Stiebel Eltron WPL 47 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL 47 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL 47 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiebel Eltron |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | WPL 47 |
Handleiding Stiebel Eltron WPL 47 – volledige tekst
Bzondere info www. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 3Bzondere info - Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geeste-lijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spe-len. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren. - Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld.
- Houd de minimale afstanden aan om een sto-ringsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken. - Bij bivalente werking kan de warmtepomp wor-den doorstroomd door het retourwater van de tweede warmteopwekker. Houd er rekening mee dat de temperatuur van het retourwater maxi-maal 60°C mag zijn. - Onderhoudswerkzaamheden, zoals het controle-ren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - Wij adviseren om periodiek een inspectie (actuele toestand vaststellen) en desgewenst een onder-houdsbeurt (gewenste toestand herstellen) door een installateur te laten uitvoeren. - Houd de luchtuitgangs- en luchtingangsope-ningen vrij van sneeuw en blad. - Controleer regelmatig of water zich onder het toestel verzamelt.
- Zorg ervoor dat één keer per jaar het koelcircuit van de warmtepomp overeenkomstig de VEROR-DENING (EG) nr. 517/2014 op dichtheid worden gecontroleerd. De dichtheidscontrole moet gedo-cumenteerd worden in het logboek. - De stroomvoorziening mag u ook buiten de verwarmingsperiode niet onderbreken. Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, is de actieve vorstbescherming van de installatie niet meer gegarandeerd.
BEDIENING 4 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. comBEDIENING1. Algemene aanwijzingenDe hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installateur. Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur. InfoLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. Overhandig de handleiding eventueel aan een volgende gebruiker. 1. 1 Geldende documenten Handleidingen van de warmtepompmanager WPM Bedienings- en installatiehandleiding van de componen-ten die bij de installatie horen1. 2 Veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Opbouw van veiligheidsaanwijzingen. TREFWOORD Soort gevaarHier worden de mogelijke gevolgen vermeld wanneer de veiligheidsaanwijzingen worden genegeerd. f Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen. 1. 2. 2 Symbolen, soort gevaarSymbool Soort gevaar Letsel Elektrische schok 1.
2. 3 Trefwoorden BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht worden genomen. WAARSCHUWING Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht worden genomen. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht worden genomen. 1. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie InfoAlgemene aanwijzingen worden aangeduid met het hier-naast afgebeelde symbool. f Lees de aanwijzingsteksten grondig door. Symbool Betekenis Materiële schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) Het toestel afdanken f Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stap voor stap beschreven. 1. 4 Maateenheden InfoTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in milli-meter aangegeven. 1.
1 Norm: EN 14511De prestatiegegevens die met name in tekst, grafieken en het technisch gegevensblad zijn vermeld, werden volgens de meet-voorwaarden van de in de titel van dit hoofdstuk aangegeven norm berekend. Deze genormeerde meetvoorwaarden komen doorgaans niet vol-ledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de gebrui-ker. Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waarin de geselecteerde methode afwijkt van de voorwaarden van de in de titel van dit hoofdstuk aangegeven norm, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaarden beïnvloeden, zijn de meetmiddelen, de installatieconfiguratie, de ouderdom van de installatie en de debieten. Bevestiging van de aangegeven prestatiegegevens is slechts mo-gelijk wanneer ook de daarvoor uitgevoerde meting volgens de voorwaarden van de in de titel van dit hoofdstuk aangegeven norm wordt uitgevoerd.
BEDIENING Veiligheidwww. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 52. Veiligheid2. 1 Reglementair gebruikDit toestel is bestemd voor het verwarmen van gebouwen alsmede voor de warmwaterbereiding in een huishouden. Het kan op een veilige manier worden bediend door ongeschoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden worden gebruikt, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op dezelfde wijze wordt gebruikt. Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebehoren. Houd rekening met het werkingsgebied (zie hoofdstuk “Technische gegevens/gegevenstabel”). 2. 2 VeiligheidsaanwijzingenNeem de hierna vermelde veiligheidsaanwijzingen en voorschrif-ten in acht.
- De elektrische installatie en de installatie het toestel mag al-leen door een installateur worden uitgevoerd. - De installateur is tijdens de installatie en de eerste inge-bruikname verantwoordelijk voor het naleven van de gelden-de voorschriften. - Gebruik het toestel alleen als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn. - Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. WAARSCHUWING letselHet toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beper-kingen of met een gebrek aan ervaring en kennis ge-bruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren. WAARSCHUWING letself Gebruik het toestel om veiligheidsredenen alleen met een gesloten behuizing. 3. Toestelbeschrijving3. 1 GebruikseigenschappenHet toestel is een verwarmingswarmtepomp bedoeld voor op-stelling buiten.
Er wordt op een laag temperatuurniveau warm-te aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger tem-peratuurniveau wordt afgegeven aan het verwarmingswater. Het cv-water kan tot een aanvoertemperatuur van 60°C worden opgewarmd. Overige kenmerken voor gebruik: - geschikt voor vloerverwarming en radiatorverwarming. - de warmtepomp werkt het efficiëntst op een lagetemperatuur-verwarmingssysteem; - haalt zelfs bij een buitentemperatuur van -20°C warmte uit de buitenlucht; - tegen corrosie beschermd, buitenste ommanteling van ther-misch verzinkte staalplaat, bovendien met poedercoating; - Bevat alle componenten die voor de werking nodig zijn, als-mede veiligheidstechnische inrichtingen. - Bevat niet-brandbaar veiligheidskoelmiddel. InfoVoor de centrale aansturing van de verwarmingsinstalla-tie heeft u de warmtepompmanager "WPM" nodig. InfoDe WPL57 heeft een stille modus.
Via de stille modus kan het geluidsniveau van de warmtepomp worden ge-reduceerd. - Stil programma1 vermindert het ventilatortoerental. - Stil programma2 schakelt de warmtepomp uit. Er wordt verwarmd met de interne of externe tweede warmtegenerator. Daarbij stijgen de stroomkosten. f Stel de stille modus, indien nodig, in de warmte-pompmanager in. 3. 2 WerkwijzeVia de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordt warmte onttrokken aan de buitenlucht. Het verdampte koelmiddel wordt vervolgens met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor is elektrische energie vereist. Het koudemiddel heeft nu een ho-gere temperatuur. Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeft de warmte af aan het verwarmingscircuit. Daarna wordt de druk van het koudemiddel lager en begint het proces van voren af aan. Bij lagere luchttemperaturen dan ca.
+7°C slaat de luchtvoch-tigheid als rijp op de verdamperlamellen neer. Deze rijpaanslag wordt automatisch ontdooid. Het daarbij optredende water wordt in de ontdooibak opgevangen en via een slang afgevoerd.
Tijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt de warmtepompkring omgekeerd. De voor het ontdooien benodigde warmte wordt uit het buffervat gehaald. Aan het einde van de ontdooifase schakelt de warmtepomp auto-matisch terug naar de verwarmingsmodus. Materiële schadeBij bivalente werking kan de warmtepomp worden door-stroomd door het retourwater van de tweede warmteop-wekker. Houd er rekening mee dat de temperatuur van het retourwater maximaal 60°C mag zijn. 4. Bediening De bediening gebeurt uitsluitend met de warmtepompmanager. f Houd rekening met de handleiding van de warmtepompma-nager.
BEDIENING 6 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. com5. Onderhoud en verzorging. Materiële schadeOnderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd wor-den door een installateur. Wij adviseren om periodiek een inspectie (actuele toestand vast-stellen) en desgewenst een onderhoudsbeurt (gewenste toestand herstellen) door een installateur te laten uitvoeren. f Een vochtige doek volstaat om de kunststoffen en metalen onderdelen te verzorgen en te reinigen. Gebruik geen schu-rende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplos-middelen. f Om te voorkomen dat insecten of kleine dieren zich in het toestel nestelen, moet u het bereik rond en onder het toestel schoonhouden. InfoHoud de luchtafvoer- en luchttoevoeropeningen vrij van sneeuw en bladeren.
f Controleer regelmatig of water zich onder het toestel verza-melt. f Bel bij waterplassen onder het toestel een installateur om de condensaatafvoer te laten reinigen. InfoEén keer per jaar moet het koelcircuit van de warmte-pomp overeenkomstig de VERORDENING (EG) nr. 517/2014 op dichtheid worden gecontroleerd. De dichtheidscontrole moet gedocumenteerd worden in het logboek. 6. Problemen verhelpenStoring OplossingGeen warm water beschikbaar of de verwarming blijft koud. Het toestel heeft geen spanning. Controleer de zeke-ringen van de huisin-stallatie. Schakel de zekeringen evt. opnieuw in. Wanneer de zeke-ringen na inschakeling opnieuw uitschakelen, waarschuw dan uw in-stallateur. Er komt water uit het toestel. De condensaatafvoer is mogelijk verstopt. Bel uw installateur om de condensaatafvoer te laten reinigen.
De verwarming wordt warm, maar de ruimten worden niet tot de gewenste temperatuur op-gewarmd. De bivalentietemperatuur is te laag ingesteld. Verhoog de bivalentie-temperatuur tot bijv. 0°C.
Het gebouw is nieuwbouw en be-vindt zich in de droogfase (droog wonen). Verhoog de bivalentie-temperatuur tot +5°C. Na 1 tot 2 jaar kan de bivalentietemperatuur worden gereset naar bijv. -3°C. Storing OplossingEr verzamelt zich condensaat aan de buitenkant van het toestel. De warmtepomp onttrekt warmte aan de buitenlucht om het ge-bouw te verwarmen. Daardoor kan er dauw of rijp ontstaan op de afgekoelde behuizing van de warmtepomp ten gevolge van het condenserende vocht in de bui-tenlucht. Dit is geen defect. De ventilator draait bij uitge-schakelde com-pressor. Bij buitentemperaturen onder 10°C wordt de ventilator bij stil-stand van de compressor regel-matig met een heel laag toerental gestart. Hiermee wordt vermeden dat de verdamper en de ventilator door afgevoerd water bevriezen of vastvriezen.
Bij temperaturen boven het vriespunt wordt de tijd tussen twee ontdooicycli vergroot en zodoende de totale efficiëntie verbeterd. Het toestel ge-nereert ritmisch krassende, malen-de geluiden. Aan het luchtrooster, aan de ven-tilatorschoepen of de luchtgelei-ding heeft zich ijs afgezet. Bel uw installateur (zie hoofdstuk "Installatie/probleemoplossing/ven-tilatorgeluiden"). InfoHoud er rekening mee dat er ook bij een normale con-densaatafvoer water van het toestel op de grond drup-pelt. Neem contact op met de installateur, als u de oorzaak van het probleem niet zelf kunt verhelpen. Hij kan u sneller en beter hel-pen als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-000000). Het typeplaatje zit vanaf de voorkant gezien aan de rechter- of linkerzijde van de toestelbehuizing. VoorbeeldMontageanweisung beachten. Dichtheit geprüft.
INSTALLATIE Veiligheidwww. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 7INSTALLATIE7. VeiligheidInstallatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toe-stel mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur. 7. 1 Algemene veiligheidsaanwijzingenWij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uit-sluitend bij gebruik van origineel toebehoren en originele vervan-gingsonderdelen voor het toestel. 7. 2 Voorschriften, normen en bepalingen InfoNeem alle nationale en regionale voorschriften en be-palingen in acht. 8. ToestelbeschrijvingVoor de buitenopstelling beschikt het toestel over een aanvul-lende vorstbescherming van de verwarmingswaterleidingen. De geïntegreerde vorstbeschermingschakeling schakelt bij +8°C con-densortemperatuur de circulatiepomp in de warmtepompkring automatisch in en verzekert daardoor de circulatie in alle water-geleidende delen.
Wanneer de temperatuur in het buffervat daalt, wordt de warmtepomp uiterlijk automatisch ingeschakeld als de temperatuur onder + 5°C daalt. 8. 1 LeveringsomvangDe ommanteling voor het toestel wordt geleverd in een afzonder-lijke verpakkingseenheid. 8. 1. 1 Basistoestel - Logboek - Typeplaatje - Slang voor het afvoeren van het condensaat - Schakelschema8. 1. 2 Ommantelingsdelen - 2 Afdekkingen - 4 Luchtafbuigkappen - 1 Voorwand - 1 Achterwand - 4 Zijwanden - 4 Sokkelschermen8. 2 Noodzakelijk toebehorenOm de warmtepomp te gebruiken, hebt u het volgende toebehoren nodig. - Warmtepompmanager WPM - Verwarmings-afstandsbediening FE7 - Buffervaten - Circulatiepomp UP30/1-8PCV8. 3 Overig toebehoren - Internet Service Gateway ISG - Warmtepompuitbreiding WPE - Aanlegsensor - Dompelsensor9. Voorbereidingen9.
InfoMeer gegevens over het geluidsniveau vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel". - Gazons en beplantingen helpen om de verspreiding van het geluid te verminderen. - De geluidsuitbreiding kan gereduceerd worden door dichte afsluiting rondom het toestel op te stellen. f Laat het frame van het toestel gelijkmatig steunen. Een onef-fen ondergrond kan het geluidsgedrag beïnvloeden. f Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen de wind in worden aangezogen. f Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht op de geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. f Vermijd opstelling op grote weerkaatsende vloeren, bijv. plaatbekleding. f Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren kunnen het geluidsniveau ver-hogen.
INSTALLATIE Voorbereidingen8 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. com9. 2 Minimumafstanden≥500≥1000≥2000≥500≥500D0000020332f Houd de minimale afstanden aan om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerk-zaamheden aan het toestel mogelijk te maken. D0000096921f Plaats het toestel niet in een nis. Twee zijden van het toestel moeten vrij blijven. f Om luchtkortsluitingen te voorkomen moet u bij ombouwing en met name bij onderlinge cascades de minimale afstanden aanhouden. Het debiet aan de zijde van de warmtebron (zie hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel") moet worden nageleefd. Materiële schadeLet erop dat de buitenlucht ongehinderd het toestel kan binnentreden en de uitlaatlucht ongehinderd het toestel moet kunnen verlaten.
Als de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door na-bijgelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermische kortsluiting. Als de luchtafvoerkant van het toestel op een muur gericht is, is het mogelijk dat er condens op de muur ontstaat door de koele lucht uit de luchtafvoer. Materiële schadeHet luchtdebiet mag niet kleiner zijn dan het minimale luchtdebiet van het toestel. Wanneer het luchtdebiet klei-ner is dan het minimale luchtdebiet, is een storingsvrije werking van het toestel niet gegarandeerd. f Zorg ervoor dat het minimale luchtdebiet wordt nageleefd (zie hoofdstuk "Technische gegevens/ Ge-gevenstabel"). 9. 3 Voorbereiden van de montageplaats. WAARSCHUWING letselDe naar buiten stromende koude lucht kan in de omge-ving van de luchtafvoer tot condensaatvorming leiden.
f Voorzie een uitsparing (vrije ruimte) in de ondergrond voor de van onderaf in het toestel in te voeren voedingsleidingen. InfoLaat de mantelbuizen voor de voedingsleidingen iets over de fundering uitsteken. Let erop dat er geen water in de mantelbuizen kan lopen. f Selecteer de montagelocatie zo dat er zich geen insecten of andere kleine dieren (bij. muizen) zich in het toestel kunnen nestelen. Als er zich insecten of andere kleine dieren in het toestel nestelen, kan het toestel beschadigd raken. 9. 3. 1 Voedingsleidingen installeren. WAARSCHUWING letself Dicht de doorvoeren voor alle voedingsleidingen naar het gebouw waterdicht af. Voedingsleidingen zijn alle elektrische leidingen en aanvoer- en retourleidingen. - Om de aansluiting van het apparaat te vergemakkelijken, ad-viseren wij om voor de buitenopstelling flexibele voedingslei-dingen te gebruiken.
f Bescherm alle voedingsleidingen door een mantelbuis tegen vocht, schade en UV-straling. f Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY. f Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door ze voldoende te isoleren. De isolatie moet ten minste dubbel zo dik zijn als de leidingdoorsnede. Voer de isolatie uit overeen-komstig de geldende voorschriften. f Voer de buisbevestigingen en buitenwanddoorvoeren geluid-dempend uit. InfoNeem bij het leggen van de condensaatslang het hoofd-stuk "Montage/condensaatafvoer" in acht.
Deze regelt de volledige verwarmingsinstallatie.f Houd tijdens de installatie rekening met de installatiehand-leiding van de WPM.9.5 BuffervatenOm een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen, is het gebruik van een buffervat verplicht.Het buffervat is bestemd voor de hydraulische ontkoppeling van debieten in het warmtepomp- en verwarmingscircuit, en als ener-giebron voor ontdooiing.9.6 Voorbereiden van de elektrische installatie WAARSCHUWING elektrische schokVoer alle elektrische aansluit- en installatiewerkzaam-heden uit in overeenstemming met de nationale en re-gionale voorschriften. WAARSCHUWING elektrische schokAansluiting op het elektriciteitsnet is alleen als vaste aansluiting mogelijk. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van het stroomnetwerk kunnen worden losgekoppeld.
Aan deze vereiste wordt voldaan met schakelaars, vermogensschakelaars, zeke-ringen, enz.! Materiële schadeDe aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning. Let op het typeplaatje. ! Materiële schadeBeveilig de stuurkabel van het toestel samen met de warmtepompmanager.! Materiële schadeBeveilig afzonderlijk de twee stroomkringen voor het toestel en de sturing.
INSTALLATIE Montage10 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. comf Leg de leidingen met de overeenkomstige kabeldiameters. Neem de nationale en regionale voorschriften in acht. Beveiliging Toewijzing KabeldiameterB 16 A Sturing 1,5mm²C 32 A Compressor 10,0 mm² bij plaatsing in een muur. 6,0 mm² bij plaatsing van een meeraderige kabel op een wand of in een elektriciteitsbuis op een wand. De gegevens over de elektriciteit worden vermeld in de “Gegevenstabel”. Voor de busleiding hebt u een kabel J-Y(St)2x2x0,8mm²nodig. 10. Montage10. 1 Transportf Let bij het transport op het zwaartepunt van het toestel. Het zwaartepunt ligt in de zone van de compressor. f Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware sto-ten. Als de beschikbare transportruimte krap is, kan het toestel ook in een schuine stand worden vervoerd.
D0000071298 - Als u het toestel tijdens het transport kantelt, mag dit slechts kortstondig gebeuren op één van de lange zijden. Trans-porteer het toestel daarbij zo dat de compressor zich aan de hoger gelegen zijde van het toestel bevindt. - Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koude-middelolie zich in het systeem verspreidt. f Wacht ca. 30minuten voordat u het toestel na het te hebben gekanteld, in gebruik neemt. 10. 2 Opstellingf Houd rekening met de richting van de luchtafvoer. f Plaats het toestel op de voorbereide ondergrond. f Lijn het toestel waterpas uit door de toestelvoeten af te stel-len. f Bij de opstelling moeten de waterleidingen en elektrische installatiekabels onderlangs door de uitbreekopening in de bodem worden ingevoerd in het toestel. InfoMonteer de bekledingsdelen pas nadat de elektrische en de hydraulische aansluitingen tot stand zijn gebracht.
Materiële schadeDe verwarmingsinstallatie waarop de warmtepomp aan-gesloten wordt, moet door een installateur uitgevoerd worden in overeenstemming met de waterinstallatie-schema's in de planningsdocumenten. f Installeer ter plaatse een vulaansluiting. f Spoel het leidingsysteem grondig door met geschikt water, voordat de warmtepomp wordt aangesloten. Vreemde voor-werpen, bijv. roest, zand of afdichtingsmateriaal, belemme-ren de goede werking van de warmtepomp. f Sluit de warmtepomp aan de zijde van het cv-water aan. Let op de dichtheid. f Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour. f Voer de isolatie uit overeenkomstig de geldende voorschrif-ten. f Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op het interne drukverschil (zie hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel").
Door de trillingsarme constructie van de warmtepomp en de als trillingsdempers werkende, flexibele drukslangen wordt geluids-overdracht grotendeels vermeden. 10. 4 Zuurstofdiffusie. Materiële schadeVermijd open verwarmingsinstallaties. Gebruik bij vloer-verwarmingen met kunststof leidingen zuurstofdiffusie-dichte leidingen. Bij vloerverwarmingen met niet-zuurstofdiffusiedichte kunststof-leidingen of open verwarmingsinstallaties kan door zuurstofdiffu-sie corrosie optreden aan de stalen delen van de verwarmingsin-stallatie (bijv. aan de warmtewisselaar van de warmwaterboiler, aan buffervaten, stalen verwarmingselementen of stalen buizen). f Scheid bij zuurstofdoorlatende verwarmingssystemen het verwarmingssysteem tussen verwarmingscircuit en buffer-vat. Materiële schadeDe corrosieproducten (bijv.
INSTALLATIE Montagewww. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 1110. 5 Verwarmingsinstallatie vullen10. 5. 1 Cv-waterkwaliteitHet verwarmingssysteem wordt gevuld met drinkwater. Neem de volgende grenswaarden in acht, zodat het verwarmingssysteem niet beschadigd raakt. Eenheid WaardeWaterhardheid °dH ≤3pH-waarde 6,5-8,5Chloride mg/l < 30De waterhardheid en het chloridegehalte van het vulwater kunt u opvragen bij de verantwoordelijke watermaatschappij. f Let op de lokale vereisten (bijv. VDI2035 in Duitsland). Wij adviseren om het vulwater niet te ontzouten, omdat hierdoor de pH-waarde kan worden aangetast. f Wanneer u het vulwater ontzout of wanneer de pH-waarde van het vulwater onder 8,2 ligt, controleert u de pH-waarde 8-12weken na de installatie, na elke bijvulling en bij het vol-gende onderhoud. f Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven.
Toebehoren voor de wateronthardingWanneer u het vulwater moet ontharden, kunt u het volgende product gebruiken. - Verwarmings-onthardingsarmatuur HZEA - Reservepatroon HZENf Controleer deze grenswaarden 8 - 12weken na de ingebruik-name, telkens na het bijvullen evenals tijdens het jaarlijkse onderhoud van de installatie. Toestel in gebouwen die weinig worden bewoond In de normale werking zijn de aansluitleidingen en de installatie beschermd door de bevriezingsbescherming van het toestel. Wanneer het toestel gedurende een langere periode van de stroomvoorziening is ontkoppeld (buitendienststelling, langduri-ge stroomuitval), moet u het toestel aan de waterzijde aftappen. Anders is het toestel niet beschermd tegen vorst. Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan worden herkend (bijv.
bij langere afwezigheid in een vakantiewoning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen. f Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in de geschikte concentratie(20-40-vol. %). Let op de gegevens op het anti-vriesmiddel. Gebruik uitsluitend door ons toegelaten anti-vriesmiddelen.
f Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeit van het vulwater wijzigen. MEG 10 Brine als concentraat op basis van ethyleenglycolMEG 30 Brine als concentraat op basis van ethyleenglycol10. 5. 2 Verwarmingsinstallatie vullenf Vul het verwarmingssysteem via de ter plaatse geïnstalleerde vulaansluiting. f Controleer na het vullen van de verwarmingsinstallatie de aansluitingen op dichtheid. 10. 6 Verwarmingsinstallatie ontluchtenf Ontlucht het leidingsysteem zorgvuldig. Bedien daarvoor het ontluchtingsventiel dat in de warmtepomp in de verwar-mingsaanvoer is ingebouwd. 10. 7 Minimaal debietHet minimumdebiet wordt ingesteld aan de hand van het tempe-ratuurverschil van het buffercircuit. f Stel de bufferlaadpomp zo in dat het maximale temperatuur-verschil niet of hoogstens wordt bereikt.
Neem het diagram “Maximaal temperatuurverschil van de bufferlaadzijde met buffervat” in acht. De instelling van het debiet gebeurt in de warmtepompmodus. Daarvoor moeten eerst de volgende instellingen uitgevoerd wor-den:f Schakel de zekering van de elektrische nood-/bijverwarming tijdelijk uit om de nood-/bijverwarming spanningsvrij te schakelen. Als alternatief kunt u ook de tweede warmtegene-rator uitschakelen. f Gebruik het toestel in de verwarmingswerking. f Zet in het menu “INSTELLINGEN/ VERWARMEN/ BASISIN-STELLING” de parameter “BUFFERWERKING” op “AAN”. Het is mogelijk het debiet met behulp van het temperatuurverschil van het buffercircuit in te stellen. Daarbij mag het debiet niet lager zijn dan het minimumdebiet.
f Vergelijk het resulterende temperatuurverschil tussen aan-voer en retour op het toestel met de grafiek ”Maximaal tem-peratuurverschil aan bufferlaadzijde met buffervat”. f Stel de bufferlaadpomp zo in dat het maximale temperatuur-verschil hoogstens wordt bereikt, maar niet wordt overschre-den. f Bij gebruik van het toestel voor de warmwaterbereiding controleert u de instelling van de opvoerhoogte in het warm-waterbedrijf.
INSTALLATIE Elektrische aansluiting12 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. comf Pas de instelling van de opvoerhoogte van de warmwater-laadpomp evt. aan. f Stel de buffer- en de warmwaterlaadpomp in op ∆p-con-stant. 10. 8 CondensaatafvoerVoor de condensaatafvoer werd in de fabriek een buis gemonteerd op de ontdooibak. De buis eindigt in de buurt van de opening in de bodemplaat. Om het condensaat te kunnen afvoeren, is het toestel voorzien van een slang van twee meter met een hoekkoppelingen. f Bevestig de meegeleverde slang aan de leiding van de ont-dooibak. f Leid het condenswater in aan afvoer af of laat het in een vulling van grof grind weglopen. Let daarbij op een vorstvrije plaatsing. 10. 9 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de warmtepomp altijd worden ge-integreerd in de retour van de tweede warmteopwekker (bijv. olieketel). 10.
10 Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor oppervlakteverwarming. Materiële schadeOm in geval van een defect eventuele schade door een verhoogde aanvoertemperatuur in de oppervlaktever-warming te vermijden, installeert u een veiligheidstem-peratuurbegrenzer om de systeemtemperatuur te be-grenzen. 11. Elektrische aansluiting11. 1 Algemeen InfoDe lekstroom van dit toestel kan >3,5mA zijn. Aangezien het toestel op de huisinstallatie is aangesloten, worden bij een verschilstroommeting de lekstroom van het toestel en de foutstromen van de installatie samen geregistreerd. f Bereken het aandeel van de lekstroom van het toe-stel en de foutstromen aan de hand van het meetre-sultaat. f Let daarbij op de plaatselijke en toestelspecifieke omstandigheden die op de meetlocatie aanwezig zijn, alsmede eventuele isolatiefouten of andere in-vloedsfactoren.
InfoHoud rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. Aansluitwerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden door een erkende installateur conform deze handleiding.
De goedkeuring van het bevoegde elektriciteitsbedrijf moet be-schikbaar zijn om het toestel te kunnen aansluiten. 11. 2 aansluitkast WAARSCHUWING elektrische schokSchakel het toestel met alle bijbehorende aansluitingen vóór werkzaamheden op de schakelkast spanningsvrij. De aansluitkast bevindt zich aan de luchtuitgangszijde. f Open de aansluitkast, zoals hierna wordt afgebeeld:26�03�01�1412 InfoAchter de afdekking zit het schakelschema voor het toe-stel. Voor de aansluitingen dient u kabels te gebruiken die voldoen aan de voorschriften. f Isoleer de adres van de elektriciteitskabels voor de compres-sor 10-11mm. f Leid de elektriciteitskabels door de uitsparing in de bodem, via het kabelkanaal, omhoog naar de aansluitkast. f Leid de elektriciteitskabels door de kabeldoorvoeren met trekbelemmeringen.
INSTALLATIE Ommantelingen monterenwww.stiebel-eltron.com WPL 47 | WPL 57 | 1311.3 ElektriciteitsaansluitingenX2X3X426�03�01�1419X3 Compressor (WP)L1, L2, L3, N, PE netaansluitingX2 VeiligheidslaagspanningH BUS HighL BUS Low⊥BUS Ground+ BUS (wordt niet aangesloten)X4 StuurspanningL, N, PE netaansluitingERR Uitgangssignaal storing InfoDe compressor in het toestel kan slechts in één draairich-ting werken. Als het toestel verkeerd wordt aangesloten, blijft de compressor 30 seconden in werking, waarna hij uitschakelt.Op de warmtepompmanager verschijnt een melding. f Verwissel in dat geval de richting van het draaiveld door twee fasen om te wisselen. Info Bij iedere fout aan het toestel schakelt uitgang "ERR" een 230V-signaal.
De uitgang geeft het signaal aan de externe regelaar door.Bij tijdelijke fouten geeft de uitgang gedurende een be-paalde periode het signaal door.Bij fouten die tot een permanente uitschakeling van het toestel leiden, schakelt de uitgang voortdurend door.12. Ommantelingen monterenOm de afdekkingen te bevestigen, zijn bovenaan in het frame vier schroeven voorzien. Voor het bevestigen van de afbuigkappen zijn acht schroeven beschikbaar.f Schroef de 12 bevestigingsschroeven uit het frame van het basistoestel en bewaar deze.f Plaats de afdekkingen aan de voorkant op het toestel en schuif deze naar het midden. Let er hierbij op dat de beugels van het deksel in de geleidingen op de behuizing klikken.f Borg de afdekkingen telkens met twee schroeven.26�03�01�1413f Hang de onderste zijwanden in de ophangbeugels op het toestel.
INSTALLATIE Ommantelingen monteren14 | WPL 47 | WPL 57 www.stiebel-eltron.comD0000032213f Hang de afbuigkappen boven en onder in de ophangbeugels.26�03�01�1415f Borg de afbuigkappen telkens met 2 schroeven.26�03�01�1421f Hang de voor- en achterwand in de ophangbeugels van de afdekkingen. Leid tegelijkertijd de beugels die onderaan de wanden zijn bevestigd, in de sleuven in het frame van het toestel die hiervoor zijn bestemd.f Beveilig de voor- en achterwand met de hiervoor bestemde bevestigingsbeugels onderaan het toestelframe.26�03�01�1416f Bevestig de sokkelafdekkingen aan de zijkant door deze in het toestelframe te klikken.f Bevestig de voorste en achterste sokkelafdekking door deze in de sokkelafdekkingen aan de zijkant te klikken.
INSTALLATIE Ingebruiknamewww. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 15f Plak het bijgeleverde typeplaatje goed zichtbaar vooraan en boven op de rechter- of linkerzijwand van het toestel. 26�03�01�141713. IngebruiknameVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. Hiermee worden alle vereiste instellingen voor en tijdens de werking uitgevoerd. Alle instellingen in de ingebruiknamelijst van de warmtepomp-manager, de ingebruikname van het toestel en de opleiding van de exploitant moeten worden uitgevoerd door een installateur. Neem het toestel overeenkomstig deze bedienings- en installatie-handleiding en de handleiding van de warmtepompmanager in bedrijf. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling).
Als de stooklijn te hoog wordt ingesteld, sluiten de zone- of thermostatische kranen, zodat het vereiste minimale de-biet in het verwarmingscircuit eventueel niet kan worden gehaald. f Neem de handleidingen van de WPM in acht.
Aan de hand van de volgende procedure kunt u de stooklijn correct instellen: - Thermostatische kraan/kranen of zonekraan/-kranen in een referentieruimte (bijv. de woonkamer of de badkamer) volle-dig openen. Het is aan te bevelen geen thermostatische kranen of zonekranen te monteren in de referentieruimte. Regel voor deze ruimten de temperatuur met behulp van een afstandsbediening. - Pas bij verschillende buitentemperaturen (bv. –10°C en +10 °C) de stooklijn zo aan dat de gewenste temperatuur in de referentieruimte wordt behaald. Richtwaarden voor het begin:Parameters Vloerverwarming Stooklijn 0,4 0,8Regeldynamiek 10 10Comfort-temperatuur 20°C 20°CWanneer de kamertemperatuur te laag is (ca. 10°C buitentem-peratuur), dan moet u in het menu van de warmtepompmanager onder INSTELLINGEN / VERWARMEN / VERWARMINGSCIRCUIT de parameter "COMFORT TEMPERATUUR"verhogen.
InfoWanneer er geen afstandsbediening is geïnstalleerd, leidt een verhoging van de parameter "COMFORT TEMPERA-TUUR" tot een parallelle verschuiving van de stooklijn. Als dekamertemperatuur bij lage buitentemperaturen te laag is, moet de parameter "STOOKLIJN" worden verhoogd. Wanneer u de parameter "STOOKLIJN" hebt verhoogd, moet u bij hogere buitentemperaturen de zoneklep of de thermostaatklep in de referentieruimte op de gewenste temperatuur instellen.
INSTALLATIE Overdracht van het toestel16 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. com InfoVerlaag de temperatuur in het volledige gebouw niet door alle zonekranen of thermostatische kranen dicht te draaien, maar door gebruik te maken van de verlagings-programma's. Als alles correct is uitgevoerd, kunt u het systeem opwarmen tot de maximale bedrijfstemperatuur en nogmaals ontluchten. Materiële schadeLet bij vloerverwarmingen op de maximaal toegelaten temperatuur voor deze vloerverwarming. 14. 2 Gereduceerd nachtbedrijf (Stille modus) InfoDe WPL57 heeft een stille modus. Via de stille modus kan het geluidsniveau van de warmtepomp worden ge-reduceerd. f In de gegevenstabel (zie hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel") treft u het geluidsniveaus aan. Om het geluidsniveau van het toestel voor een bepaalde periode te verlagen, kunt u het toestel indien nodig in de nachtmodus zetten.
U kunt in de tijdprogramma's de tijden vastleggen waarop het toestel op nachtbedrijf wordt ingesteld. Parameters BetekenisPROGRAMMA'S (STIL PROGRAMMA 1)Gereduceerd nachtbedrijfPROGRAMMA'S (STIL PROGRAMMA 2)Toestel is uitgeschakeldEr zijn twee varianten beschikbaar voor nachtbedrijf. Variant 1: Gereduceerd nachtbedrijfU kunt het geluidsvermogensniveau van het toestel via de venti-lator verlagen. Als de nood-/bijverwarming wordt ingeschakeld, ontstaan er hogere bedrijfskosten. Variant 2: Uitgeschakeld toestelU kunt het toestel uitschakelen. Bii een uitgeschakeld toestel vin-den verwarmen en warmwaterbereiding uitsluitend via de nood-/bijverwarming plaats. Als de nood-/bijverwarming wordt inge-schakeld, ontstaan er hogere bedrijfskosten. 14. 2. 1 Gereduceerd nachtbedrijf InfoAls het gereduceerde nachtbedrijf actief is, kunnen er hogere bedrijfskosten ontstaan. Betekenismax.
gereduceerde nachtwerking Het ventilatortoerental kan niet verder worden verlaagd. f Verlaag het ventilatortoerental in de warmtepompmanager. ParametersREDUCTIE VENTILATOR (INGEBRUIKNAME/ STILLE MODUS)14. 2.
2 Uitgeschakeld toestel InfoBii een uitgeschakeld toestel vinden verwarmen en warmwaterbereiding uitsluitend via de nood-/bijverwar-ming plaats. Er ontstaan hogere bedrijfskosten. f Schakel het apparaat in de warmtepompmanager uit. ParametersWÄRMTEPOMP UIT (INBEDRIJFSTELLING/ STILLE MODUS)14. 3 Overige instellingenf Houd voor de werking met buffervat rekening met het hoofd-stuk “Bediening/ Menu/ Menubeschrijving / INSTELLINGEN/ BASISINSTELLING/ BUFFERWERKING” in de ingebruikname-handleiding van de WPM. Bij gebruik van het opwarmprogrammaBij gebruik van het opwarmprogramma moeten op de WPM de volgende instellingen worden uitgevoerd:f Stel eerst de parameter "BIVALENTIETEMPERATUUR HZG" in op 30°C. f Stel vervolgens parameter "OND WERKINGSGEBIEDHZG" in op 30°C.
InfoNa het opwarmen moet u de parameters "BIVALENTIE-TEMPERATUUR HZG" en "OND WERKINGSGEBIEDHZG" opnieuw instellen op de standaardwaarden of de instal-latiewaarden. 15. Overdracht van het toestelLeg aan de gebruiker de werking van het toestel uit en leer hem het gebruik ervan kennen. InfoOverhandig deze bedienings- en installatiehandleiding aan de gebruiker om deze zorgvuldig te bewaren. Alle informatie in deze aanwijzing moet zeer nauwkeurig opgevolgd worden. Hier vindt u instructies voor de vei-ligheid, de bediening, de installatie en het onderhoud van het toestel.
INSTALLATIE Buitendienststellingwww. stiebel-eltron. com WPL 47 | WPL 57 | 1716. Buitendienststelling. Materiële schadeDe voeding van de warmtepomp mag ook buiten de ver-warmingsperiode niet onderbroken worden. Wordt deze wel onderbroken, dan is de vorstbescherming van het warmtepompsysteem niet langer gewaarborgd. De warmtepomp wordt door de warmtepompmanager automatisch naar het zomer- of winterbedrijf geschakeld. 16. 1 Stand-bybedrijfOm de installatie buiten dienst te stellen, is het voldoende de warmtepompmanager op "Stand-bywerking" in te stellen. De vei-ligheidsfuncties ter bescherming van de installatie, alsmede ten behoeve van de vorstbescherming blijven zoals deze zijn. 16. 2 SpanningsonderbrekingWanneer de installatie permanent van de netvoeding dient te wor-den ontkoppeld, neem dan de volgende info in acht:.
Materiële schadeMaak de installatie aan de waterzijde leeg, terwijl de warmtepomp volledig uitgeschakeld is en wanneer er vorstgevaar bestaat. 17. Storingen verhelpen WAARSCHUWING elektrische schokOntkoppel voor het verwijderen van de bekledingsdelen het toestel met alle bijbehorende aansluitingen aan alle polen van het net. InfoHoud rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. Wanneer in geval van service de fout met behulp van de warm-tepompmanager niet gevonden wordt, moeten in geval van nood de schakelkasten geopend worden en moeten de instellingen op de IWS gecontroleerd worden. 17. 1 Controle van de schuifschakelaar op de IWSf Open de schakelkast.
INSTALLATIE Onderhoud18 | WPL 47 | WPL 57 www. stiebel-eltron. com17. 2 Led'sRode LED-indicatorStoring OplossingHet toestel schakelt ge-durende 12 minuten uit en start dan opnieuw op. Rode LED-indicator knippert. Warmtepompstoring. Controleer de fout-melding in de WPM. Zoek de oplossing in de handleiding van de WPM (foutenlijst). Voer een reset van de IWS uit (zie handleiding WPM). Het toestel schakelt voortdurend uit. Rode LED-indicator is verlicht. Vijf storingen binnen twee uur. Controleer de fout-melding in de WPM. Zoek de oplossing in de handleiding van de WPM (foutenlijst). Voer een reset van de IWS uit (zie handleiding WPM). Groene LED-indicator middenDe led-indicator knippert tijdens initialisatie en brandt permanent na succesvolle toewijzing van het busadres. Alleen dan is er com-municatie met de WPM. 17.
3 Toets ResetAls de IWS verkeerd werd geïnitialiseerd, kunt u met deze knop de instellingen resetten. f Houd in dit verband ook rekening met het hoofdstuk "IWS opnieuw initialiseren" in de bedienings- en installatiehand-leiding van de warmtepompmanager. 17. 4 VentilatorlawaaiDe warmtepomp onttrekt warmte aan de buitenlucht. Daardoor wordt de buitenlucht afgekoeld. Bij buitentemperaturen van 0°C tot 8°C kan de lucht tot onder het vriespunt afgekoeld worden. Als er in deze toestand neerslag in de vorm van regen of nevel optreedt, kan er ijs ontstaan op het luchtrooster, de ventilator-schoepen of het luchtkanaal. Als de ventilator in contact komt met dit ijs, ontstaat er lawaai. Oplossing bij ritmisch krassende, malende geluiden:f Controleer of de condensaatafvoer vrij is. f Voer een handmatige ontdooiing uit, eventueel meerdere keren, totdat de ventilator weer ijsvrij is.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL 47 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Stiebel Eltron
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp