Renault Megane (2017) Handleiding

Renault Auto Megane (2017)

Bekijk gratis de handleiding van Renault Megane (2017) (142 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen. Heb je een vraag over Renault Megane (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/142
Renault MEGANE
Instructieboekje

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Renault
Categorie: Auto
Model: Megane (2017)

Handleiding Renault Megane (2017) – volledige tekst

een passie voor presterenELF partner van deRENAULT adviseert ELFELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op het circuit als op de weg. Dankzij deze jarenlange samenwerking beschikt u over een gamma smeermiddelen die perfect op uw Renault zijn afgestemd. De duurzame bescherming en optimale prestaties van uw motor zijn zo gegarandeerd. Om te weten welk gehomologeerd smeer-middel van ELF het beste geschikt is om de olie in de motor van uw auto te verversen of bij te vullen, kunt u advies vragen aan uw Renault-dealer of het onderhoudsboekje van uw auto raadplegen.www.lubricants.elf.comEen merk van

0.1 Vertaald uit het Frans. Gehele of gedeeltelijke nadruk of vertaling is verboden zonder schriftelijke toestemming van de autofabrikant.In dit instructieboekje worden aanwijzingen gegeven voor de bediening en het onderhoud, zodat u: – uw auto goed leert kennen waardoor u al zijn kwaliteiten, functies en zijn vele mogelijkheden ten volle kunt benutten. – de werking optimaal kunt houden door eenvoudige maar stipt op te volgen onderhoudsvoorschriften. – zonder overbodig tijdverlies zelf kleine storingen kunt verhelpen, waarvoor geen specialist nodig is.Door dit instructieboekje zorgvuldig te bestuderen, wordt u geïnformeerd over de mogelijkheden en de nieuwe technieken die erin zijn toegepast.

Als sommige punten nog onduidelijk zijn, willen de technici van onze dealers u graag alle verdere informatie geven.Om het lezen van dit boekje voor u te vergemakkelijken gebruiken wij het volgende symbool:Welkom aan boord van uw autoDit instructieboekje is tot stand gekomen aan de hand van de gegevens die op het moment van samenstelling van dit boekje bekend waren. In dit boekje staan alle mogelijke uitrustingen van dit model beschreven. De aanwezigheid ervan in de auto is af- (standaard of optioneel) hankelijk van de uitvoering, de gekozen opties en het land van aflevering.Ook kunnen er uitrustingen zijn opgenomen die pas op een later tijdstip in de auto zullen worden toegepast.Overal waar in het instructieboekje sprake is van een merkdealer, wordt daarmee een RENAULT-dealer bedoeld.Om een gevaar of een veiligheidsadvies aan te geven.Wij wensen u een goede reis in uw auto.

1. 1Hoofdstuk 1: Ken uw auto Sleutel, afstandsbediening radio: algemene informatie, gebruik, extra portiervergrendeling. 1. 2 De RENAULT-kaart: algemene informatie en gebruik. 1. 6 Portieren vergrendelen, ontgrendelen. 1. 13 Portieren openen en sluiten. 1. 16 Automatische portiervergrendeling tijdens het rijden. 1. 19 Hoofdsteun – stoelen. 1. 20 Autogordels. 1. 24 Aanvullende bevestigingsmiddelen:. 1. 28 bij de autogordels voorin. 1. 28 bij de autogordels achterin. 1. 32 Bescherming zijkant. 1. 33 Kinderveiligheid: algemene informatie. 1. 35 keuze van de bevestiging van het kinderzitje. 1. 38 Installatie van het kinderzitje, algemeen. 1. 42 Kinderzitjes: bevestiging met de autogordel of met het Isofix-systeem. 1. 44 uitschakelen, inschakelen van de passagiersairbag voorin. 1. 50 Claxon en lichtsignalen. 1. 53 Bedieningsorganen. 1. 54 Instrumentenpaneel. 1. 58 boordcomputer. 1.

1.2 1 Vergrendelen van alle portieren 2 Ontgrendelen van alle portieren3 Contactsleutel, sleutel van het bestuur-dersportier. 5 Alleen de achterklep vergrendelen/ont-grendelen.Afstandsbediening met inklapbaar inzet-stuk: 4 Vergrendelen/ontgrendelen van het in-zetstuk van de sleutel. Om het inzetstuk vrij te maken van zijn houder, drukt u op de knop 4, het komt vanzelf naar buiten.

Druk op de knop en begeleid het in-4zetstuk tot in zijn houder.SLEUTEL, FM-AFSTANDSBEDIENING: algemeen (1/2)Gebruik de sleutel alleen waarvoor deze bedoeld is (en niet bijvoorbeeld als fles-opener, enz.).AdviesStel de afstandsbediening niet bloot aan warmte, koude of vocht.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te ver-grendelen, enz..Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.412351235

1.3SLEUTEL, FM-AFSTANDSBEDIENING: algemeen (2/2)Bereik van de FM-afstandsbedieningDit wordt beïnvloed door de omgeving: let er bij het vasthouden van de afstandsbe-diening op dat de portieren niet per ongeluk worden vergrendeld of ontgrendeld.NB: als een portier (of achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgren-delen de portieren snel.RadiostoringenDe werking van de afstandsbediening kan gestoord worden in de omgeving van een zendinstallatie of bij gebruik van apparatuur die werkt op dezelfde frequentie als de af-standsbediening.Vervangen, extra sleutel of afstands-bediening nodigGa uitsluitend naar een merkdealer: – het vervangen van een sleutel moet altijd bij een merkdealer gebeu-ren, want het systeem moet daarbij worden gereset met alle sleutels; – afhankelijk van de auto kunt u maxi-maal vier afstandsbedieningen ge-bruiken.Als de afstandsbediening niet werkt:Controleer of de batterij goed en van het juiste model is en correct is geplaatst.

1.4Vergrendelen/ontgrendelen van alleen de achterklepDruk op de knop .3FM-AFSTANDSBEDIENING gebruikDe auto kan met de afstandsbediening A worden vergrendeld of ontgrendeld.Deze wordt gevoed door een batterijtje, dat u kunt vervangen (raadpleeg de para-graaf “FM-afstandsbediening: batterijtjes” in hoofdstuk 5).Portieren vergrendelenDruk op de vergrendelknop .1Het vergrendelen ziet u aan het twee keer oplichten van de knipperlichten en de zijknipperlichten.Als een portier (of de achterklep) open staat of niet goed is gesloten, worden de portieren en de achterklep vergrendeld en snel ont-grendeld en knipperen de knipperlichten en de zijknipperlichten niet.Ontgrendelen van de portierenMet een druk op knop kunnen de portieren 2ontgrendeld worden.Het ontgrendelen ziet u aan het één keer oplichten van de knipperlichten en de zij-knipperlichten.AN.B.bij draaiende motor, contact aan en in de stand “Accessoires” (raadpleeg de pa-ragraaf “Contactslot: auto met sleutel” in hoofdstuk 2), werken de knoppen van de af-standsbediening niet.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz..Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.123123

1.5FM-AFSTANDSBEDIENING: extra portiervergrendelingGebruik nooit de extra por-tiervergrendeling als er nog iemand in de auto zit.Als de auto extra portiervergrendeling heeft, kunnen hiermee de portieren worden ver-grendeld en niet met de handgrepen aan de binnenkant van de portieren worden ont-grendeld (na het inslaan van een ruit om het portier van binnenuit te openen).Druk hiervoor twee keer snel achter elkaar op de knop .1Het vergrendelen ziet u aan het keer tweetraag oplichten en drie keer snel oplichten van de knipperlichten en de zijknipperlich-ten.Bijzonderheid: de extra vergrendeling werkt niet als de knipperlichten of de markerings-lichten branden.11

1.6RENAULT CARD: algemeen (1/2)Met de RENAULT card kunt u: – de portieren, de achterklep en de tan-kdopklep vergrendelen/ontgrendelen (raadpleeg de volgende bladzijdes); – de verlichting inschakelen op afstand van de auto (raadpleeg de volgende bladzij-des); – de elektrische ruiten en, afhankelijk van de auto, het open dak automatisch op afstand sluiten (zie hiervoor de para-grafen “Elektrische ruitbediening” en “Elektrisch bediend open dak” in hoofds-tuk 3);– het starten van de motor, zie paragraaf “Starten, stilzetten van de motor” in hoofdstuk 2.ActieradiusControleer of het batterijtje nog goed en van het juiste model is en of het correct werd geplaatst.

De levensduur is ongeveer twee jaar: vervang het als de boodschap “Vervang batterij sleutelkaart” op het instrumentenpa-neel verschijnt (raadpleeg de paragraaf “RENAULT-card: batterijtje” in hoofdstuk 5).Bereik van de RENAULT cardHet bereik van de card wordt beïnvloed door de omgeving. Let op bij het vasthouden van de RENAULT card dat u niet per ongeluk op de knoppen drukt waardoor de portieren worden vergrendeld of ontgrendeld.Bij lege batterij, kunt u de auto altijd vergrendelen/ontgrendelen en star-ten. Raadpleeg de paragrafen “Vergrendelen, ontgrendelen van de por-tieren” in hoofdstuk 1 en “Starten, stop-pen van de motor” in hoofdstuk 2.1234 1 Ontgrendelen van alle portieren. 2 Vergrendelen van alle portieren. 3 Vergrendelen/ontgrendelen van de baga-geruimte. 4 Op afstand inschakelen van de ver-lichting.

1.7RENAULT CARD: algemeen (2/2)AdviesStel de kaart niet bloot aan warmte, koude of vocht.Berg de RENAULT card nooit op een plek op waar deze verbogen of per on-geluk beschadigd zou kunnen worden: dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u op de card gaat zitten als deze in uw ach-terzak zit.Vervangen of extra RENAULT cardBij verlies, of voor het bestellen van een extra RENAULT card, kunt u deze uit-sluitend bestellen bij een merkdealer.Het vervangen van een RENAULT card moet altijd bij een merkdealer gebeuren. Het systeem moet met alle RENAULT cards worden gereset.Het is mogelijk maximaal vier RENAULT cards per auto te gebruiken.Functie “verlichting op afstand”Als u op de knop 4 drukt, gaan de dimlich-ten en binnenverlichting ongeveer 20 secon-den branden.

Hiermee kan de auto op afs-tand herkend worden, bijvoorbeeld op een parkeerterrein.NB: nog een druk op knop 4 dooft de ver-lichting.4Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bij-voorbeeld de ruitbediening, of de portie-ren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.

1.8Er zijn twee manieren voor het vergrende-len/ontgrendelen van de auto: – de RENAULT-kaart in "Handsfree"-modus; – de RENAULT-kaart in afstandsbedie-ningsmodus.RENAULT-CARD: gebruik (1/4)Berg de RENAULT-card niet op op een plaats waar andere elektronische appa-raten (computer, telefoon enz.) de wer-king ervan kunnen verstoren.1Gebruik van de card in “handsfree”-modusDe “handsfree”-modus maakt de ontgrende-ling/vergrendeling mogelijk zonder de knop-pen op de card te gebruiken, RENAULT wanneer de card zich in de toegangszone 1 bevindt.Opmerking: u kunt de handsfree toegang uitschakelen via het multifunctionele scherm (raadpleeg de betreffende gebruiksaanwij-zing).Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te ver-grendelen, enz..Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.32

1.9RENAULT-CARD: gebruik (2/4)“Handsfree” vergrendelen met behulp van de knop 3Als u uw auto wilt vergrendelen en de card in de buurt moet blijven met gesloten portie-ren en bagageruimte, raakt u de knop van de handgreep 3 van het bestuurdersportier aan. De auto vergrendelt.NB: de RENAULT-card moet zich in de toegangszone 1 van de auto bevinden om het vergrendelen met de knop mogelijk te maken.Bijzonderheden met betrekking tot het vergrendelenWacht na het vergrendelen door aanraking van de knop 3 ongeveer drie seconden om de auto te ontgrendelen.

Tijdens deze 3 se-conden kunt u nagaan of de auto goed ver-grendeld is door aan de handgrepen van de deuren te trekken.Indien een portier geopend of slecht geslo-ten is: – bij vergrendelen met de knop 3 wordt de auto snel vergrendeld/ontgrendeld zonder knipperen van de alarmknipper-lichten;– wanneer de bestuurder zich vervolgens van zijn auto verwijdert, is de auto niet vergrendeld.“Handsfree” vergrendelen vanop afstandLoop met de RENAULT card bij u, als de portieren en de bagageruimte dicht zijn, weg van de auto: deze vergrendelt automatisch zodra u uit de toegangszone bent.NB: de afstand waarop de auto vergrendeld wordt, hangt af van de omgeving.U kunt zien dat de auto vergrendeld is, door-dat de alarmknipperlichten en de richting-aanwijzers eenmaal knipperen en vervol-gens gedurende ongeveer vier seconden branden; ook hoort u een geluidssignaal.4“Handsfree” ontgrendelenMet de RENAULT card in zone 1, steekt u uw hand achter portierhandgreep : de auto 2wordt ontgrendeld.Het ontgrendelen wordt aangeduid met één keer knipperen van de alarmknipperlichten en de knipperlichten.Een eerste druk op de knop ontgrendelt de 4volledige auto en ontsluit de bagageruimte.4

1.10RENAULT-CARD: gebruik (3/4)Bijzonderheden met betrekking tot het vergrendelen (vervolg)Indien de card RENAULT zich in de detec-tiezone bevindt, wordt de vergrendeling op afstand na ongeveer 15 minuten uitgescha-keld.De vergrendeling van het voertuig kan enkel gebeuren indien er zich een card in de zone bevindt .7Na het ontgrendelen met een druk op de knop op de card RENAULT en indien er geen portier wordt geopend, wordt de “handsfree”-vergrendeling op afstand uitge-schakeld.Gebruik van de card met afstandsbedieningOntgrendelen met behulp van de RENAULT cardDruk op de knop 5.

Het ontgrendelen wordt aangeduid met één keer knipperen van de alarmknipperlichten en de knipperlichten.Vergrendelen met behulp van de RENAULT cardPortier en bagageruimte gesloten, druk op de knop : de auto vergrendelt.6De knipperlichten en de alarmknipperlichten knipperen twee keer om aan te duiden dat de portieren vergrendeld zijn.NB: de maximale afstand waarop de auto vergrendeld wordt, hangt af van de omge-ving.BijzonderhedenDe auto kan niet worden vergrendeld als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, in dat geval vergrendelt/ontgrendelt de auto snel en knipperen de alarmknipperlichten niet.567Als de motor draait werken de knoppen van de card niet.3

1.11Vergrendelen/ontgrendelen van alleen de achterklepDruk op de knop om enkel de koffer te ver-8grendelen/ontgrendelen.Wanneer de card zich bij een gestarte motor en na het openen en sluiten van een deur niet langer binnen de zone 7bevindt, waarschuwt de boodschap “Kaart niet ge-detect.” u dat de card zich niet langer in de auto bevindt.

Dit helpt bijvoorbeeld voorko-men dat u wegrijdt nadat een passagier is uitgestapt met de card bij zich.De waarschuwing verdwijnt zodra de card weer gedetecteerd is.78RENAULT-CARD: gebruik (4/4)Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bij-voorbeeld de ruitbediening, of de portie-ren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.

1.12Gebruik nooit de extra por-tiervergrendeling als er nog iemand in de auto zit.Als de auto extra portiervergrendeling heeft, kunnen hiermee de portieren worden ver-grendeld en niet met de handgrepen aan de binnenkant van de portieren worden ont-grendeld (na het inslaan van een ruit om het portier van binnenuit te openen).Druk hiervoor twee keer snel achter elkaar op de knop .1Het vergrendelen ziet u aan het keer tweetraag oplichten en drie keer snel oplichten van de knipperlichten en de zijknipperlich-ten.Bijzonderheid: de extra vergrendeling werkt niet als de knipperlichten of de markerings-lichten branden.RENAULT CARD: extra portiervergrendeling1

– gebruik van apparaten die op dezelfde frequentie als de card werken (mobiele telefoon, enz.); – de auto bevindt zich in een sterk elektro-magnetisch veld.In dat geval is het mogelijk: – afhankelijk van de auto, de in de FM-afstandsbediening geïntegreerde sleutel of de in de card geïntegreerde noodsleu-tel gebruiken om het linker voorportier te ontgrendelen; – de portieren één voor één met de hand te vergrendelen; – de schakelaar voor het vergrendelen/ont-grendelen van de portieren van binnen-uit te gebruiken (raadpleeg de volgende bladzijden).A1In de card geïntegreerde sleutelMet de geïntegreerde sleutel 2 kunt u het lin-kervoorportier vergrendelen of ontgrendelen wanneer de RENAULT-card niet werkt.Toegang tot sleutel 2Schuif de behuizing achter 1 omlaag terwijl u op de zone drukt.A2

1.14VERGRENDELEN, ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (2/3)BGebruik van de in de RENAULT card geïntegreerde sleutel – Steek het uiteinde van de sleutel in de 2 uitsparing 3 onderaan het afdekkapje B van het linkerportier.– Beweeg het omhoog om het afdek-plaatje te verwijderen;B – Steek de sleutel in het slot en vergren-2del of ontgrendel het linkervoorportier.Zodra u zich in de auto bevindt, steekt u de geïntegreerde sleutel opnieuw in de uitspa-ring van de RENAULT-card.6Handmatig vergrendelen van de portierenVerdraai, met open portier, de schroef 6 (met behulp van het uiteinde van de sleutel) en sluit het portier.Nu is het portier van buitenaf vergrendeld.Het openen kan alleen van binnenuit ge-beuren of met de noodsleutel voor het linker voorportier.54Auto’s met sleutel, afstandsbedieningGebruik van de sleutelSteek de sleutel in het slot en vergrendel 5 4of ontgrendel het linkervoorportier.23

1.15VERGRENDELEN, ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN (3/3)Schakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren van binnenuitDe schakelaar 7 bedient gelijktijdig de por-tieren, de achterklep en de tankdopklep.Als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgren-delen de portieren snel.In geval van het vervoer van een voorwerp met de geopende achterklep, kunt u toch de andere portieren vergrendelen: motor uit, druk meer dan vijf secondes op de schake-laar 7 om de andere de portieren te vergren-delen.Vergrendelen van de portieren zonder RENAULT-card of zonder sleutelDit is bijvoorbeeld het geval als een batte-rijtje ontladen is, de RENAULT-card of de sleutel tijdelijk niet werkt enz.Druk met de motor uit en een portier (of achterklep) geopend meer dan vijf secon-den op de schakelaar .7Bij het sluiten van het portier worden alle portieren en kleppen vergrendeld.De auto kan van buitenaf alleen ontgrendeld worden als de RENAULT-card zich in de toegangszone van de auto bevindt, of met behulp van de sleutel.Controlelampje van de portiervergrendelingMet contact aan geeft het controlelampje in de schakelaar 7 aan of de portieren wel of niet vergrendeld zijn: – lampje brandt, de portieren zijn vergren-deld; – lampje uit, de portieren zijn ontgrendeld.Als u de portieren van buitenaf vergrendelt, blijft het controlelampje branden en dooft het daarna.Laat nooit een sleutel of RENAULT card in de auto liggen als u de auto verlaat.7Verantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met ver-grendelde portieren een be-lemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.

1.16PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN (1/3)Openen van buitenafAls de portieren ontgrendeld zijn of met de -RENAULTcard bij u, trekt u de portierhand-greep naar u toe.1Openen van binnenuitTrek aan de portierhandgreep .22Uit veiligheidsoverwegingen, mag u de deur alleen openen en sluiten als de auto stilstaat.1Waarschuwingssignaal verlichting brandt nogAls bij het openen van een portier, terwijl het contact is afgezet, de verlichtingsschakelaar niet in stand AUTO staat, dan klinkt er een signaal om u te waarschuwen dat de lichten nog branden.

1.17PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN (2/3)4Waarschuwing portier vergeten te sluitenBij stilstaande auto, met het contact aan, licht het controlelampje 3 op het instru-mentenpaneel op, samen met het controle-lampje 4 om aan te geven dat een of meer-dere portieren (portieren, achterklep) niet of niet goed gesloten zijn.Zodra de auto ongeveer 20 km/u rijdt, geeft een waarschuwingslampje aan welk(e) portier(en) of de bagageruimte niet of niet goed gesloten is (zijn), samen met de bood-schap “Achterklep open” of “Portier open” en een geluidssignaal dat gedurende 40 secon-den weerklinkt, of tot het portier/de bagage-ruimte gesloten is.3

1.18PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN (3/3)Veiligheid van de kinderenEen achterportier kan niet van binnenuit worden geopend als u het knopje 5 omzet. Controleer of het portier inderdaad niet van binnenuit geopend kan worden. Herhaal dit bij het andere achterportier.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te ver-grendelen, enz..Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.5

1.19AUTOMATISCHE PORTIERVERGRENDELING TIJDENS HET RIJDENDe werking van het systeemNa het wegrijden van de auto, vergrende-len de portieren automatisch als de auto een snelheid van ongeveer 10 km/u heeft bereikt.De portieren ontgrendelen automatisch – door te drukken op de schakelaar van 2de portiervergrendeling; – bij stilstaande auto, door een portier te openen van in de auto.NB: na het openen/sluiten van een portier, vergrendelt dit weer automatisch zodra de auto 10 km/u rijdt;Inschakelen/Uitschakelen van de functieVoor het inschakelen: druk, bij stilstaande auto met draaiende motor, op de schake-laar tot u een geluidssignaal hoort.2Voor het uitschakelen: druk bij stilstaande auto en draaiende motor op de schakelaar 2 tot u twee geluidssignalen hoort.U kunt de functie ook inschakelen/uitscha-kelen in het menu van het multifunctionele scherm 1 (raadpleeg de informatie in «Menu voor het personaliseren van de auto-instel-lingen» in hoofdstuk 1, functie «Auto.

por-tiervergr. tijdens het rijden»).Bij een storingAls u een storing constateert (geen automa-tische vergrendeling, het lampje in schake-laar 2 licht niet op bij het vergrendelen van de portieren), controleer dan of de vergren-deling niet per ongeluk is uitgeschakeld en of alle portieren goed gesloten zijn. Als ze goed gesloten zijn en het probleem aan-houdt, raadpleeg dan een merkdealer.2Verantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met ver-grendelde portieren een be-lemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.1

1.20Hoofdsteun hoger zettenTrek de hoofdsteun tot de gewenste hoogte omhoog. Controleer de vergrendeling.Hoofdsteun lager zettenDruk op de knop en duw de hoofdsteun tot 2 de gewenste stand omlaag. Controleer de vergrendeling.Helling afstellenAls uw auto hiertoe is uitgerust, beweegt u het deel A naar voren of naar achteren tot de gewenste stand is bereiktVerwijderen van de hoofdsteunZet de hoofdsteun in de hoogste stand (zet de rugleuning indien nodig schuin naar ach-teren). Wanneer de hoofdsteun in de hoog-ste stand staat, drukt u op de knop en trekt 2u de hoofdsteun omhoog tot deze vrij komt.Hoofdsteun terugplaatsenControleer of de poten van de hoofdsteun 1 schoon zijn. De stang met de uitsparing moet in de koker 3 met de vergrendelings-knop 2 worden gestoken. Steek de poten van de hoofdsteun in de houders (zet de rugleuning indien nodig schuin naar achte-ren).

Druk op de knop en schuif de hoofd-2 steun naar binnen tot hij blokkeert en stel deze vervolgens op de gewenste hoogte af. Controleer de vergrendeling van elke poot 1 in de rugleuning.HOOFDSTEUNEN VOORDe hoofdsteun is een veilig-heidsorgaan dat altijd op zijn plaats moet zitten en goed moet zijn afgesteld. Hij geeft een maximale beveiliging als de boven-kant van de hoofdsteun op gelijke hoogte is met de kruin en de afstand tussen het achterhoofd en de hoofdsteun bij A zo klein mogelijk is.231A

Controleer of de zitting vergrendeld is.Om de lendensteun van de stoel te verstellenAfhankelijk van de auto: – beweeg de schakelaar 4 naar voren, naar achteren, naar boven of naar bene-den.of– zet de hendel 5 lager voor een steviger ondersteuning en hoger voor een zwak-kere ondersteuning.Om veiligheidsredenen mogen deze afstellingen alleen uitge-voerd worden als de auto stil-staat.Voor een optimale werking van de auto-gordels moet u de rugleuningen niet te veel achterover zetten.Laat geen spullen op de vloer (bij de be-stuurder) liggen. In geval van plotseling remmen zouden deze onder de pedalen terecht kunnen komen, waardoor de be-stuurder deze niet meer goed kan bedie-nen.4

– Trek aan de handgreep en laat de rug-7leuning helemaal zakken.VOORSTOELEN (2/3)Bij de tafelblad stand van de rugleuning van de voorstoel moet u altijd de passagiersair-bag voorin uitschakelen (raad-pleeg de paragraaf “Kinderveiligheid: inschakelen, uitschakelen van de passa-giersairbag voorin” in hoofdstuk 1).Gevaar van ernstige verwonding in geval van ontplooien van de airbag door het wegslingeren van voorwerpen die geplaatst zijn op de rugleuning in de ta-felblad stand.Deze voorschriften staan ook op het etiket (op het dashboard) en de marke-ringen (op de voorruit).7Maak, voor uw veiligheid, de vervoerde voorwerpen vast als de stoel als tafelblad wordt ge-bruikt.Als u de passagiersstoel als tafel gebruikt, mag u de 2 zitplaatsen juist achter deze stoel niet gebruiken.Terugplaatsen van de stoelZorg dat er geen voorwerp het bewegen van de stoel hindert.– Trek aan de hendel 7 en zet de rugleu-ning omhoog, controleer of hij goed ver-grendeld is; – plaats de zitting terug.Houd de rugleuning van de stoel goed tegen om de vlakke vloer te krijgen.

Druk op en vervolgens op “Reset”;7 – de stoelmassage in of uit te schakelen (ON of OFF).NB: de gekozen werkingsstand in het menu “Multi-Sense” kan gevolgen hebben op de instelling van de massage (raadpleeg de pa-ragraaf “Multi-Sense” in hoofdstuk 3).Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.8GebruiksmogelijkhedenMassageVia het multifunctioneel bedieningsscherm kunt u de massagefunctie van de bestuur-derstoel regelen. Voor auto’s die hiermee zijn uitgerust, kunt u met de schakelaar 6 rechtstreeks naar het menu “Massage” op het bedieningsscherm gaan.De functie inschakelen: – kies het menu “Voertuig”, “Zitplaatsen” en kies vervolgens “Massage”; – selecteer het soort massage (stimule-rend, relaxerend of lende);6

1.24Gebruik tijdens het rijden altijd de autogor-del. Het niet dragen van de gordel is ge-vaarlijk en strafbaar. Bovendien dient u zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindtAUTOGORDELS (1/4)12Een verkeerd afgestelde of ge-draaide autogordel kan bij een ongeval letsel veroorzaken.Gebruik één autogordel per persoon, kind of volwassene.Zwangere vrouwen moeten ook hun gordel dragen. Let in dat geval op dat de heupgordel niet te veel op de onderbuik drukt, zonder de gordel te los te dragen.Stel, voordat u start de juiste zithouding af, en daarna voor alle inzittenden de au-togordel om de beste bescherming te krijgen.De juiste zithouding – Ga goed diep in uw stoel zitten (na uw mantel, jas, enz. uitgetrokken te hebben). Dit is belangrijk voor een goede onder-steuning van de rug; – verschuif de stoel zodat u makkelijk bij de pedalen kunt komen.

Plaats de stoel zo ver naar achteren dat u het kop-pelingspedaal nog net geheel kunt in-drukken. Stel de rugleuning zo af dat u de armen moet strekken om bij de boven-kant van het stuurwiel te kunnen komen;– stel de hoofdsteun af. De afstand tussen de hoofdsteun en uw achterhoofd moet zo klein mogelijk zijn; – stel de hoogte van het zitkussen af. Verstel het kussen om een zo goed mo-gelijk zicht op het verkeer te hebben; – stel de stand van het stuurwiel af. Afstellen van de autogordelGa goed tegen de rugleuning aan zitten.De band van de schoudergordel 1 moet zo dicht mogelijk langs de hals over de schou-der lopen, zonder dat de gordel de hals raakt.De band van de heupgordel 2 moet vlak over de heupen langs het bekken lopen.De autogordel moet zo direct mogelijk tegen het lichaam gedragen worden. Bijv.: niet over te dikke kleding of over ertussen gesto-ken voorwerpen, enz.

1.25AUTOGORDELS (2/4)VergrendelenTrek de riem over u langzaam en rustigheen en druk de gesp in de sluiting (con-3 5troleer de vergrendeling door aan de gesp 3 te trekken).Als de gordel blokkeert, laat hem dan een stuk teruggaan en rol hem opnieuw af.Als de autogordel compleet is geblokkeerd, trek dan langzaam, maar krachtig, aan de gordel om deze ongeveer 3 cm naar buiten te trekken. Laat hem zichzelf oprollen en rol hem opnieuw af.Als het probleem aanhoudt, dient u een merkdealer te raadplegen.15345ßWaarschuwingslampje autogor-del van de bestuurder vergeten en, afhankelijk van de auto, van de voor-passagierDit licht op het centrale display op bij het starten van de motor.

Als de autogordel van de bestuurder of de passagier voorin (indien aanwezig) niet is vastgemaakt als de auto ongeveer 20 km/u rijdt, knippert dit en klinkt er gedurende ongeveer 120 seconden een geluidssignaal.N.B.: een voorwerp op de zitting van de pas-sagiersstoel kan in sommige gevallen het waarschuwingslampje inschakelen.Waarschuwing van het niet dragen van de achtergordelHet controlelampje ß gaat branden op het centrale display en er wordt een bericht weergegeven op het instrumentenpaneel waarin het aantal vastgemaakte autogordels wordt aangegeven gedurende ongeveer 30 seconden of de afbeelding wordt weer-6gegeven, afhankelijk van de auto.In alle gevallen worden deze berichten weergeven bij het: – starten van de auto; – openen van een portier; – vastmaken of losmaken van een achter-gordel (in dit geval hoort u ook een ge-luidssignaal gedurende ongeveer 30 se-conden).Controleer of de passagiers achter goed vastgemaakt zijn en het aantal vastge-maakte gordels overeenkomt met het aantal bezette plaatsen op de achterstoelen.Op het overzicht :6 – groen: autogordel vastgemaakt – rood: autogordel niet vastgemaakt.OntgrendelenDruk op de knop 4, de gordel wordt door het oprolmechanisme teruggetrokken.

1.27De volgende raadgevingen gelden voor de autogordels voor en achter.– Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme: gordels, stoelen en de bevestigingen ervan. Raadpleeg voor speciale gevallen (bv. installatie van een kinderzitje) een merkdealer.– Zorg dat er geen voorwerpen tussen de riemen worden gestoken die speling kunnen veroorzaken (wasknijpers, klemmetjes, enz.): een autogordel die te los zit, kan verwondingen veroorzaken in geval van een ongeluk. – Draag nooit de schoudergordel achter de rug of onder de arm langs aan de kant van het portier. – Een autogordel mag nooit door meer personen tegelijk gebruikt worden; sla uw gordel nooit om een baby of een kind heen dat op uw schoot zit. – De gordel mag niet gedraaid zijn. – Na een botsing moet u de gordels laten controleren en indien nodig vervangen.

Gordels die beschadigingen vertonen moeten ook worden vervangen. – Let er bij het terugplaatsen van de achterbank op dat de autogordels en sluitingen goed zitten zodat deze weer op de juiste wijze kunnen worden gebruikt. – Let op dat de gesp van de gordel in de juiste sluiting vastzit. – Zorg dat er geen voorwerp in de sluiting van de gordel kan komen waardoor de werking belemmerd wordt. – Zorg dat u de sluiting goed plaatst (deze mag niet verborgen of bedekt worden door of blijven haken achter personen of voorwerpen).AUTOGORDELS (4/4)

1. 28AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL ( )1/4Afhankelijk van de auto, kunnen deze be-staan uit:– gordelspanners van het oprolmecha-nisme van de autogordel; – gordelspanners van de heupgordel; – krachtbegrenzers voor de bescher-ming van de borstkas; – frontale airbags voor de bestuurder en passagier. Deze voorzieningen worden gelijktijdig of af-zonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geactiveerd bij een frontale bot-sing. Afhankelijk van de ernst van de aanrijding, kan het systeem de volgende middelen ac-tiveren: – de blokkering van de autogordel; – de gordelspanner van het oprolmecha-nisme van de autogordel (die in werking komt om de speling van de autogordel op te heffen); – de gordelspanner van de heupgordel drukt de inzittende vast op zijn stoel; – de frontale airbag.

GordelspannersDe gordelspanners dienen ervoor om de autogordel strak tegen het lichaam te trek-ken en daardoor de inzittende in zijn stoel te drukken wat de effectiviteit van de gordel verhoogt. Bij contact aan, kan tijdens een ernstige frontale aanrijding, afhankelijk van de ernst van de schok, het systeem de volgende on-derdelen activeren: – de gordelspanner van het oprolmecha-nisme van de autogordel 1 die de gordel direct strak trekt; – de gordelspanner van de heupgordel 2 op de voorstoelen. – Laat al deze veiligheidsvoor-zieningen controleren na een aanrijding. – Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gehele systeem (gordelspanners, airbags, rekeneenheden, bedrading) of deze in een andere auto over te zetten.

– Om te voorkomen dat het systeem ten onrechte in werking komt, mag uitsluitend deskundig personeel van de merkdealer aan de gordelspan-ners en airbags werken. – Het elektrische ontstekingsmecha-nisme van de gordelspanners mag uitsluitend door speciaal opgeleid personeel met speciaal gereedschap worden gecontroleerd.

1.29AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL ( )2/4KrachtbegrenzerVanaf een bepaalde hevigheid van de schok van de aanrijding komt dit mechanisme in werking om de kracht die de gordel op het li-chaam uitoefent te begrenzen tot een draag-lijk niveau.Airbags links en rechtsDeze bevindt zich bij de linker en rechter voorstoel.Het opschrift “airbag” op het stuurwiel, het dashboard (zone van de airbag A) en, af-hankelijk van de auto, een pictogram aan de onderkant van de voorruit, herinneren aan de aanwezigheid van deze uitrusting.Elk airbagsysteem bestaat uit: – een airbag en een gaspatroon in het stuurwiel voor de bestuurder en in het dashboard voor de passagier; – een rekeneenheid die het systeem be-waakt en de elektrische ontsteking van de gaspatroon bestuurt;– aparte opname-elementen;– een controlelampje å op het instru-mentenpaneel.ABij het afgaan van de airbag vindt een explosie plaats waar-door warmte en rook vrijkomen zonder enig brandgevaar en er klinkt een luide knal.

1.30AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL ( )3/4WerkingHet systeem werkt alleen als het contact aanstaat.Bij een zware frontale aanrijding, worden de airbags, die de klap opvangen van het hoofd en de borstkas van de bestuurder tegen het stuurwiel en van de passagier tegen het dashboard, snel opgeblazen. Daarna lopen de airbags direct weer leeg om het verlaten van de auto niet te bemoeilijken.Storingen å Dit controlelampje licht op bij het starten van de motor en dooft na ongeveer drie secondes.Als het niet oplicht bij het aanzetten van het contact of als blijft branden, wijst dit op een storing in het systeem.Raadpleeg zo spoedig mogelijk een merk-dealer.Wacht u hier te lang mee dan betekent dat, dat de bescherming in de tussenliggende periode misschien niet optimaal is.

1.31AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL ( )4/4Waarschuwingen inzake de bestuurdersairbag– Verander niets aan het stuurwiel of de naafdop.– Dek de naafdop niet af.– Bevestig geen voorwerpen (speldjes, logo, klokje, telefoonsteun, enz.) op het stuurwiel. – Het stuurwiel mag niet worden gedemonteerd. Uitsluitend speciaal opgeleide monteurs van de merkdealer mogen deze werkzaamheden uitvoeren. – Ga niet te dicht achter het stuurwiel zitten, maar rijd met licht gebogen armen (raadpleeg de paragraaf “Afstellen juiste zithouding” in hoofd-stuk 1). Zo blijft er voldoende ruimte over voor een goede en effectieve bescherming door de werking van de airbag.Waarschuwingen inzake de passagiersairbag – Plak of bevestig niets op het dashboard (speldjes, logo, klokje, telefoonsteun, enz.) in de airbagzone.

– Houd de ruimte tussen het dashboard en de voorpassagier vrij (geen dier of pakjes op schoot, geen paraplu of wandelstok tegen het dash-board zetten). – Laat de passagier nooit zijn voeten op het dashboard of de stoel leggen. Dit kan zeer gevaarlijk zijn. Kom niet te dicht (met knieën, hoofd of handen) bij het dashboard.

– Schakel de aanvullende veiligheidsvoorzieningen van de autogordel van de passagier voorin direct weer in na het verwijderen van een kinderzitje, om de bescherming van de passagier te garanderen in geval van een botsing.HET IS VERBODEN EEN KINDERZITJE ACHTERSTEVOREN OP DE PASSAGIERSSTOEL VOOR TE PLAATSEN ZOLANG DE AIRBAGS VAN DE VOORPASSAGIER NIET UITGESCHAKELD ZIJN.(raadpleeg de paragraaf “Kinderveiligheid: uitschakelen, inschakelen van de passagiersairbag voorin” in hoofdstuk 1)Hier volgt een aantal aanwijzingen om elke belemmering bij het opblazen van de airbag of verwonding door rondvliegende voorwerpen te voorkomen.

1.32AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN ACHTERINKrachtbegrenzerVanaf een bepaalde hevigheid van de schok van de aanrijding komt dit mechanisme in werking om de kracht die de gordel op het li-chaam uitoefent te begrenzen tot een draag-lijk niveau.– Laat al deze veiligheidsvoor-zieningen controleren na een aanrijding.– Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gehele systeem (airbags, reken-eenheden, bedrading) of deze in een andere auto over te zetten. – Om te voorkomen dat het systeem ten onrechte in werking komt, mag uit-sluitend deskundig personeel van de merkdealer aan de airbags werken.

1.33VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN BESCHERMING ZIJKANTWaarschuwingen inzake de zijairbag– Stoelhoezen: voor de stoelen met airbags zijn speciale stoelhoezen nodig. Raadpleeg een merkdealer om te weten of dergelijke hoezen leverbaar zijn. Het gebruik van andere hoezen (of hoezen die bestemd zijn voor een ander model) kan de goede werking van deze airbags belemmeren en daardoor de veiligheid van de inzittenden in gevaar brengen. – Plaats voorin geen accessoires, voorwerpen of dieren tussen de rugleuning, het portier en de interieurbekleding. Dek de rugleuning van de stoel ook nooit af met bijvoorbeeld kleding of accessoires. De werking van de airbag kan hierdoor belemmerd worden en verwondingen veroorzaken als de airbag wordt geactiveerd.

– Demontage of wijziging van de stoel en de interieurbekleding is verboden, tenzij dit ge-beurt door deskundig personeel van de merkdealer.ZijairbagsDe zijairbag is aan de kant van het portier ondergebracht in de rugleuning van de voor-stoelen en komt in werking om de inzitten-den te beschermen bij een zware aanrijding tegen de zijkant.ZijruitairbagsDeze airbags bevinden zich aan de zijkanten van de auto en worden geactiveerd langs de zijruiten bij de voor- en achterdeur om de in-zittenden te beschermen bij een hevige bot-sing tegen de zijkant.Afhankelijk van de auto, herinnert een pictogram op de voorruit aan de aanwe-zigheid van de aanvullende veiligheids-voorzieningen (airbags, gordelspanners enz.) in het interieur.

1.34AANVULLENDE BEVESTIGINGSMIDDELENDe airbag is een aanvullende bescherming bij het gebruik van de autogordel. Beide organen vormen één veiligheidssysteem. De gordel moet altijd worden gedragen. Het niet dragen kan bij een ongeval de inzittenden blootstellen aan zeer zware verwondingen en de gevolgen van de werking van de airbag verergeren.Bij een botsing, zelfs een zware, tegen de achterkant of bij het over de kop gaan van de auto worden de airbags of de gordelspan-ners niet altijd geactiveerd. Zware stoten onder de auto veroorzaakt door stoepen, gaten in het wegdek, stenen, kunnen de airbagsystemen activeren.– Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan airbags, gordelspanners (rekeneenheid, bedrading enz.). Deze mogen uitsluitend door speciaal opgeleide monteurs van de merkdealer worden gecontroleerd en gerepareerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Renault Megane (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden