Remeha Neptuna WPR-H 22-27 MK3 Handleiding

Remeha Warmtepomp Neptuna WPR-H 22-27 MK3

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Neptuna WPR-H 22-27 MK3 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Remeha Neptuna WPR-H 22-27 MK3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
MW-1001232-1
MW-
1001232-1
België - Nederland
nl
Deutsche Anleitung für Belgien auf Anfrage erhältlich
Gebruikershandleiding
Omkeerbare lucht/water-warmtepomp 'Split Inverter'
WPR
WPR/E 4-8 MK3
WPR/H 4-8 MK3
WPR/E 11-16 MK3
WPR/H 11-16 MK3
WPR/E 22-27 MK3
WPR/H 22-27 MK3

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Warmtepomp
Model: Neptuna WPR-H 22-27 MK3

Handleiding Remeha Neptuna WPR-H 22-27 MK3 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen. 51. 1 Veiligheid. 51. 2 Algemene instructies. 61. 3 Elektrische veiligheid. 61. 4 Veiligheid van het koudemiddel. 71. 5 Veiligheid tapwater. 71. 6 Hydraulische veiligheid. 81. 7 Aanbevelingen voor het gebruik. 81. 8 Specifieke instructies voor service, onderhoud en storingen. 81. 9 Aansprakelijkheden. 92 Gebruikte symbolen. 102. 1 In de handleiding gebruikte symbolen. 102. 2 Op het apparaat gebruikte symbolen. 103 Technische specificaties. 123. 1 Goedkeuringen. 123. 1. 1 Richtlijnen. 123. 1. 2 Fabriekstest. 123. 2 Technische gegevens. 123. 2. 1 Warmtepomp. 123. 2. 2 Gewicht warmtepomp. 143. 2. 3 Combinatieverwarmingstoestellen met middentemperatuur-warmtepomp. 153. 2. 4 Circulatiepomp. 183. 2. 5 Sensorspecificaties. 184 Werking. 204. 1 Beschrijving van het bedieningspaneel. 204. 1. 1 Beschrijving van de gebruikersinterface. 204. 1.

2 Beschrijving van het hoofdscherm. 204. 2 Het starten en uitschakelen van de warmtepomp. 214. 2. 1 Warmtepomp starten. 214. 2. 2 De warmtepomp uitschakelen. 214. 3 De centrale verwarming in-/uitschakelen. 214. 4 Perioden van afwezigheid of vakantieperioden. 214. 5 Regionale en ergonomische parameters. 214. 6 Zones aanpassen. 224. 6. 1 Definitie van de term "zone". 224. 6. 2 De naam en het symbool van een zone wijzigen. 224. 7 Activiteiten aanpassen. 234. 7. 1 Activiteit. 234. 7. 2 De naam van een activiteit wijzigen. 234. 7. 3 De temperatuur van een activiteit wijzigen. 234. 8 Kamertemperatuur voor een zone. 244. 8. 1 Werkingsmodus selecteren. 244. 8. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor verwarming. 244. 8. 3 Een klokprogramma activeren en configureren voor het koelen. 254. 8. 4 De kamertemperatuur tijdelijk wijzigen. 254. 9 Sanitair-warmwatertemperatuur. 254. 9.

1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen1. 1 VeiligheidWerking GevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan. Elektrisch Het apparaat is bedoeld om permanent te worden aangesloten op het sanitaire waterleidingnet. Lees vóór het uitvoeren van werkzaamheden aan het apparaat zorgvuldig alle documenten die bij het product zijn gevoegd. Deze documenten zijn ook beschikbaar op onze website. Zie de laatste pagina.

Installeer het apparaat in overeenstemming met de nationale voorschriften voor elektrische installaties. Als de waterleiding om bij te vullen vast is aangesloten, moet een terugstroombeveiliging worden gemonteerd in overeenstemming met de installatieregels. Als de voedingskabel bij het apparaat is geleverd en als blijkt dat deze is beschadigd, moet deze kabel worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een persoon met een gelijkwaardige vakkennis, teneinde ieder gevaar uit te sluiten. Als het apparaat af-fabriek niet is bekabeld, moet het worden bekabeld volgens het elektrisch schema in hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen'. Zie de installatie- en servicehandleiding. Dit apparaat moet worden aangesloten op de aardleiding. De aarding dient te voldoen aan de geldende installatievoorschriften.

Zorg voor aarding van het apparaat voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht. Type en ampèrage van zekeringen: zie het hoofdstuk "Aanbevolen kabeldoorsneden". Zie de installatie- en servicehandleiding. Om het apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet, wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen'.

Zie de installatie- en servicehandleiding. Om ieder risico vanwege een onverwachte reset van de uitschakelautomaat te voorkomen, mag dit apparaat niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7684555 - v03 - 22052018 5.

Tapwater Tap het apparaat als volgt af:1. Sluit de aanvoerleiding van het sanitair koud water. 2. Open een warmwaterkraan in de installatie. 3. Open een kraan van de veiligheidsgroep. 4. Om af te tappen, moet de kraan aan de onderkant van de boiler worden geopend. De drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat het apparaat niet wordt geblokkeerd. Er moet een drukbegrenzingsvoorziening in de afvoerpijp worden ingebouwd. Omdat er water uit de afvoerleiding kan stromen, moet de afvoerleiding open blijven naar de open lucht, in een vorstvrije omgeving, en een continu dalende helling hebben. Raadpleeg het hoofdstuk 'Sanitair-warmwaterboiler aansluiten op de drinkwatertoevoerleiding' om te bepalen welk type drukbegrenzer moet worden geïnstalleerd en hoe deze moet worden aangesloten.

Zie de installatie- en servicehandleiding. Hydraulica OpgeletHoud de minimale en maximale waterdruk en temperatuur aan om er zeker van te zijn dat het apparaat naar behoren werkt. Zie hoofdstuk 'Technische specificaties'. Installatie BelangrijkMaak de voldoende ruimte vrij om het apparaat correct te installeren. Zie hoofdstuk Afmetingen van het apparaat. Zie de installatie- en servicehandleiding. 1. 2 Algemene instructiesHet systeem moet in elk opzicht voldoen aan de voorschriften die in het land van kracht zijn bij werkzaamheden en reparaties in huizen, woningen en andere gebouwen. Alleen een erkend installateur mag werkzaamheden aan het apparaat en de verwarmingsinstallatie verrichten. Deze moet zich houden aan de lokale en nationale voorschriften tijdens de montage, installatie en het onderhoud van de installatie.

De inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd door een erkend installateur. 1. 3 Elektrische veiligheidLeg het apparaat in overeenstemming met de geldende normen aan de aarde voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht.

1. 4 Veiligheid van het koudemiddelWaarschuwingKoelvloeistof en leidingen:Gebruik uitsluitend R410A koelvloeistof voor het vullen van de installatie. Gebruik gereedschap en leidingonderdelen die speciaal ontworpen zijn voor een gebruik met R410A koelvloeistof. Gebruik leidingen van zuurstofarm fosforkoper voor het transport van de koelvloeistof. Bewaar de koelleidingen op een stof- en vochtvrije plaats (om beschadiging van de compressor te voorkomen). Gebruik geen laadcilinder. Bescherm de warmtepomp componenten, waaronder de isolatie- en structuurelementen. Voorkom oververhitting van de leidingen bij het solderen om geen schade te veroorzaken. Contact van de koelvloeistof met een vlam kan giftige gasdampen veroorzaken.

Werkzaamheden aan het koelsysteem moeten uitgevoerd worden door een vakman, volgens de in het vakgebied geldende regelen der kunst (opvangen koudemiddel, lassen met stikstof, enz. ). Laswerkzaamheden moeten uitgevoerd worden door vakbekwame lassers. Raak de koelleidingen niet met blote handen aan wanneer de warmtepomp werkt. Gevaar voor verbrandings- of bevriezingswonden. In geval van koudemiddellekkage:1. Schakel het apparaat uit. 2. Open de ramen. 3. Gebruik geen vuur, rook niet, bedien geen elektrische contacten. 4. Vermijd contact met het koudemiddel. Gevaar voor bevriezingswonden. Spoor het vermoedelijke lek op en dicht het onmiddellijk. Gebruik uitsluitend originele onderdelen voor het vervangen van een defect koelelement. Gebruik uitsluitend watervrije stikstof voor het opsporen van lekken of voor op druk testen. Zorg dat het koudemiddel niet in de open lucht kan ontsnappen. 1.

Een drukregelaar (niet meegeleverd) is vereist wanneer de aanvoerdruk hoger is dan 80% van de kalibratie van de veiligheidsklep of veiligheidsgroep en deze zich moet stroomopwaarts van het apparaat bevinden. Er mag zich geen enkele vorm van afsluiter bevinden tussen de veiligheidsklep of -groep en de sanitair-warmwaterboiler. De hydraulische installatie moet onder alle omstandigheden in staat zijn om een minimaal debiet te verzekeren. Verwarmingswater en sanitair water mogen nooit met elkaar in contact komen. Sanitair water mag niet in de warmtewisselaar circuleren. Maximumtemperatuur bij het tappunt: de maximale temperatuur van sanitair warmwater bij het tappunt is onderworpen aan speciale voorschriften in de verschillende landen waar dit apparaat wordt verkocht om de consument te beschermen. Bij installatie van het apparaat moeten deze speciale voorschriften worden opgevolgd.

Om het gevaar voor brandwonden door heet water te beperken moet er een thermostatische mengkraan in de vertrekleiding van het sanitair warmwater worden opgenomen. 1. 6 Hydraulische veiligheidVoor de hydraulische aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen. Als er radiatoren rechtstreeks zijn aangesloten op het verwarmingscircuit: installeer een differentieelklep tussen de binnenmodule en het verwarmingscircuit. Installeer wateraftapkranen tussen de binnenmodule en het verwarmingscircuit. Voeg geen chemische middelen toe aan het verwarmingswater zonder een vakman op het gebied van waterbehandeling te hebben geraadpleegd. Bij voorbeeld: antivries, waterontharders, pH-verhogende of verlagende middelen, chemische toevoegmiddelen en/of inhibitoren. Deze kunnen leiden tot storingen in de warmtepomp en beschadiging van de warmtewisselaar. 1.

7 Aanbevelingen voor het gebruikDe vorstbeveiliging werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld. Tap de binnenmodule en de CV-installatie af als de woning voor langere tijd onbewoond is en er kans is op vorst. Zorg dat de warmtepomp op ieder moment te bereiken is. Verwijder of bedek nooit de etiketten en typeplaten die op apparaten zijn geplakt. De etiketten en typeplaten moeten tijdens de hele levensduur van het apparaat leesbaar blijven. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk. Geef de voorkeur aan de UIT-modus of de vorstbeveiligingsmodus in plaats van het systeem helemaal uit te zetten, zodat de volgende functies blijven werken:Gangbaar houden van de pompenVorstbeveiligingControleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat. Raak radiatoren niet langdurig aan.

Bijvoorbeeld bij meerdere maanden afwezigheid terwijl er vorstgevaar in het gebouw is. 1. 8 Specifieke instructies voor service, onderhoud en storingenOnderhoudswerk moet door een erkend installateur worden uitgevoerd. Alleen een erkende professional mag de beveiligingsapparaten instellen, corrigeren of vervangen. Voor eventuele werkzaamheden aan de warmtepomp, de binnenunit en de hydraulische of elektrische bijverwarming, indien aangesloten, eerst de stroom uitschakelen. Wacht ongeveer 20 tot 30 seconden tot de condensatoren van de buitenunit zijn ontladen, en controleer of de lampjes op de besturingsprint van de buitenunit zijn uitgegaan. Schakel voor alle werkzaamheden aan het koelsysteem het apparaat uit en wacht enkele minuten. Sommige componenten zoals de compressor en de buizen kunnen warmer dan 100 °C worden en een hoge druk opbouwen, wat tot ernstig letsel kan leiden.

Lokaliseer en verhelp de oorzaak van de uitschakeling voordat u de veiligheidsthermostaat reset. Er mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Het verwijderen en afvoeren van de warmtepomp moet door een erkende vakman worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving. Controleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden. Verwijder de bemanteling alleen voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Zet de bemanteling weer terug na de onderhouds- en servicewerkzaamheden. De gebruiker moet ervoor zorgen dat de koudemiddelleidingen jaarlijks worden gecontroleerd op lekken voor een warmtepomp met een lading van meer dan 5 ton CO2 of vergelijkbaar volume. 1. 9 AansprakelijkhedenAansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen.

Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet in acht nemen van de installatievoorschriften van het apparaat. Het niet in acht nemen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.

Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker. Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling. Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie. Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur. Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7684555 - v03 - 22052018 9.

Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2.2 Op het apparaat gebruikte symbolen1Wisselstroom2Beschermingsaarde1Informatie over de warmtepomp: type koudemiddel, maximale werkdruk en vermogen opgenomen door de binnenmodule2Informatie over de sanitair-warmwaterboiler: volume, maximale werkdruk en stand-by-verliezen van de sanitair-warmwaterboiler3Informatie over de elektrische bijverwarming, elektrische voeding en maximaal vermogen (alleen voor versies met elektrische bijverwarming)4Lees voor het installeren en in bedrijf nemen van het apparaat de meegeleverde handleidingen aandachtig door5Het symbool betekent compatibiliteit met eTwist.6Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpuntAfb.1 Op het apparaat gebruikte symbolenMW-6000066-31 2Afb.2 Op het typeplaatje gebruikte symbolenMW-3000555-02124 6532 Gebruikte symbolen10 7684555 - v03 - 22052018

3 Technische specificaties3. 1 Goedkeuringen3. 1. 1 RichtlijnenDit product voldoet aan de eisen van de volgende Europese richtlijnen en normen:Richtlijn drukapparatuur 2014/68/EULaagspanningsrichtlijn 2014/35/EGGenerieke norm: EN 60335-1Relevante norm: EN 60335-2-40EMC-richtlijn 2014/30/EUGenerieke normen: EN 61000-6-3, EN 61000-6-1Relevante norm: EN 55014Dit product voldoet aan de eisen van Europese richtlijn 2009/125/EG inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten. Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd. Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in deze handleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn. 3. 1.

2 FabriekstestAlvorens de fabriek te verlaten, wordt elke binnenmodule op de volgende punten getest:Lekdichtheid van het verwarmingscircuitElektrische veiligheidLekdichtheid van het koelsysteemLekdichtheid van het sanitairwarmwatersysteem3. 2 Technische gegevens3. 2. 1 WarmtepompDe specificaties zijn geldig voor een nieuw apparaat met schone warmtewisselaars. Maximum werkdruk: 0,3 MPa (3 bar)Tab. 1 Gebruiksvoorwaarden AWHP 4.

5 MRWPRAWHP 6 MR-3WPRAWHP 8 MR-2Lucht-water-warmtepomp Ja Ja JaWater-water-warmtepomp Nee Nee NeePekel-water-warmtepomp Nee Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp Nee Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel Ja Ja JaCombinatieverwarmingstoestel met warmtepomp Ja Ja JaNominale warmteafgifte onder gemiddelde omstandigheden(1)PratedkW 3 4 6Nominale warmteafgifte onder koudere omstandighedenPratedkW 5 4 6Nominale warmteafgifte onder warmere omstandighedenPratedkW 4 5 6Opgegeven verwarmingsvermogen bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CPdhkW 3,8 3,4 5,6Tj = +2 °CPdhkW 4,3 2,2 2,9Tj = +7 °CPdhkW 4,5 2,1 6,4Tj = +12 °CPdhkW 5,5 2,6 4,3Tj = bivalente temperatuurPdhkW 3,1 3,9 5,6Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 3,1 3,9 5,6Bivalente temperatuurTbiv°C -10 -10 -10Verliescoëfficiënt(2)Cdh— 1,0 1,0 1,0Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde omstandighedenƞs% 134 125 129Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere omstandighedenƞs% 109 116 119Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere omstandighedenƞs% 179 172 169Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd- 1,64 1,75 1,95Tj = +2 °CCOPd- 3,46 3,18 3,22Tj = +7 °CCOPd- 4,96 4,56 4,57Tj = +12 °CCOPd- 7,90 6,41 6,55Tj = bivalente temperatuurCOPd- 1,20 1,56 1,70Tj = uiterste bedrijfstemperatuurCOPd- 1,20 1,56 1,70Uiterste bedrijfstemperatuur voor lucht-water-warmtepompenTOL°C -10 -10 -10Uiterste bedrijfstemperatuur verwarmingswaterWTOL°C 55 60 60Stroomverbruik Uit-standPOFFkW 0,009 0,009 0,009Thermostaat-uit-standPTOkW 0,049 0,049 0,049Stand-byPSBkW 0,012 0,013 0,013CarterverwarmingstandPCKkW 0,000 0,055 0,055Aanvullend verwarmingstoestel Nominale warmteafgiftePsupkW 0,0 0,0 0,0Type energietoevoer Elektriciteit Elektriciteit Elektriciteit3 Technische specificaties7684555 - v03 - 22052018 15.

Productnaam WPRAWHP 4. 5 MRWPRAWHP 6 MR-3WPRAWHP 8 MR-2Overige technische gegevens Vermogensregeling Variabel Variabel VariabelGeluidsvermogensniveau, binnen - buitenLWAdB 43 _ 57 43 _ 64 51 _ 65Jaarlijks energieverbruik onder gemiddelde omstandighedenQHEkWh 2353 2124 3499Jaarlijks energieverbruik onder koudere omstandighedenQHEkWh 4483 3721 4621Jaarlijks energieverbruik onder warmere omstandighedenQHEkWh 1249 1492 1904Nominaal luchtdebiet, buiten voor lucht-water-warmtepompen—m3/u 2680 2700 3300(1) De nominale warmteafgifte Prated is gelijk aan de ontwerpbelasting voor verwarming Pdesignh, en de nominale warmteafgifte van een aanvullend verwarmingstoestel Psup is gelijk aan het aanvullend verwarmingsvermogen sup(Tj). (2) Als Cdh niet door meting is bepaald, is de standaardverliescoëfficiënt Cdh = 0,9. Tab.

10 Technische parameters voor combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp (parameters opgegeven voor middentemperatuur-toepassing)Productnaam WPRAWHP 11 MR-2 AWHP 11 TR-2WPRAWHP 16 MR-2 AWHP 16 TR-2Lucht-water-warmtepomp Ja JaWater-water-warmtepomp Nee NeePekel-water-warmtepomp Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel Ja JaCombinatieverwarmingstoestel met warmtepomp Ja JaNominale warmteafgifte onder gemiddelde omstandigheden(1)PratedkW 6 9Nominale warmteafgifte onder koudere omstandighedenPratedkW 4 7Nominale warmteafgifte onder warmere omstandighedenPratedkW 8 13Opgegeven verwarmingsvermogen bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CPdhkW 6,8 8,6Tj = +2 °CPdhkW 8,2 6,5Tj = +7 °CPdhkW 9,0 12,9Tj = +12 °CPdhkW 10,1 9,9Tj = bivalente temperatuurPdhkW 6,3 8,8Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 6,3 8,8Bivalente temperatuurTbiv°C -10 -10Verliescoëfficiënt(2)Cdh— 1,0 1,0Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde omstandighedenƞs% 125 121Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere omstandighedenƞs% 113 113Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere omstandighedenƞs% 167 161Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd- 1,82 1,85Tj = +2 °CCOPd- 3,43 3,02Tj = +7 °CCOPd- 4,54 4,34Tj = +12 °CCOPd- 6,24 5,75Tj = bivalente temperatuurCOPd- 1,20 1,35Tj = uiterste bedrijfstemperatuurCOPd- 1,20 1,353 Technische specificaties16 7684555 - v03 - 22052018.

Productnaam WPRAWHP 22 TR–2WPRAWHP 27 TR–2Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd- 1,95 1,67Tj = +2 °CCOPd- 2,80 2,86Tj = +7 °CCOPd- 3,76 4,12Tj = +12 °CCOPd- 4,85 5,06Tj = bivalente temperatuurCOPd- 1,64 1,67Tj = uiterste bedrijfstemperatuurCOPd- 1,64 1,20Uiterste bedrijfstemperatuur voor lucht-water-warmtepompenTOL°C -10 -10Uiterste bedrijfstemperatuur verwarmingswaterWTOL°C 60 60Stroomverbruik Uit-standPOFFkW 0,010 0,014Thermostaat-uit-standPTOkW 0,049 0,023Stand-byPSBkW 0,016 0,023CarterverwarmingstandPCKkW 0,055 0,055Aanvullend verwarmingstoestel Nominale warmteafgiftePsupkW 0,0 0,0Type energietoevoer Elektriciteit ElektriciteitOverige technische gegevens Vermogensregeling Variabel VariabelGeluidsvermogensniveau, binnen - buitenLWAdB 43 _ 77 43 _ 77Jaarlijks energieverbruik onder gemiddelde omstandighedenQHEkWh 7681 9993Jaarlijks energieverbruik onder koudere omstandighedenQHEkWh 10578 13164Jaarlijks energieverbruik onder warmere omstandighedenQHEkWh 10025 11541Nominaal luchtdebiet, buiten voor lucht-water-warmtepompen — m3/u 6000 6000(1) De nominale warmteafgifte Prated is gelijk aan de ontwerpbelasting voor verwarming Pdesignh, en de nominale warmteafgifte van een aanvullend verwarmingstoestel Psup is gelijk aan het aanvullend verwarmingsvermogen sup(Tj).(2) Als Cdh niet door meting is bepaald, is de standaardverliescoëfficiënt Cdh = 0,9.ZieDe achterzijde voor contactgegevens.3.2.4 CirculatiepompBelangrijkDe benchmark voor de meest efficiënte circulatiepompen is EEI ≤ 0,20.3.2.5 SensorspecificatiesTab.12 BuitensensorTemperatuur ( °C)-20 -16 -12 -8 -4 0 4 8 12 16 20 24Weerstand in Ohm2392 2088 1811 1562 1342 1149 984 842 720 616 528 4543 Technische specificaties18 7684555 - v03 - 22052018

4 Werking4.1 Beschrijving van het bedieningspaneel4.1.1 Beschrijving van de gebruikersinterface1Draaiknop om een menu of instelling te selecteren2Validatieknop 3Toets om terug te keren naar het vorige niveau of vorige menu4Hoofdmenutoets 5Displayscherm6LED voor status indicatie:groen continu = normaal bedrijfgroen knipperend = waarschuwingrood continu = blokkeringrood knipperend = vergrendeling4.1.2 Beschrijving van het hoofdschermDit scherm wordt automatisch weergegeven nadat het apparaat is opgestart.Het scherm gaat in stand-by als er vijf minuten lang geen toets wordt ingedrukt.

Druk een van de knoppen in van de gebruikersinterface om de stand-by modus te verlaten.1Pictogrammen voor het openen van menu's en parametersHet geselecteerde pictogram is gemarkeerd.2Informatie over het geselecteerde pictogram3foutmelding: alleen zichtbaar als er een storing optreedt4Navigatieniveau: : Gebruikersniveau : Installateursniveau.Dit niveau is bedoeld voor installateurs en wordt door een toegangscode beveiligd.

Wanneer dit niveau actief is, verandert het Off pictogram in On.Tab.14 Pictogrammen op het hoofdscherm en informatieIcoon Informatie Beschrijving van het pictogram( i ) Foutstatus Informatie over de werking van het apparaatOnderhoudsstatus OnderhoudsmeldingToegang voor Installateur InstallateursniveauVakantieprogramma Vakantiemodus voor alle circuits tegelijk23.5Luchtbron warmtepomp Aanvoertemperatuurweergave van de warmtepompWaterdruk Weergave huidige waterdruk, , , ,, , CIRCA/CIRCB Symbool dat de bedrijfszone voorsteltKamertemperatuurdisplay voor zone A/B/CSWW-boiler Temperatuurweergave van het sanitair warm waterBuitentemperatuur Weergave van de buitentemperatuurAfb.4MW-5000756-1341256Afb.529,6°C51,2°C 6,7°C29,4°C1,8 barNot SetNone OFFOKI I MW-3001011-123,2°C2 4314 Werking20 7684555 - v03 - 22052018

4. 2 Het starten en uitschakelen van de warmtepomp4. 2. 1 Warmtepomp starten1. Schakel tegelijkertijd de stroom in van de buitenunit en de binnenmodule. Het bericht “Welkom” wordt op het scherm weergegeven. De warmtepomp begint zijn opstartcyclus. 2. Als er een foutmelding op het startscherm wordt weergegeven, neemt u contact op met de installateur. 4. 2. 2 De warmtepomp uitschakelenDe warmtepomp moet in sommige situaties worden uitgeschakeld. Bijvoorbeeld voor werkzaamheden aan de apparatuur. In andere situaties, zoals een langere periode van afwezigheid, raden wij aan de Vakantie bedrijfsmodus te gebruiken om gebruik te kunnen maken van de antiblokkeerfunctie van de warmtepomp en om de installatie te beschermen tegen vorst. Om de we warmtepomp uit te schakelen:1. Schakel tegelijkertijd de stroom uit van de buitenunit en de binnenmodule. 4.

3 De centrale verwarming in-/uitschakelenDe verwarmingsfunctie kan voor alle circuits worden uitgeschakeld. Dit kan energiebesparing opleveren, bijvoorbeeld tijdens het zomerseizoen. BelangrijkAls u de verwarmingsfunctie uitschakelt, wordt ook de koelfunctie uitgeschakeld. 1. Selecteer het 23. 5 Air Src warmtepomp pictogram. 2. Selecteer CV-functie aan/uit. 3. Selecteer de gewenste waarde:Uit om de verwarmingsfunctie te stoppen. Aan om de verwarmingsfunctie weer in te schakelen. 4. 4 Perioden van afwezigheid of vakantieperiodenTijdens een afwezigheid van meerdere weken kunnen de kamertemperatuur en/of de sanitair-warmwatertemperatuur worden verlaagd om energie te besparen. Activeer hiervoor de Vakantie bedrijfsmodus voor alle zones, inclusief voor sanitair warm water. 1. Selecteer het Vakantieprogramma pictogram. 2. Stel de volgende parameters in: Tab.

Stel de gewenste kamertemperatuur in voor de afwezigheidsperiode. Reset Opnieuw starten of het vakantieprogramma annuleren4. 5 Regionale en ergonomische parametersU kunt uw apparaat aanpassen door de parameters te wijzigen die zijn geassocieerd met uw geografische locatie en de ergonomie van het bedieningspaneel. 4 Werking7684555 - v03 - 22052018 21.

Voer een van de volgende handelingen uit: Tab.16Menu BeschrijvingStel datum en tijd in Datum en tijd instellenSelecteer land en taal Selecteer het land en de taal.Zomer/wintertijd Automatische wissel tussen zomer- en wintertijd instellen Deze wijzigingen worden uitgevoerd op de laatste zondag van maart en oktoberInstallateursgegevens Installateurinformatie weergevenKostencalculatie De energiekosten wijzigenNamen van de activiteiten voor verwarming instellenDe naam wijzigen van activiteiten die worden gebruikt om verwarmingsperioden te programmerenNamen van de activiteiten voor koeling instellenDe naam wijzigen van activiteiten die worden gebruikt om koelingsperioden te programmerenStel de scherm helderheid in De helderheid van het scherm instellenSelecteer klik geluid De draaiknop inschakelen of uitschakelenFirmware update De softwareversie weergevenLicentiegegevens De aanmaaklicenties weergeven voor de interne software4.6 Zones aanpassen4.6.1 Definitie van de term "zone"Term gebruikt voor de verschillende hydraulische circuits (CIRCA,CIRCB).

Het bepaalt de diverse ruimtes die door hetzelfde circuit worden bediend.Tab.17 Voorbeeld:Zone In de fabriek ingestelde naamZone 1 CIRCAZone 2 CIRCB4.6.2 De naam en het symbool van een zone wijzigenDe naam en het symbool voor een zone worden in de fabriek ingesteld, zoals te zien is in de bijlage. Desgewenst kunnen de naam en het symbool van de zones in uw installatie worden aangepast.1. Selecteer het pictogram voor de te wijzigen zone; bijvoorbeeld. 2. Selecteer Zoneconfiguratie> Groep, naam.3. Wijzig de naam van de zone (maximaal 20 tekens).4. Selecteer Icoon keuze5. Selecteer het symbool dat u wilt associëren met de zone.6. Vul de gekozen naam en het symbool in de tabel op de achterkant van de handleiding in.OffAfb.6Zone 1MW-1001145-1Zone 2Off4 Werking22 7684555 - v03 - 22052018

4.7 Activiteiten aanpassen4.7.1 ActiviteitDeze term wordt gebruikt bij het programmeren van tijdbereiken. Het verwijst naar het gewenste comfortniveau van de klant voor de verschillende activiteiten tijdens een dag. Er is een richttemperatuur gekoppeld aan elke activiteit. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag.Tab.18 Voorbeeld:Beginvan de activiteit Activiteit Richttemperatuur6:30 Ochtend 120 °C9:00 Uit huis 219 °C17:00 Thuis 320 °C20:00 Avond 422 °C23:00 Slapen 516 °C4.7.2 De naam van een activiteit wijzigenDe namen van de diverse activiteiten worden in de fabriek ingesteld: Slapen, Thuis, Uit huis, Ochtend, Avond en Aangepast. Desgewenst kunnen de naam en het symbool van de zones in uw installatie worden aangepast.1. Druk op toets . 2. Selecteer Systeeminstellingen.3.

Selecteer Namen van de activiteiten voor verwarming instellen of Namen van de activiteiten voor koeling instellen.4. Selecteer de activiteit die u wilt wijzigen.5. Wijzig de naam van de activiteit (maximaal 10 lettertekens).6. Vul de gekozen naam in de tabel op de achterkant van de handleiding in.4.7.3 De temperatuur van een activiteit wijzigenDe temperaturen voor de verschillende activiteiten worden in de fabriek ingesteld, zoals te zien is in de bijlage. Desgewenst kunnen de temperaturen voor deze activiteiten voor alle zones in uw installatie worden aangepast. Deze activiteiten worden gebruikt in de klokprogramma's.1. Selecteer het pictogram voor de te programmeren zone, bijvoorbeeld. 2. Selecteer Instellen van de temperaturen per activiteit voor verwarmingvoor verwarmen of koelen.De informatie over het gekozen menu bevindt zich onderaan op het scherm.3.

4. 8 Kamertemperatuur voor een zone4. 8. 1 Werkingsmodus selecterenOm de kamertemperatuur in te stellen voor de verschillende leefruimten, kunt u kiezen uit vijf bedrijfsmodussen. Wij raden de Klokprogramma bedieningsmodus aan waarmee de kamertemperatuur kan worden aangepast aan uw behoeften en uw energieverbruik kan worden geoptimaliseerd. 1. Selecteer het pictogram voor de desbetreffende zone, bijvoorbeeld. 2. Selecteer de gewenste bedrijfsmodus: Tab. 19Functie BeschrijvingKlokprogramma De kamertemperatuur wordt geregeld volgens het gekozen klokprogramma. Aanbevolen modus. Handmatig De kamertemperatuur is constant. Tijdelijke temperatuursaanpassingDe kamertemperatuur wordt voor bepaalde tijd geforceerd.

Vakantie De kamertemperatuur wordt verlaagd tijdens uw afwezigheid om energie te besparenVorstbeveiligd De installatie en apparatuur worden beschermd tegen vorst tijdens de winterperiode4. 8. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor verwarmingMet een klokprogramma kunt u de kamertemperatuur variëren afhankelijk van de activiteiten van die dag. Dit kan worden geprogrammeerd voor elke dag van de week. 1. Selecteer het pictogram voor de te programmeren zone, bijvoorbeeld. De informatie over de huidige bedrijfsmodus bevindt zich bovenaan op het scherm. 2. Om de klokprogrammering te activeren of het klokprogramma te wijzigen kiest u Klokprogramma. 3. Selecteer het klokprogramma dat u wilt wijzigen. De informatie over de huidige bedrijfsmodus bevindt zich bovenaan op het scherm. 4. Om het klokprogramma te wijzigen, kiest u Zoneconfiguratie > Klokprogramma. 5.

Selecteer het klokprogramma dat u wilt wijzigen. Activiteiten die voor zondag zijn gepland worden weergegeven. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag. 6. Selecteer de te wijzigen dag. 7. Voer de volgende handelingen uit volgens uw behoeften:Wijzigen van de tijdinstellingen van de geprogrammeerde activiteiten. Toevoegen van een nieuw tijdbestek.

4. 8. 3 Een klokprogramma activeren en configureren voor het koelenU kunt wijzigen het klokprogramma wijzigen dat is geassocieerd met de Koelen modus. In de Klokprogramma bedrijfsmodus wordt het Koelenklokprogramma automatisch geactiveerd wanneer de gemiddelde buitentemperatuur 24 uur lang hoger was dan 22° C. Als u wilt dat deze modus wordt geactiveerd bij een andere temperatuur, vraagt u uw installateur deze parameter te wijzigen in uw installatie. 1. Selecteer het pictogram voor de te programmeren zone, bijvoorbeeld. De informatie over de huidige bedrijfsmodus bevindt zich bovenaan op het scherm. 2. U kunt het klokprogramma wijzigen dat is geassocieerd met de Koelen modus, kies Zoneconfiguratie > Koeling klokprogramma. Activiteiten die voor zondag zijn gepland worden weergegeven. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag. 3.

Selecteer de te wijzigen dag. 4. Voer de volgende handelingen uit volgens uw behoeften:Wijzigen van de tijdinstellingen van de geprogrammeerde activiteiten. Toevoegen een nieuwe activiteit. Wissen van een geprogrammeerde activiteit (kies de activiteit “Wissen"). Kopiëren van geprogrammeerde dagelijkse activiteiten naar andere dagen. Wijzigen van de temperaturen gekoppeld aan een activiteit. 4. 8. 4 De kamertemperatuur tijdelijk wijzigenOngeacht de bedrijfsmodus voor een zone is het mogelijk om de kamertemperatuur voor een bepaalde periode te wijzigen. Als deze periode is verstreken, wordt de geselecteerde bedrijfsmodus hervat. 1. Selecteer het pictogram voor de te wijzigen zone; bijvoorbeeld. 2. Selecteer Tijdelijke temperatuursaanpassing. 3. De duur instellen in Uur en in Minuut. 4. Stel de richtwaarde in voor de tijdelijke kamertemperatuur voor het geselecteerde circuit. 4.

Wij raden de Klokprogramma modus aan waarmee de temperatuur van de productie van sanitair warm water kan worden aangepast aan uw behoeften en uw energieverbruik kan worden geoptimaliseerd. 1. Selecteer het SWW-boiler pictogram. OffAfb. 9Programmation horaire rafraîchissementRéglage Circ. Z. 14 : 23Dimanche6:00 Maison 20. 0°CCréer l’entrée du programme6:00 Maison 20. 0°C22. 00 Nuit 16. 00°CAjouter heure et ActivitéCopier vers autre jourEntrer les températures des activités MW-1001267-1OffOff4 Werking7684555 - v03 - 22052018 25.

2. Selecteer de gewenste bedrijfsmodus: Tab. 20Functie BeschrijvingKlokprogramma Sanitair warm water wordt geproduceerd volgens het gekozen klokprogrammaHandmatig De temperatuur van het sanitair warm water blijft voortdurend op de comforttemperatuurWarmwater boost De productie van sanitair warm water wordt voor bepaalde duur geforceerd op de comforttemperatuur gehandhaafd. Vakantie De sanitair-warmwatertemperatuur wordt verlaagd tijdens uw afwezigheid om energie te besparenVorstbeveiligd De installatie en apparatuur worden beschermd tijdens de winterperiode4. 9. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor sanitair warm waterMet een klokprogramma kunt u de sanitair-warmwatertemperatuur variëren afhankelijk van de activiteiten van die dag. Dit kan worden geprogrammeerd voor elke dag van de week. 1. Selecteer het SWW-boiler pictogram.

De informatie over de huidige bedrijfsmodus bevindt zich bovenaan op het scherm. 2. Om de klokprogrammering te activeren of het klokprogramma te wijzigen kiest u Klokprogramma. 3. Selecteer het klokprogramma dat u wilt wijzigen. De informatie over de huidige bedrijfsmodus bevindt zich bovenaan op het scherm. 4. Om het klokprogramma te wijzigen, kiest u Zoneconfiguratie > Warmwater klokprogramma. 5. Selecteer het klokprogramma dat u wilt wijzigen. Activiteiten die voor zondag zijn gepland worden weergegeven. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag. 6. Selecteer de te wijzigen dag. 7. Voer de volgende handelingen uit volgens uw behoeften:Wijzigen van de tijdinstellingen van de geprogrammeerde activiteiten. Toevoegen van een nieuwe activiteit. Wissen van een geprogrammeerde activiteit (kies de activiteit “Wissen").

3 Sanitair warmwaterproductie forceren (override)Ongeacht de geselecteerde bedrijfsmodus kunt u de sanitair warmwaterproductie forceren in de comforttemperatuur (Comfort setpunt SWW parameter) voor een bepaalde duur. 1. Selecteer het SWW-boiler pictogram. 2. Selecteer Warmwater boost. 3. De duur instellen in Uur en in Minuut. 4. 9. 4 De gewenste richttemperaturen van het sanitair warm water wijzigenDe sanitair warmwaterproductie werkt met twee richttemperaturen:Comfort setpunt SWW: gebruikt in de Klokprogramma, Handmatig en Warmwater boost modussenOffAfb. 10DHW1: DHW ScheduleZone setup. Zo. 14 : 23Sunday6:00 Comfort 55. 0°C Edit schedule entry6:00 Comfort 55. 0°CAdd time and ActivityCopy to other daySet activity temperatures MW-2000750-2Off4 Werking26 7684555 - v03 - 22052018.

ECO setpnt SWW: gebruikt in de Klokprogramma, Vakantie en Vorstbeveiligd modussenU kunt deze setpoint temperatuurinstellingen wijzigen en ze aan uw behoeften aanpassen.1. Selecteer het SWW-boiler pictogram. 2. Selecteer Comfort setpunt SWWom deze richttemperatuur te wijzigen.3. Selecteer Zoneconfiguratie> Warmwater schakelpunten > ECO setpnt SWW om deze richttemperatuur te wijzigen.4.10 Het energieverbruik bewakenAls uw installatie is voorzien van een energiemeter, kunt u uw energieverbruik volgen.1. Selecteer het 23.5 Air Src warmtepomp pictogram.De energie die werd verbruikt sinds de laatste reset van de energieverbruikmeter wordt weergegeven:Tab.21Parameter BeschrijvingEnergieverbr koeling Energieverbruik voor koeling in kWhEnergieverbruik SWW Energieverbruik voor warmwater in kWhEnergieverbruik CV Energieverbruik voor centrale verwarming in kWh2.

5 Onderhoud5.1 Standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenEen jaarlijkse inspectie met lekdichtheidscontrole is verplicht. Deze onderhoudsinstructies zijn nodig om de prestaties van de installatie te garanderen en om de levensduur van de apparatuur te verlengen.OpgeletAlleen een erkend installateur mag werkzaamheden aan de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie verrichten.Plan een onderhoudsbeurt door een vakman op een koude tijd van het jaar om de volgende punten te controleren:1. Uitvoering van de installatie.2. Thermisch rendement door het temperatuurverschil tussen het verwarmingsdebiet en de retourleiding te meten.3. De instelling van de veiligheidsthermostaten.5.2 De onderhoudsinformatie weergevenUw apparaat geeft u informatie over de benodigde onderhouds- en servicewerkzaamheden.1. Selecteer het Onderhoudsstatus pictogram. 2.

Raadpleeg de informatie verbonden aan onderhoud en service van uw apparaat:Informatie BeschrijvingOnderhoudsbeurt nodig Geeft aan dat er onderhoud nodig is: ja/neeHuidig onderhoud Type te verwachten onderhoudBedr uren Aantal bedrijfsurenBedr uren na ondh Aantal bedrijfsuren sinds het laatste onderhoud aan het toestelBrnd starts na ondh Aantal geslaagde branderstarts sinds het laatste onderhoud5.3 Controleer de hydraulische drukControleer de waterdruk van de installatie. Geadviseerde waterdruk tussen 1,5 en 2 bar.1. Selecteer het Waterdruk pictogram. 2. Controleer de druk die wordt weergegeven in het rechterdeel van het hoofdscherm.3. Als de druk lager is dan 1,5 bar, neemt u contact op met de installateur om water bij te vullen.5.4 Ommanteling reinigen1. Reinig de buitenzijde van het apparaat met een vochtige doek en een zacht schoonmaakmiddelOffOff5 Onderhoud28 7684555 - v03 - 22052018

6 Bij storing6. 1 Bedrijfsfouten oplossenAls uw apparaat niet goed functioneert, knippert het statuslampje en/of verandert het van kleur en wordt er een melding met een foutcode weergegeven op het hoofdscherm van het bedieningspaneel. Deze foutcode is belangrijk voor het correct en snel opsporen van het type storing en voor eventuele technische assistentie. Als er een storing optreedt:1. Noteer de op het scherm weergegeven code. 2. Verhelp het probleem dat wordt beschreven door de foutcode of neem contact op met de installateur. 3. Schakel de warmtepomp uit en weer aan om te controleren of de oorzaak van de fout is verdwenen. 4. Neem contact op met het installatieprogramma als de code opnieuw wordt weergegeven. 6. 1.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Neptuna WPR-H 22-27 MK3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden