Stiebel Eltron WPL-A 10.2 Trend HK 230 Handleiding

Stiebel Eltron Warmtepomp WPL-A 10.2 Trend HK 230

Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL-A 10.2 Trend HK 230 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL-A 10.2 Trend HK 230 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Lucht-water-warmtepomp
2
WPL-A 05.2 Trend HK 230
WPL-A 07.2 Trend HK 230
WPL-A 10.2 Trend HK 230
WPL-A 13.2 Trend HK 230
WPL-A 13.2 Trend HK 400
WPL-A 17.2 Trend HK 400
Dieses Produkt ist nur für gut isolierte Räume oder
für den gelegentlichen Gebrauch geeignet.
This product is only suitable for well insulated
spaces or occasional use.
Ce produit convient uniquement aux locaux bien
isolés ou à un usage occasionnel.
Dit product is alleen geschikt voor goed geïsoleer-
de ruimtes of voor occasioneel gebruik.
Tento výrobek je vhodný pouze pro dobře izolo-
vané prostory nebo příležitostné použití.
Tento produkt je určený len do dobre izolovaných
priestorov alebo len na príležitostné použitie.
Produkt nadaje się wyłącznie do dobrze zaizolo-
wanych pomieszczeń lub do okazjonalnego kor-
zystania.
A termék kizárólag megfelelően szigetelt helyisé-
gekben vagy alkalomszerűen használható.
Gebruik en Installatie

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Warmtepomp
Model: WPL-A 10.2 Trend HK 230

Handleiding Stiebel Eltron WPL-A 10.2 Trend HK 230 – volledige tekst

Bijzondere infowww. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 31 Bijzondere info– Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar,alsook door personen met fysieke, zintuiglij-ke of geestelijke beperkingen of met een ge-brek aan ervaring en kennis gebruikt wor-den op voorwaarde dat er iemand toezichthoudt, of dat ze onderricht zijn hoe ze hettoestel veilig moeten gebruiken en begrij-pen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestelniet reinigen noch gebruikersonderhoudsta-ken uitvoeren. – Neem bij de installatie alle nationale en re-gionale voorschriften en bepalingen in acht. – Aansluiting op het elektriciteitsnet is alleenals vaste aansluiting toegestaan. Installeereen veiligheidsvoorziening, waarmee hettoestel via een scheidingstraject van 3mmvan het stroomnet kan worden gescheiden. Veiligheidsvoorzieningen zijn bijv.

schake-laars, stroomonderbrekers, zekeringen. – Houd de minimumafstanden aan om eenstoringsvrije werking van het toestel tewaarborgen en onderhoudswerkzaamhedenaan het toestel mogelijk te maken. – Nadat het toestel spanningsvrij is gescha-keld, kan het toestel nog gedurende 5minu-ten onder spanning staan, omdat de con-densatoren op de inverter nog moeten ont-laden. 2 Algemene aanwijzingenu Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldigdoor en bewaar deze. 2. 1 Symbolen in dit documentSymbool BetekenisDit symbool geeft mogelijke materiële schade, toe-stelschade, gevolgschade of milieuschade weer. Algemene aanwijzingen worden aangeduid met hethiernaast afgebeelde symbool. Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. Dit symbool toont de voorwaarden waaraan moetenworden voldaan voordat u de volgende stappen kuntuitvoeren. Dit symbool toont een resultaat of tussenresultaat.

Deze symbolen tonen het niveau van het software-menu (in dit voorbeeld niveau3). Dit symbool toont een verwijzing naar het bijbeho-rende paginanummer (in dit voorbeeld pagina11).

2. 2 Symbolen op het toestelSymbool BetekenisOntvlambaar koudemiddel2. 3 DoelgroepenGebruikerPersoon zonder speciale vakkennisInstallateur verwarmingPersoon met speciale vakkennis op de volgende terreinen: ver-warmingstechniek, verwarmingsmedia, gebouwentechniek,ventilatie- en klimaattechniek, meettechniek, warmtepomptech-niek, milieutechniek, arbeidsveiligheid, brandpreventieInstallateur elektrotechniekPersoon met speciale vakkennis op de volgende terreinen: elek-trotechniek, meettechniek, arbeidsveiligheid, brandpreventieStagiairsStagiairs mogen de aan hen opgedragen taken alleen uitvoerenonder deskundig toezicht en begeleiding. BeroepskwalificatieAfhankelijk van de lokale wetten is een training, studie of bij-scholing vereist. Gendergevoelige documentatieWij streven ernaar om de taalevolutie te volgen en een gender-bewust taalgebruik te hanteren zonder de leesbaarheid te beïn-vloeden.

Wij willen in onze documentatie alle geslachten aan-spreken, betrekken en zichtbaar maken. 2. 4 MeeteenhedenTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeteraangegeven. 2. 5 Bijbehorende documenten– Handleidingen van de warmtepompmanager– Bedienings- en installatiehandleidingen van alle compo-nenten die tot de installatie behoren2. 6 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegevenprestatiegegevens conform de norm. EN 14511De met name in tekst, grafieken en het technisch blad vermeldeprestatiegegevens zijn berekend conform de meetomstandighe-den van de in de titel van deze paragraaf aangeduide norm. Daarbij gaat het afwijkend van deze norm bij de prestatiegege-vens voor lucht-water inverter warmtepompen bij brontempera-turen > -7°C om gedeeltelijke belastingwaarden.

Lichamelijk letsel VOORZICHTIGSoort en bron van het gevaarGevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene-geerdu Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaarMateriële schade, gevolgschade, milieuschadeLET OPSoort en bron van het gevaarGevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene-geerdu Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar3. 1. 2 Ingebedde waarschuwingenIngebedde waarschuwingen gelden alleen voor de daarop vol-gende handelingsstap. uTREFWOORD: gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordtgenegeerd. Maatregel(en) voor het afwenden van het ge-vaar. Handelingsstap waarop de waarschuwing betrekkingheeft3. 1. 3 Verklaring van de symbolenSymbool Soort gevaarLetselElektrische schokVerbranding, verschroeiing3. 1. 4 TrefwoordenTrefwoord BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot overlijden of zwareletsels, wanneer deze niet in acht worden geno-men.

WAARSCHU-WINGAanwijzingen die kunnen leiden tot overlijden ofzware letsels, wanneer deze niet in acht wordengenomen. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatigzwaar of licht letsel, wanneer deze niet in achtworden genomen. Trefwoord BetekenisLET OP Aanwijzingen die kunnen leiden tot materiëleschade, gevolgschade of milieuschade, wanneerdeze niet in acht worden genomen. 3. 2 Reglementair gebruikHet toestel mag alleen met buitenlucht worden gebruikt.

Het toestel is bestemd om ruimten te verwarmen en te koelenbinnen en voor de warmwaterbereiding binnen het werkingsge-bied. Het product is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke om-geving. Het kan op een veilige manier worden bediend doorniet-geïnstrueerde personen. In een niet-huishoudelijke omge-ving, bijv. in een kleine onderneming, kan het product ook wor-den gebruikt, mits het gebruik op dezelfde wijze gebeurt. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van dezehandleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebe-horen. 3. 3 Voorzienbaar verkeerd gebruikHet toestel is niet geschikt voor continu koelen het hele jaardoor. 3. 4 VeiligheidsinstructiesLichamelijk letsel– Wanneer u het toestel niet correct installeert en elektrischaansluit, kunnen personen gekwetst raken.

Alleen een elek-tricien mag de elektrische installatie en de installatie vanhet toestel uitvoeren. – Wanneer u het toestel onvolledig installeert, is het veiligegebruik niet gewaarborgd. Gebruik het toestel alleen alshet volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzie-ningen aangebracht zijn. – Het toestel bevat het brandbare koudemiddel R290 (pro-paan). Bij een lek kan ontsnappend koudemiddel een ont-vlambare atmosfeer creëren. Neem de speciale vereistenvoor de veiligheidszone rond het toestel in acht en leef zena. – Indien mogelijk mogen er geen automatische ontluchtings-kleppen in het verwarmingssysteem worden geïnstalleerd. Als automatische ontluchtingskleppen nodig zijn om hetverwarmingssysteem te ontluchten, moeten de automati-sche ventilatieopeningen worden gesloten en beveiligd te-gen openen.

Het toestel wordt geleverd met instructies datde automatische ontluchtingskleppen altijd gesloten moe-ten zijn. Bevestig de bijgevoegde waarschuwingsborden opde automatische ontluchtingskleppen. – In het toestel is een blokkeringsvoorziening geïnstalleerd.

Deze blokkeringsvoorziening voorkomt dat er koudemiddelvia de verwarmingshydrauliek het gebouw binnenkomt ingeval van een lek. De voeding van de besturing mag alleenin uitzonderlijke gevallen worden losgekoppeld (bijv. bijservicewerkzaamheden). Zorg voor een permanente voe-ding naar de besturing. – In zeldzame gevallen kan koudemiddel in het verwarmings-circuit terechtkomen en zich verzamelen in de radiatoren. Raadpleeg voor het ontluchten van radiatoren in het ver-warmingssysteem hoofdstuk Storingen verhelpen [}27]. – Wanneer de behuizing tijdens de werking is geopend of hetdeksel niet is bevestigd, bestaat er letselgevaar. Gebruik hettoestel alleen met gesloten behuizing en deksel.

Toestelbeschrijvingwww. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 5– Ongeschikte vervangingsonderdelen en ongeschikt toebe-horen kunnen de veiligheid van de gebruiker en het toestelin gevaar brengen. Gebruik alleen originele reserveonder-delen en originele accessoires. Materiële schade, gevolgschade, milieuschade– Vervuilde omgevingslucht kan het toestel beschadigen. Be-scherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. – Een slechte luchtkwaliteit kan het toestel beschadigen. Zorgervoor dat er op de opstellocatie van het toestel geen olie-achtige en zouthoudende (chloorhoudende) lucht aanwezigis (zie hoofdstuk Opstelling in de buurt van de kust [}10]). Houd de opstellocatie vrij van agressieve of explosieve stof-fen. Houd de opstellocatie vrij van stof, chloor- en ammoni-akhoudende stoffen. – Een overspanning (bijvoorbeeld door een blikseminslag)kan het toestel beschadigen.

Installeer een overspannings-beveiliging. Neem de geldende normen en richtlijnen in uwregio en land in acht. 4 ToestelbeschrijvingHet toestel is een lucht-water-warmtepomp bedoeld voor op-stelling buiten. Er wordt op een laag temperatuurniveau warm-te aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger tempe-ratuurniveau wordt afgegeven aan het verwarmingswater. Hetverwarmingswater kan tot 75 °C aanvoertemperatuur wordenopgewarmd. Het toestel beschikt over een vorstbescherming van de verbin-dingsleidingen. De geïntegreerde vorstbeveiligingsschakelingactiveert bij een lagere condensortemperatuur dan 8 °C auto-matisch de circulatiepomp in het warmtepompcircuit voor circu-latie in de watervoerende leidingen.

Wanneer in het verwar-mingssysteem een buffervat is geïnstalleerd en de temperatuurin het buffervat daalt, wordt uiterlijk bij onderschrijden van 5°Cautomatisch de warmtepomp ingeschakeld. Het apparaat kan ook samen met een tweede warmtegeneratorworden gebruikt.

Bij bivalente werking kan de warmtepompworden doorgestroomd met het retourwater van de tweedewarmtegenerator. Zorg ervoor dat de temperatuur van het re-tourwater niet hoger is dan de temperatuur die is ingesteld inde warmtepompmanager. Dit apparaat heeft tevens de volgende eigenschappen:– Geschikt voor oppervlakte- en radiatorverwarming. – In combinatie met een oppervlakteverwarmingssysteem ofextra ventilatieconvectoren kan met het toestel worden ge-koeld. – Haalt zelfs bij een -25°C buitentemperatuur nog warmte uitde buitenlucht. – Tegen corrosie beschermd, buitenste bekledingsdelen vanverzinkte staalplaat, bovendien gemoffeld. – Bevat alle componenten die voor de werking nodig zijn, als-mede veiligheidstechnische inrichtingen.

– Het veiligheidsconcept in het toestel voorkomt dat bij eenlek in de condensor grote hoeveelheden koudemiddel in hetdistributiesysteem van de waterverwarming terechtkomen. WPL-A 05. 2 Trend HK 230, WPL-A 07. 2 Trend HK 230, WPL-A13. 2 Trend HK 400, WPL-A 17. 2 Trend HK 400– Het toestel voldoet aan de vereisten van EN IEC 61000-3-2. – Het toestel voldoet aan de vereisten van EN 61000-3-3. WPL-A 10. 2 Trend HK 230, WPL-A 13. 2 Trend HK 230– Het toestel voldoet aan EN61000-3-11. – Het toestel voldoet aan EN61000-3-12. BedieningDe bediening gebeurt uitsluitend met de warmtepompmanagerWPM. u Houd rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. 4. 1 Werkwijze4. 1.

1 Verwarmen1 2 38910117456D00001120181 Warmteopwekker 2 Warmtepomp (koude-kring)3 Afgiftesysteem (verwar-mingscircuit)4 Lucht5 Bodem 6 Water7 Omgevingsenergie 8 Verdamper9 Compressor 10 Condensor11 ExpansieventielMet de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordtwarmte onttrokken aan de buitenlucht. Het verdampte koude-middel wordt met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor iselektrische energie vereist. Het koudemiddel heeft nu een hoge-re temperatuur. Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeftde warmte af aan het verwarmingscircuit.

Daarna wordt de drukvan het koudemiddel lager en begint het proces van voren afaan. Bij luchttemperaturen onder ca. 7 °C ontstaat rijp op de ver-damperlamellen. Deze ijsvorming wordt automatisch ontdooid. OntdooienTijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt dewarmtepompcircuit omgekeerd. De voor de ontdooicyclus beno-digde warmte wordt uit het buffervat of het verwarmingssys-teem onttrokken. Wanneer er onvoldoende energie beschikbaar is, ondersteuntde nood-/bijverwarming de ontdooicyclus. De elektrische nood-/bijverwarming bevindt zich in de binnen-module. Als er geen binnenmodule in het verwarmingssysteemis geïnstalleerd, raden we het gebruik van een hulpverwarmingin de buffer en/of warmwaterboiler aan. Wanneer het minimale debiet niet wordt bereikt, wordt de ont-dooicyclus afgebroken en verschijnt er een melding in de warm-tepompmanager WPM.

ü De installatie is voorzien van een buffervat. u Let erop dat de bufferwerking in de warmtepompmanagerWPM is geactiveerd. ü De installatie is niet voorzien van een buffervat. u Controleer of er vloerverwarming is toegepast en of het mi-nimale debiet van de warmtepomp over enkel de perma-nent geopende verwarmingsgroepen wordt gehaald (ziehoofdstuk Minimale volumestroom verzekeren [}25]). nl.

Opslag6 | WPL-A Trend HK www. stiebel-eltron. comAan het einde van de ontdooifase schakelt het toestel automa-tisch terug naar de verwarmingsmodus. Met condensaatbak:Het verzamelde water wordt opgevangen in de condensaatbaken afgevoerd (zie hoofdstuk Condenswaterafvoer [}11]). Zonder condensaatbak:Het water dat hierbij ontstaat, stroomt via de vrije condensaat-afvoer uit het toestel en sijpelt in het grindbed weg (zie hoofd-stuk Condenswaterafvoer [}11]). 4. 1. 2 KoelenLET OPMateriële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kanin het koelbedrijf condensaat gevormd worden. u Gebruik voor dauwpuntbewaking de afstandsbe-diening FET in de referentieruimte. u Voorzie alle verdeelleidingen in het gebouw vandampdiffusiedichte isolatie. Het toestel is niet geschikt voor continu koelen het hele jaardoor.

u Let op het werkingsgebied van het toestel (zie hoofdstukGegevenstabel [}65]). De ruimten worden gekoeld door omkering van het warmte-pompcircuit. Er wordt warmte onttrokken aan het verwarmings-water en de verdamper geeft deze warmte af aan de buiten-lucht. Bij vlakken- en ventilatorkoeling is het noodzakelijk om een af-standsbediening (FET) te installeren, zodat de meting van de re-latieve vochtigheid en van de kamertemperatuur om het dauw-punt te bewaken, mogelijk is. Bij de ventilatorkoeling is bovendien de installatie van een buf-fervat vereist. Werkingsgebied voor de warmtepompBij een buitentemperatuur onder de ingestelde grenswaardevoor koeling, wordt de warmtepomp uitgeschakeld. 4. 2 Leveringsomvang– Warmtepomp– Documentatie– 4× onderlegring met sleuf4. 3 Toebehoren4. 3.

Warmtepompmanager (WPM)Voor de werking van het toestel is de warmtepompmanagerWPM noodzakelijk. De warmtepompmanager regelt het volledi-ge verwarmingssysteem en is de interface naar de elektronicavan de warmtepomp. De WPM warmtepompmanager bevindt zich in sommige vanonze binnenmodules en is beschikbaar als wandmontageversieals er geen binnenmodule met geïntegreerde warmtepompma-nager wordt gebruikt (bv. voor cascades). Binnenmodules met geïntegreerde warmtepompmanager WPM– Combiboiler HSBB 180 Plus– Combiboiler HSBB 180 S Plus– Combiboiler HSBC 180 Plus– Combiboiler HSBC 180 S Plus– Combiboiler HSBC 200– Combiboiler HSBC 200 S– Combiboiler HSBC 300 cool– Hydraulische module HM– Hydraulische module HMS– Hydraulische module HM Trend– Hydraulische module HMS TrendInstallatie zonder binnenmodule met geïntegreerdewarmtepompmanager WPM– Warmtepompmanager WPM– Elektrische opwarmmodule AHP-BH 8.

Transport (vakman)www. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 7u Vermijd ontstekingsbronnen zoals rondvliegende vonken,roken, hete oppervlakken enz. 6 Transport (vakman)u Raadpleeg de tabel voor het minimum aantal personen datnodig is om het toestel te vervoeren. 2 personen 3 personen(2 personenaan de kantvan decompres-sor)WPL-A 05. 2 Trend HK 230 xWPL-A 07. 2 Trend HK 230 xWPL-A 10. 2 Trend HK 230 xWPL-A 13. 2 Trend HK 230 xWPL-A 13. 2 Trend HK 400 xWPL-A 17. 2 Trend HK 400 xu Let bij het transport op het zwaartepunt van het toestel. Hetzwaartepunt ligt in de zone van de compressor. u Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware sto-ten. D0000115450u Draag het toestel aan de draaglussen. u Als u het toestel over een langere afstand moet vervoeren,raden we aan om het op een pallet te vervoeren met behulpvan geschikte transportmiddelen.

D0000120712Wanneer u het apparaat tijdens het transport kantelt (tot 45°),mag dit slechts kortstondig gebeuren via één van de lange zij-den. Transporteer het toestel daarbij zo dat de compressor zichaan de hoger gelegen zijde van het toestel bevindt. Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koudemid-delolie zich in het systeem verspreidt. u Wacht ca. 30minuten, voordat u het apparaat na het kante-len weer in gebruik neemt. 7 Montage (installateur)Het toestel is zo ontworpen dat opstelling en aansluiting kunnenworden uitgevoerd zonder demontage van de deksel en de zij-panelen. 7. 1 MontageplaatsDe montagelocatie moet voldoen aan de volgende vereisten:– horizontaal– Vlak– vast– permanentu Zorg ervoor dat het toestel aan alle zijden toegankelijk is. Houd rekening met de minimumafstanden (zie hoofdstukMinimumafstanden [}9]).

D0000121226u Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeen-komt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen dewind in worden aangezogen. u Zorg ervoor dat het toestel niet aan de wind wordt blootge-steld.

u Bescherm de achterkant van het toestel met een gebouw,muur of windscherm. Als er geen gebouw, muur of windscherm aan de achterkantvan het toestel staat of als er geen windscherm kan worden ge-plaatst (bv. bij installatie op een plat dak), kunt u ons wind-scherm installeren (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]). De naar buiten stromende koude lucht kan in de omgeving vande luchtafvoer tot condensaatvorming leiden. u Voorkom bij lage temperaturen dat er slipgevaar ontstaatdoor natheid of ijsvorming op aangrenzende voetpaden enrijbanen. u Plaats of plant geen koudegevoelige planten voor de lucht-afvoer. Wanneer de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door nabij-gelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermi-sche kortsluiting. u Controleer of de buitenlucht ongehinderd het apparaat kanbinnenstromen en de uitlaatlucht ongehinderd het apparaatkan verlaten.

Als er zich insecten of andere kleine dieren in het toestel neste-len, kan het toestel beschadigd raken. u Selecteer de montagelocatie zo dat er zich geen insecten ofandere kleine dieren (bij. muizen) zich in het toestel kun-nen nestelen. nl.

Montage (installateur)8 | WPL-A Trend HK www. stiebel-eltron. com7. 1. 1 VeiligheidszoneHet toestel bevat ontvlambaar koudemiddel. Het koudemiddelheeft een hogere dichtheid dan lucht. Bij lekkage kan zich kou-demiddel ophopen in de buurt van de vloer. Ophopingen vankoudemiddel (bijvoorbeeld in holtes) kunnen leiden tot een ge-vaarlijke, explosieve, verstikkende of giftige atmosfeer. – Het koudemiddel mag niet via openingen in de binnenkantvan het gebouw komen. – Het koudemiddel mag niet in het rioleringssysteem terecht-komen. – Vermijd holtes > 0,5 m³ waarin het koudemiddel zich kanophopen. Voor de installatielocatie geldt een speciale veiligheidszone. Deveiligheidszone moet aan bepaalde eisen voldoen.

– Ramen, deuren, lichtkokers, keldertoegangen, vluchtluiken,dakafvoeren (aansluiting op huishoudelijk afvalwater), ra-men in platte daken of ventilatieopeningen (openingen naarde binnenkant van het gebouw) mogen niet aanwezig zijn. – Ontstekingsbronnen zoals open vuur, elektrische installa-ties, stopcontacten, lichtschakelaars, lampen, elektrischehuisaansluitingen, elektrische schakelaars, vonken genere-rend gereedschap, voorwerpen met een hoge oppervlakte-temperatuur (>360°C) of andere permanente of kortduren-de ontstekingsbronnen mogen niet aanwezig zijn. – De veiligheidszone mag zich niet uitstrekken tot naburigeeigendommen of de openbare weg. – Structurele veranderingen die in strijd zijn met de bovenge-noemde regels voor de veiligheidszone mogen niet wordenuitgevoerd. – Muurdoorvoeren moeten worden beveiligd tegen het bin-nendringen van gas.

Montage (installateur)www.stiebel-eltron.com WPL-A Trend HK | 910001000250500D0000115500u Blijf binnen de veiligheidszone.7.1.1.5 Installatie op een plat dak≥1000≥1000≥1000≥1000D0000121589u Blijf binnen de veiligheidszone.u Zorg voor valbeveiliging in overeenstemming met de wette-lijke vereisten.7.1.1.6 Opties voor het verkleinen van de veiligheidszoneAls de veiligheidszone niet kan worden gehandhaafd vanwegebouwkundige omstandigheden op de installatielocatie, kunt ude volgende maatregelen treffen.Bouwkundigeomstandig-hedenMaatregelenOpeningen(bijv. deuren,ramen, licht-schachten)Optie 1:Sluit de openingen permanent.Verwijder hiervoor bijvoorbeeld de raamhendelen beveilig de opening tegen opnieuw openen.Optie 2:Bouw een gesloten beschermwand. De be-schermwand moet ondoordringbaar zijn voorgas en minstens even hoog en diep zijn als hettoestel.

Montage (installateur)10 | WPL-A Trend HK www.stiebel-eltron.comu Om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgenen onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk temaken, dient u de minimale afstanden aan te houden.Als u het toestel op onze wandconsole monteert (zie hoofdstukOptioneel toebehoren [}6]), kunt u de afstand tot de achterkantverkleinen tot 200 mm.D0000096921u Plaats het toestel niet in een nis.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 117. 1. 5 GeluidsemissieHet toestel is aan de luchttoevoerzijde en aan de luchtafvoerzij-de luider dan aan de twee gesloten zijden. Meer gegevens overhet geluidsniveau vindt u in hoofdstuk Gegevenstabel [}65]. – Gazons en beplantingen helpen om de verspreiding van hetgeluid te verminderen. – De geluidsuitbreiding kan door dichte palissaden wordengereduceerd. u Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht opde geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. u Laat het frame van het toestel gelijkmatig steunen. Een on-effen ondergrond kan het geluidsgedrag beïnvloeden. u Vermijd opstelling op grote weerkaatsende vloeren, bijv. plaatbekleding. u Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren kunnen het geluidsniveau ver-hogen.

u Als het toestel op een dak gemonteerd wordt en direct con-tact met de gebouwstructuur heeft, installeert u daarnaasteen trillingsontkoppeling. 7. 1. 6 Voedingsleidingen installerenVoedingsleidingen zijn alle elektrische, aanvoer- en retourlei-dingen. Als condensaat vrij druppelt, mogen de aanvoer- en retourlei-dingen van de verwarming niet in het grindbed onder het toe-stel worden gelegd. Als de toevoerleidingen achter het toestel door de gebouwmuurmoeten worden geleid, kunt u de afmetingen van de boorgatenovernemen van de illustratie of de boormal op de verpakkingvan het toestel gebruiken. Ø50mm175270245200100170120190e01e02b01b01D0000122081u Isoleer de wanddoorvoeren tegen een dauwpuntonder-schrijding bij het koelen. u Dicht de wanddoorvoeren voor alle voedingsleidingen in hetgebouw waterdicht af. u Dicht de muurdoorvoeren af tegen het binnendringen vangas.

u Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY. u Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door zevoldoende te isoleren. De isolatie moet ten minste dubbelzo dik zijn als de leidingdoorsnede. Voer de isolatie uitovereenkomstig de geldende voorschriften. u Voer de buisbevestigingen en buitenwanddoorvoeren ge-luiddempend uit. 7. 1. 7 CondenswaterafvoerHet geproduceerde condensaat kan in een condensaatbak drup-pelen of vrij in een grindbed. Als het condensaat wordt opgevangen in een condensaatbak envia een condensaatafvoerleiding wordt afgevoerd naar de af-voerleiding voor huishoudelijk afvalwater, moet ervoor wordengezorgd dat er geen koudemiddel het gebouw kan binnendrin-gen in geval van een lek in het koelcircuit. Een kogelsifon biedtdeze bescherming (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [} 6]).

Als de sifon droog is, kan er koudemiddel het gebouw binnen-komen via normale sifons. U kunt de diameter van de condensaatafvoerleiding vóór de ko-gelsifon verkleinen. Om de aansluiting op de condensaatafvoerleiding te vergemak-kelijken, kan de condensaatafvoerleiding die van onderaf komt,dienovereenkomstig worden geplaatst en groter worden ge-maakt in het bovenste gedeelte. Hierdoor kan het uitlaatmond-stuk van de condensaatbak er vrij boven geplaatst worden bijhet installeren van het toestel. Inbouwsituatie KogelsifonvereistKogelsifonniet vereistCondensafvoer in grindbed xCondensafvoer in regenwater-leiding, zonder aansluiting ophuishoudelijke afvalwaterlei-dingxCondensafvoer via dakopper-vlakxCondensafvoer in regenwater-leiding die is aangesloten opde leiding voor huishoudelijkafvalwater (gecombineerd sys-teem).

Montage (installateur)12 | WPL-A Trend HK www. stiebel-eltron. comInfiltratie zonder condensaatbak25012D00001212581 Steenslag 2 Drainagebuisu Leg een vochtscherm aan bij de fundering van het gebouw. u Plaats een drainagebuis in het vorstvrije gebied onder hettoestel om het vocht van het huis weg te leiden. u Zorg ervoor dat de grindlaag tot in het vorstvrije gebiedreikt. Infiltratie met condensaatbak261AB54350123456D00001155091 Verwarming aanvoer 2 Verwarming retour3 Strokenfundering (boord-steen)4 Steenslag5 Condensaatafvoerbuis 6 KiezelbedA 300u Zorg ervoor dat de grindlaag in een vorstvrije ruimte ligt. Afvoersysteem met condensaatbak, ondergrondse sifon123D00001213011 Condensaatafvoerbuis 2 Kogelsifon3 Afvalwaterleiding in rio-leringInstalleer de kogelsifon in een vorstvrije ruimte.

Als de kogelsifon niet boven de vorstgrens kan worden geïnstal-leerd, kunt u een vorstbestendig ontwerp garanderen door ge-bruik te maken van een verwarmingslint (zie hoofdstuk Optio-neel toebehoren [}6]). Zorg ervoor dat het verwarmingslint nietdoor de kogelsifon heen wordt geleid. Anders wordt de functio-naliteit van de kogelsifon uitgeschakeld. U kunt de kogelsifon zowel in het gebouw direct achter de muurals in de grond installeren. Indien u de kogelsifon in de grond plaatst, moet de kogelsifonwel vrij toegankelijk zijn voor onderhoudswerkzaamheden. Ukunt bijvoorbeeld toegang verschaffen via een schacht of een in-gebrachte KG-buis met deksel. u Neem de installatiehandleiding van de kogelsifon in acht. 7. 2 Opstellingu Neem de informatie over de luchtuitlaatrichting in hoofd-stuk Montageplaats [}7] in acht.

Als u een condensaatbak in het toestel wilt installeren, radenwij u aan de condensaatbak te installeren voordat u het toestelop de installatieplaats bevestigt en de hydraulische en elektri-sche aansluitingen maakt. Als het toestel zonder condensaatbak wordt gebruikt, moet on-der het toestel een vrije ruimte van 300 mm vanaf de onderkantvan het toestel worden aangehouden.

Dit is de enige manier omhet hele jaar door een probleemloze werking te garanderen. u Gebruik een console of een verhoogde strokenfundering. u Als u de hydraulische aansluiting niet aan de achterkantmaar aan de onderkant wilt maken, raadpleeg dan hoofd-stuk Optioneel: hydraulische aansluiting (naar onderen)[}17]). u Raadpleeg de volgende tabel om te zien welke installatieva-riant geschikt is voor welk toepassingsgebied. Installatievariant Mogelijke toepassingsge-biedenStrokenfundering of randste-nen– Standaard opstellingStrokenfundering of randste-nen met vloerconsole– Condensaat druppelt vrijweg.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 13Installatievariant Mogelijke toepassingsge-bieden– Hydraulica wordt door degrond naar beneden ge-leid. – De positie van de conden-saatafvoer van de vorigewarmtepomp komt nietovereen. Dempingssokkel– Geasfalteerde oprit kanworden gebruikt. – Betonwerk in de vloer nietmogelijkDempingssokkel (dakopstel-ling)– Dakopstelling met lagewindbelastingDempingssokkel op ballaste-ring (dakopstelling)– Dakopstelling met hogerewindbelastingWandconsole– De vloer is niet recht. – Tuin nog niet ontworpen– Betonwerk is niet gewenst. – Geen ruimte beschikbaarvoor vloeropstellingStaande console– De vloer is niet recht. – Minder werk dan een stro-kenfundering– Hoogte van het terrein nogniet duidelijk7. 2.

1 Strokenfundering of randstenenHet toestel kan rechtstreeks op een strokenfundering of randste-nen worden gemonteerd of aanvullend op een vloerconsole. u Neem bij installatie met een vloerconsole ook het hoofdstukVloerconsole AHP-GC. 1 [}15] in acht. Als de hydraulische toevoerleidingen direct onder het toestel uitde grond komen, moet u letten op de plaatsing van de toevoer-leidingen zodat de aansluiting mogelijk is. Als er geen conden-saatbak wordt gebruikt, raden we de positionering B aan zodathet condensaat niet op de aansluitkabel druppelt. u Raadpleeg voor de hydraulische aansluiting naar onderenook het hoofdstuk Optioneel: hydraulische aansluiting (naaronderen) [}17].

u Vul het gebied onder het toestel met grind en steenslag. u Optioneel kunt u de poten met de afdekking AHP-CB. 1 be-kleden (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]). Strokenfundering of randstenen zonder condensaatbak25012D00001212581 Steenslag 2 DrainagebuisOnder het toestel moet een vrije ruimte (300 mm) worden aan-gehouden, zodat het condensaat ongehinderd kan wegdruppe-len en bevriezend condensaat geen schade aan het toestel kanveroorzaken. u Plaats de strokenfunderingen of randstenen op de aangege-ven hoogte. u Vul het gebied onder het toestel met grind en steenslag. nl.

Montage (installateur)14 | WPL-A Trend HK www.stiebel-eltron.comu Optioneel kunt u de poten met de afdekking AHP-CB.1 be-kleden (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]).Beveilig het toestel tegen omvallenOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het opde fundering worden geschroefd.1058100640D0000115444u Plaats de meegeleverde boorsjabloon op de fundering.

Deboorsjabloon maakt deel uit van de verpakking en be-schermt het deksel van het toestel tijdens transport.u Markeer de boorgaten op de fundering.u Boor de gaten.Met draadeindeD0000115454u Lijm draadeinden in de gaten zodat ze 25-30 mm uitsteken.D0000115446u Plaats het toestel op de fundering met de voeten voor dedraadeinden.D0000115447u Schuif het toestel naar achteren zodat de uitsparingen in depoten om het draadeinde grijpen.D0000115448u Plaats een onderlegring en een moer op het draadeinde.u Draai de moeren vast.Met schroefD0000121076u Steek passende pluggen in de boorgaten.

Montage (installateur)www.stiebel-eltron.com WPL-A Trend HK | 15u Schroef geschikte schroeven in de pluggen zodat ze >15 mmuitsteken.D0000121077u Plaats het toestel op de fundering met de poten voor deschroeven.>15D0000121078u Schuif het toestel naar achteren zodat de uitsparingen in depoten rond de schroeven grijpen.D0000121053u Plaats de onderlegringen met gleuf over de poten op deschroeven.u Haal de schroeven aan.7.2.2 Vloerconsole AHP-GC.1D0000121227u Neem de installatiehandleiding van de console in acht.u Optioneel kunt u de console afdekken met een bekledings-set (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]).nl

Montage (installateur)16 | WPL-A Trend HK www. stiebel-eltron. com7. 2. 3 Dempingssokkel AHP-DS 0. 8D0000121571u VOORZICHTIG:Vrij druppelend condenswater kan op eenverhard oppervlak bij temperaturen onder het vriespuntbevriezen en een valgevaar vormen. Installeer een con-densbak. Als u het toestel op een vaste ondergrond monteert, raden weaan om het op onze dempingssokkels te monteren (zie hoofd-stuk Optioneel toebehoren [}6]). De dempingssokkels vermin-deren de overdracht van trillingen naar de ondergrond. u Neem de installatiehandleiding van de dempingssokkel inacht. 7. 2. 4 Montage op platdaku Let vooral bij installatie op een plat dak op de informatieover de keuze van de montageplaats met betrekking tot dehoofdwindrichting en de bescherming van de achterkantvan het toestel (zie hoofdstuk Montageplaats [}7]).

Installatievariant AanvraagHydraulische aansluiting naarachterenGeen speciale vereistenHydraulische aansluiting naaronderen– Minstens 200 mm onderhet toestel moet vrij zijn(kan bijv. worden gereali-seerd met AHP-GC. 1 (ziehoofdstuk Optioneel toebe-horen [}6]) of door middelvan een ter plaatse aange-brachte verhoging)– Accessoires voor de aan-sluiting naar onderenAHP-FH 25-0. 4 (zie hoofd-stuk Optioneel toebehoren[}6])Als u het toestel op een plat dak monteert, raden we aan om hetop onze dempingssokkels te monteren (zie hoofdstuk Optioneeltoebehoren [}6]). De dempingssokkels verminderen de geluids-overdracht naar het gebouw. Om de trillingsoverdracht naar het gebouw verder te verminde-ren, kunt u indien nodig extra betonplaten onder het toestelplaatsen. Betonnen platen zijn vereist voor windsnelheden >25m/s.

1u Als u het toestel op onze wandconsole monteert, kunt u deafstand tot de achterkant verkleinen tot 200 mm. Om storingen door geluidsoverdracht te vermijden, installeert ude wandconsole niet op de buitenwanden van woon- of slaap-kamers. u Monteer de wandconsole bijvoorbeeld op een garagemuur. D0000121228u Houd rekening met de maximale belasting van de gebruikteconsole. u Neem de installatiehandleiding van de console in acht. u Optioneel kunt u ook de hydraulische aansluitingen afdek-ken (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]). u Optioneel kunt u de console afdekken met een bekledings-set (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6]). 7. 2. 6 Staande console AHP-SC. 1D0000121265u Houd rekening met de maximale belasting van de gebruikteconsole. u Neem de installatiehandleiding van de console in acht.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A Trend HK | 177. 3 BuffervatenVoorwaarde Maatregelen– OppervlakteverwarmingbeschikbaarAls de minimale volumestroom(zie hoofdstuk Minimale volu-mestroom verzekeren [}25])kan worden aangehouden,hoeft u niets te doen. – Radiatoren beschikbaarInstalleer een buffervat in hetverwarmingssysteem. Het buf-fervat is bestemd voor de hy-draulische ontkoppeling vandebieten in het warmtepomp-en verwarmingscircuit, en alsenergiebron voor ontdooiing. – Geen buffervat nodig. Neem voor de werking zonderbuffervat de gegevens inhoofdstuk Minimale volume-stroom verzekeren [}25] inacht. KoelwerkingVoorwaarde Maatregelen– Koelmodus via oppervlak-teverwarmingVerhoog het vermogen van decirculatiepomp. – Koeling via ventilatorcon-vectoren– Binnenmodule zie hoofd-stuk (Noodzakelijk toebe-horen [}6]) geïnstalleerdin het verwarmingssys-teem.

Installeer een diffusiedicht geï-soleerde buffervat. 7. 4 Optioneel: hydraulische aansluiting (naaronderen)Het toestel wordt af fabriek geleverd met een hydraulische aan-sluiting naar achteren. De hydraulische aansluiting kan echterook worden omgebouwd zodat deze naar onderen uit het toe-stel loopt. u Gebruik de ombouwset die verkrijgbaar is als accessoirevoor de hydraulische aansluiting naar onderen (zie hoofd-stuk Optioneel toebehoren [}6]). Als de hydraulische aansluiting naar onderen wordt geleid,moet er minstens 200 mm vrije ruimte onder het toestel zijnvoor de installatie. u Creëer de vereiste vrije ruimte onder het toestel met behulpvan een console die verkrijgbaar is als accessoire (bijv. AHP-GC. 1 (zie hoofdstuk Optioneel toebehoren [}6])) ofdoor het toestel ter plaatse verhogen. u Volg de montagevoorschriften voor de hydraulische aan-sluiting naar onderen. 7.

de warmtewisselaarvan de warmwaterboiler of het buffervat. Corrosieproducten(bijv. roestslib) kunnen neerslaan in de componenten van hetverwarmingssysteem. Hierdoor kan de kabeldiameter smallerworden, wat kan leiden tot vermogensverlies of uitschakelingendoor storingen. u Gebruik zuurstofdiffusiedichte leidingen en slangen (bijv. meerlagenleidingen). u Wanneer u een open verwarmingssysteem hebt, scheidt uhet verwarmingssysteem tussen het verwarmingscircuit enhet buffervat. Gebruik daarvoor bijv. een plaatwarmtewis-selaar. u Als de druk onvoldoende is, kan er zuurstof in het verwar-mingssysteem komen. Zorg ervoor dat het verwarmingssys-teem op druk wordt gebracht met behulp van een geschiktontworpen membraanexpansievat (MAG). Zorg ervoor datde voordruk van het membraanexpansievat en de vuldrukvan het verwarmingssysteem op elkaar zijn afgestemd.

Verwarmingscircuit installerenLET OPMateriële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kanin het koelbedrijf condensaat gevormd worden. u Gebruik voor dauwpuntbewaking de afstandsbe-diening FET in de referentieruimte. u Voorzie alle verdeelleidingen in het gebouw vandampdiffusiedichte isolatie. ü Het verwarmingssysteem waarop het toestel wordt aange-sloten, is door een installateur geïnstalleerd in overeen-stemming met de installatieschema's in de planningsdocu-menten. u Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op hetinterne drukverschil (zie hoofdstuk Gegevenstabel [}65]). u Plaats de leidingen voor het verwarmingscircuit. u LET OP:Vreemde voorwerpen, zoals laskorrels, roest ofdichtingsmateriaal belemmeren de goede werking van hettoestel. Spoel het leidingsysteem grondig.

u Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour. u Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door zevoldoende te isoleren. De isolatie moet ten minste dubbelzo dik zijn als de leidingdoorsnede. Voer de isolatie uitovereenkomstig de geldende voorschriften. 7. 5. 1 VeiligheidsconceptVeiligheidsventiel WAARSCHUWINGLekkage van brandbaar koudemiddelIn het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Bijeen storing kan koudemiddel via het veiligheidsven-tiel ontsnappen. Een defect veiligheidsventiel leidt totdrukverlies in het verwarmingssysteem. u Als het veiligheidsventiel defect is, laat het danvervangen door onze klantenservice. nl.

Montage (installateur)18 | WPL-A Trend HK www. stiebel-eltron. comD0000115575In het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Als de ope-ningsdruk wordt overschreden, opent het veiligheidsventiel. Hetuittredende medium loopt via een gemonteerde slang in decondensbak. Openingsdruk[bar]Tolerantie [bar]2,5 +0,15 -0,35u Installeer in de rest van het verwarmingssysteem alleen vei-ligheidsventielen met een openingsdruk van 3bar. CycloonafscheiderD0000115576Bij een storing in de condensor scheidt de cycloonafscheider hetkoudemiddel van het cv-water, zodat er geen koudemiddel hetgebouw binnenkomt. Het gasvormige koudemiddel ontsnapt viade ontluchter en het veiligheidsventiel. 7. 6 Filtermodule installerenu Installeer een filter in de retour van de warmtepomp (ziehoofdstuk Noodzakelijk toebehoren [}6]). 7.

7 Magnetiet- en slibafscheider installerenVoor bestaande gebouwen raden we aan om een magnetiet- enslibafscheider in te bouwen in de retour van de warmtepomp ineen bestaand verwarmingssysteem. Onder de volgende omstandigheden kunt u afzien van de in-bouw van een magnetiet- en slibafscheider:– Het verwarmingssysteem werd doorgespoeld– Het verwarmingswater voldoet aan de specificaties– Zuurstof komt niet in het verdeelsysteem (bijv. door diffu-sieopen leidingen of onvoldoende druk)Wanneer u een filter of magnetiet- en slibafscheider hebt geïn-stalleerd, hoeft u verder niets te doen. 7. 8 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de tweede warmteopwekker (bijv. gasketel) worden ingekoppeld in de retour van de warmtepomp. 7.

10 Elektrische aansluitingDe verklaring van goedkeuring van de bevoegde energiemaat-schappij moet beschikbaar zijn om het toestel te kunnen aan-sluiten. u Houd rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. LekstroomDe lekstroom van dit toestel kan >3,5mA zijn. Aangezien het toestel op de huisinstallatie is aangesloten, wor-den bij een verschilstroommeting de lekstroom van het toestelen de foutstromen van de installatie samen geregistreerd. u Bereken het aandeel van de lekstroom van het toestel en defoutstromen aan de hand van het meetresultaat. u Let daarbij op de plaatselijke en toestelspecifieke omstan-digheden die op de meetlocatie aanwezig zijn, alsmedeeventuele isolatiefouten of andere invloedsfactoren. 7. 10.

1 Voorbereiden van de elektrische installatie WAARSCHUWINGElektrische schokHet toestel bevat een frequentieomvormer (omvor-mer) die in het geval van een storing een lekstroomkan veroorzaken. Een lekstroom kan aardlekschake-laars van het type A blokkeren. u Beveilig het toestel niet via de aardlekschakelaarvan de huisinstallatie. Dankzij het aardings- en omvormerconcept kunt u het toestelgebruiken zonder aardlekschakelaar (RCD). In de volgende gevallen is het vereist om een aardlekschakelaarte gebruiken (type B (gevoelig voor alle stromen) of type F (ge-voelig voor gemengde frequenties)). Raadpleeg indien nodig denetwerkbeheerder. – afhankelijk van het type netwerk (bijv. TT-netwerken)– door lokale technische voorwaarden voor netaansluiting– om andere redenenu Raadpleeg de tabel om erachter te komen welke aardlek-schakelaar (RCD) nodig is voor welk toestel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL-A 10.2 Trend HK 230 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden