REMKO ELT 10-6 Handleiding

REMKO Verwarming ELT 10-6

Bekijk gratis de handleiding van REMKO ELT 10-6 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen. Heb je een vraag over REMKO ELT 10-6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
REMKO –
sterk als een beer
.
REMKO ELT / ELT E
Zuinige elektrische verwarmingsautomaten
Uitgave NL – P07
Bediening
Techniek
Onderdelen

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: REMKO
Categorie: Verwarming
Model: ELT 10-6

Handleiding REMKO ELT 10-6 – volledige tekst

3 Inhoud bladzijde Veiligheidsaanwijzingen 4 Omschrijving van het apparaat 4 Het in bedrijf nemen 4 Het buiten bedrijf stellen 5 Onderhoud 5 Storingen opheffen 6 Service en garantie 6 Technische gegevens 6 Inhoud bladzijde Montagetekening ELT 3-2 / 3-2 E 7 Onderdelenlijst ELT 3-2 / 3-2 E 7 Montagetekening ELT 10-6 / 10-6 E 8 Onderdelenlijst ELT 10-6 / 10-6 E 8 Montagetekening ELT 18-9 / 18-9 E 9 Onderdelenlijst ELT 18-9 / 18-9 E 9 Schakelschema 10 Onderhoudsrapport 11 Gebruiksaanwijzing Voor het ingebruiknemen / gebruiken van het apparaat moet deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig worden gelezen! Het op andere wijze gebruiken en of bedienen dan in deze handleiding wordt aangegeven is niet toegestaan. In dat geval vervalt elke aansprakelijkheid en garantie. ! Deze Gebruiksaanwijzing moet altijd aan of in de buurt van het apparaat bewaard worden. ! Zuinige elektrische verwarmingsautomaten

4 Toepassing ◊het drogen van nieuwbouw, spotverwarming voor werkplekken in de open lucht ◊het plaatselijk verwarmen van werkplekken in niet brandgevaarlijke fabrikageruimten en hallen ◊het permanent of incidenteel verwarmen van ruimten ◊het ontdooien van machines, voertuigen en niet brandbare magazijngoederen ◊het op temperatuur houden van kassen ◊het vorstvrijhouden van diverse onderdelen Veiligheidsaanwijzingen ◊Personen, die belast zijn met de bediening van de apparaten dienen, voor het begin van hun werk-zaamheden te controleren of de bedienings- en veiligheidsonderdelen zichtbare gebreken vertonen en of de veiligheidsmaatregelen getroffen zijn. Worden er gebreken vastgesteld, dan dient de verantwoordelijke perso(o)n(en) te worden ingelicht. ◊In geval van gebreken die de veiligheid in gevaar brengen dient het apparaat te worden uitgeschakeld.

◊Bij het gebruik van de apparaten dienen de geldende plaatselijke voorschriften en veiligheidsmaatregelen in acht genomen te worden. ◊Let er op een veilige afstand tot brandbare voorwerpen in acht te nemen. ◊Lucht toe- en afvoer moet onder alle omstandig- heden verzekerd zijn. ◊De uitblaasopening mag niet vernauwd en ook niet met slang- en of buisleidingen verbonden worden. ◊Steek nooit vreemde voorwerpen in het apparaat. ◊De apparaten mogen tijdens het gebruik niet afgedekt worden. ◊De apparaten mogen niet in de nabijheid van baden, douches, zwembaden e. d. gebruikt worden. ◊De apparaten mogen niet direkt onder een wand- contactdoos gebruikt worden. ◊De apparaten mogen niet rechtstreeks aan een waterstraal blootgesteld worden. ◊Zorg dat er nooit water in het apparaat kan komen. ◊De apparaten mogen niet gebruikt worden in ruimten waar gevaar voor explosies bestaat.

De elektrische aansluiting van het apparaat dient volgens VDE 0100 § 55 via een apart aansluitpunt met aardlekschakelaar te geschieden. 2. Zet de Bedieningsschakelaar in stand „0” 3. Steek de stekker (2) in de daarvoor bestemde wand- contactdoos. Het in bedrijf nemen De bediening en de controle van de apparaten dient te worden opgedragen aan een persoon die hiertoe voldoende kennis en/of instructie ontvangen heeft. 1. Controleer of de netspanning overeenkomt met die van het apparaat ELT 3-2 230V/1~ ELT 10-6 und ELT 18-9 400V/3~ ELT 3-2 ELT 10-6 ELT 18-9 Werking van het apparaat Alle apparaten kunnen in de aangegeven schakelstand zowel voor verwarmen als voor ventileren gebruikt worden. Model ELT 3-2 werkt uitsluitend in één verwarmingsstand.

Bij de modellen ELT 10-6 en ELT 18-9 kunnen 3 verwarmingsstanden ingesteld worden Om een constante temperatuur in de ruimte te verzekeren, kan er op het apparaat een ruimte thermostaat (extra) worden aangesloten. De thermostaat schakelt het apparaat uit wanneer de ingestelde temperatuur bereikt is en weer in wanneer de temperatuur onder de ingestelde waarde komt. Nadat het apparaat d. m. v. de bedieningsschakelaar of d. m. v. de ruimtethermostaat uitgeschakeld is, blijft de ventilator nog enige tijd lopen om de warmtewisselaar af te koelen; deze schakelt na enige tijd vanzelf uit. Dit kan zich enkele malen herhalen tot het apparaat geheel is afgekoeld. Omschrijving van het apparaat De apparaten worden direkt verhit d. m. v. elektrische energie. De apparaten werken volautomatisch, universeel en probleemloos.

De apparaten zijn uitgerust met omklede elektrische verwarmingselementen, geluidsarme en onderhouds-vrije axiale ventilatoren, thermostaten voor beveiliging en nakoelen, een aansluitkabel met stekker en een aansluiting voor een ruimtethermostaat. De apparaten zijn bedrijfszeker en eenvoudig te bedienen. De apparaten mogen in afgesloten en open ruimten voor uitsluitend industriële doeleinden gebruikt worden.

5 Het buiten bedrijf stellen Neem in ieder geval de volgende punten in acht ◊Houd u aan de controle en onderhoudstermijnen. ◊Houd het apparaat vrij van stof en vuil en reinig het alleen droog of met een vochtige doek. Geen waterstraal gebruiken. ◊Gebruik voor het schoonmaken een schone vochtige doek waarmee u het vuil van het oppervlakte verwijdert. ◊Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen en geen reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. ◊Gebruik bij extreme vervuiling alleen een geschikt reinigingsmiddel. ◊De beveiligingen en de veiligheidsmaatregelen regelmatig controleren. ◊Het aanzuig- en uitblaasrooster regelmatig op vervuiling controleren. Zonodig reinigen. ◊Zorg er voor dat de sensor en het capillaire buisje van de beveiligingsthermostaat niet beschadigd worden bij demontage of montage van het uitblaasrooster.

◊De veiligheidstoestand van het apparaat dient, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden naar behoefte, echter minstens een maal per jaar door een deskundige te worden gecontroleerd. Verlengsnoeren mogen uitsluitend door een er-kend elektrotechnisch installateur aangesloten worden waarbij rekening gehouden wordt met de capaciteit van het apparaat, de lengte van het snoer en de gebruiksomstandigheden. Bij werkzaamheden aan het apparaat altijd de stekker uit de wandcontactdoos nemen. Belangrijke aanwijzingen voor de nakoelcyclus ◊De ventilator kan tijdens de nakoelcyclus enkele malen in- en uitschakelen. ◊Sluit nooit de stroomtoevoer af gedurende de nakoelcyclus. ◊Schade aan het apparaat ten gevolge van oververhitting valt niet onder garantie 1. Zet de bedieningsschakelaar in de stand „0”.

Verbind de stekker 3 van de ruimtethermostaat (extra) met het thermostaatcontact 1 van het apparaat. 3. Plaats de ruimtethermostaat 4 op een geschikte plaats. De sensor van de thermostaat mag niet direct aan de warme lucht- stroom blootgesteld worden. 4. Stel met de ruimtethermostaat 4 de gewenste temperatuur in. 5. Zet de bedieningsschakelaar in de gewenste stand. Verwarmen met ruimtethermostaat Het apparaat werkt volautomatisch en afhankelijk van de temperatuur. 1 3 4 1. Steek de meegeleverde doorver- bindingstekker 2 in het thermo- staatcontact 1 van het apparaat. 2. Zet de bedieningsschakelaar in de gewenste stand. Verwarmen zonder thermostaat Het apparaat werkt continu. 2 1 Ventileren In deze stand draait alleen de ventilator. Thermostatisch regelen en verwarmen is nu niet mogelijk. 1. Zet de bedieningsschakelaar in de noodzakelijken stand.

6 Storingen opheffen Apparaat (ventilator) draait niet – controleer de netzekering – controleer de stekker – controleer de bedieningsschakelaar – controleer of de ventilator licht rond draait Apparaat verwarmt niet – controleer de bedieningsschakelaar – controleer de magneetschakelaar – controleer de temperatuurbegrenzer op werking en op beschadiging (capillaire buis) – controleer, of de thermostaat- resp. doorverbingstekker aangesloten is – bij gebruik met ruimtethermostraat: stel de thermostaat hoger in dan de temp. in de betreffende ruimte. Het apparaat werd in de fabriek in een testopstelling meermalen op storingsvrij functioneren beproefd. Mochten desondanks storingen optreden, welke niet door de gebruiker, zoals omschreven in de hoofdstuk „Storingen opheffen” terug te voeren zijn, went u zich dan tot uw servicehandelaar.

Het op andere wijze gebruiken en/of bedienen dan in deze handleiding wordt aangegeven is niet toegestaan. In dat geval vervalt elke aansprakelijkheid en garantie. Voorwaarde voor eventuele garantie-aanspraken is, dat de besteller of diens afnemer het bij elke REMKO ver-warmingsapparaat gevoegde garantiebewijs binnen redelijke tijd na aankoop en/of ingebruik nemen volledig ingevuld aan zijn REMKO leverancier retour gezonden heeft. Als alle controles zonder succes uitgevoerd zijn, kunt u zich het best tot een erkend service-station wenden. Bij alle werkzaamheden aan het apparaat altijd de stekker uit de wandcontactdoos nemen. Afstel- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend door erkend elektrotechnisch personeel uitgevoerd worden. Service en garantie Technische gegevens Type ELT 3-2 / 3-2 E ELT 10-6 / 10-6 E ELT 18-9 / 18-9 E Nominale capaciteit kW 3 10,5 18 Schakelbare verwarmingscap.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met REMKO ELT 10-6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden