Sommer Aperto 868 Handleiding
Pagina's 58 Garagepoortopener
Bekijk de handleiding van Sommer Aperto 868 gratis online of download de PDF. 73 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Sommer |
| Categorie: | Garagepoortopener |
| Model: | Aperto 868 |
Handleiding Sommer Aperto 868 – volledige tekst
23ToepassingLet op, vernietiging van de aandrijving. Alleen poorten die in evenwicht zijn gebracht (veren gespan-nen), met de aandrijving openen of sluiten. Anders wordt demotor (het drijfwerk) beschadigd of vernietigd. Let op, levensgevaar. Alle kabels of lussen die nodig zijn voor een handbedieningvan de poort, demonteren. • De aandrijving is uitsluitend bestemd voor het openen en sluiten vangaragepoorten. Een ander gebruik is niet in overeenstemming met debestemming ervan. Voor schade die ontstaat door een ander gebruik isde producent niet aansprakelijk. Het risico draagt alleen de gebruiker. De garantie vervalt daardoor. • Poorten die met een aandrijving worden geautomatiseerd, dienen aande momenteel geldende normen en richtlijnen te voldoen: b. v. EN12604, EN 12605.
• De aandrijving mag alleen in technisch goede toestand alsmede vol-gens de bestemming, met besef van veiligheid en risico’s met inachtne-ming van de montage- en gebruiksaanwijzing worden gebruikt. • Storingen die de veiligheid kunnen belemmeren, dienen onmiddellijk teworden verholpen. • De poort moet stabiel en buigstijf zijn, d. w. z. deze mag bij het openen ofsluiten niet doorbuigen of scheef trekken. • De aandrijving kan geen defecten of een verkeerde montage van depoort compenseren. • Aandrijving alleen gebruiken in een droge ruimte en niet op plaatsenwaar ontploffingsgevaar bestaat. • Aandrijving niet gebruiken in ruimten met agressieve atmosfeer (b. v. zouthoudende lucht). • Garagepoortaandrijving is alleen toegelaten voor gebruik onder toezichtin het particuliere bereik. VeiligheidsinstructiesAlgemene veiligheidsinstructiesLET OP.
Teneinde ernstig letsel te voorkomen dienen alle in-structies zorgvuldig te worden gelezen en nageleefd. • Deze montage- en gebruiksaanwijzing moet worden gelezen, begrepenen in acht worden genomen door de persoon die de aandrijving mon-teert, gebruikt of onderhoudt.
• De producent is niet aansprakelijk voor schade en storingen die het ge-volg zijn van veronachtzaming van de montage- en gebruiksaanwijzing. • Zorg ervoor dat deze montage- en gebruiksaanwijzing binnen handbe-reik in de garage ligt. De verantwoordelijke persoon voor de inbouw vande aandrijving moet volgens de aanwijzingen van Machinericht-lijn2006/42/EG een conformiteitsverklaring voor de deurinstallatie op-stellen en het CE-keurmerk en een typeplaatje aanbrengen. Garagepoortaandrijving• Laat de aandrijving nooit bedienen door kinderen en laat ze er nooitmee spelen. Houd de afstandsbediening altijd buiten het bereik van kin-deren. • Voorschriften ter voorkoming van ongevallen en geldige EG-normen inde verschillende landen opvolgen en naleven. • Aandrijving op correct ingestelde en in evenwicht gebrachte garage-poorten monteren, zie b. v. EN 12604, EN 12605.
Een verkeerd inge-stelde poort zou ernstige verwondingen kunnen veroorzaken of deaandrijving kunnen beschadigen. • Indien mogelijk moet u de aandrijving minimaal 2,10 m of meer bovende vloer monteren. • De aandrijving moet elke maand gecontroleerd worden. Als de poort incontact komt met een 50 mm hoog voorwerp op de grond, moet ze vanrichting veranderen. De aandrijving moet altijd opnieuw gecontroleerdworden wanneer men de openingskracht of eindposities (schakelschuif)gewijzigd heeft. De krachtsinstelling is belangrijk voor de veiligheid en dient met degrootste zorgvuldigheid te worden uitgevoerd. • Gebruik indien mogelijk de noodontgrendeling uitsluitend wanneer degaragepoort gesloten is en vermijd het gebruik ervan wanneer de poortopen is. Verzwakte of gebroken veren kunnen ertoe leiden dat de poortvalt, wat tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.
• Kinderen en gehandicapte personen uit de buurt van de poort houden. • De garage pas binnenrijden als de poort helemaal geopend is. • Aan de sluitzijden en het poortmechanisme bestaat het risico voor vast-klemmen en beknelling. Radiografische besturing• Radiografische besturing is alleen toegestaan bij apparaten en voorzie-ningen waarvan de radiografische besturing door zender en ontvangergeen gevaar vormen voor personen of zaken, of waarvan dat risicodoor andere veiligheidsvoorzieningen wordt gedekt. • Handzender niet inschakelen op radiotechnisch gevoelige plaatsen ofcomplexen (vliegveld, ziekenhuis). • De radiografische besturing mag alleen in werking worden gezet wan-neer een ongevaarlijke krachtwaarde is ingesteld. De krachtwaardemoet zo laag ingesteld zijn dat de sluitkracht verwondingsgevaar uit-sluit.
• De radiografische besturing mag alleen gebruikt worden wanneer debeweging van de poort kan worden overzien en zich geen personen ofvoorwerpen in het bewegingsveld bevinden. Aanwijzingen voor zendvergunning• De gebruiker van de zendinstallatie is niet beschermd tegen storingendoor andere telecommunicatie-installaties en eindinrichtingen (bijv. an-dere telecommunicatie-installaties, die volgens de voorschriften methetzelfde frequentiebereik werken). Indien zich aanmerkelijke storingenvoordoen, dient u zich te wenden tot het dichtstbijzijnde telecommunica-tiekantoor met meettechniek voor zendstoring (radiopeiling). • De zendinstallatie mag zonder vergunning van de desbetreffende in-stantie niet met andere telecommunicatie-installaties worden verbon-den. Voorafgaand aan montageWanden en plafonds moeten solide en stabiel zijn.
De aandrij-ving mag alleen aan een correct gemonteerde en uitgebalan-ceerde poort worden gemonteerd. In geval van een onjuistgemonteerde of uitgebalanceerde poort kunnen zich ongeluk-ken voordoen, die ernstig persoonlijk letsel tot gevolg kunnenhebben.
• De poorten op zich moeten stabiel zijn, aangezien deze aan hoge druk-en trekkrachten zullen worden blootgesteld. Lichte kunststof of alumi-nium poorten moeten indien nodig vóór de montage worden versterkt. Raadpleeg uw vakhandelaar. • Indien bij een zware poort bij deze aandrijving een verlengkit wordt in-gebouwd, moet beslist een tweede plafondophanging worden geïnstal-leerd. • Controleer de afstand tussen het hoogste punt van de poort (THP) enhet plafond. Deze afstand moet minimaal 35 mm bedragen en mag nietgroter zijn dan maximaal 65 mm. De trekarm mag hierbij onder eenhoek van max. 30° staan. Als deze afstand kleiner is, moet de aandrij-ving verder naar achteren worden geplaatst en moet tevens een ver-lengde trekstang worden gemonteerd. Raadpleeg uw vakhandelaar. • Verwijder de deurvergrendeling of zet deze buiten werking. • Controleer of de deur licht loopt.
• De poort moet wat betreft loopkracht goed zijn uitgebalanceerd. Test:Open de poort handmatig tot deze half open staat. In deze stand moetde deur blijven staan. Indien de poort omhoog of omlaag gaat, dient depoort mechanisch te worden bijgesteld. Raadpleeg uw vakhandelaar. Inbouwtips• Controleer de levering voordat u met de montage begint. Zodoende be-spaart u tijd en onnodig werk indien er onderdelen ontbreken. • Indien de aandrijving niet in het midden van de poort kan worden gezet,is het mogelijk om deze uit het midden te zetten. Hierbij dient u er ech-ter op te letten dat de poort niet wringt of vastloopt in de rails. Controle:De poort moet op de plaats waar de aandrijving wordt vastgezet, meer-dere malen handmatig worden geopend en gesloten.
24I. VOORMONTAGE OP DE GRONDAan de hand van afbeeldingen 1-4 kunt u zien welk type poort u heeft. 1) Sectionaalpoort geen accessoires nodigmet enkele looprail sectionaalpoortbeslag met gebogen arm aanbevolenmet dubbele looprail sectionaalpoortbeslag zonder gebogen arm aanbevolen2) Kantelpoort geen accessoires nodig3) Binnen de gevel draaiende bochtarm vereistpoort4) Vleugeldeur vleugeldeurbeslag vereistAOmschrijving van de onderdelen:• Alle onderdelen op de weergegeven manier op de grond leggen; hetbesturingshuis (4) ligt aan de binnenkant van de garage. Zorg dat hetjuiste gereedschap bij de hand is. • Zorg dat de ketting volledig in het kettingkanaal is gedrukt. LET OP. Zorg ervoor dat alle 3 de onderdelen van de kettingbe-scherming passend in elkaar worden geschoven. Het kettingka-naal van kunststof is geen verpakking - niet verwijderen.
B• De loopwagen (1) met ketting in een van de rails (2) schuiven, zorg ereerst voor dat de contactveren ingedrukt zijn. De resterende rails (2) totaan de aanslag op de verbindingsrail (3) schuiven. Hierdoor is een doorgaande rail ontstaan. • De rode eindschakelaar “H” (9) met de punt naar de loopwagen (1) ge-richt in de rail schuiven. • De ketting door de eindschakelaar (9) steken. C• Schroeven (11a) in de plafondhouder (11b) steken. • Monteer hoekijzer (11c) met moeren (11d) en borgringen (11e) op deplafondhouder (11b), zoals aangeven op de afbeelding. • Schuif de plafondhouder (11b) vanaf de achterzijde op de rail. • Verbind de ketting met behulp van het kettingslot (5) met de pen vanhet besturingshuis (4). Schuif het besturingshuis vanaf de achterzijdeover de rail (2) tot aan de aanslag. LET OP. De kabeldoorvoer moet aan de onderkant van het be-sturingshuis zitten.
De onderlegring (14b) en veer (14c) op spanbout (14d) zettenen spanbout (14d) in spanklem (14a) schroeven. E• De ketting aanspannen tot de spanbout tegen het merkteken (pijl) staat. F• Schroef de beide hoekijzers (15a) met de bout (15b) en de moer (15c)op de lateibevestiging (13), maar draai deze niet helemaal vast. G• Als de loopwagen (1) niet kan worden verschoven, dan ontkoppelendoor een keer aan de noodontgrendeling (16) te trekken. • Monteer het poortbeslag (12a) en de trekstang (12b) op de loopwagen(1) met de pen (12c) en de borgklem (12d) zoals aangegeven op de af-beelding. II. MONTAGE AAN HET PLAFOND VAN DE GARAGE• Draai de aandrijving zo dat de opening van de rail omlaag wijst. Openhet slot van de poort en verwijder alle poortvergrendelingen en snoeren,zodat de poort vrij kan worden bewogen. • Controleer of de poort soepel open en dicht gaat.
De poort moet soepellopen en dient in elke stand te blijven staan, onafhankelijk van de standwaarin de poort wordt gestopt. Indien nodig moet de poort voor de mon-tage van de aandrijving opnieuw afgesteld worden. H• Het midden van de poort aan de bovenkant opmeten en boven de poortop de latei aantekenen. • De poort langzaam openen en daarbij de kleinste afstand van de bo-venkant van de poort (inclusief rubberstrip, indien aanwezig) tot het pla-fond bepalen. Deze maat (het hoogste punt van de poort - THP) dientminimaal 40 mm te bedragen. De afstand tussen het hoogste punt vande poort (THP) en de onderkant van de C-rail dient minimaal 5 mm tebedragen en mag maximaal 65 mm zijn. OPMERKING. De trekstang mag daarbij in een hoek van max. 30°staan. • Sluit de poort weer.
Controleer of de latei resp. het plafond dik genoeg zijn. Besturingshuis (4) beschermen tegen beschadigingen. • Plaats eventueel de bevestigingspluggen (15d) in de gaten, til de aan-drijving vooraan omhoog en zet de hoekijzers (15a) vast met de hout-schroeven (15f) en de onderlegringen (15e). J• Aandrijving achteraan omhoog tillen en op een ladder leggen. • Duw de loopwagen achterwaarts. De afstand tussen het besturingshuis(4) en de plafondhouder (11c) kan afhankelijk van het plafond van 0-600 mm worden versteld. Plafondhouder (11c) verticaal zo uitlijnendat deze tijdens het lopen de C-rail (2) niet raakt. Tegelijkertijd de aan-drijving t. o. v. het midden van de poort uitlijnen. Gaten aftekenen enboren (beton: ø 10 mm, in hout: ø 5 mm). Plaats de pluggen (11f) in de gaten en schroef het stalen hoekijzer (11c) vast met de bout (11h) ende onderlegringen (11g). LET OP.
Let op de plafonddikte. • Eventueel kunnen uitstekende stukken hoekijzer (11c) met een ijzer-zaag worden ingekort. K• Sluit de poort. Draai de bout (15b) en de moer (15c) stevig vast. Schuifde loopwagen (1) naar voren in de richting van de latei. Hou het poort-beslag (12a) tegen de poort en centreer op de middellijn. Afhankelijkvan het type poort kan de hoek op het poortbeslag anders worden ge-monteerd. Gaten voorboren (ø 5 mm). Zet het poortbeslag (12a) vastmet de vier bouten (12e). Indien nodig moeten andere dan de meegele-verde bouten worden gebruikt. L• De gebruiker mag bij het bedienen van de drukschakelaar niet in hetbewegingsbereik van de poort staan. De gebruiker moet direct zicht opde poort hebben. Monteer de drukschakelaar niet in het bewegingsbe-reik van de poort. Monteer de binnenschakelaar (8) op een geschikteplaats, minstens 1,6 m vanaf de vloer.
M• Monteer het stopcontact. • Bevestig het stopcontact op een afstand van maximaal 0,5 m vanaf hetbesturingshuis aan het plafond. OPMERKING. Leef de geldende elektrotechnische voorschriftengoed na. 1 Loopwagen met ketting en ket-tingkanaal2 C-rail, 3 stuks3 Verbindingsrail, 2 stuks4 Besturingshuis met verlichting5 Kettingslot, 3 delen6 Netkabel7 2-aderige aansluitkabel8 Binnenschakelaar9 Achterste eindschakelaar “H”10 Voorste eindschakelaar “V”11 Plafondhouder12 Trekstang, poortbeslag, pen-nen, borgklem, bouten13 Lateibevestiging14 Spanbout, veer, ring, spanklem15 Stalen hoekijzer, bouten, plug-gen, onderlegringen, moeren16 Noodontgrendeling17 Lichtkap18 Handzender.
25N• De eindschakelaar, “V” (10) geheel tegen de loopwagen (1) schuiven totu de schakelaar zacht hoort klikken, en de klemschroef vastdraaien. Depoort geheel openen. • De eindschakelaar “H” (9) geheel tegen de loopwagen (1) schuiven totu de schakelaar zacht hoort klikken, en de klemschroef vastdraaien. Door aan de noodontgrendeling (16) te trekken de loopwagen inkoppe-len. III. INBEDRIJFSTELLINGO• Steek de stekker van de netkabel (6) in het stopcontact. De lamp moetgaan knipperen. (Wanneer de lamp niet knippert, volg de richtlijnenonder “het wissen van de krachtinstelling. ”) Voor het opslaan van dekrachtinstelling in het geheugen moet de aandrijving twee keer een vol-ledige heen- en weergaande beweging maken om de benodigde krachtin beide richtingen te leren. De aandrijving kan zowel met de drukscha-kelaar (8), als met de handzender (19) gestart worden.
Tijdens het“aanleren” van de kracht zal de ingebouwde lamp knipperen. Pas wan-neer voor beide richtingen de benodigde kracht werd geleerd, blijft delamp permanent branden. • Controleer de eindposities door de poort te openen en sluiten. Stel indiennodig de eindschakelaars (9/10) bij tot de poort volledig opent en sluit. Q• Controleer of det aandrijving bij de open- en sluitbeweging kan wordentegengehouden door een lichte druk met de hand tegen de poort, opeen hoogte van ten minste 1 m boven de vloer. Bij benedenwaartse be-weging dient de aandrijving hierbij van richting te veranderen en depoort ca 100 mm in tegenovergestelde richting te bewegen. LET OP. Bij garages zonder tweede ingang moet een Bowden-kabel/ontgrendelingsset gemonteerd worden voor noodont-grendeling (van buitenaf) bij stroomuitval. Als zich eenloopdeur in de poort bevindt, moet een loopdeurbeveiligingworden geïnstalleerd.
BEDIENINGPHet wissen van de krachtinstelling• Nadat de aandrijving is gemonteerd en de stekker in het stopcontact is ge-stoken, gaat de ingebouwde lamp knipperen om aan te geven dat de aan-drijving nog geen krachtinstelling in het geheugen heeft. Als de lamp nietknippert, omdat de aandrijving b. v. al een proef heeft gedaan zonder datde garagepoort is gemonteerd, moet eerst het geheugen gewist worden. • Verwijder de lichtkap (17) met behulp van een schroevendraaier. Druk ge-durende 5 seconden licht op de knop (20) (opdruk “T 1”). Zodra de kracht-waarden zijn gewist, gaat het lampje uit. Om de nieuwe krachtwaardenaan te leren, dienen nu de onder punt (O) beschreven aanwijzingen teworden gevolgd. Vergeet niet om de lichtkap (17) weer te monteren. PGloeilampen in de besturing vervangen• Trek de netkabel (6) eruit en maak de lichtkap (17) los met een schroe-vendraaier.
Schroef de gloeilamp (21) naar links los en verwijder deze. • Schroef de nieuwe gloeilamp (21) (32,5 V, 34 W, BA 15s) naar rechts vast. • Oude gloeilampen op milieuvriendelijke wijze afvoeren. RHandzender aanlerenOPMERKING. Het tweede radiokanaal is alleen nodig om de poort ge-deeltelijk te openen of voor 2-kanaalsbedrijf. Procedure:• Druk de inleertoets (22) op de aandrijving/ontvanger in - voor radiokanaal 1, zoveel keer drukken tot de LED (21) gaat bran-den, daarna de toets loslaten- voor radiokanaal 2, zoveel keer drukken tot de LED (23) gaat bran-den, daarna de toets loslaten. Indien binnen een periode van 10 seconden geen radiografisch com-mando wordt verstuurd, schakelt de ontvanger weer over op normaalbedrijf. • Druk binnen het ontvangstbereik de gewenste knop van de handzenderin. De handzender zal het radiografische commando naar de aandrij-ving/ontvanger versturen.
- al naar gelang het radiokanaal dat werd gekozen, zal LED (21) ofLED (23) uit gaan. • Alle handzenders voor deze aandrijving/ontvanger moeten op boven-staande wijze worden geprogrammeerd.
De ontvanger kan maximaal112 radiografische commando’s opslaan. Elk radiokanaal gebruikt ééngeheugenplaats. Voorbeeld:- Indien van meerdere handzenders slechts één druktoets wordt ge-programmeerd, kunnen maximaal 112 handzenders worden gepro-grammeerd. - Indien echter twee knoppen van de handzender worden geprogram-meerd, is er in het geheugen maar plaats voor 56 handzenders. • De leermodus kan worden afgebroken door de inleertoets (22) zo vaakin te drukken tot er geen LED meer brandt. RAlle handzenders uit het geheugen van de ontvanger wissenIndien één van de handzenders zoek raakt, moeten uit veiligheidsoverwe-gingen alle handzenders uit het geheugen worden gewist en opnieuw wor-den geprogrammeerd. Procedure:• Druk de inleertoets (22) in en houd deze ingedrukt. • LED (21 of 23) brandt eerst 5 seconden, knippert daarna 10 secondenen blijft daarna branden.
• Na nog eens 10 seconden (alles bij elkaar dus 25 seconden) gaanbeide LED’s branden – alle radiokanalen zijn verwijderd. • Laat de inleertoets (22) los, beide LED’s gaan nu uit – het wissen isbeëindigd. REen radiokanaal uit het geheugen van de ontvanger wissenVoor radiokanaal 1• Druk de inleertoets (22) in en houd deze ingedrukt. • LED (21) brandt 5 seconden en knippert daarna 10 seconden. • Zodra LED (21) opnieuw brandt, de inleertoets (22) loslaten – de LEDgaat uit – het wissen is beëindigd. Voor radiokanaal 2• Druk de inleertoets (22) in en houd deze ingedrukt. • LED (23) brandt 5 seconden en knippert daarna 10 seconden. • Zodra LED (23) opnieuw brandt, de inleertoets (22) loslaten – de LEDgaat uit – het wissen is beëindigd.
REen handzender wissen uit het geheugen van de ontvangerIndien een gebruiker verhuist en de handzender wil meenemen, moetenalle radiografische commando’s van deze handzender uit het geheugenvan de ontvanger worden gewist. LET OP. Uit veiligheidsoverwegingen moet iedere knop en toet-sencombinatie van de handzender worden gewist.
Procedure:• Druk gedurende 5 seconden op de inleertoets (22) van deaandrijving/ontvanger tot één van de LED’s (21 of 23) gaat knipperen(het maakt niet uit welke). Druk op de knop of toetsencombinatie van dehandzender waarvan het radiografische commando uit het geheugenvan de aandrijving/ontvanger moet worden gewist. De LED gaat uit - het wissen is beëindigd. Deze procedure moet worden herhaald voor alle knoppen en toetsencom-binaties die moeten worden gewist. RBatterijtje van handzender vervangenMaak de handzender aan de kant van de sleutelring met een muntstukopen. Klap het batterijdekseltje naar beneden. Verwijder het batterijtje enzet er een nieuw batterijtje in (type CR 2032). Controleer of de polen vande batterij goed liggen. Druk het dekseltje vast en controleer de werkingvan de handzender met de zend-LED. TDeze besturing biedt u extra functies, zoals bijv.
deelopening van de poort,2-kanaalsbedrijf, een poortstandindicatie en een interface voor TorMinal(32). Klemmenstrook (24)• toegestane kabeldoorsnede: max. 1,5 mm²Fabrieksinstelling klemmenstrook:1 + 2 trafo secundair (rood)3 C-rail (groen)4 ketting (rood)5 + 6 aansluiting drukknop, er kunnen meerdere knoppen parallelworden aangesloten. Aansluitmogelijkheden• Extra aansluitmogelijkheden op de stekkeraansluiting (26) van de be-sturingseenheid. Toegestane kabeldoorsnede: max. 0,75 mm²LET OP. Klemmen 7 en 8 moeten verbonden worden wanneer ergeen veiligheidstoebehoren geïnstalleerd zijn. Wanneer een vei-ligheidssysteem wordt geïnstalleerd, moet de verbinding tus-sen klemmen 7 en 8 verwijderd worden.
26Zekeringen• Zekering (28): afzekering van de DC 24 V uitgang (klem 11 + 12) meteen 1 A zekering, flink. Extra instelmogelijkheden via schakelaar (30) 1-8Reactie van de aandrijving bij obstakels• Wanneer de garagepoort bij het sluiten een obstakel raakt, gaat de aan-drijving ca 100 mm (de instelling van de DIP-schakelaar 3 (30) moet inacht worden genomen) omhoog om vervolgens in die positie te blijvenstaan. Uit veiligheidsoverwegingen gaat de garagepoort bij het opnieuwopstarten alleen verder in de richting “open”. Pas wanneer de poort volle-dig open staat, is een normale werking van de aandrijving weer mogelijk. Gedeeltelijk openen (DIP 8)Deze functie zal de poort afhankelijk van de instelling gedeeltelijk of hele-maal openen. Toepassingsvoorbeeld: ventilatie, zijdeur van sectionaal-poort openen.
Het gedeeltelijk openen van de poort is zowel via twee knoppen als via dehandzender mogelijk. Bij zuiver bedrijf met de handzender staat de veilig-heidsaansluiting (26) klem 7+8 ook ter beschikking. Door op knop 2 te drukken, gaat de poort vanuit gesloten stand gedeelte-lijk open. Indien de poort reeds helemaal of gedeeltelijk open staat, wordtde poort gesloten als nogmaals op knop 2 wordt gedrukt. Met knop 1wordt de deur helemaal geopend, ook als de deur vooraf via knop 2 ge-deeltelijk werd geopend. Instellingen1 Poort sluiten2 Programmeren van radiokanaal 2- Programmeer knop 2 van de handzender op radiokanaal 2 van deontvanger (zie onder R)3 Zet schakelaar 2 in positie “ON”: Pas de werking van de veiligheidsaan-sluiting aan. - alleen wanneer 2 knoppen zijn aangesloten, in het andere geval kande veiligheidsaansluiting (aansluiting 1 + 2) bijv. voor een fotocel worden benut.
- De poort gaat open tot knop 2 van de handzender of drukknop 2 voorde tweede keer wordt ingedrukt, of tot de poort de eindstand “POORTOPEN” heeft bereikt. • Druk op knop 2 van de handzender of druk op drukknop 2 tot de ge-wenste positie is bereikt. • Sluit hierna de poort met knop 2 van de handzender of met drukknop 2. Nu is de gewenste gedeeltelijke opening in het geheugen opgeslagen enkan knop 2 van de handzender of drukknop 2 direct worden geactiveerd. Om de functie gedeeltelijk open uit te schakelen kan de DIP-schakelaar 8in de stand “OFF” worden gezet. 2-kanaalsbedrijf (gedefinieerd openen en sluiten) (DIP 7)Knop/radiokanaal 1 opent en knop/radiokanaal 2 sluit de poort. De hand-zender en de drukknoppen kunnen ook worden gebruikt voor bedrijf met 2kanalen. Indien het 2-kanaalsbedrijf alleen via de handzender wordt gere-geld, staat de veiligheidsaansluiting nog steeds ter beschikking.
Instellingen1 Schakelaar 2 alleen in stand “ON” zetten als drukknop 2 is aange sloten. 2 Zet schakelaar 7 in de positie “ON”:3 Zet schakelaar 8 in positie “OFF”:4 Programmeer nu de tweede knop van de handzender op radiokanaal 2. Poortstatusindicatie (DIP 4)Indien er een waarschuwingslicht is aangesloten, zal dit licht aangeven ofde poort open of dicht is. Het waarschuwingslicht brandt wanneer de poortniet “DICHT” is. Instellingen1 Zet schakelaar 4 in positie “ON”:2 Sluit het waarschuwingslicht DC 24 V aan op klem 11 + 12. Extra informatie1 LED (29) toont de status van de besturingseenheid. Wanneer de LEDknippert is geen krachtwaarde geprogrammeerd. Bij normaal bedrijfdoet deze LED (29) op dezelfde manier dienst als een aangeslotenwaarschuwingslamp. 2 Draadbrug (31): indien bedrijf zonder softstart/softstop gewenst is, moetde draadbrug worden doorgeknipt.
TInterface TorMinal (32)Voor meer informatie wordt verwezen naar de TorMinal gebruiksaanwij-zing. V. ONDERHOUD EN VERZORGING• Trek vóór werkzaamheden aan de poort of de aandrijving altijd de stek-ker uit het stopcontact. • Sterk verontreinigde kettingen en kettingkanalen reinigen met eenschone doek. • Ketting één keer per jaar licht smeren met “geleidende” olie, b. v. Ballis-tol, WD 40. • Controleer of alle schroeven en bouten stevig vastgedraaid zijn. Draaideze indien nodig vaster aan. • De juiste werking van de veiligheidsvoorzieningen moet regelmatig wor-den gecontroleerd, in ieder geval minstens 1 keer per jaar. • De juiste werking van de poort moet minstens 1 keer per jaar volgensde aanwijzingen van de producent worden gecontroleerd. • Regelmatige controles:a) Stopfunctie: het deurblad tijdens het openen en sluiten tegenhouden. De poort dient reeds bij lichte weerstand te stoppen.
27Demonteren• Goed nota nemen van de veiligheidsinstructies. Stekker uit het stopcon-tact trekken.• Het demonteren gebeurt in omgekeerde volgorde van de werkbeschrij-ving in het hoofdstuk “II. MONTAGE”. De daar beschreven instelproce-dure is niet van toepassing.Garantie en service• De garantie voldoet aan de wettelijke bepalingen. Contactpersoon vooreventuele garantieclaims is de vakhandelaar. De garantieclaim geldt al-leen voor het land waar de aandrijving werd gekocht.• Batterijen, zekeringen en gloeilampen zijn uitgesloten van de garantie.• Neem contact op met uw vakhandelaar indien u service, reserveonder-delen of accessoires nodig heeft.• Wij hebben geprobeerd om de montage- en gebruiksaanwijzing zooverzichtelijk mogelijk vorm te geven.
Heeft u suggesties voor een be-tere vormgeving of mist u informatie in de montage- en gebruiksaanwij-zing, laat ons dit dan weten: internet: http://www.aperto-torantriebe.deOPMERKING! Indien de netkabel van een aandrijving Aperto 868 LXbeschadigd is, moet het apparaat aan de producent worden geretour-neerd (de netkabel kan niet vervangen worden).
När du star-tat igen, kontrollera om öppnaren a) går i motsatt riktning (byt löp-vagnens kretskort) eller b) fortsätter i riktning ’’Öppna” (bytmikrobrytare). Byt säkring. Byt lampa. Rengör skenan och smörj den pånytt, se Skötsel och underhåll. Rengör skenan och smörj den pånytt. StoringzoekenOm eventuele storingen te verhelpen, dient u onderstaande aanwijzingen te raadplegen enop te volgen. Indien u er niet in slaagt, om de storing te verhelpen, dient u contact op tenemen met uw dealer. Zie voor aanvullende informatie en adviezen onze website:“http://www. aperto-torantriebe. de”. Ontvanger•Beide LED’s knipperen: na een poging om meer dan 112 geheugenplaatsen van de ont-vanger te programmeren. • LED brandt: leermodus, ontvanger wacht op het radiografische commando van eenhandzender. • LED knippert: wismodus.
Druk de gewenste knop van de handzender in om deze uit hetgeheugen van de ontvanger te wissen. Ontvangstproblemen •In geval van afnemende reikwijdte: controleer eerst de batterij van de handzender. • Controleer of het radiosignaal bij de ontvanger aankomt: zolang de knop van de hand-zender wordt ingedrukt, dient de LED van het overeenkomstige radiokanaal (21) of (23)te branden, één en ander afhankelijk van het kanaal waaronder de handzender werd op-geslagen. • De handzender opnieuw op de ontvanger afstemmen. StoringAandrijving werkt niet, evenals de verlichtingAandrijving werkt niet methandzender (werkt wel metbinnenschakelaar)Poort stopt tijdens sluiten en loopt ca. 10 cm terug integenovergestelde richting en stopt weerPoort stopt tijdens openenDe poortaandrijving werkt al-leen zolang de externe scha-kelaars (bijv.
defecte fotocel)Microschakelaar “POORTDICHT” of printplaat loopwa-gen defectZekering defectWaarschuwingslampje defectKettingrail verontreinigdKettingrail met verkeerde oliegesmeerdMaatregelControleren met een andere stroom-verbruiker, bijv. een boormachineMonteer een nieuwe zekeringTrafo vervangenVervang de batterijHandzender vervangen, raadpleeguw vakhandelaarHandzender programmeren, zie onder hoofdstuk RBesturing vervangenHandzender vervangenVerwijder het obstakel, poort hele-maal openen door op schakelaarvoor poort “OPEN” te drukken. Krachtwaarden wissen en opnieuwprogrammeren.
Eindschakelaar afstellen, zie onderhoofdstuk NVerwijder het obstakel, poort hele-maal sluiten door op schakelaar voorpoort “DICHT” te drukken. Krachtwaarden wissen en opnieuwprogrammeren. Eindschakelaar afstellen, zie onderhoofdstuk NObstakels verwijderen. Daarna depoort tot een eindstand laten bewe-gen. De aandrijving zal daarna weernormaal functioneren. Gloeilampje vervangen, zie onderhoofdstuk PFotocel reparerenBij het eerste commando nadat destroomvoorziening is hersteld, opentde aandrijving de poort altijd hele-maalFotocel reparerenObstakel uit fotocel ver wijderenAansluiting niet goed vastgezetDraadbrug op klemmenstrook con-troleren, zie onder punt S resp. TAandrijving “noodontgrendelen” ennaar het midden terugschuiven envergrendelen. Vervolgens opnieuwstarten in de richting “openen” envóór het bereiken van de eindstandstoppen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Sommer Aperto 868 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Garagepoortopener Sommer
Alle Sommer Garagepoortopener handleidingen