Remeha Elga Ace 8 kW Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Elga Ace 8 kW (100 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 89 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Remeha Elga Ace 8 kW of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | Elga Ace 8 kW |
Foutcodes Remeha Elga Ace 8 kW
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| A02.55 | Ongeldig of ontbrekend serienummer apparaat | Controleer of het serienummer correct is ingevoerd of is opgeslagen |
| H02.02 | Wacht op configuratienummer | Configureer CN1 / CN2 afhankelijk van het vermogen van de geïnstalleerde buitenunit (CNF menu). Vervang de hoofdbesturingsprint indien nodig. |
| H02.03 | Configuratiefout - ingevoerde configuratieparameters zijn verkeerd | Configureer CN1 / CN2 afhankelijk van het vermogen van de geïnstalleerde buitenunit (CNF menu). |
| H02.04 | Parameterfout | Herstel de fabrieksinstellingen. Als de fout nog steeds aanwezig is: vervang de hoofdbesturingsprint. |
| H02.05 | CSU komt niet overeen met CU-type - software-nummer of parameterversie niet in overeenstemming | Controleer software-nummers en parameterversies. Vervang onderdelen indien nodig. |
| H02.09 | Deelblokkering van het apparaat gedetecteerd - BBBBBLLLLL ingang open | Controleer het contact op de BBBBBLLLLL ingang. Controleer de bedrading. Controleer parameters AP001 en AP100. |
| H02.10 | Volledige blokkering van het apparaat gedetecteerd - BBBBBLLLLL ingang open | Controleer het contact op de BBBBBLLLLL ingang. Controleer de bedrading. Controleer parameters AP001 en AP100. |
| H02.36 | Functioneel apparaat is ontkoppeld - geen communicatie tussen hoofdbesturingsprint en aanvullende circuit | Controleer of de voedingskabel tussen de printplaten goed is aangesloten. Controleer of de BBBBBUUUUUSSSSS-kabel goed is aangesloten. Voer automatische detectie uit. |
| H02.37 | Niet kritisch apparaat is ontkoppeld - geen communicatie tussen hoofdbesturingsprint en aanvullende circuit | Controleer of de voedingskabel tussen de printplaten goed is aangesloten. Controleer de aansluiting van de BBBBBUUUUUSSSSS-kabel. Voer automatische detectie uit. |
| H02.60 | De gekozen functie wordt niet ondersteund door de groep | Selecteer een ondersteunde functie of controleer de configuratie van de groep. |
| H00.32 | Buitentemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Controleer de bedrading tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H00.33 | Buitentemperatuursensor is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Controleer de bedrading tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H00.34 | Buitentemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd | Voor bedrade sensor: controleer bedrading, montage en weerstandswaarde. Voor radiografische sensor: controleer R-bus-leiding, spanning op gateway, voer koppelingsprocedure uit. Vervang sensor of gateway indien nodig. |
| H00.48 | Aanvoertemperatuursensor warmtepomp is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Controleer de bedrading tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H00.49 | Aanvoertemperatuursensor warmtepomp werd verwacht maar is niet gedetecteerd | Controleer de bekabeling tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H00.51 | Retourtemperatuursensor warmtepomp is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Controleer de bedrading tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H00.52 | Retourtemperatuursensor warmtepomp is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Controleer de bedrading tussen de hoofdbesturingsprint en de sensor. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de weerstandswaarde van de sensor. Vervang de sensor indien nodig. |
| H06.01 | Storing warmtepomp opgetreden | Controleer de buitenunit voor verdere foutcodes (E3, E4, H5, H9). Voer passende acties uit op basis van weergegeven code. |
| H06.06 | De compressor is gestopt door een abnormaal hoge druk | Controleer het koudemiddelniveau. Controleer of de warmtewisselaar verontreinigd is. Reinig de wisselaar indien nodig. Controleer het waterdebiet. |
| H06.07 | De compressor is gestopt door een abnormaal lage druk | Controleer het koudemiddelniveau en vul aan indien nodig. Controleer het waterdebiet. |
Handleiding Remeha Elga Ace 8 kW – volledige tekst
185. 3. 1 Hoofdbesturingsprint EHC–12. 185. 3. 2 Klemmenstrook voor aansluiting buitenunit. 185. 3. 3 BLE Smart Antenna printplaat voor Bluetooth®-communicatie. 185. 3. 4 CB-21 printplaat voor aansluiting van externe opties. 195. 3. 5 SCB-17B optioneel tweede circuit printplaat. 195. 4 Bluetooth®-label. 195. 5 Beschrijving van de gebruikersinterface. 205. 5. 1 Beschrijving van de interface. 205. 5. 2 Beschrijving van het stand-byscherm. 205. 5. 3 Beschrijving van status-iconen. 205. 5. 4 Beschrijving van het hoofdscherm. 215. 5. 5 Beschrijving van het zone-display. 215. 5. 6 Beschrijving van de carrousel. 216 Installatie. 226. 1 Installatievoorschriften. 226. 2 De binnenunit plaatsen. 226. 2. 1 Locatie van de binnenunit kiezen. 226. 2. 2 De binnenunit bevestigen. 226. 3 De buitenunit opstellen. 236. 3. 1 Houd de voorgeschreven afstand aan tussen de buitenunit en de verwarmingszone. 236.
6 Locatie van de buitenunit bepalen in koude en sneeuwachtige gebieden. 256. 3. 7 De bescherming van de buitenunit verwijderen. 266. 4 Wateraansluitingen. 266. 4. 1 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het verwarmingscircuit. 266. 4. 2 Minimaal watervolume. 266. 4. 3 Inhoud van het expansievat. 276. 4. 4 Adviezen voor hydraulische aansluiting. 276. 4. 5 Vorstbeveiliging. 296. 5 Installatie doorspoelen. 30Inhoudsopgave2 7811619 - v05 - 16102023.
386. 7. 13 Controle van elektrische aansluitingen. 387 Inbedrijfstelling. 397. 1 Algemeen. 397. 2 Uit te voeren stappen vóór inbedrijfstelling. 397. 3 Procedure voor inbedrijfstelling met smartphone. 397. 4 Procedure voor inbedrijfstelling zonder smartphone. 407. 5 CN1 en CN2 parameters. 407. 6 Instelling van het debiet van het directe circuit. 407. 7 Laatste instructies voor de ingebruikname. 418 Instellingen. 418. 1 Toegang tot het installateursniveau. 418. 2 Activeren/deactiveren van de Bluetooth® voor het apparaat. 418. 3 Naar een parameter of een gemeten waarde zoeken. 428. 4 Instellen van de circuitfunctie. 428. 5 Het verwarmingscircuit configureren. 438. 5. 1 De stooklijn instellen. 438. 5. 2 De koelmodus configureren. 438. 6 De back-upketel configureren. 448. 6. 1 De parameters van de back-upketel configureren. 448. 6.
2 Configureren van de hybride werkingsmodus voor een back-upketel. 458. 7 Vloer drogen. 468. 8 Een kamerthermostaat configureren. 478. 8. 1 Configuratie van een aan/uit- of modulerende thermostaat. 478. 8.
2 Een thermostaat configureren met een verwarmings-/koelingscontact. 488. 9 Een buffertank configureren. 498. 10 De stille modus configureren. 498. 11 Een energiemeter configureren. 508. 12 Resetten of herstellen van de parameters. 508. 12. 1 De configuratienummers opnieuw instellen. 508. 12. 2 Automatisch detecteren van opties en accessoires. 518. 12. 3 Terug naar de fabrieksinstellingen. 519 Parameters. 519. 1 Parameterlijst. 519. 1. 1 > Installateur > Systeeminstallatie > Warmtepomp. 519. 1. 2 > Installateur > Systeeminstallatie > Zone1 of Zone3. 549. 1. 3 > Installateur > Systeeminstallatie > Buitentemp voeler. 589. 1. 4 > Bluetooth®. 599. 1. 5 > Installateur > Signalen. 599. 1. 6 > Installateur > Tellers. 619. 2 Beschrijving van de parameters. 629. 2. 1 Back-up-werking tijdens een storing van de buitenunit. 629. 2.
9. 2. 3 Werking van de stooklijn. 6210 Voorbeelden van aansluiting en installatie. 6510. 1 Installatie met stadsverwarming en een direct circuit. 6510. 1. 1 Hydraulisch schema. 6510. 1. 2 De warmtepomp aansluiten en configureren. 6510. 2 Installatie met één bijverwarmingsketel en één open verdeler. 6610. 2. 1 Hydraulisch schema. 6610. 2. 2 De warmtepomp aansluiten en configureren. 6711 Werking. 6811. 1 Het kinderslot activeren/uitschakelen. 6811. 2 Regionale en ergonomische parameters. 6911. 3 Zones aanpassen. 6911. 3. 1 Definitie van de term "zone". 6911. 3. 2 De naam en het symbool van een zone wijzigen. 6911. 4 Activiteiten aanpassen. 7011. 4. 1 Definitie van de term "activiteit". 7011. 4. 2 De naam van een activiteit wijzigen. 7011. 4. 3 De temperatuur van een activiteit wijzigen. 7111. 5 Kamertemperatuur voor een zone. 7111. 5. 1 Bedrijfsmodus selecteren. 7111. 5.
2 Een constante kamertemperatuur vastleggen. 7211. 5. 3 Een klokprogramma activeren en configureren voor verwarming. 7211. 5. 4 Een klokprogramma activeren en configureren voor het koelen. 7311. 5. 5 De kamertemperatuur tijdelijk wijzigen. 7411. 6 De verwarming en koeling beheren. 7511. 6. 1 De verwarming en de koeling uitschakelen. 7511. 6. 2 Koeling forceren. 7511. 6. 3 Uitschakelen van de verwarming in de zomer. 7511. 6. 4 Perioden van afwezigheid of vakantieperioden. 7611. 6. 5 Vorstbeveiliging. 7711. 7 Het energieverbruik bewaken. 7711. 8 Het starten en uitschakelen van de warmtepomp. 7711. 8. 1 Warmtepomp starten. 7711. 8. 2 De warmtepomp uitschakelen. 7812 Gebruikersinstructies. 7812. 1 Langdurige stroomuitval in de winter. 7812. 1. 1 Aftappen van een installatie voorzien van vorstbeveiligingskleppen. 7813 Onderhoud. 7913. 1 Algemeen. 7913.
1 VeiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsinstructiesDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Lees vóór het uitvoeren van werkzaamheden zorgvuldig de documenten die bij het toestel zijn gevoegd. Deze documenten zijn ook beschikbaar op onze website. Zie de achterzijde. Bewaar deze documenten dicht bij de plaats waar het toestel is geïnstalleerd.
Alleen gekwalificeerde personen zijn bevoegd om installatie-, inbedrijfstellings-, onderhouds-, reparatie- of verwijderingswerkzaamheden aan het toestel uit te voeren. Ze moeten de geldende lokale en nationale voorschriften in acht nemen. Dit apparaat is uitgerust met een radioantenne. Wanneer het toestel normaal werkt, moeten alle personen ten minste 20 centimeter afstand tot de antenne bewaren om te waarborgen dat ze beschermd zijn tegen het elektromagnetische veld. De gebruiker mag uitsluitend dichterbij komen wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Breng geen wijzigingen aan het toestel aan zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Om aanspraak te maken op de garantie, mogen er geen wijzigingen aan het toestel worden aangebracht. InstallatielocatieDe binnenunit moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
De volgende zaken moeten in acht worden genomen wanneer de buitenunit wordt gemonteerd:Alleen buiten,Op een solide, stabiele structuur die zijn gewicht kan dragen als die met water is gevuld en/of uitgerust is met verschillende accessoiresOp meer dan 1 meter afstand van elke vlambron of warmtebron van boven de 80 °C (open verwarmingsketel, keukenfornuis enzovoort).
Installeer het systeem niet:op een locatie die bedekt kan worden met sneeuw. op een hoogte van meer dan 2000 meter boven zeeniveau. op een locatie die is blootgesteld aan brandbaar gas. In kustgebieden kunnen de zoute of corrosieve lucht of sulfaatgassen in het milieu corrosie veroorzaken waardoor de levensduur van de buitenunit verkort kan worden. KoudemiddelcircuitNeem de nationale voorschriften inzake koudemiddelen in acht. Werkzaamheden aan het koelsysteem moeten uitgevoerd worden door een vakman, volgens de in het vakgebied geldende regelen der kunst (opvangen koudemiddel, lassen met stikstof, enz. ). Laswerkzaamheden moeten uitgevoerd worden door een vakbekwame lasser.
Met een 'gekwalificeerd persoon' wordt een persoon bedoeld die bevoegd is om met dit koudemiddel en aan leidingen te werken in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving en die geschoold is in zaken die samenhangen met het omgaan met koudemiddelen en leidingwerk. Gebruik tijdens installatie, verplaatsing of onderhoud van de warmtepomp uitsluitend het opgegeven koudemiddel R32 om de koudemiddelleidingen te vullen. Niet mengen met een ander koudemiddel en laat geen lucht, vloeistoffen of andere gassen in de leidingen achter. Gebruik geen laadcilinder. Koudemiddel is een broeikasgas. Laat het niet in de atmosfeer stromen. In geval van koudemiddellekkage:Schakel het toestel uit. Gebruik geen vuur, rook niet, bedien geen elektrische contacten. Het gebruik hiervan kan leiden tot brand. Vermijd contact met het koudemiddel. Gevaar van bevriezingswonden.
Neem contact op met een erkend vakman om het lek op te sporen en het onmiddellijk te verhelpen. Gebruik uitsluitend originele onderdelen voor het vervangen van een defect koelelement. Repareer het koudemiddellek voordat de installatie opnieuw opgestart wordt. VerwarmingscircuitHoud de minimale en maximale waterdruk en temperatuur aan om er zeker van te zijn dat het toestel naar behoren werkt. Zie het hoofdstuk Technische specificaties.
Elektrische aansluitingenAlleen een erkend installateur of technicus is geautoriseerd om werkzaamheden aan het elektrische systeem van het toestel te verrichten. Onjuist uitgevoerde werkzaamheden kunnen namelijk elektrische schokken en/of lekstroom veroorzaken. Installeer het toestel in overeenstemming met de nationale voorschriften voor elektrische installaties. Om ieder gevaar vanwege een onverwachte reset van de installatie-automaat te voorkomen, mag dit toestel niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier. Het toestel is bestemd om permanent op het lichtnet te worden aangesloten. Een stroomonderbreker moet worden gemonteerd in de vaste bedrading in overeenstemming met de installatieregels.
Schakel vóór bedradingswerkzaamheden aan het elektrisch circuit de stroom uit, controleer of het systeem spanningsloos is en vergrendel de installatie-automaat. Gebruik bedrading die voldoen aan de specificaties in de installatiehandleiding en de toepasselijke wet- en regelgeving. Het gebruik van draden die niet voldoen aan de specificaties, kan leiden tot elektrische schokken, lekstromen, rook en/of brand. Voedingskabels buiten gebouwen moeten dikker zijn dan buigzame kabel met een polychloropreenmantel (kabel volgens 60245 IEC 57). Dit toestel moet worden aangesloten op de veiligheidsaarding in overeenstemming met de geldende installatienormen. Zorg voor aarding van het toestel voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht. Onvolledige aarding kan een storing of een elektrische schok veroorzaken.
Ter voorkoming van elektrische schokken moet de lengte van de draden tussen de trekontlasting en de aansluitklemmen zodanig zijn dat eerst de fasegeleiders onder spanning worden gezet en dan pas de aardgeleider. Installeer een installatieautomaat die voldoet aan de specificaties in de installatiehandleiding en toepasselijke wet- en regelgeving.
Houd de laagspanningskabels gescheiden van de 230/400 V stroomkabels. Zie het hoofdstuk Elektrische aansluitingen voor de volgende handelingen:Keuze van het type en ampèrage van zekeringenAansluiting op het elektrisch netwerkBedrading van het toestel. Onderhoud en reparatieVerwijder de ommanteling alleen voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Zet de ommanteling weer terug na de onderhouds- en servicewerkzaamheden. Schakel voor de werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit het toestel uit en wacht enkele minuten. Sommige componenten zoals de compressor en de buizen kunnen warmer dan 100 °C worden en een hoge druk opbouwen, wat tot ernstig letsel kan leiden. Veiligheidscontroles en inspectieprocedures van onderdelen behoren tot de reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische onderdelen.
Als er een defect is met een veiligheidsrisico, mag er pas een elektrische voeding op het circuit aangesloten worden als het defect naar behoren is verholpen. Als het defect niet onmiddellijk verholpen kan worden maar het systeem in bedrijf moet blijven, moet er voor een geschikte tijdelijke oplossing gekozen worden. Deze moet gemeld worden aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Eerste veiligheidscontroles omvatten:ontlading van de condensatoren; dit dient veilig te gebeuren om eventuele vonken te voorkomen;niet blootleggen van spanningvoerende elektrische onderdelen en bedrading tijdens het vullen, opvangen of aftappen van het systeem;correcte aansluiting van de veiligheidsaarding. Voordat u met de werkzaamheden begint, schakel de voeding van alle componenten van uw installatie uit. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Richtlijnen voor de gebruikerAls u uw woning voor langere tijd niet hoeft te verwarmen, moet u de verwarmingsmodus uitschakelen. Om de vorstbeveiliging van de installatie te waarborgen, mag de warmtepomp niet uitgeschakeld worden.
Als u toch de warmtepomp moet uitschakelen en als het risico bestaat dat de temperatuur in en/of buiten het gebouw onder nul graden komt, tap dan de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie af om bevriezing van het systeem te voorkomen. Zorg dat het toestel op ieder moment toegankelijk is voor uit te voeren werkzaamheden. Verwijder of bedek nooit de etiketten en typeplaten die op apparaten zijn geplakt. Deze moeten tijdens de hele levensduur van het toestel leesbaar blijven. 1 Veiligheidsvoorschriften7811619 - v05 - 16102023 7.
Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende toepasselijke richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet-opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het toestel. Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van het apparaatGebrekkig of onvoldoende onderhoud van het toestel. Verantwoordelijkheden van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het toestel.
De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het toestel in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit. Leg de installatie uit aan de gebruiker. Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het toestel. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker. Verantwoordelijkheden van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het toestel in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.
2 Standaard leveringsomvangDe standaardlevering omvat:Een binnenunitEen buitentemperatuursensor (AF60)Twee terugslagkleppenEen zak met:Een temperatuursensor, een klem en warmtegeleidende siliconenpasta,4 schroeven, 4 muurpluggen en 4 sluitringen,11 kabelwartels en 11 moeren,5 snelklemmen,5 kabelklemmen en 10 schroeven,2 RAST connectors,2 kwartslagsluitingen. Een installatie-, gebruikers- en servicehandleidingGarantievoorwaardenEen beknopte gebruikershandleidingEen energielabelde EU-conformiteitsverklaringEen lijst met belangrijke punten om een succesvolle installatie te garanderen3 Gebruikte symbolen3. 1 In de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.
GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.3.2 Op de binnenunit gebruikte symbolen1 Wisselstroom2 Beschermingsaarde3 Aarde4 Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpunt3.3 Op het typeplaatje gebruikte symbolen1 Compatibiliteit met de eTwist aangesloten thermostaat2 Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpunt3 Lees voor het installeren en in bedrijf nemen van het apparaat de meegeleverde handleidingen aandachtig door4 Technische specificaties4.1 Goedkeuringen4.1.1 RichtlijnenRemeha verklaart hierbij dat de apparatuur van het radio-elektrische type Elga Ace MB een product is dat hoofdzakelijk ontworpen is voor huiselijk gebruik en in overeenstemming is met de volgende richtlijnen en normen.
Het is geproduceerd en in omloop gebracht in overeenstemming met de eisen van de Europese richtlijnen.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring wordt apart bij uw toestel geleverd.Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in deze handleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.Afb.1MW-6070406-21 2 34Afb.2MW-6070407-11 2 3OT4 Technische specificaties7811619 - v05 - 16102023 9
4. 1. 2 FabriekstestenVoordat elke binnenunit de fabriek verlaat, wordt de elektrische veiligheid getest. 4. 1. 3 Bluetooth® draadloze technologieDit product is uitgerust met Bluetooth draadloze technologie. Het Bluetooth® woordmerk en logo's zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en gebruikmaking hiervan door BDR Thermea Group is onder licentie. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars. 4. 2 Technische gegevens4. 2. 1 WarmtepompDe specificaties zijn geldig voor een nieuw toestel met schone warmtewisselaars. Maximum werkdruk: 0,3 MPa (3 bar)Tab. 1 Technische specificaties binnenunit Eenheid Elga Ace MBBedrijfstemperatuur °C 7 - 30Opslagtemperatuur °C -25 - 60Relatieve vochtigheid (niet-condenserend) % 0 - 95Gewicht kg 3,08Voedingsspanning VAC 230Stroomverbruik (maximaal) W 14Bluetooth® frequentiebandMHz 2400 - 2483.
Productnaam Tensio 4 C MR Tensio 6 C MR Tensio 8 C MRJaarlijks energieverbruik onder warmere omstandighedenQHEkWh 1621 1640 2485Nominaal luchtdebiet, buiten voor lucht-water-warmtepompen—m3/u2770 2770 4030(1) De nominale warmteafgifte Prated is gelijk aan de ontwerpbelasting voor verwarming Pdesignh, en de nominale warmteafgifte van een aanvullend verwarmingstoestel Psup is gelijk aan het aanvullend verwarmingsvermogen sup(Tj).(2) Als Cdh niet door meting is bepaald, is de standaardverliescoëfficiënt Cdh = 0,9.(3) Geluid uitgestraald door de behuizing - Test uitgevoerd overeenkomstig norm NF EN 12102, standaard temperatuurcondities: lucht 7 °C, water 55 °C (binnen en buiten)ZieDe achterzijde voor contactgegevens.4.2.3 Specificaties aanvoertemperatuursensor verwarmingTab.10 NTC 10K aanvoertemperatuursensor verwarmingTemperatuur °C 0 10 20 25 30 40 50 60 70 80 90Weerstand Ω 32014 19691 12474 10000 8080 5372 3661 2535 1794 1290 9414.2.4 SWW circulatiepompBelangrijkDe benchmark voor de meest efficiënte circulatiepompen is EEI ≤ 0,20.De pomp in de buitenunit is een pomp met variabel toerental.
sensors 2nd circuit Aanvoertemperatuursensor verwarming tweede circuitGTW–30 Optionele unit voor diensten en diagnose op afstandHMI GebruikersinterfaceHydraulic backup Hydraulische back-up: bijverwarmingsketel of stadsverwarmingsnetMixing Valve MengklepON/OFF Aan/uit - aan-uitschakelaarOutdoor Unit BuitenunitT out (Outside temperature sensor) BuitentemperatuursensorOUTSIDE BUITEN - componenten buiten de binnenunitProduct power supply HoofdvoedingPump PompPump 1st circuit Eerste circuitpomp - voor het geval dat een open verdeler wordt gebruiktPump 2nd circuit Pomp voor tweede circuitRoom UnitR-Bus (Room Unit)Kamertemperatuursensor, thermostaateTwist, aan/uit thermostaat, modulerende/ thermostaat of thermostaat OpenTherm4 Technische specificaties16 7811619 - v05 - 16102023
Elektrisch schema ToetsSCB-17B Optionele printplaat voor regeling van een tweede circuitSO+/SO- Energy counter SO+/SO- energiemeterZie ookDe hydraulische back-up aansluiten, pagina 375 Beschrijving van het product5.1 TypeplaatDe typeplaat moet altijd toegankelijk zijn.Typeplaten identificeren het product en bevatten de volgende informatie:Type apparaat,Serienummer,Elektrische voeding.BelangrijkVerwijder of bedek nooit de typeplaat en de etiketten die op het toestel zijn geplakt.De typeplaat en etiketten moeten tijdens de hele levensduur van het toestel leesbaar blijven.
7BLE Smart Antenna printplaat: Bluetooth®-communicatie8 Doorvoerkabelwartel9 TsTsXYE klemmenstrook10 Aardaansluiting buskabel11 Kabelklem11 L-BUS afsluitweerstand13 CB-21 printplaat14 EHC–12 hoofdbesturingsprint: regelsysteem voor de warmtepomp en het eerste verwarmingscircuit (direct circuit)5.3 Beschrijving van de aansluitklemmenstrook5.3.1 Hoofdbesturingsprint EHC–12X1 230 V - 50 Hz voedingX2 Niet gebruiktX3 Niet gebruiktX4 Pomp voor hydraulische back-upX5 ON/OFF contact voor de hydraulische back-upX6 Niet gebruiktX7-X8 L-busX9 Aanvoertemperatuursensor verwarmingX10 Niet gebruiktX11 L-bus / CAN / servicepoortX12 OptiesCondensation: condensatiesensorSo+ / So-: elektriciteitsmeterBL1 IN / BL2 IN: multifunctionele ingangenR-Bus: eTwist aangesloten kamerthermostaat, 24 V aan/uit-thermostaat, OpenTherm-thermostaatX13 Niet gebruiktX15 Niet gebruiktX16 Buitenunit-busaansluitingX17 Niet gebruiktX19 Niet gebruiktX20 Niet gebruiktX21 Niet gebruiktX22 Niet gebruiktX23 Niet gebruiktX24 230 V - 50 Hz voedingX26 Circulatiepomp Zone1 - maximum 450 W - alleen als een circulatiepomp is aangesloten na een buffertankX27 Hoofdpompvoeding voor de SCB-17B printplaatX28 T out: buitentemperatuursensorT dhw 1: niet gebruiktT dhw 2: niet gebruiktX30 Niet gebruiktX31 OpenTherm5.3.2 Klemmenstrook voor aansluiting buitenunitTsAanvoertemperatuursensor verwarmingTsAanvoertemperatuursensor verwarmingXBuitenunit-busaansluitingYBuitenunit-busaansluitingEBuitenunit-busaansluiting5.3.3 BLE Smart Antenna printplaat voor Bluetooth®-communicatieAfb.11MW-6070519-1X22X26X24X4X5X25X12X28X13X19X2X6X21X30X16X8X9X10X15X27X1X7X31X17X23EHCX20X3X11R-BusT dhw 1T dhw 2T outBL1 INBL2 INSo+ So-Condensation}} So - +Afb.12MW-6070366-1XYETsTs5 Beschrijving van het product18 7811619 - v05 - 16102023
5.5 Beschrijving van de gebruikersinterface5.5.1 Beschrijving van de interface1Terugknop 2Hoofdmenuknop 3 Display4Selectie-/validatietoets Schermachtergrondkleur volgens status:Blauw = normale werkingRood = waarschuwing voor blokkeringRood knipperend = vergrendeling5.5.2 Beschrijving van het stand-byschermDe gebruikersinterface van uw toestel schakelt automatisch in de stand-bymodus als er gedurende vijf minuten geen knoppen worden ingedrukt: de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld en informatie over de algemene status van het toestel wordt getoond.Druk op een van de knoppen van de gebruikersinterface om de stand-bymodus te verlaten.1 Door de buitentemperatuursensor gemeten temperatuur2 Dag en tijd3 Algehele status van het apparaat4 Pictogrammen die de status van het toestel weergeven5.5.3 Beschrijving van status-iconenTab.12Iconen BeschrijvingAutomatische schakeling van verwarmings- naar koelmodusNiet-knipperend symbool: verwarming actiefKnipperend symbool: verwarming in uitvoeringNiet-knipperend symbool: koeling actiefKnipperend symbool: koeling in uitvoeringVorstbeveiliging geactiveerdZomermodus geactiveerd.
5. 5. 4 Beschrijving van het hoofdschermAls de gebruikersinterface op stand-by staat, draai dan aan de knop voor toegang tot het hoofdscherm. 1 Symbool voor het apparaat en circuitaanvoertemperatuur2 Door de buitentemperatuursensor gemeten temperatuur3 Status van het toestel5. 5. 5 Beschrijving van het zone-displayDraai in het startscherm aan de knop om naar de schermen te gaan voor de verschillende zones binnen uw installatie. 1 Kamertemperatuur (als er een thermostaat is geïnstalleerd)2 Buitentemperatuur3 Naam van de zone4 Zonesymbool5 Bedrijfsmodus nu actief6 Informatie over de circuitstatus5. 5. 6 Beschrijving van de carrouselDe carrousel dient om snel toegang te krijgen tot de menu's van de gebruikersinterface. Welke menu's weergegeven worden, is afhankelijk van de systeemconfiguratie. Geef de carrousel weer door op de hoofdmenuknop te drukken.
13Symbool menuBeschrijving van de symbolen BeschrijvingWerkingsmodus De centrale verwarming aan/uit schakelen en/of de koeling indien van toepassingVerwarmingstemperatuur De activiteitentemperatuur instellenTijdelijke verandering verwarmingstempDe gevraagde kamertemperatuur tijdelijk wijzigen tot de volgende setpunttemperatuur in het klokprogrammaSysteem vakantiemodus Perioden van afwezigheid of vakantieperiodenGebruikersinstellingen De lijst van voor gebruikers beschikbare parameters openenTestmodus Een bedrijfstest van de verwarming of koeling uitvoerenInstallateur Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: Lijst van parameters voor installateursmenuZoeker Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: De parameterzoekopdracht gebruikenGeeft statusinstelwaarden aan Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: Weergave van de gemeten waardenEnergieteller Het energieverbruik bewakenBluetoothDe Bluetooth®-verbinding tot stand brengenAfb.
Symbool menuBeschrijving van de symbolen BeschrijvingSysteeminstellingen De gebruikersinterface aanpassenVersie-informatie Versie-informatie6 Installatie6.1 InstallatievoorschriftenOpgeletDe installatie van het apparaat moet door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale geldende regelgeving.6.2 De binnenunit plaatsen6.2.1 Locatie van de binnenunit kiezenDe locatie van de binnenunit moet de veiligheid garanderen, toegankelijk zijn voor onderhoud, het voorpaneel moet verwijderd kunnen worden en het deksel op de gebruikersinterface omhoog kunnen klappen.1. Neem de nevenstaande afmetingen in acht bij het kiezen van de locatie voor de binnenunit.2.
Kies een locatie die voldoet aan de volgende specificaties:geen blootstelling aan water of stof,dicht bij een wandcontactdoos met veiligheidsaarding.6.2.2 De binnenunit bevestigenNadat de locatie voor de unit is gekozen, moet de binnenunit met behulp van de lipjes aan de zijkant worden bevestigd.1. Markeer de posities van de 4 gaten.2. Boor de Ø 6 mm-gaten.3. Steek de Ø 6 mm-pluggen erin.4. Bevestig de binnenunit met Ø 3,5 mm-schroeven.Afb.22MW-6070411-2440150 400300 300 Afb.23MW-6070415-02123416 Installatie22 7811619 - v05 - 16102023
Neem de maximale hoogte van 15 meter tussen de buitenunit en de verwarmingszone in acht.De volgende aanbevelingen zorgen voor een beschikbare druk van 35 kPa bij het nominale debiet van de buitenunit.Buitenunit Maximale lengteA (m)Binnendiameter van de leidingenB (mm)Maximumaantal 90°-bochtenCTensio 4 C MR 80 20 10Tensio 6 C MR 58 20 10Tensio 8 C MR 45 26 10Zie ookInhoud van het expansievat, pagina 276.3.2 Voor voldoende ruimte zorgen voor de buitenmoduleMinimale afstanden van de wand zijn noodzakelijk om optimale prestaties te garanderen.Afb.25MW-5000579-2EEDDAABBAAACCMax. 500Max. 500Afb.24MW-6070420-2CB≤15 mA6 Installatie7811619 - v05 - 16102023 23
Tab. 14Buitenunit Eenheid A B C D ETensio 4 C MR mm 300 1000 600 300 600Tensio 6 C MR mm 300 1000 600 300 600Tensio 8 C MR mm 300 1500 600 300 6006. 3. 3 Locatie van de buitenunit selecterenOm ervoor te zorgen dat de buitenunit naar behoren werkt, moet de locatie voldoen aan bepaalde voorwaarden. 1. Bepaal de ideale opstelplaats voor de buitenunit en houd daarbij rekening met de benodigde ruimte en alle wettelijke richtlijnen. 2. Neem tijdens de installatie de beschermingsklasse IP24 van de buitenunit in acht. 3. Vermijd de volgende locaties, rekening houdend met het feit dat de buitenunit geluid maakt:Overheersende windrichting,Dicht bij slaapvertrekken,Dicht bij een terras,Tegenover een muur met ramen. 4. Geen enkel obstakel mag de vrije luchtcirculatie rond de buitenunit hinderen (aanzuiging en uitmonding). 5.
Zorg ervoor dat de steun aan de volgende specificaties voldoet:Plat oppervlak dat het gewicht van de buitenunit en de bijbehorende accessoires kan dragen (betonnen voetstuk, betonblok of drempel). Geen stijve verbinding met het gebouw om de overdracht van trillingen te voorkomen. Minimale vrije ruimte ten opzichte van de grond van 200 mm om het apparaat vrij van water, ijs en sneeuw te houden. Voetstuk met een metalen frame om het condenswater op de juiste wijze te kunnen afvoeren. BelangrijkDe breedte van het voetstuk mag niet groter zijn dan die van de buitenunit. De condensaatafvoer moet regelmatig worden schoongemaakt om eventuele verstoppingen te voorkomen. 6. 3. 4 Locatie van een geluidsscherm kiezenAls de buitenunit zich te dicht bij de buren bevindt, kan er een geluidsscherm worden aangebracht om geluidsoverlast te verminderen.
1. Breng een bed van kiezelstenen aan voor afvoer van de condens.2. Breng op een stabiele ondergrond betonnen dwarsbalken aan die geen vaste verbinding met het gebouw hebben, en die het gewicht van de buitenunit kunnen dragen.3. Installeer de vloermontageset voor de buitenunit (artikelnummer 7816801).4. Bevestig de buitenunit op de rubberen vloersteunen.BelangrijkHoud een tussenruimte van ten minste 200 mm aan tussen de vloer en de onderzijde van de buitenunit om te voorkomen dat condenswater in de buurt van de buitenunit kan bevriezen.6.3.6 Locatie van de buitenunit bepalen in koude en sneeuwachtige gebiedenWind en sneeuw kunnen de prestaties van de buitenunit aanzienlijk verminderen. De locatie van de buitenunit moet aan de volgende voorwaarden voldoen.Afb.29MW-6000252-21 2 3/41.
Monteer de buitenunit op voldoende hoogte van de grond zodat het condenswater op de juiste wijze kan worden afgevoerd.2. Zorg ervoor dat het voetstuk aan de volgende specificaties voldoet:Specificaties RedenMaximale breedte komt overeen met de breedte van de buitenunit.Er mag zich geen sneeuw op het voetstuk ophopen.Hoogte minimaal 200 mm groter dan de gemiddelde diepte van het sneeuwdek.Deze maatregel helpt om de wisselaar te beschermen tegen sneeuw en om ijsvorming te voorkomen tijdens het ontdooien.Locatie zo ver mogelijk uit de buurt van de doorgaande weg. Het afgevoerde condenswater kan bevriezen, wat tot een potentieel gevaar kan leiden (laag zwart ijs).3. Neem, wanneer de buitentemperatuur onder nul komt, de nodige voorzorgsmaatregelen om bevriezing in de afvoerleidingen te voorkomen.4.
6. 3. 7 De bescherming van de buitenunit verwijderenDe buitenunit heeft een beschermende verpakking voor het transport. Deze bescherming moet verwijderd worden om de juiste werking en het geluidscomfort van de buitenunit te waarborgen. 1. Verwijder de afdekplaat van de lamellencassette aan de achterkant van de buitenunit. 2. Controleer de staat van de lamellen. 6. 4 Wateraansluitingen6. 4. 1 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het verwarmingscircuitOpgeletDe hydraulische installatie moet onder alle omstandigheden in staat zijn om een minimaal debiet te verzekeren:Als er radiatoren rechtstreeks zijn aangesloten op het verwarmingscircuit, moet een drukgestuurde bypassklep tussen de buitenunit en het verwarmingscircuit geïnstalleerd worden. Pas zo min mogelijk appendages toe, zoals: thermostatische mengkranen, magneetkleppen, etc.
Bij uitvoering van de aansluiting moeten de lokale voorschriften en richtlijnen opgevolgd worden. Zorg ervoor dat de afdichtingselementen van EPDM geen contact maken met stoffen die minerale oliën bevatten. Minerale oliën bevattende producten veroorzaken ernstige, onherstelbare schade aan het materiaal dat hierdoor niet meer waterdicht is. Als er componenten worden gebruikt die zijn gemaakt van composietmaterialen (bijv. polyethyleen leidingen of flexibele slang), raden wij aan componenten te gebruiken met een zuurstofbarrière. 6. 4. 2 Minimaal watervolumeHet volume van het water in de installatie moet voldoende zijn om een pendelcyclus te voorkomen en optimale ontdooiing mogelijk te maken.
Als het volume van de installatie het minimaal toe te voegen volume niet afdekt, moet een buffertank met een in de tabellen aangegeven volume geïnstalleerd worden, verminderd met het volume van de hydraulische aansluitingen. Tab.
15 35 °C - gebruik van vloerverwarming Tensio 4 C MR Tensio 6 C MR Tensio 8 C MRVolume van water in de buitenunit (l) 2,16 2,16 2,44Minimaal toe te voegen watervolume (l) 28 34 40BelangrijkHet minimale watervolume voor een toepassing met een radiator moet worden aangehouden wanneer alle thermostaatkranen gesloten zijn. Afb. 301MW-1002302-16 Installatie26 7811619 - v05 - 16102023.
Tab.16 45°C toepassing - radiatoren Tensio 4 C MR Tensio 6 C MR Tensio 8 C MRVolume van water in de buitenunit (l) 2,16 2,16 2,44Minimaal toe te voegen watervolume (l) 14 18 22Tab.17 55 °C - gebruik van radiatoren Tensio 4 C MR Tensio 6 C MR Tensio 8 C MRVolume van water in de buitenunit (l) 2,16 2,16 2,44Minimaal toe te voegen watervolume (l) 13 14 256.4.3 Inhoud van het expansievatEr moet een geschikt expansievat op het systeem geïnstalleerd zijn.Houd rekening met de hoeveelheid water in het verwarmingscircuit en de maximumtemperatuur van het circuit in de ververwarmingsmodus (of zorg voor een minimumtemperatuur van 55 °C).
Tab. 20Circuit Uit te voeren aansluitingenADirecte verwarmingARadiatorenOpgeletOp een direct circuit met radiatoren met thermostaatkranen moet een drukgestuurde bypassklep worden geïnstalleerd om debiet te garanderen. Installeer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Installeer twee afsluiters. Installeer een terugslagklep op de verwarmingsaanvoer als er een tweede circuit is geïnstalleerd. VloerverwarmingInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Installeer twee afsluiters. Sluit de veiligheidstemperatuurbegrenzer aan. Installeer een terugslagklep op de verwarmingsaanvoer als er een tweede circuit is geïnstalleerd. CTweede mengzoneCRadiatorenOpgeletOp een circuit met radiatoren met thermostaatkranen moet een differentieelklep worden geïnstalleerd om debiet te garanderen.
Installeer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Installeer twee afsluiters. Installeer de besturingsprintset voor het tweede circuitregelsysteem SCB-17B. Installeer de tweede circuitset met mengklep. VloerverwarmingInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Installeer twee afsluiters. Installeer de besturingsprintset voor het tweede circuitregelsysteem SCB-17B. Sluit een veiligheidsthermostaatbegrenzer aan op de besturingsprint SCB-17B. Installeer de tweede circuitset met mengklep. BijverwarmingsketelOpgeletInstallatie tussen de bijverwarmingsketel en het verwarmingscircuit is alleen mogelijk met een open verdeler. Installeer een open verdeler De open verdeler is verkrijgbaar als accessoire. Bevestig op de aanvoerleiding een terugslagklep die in de doos van de binnenunit zit.
Installeer een drukmeter (indien niet aanwezig). StadsverwarmingenOpgeletInstallatie tussen de stadsverwarming en het verwarmingscircuit is alleen compatibel met een systeemscheidende warmtewisselaar.
Bevestig op de aanvoerleiding een terugslagklep die in de doos van de binnenunit zit. Buitenunit Bevestig vorstbeveiligingskleppen op de retour- en aanvoerleidingen van de verwarming. De vorstbeveiligingskleppen zijn verkrijgbaar als accessoire. Er moet een magneetfilter aangebracht worden op de retourleiding van de verwarming. De magneetfilter is verkrijgbaar als accessoire. Bevestig op de aanvoerleiding een terugslagklep die in de doos van de binnenunit zit. Houd de voorgeschreven afstand aan tussen de buitenunit en het verwarmingscircuit. 6. 4. 5 VorstbeveiligingBij normaal bedrijf zijn de buitenunit, de binnenunit en het verwarmingscircuit beveiligd tegen vorst. Om de buitenunit te beschermen tijdens langdurige stroomuitval en buitentemperaturen onder nul, moet de volgende oplossing worden geïnstalleerd:6 Installatie7811619 - v05 - 16102023 29.
Oplossing met automatisch aftappenInstallatie van twee vorstbeveiligingskleppen op de aanvoer- en retourleiding van het verwarmingscircuit zo dicht mogelijk bij de buitenunit, buiten het gebouw. De vorstbeveiligingskleppen moeten de volgende specificaties hebben:opening van de kleppen bij een verwarmingswatertemperatuur van +3 °C of lager,voldoende debiet om de installatie af te tappen voordat deze kan bevriezen. De automatische aftapoplossing moet zijn uitgerust met twee afsluiters en twee aftapkranen die worden gebruikt om de buitenunit van het verwarmingscircuit af te tappen. 1Antivriesklep2Afsluiter3AftapkraanOpgeletDe automatische aftapoplossing vereist een handmatige actie tijdens een langdurige stroomuitval. 6. 5 Installatie doorspoelen6. 5.
1 Doorspoelen van nieuwe installaties en installaties niet ouder dan 6 maandenVoordat de verwarmingsinstallatie wordt gevuld, is het noodzakelijk om resten (koper, kalk, soldeertin) uit de installatie te verwijderen. 1. Maak de installatie schoon met een universeel schoonmaakmiddel. 2. Spoel de installatie door met minstens 3 maal zoveel water als de totale inhoud van het cv-systeem (totdat het water schoon doorstroomt en geen vuildeeltjes meer bevat). 3. Controleer en reinig de filters indien nodig. 6. 5. 2 Bestaande installatie doorspoelenVoordat de verwarmingsinstallatie wordt gevuld, is het belangrijk om eerst slijkafzettingen te verwijderen die zich de afgelopen jaren hebben gevormd in het vewarmingscircuit. 1. Verwijder slijk uit de installatie. 2.
Spoel de installatie door met minstens 3 maal zoveel water als de totale inhoud van het cv-systeem (totdat het water schoon doorstroomt en geen vuildeeltjes meer bevat). 3. Controleer en reinig de filters indien nodig. 6. 6 Installatie vullen en controleren6. 6. 1 Cv-installatie vullenNa het spoelen van de installatie en het controleren of de filters schoon zijn, kunt u het verwarmingscircuit vullen met leidingwater. 1.
Controleer of het automatische ontluchtingsventiel op de buitenunit open is (ten minste 2 slagen). 2. Vul de installatie tot een druk van 2 bar bereikt is. 3. Controleer of er geen lekkages zijn. 4. Ontlucht de installatie volledig voor een optimale werking. Afb. 32MW-6070481-211223 36 Installatie30 7811619 - v05 - 16102023.
6. 6. 2 Verwarmingscircuit controleren1. Controleer of het volume van het/de expansievat(en) voldoende is voor het watervolume in de verwarmingsinstallatie. 2. Controleer de druk van het/de expansievat(en). 3. Controleer of het verwarmingscircuit voldoende water bevat. Vul indien nodig meer water bij. 4. De waterzijdige aansluitingen op dichtheid controleren. 5. Controleer of het verwarmingscircuit goed is ontlucht. 6. Controleer of het filter niet verstopt is. Reinig het indien nodig. 7. Controleer of het condensaat correct afgevoerd wordt uit de buitenunit. 8. Controleer of de kleppen en thermostatische radiatorkranen open staan. 9. Controleer of alle instellingen en veiligheidsvoorzieningen goed werken. 10. Het warmtecircuit moet opnieuw ontlucht worden na enkele bedrijfsuren. Na het ontluchten moet de druk gecontroleerd worden. Vul indien nodig water bij. 6.
7 Elektrische aansluitingen6. 7. 1 Controle en voorbereiding van de elektrische installatieOpgeletAlleen een gekwalificeerde vakman is bevoegd om aan het elektrische gedeelte van de installatie te werken. 1. Neem de voorschriften van de geldende normen in acht bij het kiezen van de kabels en installatieautomaten. Tab. 21 Geldende normenLand NormBelgië RGEINederland NEN 10102. Controleer de elektrische specificaties van de beschikbare netvoeding en vergelijk deze met de specificaties op de typeplaten op de toestellen. De elektrische specificaties moeten overeenkomen. 3. Volg de instructies in de handleiding en de met het toestel meegeleverde elektrische schema's. 4. Selecteer de kabels die voor de diverse aansluitingen worden gebruikt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Elga Ace 8 kW stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Remeha
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp