Revell Pulse 23887 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Revell Pulse 23887 (34 pagina’s), behorend tot de categorie Drone. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Revell Pulse 23887 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Revell |
| Categorie: | Drone |
| Model: | Pulse 23887 |
Handleiding Revell Pulse 23887 – volledige tekst
23887NederlandsBELANGRIJKE KENMERKENook als er storingen optreden of de auto defect raakt. • Het product mag uitsluitend worden gerepareerd of gewijzigd met toegelaten, originele onderdelen. Het model kan anders beschadigd raken of een gevaar vormen. • Bedien het model, om risico’s te voorkomen, altijd in een positie waarvanuit u eventueel snel kunt uitwijken. Veiligheidsaanwijzingen voor vliegende modellen:• U neemt met uw vliegmachine deel aan het luchtverkeer. U bent als piloot verantwoordelijk voor uw model, u bent aansprakelijk voor uw model en voor door het gebruik ontstane schade. • Wanneer u uw vliegmachine commercieel wilt gebruiken, hebt u een opstijgvergunning nodig. • Zorg dat u voor de eerste inbedrijfs-telling vertrouwd bent met de functies van het model. • Controleer de correcte werking van het product voor elke vlucht. • Volg de aanwijzingen van de fabrikant altijd op.
• Let altijd op wind, weersomstandig-heden en eventuele hindernissen. • U moet bemande vliegtuigen altijd meteen uitwijken en onmiddellijk landen. • Houd rekening met de privésfeer van anderen: maak geen opnemen van personen zonder hun toestemming en neem de richtlijnen van de privacybescherming in acht. Opnamen zijn altijd slechts voor privégebruik en mogen niet worden verkocht. Veiligheidsaanwijzingen:• Lees de handleiding voor de eerste inbedrijfstelling volledig door en zorg dat u deze begrijpt. • Dit model is geschikt voor volwassenen en jongeren vanaf 14 jaar. Ouderlijk toezicht is vereist wanneer jongeren met de helikopter vliegen. • Dit model is geschikt bij droog weer en windstilte in de open lucht. • Houd de handen, het gezicht en losse kleding uit de buurt van het model wanneer ermee wordt gevlogen. • Schakel de zender en het model uit wanneer deze niet worden gebruikt.
• Verwijder de batterijen uit de zender wanneer deze niet wordt gebruikt. • Houd het model steeds in het oog, zodat u er niet de controle over verliest.
Als het model onoplettend en zorge-loos wordt gebruikt, kan aanmerkelijke schade het gevolg zijn. • Bewaar deze handleiding goed. • Het model mag uitsluitend volgens de aanwijzingen in deze handleiding worden gebruikt. • Rijd niet met het model in de buurt van personen, dieren, open water en elektriciteitsleidingen. • Dit model is niet geschikt voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Wij adviseren personen zonder ervaring met modelvoertuigen om het model onder leiding van een ervaren piloot te leren gebruiken. • Gebruik een model nooit wanneer u onder invloed bent van drugs of alcohol. • In zijn algemeenheid moet ervoor worden gezorgd, dat niemand gewond kan raken door de modelauto, • Gebruik geen batterijen van verschil-lende typen of nieuwe en gebruikte batterijen door elkaar. • Gebruik uitsluitend de aanbevolen batterijen of batterijen van een gelijkwaardig type.
• Plaats batterijen altijd met de polen (+ en -) in de juiste richting. • Verwijder lege batterijen uit de zender. • De aansluitklemmen mogen niet worden kortgesloten. • Verwijder de batterijen uit de zender en het model wanneer deze langere tijd niet worden gebruikt. Veiligheidsaanwijzingen bij de lader:• Niet-oplaadbare batterijen mogen niet worden opgeladen. • Deze lader is niet geschikt voor kinderen en voor personen met lichamelijke of geestelijke beper-kingen of met ontoereikende kennis over en ervaring met laders, behalve onder toezicht van of na vakkundige instructie door een persoon die bevoegd is om de ouderlijke macht uit te oefenen. • Op kinderen moet toezicht worden gehouden – de lader is geen speelgoed.
• Transformatoren, adapters en laders die met het model worden gebruikt, moeten regelmatig worden gecontro-leerd op schade aan kabels, stekkers, behuizingen en andere onderdelen. Eventuele beschadigingen moeten eerst worden gerepareerd voordat de apparaten verder gebruikt mogen worden. Het model is uitgerust met een LiPo-accu.
Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht:• Werp LiPo-accu’s nooit in het vuur en bewaar ze niet op hete plekken. • Gebruik uitsluitend de meegeleverde lader om de accu op te laden. Bij gebruik van een andere lader kan de accu onherstelbaar beschadigd raken; dit kan ook leiden tot schade aan naburige onderdelen en tot persoonlijk letsel. • Gebruik nooit een lader voor NiCd-/NiMH-accu’s. • Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving. • Vlieg niet over vreemde privéterreinen, samenscholingen van mensen, militaire objecten, ziekenhuizen, energie-centrales, gevangenissen en dergelijke. • Vlieg niet in de buurt van vliegvelden (.
NederlandsNederlands5 HET MODEL OPLADENLet op: vóór het opladen en na elke vlucht moeten de accu en de motoren steeds 15 tot 30 minuten afkoelen, anders kunnen deze onderdelen beschadigd raken. Bij het laden moet steeds toezicht worden gehouden. Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving. • Koppel de accu van het model los en schakel de zender uit. • Trek de accu uit het accucompartiment (niet aan het snoer vasthouden. ). • Steek de witte stekker van de accu in de aansluiting van de lader, let daarbij op de juiste poolrichting. De accu moet gemakkelijk in de laadaansluiting kunnen worden gestoken – FORCEER HEM NIET. Als de accu niet op de juiste wijze in de laadaanslui-ting wordt gestoken, kan de accu beschadigd raken en kan in sommige gevallen risico op lichamelijk letsel ontstaan. De lader knippert.
• Het laden begint automatisch en moet steeds in de gaten worden gehouden. Tijdens het laden knippert de led op de lader langzaam. (Als de led op de lader snel knippert, is er sprake van een storing. Onderbreek het laden dan onmiddellijk. ) Wanneer het laden is voltooid, gaat de led op de lader continu branden. • Koppel na het laden de accu los van de lader en trek de lader uit de USB-poort. Na een laadtijd van 80 minuten kan de quadrocopter ca. 10–12 minuten vliegen. Waarschuwing: De accu wordt gewoonlijk niet warm tijdens het laden. Als de accu heet wordt en/of er veranderingen aan het oppervlak te zien zijn, moet het laden onmiddellijk worden afgebroken. 3 DISPLAY VAN DE ZENDER4 BATTERIJEN PLAATSEN (ZENDER)4B Plaats 4 AAA-batterijen van 1,5 V. Let op de juiste richting van de polen, zoals aangegeven in het batterijvak. 4A Schroef de afdekking los en verwijder deze.
1A Rotors1B Motor1C Landingspoot1D Objectief1E Aansluitkabel1F Accuvak1G MicroSD-kaartsleuf1H USB-aansluiting (alleen voor service)1 QUADROCOPTER• Laat de accu niet onbeheerd achter tijdens het laden. • Demonteer de contacten van de accu in geen geval en probeer ze niet aan te passen. Beschadig de cellen van de accu niet en maak ze niet open. Er bestaat ontploffingsgevaar. • Houd de LiPo-accu buiten bereik van kinderen. • Accu’s moeten ontladen zijn of de accucapaciteit moet uitgeput zijn voordat u ze weggooit. Dek vrijliggende polen af met plakband om kortsluiting te voorkomen. Onderhoud en verzorging:• Neem het model alleen af met een schone, vochtige doek. • Voorkom blootstelling van model, accu en batterijen aan direct zonlicht en/of directe inwerking van warmte. • Zorg ervoor dat model, zender en lader nooit met water in contact komen; hierdoor kan de elektronica-beschadigd raken.
38 392 ZENDER2A Regelaar voor liftkracht en draaiing2B Trimregeling voor draaiing2C ON/OFF-schakelaar2D Trimregeling voor voor-/achteruit2E Trimregeling voor zijwaarts2F Regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts2G Display2H Borgschroef van de batterijvakafdekking2I Batterijvakafdekking2J Knop voor Return to Home-functie2K Foto-/videoknop2L Borgschroef van het batterijvak2M BatterijvakA A AA A AA A AA A A3A Satellietindicatie3B Aantal satellieten3C Batterijniveau zender3D Videosymbool3E Fotosymbool3F Accutoestand model3G “Kijkrichting” van het model in graden (N=0°, O=90°, S=180°, W=270°)3H Symbool “Set Compass”3I Symbool “Expert”3J Indicatie “Mode 1/2”3K Vlieghoogte van het model (ten op-zichte van het startpunt)3L Symbool “Hoogte”3M Afstand van het model (ten opzichte van het startpunt)3N Symbool “Afstand”.
Beweeg beide regelaars driemaal helemaal in een cirkel en druk daarna één van de trimregelaars gedurende ca. 2 seconden in tot de zender eenmaal piept. 10 TRIMMEN VAN DE BESTURINGVoor een goed vlieggedrag van het model moet de besturing juist zijn getrimd. Het afstellen van de trim is eenvoudig, maar er is wel wat geduld en gevoel voor vereist. Neem de volgende aanwijzingen in acht: Beweeg de liftkrachtregelaar voorzichtig naar boven en laat het model opstijgen tot een hoogte van 0,5 à 1 meter. 10A Als het model vanzelf snel of langzaam naar links of rechts beweegt. drukt u de trimregelaar voor zijwaarts vliegen (2E) een aantal maal in de tegenovergestelde richting. 10B Als het model vanzelf snel of langzaam om zijn as draait. drukt u de trimregelaar voor draaiing (2B) in de tegenovergestelde richting. 10C Als het model vanzelf snel of langzaam naar voren of naar achteren be-weegt.
10D Instellen van de besturing: Door de regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen (2A) in te drukken kan de gevoeligheid van de besturing worden inge-steld op één van twee niveaus (Normaal en Expert). Let op. Schakel pas over naar een moeilijker niveau wanneer u het vliegen in het voorgaande niveau goed beheerst. 8 HET MODEL MET DE ZENDER KOPPELENHet model is in de fabriek al gekoppeld aan de zender. Ga als volgt te werk als de verbinding moet worden hersteld:• Koppel de accu los van het model en schakel de zender uit. • Houd de foto-/videoknop ingedrukt en schakel de zender in. • Leg de zender naast het model. • Steek de accukabel in de aansluiting van het model. Wanneer het model eenmaal piept, zijn het model en de zender gekoppeld. 9 ZENDER KALIBRERENAls het model bij het vliegen afdrijft of maar moeilijk getrimd kan worden, probeer dan om de zender te kalibreren.
Mode 1: de linkerregelaar naar linksboven, de rechterregelaar naar rechtsboven en houden en de zender inschakelen. Beweeg beide regelaars drie keer in een cirkel rond en druk aansluitend één van de trimknoppen gedurende 2 seconden in. Als de zender piept is de kalibratie afgesloten. Mode 2: Houd beide regelaars naar linksboven gedrukt en schakel de zender in. Beweeg beide regelaars drie keer in een cirkel rond en druk aansluitend één van de trimknoppen gedurende 2 seconden in. Als de zender piept is de kalibratie afgesloten. 7 STARTVOORBEREIDING (MODE 2)Houd u bij het inschakelen beslist aan de volgorde. Schakel bij het uitschakelen altijd eerst het model en daarna de zender uit. Ga naar buiten: de GPS van uw model heeft satellietontvangst nodig. • Zet de ON/OFF-schakelaar van de zender (2C) op „ON“. • Schuif de accu in het accuvak (1F).
Steek de accukabel in de aansluitkabel van het model. De ledlampjes op het model beginnen te knipperen. • Op de display verschijnt na korte tijd de melding “Set Compass 1” - de gyroscopen van het model moeten worden gekalibreerd (7A).
• Draai het model om zijn hoogteas, met de klok mee, en houd het daarbij zo horizontaal mogelijk (7B); zet het model het liefst op een gladde vloer of een tafel en draai het model zonder het op te tillen tot op de display “Set Compass 2” wordt aangegeven (7C). • Houd het model horizontaal, met de camera naar beneden, en draai het tegen de klok in (7D), tot de melding “Set Compass 2” verdwijnt. Het kalibreren is nu voltooid. • Zet het model op de grond met de achterzijde in uw richting. Wacht tot het model zes of meer satellieten gevonden heeft, zie de betreffende indicatie op de display (3A). Schakel nu de motoren in door de twee regelaars op de zender naar beneden en naar buiten te drukken (7E). Laat zodra de motoren lopen de regelaars los. Het model is nu klaar om op te stijgen. Druk de regelaars opnieuw naar buiten en naar beneden om de motoren te stoppen. Let op. Eerst landen. Let op.
Zet het model beslist op een horizontaal oppervlak; de stuurelektronica bepaalt de neutrale stand aan de hand van de ondergrond. UITSCHAKELEN:haal de accukabel uit de aansluiting van het model. Zet de ON/OFF-schakelaar van de zender op „OFF“.
NederlandsNederlands11 BESTURING (MODE 2)Opmerking: Voor een rustig vlieggedrag van het model hoeven de regelaars maar minimaal te worden bewogen. De richtingsindicaties hebben betrekking op de vliegrichting terwijl het model van achteren wordt gezien. Als het model naar de piloot toe vliegt, moet in de betreffende tegenovergestelde richting worden gestuurd. 11A Beweeg de regelaar voor liftkracht/draaien voorzichtig naar voren om op te stijgen of hoger te gaan vliegen. 11B Beweeg de regelaar voor liftkracht/draaien naar achteren om te landen of lager te gaan vliegen. 11C Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen voorzichtig naar voren om vooruit te vliegen. 11D Trek de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen voorzichtig naar achteren om achteruit te vliegen.
11E Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen voorzichtig naar links om naar links te vliegen. 11F Beweeg de regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen voorzichtig naar rechts om naar rechts te vliegen. 11G Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar naar links om het model linksom te laten draaien. 11H Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar0 naar rechts om het model rechtsom te laten draaien. 42 4312 CAMERAFUNCTIEHet model heeft een camera voor het maken van foto‘s en video‘s en een sleuf voor een MicroSD-kaart. Koppel het model los van de accu voordat u een MicroSD-kaart plaatst of verwijdert. Als de MicroSD-kaart juist is geplaatst, het model correct is aangesloten en is verbonden met de zender, brandt boven de kaartsleuf (1G) een blauwe led. Foto‘s: druk kort op de foto-/videoknop om een foto te maken.
De zender piept twee-maal, naast de MicroSD-kaartsleuf brandt de led kort rood en het fotosymbool op de display (3E) knippert kort. Video‘s: druk lang op de foto-/videoknop om een video op te nemen. De zender piept eenmaal, naast de MicroSD-kaartsleuf knippert de led rood en het videosymbool op de display (3D) knippert kort.
Druk nogmaals lang op de foto-/videoknop om de opname te beëindigen. Opmerking: Tijdens de video-opname kunnen geen foto‘s worden gemaakt. Volg de aanwijzingen van uw besturingssysteem om de gegevens van de SD-kaart te down-loaden. 13 DE PROPELLERS VERVANGENLet er bij de montage op, dat u de rotoren niet verwisselt. Het model heeft 4 ver-schillende rotortypen, die herkenbaar zijn aan hun kleur en draairichting. Als de rotoren worden verwisseld kan het model niet vliegen. 13A Rangschikking van de rotoren: 13B Draai de schroef in het midden van de propeller los en haal deze van de as. 13C De as heeft een vlakke kant. De rotor heeft aan de binnenzijde een passende meenemer (zie markering, 11C). Zet de nieuwe rotor zo op de as, dat de markering samenvalt met de vlakke kant. Draai de schroef weer vast.
vooraan links grijs Bachteraan links zwart A vooraan rechts grijs A achter rechts zwart BWanneer de Headless Mode is geactiveerd, reageert het model op stuurcommando‘s alsof de achterkant van het model steeds naar de piloot wijst, onafhankelijk van de werkelijke oriëntatie van het model. Zo kunt u dus ‘normaal’ sturen zonder de richtin-gen in uw hoofd om te hoeven draaien. De Headless Mode kan worden in- en uitgeschakeld door de regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen (2F) in te drukken. Let op: Voor een correcte werking moet de Headless Mode worden ingeschakeld terwijl de achterzijde van het model precies naar de piloot wijst. HEADLESS MODEMet deze functie keert uw model automatisch terug naar zijn startpositie (de plaats waar u de motoren hebt gestart). Daarbij stijgt resp. daalt het model eerst naar een hoogte van 10 m, waarna het terugkeert naar de startpositie en landt.
Door op de knop van de functie Return-to-Home (2J) te drukken, wordt de GPS-functie Return-to-Home in- resp. uitgeschakeld. Wanneer één van de regelaars 2A of 2F wordt bewogen, wordt de Return to Home-functie beëindigd en kan het model weer normaal worden bestuurd. Let op.
NederlandsNederlands44 45AANWIJZINGEN VOOR VEILIG VLIEGENALGEMENE VLIEGTIPS:• Zet het model altijd op een vlakke ondergrond. Een schuin vlak kan het startgedrag van het model onder bepaalde omstandigheden negatief beïnvloeden. • Beweeg de regelaars altijd langzaam en met gevoel. • Houd het model altijd in het oog, kijk niet naar de zender. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer een beetje naar beneden zodra het model loskomt van de grond. Pas de stand van de liftkrachtregelaar aan om de vlieghoog-te te handhaven. • Beweeg de liftkrachtregelaar iets naar boven als het model teveel daalt. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer iets naar beneden als het model teveel stijgt. • Het is vaak al genoeg om de richtingsre-gelaar een heel klein beetje in de gewenste richting te tikken om een bocht te maken.
De eerste keren dat met het model wordt gevlogen, heeft men meestal de neiging de regelaars te heftig te bedienen. Beweeg de rege-laars altijd langzaam en voorzichtig, in geen geval snel en schokkerig. • Beginners kunnen na het afstellen van de trim het best eerst de beheersing van de liftkrachtregelaar oefenen. Het model hoeft aanvankelijk niet per se rechtuit te vliegen. Het is beter om eerst te proberen een constante hoogte van ongeveer een meter boven de grond te handhaven door de liftkrachtre-gelaar steeds kortstondig aan te raken. Oefen daarna pas met het naar links en rechts sturen van het model. ACCUTOESTAND:• Wanneer de accu leeg begint te raken, gaan de led‘s op het model knipperen. Land onmiddellijk om te voorkomen dat de quadrocopter neerstort. Het is sinds 2005 verplicht verzekerd te zijn voor modelvliegtuigen en -helikopters waarmee buiten gevlogen wordt.
Neem contact op met uw aansprakelijkheidsverze-keraar en verzeker u ervan, dat uw nieuwe en vorige modellen door deze verzekering worden gedekt. Laat een schriftelijke bevestiging opmaken en bewaar deze goed.
Als alternatief biedt de Deutsche Modellflieger Verband (DMFV, Duitse modelvliegers-vereniging) op internet onder www. dmfv. aero een gratis proeflidmaatschap inclusief verzekering aan. LET OP. www. revell-control. deSERVICEAANWIJZINGENOp www. revell-control. de vindt u bestelmogelijkheden en vervangingstips voor reserveonderdelen, alsmede andere nuttige informatie over alle modellen van Revell Control. Meer tips en trucs vindt u op www. revell-control. de. PROBLEEMOPLOSSINGProbleem: De motoren starten niet. Oplossing: Het model moet het signaal van ten minste zes satellieten ontvangen voordat de motoren worden gestart. Probleem: Het model stopt zonder zichtbare oorzaak tijdens de vlucht en verliest hoogte. Oorzaak: De accu is te zwak. Oplossing: Laad de accu op. Probleem: Het model draait alleen nog om zijn hoogteas of slaat bij het starten over de kop.
Oorzaak: Verkeerde volgorde van de propellers. Oplossing: Propellers monteren als in de handleiding is beschreven (zie punt 13). Probleem: Het model kan niet worden bestuurd met de zender. Oorzaak: Het model en de zender zijn niet gekoppeld. Oplossing: Koppel het model en de zender zoals beschreven onder punt 8.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Revell Pulse 23887 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Drone Revell
Handleiding Drone
Nieuwste handleidingen voor Drone