Stiebel Eltron WPL 17 ACS classic Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL 17 ACS classic (36 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 81 mensen. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL 17 ACS classic of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

BEDIENING EN INSTALLATIE
Lucht-water-warmtepomp
»WPL 07 ACS classic
»WPL 09 ACS classic
»WPL 13 ACS classic
»WPL 17 ACS classic

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Warmtepomp
Model: WPL 17 ACS classic

Handleiding Stiebel Eltron WPL 17 ACS classic – volledige tekst

www. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 3BEDIENING  - Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, als-mede door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruiker-sonderhoudstaken uitvoeren. - Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld.

- Houd de minimale afstanden aan om een sto-ringsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken. - Onderhoudswerkzaamheden, zoals het controle-ren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - Wij adviseren om periodiek een inspectie (actuele toestand vaststellen) en desgewenst een onder-houdsbeurt (gewenste toestand herstellen) door een installateur te laten uitvoeren. - Nadat het toestel spanningsvrij is geschakeld, kan het toestel nog gedurende 2minuten onder spanning staan, omdat de condensatoren op de inverter nog moeten ontladen. - De voeding van de warmtepomp mag ook bui-ten de verwarmingsperiode niet onderbroken worden. Wordt deze wel onderbroken, dan is de vorstbescherming van het warmtepompsysteem niet langer gewaarborgd.

Algemene aanwijzingenDe hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installateur. Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur. InfoLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. Overhandig de handleiding eventueel aan een volgende gebruiker. 1. 1 Geldende documenten  Handleidingen van de warmtepompmanager WPM  Bedienings- en installatiehandleiding van de aangeslo-ten binneneenheid  Bedienings- en installatiehandleiding van de gebruikte console  Bedienings- en installatiehandleiding van de componen-ten die bij de installatie horen  Checklist ingebruikname warmtepomp1. 2 Veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Opbouw van veiligheidsaanwijzingen. TREFWOORD Soort gevaarHier worden de mogelijke gevolgen vermeld, wanneer de veiligheidsaanwijzingen worden genegeerd.

f Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen. 1. 2. 2 Symbolen, soort gevaarSymbool Soort gevaar Letsel Elektrische schok 1. 2. 3 Trefwoorden BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht worden genomen. WAARSCHUWING Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlij-den, wanneer deze niet in acht worden genomen. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht worden genomen.

BEDIENING Veiligheid4 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. com1. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie InfoAlgemene aanwijzingen worden aangeduid met het hier-naast afgebeelde symbool. f Lees de aanwijzingsteksten grondig door. Symbool Betekenis Materiële schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) Het toestel afdanken f Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stap voor stap beschreven. 1. 4 Meeteenheden InfoTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in milli-meter aangegeven. 1. 5 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegeven prestatiegegevens conform de norm. 1. 5. 1 EN 14511De met name in tekst, grafieken en op het technische gege-vensblad vermelde prestatiegegevens zijn berekend conform de meetomstandigheden van de in de titel van deze paragraaf aan-geduide norm.

Daarbij gaat het afwijkend van deze norm bij de prestatiegegevens voor lucht-water inverter warmtepompen bij brontemperaturen > -7°C om waarden van gedeeltelijke belasting. De betreffende procentuele weging kan aan het bereik van de gedeeltelijke belasting van de EN14825 en aan vaste activiteiten volgens het EHPA-kwaliteitszegel ontleend worden. De bovengenoemde meetomstandigheden komen doorgaans niet volledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de ge-bruiker. Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waarin de geselecteerde methode afwijkt van de in de eerste alinea van deze paragraaf gedefinieerde meetomstandigheden, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaarden beïnvloeden, zijn de meet-middelen, de systeemopbouw en ouderdom van de installatie en de debieten.

1 Reglementair gebruikHet toestel dient om ruimten te koelen en te verwarmen binnen het werkingsgebied dat in de technische gegevens is opgegeven. Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omge-ving. Het kan op een veilige manier worden bediend door onge-schoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden worden gebruikt, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op de-zelfde wijze wordt gebruikt. Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebehoren. 2. 2 VeiligheidsaanwijzingenNeem de hierna vermelde veiligheidsaanwijzingen en voorschrif-ten in acht. - De elektrische installatie en de installatie van het toestel mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur.

- De installateur is tijdens de installatie en de eerste inge-bruikname verantwoordelijk voor het naleven van de gelden-de voorschriften. - Gebruik het toestel alleen als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn. - Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. WAARSCHUWING letselHet toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beper-kingen of met een gebrek aan ervaring en kennis ge-bruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren.

BEDIENING Toestelbeschrvingwww. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 53. Toestelbeschrijving3. 1 Minimale softwarestandenVoor de werking van de warmtepomp zijn minstens de volgende softwarestanden vereist:WPL07ACSclassic| WPL09ACSclassic| WPL17ACSclassic - WPM: 390. 09 - MFG: V. 14 - FES: 417. 05WPL 13 ACS classic - WPM: 390. 12 - MFG: V. 14 - FES: 417. 073. 2 GebruikseigenschappenHet toestel is een lucht-water-warmtepomp bedoeld voor opstel-ling buiten. Er wordt op een laag temperatuurniveau warmte aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger temperatuurni-veau wordt afgegeven aan het verwarmingswater. Het cv-water kan tot een aanvoertemperatuur van 60°C worden opgewarmd. Dit toestel heeft nog andere gebruikseigenschappen: - Geschikt voor vloerverwarming. - Bij voorkeur voor lage temperatuurverwarming.

- Haalt uit de buitenlucht zelfs nog warmte bij een buitentem-peratuur van -20°C. - Tegen corrosie beschermd, buitenste bekledingsdelen van verzinkte staalplaat, bovendien gemoffeld. - Bevat niet-brandbaar veiligheidskoelmiddel. InfoHet toestel kan nu in combinatie met de volgende pro-ducten worden gebruikt: - hydraulische module HM(S) (Trend) - hydraulische module HMH - boiler- en hydraulische module HSBB 200 (S) - combiboiler HSBC200(S)3. 3 Werkwijze3. 3. 1 VerwarmenMet de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordt warmte onttrokken aan de buitenlucht. Het verdampte koude-middel wordt met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor is elektrische energie vereist. Het koudemiddel heeft nu een hogere temperatuur. Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeft de warmte af aan het verwarmingscircuit. Daarna wordt de druk van het koudemiddel lager en begint het proces van voren af aan.

Het water dat hierbij ontstaat, stroomt via de vrije condensaatafvoer uit het toestel en sijpelt in het grindbed weg. Materiële schadeTijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt de warmtepompkring omgekeerd. De voor het ontdooien benodigde warmte wordt uit het buffervat gehaald. Bij werking zonder buffervat moet u rekening houden met het hoofdstuk "Menu/menubeschrijving/INSTELLINGEN/VERWARMEN/BASISINSTELLING/BUFFERWERKING" in de ingebruiknamehandleiding van de WPM. Anders kan de warmtepomp onder ongunstige omstandigheden bescha-digd raken. InfoIn de winter kunnen zich onderaan aan de condensaataf-voer ijspegels vormen. Dit heeft geen negatieve invloed op de werking van het toestel, zolang het condensaat maar ongehinderd kan worden afgevoerd. Aan het einde van de ontdooifase schakelt de warmtepomp auto-matisch terug naar de verwarmingsmodus.

Materiële schadeBij bivalente werking kan de warmtepomp worden door-stroomd door het retourwater van de tweede warmteop-wekker. Houd er rekening mee dat de retourtemperatuur maximaal 60°C mag zijn. 3. 3. 2 Koelen. Materiële schadeDe warmtepomp is niet geschikt voor continue koelwer-king het hele jaar door. f Houd rekening met het werkingsgebied (zie hoofd-stuk "Technische gegevens/gegevenstabel"). Materiële schade Als de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in het koelbedrijf condensaat gevormd worden. f Voorkom condensaatvorming door geschikte maat-regelen. InfoMet de HM(S) (Trend) is een oppervlakte- en ventilator-koeling mogelijk. Met de HSBB 200 (S) en HSBC 200 (S) is een oppervlak-tekoeling mogelijk. De ruimten worden gekoeld door omkering van het warmtepomp-circuit. Aan het cv-water wordt warmte onttrokken. De verdamper geeft deze warmte af aan de buitenlucht.

BEDIENING Instellingen 6 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. comWerkingsgebied voor de warmtepompBij een buitentemperatuur onder de ingestelde onderste wer-kingsgrens voor de koeling (parameter GRENSKOELEN) wordt de warmtepomp uitgeschakeld. 4. Instellingen De bediening gebeurt uitsluitend met de warmtepompmanager WPM. De warmtepompmanager is in de als noodzakelijk toebe-horen producten geïntegreerd (zie hoofdstuk “Installatie/toestel-beschrijving/toebehoren”). f Houd rekening met de handleiding van de warmtepompma-nager. 5. Onderhoud en verzorging. Materiële schadeOnderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen door een instal-lateur worden uitgevoerd. Een vochtige doek volstaat om de kunststoffen en metalen on-derdelen te verzorgen en te reinigen. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen.

f Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. Materiële schadeHoud de luchtafvoer- en luchttoevoeropeningen vrij van sneeuw en bladeren. Wij adviseren om periodiek een inspectie (actuele toestand vast-stellen) en desgewenst een onderhoudsbeurt (gewenste toestand herstellen) door een installateur te laten uitvoeren. 6. Problemen verhelpenStoring  OplossingGeen warm water beschikbaar of de verwarming blijft koud. Het toestel heeft geen spanning. Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. Schakel de zeke-ringen evt. opnieuw in. Wanneer de zekeringen na inschakeling opnieuw uitschakelen, waar-schuw dan uw installateur. De verwarming wordt warm, maar de ruimten worden niet tot de gewenste temperatuur op-gewarmd. De bivalentietemperatuur is te laag ingesteld. Verhoog de bivalentietempera-tuur tot bijv. 0°C.

Storing  OplossingAan de buitenzij-de van het toestel en aan het lucht-rooster ontstaat condensaat. De warmtepomp onttrekt warmte aan de buiten-lucht om het gebouw te verwarmen. Daardoor kan er dauw of rijp ont-staan op de afgekoelde behuizing van de warm-tepomp ten gevolge van het condenserende vocht in de buitenlucht. Dit is geen defect. De ventilator draait bij uitge-schakelde com-pressor. Bij buitentemperaturen onder 10°C wordt de ventilator bij stilstand van de compressor re-gelmatig met een heel laag toerental gestart. Hiermee wordt vermeden dat de verdamper en de ventilator door afgevoerd water bevriezen of vast-vriezen. Bij temperaturen boven het vriespunt wordt de tijd tussen twee ontdooicycli vergroot en zodoende de totale effici-entie verbeterd. Het toestel ge-nereert ritmisch krassende, ma-lende geluiden.

Aan het luchtrooster, aan de ventilatorschoepen of de luchtgeleiding heeft zich ijs afgezet. Bel uw installateur (zie hoofdstuk "Installatie/probleemoplossing/ventilatorgeluiden"). Waarschuw de installateur, wanneer u de oorzaak niet zelf kunt verhelpen. Om u nog beter en sneller te kunnen helpen, deelt u hem het nummer op het typeplaatje mee. Het typeplaatje zit vanaf de voorkant gezien aan de rechter- of linkerzijde van de toestelbehuizing. Voorbeeld van het typeplaatjeMontageanweisung beachten. Dichtheit geprüft. Made in Germany*xxxxxxxxxxxxxxxxxx*26�03�01�173611 Nummer op het typeplaatje.

INSTALLATIE Veiligheidwww. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 7INSTALLATIE7. VeiligheidInstallatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toe-stel mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur. 7. 1 Algemene veiligheidsaanwijzingenWij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uit-sluitend bij gebruik van origineel toebehoren en originele vervan-gingsonderdelen voor het toestel. 7. 2 Voorschriften, normen en bepalingen InfoNeem alle nationale en regionale voorschriften en be-palingen in acht. WPL 07 ACS classic | WPL 09 ACS classicHet geteste toestel voldoet aan IEC61000-3-3. WPL 13 ACS classic | WPL 17 ACS classicHet geteste toestel voldoet aan IEC61000-3-12. 8. ToestelbeschrijvingHet toestel beschikt over een vorstbescherming van de verbin-dingsleidingen.

De geïntegreerde vorstbeschermingschakeling schakelt bij 8°C condensortemperatuur de circulatiepomp in de warmtepompkring automatisch in en verzekert daardoor de cir-culatie in alle water geleidende delen. Als de temperatuur in het buffervat tot onder +5°C daalt, wordt afhankelijk van de buiten-temperatuur automatisch de warmtepomp ingeschakeld. 8. 1 LeveringsomvangBij het toestel wordt het volgende geleverd: - Schakelschema8. 2 Toebehoren8. 2. 1 Noodzakelijk toebehoren InfoWanneer het toestel met de hydraulische module HMH gebruikt wordt, moet voor een aantal functies geen elek-trische nood-/bijverwarming aangesloten worden, omdat de 2de warmteopwekker deze functie op zich neemt. f Houd rekening met de bedienings- en installatie-handleiding van de hydraulische module HMH.

Voorbereidingen. D0000060163Het toestel is ontworpen voor installatie op een staande console of wandconsole. Let op de minimumafstanden. Als het toestel vrij wordt opgesteld, moet aan de aanzuigzijde de luchttoevoer worden beschermd. Voorzie in dit geval een beschermwand tegen de wind. Bij beide opstellingen is een grindbed onder het toestel verplicht noodzakelijk. 9. 1 GeluidsemissieHet toestel is aan de luchttoevoerzijde en aan de luchtafvoerzijde luider dan aan de twee gesloten zijden. Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht. InfoMeer gegevens over het geluidsniveau vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel". - Gazons en beplantingen helpen om de verspreiding van het geluid te verminderen. - De geluidsuitbreiding kan gereduceerd worden door dichte afsluiting rondom het toestel op te stellen.

f Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen de wind in worden uitgeblazen. f Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht op de geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. f Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren kunnen het geluidsniveau ver-hogen.

INSTALLATIE Voorbereidingen8 | WPL ACS classic www.stiebel-eltron.com9.2 Minimumafstanden≥2000≥500≥200 ≥300≥1000≥800D0000057581D0000096921f Plaats het toestel niet in een nis. Twee zijden van het toestel moeten vrij blijven.f Houd de minimale afstanden aan om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerk-zaamheden aan het toestel mogelijk te maken.! Materiële schadeLet erop dat de buitenlucht ongehinderd het toestel kan binnentreden en de uitlaatlucht ongehinderd het toestel moet kunnen verlaten.Wanneer de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door nabijgelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermische kortsluiting.9.2.1 Opstelling in de buurt van de kust1342>500 mD00000885681 Hoofdwindrichting2 Gebouw,wand of windbescherming3 Toestel4 Luchtafvoerf Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting.

Als de hoofdwindrichting vanuit de zee komt (zoutgehalte > 2%), houd dan een minimale af-stand van 500 m tot de zee aan.9.3 Voorbereiden van de montageplaatsf Neem het hoofdstuk "Geluidsemissie" in acht.f Zorg ervoor dat het toestel aan alle zijden toegankelijk is.9.3.1 Condensaatafvoer! WAARSCHUWING letselBij temperaturen onder het vriespunt kan ijsvorming optreden.f Voorkom een helling van het kiezelbed of van het omringende terrein in de richting van loopwegen.! Materiële schadeOp de fundering van het gebouw moet een vochtscherm zijn gelegd. Infof Gebruik geen fijne steenslag als grindbed.

INSTALLATIE Voorbereidingenwww.stiebel-eltron.com WPL ACS classic | 9Voorbeeld: Grindbed onder staande console SK2>800100300aD000006348411 DrainagebuisWarmtepomp aWPL 07 ACS classic 700WPL 09 ACS classic 700WPL 13 ACS classic 830WPL 17 ACS classic 830f Plaats een drainagebuis onder het toestel om het vocht van het huis weg te leiden.f Leg onder de condensaatafvoer van het toestel een grindbed aan.Voorbeeld: Grindbed onder wandconsole WK1>800≥300abD000006566611 DrainagebuisWarmtepomp a bWPL 07 ACS classic 900 865WPL 09 ACS classic 900 865WPL 13 ACS classic 1000 995WPL 17 ACS classic 1000 995f Plaats een drainagebuis onder het toestel om het vocht van het huis weg te leiden.f Leg onder de condensaatafvoer van het toestel een grindbed aan.

Info U kunt de afdekkap zowel verticaal als horizontaal mon-teren.f Neem de installatiehandleiding van de afdekkap in acht.200358200190-400D0000084661200300-40020032D0000084662Voorbeeld: Wandconsole WK1 InfoOm storingen door geluidsoverdracht te vermijden, in-stalleert u de wandconsole niet op de buitenmuren van woon- of slaapkamers.f Monteer de wandconsole bijvoorbeeld op een ga-ragemuur. InfoCondensaat druipt uit het toestel op de vloer.f Neem de minimale afstand tot de vloer in acht (zie hoofdstuk "Voorbereidingen/minimumafstanden").≥200231D00000575821 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Wandconsolef Neem de statische grenzen in acht van de gebruikte wand-console.Om de toevoerleidingen af te dekken, kunt u een afdekkap mon-teren.f Neem de installatiehandleiding van de afdekkap in acht.20095200190-400D0000084663

INSTALLATIE Voorbereidingenwww. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 119. 4 Voedingsleidingen installeren Infof Leg de verwarmingsaanvoer- en -retourleidingen niet in het kiezelbed onder het toestel. Voedingsleidingen zijn alle Elektrische leidingen en verwarmings-aanvoer- en retourleidingen. - Om de aansluiting van het apparaat te vergemakkelijken, ad-viseren wij om voor de buitenopstelling flexibele voedingslei-dingen te gebruiken. f Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY. f Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door ze voldoende te isoleren. Voer de isolatie uit overeenkomstig de geldende voorschriften. f Bescherm alle voedingsleidingen door een mantelbuis tegen vocht, schade en UV-straling. f Voer de buisbevestigingen en buitenwanddoorvoeren geluid-dempend uit. 9.

5 Warmtepompmanager WPMVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. Deze regelt de volledige verwarmingsinstallatie. De warmtepompmanager is in de als noodzakelijk toebehoren beschreven producten geïntegreerd (zie hoofdstuk “Installatie/toestelbeschrijving/toebehoren”). 9. 6 Buffervaten. Materiële schadeVoor de koelwerking via ventilatorconvectoren is een dif-fusiedicht, geïsoleerd buffervat absoluut noodzakelijk. InfoBij de koelwerking via een oppervlakteverwarming is het buffervat niet noodzakelijk. Om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen, is het aan te bevelen een buffervat te gebruiken. Het buffervat is bestemd voor de hydraulische ontkoppeling van debieten in het warmtepomp- en verwarmingscircuit, en als ener-giebron voor ontdooiing.

Een nood-/bijverwarming bevindt zich in de als toebe-horen vereiste producten (zie hoofdstuk “Installatie/ Toestelbeschrijving/ Toebehoren”). f Wanneer u geen nood-/bijverwarming aansluit, ac-tiveer dan parameter WW ZELFLEERFUNCTIE in de warmtepompmanager WPM voor een storingsvrije werking. 9. 7 Voorbereiden van de elektrische installatie WAARSCHUWING elektrische schokVoer alle aansluitingen en montagewerken betreffen-de het stroomnet uit conform de nationale en regionale voorschriften. WAARSCHUWING elektrische schokAansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aan-sluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld. Aan deze vereiste wordt voldaan door magneetschakelaars, vermogens-schakelaars, zekeringen, enz. Materiële schade De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.

f Let op het typeplaatje. Materiële schade f Beveilig de twee stroomcircuits (voor het toestel en de sturing) afzonderlijk. InfoHet toestel omvat een frequentieomvormer voor de toe-rentalgeregelde compressor. Wanneer er zich een storing voordoet, kunnen frequentieomvormers gelijkstroomfou-ten veroorzaken. Als er aardlekschakelaars zijn, moeten deze aardlekschakelaars (RCD) van het type B zijn. Een lekstroom kan aardlekschakelaars van het type A blokkeren. f Zorg ervoor dat de stroomvoorziening voor het toe-stel gescheiden is van de huisinstallatie. De elektrische gegevens vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens". Voor de BUS-kabel hebt u een elektriciteitska-belJ-Y(St)2x2x0,8mm²nodig. f Leg de leidingen met de overeenkomstige kabeldiameters. Neem de nationale en regionale voorschriften in acht.

WPL 07 ACS classic | WPL 09 ACS classicBeveiliging Toewijzing Kabeldiameter1x B 16 A Compressor (1-fasig) 2,5 mm² bij plaatsing in een wand1,5 mm² bij plaatsing op een muur of in een elektriciteitsbuis op een muur1x B 16 A Sturing 1,5mm²WPL 13 ACS classic | WPL 17 ACS classicBeveiliging Toewijzing Kabeldiameter1x B 25A Compressor (1-fasig)≥ 2,5 mm² Alternatief: 1x B 16 A Compressor (1-fasig) ≥ 2,5 mm² 1x B 16 A Sturing 1,5mm²U kunt de compressor met de alternatieve kleine zekering be-veiligen.

INSTALLATIE Montage12 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. comf Wanneer u voor de compressor de kleinere beveiliging kiest, dient u het maximale stroomverbruik te begrenzen. Stel de parameter MAXIMALE STROOM in het menu INGEBRUIKNA-ME/ COMPRESSOR in. Houd rekening met de gegevens in de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager. 10. Montage10. 1 Transport. Materiële schade Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware stoten. U kunt het toestel op verschillende manieren vervoeren:f Grijp onder de bodemplaat om aan de smalle zijden (dwars-zijden) te dragen. f Schuif een stevige stang als draaggreep door de gaten onder aan het toestelframe. D0000071298Als u het toestel tijdens het transport kantelt, mag dit slechts kortstondig gebeuren op één van de lange zijden. Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koudemiddelolie zich in het systeem verspreidt.

f Wacht daarom ca. 30minuten voordat u het toestel na het te hebben gekanteld, in gebruik neemt. 10. 2 Opstellingf Let bij het opstellen van het toestel op de luchtafvoerrichting (zie hoofdstuk "Voorbereidingen/geluidsemissie"). f Monteer het toestel op de staande console of wandconsole. Neem de montagehandleiding van de gebruikte console in acht. 10. 3 Aanvoer- en retouraansluiting. Materiële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in het koelbedrijf condensaat gevormd worden. f U moet de verwarmingsaanvoer- en -retourleidin-gen bij het koelen met ventilatorconvectoren damp-diffusiedicht isoleren. f Neem de positie van de CV-aanvoer en CV-retour over van de volgende afbeelding:D0000058375121 Verwarming aanvoer2 Verwarming retourf Sluit de warmtepomp aan op het verwarmingscircuit. Let op de dichtheid.

Koelen met buffervatf Installeer een dompel-/aanlegsensor in de cv-aanvoer achter het buffervat. 10. 4 Koppelingen monteren InfoDe kunststofkoppelingen zijn niet geschikt voor installatie in de drinkwaterleiding of het zonnecircuit.

f Installeer de stekkerverbindingen uitsluitend in het verwarmingscircuit. Materiële schadeHaal de wartel van de koppeling handmatig aan. Gebruik geen gereedschap. Materiële schadeOm de degelijke bevestiging van de koppeling te ver-zekeren, moeten buizen met een oppervlaktehard-heid>225HV (bijv. roestvrij staal) worden voorzien van een groef. f Snijd met een pijpsnijder een groef van circa0,1mm diepte op een gedefinieerde afstand van het uiteinde van de buis. - Buisdiameter 22mm: 17 ± 0,5mm - Buisdiameter 28mm: 21 ± 0,5mm.

INSTALLATIE Montagewww. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 13Werkingsprincipe van koppelingenDe koppelingen zijn uitgerust met een klemelement met roest-vrijstalen tanden en een O-ring voor de afdichting. Daarnaast be-schikken de koppelingen over de functie "Draaien en borgen". Door de schroefdop simpelweg handmatig te draaien, wordt de buis in de koppeling gefixeerd en wordt de O-ring voor het afdichten op de buis geperst. De koppeling tot stand brengenVoordat deze erin gestoken wordt, moet de koppeling in de ont-grendelde stand staan. In deze stand is er een smalle sleuf aan-wezig tussen de wartel en de basisbehuizing. D000008851912341 Klemelement2 Wartel3 Sleuf tussen wartel en basisbehuizing4 BasisbehuizingD0000088520Buis-Ø 22mmInsteekdiepte A max. 38mm. Materiële schadeDe buisuiteinden moeten vrij zijn van bramen. f Kort de buizen alleen in met een pijpsnijder.

f Steek de buis voorbij de O-ring in de koppeling tot de inge-stelde insteekdiepte is bereikt. f Draai de wartel tot aan de aanslag handvast op de basisbe-huizing. Hierdoor wordt de koppeling beveiligd. De koppeling losmaken Als de koppeling later losgemaakt moet worden, gaat u als volgt te werk:f Draai de wartel tegen de wijzers van de klok in los totdat er een kleine gleuf met een breedte van ca. 2 mm ontstaat. Duw het klemelement met de vingers terug en houd het vast. f Trek de ingestoken leiding uit de koppeling. D000008852110. 5 Aansluiting van het verwarmingswater. Materiële schadeDe verwarmingsinstallatie waarop de warmtepomp aan-gesloten wordt, moet door een installateur uitgevoerd worden in overeenstemming met de waterinstallatie-schema's in de planningsdocumenten. f Spoel het leidingsysteem grondig door met geschikt water, voordat de warmtepomp wordt aangesloten.

D0000105622f Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour. Verdraai tijdens het aansluiten de buizen in het toestel niet. f Voer de isolatie uit overeenkomstig de geldende voorschrif-ten. f Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op het interne drukverschil (zie hoofdstuk “Technische gegevens/ Gegevenstabel”). 10. 6 Zuurstofdiffusie. Materiële schadeVermijd open verwarmingsinstallaties. Gebruik bij vloer-verwarmingen met kunststof leidingen zuurstofdiffusie-dichte leidingen. Bij vloerverwarmingen met niet-zuurstofdiffusiedichte kunststof-leidingen of open verwarmingsinstallaties kan door zuurstofdiffu-sie corrosie optreden aan de stalen delen van de verwarmingsin-stallatie (bijv. aan de warmtewisselaar van de warmwaterboiler, aan buffervaten, stalen verwarmingselementen of stalen buizen).

INSTALLATIE Montage14 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. com10. 7 Verwarmingsinstallatie vullen10. 7. 1 WatereigenschappenVoordat de installatie gevuld wordt, moet een analyse van het vul-water voorhanden zijn. Deze analyse kan bijvoorbeeld opgevraagd worden bij de bevoegde watermaatschappij. Materiële schadeOm schade door steenvorming te voorkomen, moet het vulwater eventueel voorbehandeld worden door onthar-den of ontzouten. De in het hoofdstuk "Technische gege-vens/gegevenstabel" vermelde grenswaarden voor het vulwater moeten absoluut nageleefd worden. f Controleer deze grenswaarden 8 - 12weken na de ingebruikname, telkens na het bijvullen evenals tij-dens het jaarlijkse onderhoud van de installatie. InfoOm corrosie te vermijden bij een geleidbaarheid van >1000µS/cm is waterbehandeling door ontzouting beter geschikt.

InfoGeschikte toestellen voor ontharden en voor het vullen en spoelen van verwarmingsinstallaties zijn in de handel verkrijgbaar. Infof Leng het vulwater niet aan met inhibitoren of addi-tieven. InfoHet toestel beschikt tijdens normale werking over een vorstbescherming van de verbindingsleidingen. Bij een langdurige stroomonderbreking of buitendienst-stelling moet het toestel aan de waterzijde worden af-getapt. Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan worden herkend (bijv. bij langere afwezigheid in een va-kantiewoning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen. f Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in ge-schikte concentratie. f Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeit van het vulwater wijzigen. ArtikelnummerMEG 10 Brine als concentraat op basis van ethy-leenglycol231109 MEG 30 Brine als concentraat op basis van ethy-leenglycol161696 10.

D000006348911 Automatische ontluchterf Verwijder de kap en de EPS-afdekking (zie hoofdstuk "Storin-gen verhelpen/controle van de schuifschakelaar op de IWS"). f Ontlucht het buizenstelsel door aan de grijze kap op de auto-matische ontluchter te draaien. f Sluit de automatische ontluchter na het ontluchten. f Monteer de EPS-afdekking en de kap weer op het toestel. 10. 8 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de warmtepomp op de retour van de tweede warmtegenerator worden aangesloten. 10. 9 Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor oppervlakteverwarming. Materiële schadeOm in geval van een defect eventuele schade door een verhoogde aanvoertemperatuur in de oppervlaktever-warming te vermijden, installeert u een veiligheidstem-peratuurbegrenzer om de systeemtemperatuur te be-grenzen.

InfoHoud rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager.Aansluitwerken mogen enkel uitgevoerd worden door een erken-de installateur overeenkomstig deze handleiding.De verklaring van goedkeuring van de bevoegde energiemaat-schappij moet beschikbaar zijn om het toestel te kunnen aan-sluiten.11.1 AansluitgedeelteDe aansluitklemmen zitten op het aansluitpaneel van het toestel.Houd rekening met het hoofdstuk "Voorbereiden van de elektri-sche installatie".f Voor de aansluitingen dient u elektriciteitskabels te gebrui-ken conform de voorschriften.Toegang tot het aansluitgedeelteD0000058263f Draai de twee schroeven los en verwijder ze.f Schuif de afdekking omlaag.f Verwijder de afdekking door ze naar rechts open te klappen.D0000058264121 Aansluitgedeelte2 Trekontlastingf Leid alle elektriciteitskabels door de trekontlastingen.f Scherm de BUS-leiding aan beide zijden af.f Wanneer u de volgende werkwijzen van het toestel gebruiken wilt, sluit dan een elektrische nood-/bijverwarming aan.

Een nood-/bijverwarming bevindt zich in de als toebehoren ver-eiste producten (zie hoofdstuk “Installatie/ Toestelbeschrij-ving/ Toebehoren”).Toestelfunctie Werking van de elektrische nood-/bijverwar-ming Mono-energetisch bedrijf De elektrische nood-/bijverwarming waarborgt de ver-warmingsmodus en genereert hogere warmwatertempe-raturen, wanneer het bivalentiepunt te laag is.Noodwerking Indien de warmtepomp bij een storing uitvalt, wordt het verwarmingsvermogen overgenomen door de elektrische nood-/bijverwarming.Opwarmprogram-ma (alleen bij vloer-verwarmingen) Bij retourtemperaturen van

INSTALLATIE Ingebruikname16 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. comf Controleer vervolgens de goede werking van de trekontlas-tingen. Materiële schadeTe vast aangehaalde trekontlastingen kunnen een kort-sluiting veroorzaken. f Draai de trekontlasting niet volledig aan. Aansluitingnc H LN L1X2X4X3TD00000582651231 X3 Compressor (inverter)L1, N, 2 X4 StuurspanningNetaansluiting: L N, 3 X2 Beveiligingslaagspanning (BUS)nc (niet gebruikt) High H Low L 12. IngebruiknameVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. Hiermee worden alle vereiste instellingen voor en tijdens de werking uitgevoerd. Alle instellingen in de ingebruiknamelijst van de warmtepomp-manager, de ingebruikname van het toestel en de opleiding van de gebruiker moeten uitgevoerd worden door een installateur.

De ingebruikname moet overeenkomstig deze bedienings- en installatiehandleiding en de handleidingen van de warmtepomp-manager plaatsvinden. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling). Als u dit toestel commercieel gebruikt, dient u voor de ingebruik-name rekening te houden met de voorschriften inzake industriële veiligheid en gezondheid. Meer informatie hieromtrent vindt u bij de bevoegde toezichthoudende instantie (bijv. TÜV). 12. 1 Controle voor ingebruiknameControleer voor de ingebruikname de volgende punten (neem de checklist voor ingebruikname in acht):12. 1. 1 Verwarmingssysteem - Hebt u de verwarmingsinstallatie met de correcte druk ge-vuld en de automatische ontluchter gesloten. 12. 1. 2 Temperatuursensor - Hebt u de buitensensor en de retoursensor (in combinatie met een buffervat) correct aangesloten en geplaatst. 12. 1.

Bij zeer geringe verwarmingscircuittemperaturen kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat de elektrische nood-/bijverwarming tijdens het ontdooien wordt geac-tiveerd om de benodigde ontdooi-energie te leveren. Het toestel is zo ontworpen dat in combinatie met overeenkomstig gedimensioneerde, vlakke verwarmingssystemen geen buffervat noodzakelijk is. Voor een installatie met meerdere verwarmingscircuits is het ge-bruik van een buffervat vereist. 12. 2. 1 Dimensionering van de verwarmingscircuitsBij installaties met buffervat adviseren we dimensionering van de verwarmingscircuits te controleren om een efficiënte werking van de installatie te waarborgen. Bij installatie zonders buffervat dient u de dimensionering van de verwarmingscircuits te controleren om een voldoende hoge volumestroom bij ontdooien te verzekeren en uitval door ont-dooistoringen te vermijden.

INSTALLATIE Ingebruiknamewww. stiebel-eltron. com WPL ACS classic | 17Uit de dimensionering van de vloerverwarming resulteert het mo-gelijke debiet door de permanent geopende verwarmingscircuits. Wanneer het debiet van de permanent geopende verwarmingscir-cuits minder is dan het minimumdebiet van de warmtepomp, moet worden gecontroleerd of de beschikbare externe opvoerhoogte van de verwarmingscirculatiepomp voldoende is. Controle opvoerhoogteΔpUP* ≥ (Vmin / VHKo)² × (ΔpHK + ΔpV) + ΔpWPΔpUP Externe opvoerhoogte van de circulatiepomp bij Vmin* Wanneer de circulatiepomp in een binnenmodule geïnte-greerd is, vindt u de beschikbare externe opvoerhoogte in de technische gegevens van de binnenmodule.

Vmin Minimaal debiet van de warmtepompVHKo Dimensioneringsdebiet van de permanent geopende verwarmingscircuitsΔpHK Dimensioneringsdrukverlies van de permanent geopende verwarmingscircuitsΔpV Ontwerpdrukverlies vanaf en naar de vloerverdelersΔpWP Drukverlies van de warmtepomp bij VminBij warmtepompen met geïntegreerde circulatiepomp wordt geen rekening gehouden met het drukverlies van de warmtepomp (ΔpWP). Wanneer de externe opvoerhoogte voor het minimumdebiet on-voldoende is, moeten dientengevolge andere verwarmingscircuits van de vloerverwarming permanent geopend worden. Minimale volumestroom controlerenHet instellen gebeurt in de warmtepompwerking. Daarvoor moe-ten eerst de volgende instellingen uitgevoerd worden:f Schakel de zekering van de elektrische nood-/bijverwarming tijdelijk uit om de nood-/bijverwarming spanningsvrij te schakelen.

Als alternatief kunt u ook de tweede warmtegene-rator uitschakelen. f Verzeker u ervan, dat er een hydraulische afstemming werd uitgevoerd. f Controleer de aangesloten pompen volgens het hydraulische schakelschema. 12. 2.

2 Installaties zonder buffervat InfoWanneer het toestel alleen met de warmtepompmana-ger WPM wordt bedreven en als verwarmingscircuitpomp een externe, niet door WPM aangestuurde pomp wordt gebruikt, moet u de verwarmingscircuitpomp met de hand instellen. Bij installaties zonder buffervat moeten één of meer verwarmings-circuits in de verwarmingsinstallatie open blijven. Het of de ge-opende verwarmingscircuit(s) moet(en) in de referentieruimte (ruimte waar het externe bedieningspaneel geïnstalleerd is, bijv. de woonkamer of badkamer) geïnstalleerd zijn. De kamerregeling van de referentieruimte kan dan met het externe bedieningspaneel of indirect door aanpassing van de verwarmingscurve of activering van de kamerinvloed worden uitgevoerd. f Gebruik het toestel in de verwarmingswerking. f Neem onze aanbevelingen voor het ontwerp van de vloerver-warming in de referentieruimte in acht.

INSTALLATIE Instellingen18 | WPL ACS classic www. stiebel-eltron. comMinimumvolumestroom wordt niet bereiktWanneer het debiet niet nageleefd wordt, moet u geschikte maat-regelen treffen om het voorgeschreven debiet te bereiken. f Open het verwarmingscircuit in een andere ruimte perma-nent. f Lees het huidige debiet af. f Wanneer de minimumvolumestroom niet wordt bereikt, her-haalt u de handelingsstappen. f Stel het overstortventiel correct in. 12. 2. 3 Installaties met buffervatf Gebruik het toestel in de verwarmingswerking. f Stel de parameters in. Parameters InstellingMINIMAAL POMPVERMOGEN (INBEDRIJFSTELLING/ LAADPOMPREGELING/ STANDBY/ AANSTURINGSWIJZE)UIT MAXIMALAL POMPVERMOGEN (INBEDRIJFSTELLING/ LAADPOMPREGELING/ STANDBY/ AANSTURINGSWIJZE)AAN f Lees het huidige debiet af.

ParametersWP WATERDEBIET (INFO/ WARMTEPOMP/ PROCESGEGEVENS)f Vergelijk de waarde met de minimumvolumestroom (zie hoofdstuk “Technische gegevens/ Gegevenstabel). Minimumvolumestroom wordt bereiktGeen verdere maatregelen vereist. f Reset de parameters naar de oorspronkelijke waarden. Parameters InstellingMINIMAAL POMPVERMOGEN (INBEDRIJFSTELLING/ LAADPOMPREGELING/ STANDBY/ AANSTURINGSWIJZE)AAN MAXIMALAL POMPVERMOGEN (INBEDRIJFSTELLING/ LAADPOMPREGELING/ STANDBY/ AANSTURINGSWIJZE)UIT Minimumvolumestroom wordt niet bereiktf Controleer de planningsdocumenten van de verwarmingsin-stallatie. 12. 2. 4 In koelwerkingWanneer het buffervat in koelwerking wordt omzeild, moet de controle van de volumestroom voor de koelwerking analoog met de verwarmingsmodus gebeuren. f Neem het hoofdstuk “Installaties zonder buffervat” in acht. 13. Instellingen13.

Te hoog ingestelde stooklijnen doen de zone- en thermostaatkleppen slui-ten, zodat het vereiste minimumdebiet in het verwarmingscircuit mogelijk te laag is. f Houd rekening met de handleiding van de warmtepompma-nager. Aan de hand van de volgende procedure kunt u de stooklijn correct instellen: - Thermostaatklep(pen) of zoneklep(pen) in een referentie-ruimte (bv. woon- en badkamer) volledig openen. Het is aan te bevelen geen thermostatische kranen of zonekranen te monteren in de referentieruimte. Regel voor deze ruimten de temperatuur met behulp van een afstandsbediening. - Pas bij verschillende buitentemperaturen (bv. –10°C en +10°C) de stooklijn zo aan dat in de referentieruimte de ge-wenste temperatuur wordt ingesteld.

Richtwaarden voor het begin:Parameters Vloerverwarming Stooklijn 0,4 0,8Regeldynamiek 25 50Comfort-temperatuur 20°C 20°CAls de kamertemperatuur te laag is in de overgangstijd (ca. 10°C buitentemperatuur), dan moet u in het menu van de warmtepomp-manager onder "INSTELLINGEN/VERWARMEN/VERWARMINGSCIR-CUIT" de parameter "COMFORT TEMPERATUUR" verhogen. InfoWanneer er geen afstandsbediening is geïnstalleerd, leidt een verhoging van de parameter "COMFORT TEMPERA-TUUR" tot een parallelle verschuiving van de stooklijn. Als de kamertemperatuur bij lage buitentemperaturen te laag is, moet de parameter “STIJGING VERWARMINGSCURVE” worden verhoogd. Als u de parameter “STIJGING VERWARMINGSCURVE” hebt ver-hoogd, moet u bij hogere buitentemperaturen de zoneklep of de thermostaatklep in de referentieruimte op de gewenste tempe-ratuur instellen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL 17 ACS classic stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden