Renault Espace (2001) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Renault Espace (2001) (170 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen. Heb je een vraag over Renault Espace (2001) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Renault |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Espace (2001) |
Handleiding Renault Espace (2001) – volledige tekst
Wij vertrouwen erop dat hij zal voldoen aan al uw verwach-tingen, die voor u reden zijn geweest om deze auto aan te schaffen.In dit instructieboekje worden aanwijzingen gegeven voor de bediening en het onderhoud,zodat u:• uw Renault Espace goed zult leren kennen waardoor u al zijn kwaliteiten en zijn vele mogelijk-heden ten volle zult kunnen benutten.• door het opvolgen van eenvoudige maar beslist noodzakelijke onderhoudsvoorschriften, zijnprestaties optimaal kunt houden.• zonder overbodig tijdverlies zelf kleine storingen kunt verhelpen waarvoor geen specialist no-dig is.Door dit instructieboekje zorgvuldig te bestuderen, zult u geïnformeerd worden over zijn mo-gelijkheden, de wijze waarop u die kunt gebruiken en over de nieuwe technieken die in deze au-to zijn toegepast Indien bepaalde onderwerpen u niet geheel duidelijk zijn, dan willen de techniciin onze dealer organisatie u graag aanvullend informeren.Wij wensen u goede reis in uw Renault Espace.Renault behoudt zich het recht voor de modellen tussentijds te wijzigen.
0.02VEILIGHEID - BANDENSPANNINGDit instructieboekje is tot stand gekomen aande hand van de gegevens die op het moment vansamenstelling bekend waren.In verband met ons voortdurende streven naarverbeteringen, onder andere op het gebied vande veiligheid en de kwaliteit, behouden wij onshet recht voor deze gegevens tussentijds te wij-zigen.Dit instructieboekje mag daardoor niet be-schouwd worden als een specificatie van demodellen.VeiligheidUw auto is ontworpen om de inzittenden eenzo groot mogelijke actieve en passieve veilig-heid te bieden.De auto heeft daarvoor:- verstevigingsprofielen in de portieren,- een versterkte carrosseriestructuur,- een airbag voor de bestuurder,- gordelspanners voorin,- krachtbegrenzers op de zijgordels,Bovendien kan uw auto standaard of als optiezijn voorzien van:- een ABS-remsysteem,- een airbag voor de voorpassagier,- zij-airbags*.* Afhankelijk van het land of optieBandenspanning koud (in bar of kg/cm²)Uitvoeringen(afhankelijk van land)Benzine2.0 16VDiesel2.2 dCiType(zie constructeursplaatje)JE0L05-JE0L02JE0LL5-JE0LL2JE0205-JE02L5JE0202-JE02L2JE0K05 - JE0KL5JE0S05 - JE0SL5Normaal gebruik•Voor 2,2 2,3 2,4•Achter 2,0 2,1 2,2Volbeladen of autosnelweg(1)•Voor 2,4 2,4 2,5•Achter 2,3 2,4 2,4Bandenmaat 205/65R15 94T215/55R16 93V225/55R16 95VVelgmaat 6,5 J 15 - 7 J 16 7 J 16Reservewiel(voor tijdelijk gebruik) 3,2Bandenmaat 165/80R15 98P175/70R16 96L(1) Zie hoofdstuk 6 voor de maximaal toegestane belasting van de auto.N.B.Zie ook de sticker op het linker voorportierBELANGRIJKVeiligheid van de banden, reservewielen sneeuwkettingen.Zie hoofdstuk 5.
0.04INRIJDENBenzinemotorRijd de eerste 1 000 km in een auto met hand-geschakelde versnellingsbak niet sneller dan130 km/uur in de hoogste versnelling of metmeer dan 3500 tr/min in alle versnellingen.Na 1 000 km kunt u uw auto zonder beperkin-gen gebruiken; pas na 3000 km zal hij echter hetvolle vermogen kunnen geven.Onderhoud: in het garantie- en onder-houdsboekje vindt u de bijzonderheden van hetonderhoudsprogramma.LET OPGebruik alleen ongelode benzine. Gebruikvan loodhoudende benzine leidt tot vermo-gensverlies en schade aan het uitlaatsys-teem die niet door de fabrieksgarantiewordt gedekt.DieselmotorRijd de eerste 1 500 km in de vijfde versnellingniet sneller dan 110 km/u en trek niet te verdoor in de lagere versnellingen.Daarna kunt u sneller rijden maar pas na 6000of 6500 km zult u over het volle vermogen vande motor kunnen beschikken.Trek tijdens het inrijden nooit snel op.
Als demotor nog koud is mag u hem in de lagere ver-snellingen nooit met een hoog toerental latendraaien.Onderhoud: in het garantie- en onder-houdsboekje vindt u de bijzonderheden van hetonderhoudsprogramma.BELANGRIJKBij een TURBOMOTOR moet u in hetbelang van de smering van de turbo hethierna volgende steeds opvolgen:- Laat na het starten de motor een paar se-conden stationair draaien voordat u gasgeeft.- Laat de motor ook een paar secondenstationair draaien voordat u het contactafzet.
1321. 02SLEUTEL EN AFSTANDSBEDIENING VAN DE PORTIERVERGRENDELINGSLEUTEL EN AFSTANDSBEDIENINGVAN PORTIERVERGRENDELINGAfstandsbediening 1voor de centrale vergren-deling/ontgrendeling van de portieren, de ach-terklep, de achterruit* en de tankdopklep. Sleu-tel voor het contactslot en de voorportieren. BELANGRIJKVan buitenaf kunnen de portieren, de ach-terklep, de achterruit en de tankdopklep al-leen met de afstandsbediening centraalworden vergrendeld of ontgrendeld. Raad-pleeg de paragraaf op de volgende bladzijdevoor het afsluiten van de auto zonder ge-bruikmaking van de afstandsbediening. * Afhankelijk van de uitvoering of optieAFSTANDSBEDIENING VAN DE POR-TIERVERGRENDELINGDe bij elkaar behorende afstandsbediening enontvanger hebben een eigen combinatienum-mer. Afstandsbediening wordt gevoed door kleine1batterijen, die u moet vervangen als het contro-lelampje 2niet meer gaat branden.
(Zie voorhet vervangen van de batterijtjes paragraaf af-standsbediening: “batterijen”)RadiostoringenDe werking van de afstandsbediening kan ge-stoord worden in de omgeving van een zend-installatie of bij gebruik van apparatuur diewerkt op dezelfde frequentie als de afstandsbe-diening. VERGRENDELEN, ONTGRENDELENVAN DE PORTIERENDruk de afstandsbediening in gedurende on-geveer een seconde, (het controlelampje 2gaat branden) en de sloten worden vergrendeldof ontgrendeld. Het vergrendelen ziet u aan het twee keer op-lichten van de knipperlichten. Het ontgrendelenziet u aan het een keer oplichten van de knip-perlichten. N. B. : Als een van de portieren of achterklepslecht gesloten of open is, lichten de knipper-lichten wel op, maar is het portier of de achter-klep niet vergrendeld. Bereik van de afstandsbedieningHet bereik van de afstandsbediening wordtbeïnvloed door de omgeving.
BELANGRIJK• Vergeet niet het sleutelnummer en het nummer van de afstandsbediening 3te noteren (Ditnummer is in de batterijruimte van de afstandsbediening aangegeven. • Bij verlies kunt u bij uw Renault-dealer andere sleutels of een nieuwe afstandsbediening bestel-len. Geef hem de nummers op en toon de autopapieren. Onze service afdeling kan u dan snelnieuwe sleutels leveren. Het vervangen van een afstandsbediening moet altijd bij een Renault-dealer gebeuren want hetsysteem moet daarbij worden geïnitialiseerd met beide afstandsbedieningen• Er kunnen niet meer dan twee afstandsbedieningen voor een auto worden gebruikt. • Zorg ervoor dat de batterijtjes van de afstandsbediening in goede staat verkeren. Zij hebbeneen levensduur van ongeveer twee jaar.
3121.03PORTIEREN OPENEN EN SLUITENSCHAKELAAR CENTRALE PORTIER-VERGRENDELINGHiermee kan men van binnenuit de vier portie-ren, de achterklep, de achterruit* en detankdopklep gelijktijdig vergrendelen of ont-grendelen.De sloten vergrendelen als u op de rode stipdrukt van schakelaar 1.Voor het ontgrendelen drukt u op de boven-kant van de schakelaar.Wanneer een afgesloten portier van binnenuitwordt geopend, dan wordt het automatischontgrendeld.PORTIEREN ONTGRENDELEN, VER-GRENDELEN ZONDER AFSTANDS-BEDIENINGVoorportier:Ontgrendel of vergrendel het portier met desleutel.Portieren, achterruit* en achterklep:Voor het vergrendelen gebruikt u de schakelaarvan de elektrische vergrendeling 1, en daarnasluit u het voorportier met de sleutel af.N.B.Controleer de vergrendeling als u het slot heeftafgesloten met de sleutel.Bedenk dat het rijden met vergrendeldeportieren een belemmering kan zijn voorhulpverleners in geval van nood.OPENEN VAN BINNENUITTrek aan de handgreep 2.KINDERVEILIGHEIDAls u het knopje 3in het achterportier ver-plaatst, kan het portier niet van binnenuit maarwel van buitenaf worden geopend.
Controleerna het verplaatsen van het knopje of het portierinderdaad niet van binnenuit kan worden geo-pend.*Afhankelijk van de uitvoering of optieLaat nooit de sleutel in het contactslot zitten als u de auto achterlaat met een kind(of een dier) erin. Met contact aan kan het kind de ruiten bedienen en door het om-hoog gaan ervan ernstig worden verwond aan hals, arm of hand als deze uit de autosteken.…). Gevaar voor ernstige verwondingen.
11.04STARTVERGRENDELINGDit systeem voorkomt dat de motor kan wor-den gestart door iemand die niet beschikt overde startcode-contactsleutel.De werking van de startvergrendelingEnkele secondes nadat de contactsleutel uit hetcontactslot is gehaald wordt de auto automa-tisch beveiligd en is starten onmogelijk.Bij het aanzetten van het contact gaat het lampje 1gedurende enkele seconden branden waarna hetdooft.De startcode is geaccepteerd en de motor kanworden gestart.Zolang de startcode van de contactsleutel nietdoor het systeem is herkend, blijft het lampje 1knipperen en kan de motor niet worden ge-start.BELANGRIJKDe auto wordt pas beveiligd als de sleuteluit het contactslot is gehaald.- Indicatie van de beveiliging:Enkele seconden na het afzetten van het con-tact begint het lampje 1te knipperen.- De werking van het systeem:Na het aanzetten van het contact, gaat hetlampje gedurende ongeveer drie seconden1branden waarna het dooft.
De motor kan wor-den gestart.LET OPVoer nooit zelf werkzaamheden uit aan hetsysteem van de startvergrendeling (reken-eenheid, bedrading enz.). Dit kan gevaarlijkzijn en mag alleen door een Renault-dealerworden gedaan.- Indicatie van een storing:Als het lampje 1na het aanzetten van het con-tact blijft knipperen of permanent blijft branden,wijst dit op een storing in het systeem.Als bij een auto met een benzinemotor hetlampje “storing inspuitsysteem” tijdens hetrijden knippert (afhankelijk van de uitvoering),wijst dit op een storing in het systeem. Bij eendieselmotor gaat in dat geval het lampje bran-1den.- Indien de startcode-contactsleutel weigertmoet u de reserve startcode-contactsleutelgebruiken die u bij de auto hebt gekregen.Wanneer deze reserve startcode-contact-sleutel niet voorhanden is, moet u contact op-nemen met een Renault-dealer.
Schuifindien nodig de stoel eerst een stukje naar ach-teren en zet de rugleuning en de armsteun*rechtop en het zitkussen* hoger.Er zijn twee vergrendelingsstanden: recht voor-uit en achterstevoren.LET OPDraai de stoel rond aan het zitkussen of derugleuning en niet aan het onderstel.BELANGRIJKDeze afstellingen mogen alleen gedaan wor-den als de auto stil staat.Tijdens het rijden moeten de door perso-nen bezette stoelen naar voren gedraaidstaan.Zie hoofdstuk “Ken uw auto” voor het ge-bruik van de autogordels.HOOGTEVERSTELLING VAN DESTOEL*Hoger of lager zetten van de bestuur-dersstoel:Trek de telescopische hendel 5helemaal uit endraai hem.N.B.De stoel kan alleen verdraaid worden als hij inde hoogste stand staat.Voor een optimale werking van de autogor-dels moet u de rugleuningen niet te veelnaar achteren zetten.Let er op dat de rugleuningen van de stoe-len goed vergrendeld zijn.Laat geen spullen op de grond of voerstoe-len liggen.
1231.06VOORSTOELENVOORSTOELEN MET ELEKTRISCHEVERSTELLINGZitkussen verstellen met schakelaar 1Naar voren of naar achteren schuiven: druk deschakelaar naar voren of naar achteren.Om de voorkant hoger of lager te zetten druktu de voorkant van de schakelaar omhoog ofomlaag.Om de achterkant hoger of lager te zettendrukt u de achterkant van de schakelaar om-hoog of omlaag.Rugleuning verstellen met schakelaar 2Helling veranderen: druk de schakelaar naar vo-ren of naar achteren.STOELVERWARMING*Als het contact aan staat, kunnen de voorstoe-len verwarmd worden als u schakelaar 3 in-drukt. Op het instrumentenpaneel gaat eencontrolelampje branden.BELANGRIJKEen brandend controlelampje betekent nietdat de stoelverwarming actief is. Het sys-teem wordt thermostatisch geregeld enkomt alleen in werking als de temperatuurin de auto lager is dan 12 °C, met een tole-rantie van – 4°C).
1254361.08AUTOGORDELSGebruik tijdens het rijden altijd de autogordel.Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk enstrafbaar.Uw Espace heeft zes driepunt gordels eenheupgordel die alleen mag worden gebruikt opde achterstoel die in het midden is geplaatst.Voordat u wegrijdt:Stel de stoel af in de voor u ideale stand.Stel vervolgens de gordel op de hiernaaangegeven wijze af.• De juiste zithouding- Ga goed diep in uw stoel zitten. Dit isbelangrijk voor een goede ondersteuningvan de onderkant van de wervelkolom.- Verschuif de stoel zodat u makkelijkbij de pedalen kunt komen. Plaats destoel zo ver naar achteren dat u het koppe-lingspedaal nog net geheel kunt indrukken.- Stel de rugleuning af. Stel de rugleuningzo af dat u de armen moet strekken om bijde bovenkant van het stuurwiel te kunnenkomen.- Stel de hoofdsteun af.
De afstand tussende hoofdsteun en uw achterhoofd moet zoklein mogelijk zijn.- Stel de stand van het stuurwiel af.• Afstellen van de autogordels voor debeste bescherming.Na het afstellen van de stoelen stelt u de auto-gordels af.Ga goed tegen de rugleuning zitten.De band van de schoudergordel 1 moet zodicht mogelijk langs de hals over de schouderlopen.De band van de heupgordel 2 moet vlak over deheupen langs het bekken lopen.De autogordel moet zo direct mogelijk tegenhet lichaam gedragen worden en niet over bijv.te dikke kleding of over ertussen gestokenvoorwerpen.Vastmaken:Trek de band van de gordel rustig over u heenen druk de gesp in de sluiting (trek aan de3 4gesp om te controleren of hij goed vastzit).3Losmaken:Druk op de rode knop 5 van de sluiting, de bandwordt nu door het oprolmechanisme terugge-trokken.
11. 09AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGENDeze extra beveiliging bestaat uit:• Gordelspanners op de autogordels voorin. • Spannings reductie systeem op alle driepunts-gordels. • Airbags voor de bestuurder* en de passagiervoorin* (zie de beschrijving op de volgendebladzijden). Deze voorzieningen worden gelijktijdig of af-zonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aan-rijding, geactiveerd bij een frontale bot-sing. Afhankelijk van de ernst van de aanrijding zijn erdrie mogelijkheden:- alleen de autogordel beschermt de inzitten-den,- de gordelspanners worden geactiveerd om degordel strak tegen het lichaam van de voorsteinzittenden te spannen,- de airbag en de krachtbegrenzer van het span-nings reductie systeem worden geactiveerdals complete bescherming bij een zeer zwareaanrijding. Gordelspanners voorHet systeem werkt alleen als het contact aanstaat.
Bij een ernstige frontale aanrijding trekt eenplunjer 1 de sluiting van de gordel met een klapnaar achteren waardoor de gordel strak tegenhet lichaam komt waardoor de doeltreffend-heid ervan wordt verbeterd. • Spannings reductie systeemVanaf een bepaalde sterkte van de schok van deaanrijding komt dit mechanisme in werking omde kracht die de gordel (alle driepuntsgordelsvoor en achter) op het lichaam uitoefent te be-grenzen tot een draaglijk niveau. Waarschuwing levensduur airbags engordelspannersDe pyrotechnische systemen in de airbagsen de gordelspanners hebben een beperktelevensduur. Ze moeten na tien jaar worden vervangenen altijd als zij geactiveerd zijn geweest. Ditvervangen mag uitsluitend door eenRENAULT-dealer worden gedaan. De gordelspanners en de airbag werken sa-men. Bij een niet tijdige vervanging kan de veilig-heid van de inzittenden in gevaar komen.
* Afhankelijk van de uitvoering of optieBELANGRIJK- Laat na een aanrijding alle bevestigingsmiddelen controleren. - Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gordelspansysteem (reken-eenheid, bedrading enz. ).
1.10AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORINAIRBAGDe auto is voorzien van een airbag bij delinker en rechter voorstoel.Het airbagsysteem bestaat uit:- een elektronische rekeneenheid, gemeen-schappelijk voor beide airbags, die de aanrij-ding registreert en het systeem bewaakt,- elektrisch te ontsteken gaspatronen,- opblaasbare kussens met hun gaspatroon inhet stuurwiel en in het dashboard en zij-air-bags* in de rugleuningen van de voorstoelen,- een controlelampje op het instrumentenpa-neel.* Afhankelijk van de uitvoering of optieHet stuurwiel (en het dashboard) hebben de in-scriptie “Airbag” en aan de onderrand van devoorruit is een sticker aangebracht om te herin-neren aan de aanwezigheid van de airbags.LET OPDe airbag is beslist geen vervanging van deautogordel. Alle inzittenden moeten dezebij iedere rit dragen.
Airbags beschermenalleen bij een zware frontale aanrijding enniet bij een lichte aanrijding tegen de zijkantof een aanrijding tegen de achterkant of alsde auto omslaat.WerkingHet systeem werkt alleen als het contact aanstaat (contactsleutel in stand “M”).Bij een zware aanrijding frontaal of tegende zijkant. Worden het luchtkussen in hetstuurwiel en in het dashboard opgeblazen diede klap opvangen van het hoofd van de bestuur-der tegen het stuurwiel, van de passagier tegenhet dashboard en van het hoofd en borstkas vande voorste inzittenden*. Daarna lopen de kus-sens weer leeg om het verlaten van de auto niette bemoeilijken.Bij een storingInstrumentenpaneel met waarschu-wingslampje:Het lampje “airbag” op het instrumentenpaneelgaat branden als het contact worden aangezeten dooft na ongeveer drie secondes.
Als hetniet oplicht bij het aanzetten van het contact ofals het blijft branden, wijst dit op een storing inhet systeem.Multifunctioneel instrumentenpaneel:Bij een storing in het systeem licht het symbool“airbag” op in combinatie met het bericht “Ser-vice”.Laat de beveiliging direct door uw Renault-dealer controleren.
11. 11AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORINWAARSCHUWINGHier volgen een aantal aanwijzingen omelke belemmering bij het opblazen vande airbag(s) of verwonding door rond-vliegende voorwerpen te voorkomen. ER MAG GEEN ACHTERSTEVO-REN GEPLAATST KINDERZITJE OPDE VOORSTE PASSAGIERSSTOELWORDEN GEBRUIKT WANNEERDE AUTO EEN AIRBAG IN HETDASHBOARD HEEFT. BELANGRIJKAirbags in stuurwiel en dashboard en zij-airbags*- Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het airbagsysteem: stuurwiel endashboardklep 1, rugleuningen van de voorstoelen*, rekeneenheid, bedrading enz. ) Deze orga-nen mogen uitsluitend door speciaal opgeleide Renault monteurs worden gecontroleerd en ge-repareerd. - Om te voorkomen dat de airbag(s) ten onrechte wordt opgeblazen of juist niet als dat wel no-dig zou zijn, mag uitsluitend deskundig Renault personeel aan het systeem werken.
- Laat de airbag(s) controleren na een aanrijding of (een poging tot) diefstal van de auto. - Als u de auto uitleent of verkoopt, breng de nieuwe berijder/eigenaar dan op de hoogte van de-ze bijzonderheden door hem dit instructieboekje bij de auto te leveren. Airbag in het stuurwiel- verander niets aan het stuurwiel of de naafdop;- dek de naafdop niet af;- bevestig niets (speldjes, logo's, klokjes enz. ), aan de naafdop;- het stuurwiel mag niet worden gedemonteerd, uitsluitend speciaal opgeleide Renault monteursmogen er aan werken;- ga niet te dicht achter het stuurwiel zitten, maar rijd met licht gebogen armen (zie paragraaf “dejuiste zithouding”)- laat voldoende ruimte over voor een goede en effectieve beveiliging door de airbag. Airbag* in het dashboard 1- plak of bevestig niets op het dashboard (speldjes, logo's, klokjes enz.
Let op dat er voldoende ruimte blijft tussen het dashboard en het lichaam (knieën, han-den, hoofd) van de passagier) ;- leg niets op het deel van het dashboard;1- houd de ruimte tussen het dashboard en de voorpassagier vrij (geen dier of pakjes op schoot,geen paraplu of wandelstok tegen het dashboard zetten). * Afhankelijk van de uitvoering of optie.
11.12AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORINZij-airbags*De zij-airbags 1zijn aan de kant van het portierondergebracht in de rugleuning van de voor-stoelen.De pictogrammen op de rugleuningen herinne-ren u aan de aanwezigheid van deze voorzienin-gen.* Afhankelijk van de uitvoering of optieBELANGRIJKAirbags in stuurwiel en dashboard enzij-airbags*- Laat de airbag(s) controleren na een aan-rijding of (een poging tot) diefstal van deauto;- Als u de auto uitleent of verkoopt, brengde nieuwe berijder/eigenaar dan op dehoogte van deze bijzonderheden doorhem dit instructieboekje bij de auto te le-veren.Waarschuwingen inzake de zij-airbag• Gebruik geen stoelhoezen over devoorstoelen.• Houd de zone vrij waarbinnen deairbag zich kan opblazen.• Leg niets tussen de onderkant vande stoel en het portier.• Demontage of wijziging van destoel of de airbag is verboden, ten-zij dit gebeurt door deskundigRenault-personeel.
Rol de gor-del zover af dat u eerst de onderste (vaste) gespin de sluiting aan de kant van het portier kuntvastmaken.Trek rustig verder aan de band zodat u ook deandere (verschuifbare) gesp aan de andere kantvan de zitting kunt vastmakenLosmaken:Druk eerst op de rode knop van de sluiting inhet midden van de auto en vervolgens indiennodig op die aan de kant van het portier.BIJZONDERHEDEN(Auto met vaste stoelverankeringspunten)Bij de stoelen die zijn geplaatst in de zone A, gebruikt u de gordel achter hetachterportier.Bij de stoelen die zijn geplaatst in de zone B, gebruikt u de gordel bij de achter-klep.N.B.Een van de driepuntsgordels bij de achterklep kan ook gebruikt worden bij eenstoel in zone C, met riemgeleiders, als:- er geen stoel in het midden op de achterste rij in gebruik is,- de stoel in het midden van de achterste rij niet in gebruik is.- de stoel aan de zijkant van de achterste rij aan dezelfde kant als de inzittendeniet in gebruik is.
11.14DRIEPUNTSGORDELS ACHTERBIJZONDERHEDEN(Auto met stoelverankeringsrails)Bij de stoelen die zijn geplaatst in de zone (A) gebruikt u de gordel achter hetachterportier.Bij de stoelen die zijn geplaatst in de zone (B) gebruikt u de gordel bij de ach-terklep.N.B.Een van de driepuntsgordels bij de achterklep kan ook gebruikt worden bij eenstoel op de middelste rails C met riemgeleiders, als:- de stoel in het midden van de achterste rij niet in gebruik is.- de stoel aan de zijkant van de achterste rij aan dezelfde kant als de inzittendeniet in gebruik is.GORDELBEUGELDe driepuntsgordels van de voorste rij achter-stoelen hebben een beugel waarmee de positievan de gordel kan worden gewijzigd.Gebruik deze beugel bij kleine personen of kin-deren om de gordel over de schouder te latenlopen, zonder de nek te raken.Steek de gordel achter de beugel 1.
2311.15GORDEL BIJ MIDDELSTE STOELEr zijn twee mogelijkheden:1 - HEUPGORDELSDeze gordel moet worden gebruikt:1 Bij een in het midden geheel naar achterengeplaatste stoel.2 Bij een middelste stoel, als de twee zijplaatsenop de achterste rij in gebruik zijn.Vastmaken:Druk de gespen vast in de sluitingen.Losmaken:Druk op de rode knop van iedere sluiting.Heupgordel afstellen:Strakker afstellenTrek aan het vrije uiteinde 1 als u de gordelstrakker wilt dragen, waarbij u de stelgesp 2 te-genhoudt.Losser afstellenOm de gordel losser te dragen drukt u tegen destelgesp 2 van de zwarte gesp en trekt u aan deheupband.Verschuif indien nodig eerst het vrije uiteinde.BELANGRIJKNa gebruik moet de heupgordel altijd in hettasje achter de bestuurdersstoel wordenopgeborgen.2 - DRIEPUNT GORDEL:Deze opstelling is mogelijk als een van de drie-puntgordels bij de achterklep gebruikt wordt.Als de middelste plaats op de achterste rij ingebruik is, is het zelfs verplicht een van dezegordels te gebruiken.
Deze opstelling is alleenmogelijk met een stoel met op de juiste wijzeaangebrachte gordelgeleiders 3 en als een vande stoelen aan de zijkant op de achterste rij nietin gebruik is.
1.16GORDEL BIJ MIDDELSTE STOELGEBRUIKSMOGELIJKHEDEN VAN DE 3-PUNTS GORDEL BIJ DE ACHTERKLEP(Auto met vaste verankeringspunten (Auto met rails)Achterste gordels bij achterklep te gebruiken als- een van de plaatsen aan de zijkant op de achterste rij niet in gebruik is.- het gebruik van deze gordels is zelfs verplicht als de middelste plaats opde achterste rij in gebruik is.
451.17GORDEL BIJ MIDDELSTE STOELGEBRUIKSAANWIJZING VAN DE 3-PUNTS GORDELVastmaken:1 - Steek de twee gespen en de gordel door de gordelgeleider van de middelste stoel aan de kant vanhet oprolmechanisme.2 - Maak de vaste gesp vast in de sluiting aan de kant van het oprolmechanisme.3 - Maak de beweegbare gesp vast in de sluiting aan de andere kant van de stoel.Losmaken:1 - Maak de beweegbare gesp los uit de sluiting tegenover de kant van het oprolmechanisme.2 - Maak de vaste gesp los uit de sluiting aan de kant van het oprolmechanisme.3 - Haal de gordel en de twee gespen uit de gordelgeleider van de stoel en rol de gordel op zoals hier-naast is aangegeven.GORDEL BIJ ACHTERKLEP OPBER-GENNa het oprollen van de achterste gordel maaktu de vaste gesp vast aan het bovenste bevesti-gingspunt van de gordel 4 en de beweegbaregesp aan de bekleding van de wielkuip. 5.
121.18GORDEL BIJ MIDDELSTE STOELGEBRUIKSAANWIJZING VAN DE HEUPGORDELDe heupgordel is te gebruiken:1 - Bij een in het midden geheel naar achteren geplaatste stoel.2 - Bij een middelste stoel, als de twee stoelen aan de zijkant op de achter-ste rij bezet zijn.BELANGRIJKDe volgende raadgevingen gelden voor de autogordels vooren achter.- Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veilig-heidsmechanisme, aan de bevestiging ervan of aan die van de stoelen.Raadpleeg uw Renault-dealer voor het monteren van bijv.
een kin-derzitje.- Zorg dat er geen voorwerpen tussen de riemen worden gestokendie speling kunnen veroorzaken (wasknijpers, klemmetjes, enz.).- Let op dat de gordels altijd vrij blijven van de bagage.- Draag nooit de schoudergordel onder uw arm door aan de kant vanhet portier.- Een autogordel mag nooit door meer personen tegelijk gebruiktworden; sla uw gordel nooit om een baby of een kind heen dat opuw schoot zit.- De gordel mag niet gedraaid zijn.- Autogordels die in gebruik waren tijdens een ernstige aanrijdingmoeten altijd vervangen worden, evenals gordels die beschadigingenvertonen.- Stel indien nodig, tijdens het rijden de stand en de spanning van degordel af.
1 2 3 41. 19AUTOGORDELS - KINDERENVOOR DE VEILIGHEID VAN DE KIN-DERENDe veiligheid van de kinderen is afhankelijk vanu. Voor een zo groot mogelijke veiligheid advi-seren wij u de volgende aanbevelingen ter hartete nemen. Het gebruik van bevestigingsmiddelen voor kin-deren van 0 tot 11 jaar is aan bepaalde voor-schriften gebonden. Houd u altijd aan de wettelijke voorschriftenvan het land waar u reist. Deze kunnen anderszijn dan de in dit boekje genoemde bepalingen. U moet weten dat de klap van een aanrijdingmet 50 km/u overeenkomt met een val van 10meter hoogte. Anders gezegd, als u een kindniet vastmaakt is dat hetzelfde als het laten spe-len op de derde verdieping op een balkon zon-der balustrade. Maar u moet het kind niet zomaar vastmaken,want:- tot zes maanden weegt het hoofd meer dan dehelft van het lichaamsgewicht,- tot tien jaar is het bekken onvoldoende ont-wikkeld.
Daarom is het van groot belang goedgekeurdebevestigingsmiddelen te gebruiken, die passenbij de leeftijd en het gewicht van het kind en bijuw auto. Renault beveelt een compleet gamma bevesti-gingsmiddelen aan die na zware beproevingengoedgekeurd zijn voor uw auto en voldoen aande Europese norm. Gewichtvan hetkindLeeftijdscategorieAdvies vanRenaultSoort zitje(figuur) VoorinMiddenachterZijkantachter Bevestiging< 10 Kg 0 tot 9 maanden 1 nee nee ja Gordel: 3 puntsachterstevoren9 tot 18 kg9 maanden tot 4 jaar2 nee ja* ja Gordel: 3 punts15 tot 23 kg 3,5 tot 7 jaar 3 nee ja* ja Gordel: 2 of 3 punts15 tot 36 kg 3 jaar tot 11 jaar 4 nee ja* ja Gordel: 3 punts* met driepunts gordel vanaf de achterklep, zie de gebruiksomstandigheden op blz. 1. 16 en 1. 17.
Renault adviseert:- van 0 tot 9 maanden (figuur 1) een achter-stevoren geplaatst kuipzitje met een harnas,bij voorkeur op de achterbank (behalve als debestuurder de enige volwassene aan boordis), en verplicht op de achterbank als de autoeen airbag in het dashboard heeft (zie het ka-der “. ”).
- van 9 maanden tot 4 jaar, (figuur 2) eennaar voren gekeerd omhullend zitje met eenharnas. - Van 3,5 tot 7 jaar, (figuur 3) een schootkus-sen op de plaatsen met een heupgordel. - Van 3 tot 10/12 jaar, (figuur 4) een zitkus-senverhoger met of zonder rugleuning metgeleider voor de (driepunts) autogordel vande auto. Deze goedgekeurde stoeltjes veranderen methet voortschrijden van de technische en medi-sche kennis. Uw Renault-dealer kan u adviseren en het ge-bruik demonstreren: een slecht passend en ver-keerd gemonteerd systeem is gevaarlijk.
561.20AUTOGORDELS - KINDERENVOOR DE VEILIGHEID VAN DE KIN-DERENIn sommige gevallen moet het kind wordenvastgemaakt met de autogordel van de auto (fi-guur 4). Het is van groot belang dat de autogor-del op de juiste wijze wordt gebruikt. De gordelmoet goed door de geleiders van zowel het kin-derzitje als van de auto lopen. Zie de gebruiks-aanwijzing van het kinderzitje. De heupgordelmoet vlak over de heupen lopen. De schouder-gordel moet zo dicht mogelijk langs, maar nietover, de hals lopen.Het hoofd van het kind mag nooit uitsteken bo-ven het kinderzitje, of boven de rugleuning vande stoel als het een kind op een verhoogd zit-kussen zit.
Hiervoor bestaat er een verstelbarerugleuning.Zorg dat het kind geen te dikke kleding draagten dat er geen voorwerpen tussen het kind enhet bevestigingsmiddel steken.BELANGRIJKVerander niets aan de oorspronkelijke on-derdelen van het veiligheidsmechanisme,aan de bevestiging ervan of aan die van destoelen.• Houd u echter in alle gevallen aan devoorschriften van de betreffende fabri-kant.• Laat nooit een kind alleen achter in de au-to, zelfs niet in het kinderzitje.• De gordel of het harnas mag niet ge-draaid zijn.• Laat nooit de schoudergordel onder dearm door of achter de rug langs lopen.• Autogordels en bevestigingsmiddelen diein gebruik waren tijdens een ernstigeaanrijding moeten altijd vervangen wor-den.LET OP.
GEVAAREr mag geen kinderzitje achterstevoren opde voorstoel worden gebruikt wanneer deauto een airbag in het dashboard heeft.Gevaar voor ernstige verwondingen als deairbag zich ontplooit.Deze voorschriften staan ook op de sticker 5(op de portierstijl rechtsvoor) en de sticker 6(op de voorruit aan de kant van de passagier).
211.21VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDERENIsofix bevestigingssysteem*Dit is een nieuw systeem voor het vastmakenvan een kinderzitje. Dit systeem kan op alle ach-terstoelen gebruikt worden.Het systeem bestaat uit de volgende elementen:- t wee bevestigingspunten per stoel tussen hetzitkussen en de rugleuning.- e en speciaal Renault-kinderzitje met twee ha-ken die in de bevestigingspunten vastgrijpen.U mag alleen het speciale Renault-kinder-zitje in deze auto gebruiken.
Uw Renault-dealer kan u dit leveren.U gebruikt het kin-derzitje achterstevoren voor een baby totongeveer 18 maanden oud, daarna vooruittot het kind vier jaar is.Dit kinderzitje heefttwee grendels waarmee u het vastzet aan deISOFIX-bevestigingspunten van uw Renault.Het kinderzitje kan ook gebruikt worden ineen auto zonder ISOFIX-systeem met be-hulp van de driepuntsgordel zie hiervoorpagina 1.19.Montage van het kinderzitje-lees voor het monteren van het kinderzitje degebruiksaanwijzing.- schuif de geleiders 1over de bevestigingsrin-gen 2.- breng de haken van het kinderzitje tegenoverde twee geleiders van de betreffende achter-stoel.- vergrendel de haken aan de ringen en contro-leer de vergrendeling door het kinderzitjenaar voren/achteren en links/rechts te druk-ken (zie gebruiksaanwijzing)- druk de onderkant van het kinderzitje krach-tig tegen de rugleuning van de achterstoel.LET OPLet op dat de toegang tot de bevestigings-punten bij het plaatsen van het zitje nietwordt belemmerd (door bijv.
1.22VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDERENVOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN HET ISOFIX-SYSTEEMRichting Isofix stoeltje Bevestigingssysteemkind achterstoelen achterste achterstoelenzijkant midden zijkant middenACHTERSTEVOREN harnas van het kinderzitje JA JA JA JANAAR VOREN GEKEERD schootkussen + 3-punts gordelvan de betreffende stoel JA JA* JA NEE* met driepunts gordel bij de achterklep, zie de gebruiksomstandigheden op blz. 1.16 en 1.17.LET OPVoor het gebruik van het ISOFIX-systeem, moet de richting van het stoeltje aangehouden worden, die voorgeschreven is (zie vol-gende bladzijde).
D1.23VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDERENLET OPIn het geval dat het stoeltje naar voren gericht is, is het belangrijk voor de bewe-gingsvrijheid van uw kind een minimale afstand (D) van 21 cm aan te houden tussende onderkant van het kinderzitje en de rugleuning van de stoel voor het kind.* afhankelijk van uitvoeringAuto voorzien van ringenKinderzitje naar voren gericht:Houd de hierboven aangegeven afstand aan alsu het kinderzitje plaatst.Auto met stoelverankeringsrails *Kinderzitje naar voren gericht:Stel de stoelen van de auto zo af dat de hierbo-ven genoemde afstand aangehouden wordt.(Zie voor het verplaatsen van de geleiders debetreffende paragraaf in hoofdstuk 3, stoel zoveel mogelijk naar achteren).
1.25BEDIENINGSORGANEN LINKS STUURDe aanwezigheid van de hieronder beschreven organen is afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.1 Bedieningspaneel voor de verwarming,ventilatie, airconditioning voor de bestuur-der2 Plaats voor luidspreker3 Ventilatierooster van de linker voorpor-tierruit4 Stuurkolomschakelaar voor:- richtingaanwijzers,- claxon,- verlichting,- mistlichten voor,- mistachterlicht.5 Claxonschakelaars6 Stuurwiel airbag7 Toerenteller8 - Hendel ruitenwissers en -sproeiers vooren achter- Toets voor het aflezen van informatie ophet instrumentenpaneel en de boord-computer9 Versnellingshendel10 Centrale ventilatieroosters11 Instrumentenpaneel12 Ventilatierooster van de rechter voorpor-tierruit13 Plaats voor luidspreker14 Toets passagier voor de verwarming15 Plaats voor luidspreker16 Hendel voor het openen van het rechtervoorportier17 Schakelaar voor het bedienen van de ruitin het rechter voorportier18 Plaats voor airbag in het dashboard19 Dashboardkastje20 Bekerhouder en opbergruimte21 Handremhendel22 Contactslot23 Afstelling van de stuurwielhoogte24 Instellen van de snelheidsregelaar25 Knop voor het verstellen van de koplam-pen26 Schakelaars voor:- achterruitverwarming en spiegelver-warming,- aan/uit snelheidsregelaar- “Sneeuw”-schakelaar (automatischetransmissie)27 Motorkap ontgrendelknop28 Plaats voor luidspreker29 Hendel voor het openen van het linkervoorportier30 Schakelaars voor de:- bediening van de ruiten in de voorportie-ren- elektrische ruitbediening achter- blokkeren ruitbediening achter- spiegels31 Aansteker32 Accessoire-aansluiting
1.27BEDIENINGSORGANEN RECHTS STUURDe aanwezigheid van de hieronder beschreven organen is afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto.1 Schakelaar voor het bedienen van de ruitin het rechter voorportier2 Toets passagier voor de verwarming3 Plaats voor luidspreker4 Ventilatierooster van de linker voorpor-tierruit5 Plaats voor airbag in het dashboard6 Centrale ventilatieroosters7 Instrumentenpaneel8 Versnellingshendel9 Stuurkolomschakelaar voor:- richtingaanwijzers,- claxon,- verlichting,- mistlichten voor,- mistachterlicht.10 Stuurwiel airbag11 Claxonschakelaars12 - Hendel ruitenwissers en -sproeiers vooren achter- Toets voor het aflezen van informatie ophet instrumentenpaneel en de verbruiks-meter13 Ventilatierooster van de rechter voorpor-tierruit14 Plaats voor luidspreker15 Bedieningspaneel voor de verwarming,ventilatie, airconditioning links16 Schakelaars voor:- bediening van de ruiten in de voorportie-ren- elektrische ruitbediening achter- blokkeren ruitbediening achter- spiegels17 Plaats voor luidspreker18 Hendel voor het openen van het linkervoorportier19 Schakelaars voor:- achterruitverwarming en spiegelver-warming,- aan/uit snelheidsregelaar- “Sneeuw”-schakelaar (automatischetransmissie)20 Knop voor het verstellen van de koplam-pen21 Contactslot22 Afstelling van het stuurwielhoogte23 Instellen van de snelheidsregelaar24 Bekerhouder en opbergruimte25 Handremhendel26 Dashboardkastje27 Motorkap ontgrendelknop28 Plaats voor luidspreker29 Hendel voor het openen van het linkervoorportier30 Aansteker31 Accessoire-aansluiting
1. 29INSTRUMENTENPANEELC - BrandstofpeilmeterAls de tank bijna leeg is, lichten er nog een oftwee streepjes op (overeenkomend met nogongeveer 8,5 liter in de tank). Het waarschu-wingslampje “brandstofreserve” gaat branden. Ga direct tanken. Vul het ruitensproeierreservoir bij. D - Oliepeilmeter/koelvloeistoftempera-tuurmeter• OliepeilmeterVoor een betrouwbare aflezing moet de autohorizontaal staan en mag de motor geruime tijdniet hebben gedraaid. Als het oliepeil goed is:- wordt het oliepeil niet aangegeven, maar detemperatuur van het water. Als u toch het oliepeil wilt controleren, druktu binnen een halve minuut na het aanzettenvan het contact, kort op het knopje 1. Hetoliepeil wordt dan gedurende 20 secondesaangegeven. Als u nogmaals op het knopje 1drukt binnen de halve minuut na het aanzettenvan het contact, verschijnt weer het oliepeil.
Als het oliepeil onder het mininumni-veau is- verschijnt de letter Dgedurende ongeveer20 secondes en het waarschuwingslampjeoliepeil Flicht op. Het niveau is minimaal als er nog maaréén streepje oplicht. Vul eerst olie bij voordat u de autostart. Zie ook hoofdstuk “oliepeil”. • Koelvloeistof temperatuurmeterHet aantal bolletjes dat oplicht is afhankelijk vande motortemperatuur: bij zware belasting vande motor kunnen er acht bolletjes oplichten. Pas als het waarschuwingslampje “koelvloei-stoftemperatuur” oplicht is er sprake van eenabnormale situatie. U kunt de koelvloeistoftemperatuurmeter uit-schakelen wanneer u de contactsleutel in destand accessoires zet:- druk lang op de functiekeuzetoets 1, waar-door de eenheid gaat knipperen,- druk tegelijkertijd op de toets Hvoor de af-stelling van de tijd.
BELANGRIJKAls de elektrische voeding onderbroken isgeweest (losgenomen accukabel, zekeringdoorgebrand) geeft het klokje niet langer dejuiste tijd aan en moet het weer op tijd ge-zet worden. Zet het klokje alleen bij stil-staande auto gelijk. VOORZICHTIG MET HET DISPLAY- Kom niet met uw vingers aan het display. - Druk niet op het display. - Als het display vuil is, maak dit danschoon met een zachte doek. Als dit nietgenoeg is, gebruik dan een beetje zeep-sop. Gebruik geen producten op alcohol-basis.
B1.30INSTRUMENTENPANEELCONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJESDe aanwezigheid en de werking van de volgende instrumenten en lampjes zijn afhankelijk van het land en van de uitrusting van de autoAls een van deze lampjes oplicht moet u direct stoppen zonder het overige verkeer ingevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen:Waarschuwingslampje laadstroomDit moet uit gaan zodra de motordraait. Als het onder het rijden gaatbranden, moet u stoppen en het laadstroomcircuit laten controleren door een Renault-dealer.Waarschuwingslampje oliedrukDit moet uit gaan zodra de motordraait. Als het onder het rijden gaatbranden moet u onmiddellijk stoppen en hetcontact afzetten. Controleer het oliepeil van demotor.
Als dit peil normaal is, heeft de storingeen andere oorzaak: Roep direct de hulp in vaneen Renault-dealer.Waarschuwingslampje koelvloei-stoftemperatuurAls dit lampje gaat branden moet ustoppen en de motor één tot twee minuten sta-tionair laten draaien. Als de temperatuur nietdaalt moet u het contact af zetten en laat u demotor afkoelen. Controleer als de motor is af-gekoeld de hoeveelheid koelvloeistof en destaat van de aandrijfriemen. Raadpleeg indiennodig een Renault-dealer.Als dit lampje oplicht moet u direct stop-pen zonder het overige verkeer in gevaarte brengen en de instructies bij het be-treffende lampje opvolgen.Waarschuwingslampje handremen remvloeistofpeil- Handremfunctie: dit lampje licht opals het contact aan staat en de handrem aange-trokken is.- Remvloeistofpeil-functie: als dit lampje gaatbranden als de handriem niet is aangetrokkenis het peil van de remvloeistof te laag.
1. 31INSTRUMENTENPANEELWaarschuwingslampje oliepeilals het onder het rijden gaat branden,stop dan en zet het contact af. Con-troleer het oliepeil van de motor. Raadpleeg in-dien nodig een Renault-dealer. Waarschuwingslampje ernstigestoring inspuitsysteem versie2. 2 dCiDit lampje moet uit gaan zodra de motor draait. Als het lampje tijdens het rijden oplicht, waarbijbinnen 10 secondes de motor inhoudt, bete-kent dit een ernstige storing van het inspuitsys-teem. Stop onmiddellijk zonder het overige verkeer ingevaar te brengen en zet het contact uit. Roepdirect de hulp in van een Renault-dealer. Niet in gebruikWaarschuwingslampje anti-blokkeer systeemDit gaat branden als u het contact aanzet en gaat uit na ongeveer drie secondes. Alshet onder het rijden brandt, moet u direct stop-pen. Raadpleeg een Renault-dealer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Renault Espace (2001) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Renault
Alle Renault Auto handleidingen