► Kettingzaag met de rechterhand op de bedie‐ningshandgreep zo vasthouden dat de duimom de bedieningshandgreep valt.► Kettingrem lossen.► Kettingzaag met de linkerhand op de draag‐beugel zo vasthouden dat de duim om dedraagbeugel valt.21340000098216_001► Schakelhendelblokkering (1) met de handindrukken en ingedrukt houden.► Ontgrendelknop (2) indrukken.► De schakelhendel (3) met de wijsvingerindrukken en ingedrukt houden.De kettingzaag loopt aan en de zaagkettingdraait.Hoe verder de schakelhendel (3) is ingedrukt,des te sneller draait de zaagketting.De kettingzaag kan ook worden ingeschakelddoor eerst de ontgrendelknop (2) in te drukkenen binnen 5 seconden (zolang de led "STATUS"knippert) de ontgrendeling van de schakelhen‐del (1) in te drukken.
Als de schakelhendel (3) en de schakelhendel‐blokkering (1) na het inschakelen worden losge‐laten, knippert de led "STATUS" (4) nog1 seconde lang. Zolang de led "STATUS" (4)knippert, kan de kettingzaag zonder indrukkenvan de ontgrendelknop (2) opnieuw worden inge‐schakeld. 11. 2 Kettingzaag uitschakelen► Schakelhendel en schakelhendelblokkeringloslaten. Wachten tot de zaagketting na ca. 1 secondeniet meer draait. ► Als de zaagketting na ca. 1 seconde nogdraait: de kettingrem inschakelen, de accueruit nemen en contact opnemen met eenSTIHL dealer. De kettingzaag is defect. 12 Kettingzaag en accu con‐troleren12. 1 Kettingtandwiel controleren► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐kelen en accu eruit nemen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.
a0000-GXX-1216-A0► Inloopsporen op het kettingtandwiel controle‐ren met behulp van een STIHL kaliber. ► Als de inloopsporen dieper zijn dana = 0,5 mm: de kettingzaag niet gebruiken encontact opnemen met een STIHL dealer. Het kettingtandwiel moet worden vervangen. 12. 2 Zaagblad controleren► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐kelen en accu eruit nemen. ► Zaagketting en zaagblad uitbouwen. 0000-GXX-1217-A0► De groefdiepte van het zaagblad meten metbehulp van het meetkaliber van het STIHL vij‐lkaliber. ► Zaagblad vervangen, als aan een van de vol‐gende voorwaarden wordt voldaan:–Het zaagblad is beschadigd. –De gemeten groefdiepte is kleiner dan deminimale groefdiepte van het zaagblad, 21. 3. –De groef van het zaagblad is versmald ofverbreed. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoekenwij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ler. 12.
► Controleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4)op de zaagtanden zichtbaar zijn. ► Als één van de slijtagemarkeringen op eenzaagtand niet zichtbaar is: de zaagketting nietgebruiken en contact opnemen met eenSTIHL dealer. ► Met behulp van een STIHL vijlkaliber controle‐ren of de aanscherphoek van de zaagtandenvan 30° is aangehouden. Het STIHL vijlkalibermoet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als de aanscherphoek van 30° niet werd aan‐gehouden: de zaagketting aanscherpen/slij‐pen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoekenwij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ler. 12. 4 Kettingrem controleren► Kettingzaag inschakelen. ► Kettingrem inschakelen. Als de zaagketting onmiddellijk stilstaat, func‐tioneert de kettingrem. ► Als de zaagketting niet onmiddellijk stilstaat:de kettingzaag niet gebruiken en contactopnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect. 12.
5 Bedieningselementen controle‐renSchakelhendelblokkering en schakelhendel► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Probeer de schakelhendel in te drukken, zon‐der de schakelhendelblokkering in te drukken. ► Als de schakelhendel kan worden ingedrukt:de kettingzaag niet gebruiken en contactopnemen met een STIHL dealer. De schakelhendelblokkering is defect. ► Schakelhendelblokkering indrukken en inge‐drukt houden. ► De schakelhendel indrukken en weer loslaten. ► Als de schakelhendel of de schakelhendel‐blokkering zwaar loopt of niet terugveert naarde eindstand: de kettingzaag niet gebruikenen contact opnemen met een STIHL dealer. De schakelhendel of de schakelhendelblokke‐ring is defect. Kettingzaag inschakelen► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Schakelhendelblokkering indrukken en inge‐drukt houden. ► Deblokkeringsknop indrukken.
In de kettingzaag zit een storing. ► De schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting blijft draaien: de kettingreminschakelen, accu wegnemen en contactopnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect. 12. 6 Kettingsmering controleren► Accu aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad op een lichtgekleurd oppervlak rich‐ten. ► Kettingzaag inschakelen. Zaagkettingolie wordt weggeslingerd en is her‐kenbaar op het lichtgekleurde oppervlak. Dekettingsmering functioneert. ► Als er geen weggeslingerde zaagkettingoliezichtbaar is:► Zaagkettingolie bijvullen. ► Kettingsmering opnieuw controleren. ► Als er nog steeds geen zaagkettingolie ophet lichtgekleurde oppervlak zichtbaar is: dekettingzaag niet gebruiken en contact opne‐men met een STIHL dealer. De kettingsme‐ring is defect. 12. 7 Accu controleren/testen► Druktoets op de accu indrukken.
De leds branden of knipperen. ► Als de leds niet branden of knipperen: accuniet gebruiken en contact opnemen met eenSTIHL dealer. In de accu zit een storing. 13 Met de motorzaag werken13. 1 Olieopbrengst instellenDe kettingzaag is voorzien van een instelbareoliepomp. 10000-GXX-7209-A013 Met de motorzaag werken Nederlands0458-007-9601-A 135.
Als de oliepompstelschroef (1) in stand E (Ema‐tic) staat, is de olieopbrengst optimaal ingesteldvoor de meeste toepassingen. De opbrengst van de oliepomp kan voor verschil‐lende zaaglengtes, houtsoorten en werktechnie‐ken worden aangepast. Olieopbrengst verhogen► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. ► Oliepompstelschroef (1) rechtsom draaien. Olieopbrengst verlagen► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. ► Oliepompstelschroef (1) linksom draaien. 13. 2 Kettingzaag vasthouden enbedienen0000-GXX-3209-A1 ► Kettingzaag zo met de linkerhand op dedraagbeugel en de rechterhand op de bedie‐ningshandgreep vasthouden en bedienen, datde duim van de linkerhand om de draagbeugelen de duim van de rechterhand om de bedie‐ningshandgreep valt. WAARSCHUWING■ Als de kettingzaag met één hand wordtbediend, is het risico op een terugslag ver‐hoogd.
Als er terugslag ontstaat, kan de ket‐tingzaag in de richting van de gebruiker omh‐oog worden geslingerd. De gebruiker kan decontrole over de kettingzaag verliezen enzwaar letsel oplopen of zelfs worden gedood. ►Niet met het bovenste kwart gedeelte vande zaagbladneus werken. ► Met de andere hand niet de tak vasthoudendie moet worden afgezaagd. ► Vallende takken niet vasthouden. De kettingzaag mag met één hand wordengebruikt als aan de volgende voorwaarden wordtvoldaan:–Bediening van de kettingzaag met beide han‐den is niet mogelijk. –De veilige werkpositie moet met één handworden gewaarborgd. –De kettingzaag kan ook met één hand stevigworden vastgehouden. –Alle lichaamsdelen bevinden zich buiten hetverlengde zwenkbereik van de kettingzaag. 13. 3 ZagenWAARSCHUWING■ Als er een terugslag optreedt kan de ketting‐zaag naar boven in de richting van de gebrui‐ker worden geslingerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl MSA 220 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Stihl
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine
