Stiebel Eltron WPL-A 05 HK 230 Premium Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL-A 05 HK 230 Premium (40 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 126 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL-A 05 HK 230 Premium of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiebel Eltron |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | WPL-A 05 HK 230 Premium |
Handleiding Stiebel Eltron WPL-A 05 HK 230 Premium – volledige tekst
2 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. comINHOUD BIJZONDERE INSTRUCTIESBEDIENING1. Algemene aanwijzingen �������������������������������������41. 1 Geldende documenten ������������������������������������������ 41. 2 Veiligheidsaanwijzingen ��������������������������������������� 41. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie ���������� 41. 4 Info op het toestel ����������������������������������������������� 41. 5 Meeteenheden ��������������������������������������������������� 41. 6 Prestatiegegevens conform norm ���������������������������� 42. Veiligheid �����������������������������������������������������52. 1 Reglementair gebruik ������������������������������������������� 52. 2 Algemene veiligheidsaanwijzingen �������������������������� 53. Toestelbeschrijving ������������������������������������������53. 1 Minimale softwarestanden ������������������������������������ 53.
Bzondere instructies www.stiebel-eltron.com WPL-A Premium 3Bzondere instructies - Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsmede door personen met fysieke, zintuig-lijke of geestelijke beperkingen of met een ge-brek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de ge-varen die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudsta-ken uitvoeren. - Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van de netvoeding kunnen worden losgekoppeld.
- Houd de minimale afstanden aan om een sto-ringsvrije werking van het toestel te waarbor-gen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken. - Onderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - Wij adviseren om periodiek een inspectie (reële toestand vaststellen) en desgewenst een onderhoud (standaard toestand herstel-len) door een installateur te laten uitvoeren. - Nadat het toestel spanningsvrij is geschakeld, kan het toestel nog gedurende 2minuten onder spanning staan, omdat de condensato-ren op de inverter nog moeten ontladen. - De stroomvoorziening mag u ook buiten de verwarmingsperiode niet onderbreken. Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, is de actieve vorstbescherming van de installatie niet meer gegarandeerd.
4 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com1. Algemene aanwijzingenDe hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en de installateur. Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur. InfoLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. Overhandig de handleiding zo nodig aan een volgende gebruiker. 1. 1 Geldende documenten Handleidingen van de warmtepompmanager WPM Bedienings- en installatiehandleiding van de componen-ten die bij de installatie horen Checklist voor ingebruikname van het toestel1. 2 Veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Opbouw van veiligheidsinstructies. TREFWOORD Soort gevaarHier worden de mogelijke gevolgen vermeld, wanneer de veiligheidsaanwijzingen genegeerd worden. Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen. 1. 2.
2 Symbolen, soort gevaar Letsel Elektrische schok 1. 2. 3 Trefwoorden BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht genomen worden. WAARSCHUWING Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlij-den, wanneer deze niet in acht genomen worden. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden. 1. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie InfoAlgemene aanwijzingen worden aangeduid met het hier-naast afgebeelde symbool. Lees de aanwijzingsteksten grondig door. Betekenis Materiële schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) Het toestel afdanken Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stap voor stap beschreven. 1.
5 Meeteenheden InfoTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in milli-meter aangegeven. 1. 6 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegeven prestatiegegevens conform de norm. 1. 6. 1 EN 14511De met name in tekst, grafieken en het technisch blad vermelde prestatiegegevens zijn berekend conform de meetomstandighe-den van de in de titel van deze paragraaf aangeduide norm. Daar-bij gaat het afwijkend van deze norm bij de prestatiegegevens voor lucht-water inverter warmtepompen bij brontemperaturen > -7°C om gedeeltelijke belastingwaarden. De betreffende procen-tuele weging kan aan het gedeeltelijke belastinggebied van de EN 14825 en aan vaste activiteiten volgens het EHPA-kwaliteitszegel ontleend worden. De bovengenoemde meetomstandigheden komen doorgaans niet volledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de ge-bruiker.
Bediening Veiligheidwww. stiebel-eltron. com WPL-A Premium 5de in de eerste alinea van deze paragraaf aangegeven meetom-standigheden respecteert. 2. Veiligheid2. 1 Reglementair gebruikHoud rekening met de werkingsgebieden die vermeld zijn in het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel". Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omge-ving. Het kan op een veilige manier bediend worden door onge-schoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op de-zelfde wijze gebruikt wordt. Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor de gebruikte toebehoren. 2.
2 Algemene veiligheidsaanwijzingenNeem de hierna vermelde veiligheidsaanwijzingen en voorschrif-ten in acht. - De elektrische installatie en de installatie het toestel mag al-leen door een installateur worden uitgevoerd. - De installateur is tijdens de installatie en de eerste inge-bruikname verantwoordelijk voor het naleven van de gelden-de voorschriften. - Gebruik het toestel enkel als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn. - Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. WAARSCHUWING letselHet toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beper-kingen of met een gebrek aan ervaring en kennis ge-bruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan.
Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren. WAARSCHUWING letsel Gebruik het toestel om veiligheidsredenen alleen met een gesloten behuizing. 3. Toestelbeschrijving3.
1 Minimale softwarestandenVoor de werking van de warmtepomp zijn minstens de volgende softwarestanden vereist: - WPM: 449. 05 - FES: 502. 033. 2 GebruikseigenschappenHet toestel is een lucht-water-warmtepomp bedoeld voor opstel-ling buiten. Er wordt op een laag temperatuurniveau warmte aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger temperatuurni-veau wordt afgegeven aan het verwarmingswater. Het cv-water kan tot een aanvoertemperatuur van 75°C worden opgewarmd. Het toestel beschikt over een elektrische nood-/bijverwarming (NHZ). Om de verwarmingsmodus en de voorziening van hoge warmwatertemperaturen te garanderen, wordt bij monovalente werking de elektrische nood-/bijverwarming als noodverwarming geactiveerd wanneer de temperatuur onder het bivalentiepunt daalt.
In mono-energetische werking wordt in een dergelijk geval de elektrische nood-/bijverwarming lastafhankelijk vanaf het bi-valentiepunt als bijkomende verwarming geactiveerd. Dit toestel heeft nog andere gebruikseigenschappen: - geschikt voor vloerverwarming en radiatorverwarming. - Haalt uit de buitenlucht zelfs nog warmte bij een buitentem-peratuur van -25°C. - Tegen corrosie beschermd, buitenste bekledingsdelen van verzinkte staalplaat, bovendien gemoffeld. - Bevat alle componenten die voor de werking nodig zijn, als-mede veiligheidstechnische inrichtingen. - Voor het veiligheidsconcept wordt een veiligheidsventiel in het apparaat ingebouwd. Het veiligheidsventiel voorkomt dat er bij een lekkage koudemiddel in het verwarmingscircuit terechtkomt. InfoVoor de centrale aansturing van de verwarmingsinstalla-tie heeft u de warmtepompmanager "WPM" nodig. 3. 3 Werkwijze3. 3.
1 VerwarmenMet de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordt warmte onttrokken aan de buitenlucht. Het verdampte koel-middel wordt met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor is elektrische energie vereist. Het koelmiddel heeft nu een hogere temperatuur.
Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeft de warmte af aan het verwarmingscircuit. Daarna wordt de druk van het koudemiddel lager en begint het proces van voren af aan. Bij luchttemperaturen onder ca. 7°C slaat de luchtvochtigheid als rijp op de verdamperlamellen neer. Deze rijpaanslag wordt automatisch ontdooid. Het daarbij optredende water wordt in de ontdooibak opgevangen en afgevoerd.
Instellingen 6 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com. Materiële schadeTijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt de warmtepompkring omgekeerd. De voor het ontdooi-en benodigde warmte wordt uit het buffervat gehaald. Wanneer u zonder buffervat werkt, moet u het hoofdstuk "Menu / Menubeschrijving / INSTELLINGEN/ VERWAR-MEN/ BASISINSTELLING/ BUFFERBEDRIJF" in de instruc-ties voor de inbedrijfstelling van de WPM raadplegen. Anders kan het cv-water bij ongunstige omstandigheden bevriezen. Aan het einde van de ontdooifase schakelt de warmtepomp auto-matisch terug naar de verwarmingsmodus. Materiële schadeBij bivalente werking kan de warmtepomp worden door-stroomd door het retourwater van de tweede warmteop-wekker. Houd er rekening mee dat de retourtemperatuur maximaal 60°C mag zijn. 3. 3. 2 Koelen.
Materiële schadeDe warmtepomp is niet geschikt voor continue koelwer-king het hele jaar door. Houd rekening met de werkingsgebied (zie hoofd-stuk "Technische gegevens/gegevenstabel"). Materiële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in de koelwerking condensaat gevormd worden. Voorkom condensaatvorming door geschikte maat-regelen. De ruimtes worden gekoeld door omkering van het warmtepomp-circuit. Er wordt warmte onttrokken aan het verwarmingswater en de verdamper geeft deze warmte af aan de buitenlucht. Bij vlakken- en ventilatorkoeling is het noodzakelijk om een af-standsbediening (FET) te installeren, zodat de meting van de rela-tieve vochtigheid en van de kamertemperatuur om het dauwpunt te bewaken, mogelijk is. Bij de ventilatorkoeling is bovendien de installatie van een buf-fervat vereist.
Houd rekening met de handleiding van de warmtepompma-nager. 5. Onderhoud en verzorging. Materiële schadeOnderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd wor-den door een installateur. Een vochtige doek volstaat om de kunststoffen en metalen on-derdelen te verzorgen en te reinigen. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Controleer periodiek de condensaatafvoer (visuele inspectie). Los vervuiling en verstoppingen onmiddellijk op. 1. 2. 1D00000378311 Revisieopening. Materiële schadeHoud de luchtafvoer- en luchttoevoeropeningen vrij van sneeuw en bladeren. Verwijder van tijd tot tijd bladeren en ander vuil van de verdam-perlamellen.
Wij adviseren regelmatig een inspectie (controleren van de actuele toestand) en, indien nodig, een onderhoudsbeurt (herstellen van de ingestelde toestand) door een installateur te laten uitvoeren. 6. Problemen verhelpen OplossingGeen warm water beschikbaar of de verwarming blijft koud. Het toestel heeft geen span-ning. Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. Schakel de zekeringen evt. opnieuw in. Wanneer de zekeringen na inschakeling opnieuw uitschakelen, waarschuw dan uw instal-lateur. Er komt water uit het toestel. De condensaatafvoer is moge-lijk verstopt. Reinig de condensaatafvoer zoals beschreven in Onder-houd en verzorging. De verwarming wordt warm, maar de ruimten worden niet tot de gewenste temperatuur op-gewarmd. De bivalentietemperatuur is te laag ingesteld. Verhoog de bivalentietem-peratuur tot bijv. 0°C.
Veiligheidwww. stiebel-eltron. com WPL-A Premium 7 Oplossing Het gebouw is nieuwbouw en bevindt zich in de droogfase (droog wonen). Verhoog de bivalentietem-peratuur tot +5°C. Na 1 tot 2 jaar kan de biva-lentietemperatuur worden gereset naar bijv. -3°C. De druk in de verwarmingsin-stallatie daalt. Er druppelt water na uit het veiligheidsventiel. Controleer door de inspec-tieopening of er water uit de slang van het veilig-heidsventiel in de condens-bak loopt. Waarschuw uw installateur. Er verzamelt zich condensaat aan de buitenkant van het toestel. Om het gebouw te verwarmen onttrekt de warmtepomp warmte aan de buitenlucht. Daardoor kan er dauw of rijp ontstaan op de afgekoelde behuizing van de warmtepomp ten gevolge van het condense-rende vocht in de buitenlucht. Dit is geen defect. De ventilator draait bij uitge-schakelde com-pressor.
Bij buitentemperaturen onder 10°C wordt de ventilator bij stilstand van de compressor regelmatig met een heel laag toerental gestart. Hiermee wordt vermeden dat de ver-damper en de ventilator door afgevoerd water bevriezen of vastvriezen. Bij temperaturen boven het vriespunt wordt de tijd tussen twee ontdooicycli vergroot en zodoende de tota-le efficiëntie verbeterd. Het toestel ge-nereert ritmisch krassende, ma-lende geluiden. Aan het luchtrooster, aan de ventilatorschoepen of de luchtgeleiding heeft zich ijs afgezet. Bel uw installateur (zie hoofdstuk "Installatie/pro-bleemoplossing/ventilator-geluiden"). InfoHoud er rekening mee dat er ook bij een normale con-densaatafvoer water van het toestel op de grond drup-pelt. Waarschuw de installateur, wanneer u de oorzaak niet zelf kunt verhelpen. Om u nog beter en sneller te kunnen helpen, deelt u hem het nummer op het typeplaatje mee.
t ft. Dicht ihe geprü M in Germ yade an*xxxxxxxxxxxxxxxxxx*26�03�01�173611 Nummer op het typeplaatje7. VeiligheidInstallatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden. 7. 1 Algemene veiligheidsaanwijzingenWij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitslui-tend bij gebruik van originele onderdelen en reserveonderdelen voor het toestel. 7. 2 Voorschriften, normen en bepalingen InfoNeem alle nationale en regionale voorschriften en be-palingen in acht. Het toestel voldoet aan IEC61000-3-12. Het apparaat voldoet aan de toegepaste norm, mits de procedure wordt uitgevoerd volgens EN 61000-3-11:2000 paragraaf 4a. 8. ToestelbeschrijvingHet toestel beschikt over een vorstbescherming van de verbin-dingsleidingen.
instAllAtie Voorbereidingen8 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com - Montageconsole MK 1 - Aansluitset AS-WP 1 - Aansluitset AS-WP 29. Voorbereidingen. D0000060163Het toestel is bedoeld voor opstelling voor een muur. Let op de minimumafstanden. Als het toestel in de vrije ruimte of op een dak opgesteld wordt, moet de luchttoevoer aan de aanzuigzijde beschermd worden. Voorzie in dit geval een beschermwand tegen de wind. 9. 1 GeluidsemissieHet toestel is aan de luchttoevoerzijde en aan de luchtafvoerzijde luider dan aan de twee gesloten zijden. Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht. InfoMeer gegevens over het geluidsniveau vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel". - Gazons en beplantingen helpen om de verspreiding van het geluid te verminderen. - De geluidsuitbreiding kan door dichte palissaden worden gereduceerd.
Laat het frame van het toestel gelijkmatig steunen. Een onef-fen ondergrond kan het geluidsgedrag beïnvloeden. Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen de wind in worden aangezogen. Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht op de geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. Vermijd opstelling op grote weerkaatsende vloeren, bijv. plaatbekleding. Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren kunnen het geluidsniveau ver-hogen. 9. 2 Veiligheidsafstand voor veiligheidsconcept. WAARSCHUWING letselKoudemiddel is zwaarder dan lucht. In geval van lekkage kan het ontsnappende koudemiddel via open ramen in ruimten onder de installatielocatie terechtkomen.
Wan-neer er koudemiddel uit het toestel loopt, gaat het kou-demiddel naar beneden en verdringt de lucht. Er bestaat gevaar voor verstikking. Plaats het toestel op voldoende afstand van lichtko-kers.
Zorg ervoor dat het toestel niet voor of boven luchttoevoer-, afvoerlucht- of andere ventilatie-installaties wordt gemon-teerd. Om ervoor te zorgen dat het veiligheidsconcept voor het toestel wordt nageleefd, zijn veiligheidsafstanden tot lichtkokers vereist. Opstelling op de fundering, lichtkoker op de begane grond≥1000≥1000D0000091448 Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot lichtkokers in acht neemt. Opstelling op de fundering, lichtkoker boven de begane grond≥100≥100≥150D0000093454 Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot lichtkokers in acht neemt.
instAllAtie Voorbereidingenwww.stiebel-eltron.com WPL-A Premium 9Opstelling op een console InfoDe veiligheidsafstanden tot de lichtkokers gelden voor de volgende consoles: - Montageconsole MK 1 - Staande console SK1 - Wandconsole WK2≥1000 ≥1000D0000091931≥1000 ≥1000≥150D0000093526 Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot lichtkokers in acht neemt.9.3 Minimumafstanden Info Als het toestel naast lichtkokers wordt opgesteld, moet de veiligheidsafstand tot lichtkokers absoluut worden aangehouden (zie hoofdstuk "Veiligheidsaf-stand voor veiligheidsconcept").≥2000≥500≥300≥1000≥800D0000028299 Houd de minimale afstanden aan om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerk-zaamheden aan het toestel mogelijk te maken.91�00�00�0036 Plaats het toestel niet in een nis. Twee zijden van het toestel moeten vrij blijven.!
Materiële schadeLet erop dat de buitenlucht ongehinderd het toestel kan binnentreden en de uitlaatlucht ongehinderd het toestel moet kunnen verlaten.Wanneer de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door nabijgelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermische kortsluiting.
Neem het hoofdstuk "Geluidsemissie" in acht. Zorg ervoor dat het toestel niet voor of boven luchttoevoer-, afvoerlucht- of andere ventilatie-installaties wordt gemon-teerd. Zorg ervoor dat het toestel aan alle zijden toegankelijk is. Verifieer of de ondergrond horizontaal, vlak, stevig en be-stendig is. Voorzie een uitsparing (vrije ruimte) in de ondergrond voor de van onderaf in het toestel in te voeren voedingsleidingen. 9. 5 Voedingsleidingen installerenVoedingsleidingen zijn alle elektrische leidingen en aanvoer- en retourleidingen. - Om de aansluiting van het apparaat te vergemakkelijken, ad-viseren wij om voor de buitenopstelling flexibele voedingslei-dingen te gebruiken. Bescherm alle voedingsleidingen door een mantelbuis tegen vocht, schade en UV-straling. Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY.
instAllAtie Voorbereidingenwww.stiebel-eltron.com WPL-A Premium 11 InfoNeem bij het leggen van de condensaatslang het hoofd-stuk "Montage/condensaatafvoer" in acht.9.6 Opstelling Let bij het plaatsen van het toestel op de luchtuitblaasrich-ting. Plaats het apparaat op de voorbereide ondergrond of op een console.9.6.1 Opstelling op fundering of op montageconsole MK 1 InfoLaat de mantelbuizen voor de voedingsleidingen iets over de fundering uitsteken.
Let erop dat er geen water in de mantelbuizen kan lopen.Fundering met uitsparing75013001004102007514045132D00000341331 Luchttoevoer2 Luchtafvoer3 Hoofdwindrichting4 Uitsparing voedingsleidingen5 Uitsparing condensaatafvoer (minimumdiameter 70mm) Zorg ervoor dat de noodzakelijke uitsparingen in het funda-ment aanwezig zijn.Opstelling op de fundering4125ABC3D0000028297A 100B 300C Vorstdiepte1 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Condensaatafvoerbuis4 Fundering5 Kiezelbed InfoOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het op de fundering worden geschroefd. Gebruik het toebehoren waarmee het toestel op de transportpallet bevestigd was.D0000064201 Haak telkens twee hoeken vanaf de zijkant in de slobgaten aan de voor- en achterzijde.
Let erop dat voor de linker- en rechterslobgaten telkens de juiste hoek gebruikt wordt. Lijn de hoeken op een wijze uit, zodat de groef van de hoek in het toestel ingehaakt is. Bevestig het toestel met de hoeken en geschikte pluggen en schroeven op de fundering. Gebruik niet de schroeven, waar-mee het toestel op de transportpallet geborgd was.
instAllAtie Voorbereidingenwww. stiebel-eltron. com WPL-A Premium 139. 6. 3 Wandconsole WK2 Info Installeer een verwarmingslint bij de montage op de wand- of standconsole (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting / verwarmingslint"). InfoOm storingen door geluidsoverdracht te vermijden, in-stalleert u de wandconsole niet op de buitenmuren van woon- of slaapkamers. Monteer de wandconsole bijvoorbeeld op een ga-ragemuur. ≥300123564D00000587191 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Condensaatafvoer4 Verwarmingslint5 Condensaatafvoerbuis6 Wandconsole Neem de statische grenzen in acht van de gebruikte wand-console. De afstand tussen de montagegaten vindt u in de maat- en aansluitschema's (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Af-metingen en aansluitingen"). 9. 7 Warmtepompmanager WPMVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk.
Deze regelt de volledige verwarmingsinstallatie. Houd tijdens de installatie rekening met de installatiehand-leiding van de WPM. 9. 8 Buffervat. Materiële schadeVoor de koelwerking via ventilatorconvectoren is een dif-fusiedicht, geïsoleerd buffervat absoluut noodzakelijk. InfoBij de koelwerking via een oppervlakteverwarming is het buffervat niet noodzakelijk. Om een storingsvrije werking van het toestel te verzekeren, is het aan te bevelen een buffervat te gebruiken. Het buffervat is bestemd voor de hydraulische ontkoppeling van debieten in het warmtepomp- en verwarmingscircuit, en als ener-giebron voor ontdooiing. Neem voor de werking zonder buffervat de gegevens in acht in hoofdstuk “Minimumdebiet met individuele ruimteregeling via een afstandsbediening bij installaties zonder buffervat. 9.
WAARSCHUWING elektrische schokAansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aan-sluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld. Aan deze vereiste wordt voldaan door contactgevers, vermogensschake-laars, zekeringen, enz. Materiële schade De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning. Houd rekening met de specificaties op het typeplaatje. Materiële schadeBeveilig afzonderlijk de drie stroomcircuits voor het toe-stel, de sturing en de elektrische nood-/bijverwarming. InfoHet toestel omvat een frequentieomvormer voor de toe-rentalgeregelde compressor. Wanneer er zich een storing voordoet, kunnen frequentieomvormers gelijkstroomfou-ten veroorzaken. Als er aardlekschakelaars zijn, moeten deze aardlekschakelaars (RCD) van het type B zijn.
Een lekstroom kan aardlekschakelaars van het type A blokkeren. Zorg ervoor dat de stroomvoorziening voor het toe-stel gescheiden is van de huisinstallatie. De elektrische gegevens vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens". Voor de BUS-kabel hebt u een aelektriciteitska-belJ-Y(St)2x2x0,8mm²nodig. Leg de leidingen met de overeenkomstige kabeldiameters. Neem de nationale en regionale voorschriften in acht.
Montage14 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com Kabeldiameter1x B 25A Compressor 2,5mm² bij plaatsing op een muur of in een elektriciteitsbuis op een muur4,0 mm² bij plaatsing in een muurAlternatief: 1x B 16 A Compressor 2,5mm² bij plaatsing op een muur of in een elektriciteitsbuis op een muur4,0 mm² bij plaatsing in een muur2x B 16 A Elektrische nood-/bijverwarming2. 5 mm² 1x B 16 A 1,5mm²Sturing Wanneer u voor de compressor de kleinere beveiliging kiest, dient u het maximale stroomverbruik te begrenzen. Stel de parameter MAXIMALE STROOM in het menu INGEBRUIKNA-ME/ COMPRESSOR in. Houd rekening met de gegevens in de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager. De kabeldiameter moet afgestemd zijn op de voor het toestel maximaal mogelijke bedrijfsstroom (zie "Technische gegevens/Gegevenstabel"). 10.
Montage InfoHet toestel is zo ontworpen dat opstelling en aansluiting kunnen worden uitgevoerd zonder demontage van de deksel en de zijpanelen. 10. 1 Transport Let bij het transport op het zwaartepunt van het toestel. - Het zwaartepunt ligt in de zone van de compressor. Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware sto-ten. Gebruik de op de zijkanten aangebracht grijpuitsparingen. D0000071298 - Als u het toestel tijdens het transport kantelt, mag dit slechts kortstondig gebeuren op één van de lange zijden. -Transporteer het toestel daarbij zo dat de compressor zich aan de hoger gelegen zijde van het toestel bevindt. - Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koelmid-delolie zich in het systeem verspreidt. Wacht ca. 30minuten voordat u het toestel na het te hebben gekanteld, in gebruik neemt. 10. 2 Aansluiting van het verwarmingswater.
Materiële schadeDe verwarmingsinstallatie waarop de warmtepomp wordt aangesloten, moet door een installateur worden uitgevoerd in overeenstemming met de waterinstallatie-schema's in de planningsdocumenten. Om het toestel gemakkelijk te kunnen aansluiten op de verwar-mingsinstallatie heeft het toestel geïntegreerde koppelingen (zie het hoofdstuk "Koppelingen monteren"). Spoel het leidingsysteem grondig met geschikt water door, voordat de warmtepomp wordt aangesloten. Vreemde voor-werpen, zoals lasparels, roest, zand of afdichtingsmateriaal belemmeren de goede werking van de warmtepomp. Sluit de warmtepomp aan de zijde van de cv aan. Let op de dichtheid. Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour. Voer de isolatie uit overeenkomstig de geldende voorschrif-ten.
Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op het interne drukverschil (zie hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel"). 10. 3 Aanvoer- en retouraansluiting. Materiële schade Als de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in de koelwerking condensaat gevormd worden. Voorkom condensaatvorming door geschikte maat-regelen. 26�03�01�187121341 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Aftapping4 Ontluchting Sluit de warmtepomp aan op het verwarmingscircuit. Let op de dichtheid.
instAllAtie Montagewww. stiebel-eltron. com WPL-A Premium 1510. 4 Koppelingen monteren InfoDe kunststofkoppelingen zijn niet geschikt voor installatie in de drinkwaterleiding of het zonnecircuit. Installeer de stekkerverbindingen uitsluitend in het verwarmingscircuit. Materiële schadeHaal de wartel van de koppeling handmatig aan. Gebruik geen gereedschap. Materiële schadeOm de degelijke bevestiging van de koppeling te ver-zekeren, moeten buizen met een oppervlaktehard-heid>225HV (bijv. roestvrij staal) worden voorzien van een groef. Snijd met een pijpsnijder een groef van circa0,1mm diepte op een gedefinieerde afstand van het uiteinde van de buis. - Buisdiameter 22mm: 17 ± 0,5mm - Buisdiameter 28mm: 21 ± 0,5mmWerkingsprincipe van koppelingenDe koppelingen zijn uitgerust met een klemelement met roest-vrijstalen tanden en een O-ring voor de afdichting.
Daarnaast be-schikken de koppelingen over de functie "draaien en borgen". Door de schroefdop simpelweg handmatig te draaien, wordt de buis in de koppeling gefixeerd en wordt de O-ring voor het afdichten op de buis geperst. De koppeling tot stand brengenVoordat deze erin gestoken wordt, moet de koppeling in de ont-grendelde stand staan. In deze stand is er een smalle sleuf aan-wezig tussen de wartel en de basisbehuizing. D000008851912341 Klemelement2 Wartel3 Sleuf tussen wartel en basisbehuizing4 BasisbehuizingD0000088520Buis-Ø 28mmInsteekdiepte A max. 44mm lang. Materiële schadeDe buisuiteinden moeten vrij zijn van bramen. Kort de buizen alleen in met een pijpsnijder. Steek de buis voorbij de O-ring in de koppeling tot de inge-stelde insteekdiepte is bereikt. Draai de wartel tot aan de aanslag handvast op de basisbe-huizing. Hierdoor wordt de koppeling beveiligd.
De koppeling losmakenAls de koppeling later losgemaakt moet worden, gaat u als volgt te werk: Draai de wartel tegen de wijzers van de klok in los totdat er een kleine spleet met een breedte van ca. 2mm ontstaat. Duw het klemelement met de vingers terug en houd het vast. Trek de ingestoken leiding uit de koppeling. D000008852110. 5 Zuurstofdiffusie. Materiële schadeVermijd open verwarmingsinstallaties. Gebruik bij vloer-verwarmingen met kunststofleidingen zuurstofdiffusie-dichte leidingen. Bij vloerverwarmingen met niet-zuurstofdiffusiedichte kunststof-leidingen of open verwarmingsinstallaties kan door zuurstofdiffu-sie corrosie optreden aan de stalen delen van de verwarmingsin-stallatie (bijv. aan de warmtewisselaar van de warmwaterboiler, aan buffervaten, stalen verwarmingselementen of stalen buizen).
Montage16 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com10. 6 Verwarmingsinstallatie vullenVoordat de installatie gevuld wordt, moet een analyse van het vul-water voorhanden zijn. Deze analyse kan bijvoorbeeld opgevraagd worden bij de bevoegde watermaatschappij. Materiële schadeOm schade door steenvorming te voorkomen, moet het vulwater eventueel voorbehandeld worden (ontharden of ontzouten). De in het hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel" vermelde grenswaarden voor het vulwa-ter moeten absoluut nageleefd worden. Controleer deze grenswaarden 8 - 12weken na de ingebruikname, telkens na het bijvullen evenals tij-dens het jaarlijkse onderhoud van de installatie. InfoOm corrosie te vermijden bij een geleidbaarheid van >1000µS/cm is waterbehandeling door ontzouting beter geschikt.
Info Geschikte toestellen voor ontharden en ontzouten en om verwarmingsinstallaties te vullen en te spoelen, kunt u via de vakhandel aankopen. Info Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven. InfoHet toestel beschikt tijdens normale werking over een vorstbescherming van de verbindingsleidingen. Bij een langdurige stroomonderbreking of buitendienst-stelling moet het toestel aan de waterzijde worden af-getapt. Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan worden herkend (bijv. bij langere afwezigheid in een va-kantiewoning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen. Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in ge-schikte concentratie. Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeit van het vulwater wijzigen.
ArtikelnummerMEG 10 Warmtedragervloeistof als concentraat op basis van ethyleenglycol231109 MEG 30 Warmtedragervloeistof als concentraat op basis van ethyleenglycol161696 10. 6. 1 Veiligheidsconcept. WAARSCHUWING letselIn het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Alleen een veiligheidsklep met dezelfde openingsdruk garan-deert de functie van het veiligheidsconcept.
Vervang het veiligheidsventiel niet door een veilig-heidsventiel met een andere openingsdruk. Gebruik alleen de originele reserveonderdelen. 1D00000903481 VeiligheidsventielIn het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Als de ope -ningsdruk wordt overschreden, opent het veiligheidsventiel. Het uittredende medium loopt via een gemonteerde slang in de con-densbak. Openingsdruk [bar] 2,5 +0,15 -0,35 Info Alleen veiligheidskleppen met een openingsdruk van 3 bar mogen in de verwarmingsinstallatie worden inge-bouwd. 10. 6. 2 Verwarmingsinstallatie vullen Vul de verwarmingsinstallatie via de aftapopening (zie het hoofdstuk "Technische gegevens/Afmetingen en aansluitin-gen"). Controleer na het vullen van de verwarmingsinstallatie de aansluitingen op dichtheid.
De verwarmingsinstal-latie wordt automatisch ontlucht.Ontluchtingsventiel bij de inverterD00003530611 Ontluchting Ontlucht het buizenstelsel door de ontluchting te bedienen.10.7 CondensaatafvoerOm optredend condensaat af te voeren, is in de fabriek een con-densaatafvoer gemonteerd op de ontdooibak.26�03�01�186811 Condensaatafvoer Neem het hoofdstuk "Elektrische aansluiting / verwarmings-lint" in acht. Als het apparaat op een fundering wordt geplaatst, druppelt het condensaat vrij in de condensaatafvoer. Monteer een condensaatslang op de condensaatafvoer als het toestel op een console wordt geplaatst. Bescherm de condensaatslang tegen vorst door deze vol-doende te isoleren.! Materiële schadeLet erop dat de condensaatslang niet geknikt wordt.
Plaats de slang met verval. Controleer na het plaatsen van de condensaatslang of het condensaat goed weglopen kan.10.8 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de warmtepomp altijd worden ge-integreerd in de retour van de tweede warmteopwekker (bijv. olieketel).10.9 Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor oppervlakteverwarming! Materiële schadeOm in geval van een defect eventuele schade door een verhoogde aanvoertemperatuur in de oppervlaktever-warming te vermijden, installeert u een veiligheidstem-peratuurbegrenzer om de systeemtemperatuur te be-grenzen.
18 WPL-A Premium www.stiebel-eltron.com11. Elektrische aansluiting InfoDe lekstroom van dit toestel kan >3,5mA zijn. Info Houd rekening met de handleiding van de warmte-pompmanager.Aansluitwerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden door een erkende vakman conform deze handleiding.De verklaring van goedkeuring van de bevoegde energiemaat-schappij moet beschikbaar zijn om het toestel te kunnen aan-sluiten.11.1 Aansluitgedeelte WAARSCHUWING elektrische schok Schakel het toestel voor aanvang van de werkzaam-heden spanningsvrij in de schakelkast.
InfoDe aansluitklemmen zitten op het aansluitpaneel van het toestel. Houd rekening met het hoofdstuk "Voorbereidingen/Voorbe-reiden van de elektrische installatie". Voor de aansluitingen dient u elektriciteitskabels te gebrui-ken conform de voorschriften.Toegang tot het aansluitgedeelteD0000035356D0000035358 Schuif de afdekking omhoog.D0000090349121 Aansluitgedeelte2 Trekontlasting Leid alle elektriciteitskabels door de trekontlastingen.Als er weinig ruimte is achter het toestel kunt u het aansluitpaneel uitklappen.D0000090351 Maak de schroef op het aansluitpaneel los.
www.stiebel-eltron.com WPL-A Premium 19D0000035382 Zwenk het aansluitpaneel opzij.D0000075146 Bevestig het aansluitpaneel met de vergrendelinrichting.Aansluiting XD02: Toestel en elektrische nood-/bijkomende verwarming (NHZ) Sluit de elektrische nood-/bijverwarming aan.Als het cv-water tijdens het ontdooien onder de 15 °C komt, wordt de nood-/bijverwarming geactiveerd.
Als u kunt garanderen dat er geen ontdooiing plaatsvindt in speciale installaties, kunt u afzien van het aansluiten van de nood-/bijverwarming.Overige functies van de nood-/bijverwarming: -ming Mono-energetisch bedrijf De elektrische nood-/bijverwarming waarborgt de ver-warmingsmodus en genereert hogere warmwatertempe-raturen, wanneer het bivalentiepunt te laag is.Noodwerking Indien de warmtepomp bij een storing uitvalt, wordt het verwarmingsvermogen overgenomen door de elektri-sche nood-/bijverwarming.Opwarmprogramma (alleen bij vloerver-warmingen) Bij retourtemperaturen van
Sluit de volgende componenten in overeenstemming met de planningsdocumenten aan op de warmtepompmanager: - Circulatiepomp voor de warmteafgiftezijde - Buitentemperatuurvoeler - Retoursensor (alleen in combinatie met buffervat)11. 2 VerwarmingslintAan de condensbak en de condensslang kan een verwarmin gslint (zie hoofdstuk "Installatie / Toestelbeschrijving / Toebehoren / Overige accessoires") worden gemonteerd. Installeer een verwarmingslint bij de montage op de wand- of standconsole. Bij de montage op de fundering of de montagebeugel adviseren wij de installatie van een verwarmingslint als de condensslang niet vorstvrij wordt gelegd of wordt blootgesteld aan de weers-omstandigheden. D0000033168 Steek het verwarmingslint in de condensaatafvoer.
instAllAtie Ingebruiknamewww. stiebel-eltron. com WPL-A Premium 21D0000082259 Laat de elektrische kabel van het verwarmingslint van onder-af naar het aansluitpaneel lopen. Sluit het verwarmingslint elektrisch aan. Sluit het aansluitpaneel. 12. IngebruiknameVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. Hiermee worden alle vereiste instellingen voor en tijdens de werking uitgevoerd. Alle instellingen in de ingebruiknamehandleiding van de warmte-pompmanager, de ingebruikname van het toestel en de opleiding van de gebruiker moeten uitgevoerd worden door een installateur. De ingebruikname moet overeenkomstig deze bedienings- en installatiehandleiding en de handleidingen van de warmtepomp-manager plaatsvinden. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling). Neem de meegeleverde checklist voor ingebruikname in acht.
4 Netaansluiting - Heeft u de netaansluiting vakkundig uitgevoerd. 12. 2 Gebruik met een externe tweede warmteopwekkerHet toestel is in de fabriek op compressorwerking met elektrische nood-/bijverwarming ingesteld. Als het toestel bivalent met een externe tweede warmtegenerator gebruikt, moet u de schuifscha-kelaar op "Compressorwerking met een externe tweede warmte-generator" instellen (zie hoofdstuk "Storingen verhelpen/Controle van de schuifregelaar op de IWS").
Ingebruikname22 WPL-A Premium www. stiebel-eltron. com12. 3 Debiet aflezen InfoHet minimale debiet en de ontdooi-energie moeten altijd gewaarborgd worden (zie hoofdstuk "Technische gege-vens/ Gevenstabel"). Bij zeer geringe verwarmingscircuittemperaturen kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat de elektrische nood-/bijverwarming tijdens het ontdooien wordt geac-tiveerd om de benodigde ontdooi-energie te leveren. Het toestel is zo ontworpen dat in combinatie met overeenkomstig afgemeten vlakke verwarmingssystemen geen buffervat noodza-kelijk is. Voor een installatie met meerdere verwarmingscircuits is het ge-bruik van een buffervat vereist. Het instellen gebeurt in de warmtepompwerking.
Daarvoor moe-ten eerst de volgende instellingen uitgevoerd worden: Schakel de zekering van de elektrische nood-/bijverwarming tijdelijk uit om de nood-/bijverwarming spanningsvrij te schakelen. Als alternatief kunt u ook de tweede warmtegene-rator uitschakelen. Verzeker u ervan, dat er een hydraulische afstemming werd uitgevoerd. Controleer de aangesloten pompen volgens het hydraulische schakelschema. 12. 3. 1 Functietest zonder buffervat InfoWanneer het toestel alleen met de warmtepompmana-ger WPM wordt bedreven en als verwarmingscircuitpomp een externe, niet door WPM aangestuurde pomp wordt gebruikt, moet u de verwarmingscircuitpomp met de hand instellen. Bij installaties zonder buffervat moeten één of meer verwarmings-circuits in de verwarmingsinstallatie open blijven.
Het of de ge- opende verwarmingscircuit(s) moet(en) in de referentieruimte (ruimte waar het externe bedieningspaneel geïnstalleerd is, bijv. de woonkamer of badkamer) geïnstalleerd zijn. De kamerregeling van de referentieruimte kan dan met het externe bedieningspaneel of indirect door aanpassing van de verwarmingscurve of activering van de kamerinvloed worden uitgevoerd. Gebruik het toestel in de verwarmingswerking.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL-A 05 HK 230 Premium stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Stiebel Eltron
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp