REMKO DZH 50-2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO DZH 50-2 (20 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 54 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over REMKO DZH 50-2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Verwarming |
| Model: | DZH 50-2 |
Handleiding REMKO DZH 50-2 – volledige tekst
3Made by REMKOVoor dat de apparaten in gebruik worden genomen / worden ge-bruikt, moet deze bedrijfshandleiding zorgvuldig worden gelezen!Deze handleiding is een bestanddeel van het apparaat en moet altijd in de buurt van de opstellingsplaats of bij het apparaat zelf worden bewaard.
Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een verta-ling van de originele Duitse handleiding, versie W-08Wijzigingen voorbehouden; wij zijn niet aansprakelijk voor fouten en drukfouten!InhoudVeiligheidsvoorschriften4Beschrijving van het apparaat4Opstellingsvoorschriften5Ingebruikneming6Buitenwerkingstelling7Verzorging en onderhoud8Verhelpen van storingen9Afbeelding van het apparaat DZH 20-210Vervangingsonderdelenlijst DZH 20-211Afbeelding van het apparaat DZH 30-2/50-212Vervangingsonderdelenlijst DZH 30-2/50-213Afbeelding van het apparaat DZH 9014Vervangingsonderdelenlijst DZH 9015Gebruik volgens het bestemde doel16Klantenservice en garantie16Milieubescherming en recycling 16Elektrisch aansluitschema17Onderhoudsprotocol18Technische gegevens19
4REMKO DZHVeiligheidsvoorschriftenBeschrijving van het apparaatBij gebruik van de apparaten moeten altijd de desbetreffende lokale bouw- en brandbeveiligingsvoorschriften evenals de voorschrif-ten van de wettelijke ongevallenverzekering in acht worden genomen. De apparaten zijn voor levering on-derworpen aan uitgebreide materi-aal-, functie- en kwaliteitskeuringen. Toch kunnen de apparaten gevaren veroorzaken wanneer ze ondeskun-dig worden gebruikt door onge-schoolde personen of wanneer ze niet voor het bestemde doel worden gebruikt. Neem de volgende aanwijzingen in acht.
■ Voor onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden moet de netstekker uit het stopcontact worden getrokken■ De apparaten mogen uitslui-tend worden bediend door personen die zijn geschoold in het bedienen van de apparaten■ De apparaten moeten zodanig worden opgesteld en gebruikt dat personen geen gevaar lo-pen door uitlaatgas en stralings-warmte en er geen branden kunnen ontstaan■ De apparaten mogen uit-sluitend in gesloten ruimten worden opgesteld en gebruikt wanneer er voldoende lucht voor de verbranding wordt aan-gevoerd naar het apparaat■ Zonder uitlaatgasafvoer mogen de apparaten uitsluitend wor-den gebruikt in goed geventi-leerde ruimten. Voortdurend oponthoud van personen in de opstellingsruim-te is niet toegestaan Desbetreffende verbodsborden moeten worden aangebracht bij de ingangen.
■ De apparaten mogen niet zon-der toezicht worden gebruikt■ Plaats de apparaten uit-sluitend op een vlakke, niet-brandbare en stabiele ondergrond■ De apparaten mogen niet wor-den opgesteld en gebruikt in een brand- of explosiegevaar-lijke omgeving■ De apparaten mogen niet wor-den opgesteld en gebruikt in een olie-, zwavel- of zouthou-dende omgeving■ Bij de uitlaat moet een veilig-heidszone van 3 m en rondom het apparaat moet een vei-ligheidszone van 1 m worden aangehouden, ook ten opzichte van niet-brandbare voorwerpen■ Het aanzuigrooster moet altijd vrij worden gehouden van vuil en losse voorwerpen■ Nooit vreemde voorwerpen in het apparaat steken■ De apparaten mogen niet wor-den blootgesteld aan een rechtstreekse waterstraal, b. v. hogedrukreinigers enz. ■ Alle elektrische leidingen van de apparaten moeten tegen beschadiging (b. v.
door dieren) worden beschermd■ Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden overbrugd of geblokkeerd■ Dit type apparaat is niet be-doeld voor installatie op een vaste opstellingsplaatsDe apparaten zijn verplaatsbare warmeluchtblazers (WLE) zonder rookgasaansluiting. De apparaten worden gestookt met stookolie EL of diesel en zijn uitsluitend bedoeld voor industrieel gebruik. De apparaten werken zonder rook-gasaansluiting en zijn uitsluitend bedoeld voor bedrijfsdoeleinden. De apparaten beschikken over een ondergebouwd brandstofreservoir, brandstoffilters, onderhoudsarme axiaalventilator, hogedruk-verstui-vingsbranders met optische vlambe-waking, ruimtethermostaatstopcon-tact en een aansluitsnoer met een geaarde stekker. De apparaten voldoen aan de fundamentele veiligheids- en ge-zondheidseisen van de geldende EU-bepalingen en zijn eenvoudig te bedienen.
De apparaten worden onder andere gebruikt voor het:■ puntverwarmen van werkplekken in de open lucht■ puntverwarmen van werkplekken in de open lucht, niet-brandgevaarlijke fabrieks-ruimten en hallen■ tijdelijk verwarmen van ruimten met voldoende ventilatie■ verwijderen van ijs van machines, voertuigen en niet-brandbare magazijngoederen■ op temperatuur brengen van aan vorst blootstaande onderdelenATTENTIEDe apparaten mogen uitslui-tend worden opgesteld in goed geventileerde ruimten en niet in woonruimten of soortgelijke recreatieruimten.
5OpstellingsvoorschriftenATTENTIEVoorkom onder- of overdruk in de opstellingsruimte, omdat dit onvermijdelijk tot ver-brandingstechnische storingen leidt. WerkingNa inschakeling van de apparaten of bij warmtebehoefte (automatische werking van de apparaten met een ruimtethermostaat), schakelt de aanvoerluchtventilator in. Na afloop van de brandervoorventilatie opent de magneetklep de brandstoftoevoer naar de verstuiver. De onder hoge druk verstoven brandstof wordt verrijkt met een aan de verwarmingscapaciteit aangepaste hoeveelheid zuurstof en wordt ontstoken door een elektrische hoogspanningsvonk. Zodra er een stabiele vlam is, regelt de branderautomaat de optische vlambewaking. Na korte tijd wordt er warme lucht uitgeblazen. De besturingselektronica regelt volautomatisch alle functies van het apparaat en bewaakt deze.
Bij eventuele storingen, een instabiele of dovende vlam, worden de apparaten uitgeschakeld door de branderautomaat. Het storingslampje van de automaat gaat branden. Het apparaat kan pas opnieuw worden gestart nadat de branderautomaat is gereset. Nadat de apparaten zijn uitgeschakeld met de aan-/uitschakelaar of door de ruimtethermostaat, loopt de aanvoerluchtventilator nog even na om de verbrandingskamer af te koelen en schakelt dan zelfstandig uit. Dit proces wordt, afhankelijk van de warmtebehoefte, bij gebruik van een ruimtethermostaat volautomatisch herhaald. Voor het gebruik van de apparaten gelden in principe de veiligheids-richtlijnen van de wettelijke ongeval-lenverzekering, de desbetreffende bouwverordeningen en de stook-plaatsverordeningen.
Bijvoorbeeld voor Duitsland:– Feuerungsanlagenverordnung (FeuVo) (verordening voor verwar-mingsinstallaties) van de afzonder-lijke deelstaten– Unfallverhütungsvorschrift (UVV) (ongevalpreventievoorschrift) „Heiz-, Flämm- und Schmelz-geräte für Bau- und Montagear-beiten” (VBG 43)– Unfallverhütungsvorschrift (UVV) (ongevalpreventievoorschrift) „Verwendung von Flüssiggas” (VBG 21)– Arbeitsstättenrichtlinien ASR 5 (bedrijfsrichtlijnen)– Arbeitsstättenverordnung §§ 5 und 14 (bedrijfsrichtlijnen)Opstelling in de buitenlucht■ Er mag geen gevaar of ontoe-laatbare overlast ontstaan door gebruik van de apparaten■ De exploitant van de apparatenmoet voorkomen dat onbevoeg-den de apparaten of de energievoorziening kunnen ma-nipuleren■ Om beschadiging door weersin-vloeden te voorkomen, moeten de apparaten in de buitenlucht beschermd worden opgesteldOpstelling in gesloten, goed geventileerde ruimten■ Dit type apparaten beschikt niet over een rookgasaansluiting en mag slechts voorwaardelijk wor-den gebruikt in gesloten ruimten■ Om een ontoelaatbare belas-ting van de omgevingslucht met schadelijke stoffen te voorkomen, moet een betrouwbare afvoer van de verbrandingsgassen altijd gewaarborgd zijn■ De aanvoer van verse lucht die nodig is voor een goede verbran-ding, moet gewaarborgd zijn.
Verse lucht kan worden toege-voerd door venster en deuren of door voldoende grote openingen in de buitenmuur■ Voor ruimteverwarming mogen de apparaten uitsluitend worden gebruikt wanneer er een ruimte-thermostaat (toebehoren) wordt gebruiktDe apparaten mogen alleen in gesloten ruimten worden gebruikt wanneer:- er voldoende lucht voor de verbran-ding wordt toegevoerd naar het apparaat- deze goed zijn geventileerd- het aandeel schadelijke stoffen in de lucht geen ontoelaatbare con-centratie bereikt.
6REMKO DZHVerwarmen zonder ruimte-thermostaatDe apparaten werken ononder- broken. 1. Sluit de bijgevoegde brugstek-ker [2] met het thermostaatstopcontact [1] op het apparaat aan. 2. Zet de aan-/uitschakelaar op de stand „I” (AAN). Veilige afstanden■ Voor een veilig gebruik van het apparaat moet een veilige afstand van 1 m rondom het apparaat worden aangehouden■ Ten opzichte van de uitblaas moet een minimumafstand van 3 m worden aangehouden■ De vloer en het plafond moeten brandwerend zijn■ De aanzuig- en uitlaatdiame-ters mogen niet kleiner worden gemaakt of door voorwerpen worden geblokkeerdIngebruikneming21AANWIJZINGDe apparaten moeten conform VDE 0100 § 55 elektrisch worden aangesloten op een speciaal voedingspunt met een foutstroomveiligheidsschake-laar.
Voor de ingebruikneming moeten de apparaten worden gecontro-leerd op zichtbare gebreken van de bedienings- en veiligheidsvoorzie-ningen en op een correcte opstel-ling en elektrische aansluiting. Met de bediening en controle van de apparaten moet een persoon worden belast die voldoende ken-nis heeft van de juiste omgang met de apparaten. Sluit de apparaten aan op de stroomvoorziening1. Zet de aan-/uitscha-kelaar op de stand „0” (UIT). 2. Sluit de netstekker van het apparaat aan op een correct geïnstalleerd en beveiligd stopcontact. 230 V/50 HzATTENTIEBij gebreken die de bedrijfs-veiligheid van de apparaten in gevaar brengen, moeten de ap-paraten onmiddellijk worden stopgezet en moet de toezicht-houder worden ingelicht. ATTENTIEAlle kabelverlengstukken mogen uitsluitend worden gebruikt in uit- of afgerolde toestand.
Paraffinevorming bij lage bui-tentemperatuurOok bij een lage temperatuur moet er voldoende vloeibare stookolie beschikbaar zijn. Een tankverwarming is optioneel als REMKO-toebehoren verkrijg-baar. ■ Vul de brandstoftank met schone stookolie of diesel Geen biodiesel gebruiken.
■ Gebruik bij het vullen uit-sluitend schone en geschikte houdersVoordat het apparaat wordt gestart en voordat de tank wordt gevuld, moet het brandstoffilter worden gecontroleerd op vervui-ling en paraffinevorming. Het filter bevindt zich direct naast het vulaansluitstuk van de tank. De brandstoftank mag uitsluitend worden gevuld wanneer er een tankfilter is aangebracht in het vulaansluitstuk. AANWIJZINGParaffinevorming kan al ont-staan bij een temperatuurlager dan 5 °C. Om dit te voorkomen dient men passende maatregelen te treffen. ATTENTIEDe apparaten mogen niet worden opgesteld en gebruikt in een brand- of explosiegevaarlijke omgeving. AANWIJZINGIn geval van oververhitting van de apparaten is een veilige uitschakeling van de brander relais. AANWIJZINGAlleen schone brandstof via een trechter met een fijn filter te vullen.
7Verwarmen met ruimte- thermostaat (toebehoren)De apparaten werken volautoma-tisch en afhankelijk van de ruimte-temperatuur. 1. Maak de brugstekker [2] los. 2. Sluit de stekker [3] van de ruim-tethermostaat [4] aan op het thermostaatstopcontact [1] van het apparaat. 3. Plaats de ruimtethermostaat 4 op een geschikte plek in de ruimte. De thermostaatvoeler mag zich niet in een warme luchtstroom bevinden en dient niet op een koude ondergrond te worden geplaatst. 4. Stel de gewenste temperatuur in op de ruimtethermostaat. 5. Zet de aan-/uitschakelaar op de stand „I” (AAN). Bij warmtebehoefte schakelen de apparaten automatisch in en wanneer de ruimtetemperatuur is bereikt, schakelen ze weer uit. 4Buitenwerkingstelling1. Zet de aan-/uitschake-laar op de stand „0” (UIT). 2. Maak bij een lange bedrijfsstilstand de apparaten los van het stroomnet.
ATTENTIEOnderbreek de netaansluiting nooit voordat de afkoelfase geheel is beëindigd. Bij beschadiging van de ap-paraten door oververhitting vervalt de garantie. AANWIJZINGBij een lange stilstandperi-ode of wanneer de apparaten worden opgeslagen, dient u de brandstoftank altijd te vullen met stookolie of diesel. 13☞Aanwijzingen over de veiligheidsuitschakeling van de apparatenDe apparaten worden via een 1-leiding-systeem voorzien van brandstof. Hierdoor kan de brandstoftoevoer naar de verstuiver door luchtbel-len worden onderbroken bij de eerste ingebruikneming of nadat de brandstoftank geheel leeg is geraakt. De besturingselektronica voert in dit geval een storingsuitschakeling uit. De storingsuitschakeling wordt door het rode controlelampje op het bedieningspaneel aangegeven. De branderautomaat wordt doorhet indrukken van de storings-knop weer ingeschakeld. AANWIJZINGDe branderautomaat.
8REMKO DZHVerzorging en onderhoudRegelmatige verzorging en nale-egelmatige verzorging en nale-ving van enkele basisvoorwaarden waarborgen een storingsvrije wer-king en een lange levensduur van de apparaten. Na elke verwarmingsperiode (of eerder, afhankelijk van de ge-bruiksomstandigheden) moeten de apparaten, inclusief verbran-dingskamer en brander, worden ontdaan van roetafzettingen, stof en vuil. ■ Gebruik voor de reiniging een schone en licht bevochtigde doek waarmee u het vuil van het oppervlak veegt Geen waterstraal (hogedrukrei-niger) gebruiken. ■ Gebruik geen scherpe reini-gingsmiddelen met oplosmiddel en gebruik ook bij hardnekkig vuil alleen geschikte reinigings-middelen. ■ Maak de brandstoftank regel-matig schoon en spoel deze daarna uit met schone brand-stof of met andere geschikte middelen. Geen water gebruiken. ■ Houd de branderkop altijd schoon.
■ Controleer slijtageonderdelen zoals de oliesproeier, afdich-tingen enz. en vervang deze eventueel. Wij adviseren de oliesproeier in ieder geval te vervangen voor het begin van elk verwar-mingsseizoen. ■ Reinig regelmatig het tankfil-ter in het aansluitstuk van de brandstoftank. ■ Vervang het brandstoffilter(denk aan de stromingsrichting) afhankelijk van de toestand, maar minstens voor elk verwar-mingssseizoen. Let op de richting van de stro ming. ■ Gebruik uitsluitend schone stookolie EL of diesel Paraffinevorming in acht ne-men. ■ Laat de reiniging van het gaas-filter in de brandstofpomp en de vervanging van de sproeier over aan geautoriseerd vakper-soneel. ■ Controleer regelmatig of de veiligheidsvoorzieningen goed werken. ■ Bij afnemende verwarmingsca-paciteit, rookvorming en/of een slechte ontsteking, dient u het apparaat te inspecteren en de brander in te stellen.
14 mmAANWIJZINGInstel- en onderhoudswerk-zaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geau-toriseerd vakpersoneel. Alle maten zijn richtcijfers in mm. Instelling van de luchtschuifBBranderkop LuchtschuifInstelwaarden van ontste-kingselektroden en lucht-schuif2 - 377Instelling van de ontstekingselektrodenVoor alle werkzaamheden aan het apparaat moet de netstek-ker uit het stopcontact worden getrokken. Vooral wanneer de afdekking van het apparaat is geopend, bestaat er acuut verwondingsgevaar door de automatisch inschakelende ventilator. ATTENTIE. De waarden van het rookgas moeten worden gecontroleerd en ingesteld door geautori-seerd vakpersoneel. De vlam moet binnen de bran-derkamer uitbranden. De vlam mag niet buiten de branderka-mer komen. AANWIJZINGAlle maten zijn in mm.
9Verhelpen van storingenATTENTIEOm veiligheidsredenen mogen reparatiewerkzaamheden aan de elektro-installatie en de branderuitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. Storingen: Oorzaak:De aanvoerluchtventilator gaat niet lopen. 2 – 3 – 4 – 6 – 7 – 8 – 25De ventilator loopt, maar de brander ontsteekt niet. 1 – 5 – 6 – 9 – 10 – 11 – 12 – 13 – 14 – 15 – 16 – 17Het apparaat gaat op storing, zonder vlam-opbouw. 20 – 21 – 23 – 26Het apparaat schakelt tijdens het branden uit 4 – 5 – 6 – 7 – 8 – 9 – 10 – 11 – 13 – 15 – 16 – 17(het rode storingslampje in de branderautomaat knippert). 19 – 20 – 21 – 22 – 23 – 26Rookvorming tijdens het branden. 7 – 10 – 11 – 13 – 15 – 17 – 19 – 21 – 22Het apparaat schakelt in de schakelaarstand ‘0’ niet uit. 18 – 25Oorzaak: Oorzaak::1. Lucht in het brandstofsysteem tijden het opstarten. De storingsknop van de branderautomaat indrukken.
Dit eventueel max. 3 keer herhalen. 2. Er staat geen spanning op het apparaat. Stekker, stopcontact en netspanning controleren. 3. Geen stekker in het thermostaatstopcontact. Thermostaat, resp. brugstekker aansluiten op het thermostaatstopcontact. 4. De ruimtethermostaat is te laag ingesteld. De ruimtethermostaat hoger instellen dan de temperatuur in de ruimte. 5. Het storingslampje in de branderautomaat knippert. Op de storingsknop drukken om de branderautomaat weer in te schakelen. 6. Storing in de branderautomaat. De branderautomaat vervangen. 7. De motor is overbelast De motor laten afkoelen. (de ventilator loopt onregelmatig of is geblokkeerd). Controleren of de brandstofpomp licht genoeg loopt. De elektrische en mechanische werking van de motor controleren. 8. De brandstofpomp is geblokkeerd. De brandstofpomp controleren en zonodig vervangen. 9. De tank is leeg.
De verstuiver is verstopt of heeft niet de juiste grootte. De verstuiver vervangen (let op het juiste model en grootte. ). 12. De elektroden zijn verkeerd ingesteld, de isolatie is gescheurd. Opnieuw instellen, evt. vervangen. 13. De luchtschuif in de branderkop heeft niet meer de juiste Opnieuw instellen met behulp van CO2-indicator en roetpomp. instelling of is vervuild. (CO2: 11 – 12 %, roetgetal conform Bacharach: 0 – 1). 14. Het magneetventiel gaat niet open. De magneetklep controleren, evt. vervangen. 15. De pompdruk is niet juist ingesteld. De pompdruk instellen met een manometer. 16. De pompkoppeling is defect. De pompkoppeling vervangen. 17. Lek in de aanzuigleiding of in het brandstoffilter. Controleren, eventuele defecte delen vervangen. 18. Het magneetventiel gaat niet dicht. De brandstofleiding aan het hoofdfilter eraf trekken – de vlam dooft. 19.
Het beschermrooster van de luchttoevoerventilator is vervuild. Het rooster reinigen. 20. Uitschakeling door de veiligheidstemperatuurbegrenzer (STB). Het aanzuigbeschermrooster controleren, evt. reinigen en de branderautomaat (alleen bij model DZH 90) opnieuw inschakelen. 21. Luchtbellen in het brandstofsysteem. Het apparaat starten, zodat de lucht via de verstuiver afgevoerd wordt. Dit proces eventueel tot 3 keer toe herhalen22. De ventilatie in de ruimte is ontoereikend. Deur of raam openzetten. 23. De fotocel is vervuild of defect. De fotocel reinigen, evt. vervangen. 25. De aan-uitschakelaar werkt niet. De schakelaar controleren, evt. vervangen. 26. Parafineafscheiding in de brandstof. Het hele brandstofsysteem schoonmaken. „Zie ook de rubriek „In gebruikneming”.
16REMKO DZHVoorwaarde voor toewijzing van eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens klant binnen een redelijke termijn na de verkoop en ingebruikneming het bij de appara-ten geleverde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft opgestuurd naar REMKO GmbH & Co. KG. De apparaten zijn in de fabriekherhaaldelijk gecontroleerd op hun foutloze werking. Mochten er toch functiestoringen optreden die niet door de exploi-tant kunnen worden verholpen met behulp van de storingsaanwij-zingen, dan kunt u contact opne-men met uw vakhandelaar of uw contractpartner. Klantenservice engarantieGebruik volgens het bestemde doelDe apparaten zijn wegens hun constructie en uitrusting uitsluitend bedoeld voor verwarmings- en ventilatiedoeleinden in de industrie en bedrijven (niet voor particuliere woningen). De apparaten mogen uitsluitend worden bediend door geschoold personeel.
Bij niet-naleving van de fabrikant-instructies of de wettelijke vereis-ten inzake de opstellingsplaats, en bij eigenmachtige wijzigingen aan de apparaten, is de fabrikant niet aansprakelijk voor daaruit voort-vloeiende schade. Milieubescherming enrecyclingAfvoeren van de verpakkingHoud bij het afvoeren van het verpakkingsmateriaal rekening met ons milieu. Onze apparaten worden voor het transport zorgvuldig verpakt en in een stevige transportverpakking van karton en eventueel op een houten pallet geleverd. De verpakkingsmaterialen zijn mi-lieuvriendelijk en kunnen opnieuw worden gebruikt. Door hergebruik van de verpak-kingsmaterialen levert u een be-langrijke bijdrage aan het beperken van afval en de recycling van grondstoffen. Geef daarom het verpakkingsma-teriaal af bij de daartoe bestemde inzamelpunten.
Afvoer van het oude apparaat De apparaatproductie is onderhe-vig aan een voortdurende kwali-teitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaar-dige materialen verwerkt die voor het merendeel geschikt zijn voor recycling.
Lever uw bijdrage aan de bescher-ming van het milieu door ervoor te zorgen dat uw oude apparaat op milieuvriendelijke wijze wordt afgevoerd. Lever het oude apparaat in bij een erkend recyclingbedrijf of bij een daartoe bestemd inzamelpunt. Gebruik of bediening die af-wijkt van de in deze bedrijfs- handleiding vermelde gege-vens, is niet toegestaan. Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie. AANWIJZINGInstel- en onderhoudswerk-zaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. AANWIJZING.
REMKO GmbH & Co. KG Koel- en verwarmingstechniek Im Seelenkamp 12 D-32791 Lage Postfach 1827 D-32777 LageTelefoon +49 5232 606-0Telefax +49 5232 606-260E-mail [email protected] www.remko.deTechnische wijzigingen en specificaties onder voorbehoud!AdviesVia onze intensieve training bren-gen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.
De klantendiensttOnze apparaten werken nauwkeu-rig en betrouwbaar. Als er onver-hoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk netwerk van ervaren speciaalzaken waarborgt u altijd een snelle en betrouwbare service.REMKO INTERNATIONAL… en altijd dicht bij u in de buurt!Maak gebruik van onze ervaring en advies
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO DZH 50-2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarming REMKO
Handleiding Verwarming
Nieuwste handleidingen voor Verwarming