REMKO ATR-3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO ATR-3 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over REMKO ATR-3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Thermostaat |
| Model: | ATR-3 |
Handleiding REMKO ATR-3 – volledige tekst
3 GebruiksaanwijzinGebruiksaanwijzinGebruiksaanwijzinGebruiksaanwijzing Gelieve voor het gebruik en de ingebruikname zorgvuldig deze gebruiksaanwijzing te lezen ! Bij niet gepast gebruik of eigenhandig uitgevoerde veranderingen aan de standaarduitvoering en/of instellingen vervalt garantie of verantwoor-delijkheid van Remko.
4 Differentieelregeling met 2 voelers De elektronische klokthermostaat ATR 3 stuurt traploos het toerental van 1 tot 14 Remko-DVL-dakventilatoren en tegelijkertijd de warme luchtgenerator. Het apparaat werkt met 2 voelers : een ruimtethermovoeler op werk-hoogte en een plafondthermovoeler. De temperatuur van de onbenutte warmte die tegen het dak verzameld is wordt gemeten door de plafondthermovoeler. Is de ruimtetemperatuur lager dan de ingestelde waarden ( instelknop-pen A en B ) en is tegelijkertijd de verschiltemperatuur tegen het dak ho-ger dan de ingestelde waarde ( instelknop C ) gaan de Remko-DVL-dakventilatoren draaien en bren-gen de warme lucht naar onderen. De warmte energie tegen het plafond word in de werkzone terug benut. Hoe hoger het temperatuursverschil is hoe sneller de dakventilatoren draaien tot en met het maximum.
Het minimale en het maximale toeren-tal van de dakventilatoren kan ingesteld worden. ( instelknoppen F en G ). Het ventilatorvermogen wordt getoond in het display K door de indi-catoren M. Als de ruimtetemperatuur beneden een ingestelde waarde zakt ( instelknop E ) wordt de warmelucht generator bij ingeschakeld. De schakelstand word zichtbaar gemaakt door ledlamp N. Met de digitale klok kunnen de periodes van verwarmen en afkoelen worden ingesteld. Proportionele regeling 1 voeler Het apparaat kan, in speciale gevallen, eveneens als zuivere proportio-neleregelaar worden gebruikt. Er kan dan gekozen worden tussen de standen “Verwarmen” en “Koelen”. Bij gebruik van 1 voeler word enkel de ruimtetemperatuur gemeten. Word de ruimtetemperatuur over- of onderschreden met de ingestelde waarde Xp aan de regelknop D gaan de dakventilatoren werken.
Zakt de ruimtetemperatuur, in de stand “Verwarmen” beneden de inge-stelde waarde wordt eveneens de warmelucht generator bij aangescha-keld. In de stand “Koelen” wordt de branderrelais niet geschakeld en wordt de lucht enkel rondgestuurd.
De omschakeling van differentieelregeling naar proportioneelregeling en van “Verwarmen” naar “Koelen” wordt bekomen in de Menu “Instellen van de functies” De tweede voeler heeft dan geen functie en kan dan als meetpunt ge-bruikt worden. De melding op het display volgt na 3 seconden na het drukken op de toets SET. Werking.
6 VorstbeveiligingstemperatuurVorstbeveiligingstemperatuurVorstbeveiligingstemperatuurVorstbeveiligingstemperatuur De vorstbeveiligingstemperatuur is standaard ingesteld op 5°C. Door ge-lijktijdig op de drukknoppen + en – te drukken kan de vorstbeveiligings-temperatuur veranderd worden Uitschakelen Door tegelijkertijd te drukken op de drukknoppen en + wordt de regeling uitgeschakeld. Op de rechter zijde van het display zijn geen ikoontjes meer zichtbaar. Het regelapparaat registreert enkel de actuele temperatuur en alle regelfuncties zijn kompleet uitgeschakeld. Druktoets Door op de druktoets te drukken kan men, bij automatische werking, het programmapunt temperatuur ( omgevingstemperatuur, tempera-tuursvermindering) veranderen. Het gekozen temperatuursprogramma wordt visueel getoond door de rechtse indicatiesymbolen in het display.
Deze functie word opgeheven bij de volgende opvraging in het programma. ResetResetResetReset Er zijn 2 verschillende resetbewegingen mogelijk : 1. Start –Reset : Door op de druktoets RESET te drukken kan men de installatie terug op-starten na een uitvallen door storing. De klok moet dan wel opnieuw worden ingesteld. De programmakeuze en de instellingen van de para-meters blijven behouden. 2. Totale- Reset : Om de installatie opnieuw op te starten met de standaard instellingen moeten de drukknoppen RESET, + en – tegelijkertijd worden ingedrukt. De drukknop RESET mag gelost worden terwijl de drukknoppen + en – zolang moeten verder ingedrukt blijven tot in het display het versienum-mer (r 10…) verschijnt. De klok moet opnieuw worden ingesteld, terwijl de vooraf niet standaard instellingen ( tijdschakelprogramma, en andere parameters ) verdwijnen.
De ondergrens van de referen-tietemperatuur kan door de interne instelling begrensd worden op 5°C. Display van de klokthermostaatDisplay van de klokthermostaatDisplay van de klokthermostaatDisplay van de klokthermostaat In het display worden het uur, dag en actuele temperatuur aan de temperatuurvoeler ge-toond. Door op de drukknop SET te drukken wordt, gedurende 3 sec. , de temperatuur aan de tweede temperatuurvoeler getoond.
7 Klok instellenKlok instellenKlok instellenKlok instellen De klok kan worden ingesteld nadat 3 sec. op de drukknop gedrukt word of bij het weer opstarten via de RESET knop. Wanneer het uur nog niet is ingesteld gaan de cijfers van de klok aan- en uit knipperen. Door de drukknop SET te bedienen kunnen de gevraagde instelopties (uren -> minuten-> dag) gekozen worden. De gekozen insteloptie word kenbaar gemaakt door aan- en uitknipperen van letters. De waarde van de gekozen insteloptie kan veranderd worden door de drukknoppen + en – te bedienen, waarna door te drukken op SET de in-gestelde keuze wordt vastgelegd. Na de bevestiging van de dag word het uurwerk, op de seconde precies, gestart. Het toestel keert in deze fase terug wanneer op het menu “klok instellen” gevraagd word. Wanneer gedurende 1 minuut geen enkele drukknop wordt ingedrukt verschijnt het actuele uur terug.
display druktoets verklaring 1. tijdsinstelling veranderen 2. 20:30 +/- uren knipperen; instelling met [-] veranderen 3. 10:00 SET instelling bevestigen 4. 10:00 +/- minuten knipperen; instelling met [+] veranderen 5. 10:16 SET instelling bevestigen 6. * +/- dag knippert; instelling met [+/-] veranderen 7. * SET instelling bevestigen en stop van de programmering Voorbeeld : Maandag, 10:16 instellen Keuze van het programmaKeuze van het programmaKeuze van het programmaKeuze van het programma Het kiezen van het hoofdprogramma gebeurt door het bedienen van één van de drie linkse programma drukknoppen. Daarbij kan gekozen worden tussen automatisch werken , com-fortwerking (continue), en afkoelmodus (continue). De programma’s Uit of vorstbeveiliging kunnen bereikt worden door respectievelijk de bovenste en middelste of de onderste en de middelste linkse drukknoppen te bedienen.
In het display verschijnt het programmanummer ( PO1 tot P16) de daarbij horende tijd en dag en nog de gekozen temperatuurmodus ( comforttempe-ratuur of afkoeltemperatuur, zie ikoontje rechts) Door op de toets SET te drukken bekomt men opnieuw de instelpositie (programmanummer -> uur -> dag -> temperatuurmodus). De gekozen in-steloptie wordt knipperend getoond. Door op de druktoetsen + of – te drukken kan de waarde van de respectie-velijke instelpositie veranderd worden en door op SET te drukken kan de in-gestelde waarde bevestigd worden. Door op de toets PROG te drukken en bij knipperend ikoontje van het pro-grammanummer komt men in dat betreffende programmapunt terug hetwelk uit het menu “Tijdsprogramma instellen” gekozen is. Niet werkzame programmapunten worden getoond door --:-- in het uuricoon.
9 Instellen van de functiesInstellen van de functiesInstellen van de functiesInstellen van de functies Door 6 seconden lang op de druktoets PROG te drukken komt u in een menu waar u diverse standaardfuncties kunt instellen. In het display wordt links de gekozen functie getoond en rechts de daarbij horende waarde. Door op de toets SET te drukken bekomt u de gewenste insteloptie. De gekozen insteloptie wordt knipperend getoond. Door op de druktoetsen + en – te drukken kan men de waarde verande-ren en later bevestigen door op SET te drukken. Na de bevestiging van de laatste functie komt het apparaat terug in de menupositie “instellen van de functie”. Voor het gebruik van het apparaat in combinatie met dakventilatoren Remko DVL kunt u volgende instellingen nemen : display druktoets verklaring 1. PROG 6 seconden drukken = instellen van de functies 2.
10 Instellen van de regelparametersInstellen van de regelparametersInstellen van de regelparametersInstellen van de regelparameters Door 3 seconden lang op de druktoets PROG te drukken komt u in een menu waar u diverse regel-parameters kunt instellen. Een regeling van deze regelparameters is niet nodig in combinatie met dakventilatoren Remko DVL. Mocht u per ongeluk toch in dit menupunt geraken, bediend u de druktoetsen als volgt om het menu te verlaten. display druktoets verklaring 1. Display PROG 3 seconden drukken = parameterinstelling 2. diFH 1.0 SET instelling bevestigen 3. AnLo 0 SET instelling bevestigen 4. AnHi 100 SET instelling bevestigen en stop van de programmering Programmeervoorbeeld Voor de erkende elektricien ! • Volgende punten moeten worden vastgelegd voor de montage : 1. Aantal en positionering van de dakventilatoren 2. Positionering van de voelers 3.
Positionering van de regeling 4. Keuze van de diktes en plaatsing van de toevoer- en stuurkabels • Lees de montage- en gebruiksvoorschriften van de dakventilatoren. Max. toegelaten afgenomen stroom 6,3 A. • De aansluiting en dienst na verkoop mag enkel gebeuren door er-kende installateurs. • Vooraleer te werken aan de installatie het volledige elektrische circuit stroomloos maken en er voor zorgen dat deze niet, ongewild, terug wordt ingeschakeld. • Het aansluitschema voor de toevoerleidingen, dakventilatoren, ther-movoelers alsmede de eventuele stuurkabel naar de verwarmings-ketel is te vinden op pagina 14. • Het stuurapparaat mag enkel aan vastliggende elektrische leidingen worden aangesloten en enkel in overdekte en droge ruimtes worden geïnstalleerd. Aanwijzingen voor de montageAanwijzingen voor de montageAanwijzingen voor de montageAanwijzingen voor de montage
11 Opgelet : Fouten bij het aansluiten kunnen beschadigingen voort-brengen. Remko is niet verantwoordelijk bij foute aansluitingen of onachtzame handelingen bij de montage. max. lengte min. doorsnede (Cu) 30 m 0,50 mm² 45 m 0,75 mm² 60 m 1,00 mm² 90 m 1,50 mm² • Bij de installatie moet erop gelet worden dat leidingen onder netspan-ning (230 V) zoals de toevoerkabels en/of relaiskabels niet in aanra-king komen met de voelerleidingen. De minimum afstand moet 4 mm zijn bij een basisisolering. • Er moet voor gezorgd worden dat alle leidingen voldoende worden vastgemonteerd op de ondergrond. • De geldende voorschriften voor de montage uit het ARAB zijn te volgen. • De voelerleidingen hebben een minimale doorsnede en een maxima-le lengte vastgelegd in onderstaande tabel!
Opgelet : Onderaan het display van de regeling wordt met knippe-rende ikoontjes getoond dat de dakventilatoren afgeschakeld wer-den van het regelapparaat ten gevolge van een defect. Opgelet : Zou de installatie niet volgens uw verwachtingen werken gelieve dan eerst de de juistheid van de aansluitingen evenals de elektrische toevoer controleren. Het is niet toegelaten de regeling te gebruiken voor een andere toepassing of anders te bedienen dan vastgelegd in deze gebruiksaanwijzing. Elke eis of verantwoordelijkheid wordt afgewezen. Bij de verkoop van de installatie moeten de bijgeleverde garantiebewijzen worden ingevuld en terug bezorgd worden aan REMKO Gmbh & Co KG. Zonder dit garantiebewijs kan geen enkele aanspraak worden gemaakt op garantie.
12 De regeling moet worden gemonteerd op een goed toegankelijke plaats buiten de verkeerswegen. Wanneer enkel geautoriseerde mensen deze mogen bedienen dient een extra beveiliging te worden aangebracht. Een bijgeleverde boormal vereenvoudigd de montage. De bevestigingspunten kun-nen eveneens uit naast staande tekening worden overgenomen. De bevestigings-materialen zijn niet bijgeleverd. Na de bevestiging van de regeling kun-nen de kabels worden binnengebracht via de voorgepreegde kabeldoorvoerin-gen onderaan en door de meegeleverde kabeldoorvoeren. Montage van de regeling 99 99 145 afmetingen in millimeter Montage van de thermovoelersMontage van de thermovoelersMontage van de thermovoelersMontage van de thermovoelers Om een verschiltemperatuur te kunnen meten zijn twee KTY – thermo-voelers nodig.
De bovenste thermovoeler moet tegen het dak worden gemonteerd op een minimum afstand van 3 meter van de dakventilator. Ver-mijd plaatsingen in de nabijheid van lucht in- en uitgangen ( kana-len, deuren, poorten, e.d.m.). De onderste thermovoeler wordt op een hoogte van ca. 1,5 m ge-monteerd. Er moet gelet worden dat de voeler niet in het stromings-gebied van een ventilator bevindt. Word de voeler op een koude bui-tenwand gemonteerd moet een isolatieplaat tussen de wand en de voeler worden voorzien. De thermovoelers worden met 2-aderige kabels aan de regeling gekop-peld. De aansluitingen hebben geen poolrichting. Let wel op de correcte aansluitingen : thermovoeler “ Onder” aan de klemmen 5 + 6; thermo-voeler “ Boven “ aan de klemmen 6 + 7. Waarden voor de controle van het functioneren van de thermovoelers zijn : ⇒ bij 20°C: weerstand ca. 1879 Ω ⇒ bij 30°C: weerstand ca. 2035 Ω min.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO ATR-3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermostaat REMKO
Handleiding Thermostaat
Nieuwste handleidingen voor Thermostaat