Remeha 200 BSL HYBRID 4-8 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha 200 BSL HYBRID 4-8 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 137 mensen. Heb je een vraag over Remeha 200 BSL HYBRID 4-8 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | 200 BSL HYBRID 4-8 |
Foutcodes Remeha 200 BSL HYBRID 4-8
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| A.02.06 | Waterdruk in de installatie lager dan de minimum druk | Vul de installatie bij met water tot de waterdruk minimaal 1 bar bereikt. Controleer op mogelijke waterlekken in de installatie. |
| A.02.22 | Debiet in de installatie lager dan het minimum debiet | Controleer de waterdruk van de installatie. Zet de kraan open. Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| B00 | Storing instellingen | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B01 | Max T vertr | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B10 | Totale vergrendeling | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B11 | Gedeeltelijk vergrendeling | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B12 | Rookgasdruk schakelaar open | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B14 | Retourvoeler open, gesloten of afwezig | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B16 | Rookgasdruk schakelaar niet geactiveerd | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B17 | Storing configuratie | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B18 | PSU | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B19 | Voer configuratienummer in | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B02 | Delta T max 3 | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B25 | Buitensensor open of gesloten | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B27 | SWW sensor open of gesloten | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B03 | Vlamverlies | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B31 | Anode defect | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B33 | Burner fout | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B04 | Rookgastemperatuur waarschuwing | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| B07 | Max DT vertr ret | Neem contact op met de vakman die het onderhoud van de warmtepomp verzorgd. |
| E.02.13 | Uitstandvergrendeling BL | Corrigeer de storing, indien mogelijk. Druk vervolgens op de reset-toets op het display om het apparaat opnieuw op te starten. |
| E.02.24 | Debiet verwarmingswater is te laag | Controleer de waterdruk van de installatie. Vul de installatie bij met water tot minimaal 1 bar. Druk vervolgens op de reset-toets op het display om het apparaat opnieuw op te starten. |
| H.00.00 | Hybride systeem debietsensor defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.01 | Hybride systeem debietsensor defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.16 | Onderste temperatuursensor voor sanitair-warmwater is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.17 | Onderste temperatuursensor voor sanitair-warmwater is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.00 | Reset is bezig | Wacht tot de reset voltooid is. Het apparaat zal automatisch herstarten. |
| H.02.02 | De warmtepomp is niet geconfigureerd | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp om de configuratie in te voeren. |
| H.02.03 | De warmtepomp is niet geconfigureerd | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.04 | Verkeerde parameterconfiguratie | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp om de instellingen te corrigeren. |
| H.02.05 | Interne storing | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.07 | Onvoldoende waterdruk | Vul de installatie bij met water tot de waterdruk minimaal 1 bar bereikt. Controleer op mogelijke waterlekken. |
| H.02.09 | De BL-ingang op de klemmenstrook in de EHC-02 printkaart is niet aangesloten | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.10 | De BL-ingang op de klemmenstrook in de EHC-02 printkaart is niet aangesloten | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.23 | Onvoldoend waterdebiet | Controleer de waterdruk van de installatie. Zet de kraan open. Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.36 | Geen communicatie met de printkaart SCB-04 | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.02.37 | Geen communicatie met de printkaart SCB-04 | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.32 | Buitentemperatuursensor defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.33 | Buitentemperatuursensor defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.40 | Storing waterdruksensor | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.41 | Storing waterdruksensor | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.47 | Aanvoertemperatuursensor van de warmtepomp is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.48 | Aanvoertemperatuursensor van de warmtepomp is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.51 | Retourtemperatuursensor van de warmtepomp is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.52 | Retourtemperatuursensor van de warmtepomp is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.57 | Bovenste temperatuursensor voor sanitair-warmwater is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.00.58 | Bovenste temperatuursensor voor sanitair-warmwater is defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
| H.06.01 | Buitenunit van warmtepomp defect | Neem contact op met de vakman die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de warmtepomp. |
Handleiding Remeha 200 BSL HYBRID 4-8 – volledige tekst
Geachte klant,Dank u voor de aanschaf van dit apparaat.Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het product gebruikt en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.Om te zorgen voor een voortdurende veilige en goede werking, raden wij aan het product regelmatig te laten onderhouden. Onze Service en After Sales organisatie kan hierbij helpen.Wij hopen dat u vele jaren naar tevredenheid gebruik kunt maken van dit product.
Inhoudsopgave1 Veiligheid. 51. 1 Algemene veiligheidsinstructies. 51. 2 Aanbevelingen. 81. 3 Specifieke veiligheidsinstructies. 101. 3. 1 Koelmiddel R410A. 101. 4 Aansprakelijkheden. 121. 4. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 121. 4. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 121. 4. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 122 Over deze handleiding. 132. 1 Algemeen. 132. 2 Aanvullende documentatie. 132. 3 Gebruikte symbolen. 132. 3. 1 In de handleiding gebruikte symbolen. 132. 3. 2 Op het apparaat gebruikte symbolen. 133 Technische specificaties. 153. 1 Goedkeuringen. 153. 1. 1 Richtlijnen. 153. 2 Technische gegevens. 153. 2. 1 Warmtepomp. 153. 2. 2 Sanitair warmwaterboiler. 173. 2. 3 Gewicht. 173. 2. 4 Combinatieverwarmingstoestellen met middentemperatuur-warmtepomp. 183. 2. 5 Circulatiepomp. 214 Beschrijving van het product. 224. 1 Algemene beschrijving. 224. 2 Werkingsprincipe. 224.
3 Voornaamste componenten. 234. 4 Beschrijving van het bedieningspaneel. 244. 4. 1 Beschrijving van de toetsen. 244. 4. 2 Omschrijving van het display. 245 Werking. 275. 1 Algemeen. 275. 2 Gebruik van het bedieningspaneel. 275. 2. 1 Toegang tot de parameters van een printkaart. 275. 2. 2 Navigeren door de menu's. 295. 2. 3 Toegang tot het gebruikersmenu. 315. 2. 4 Toegang tot de TELLER- / TIJDS PROG- / KLOK-submenu's KOELEN PROG. 325. 3 Opstarten. 325. 4 Uitschakelen. 335. 4. 1 Verwarming uitschakelen. 335. 4. 2 Sanitair warmwaterbereiding uitzetten. 345. 4. 3 Koelfunctie uitschakelen. 355. 5 Vorstbeveiliging. 356 Instellingen. 366. 1 Parameterlijst. 366. 1. 1 Lijst van menu's. 366. 1. 2 Informatiemenu. 366. 1. 3 Gebruikersmenu. 376. 1. 4 SMS-04 parameters. 386. 1. 5 TELLER / TIJDS PROG/ KLOK-menu's / KOELEN PROG. 396. 2 Parameters wijzigen. 416. 2. 1 Gebruikersparameters wijzigen. 416.
1 Veiligheid1.1 Algemene veiligheidsinstructiesGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan.Gevaar voor elektrische schokSchakel voor alle werkzaamheden eerst de stroom uit naar de apparaten.OpgeletDe installatie van de warmtepomp moet door een erkende vakman worden uitgevoerd volgens de geldende plaatselijke en nationale voorschriften.WaarschuwingRaak de koelleidingen niet met blote handen aan wanneer de warmtepomp werkt.
Gevaar voor verbrandings- of bevriezingswonden.WaarschuwingRaak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60°C worden.WaarschuwingOm het gevaar voor brandwonden door kokend water te beperken moet verplicht een thermostatische mengkraan in de vertrekleiding van het sanitair warmwater worden opgenomen.Wees voorzichtig met het sanitair warmwater. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van sanitair warmwater hoger dan 65°C worden.OpgeletEr mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.WaarschuwingAlleen een erkend installateur mag werkzaamheden aan de SWW-boiler en de verwarmingsinstallatie verrichten.1 Veiligheid7622022 - v03 - 06102015 5
ToelichtingBreng isolatie om de leidingen aan om warmteverlies tot een minimum te beperken.OpgeletHet systeem moet in elk opzicht voldoen aan de voorschriften die in het land van kracht zijn bij werkzaamheden en reparaties in huizen, woningen en andere gebouwen.ToelichtingVerwarmingswater en sanitair water mogen nooit met elkaar in contact komen.ToelichtingMaak de voldoende ruimte vrij om het apparaat correct te installeren. Zie hoofdstuk Afmetingen van het apparaat (Installatie- en servicehandleiding)OpgeletVeiligheid van het koudemiddelGevaarIn geval van koudemiddellekkage:1. Schakel het apparaat uit.2. Open de ramen.3. Gebruik geen vuur, rook niet, bedien geen elektrische contacten.4. Vermijd contact met het koudemiddel. Gevaar voor bevriezingswonden.5. Ontruim de woning.6.
Neem contact op met een erkend installateur.Hydraulische veiligheidOpgeletHet apparaat is bedoeld om permanent te worden aangesloten op het sanitaire waterleidingnet.OpgeletZorg dat de watertoevoer de voorgeschreven minimum- en maximumdruk heeft om de juiste werking van het apparaat te garanderen: raadpleeg het hoofdstuk 'Technische specificaties'.OpgeletTap het apparaat als volgt af:1. Sluit de aanvoerleiding van het sanitair koud water.2. Open een warmwaterkraan in de installatie.3. Open de kraan op de veiligheidsgroep.4. Wanneer er geen water meer uitstroomt, is het apparaat afgetapt.1 Veiligheid6 7622022 - v03 - 06102015
ToelichtingVoor de uiterste werktemperaturen van sanitair warm water: raadpleeg het hoofdstuk Technische gegevens, Sanitair warmwaterboiler.ToelichtingRichttemperatuur van sanitair warmwater instellen: zie hoofdstuk 'Richtwaarde voor sanitair-warmwatertemperatuur instellen'.OpgeletDrukbegrenzer: raadpleeg hoofdstuk 'Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het sanitair-warmwatercircuit' (installatie- en servicehandleiding).De drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat het apparaat niet wordt geblokkeerd.Er moet een drukbegrenzingsvoorziening in de afvoerpijp worden ingebouwd.Omdat er water uit de afvoerpijp kan stromen, moet de pijp open blijven naar de open lucht, in een vorstvrije omgeving, en met een continu dalend verval.OpgeletEen drukregelaar (niet meegeleverd) is vereist wanneer de aanvoerdruk hoger is dan 80% van de kalibratie van de veiligheidsklep of veiligheidsgroep en deze zich moet stroomopwaarts van het apparaat bevinden.OpgeletEr mag zich geen enkele vorm van afsluiter bevinden tussen de veiligheidsklep of -groep en de sanitair warmwaterboiler.Elektrische veiligheid OpgeletEen terugstroombeveiliging moet in de vast aangesloten watertoevoerleiding worden gemonteerd in overeenstemming met de installatieregels.OpgeletAls de voedingskabel bij het apparaat is geleverd en als blijkt dat deze is beschadigd, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een persoon met een gelijkwaardige vakkennis, teneinde ieder gevaar uit te sluiten.OpgeletInstalleer het apparaat in overeenstemming met de nationale voorschriften voor elektrische installaties.1 Veiligheid7622022 - v03 - 06102015 7
OpgeletAls het apparaat af-fabriek niet is bekabeld, moet het worden bekabeld volgens het elektrisch schema in hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen' (installatie- en servicehandleiding).OpgeletDit apparaat moet worden aangesloten op de aardleiding.De aarding dient te voldoen aan de geldende installatievoorschriften.Leg het apparaat aan de aarde vóór het maken van elektrische verbindingen.Type en amperage van zekeringen: zie het hoofdstuk Aanbevolen kabeldoorsnede (installatie- en servicehandleiding).OpgeletOm het apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen' (installatie- en servicehandleiding).OpgeletDit apparaat mag niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier.ToelichtingDe installatiehandleiding van het apparaat is ook beschikbaar op onze website.1.2 AanbevelingenOpgeletInstalleer de binnenmodule van de warmtepomp in een vorstvrije ruimte.OpgeletOm de garantiedekking te behouden mogen geen wijzigingen aan het apparaat worden aangebracht.ToelichtingDe assemblage, installatie en het onderhoud van de installatie mogen uitsluitend door gekwalificeerde personen worden uitgevoerd.OpgeletOnderhoudswerk moet door een erkend installateur worden uitgevoerd.OpgeletControleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden.1 Veiligheid8 7622022 - v03 - 06102015
OpgeletDe elektrische aansluitingen moeten altijd spanningsloos worden uitgevoerd en alleen door erkende installateursOpgeletHoud de sensorkabels gescheiden van de 230/400 V stroomkabels.ToelichtingDe vorstbeveiligingsfunctie werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld.OpgeletTap de binnenmodule en de CV-installatie af als de woning voor langere tijd onbewoond is en er kans is op vorst.ToelichtingZorg dat de warmtepomp op ieder moment te bereiken is.ToelichtingVerwijder of bedek nooit de etiketten en typeplaten die op de apparaten zijn geplakt. De etiketten en typeplaten moeten tijdens de hele levensduur van het apparaat leesbaar blijven.Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk.ToelichtingVerwijder de bemanteling alleen voor onderhouds- en servicewerkzaamheden.
Neem contact op met een erkend installateur of sluit een onderhoudscontract af voor de jaarlijkse servicebeurt van de warmtepomp.1.3 Specifieke veiligheidsinstructies1.3.1 Koelmiddel R410AGevarenidentificatie Schadelijke gevolgen voor de gezondheid:De dampen zijn zwaarder dan de lucht en kunnen verstikking door een afname van het zuurstofgehalte veroorzaken.LPG-gas: contact met de vloeistof kan bevriezing en ernstig oogletsel veroorzaken.Productclassificatie: dit product is niet geclassificeerd als 'gevaarlijk preparaat' volgens de regelgeving van de Europese Unie.Als het R410A koelmiddel wordt gemengd met lucht, kan dit drukgolven veroorzaken in de koelleidingen en leiden tot een explosie en andere gevaren.Samenstelling / Informatie over de bestanddelenChemische aard: R-410A bestaat uit Difluormethaan R32 en Pentafluorethaan R125Tab.1 Samenstelling van R-410A vloeistofNaam Percentage Aantal CE Aantal CASDifluormethaan R32 50% 200-839-4 75-10-5Pentafluoroethaan R125 50% 206-557-8 354-33-6Het aardopwarmingsvermogen van R410A-gas is 2087,5.Tab.2 Voorzorgsmaatregelen voor gebruikEerste hulp maatregelen Bij inademing:De persoon uit de besmette zone halen en naar buiten brengen.Indien onwel: raadpleeg een arts.Bij contact met de huid:Bevriezingen op dezelfde wijze als brandwonden behandelen Met overvloedig lauw water afspoelen, kleding niet uittrekken (deze kan aan de huid blijven kleven).Indien er brandwonden op de huid verschijnen, onmiddellijk een arts waarschuwen.Bij contact met de ogen: Met overvloedig water afspoelen en daarbij de oogleden wijd open houden (minstens 15 minuten).Onmiddellijk een oogarts raadplegen.1 Veiligheid10 7622022 - v03 - 06102015
Brandbestrijdingsmaatregelen Geschikte blusmiddelen: Alle blusmiddelen kunnen worden gebruikt:Ongeschikte blusmiddelen: geen, voor zover wij weten. Bij brand in de directe omgeving de geschikte blusmiddelen gebruiken. Specifieke risico's:Stijging van de druk: indien lucht aanwezig is, kan bij sommige temperatuur- en drukomstandigheden een ontvlambaar mengsel ontstaan. Door opwarming kunnen giftige en corrosieve dampen vrijkomen. Speciale aanpak: aan hitte blootgestelde ruimtes met een waterstraal afkoelenBescherming van brandweerpersoneel:Autonoom isolerend ademhalingsmasker. Complete bescherming van het lichaam. Bij het accidenteel vrijkomen van koelgassen Persoonlijke voorzorgsmaatregelen:Vermijd contact met de huid en de ogen. Niets ondernemen zonder geschikte beschermingsmiddelen. Dampen niet inademen. Gevarenzone ontruimen. Lekkage stoppen. Alle ontstekingsbronnen verwijderen.
Hygiëne tijdens het werk: niet eten, drinken of roken op de werkplekInstructies voor verwijdering ToelichtingVerwijdering moet plaatsvinden volgens de plaatselijk en landelijk geldende regels.
Productafval: raadpleeg de fabrikant of de leverancier voor informatie over het terugwinnen of recycleren. Vuile verpakkingen: hergebruik of recycling na ontsmetting. In een goedgekeurde installatie vernietigen. Regelgeving Europese Verordening nr EG 842/2006: gefluoreerde broeikasgassen onder het Kyoto Protocol. 1 Veiligheid7622022 - v03 - 06102015 11.
1.4 Aansprakelijkheden1.4.1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet in acht nemen van de installatievoorschriften van het apparaat.Het niet in acht nemen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat.Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat.1.4.2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.Leg de installatie uit aan de gebruiker.Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.4.3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur.Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat.1 Veiligheid12 7622022 - v03 - 06102015
2 Over deze handleiding2.1 AlgemeenDeze handleiding is bedoeld voor de gebruiker van een hybride 200 BSL HYBRID-systeem.2.2 Aanvullende documentatieDeze handleiding bevat alle instellingen en informatie over de 200 BSL HYBRID binnenmodule en tevens wat informatie over de buitenunit.Raadpleeg de bij de ketel meegeleverde handleidingen voor informatie over de ketel.Raadpleeg de bij de buitenunit meegeleverde handleiding voor aanvullende informatie over de buitenunit.2.3 Gebruikte symbolen2.3.1 In de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.
Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.ToelichtingLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2.3.2 Op het apparaat gebruikte symbolen1Wisselstroom.2Veiligheidsaarde.3Voorzichtig: gevaar voor elektrische schokken, stroomvoerende delen. Schakel de stroom uit voordat met werkzaamheden wordt begonnen.Afb.1 Op het apparaat gebruikte symbolen1 2MW-6000066-11232 Over deze handleiding7622022 - v03 - 06102015 13
1Informatie over de warmtepomp: Type koudemiddel, maximale werkdruk en maximaal opgenomen vermogen door de binnenmodule2Informatie over de sanitair-warmwaterboiler: Volume, maximale werkdruk en standby-verliezen van de sanitair warmwaterboiler.3Lees voor het installeren en in bedrijf nemen van het apparaat de meegeleverde handleidingen aandachtig door.4Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpunt.1Sensorkabel - laagspanning2Netvoeding 230V3Aanvoer CV4Circuit B-aanvoerleidingaansluiting5Retour CV6Circuit B retourleiding (optioneel)7Aansluiting voor recirculatie8Sanitair warmwateruitlaat9Retour van binnenmodule naar ketel10 Vertrek van de ketel naar de binnenmodule.11 Sanitair koudwaterinlaat12 Aftapkraan13 Veiligheidsventiel14 3/8"-aansluiting voor koudemiddel - vloeistofleiding15 5/8"-aansluiting voor koudemiddel - gasleidingAfb.2 Op het typeplaatje gebruikte symbolen1243MW-6000340-1Afb.3 Op de aansluitsticker gebruikte symbolenG3/4"AG1"AG1"BG1"BG1"G3/4"G3/4"5/869-82 Nm3/834-42 NmØ1312468101235791113MW-6000285-114152 Over deze handleiding14 7622022 - v03 - 06102015
3 Technische specificaties3.1 Goedkeuringen3.1.1 RichtlijnenDit product voldoet aan de eisen van de volgende Europese richtlijnen en normen:Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EGGenerieke norm: EN 60335–1Relevante norm: EN 60335-2-40EMC-richtlijn 2004/108/EGGenerieke normen: EN 61000-6-3, EN 61000-6-1Relevante norm: EN 55014Richtlijn Drukapparatuur 97/23/EG, artikel 3, lid 3Dit product voldoet aan de eisen van Europese richtlijn 2009/125/EG inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten.Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in deze handleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.3.2 Technische gegevens3.2.1 WarmtepompMaximum werkdruk: 0,3 MPa (3 bar)Tab.3 Gebruiksvoorwaarden Water (°C) Buitenlucht (°C)Grenstemperaturen bij werking in de verwarmingsmodus+18 / +60 AWHP 4 MR, AWHP 6 MR-2 : -15 / +35Overige modellen: -20 / +35Grenstemperaturen bij werking in de koelingmodus+7 / +25 +7 / +40Tab.4 Verwarmingmodus: buitenluchttemperatuur +7°C, watertemperatuur bij uitgang +35°C.
Tab.12 BuitenunitGewicht (leeg)Eenheid AWHP 4 MRAWHP 6 MR-2AWHP 8 MR-2AWHP 11 MR-2 AWHP 11 TR-2AWHP 16 MR-2 AWHP 16 TR-2Buitenunit kg 42 42 75 118 130 118 1303.2.4 Combinatieverwarmingstoestellen met middentemperatuur-warmtepompTab.13 Technische parameters voor combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp (parameters opgegeven voor middentemperatuur-toepassing)Productnaam 200 BSL Hybrid 4MR + HC 19200 BSL Hybrid 6MR-2 + HC 24200 BSL Hybrid 8MR-2 + HC 24Lucht-water-warmtepomp Ja Ja JaWater-water-warmtepomp Nee Nee NeePekel-water-warmtepomp Nee Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp Nee Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel Ja Ja JaCombinatieverwarmingstoestel met warmtepomp Ja Ja JaNominale warmteafgifte onder gemiddelde omstandigheden(1)PratedkW 6 8 11Nominale warmteafgifte onder koudere omstandigheden(13)PratedkW 5 6 9Nominale warmteafgifte onder warmere omstandigheden(13)PratedkW 3 5 6Opgegeven verwarmingsvermogen bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CPdhkW 2,9 3,5 5,6Tj = +2 °CPdhkW 3,5 4,5 6,1Tj = +7 °CPdhkW 3,9 4,8 6,4Tj = +12 °CPdhkW 4,8 5,2 6,5Tj = bivalente temperatuurPdhkW 3,5 4,5 6,1Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 2,8 3,6 5,6Bivalente temperatuurTbiv°C 2 2 2Verliescoëfficiënt(2)Cdh— 1,0 1,0 1,0Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde omstandighedenƞs% 149 132 134Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere omstandighedenƞs% 131 121 124Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere omstandighedenƞs% 195 166 169Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd-of%1,82 1,86 1,953 Technische specificaties18 7622022 - v03 - 06102015
Tab.14 Technische parameters voor combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp (parameters opgegeven voor middentemperatuur-toepassing)Productnaam 200 BSL Hybrid 11MR-2 + HC 19200 BSL Hybrid 16MR-2 + HC 24Lucht-water-warmtepomp Ja JaWater-water-warmtepomp Nee NeePekel-water-warmtepomp Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel Ja JaCombinatieverwarmingstoestel met warmtepomp Ja JaNominale warmteafgifte onder gemiddelde omstandigheden(1)PratedkW 15 22Nominale warmteafgifte onder koudere omstandigheden(13)PratedkW 11 15Nominale warmteafgifte onder warmere omstandigheden(13)PratedkW 8 13Opgegeven verwarmingsvermogen bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CPdhkW 6,8 9,0Tj = +2 °CPdhkW 8,2 11,8Tj = +7 °CPdhkW 9,0 12,9Tj = +12 °CPdhkW 10.1 15,4Tj = bivalente temperatuurPdhkW 8,2 11,8Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 6,2 8,3Bivalente temperatuurTbiv°C 2 2Verliescoëfficiënt(2)Cdh— 1,0 1,0Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde omstandighedenƞs% 132 129Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere omstandighedenƞs% 122 119Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere omstandighedenƞs% 167 161Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd-of%1,82 1,88Tj = +2 °CCOPd-of%3,43 3,33Tj = +7 °CCOPd-of%4,54 4,34Tj = +12 °CCOPd-of%6,24 5,82Tj = bivalente temperatuurCOPd-of%3,43 3,333 Technische specificaties20 7622022 - v03 - 06102015
Productnaam 200 BSL Hybrid 11MR-2 + HC 19200 BSL Hybrid 16MR-2 + HC 24Tj = uiterste bedrijfstemperatuurCOPd-of%1,45 1,54Uiterste bedrijfstemperatuur voor lucht-water-warmtepompenTOL°C -10 -10Uiterste bedrijfstemperatuur verwarmingswaterWTOL°C 80 80Stroomverbruik Uit-standPUITkW 0,009 0,009Thermostaat-uit-standPTOkW 0,049 0,049Stand-byPSBkW 0,013 0,013CarterverwarmingstandPCKkW 0,055 0,055Aanvullend verwarmingstoestel Nominale warmteafgifte(13)PsupkW 9,0 13,7Type energietoevoer Olie OlieOverige gegevens Vermogensregeling Variabel VariabelGeluidsvermogensniveau, binnen - buitenLWAdB 53 – 69 53 – 69Jaarlijks energieverbruik onder gemiddelde omstandighedenQHEkWhGJ7869131152521Jaarlijks energieverbruik onder koudere omstandighedenQHEkWhGJ800981081010Jaarlijks energieverbruik onder warmere omstandighedenQHEkWhGJ2580041200Nominaal luchtdebiet, buiten voor lucht-water-warmtepompen—m3/h 6000 6000Opgegeven capaciteitsprofiel L LDagelijks elektriciteitsverbruikQeleckWh 4,816 4,816Jaarlijks elektriciteitsverbruikAECkWh 968 968Energie-efficiëntie van waterverwarmingƞwh% 106,00 106,00Dagelijks brandstofverbruikQbrandstofkWh 0,000 0,000Jaarlijks brandstofverbruikAFCGJ 0 0(1) De nominale warmteafgifte Prated is gelijk aan de ontwerpbelasting voor verwarming Pdesignh, en de nominale warmteafgifte van een aanvullend verwarmingstoestel Psup is gelijk aan het aanvullend verwarmingsvermogen sup(Tj).(2) Als Cdh niet door meting is bepaald, is de standaardverliescoëfficiënt Cdh = 0,9.ZieDe achterzijde voor contactgegevens.3.2.5 CirculatiepompToelichtingDe benchmark voor de meest efficiënte circulatiepompen is EEI ≤ 0,20.3 Technische specificaties7622022 - v03 - 06102015 21
4 Beschrijving van het product4. 1 Algemene beschrijvingDe hybride warmtepomp bestaat uit:Een 200 BSL HYBRID binnenmodule met een sanitair warmwaterboiler. Een oliegestookte niet-condenserende ketel of een oliegestookte condenserende ketel die op of naast de binnenmodule wordt geïnstalleerd. Een omkeerbare buitenunit voor de productie van energie in de verwarmings- of koelingsmodus. Afhankelijk van de parameterinstellingen van de hybride warmtepomp worden verwarming en sanitair warmwaterbereiding uitgevoerd door:De binnenmoduleDe ketelDe binnenmodule en de buitenunit zijn onderling verbonden via koel- en elektriciteitsleidingen. Het systeem biedt de volgende voordelen:Het verwarmingscircuit bevindt zich in het geïsoleerde volume binnen de woning. Dankzij het 'DC inverter'-systeem moduleert de warmtepomp zijn vermogen om dit aan de behoeften van de woning aan te passen.
De temperatuur van het verwarmingscircuit wordt geregeld op basis van de buitentemperatuur. De boiler is beschermd tegen corrosie zowel door een magnesiumanode als door een binnenbekleding van voedselkwaliteit emaille dat is verglaasd bij 850°. De warmtewisselaar in de hybride sanitair warmwaterboiler heeft de vorm van een spiraal van glad buiswerk die binnen in de boiler is gelast. Het buitenoppervlak ervan dat in contact komt met het drinkwater, is geemailleerd. De warmte-isolatie van de binnenmodule bestaat uit chloorvrij PUR-schuim waardoor warmteverlies zoveel mogelijk vermeden wordt. 4. 2 WerkingsprincipeWarmtepompen van de modelserie 200 BSL HYBRID onttrekken warmte aan de buitenlucht om deze warmte weer af te geven aan het verwarmings- en/of sanitair warmwatercircuit via het koudemiddel.
Het rendement van een warmtepomp wordt uitgedrukt in de vorm van een prestatiecoëfficiënt (COP) die is gedefinieerd als de verhouding tussen de afgegeven warmte en het verbruikte vermogen.
De warmtepomp bestaat uit een verdamper, een compressor, een condensor en een expansieventiel. De binnenmodule omvat de condensor. De andere componenten (verdamper, compressor en expansieventiel) bevinden zich in de buitenunit. 1. Het koudemiddel in dit circuit wordt in de verdamper omgezet van de vloeibare toestand naar de gasfase, waardoor het mogelijk is om warmte terug te winnen uit de buitenlucht. 2. De compressor verhoogt de vloeistofdruk, wat op die manier de temperatuur verhoogt. 3. In de condensor geeft het gas zijn warmte af aan het verwarmingscircuit daarbij overgaand in vloeibare toestand. 4. Het koelmiddel stroomt door het expansieventiel en keert terug naar zijn oorspronkelijke toestand met lage druk en lage temperatuur alvorens terug te keren naar de verdamper. 4 Beschrijving van het product22 7622022 - v03 - 06102015.
4.4 Beschrijving van het bedieningspaneel4.4.1 Beschrijving van de toetsenAfb.6 Toetsen op het bedieningspaneelMW-1000043-412341 ESC-toets ( h) of 2Toets voor de verwarmingstemperaturen of 3Toets voor de sanitair-warmwatertemperaturen of 4-toets of BEVESTIGEN ()4.4.2 Omschrijving van het displayFuncties van de toetsenhTerug naar vorig niveau zonder de uitgevoerde wijzigingen op te slaanHandmatige resetToegang tot de verwarmingsparametersWaarde verlagenToegang tot de parameters voor het sanitair-warmwaterWaarde verhogenMODUS-weergaveToegang tot het geselecteerde menu of bevestiging van de gewijzigde waardeHydraulische bijverwarmingHydraulische bijverwarming aangevraagdAfb.7 FunctietoetsenMW-1000082-3Afb.8 Hydraulische bijverwarmingMW-1000085-24 Beschrijving van het product24 7622022 - v03 - 06102015
Status van de compressorSymbool brandt ononderbroken: compressor in werkingWerkingsmodiConstant weergegeven symbool: verwarmingsfunctie ingeschakeldKnipperend symbool: verwarmingsgenerator in werkingConstant weergegeven symbool: sanitair warmwaterfunctie ingeschakeldKnipperend symbool: sanitair warmwaterbereiding in werkingVerwarmingsfunctie of koelfunctie uitgeschakeldSanitair warmwaterfunctie uitgeschakeldWaterdruk in het systeemConstant weergegeven symbool: verschijnt wanneer de waarde van de waterdruk van het systeem is weergegevenKnipperend symbool: druk in het systeem is te laagXXX Druk in het systeem (in bar)KoelingsmodusPermanent brandend pictogram: koelingsmodus AanKnipperend pictogram: koelingsverzoek in behandelingMenuweergaveInformatiemenu: toont de gemeten waarden en de statussen van het apparaatGebruikersmenu: dit menu geeft toegang tot de instellingen van de parameters van het gebruikersniveauInstallateurmenu: dit menu geeft toegang tot de instellingen van de parameters van het installateursniveau.Handbedieningsmenu: het apparaat werkt op de weergegeven richttemperatuur, de pompen werken en de driewegkleppen worden niet aangestuurd.Storingsmenu: het apparaat is defect.
Rechtstreeks op de binnenmodule hoeft niets te worden gedaan.Het bedieningspaneel van de ketel:geeft alle informatie weer over de hybride warmtepomp als geheel (binnenmodule, ketel en buitenunit)geeft de printkaart weer waarop een parameter wordt ingesteld:Regelsysteemkaart van de warmtepomp (EHC-02)Printkaart om het tweede circuit aan te sturen (SCB-04)wordt gebruikt om de noodzakelijke parameters in te stellen voor het functioneren van de hybride warmtepomp.5.2 Gebruik van het bedieningspaneel5.2.1 Toegang tot de parameters van een printkaartAfhankelijk van de configuratie van de installatie zijn één of meer printkaarten geïnstalleerd in de warmtepomp om het circuit (de circuits) te regelen.Type installatie Geïnstalleerde printkaart(en)1 circuit EHC-02 (regelsysteem van warmtepomp)2 circuits EHC-02 (regelsysteem van warmtepomp)SCB-04 (beheer van een tweede circuit)Installatie met 1 circuitEen installatie met één enkel circuit zal worden aangestuurd door een enkele printkaart, de EHC-02 printkaart.1.
De naam van de printkaart wordt weergegeven op het scherm. Installatie met 2 circuitsToelichtingBij de inbedrijfstelling van de warmtepomp wordt EHC-02 weergegeven als printkaart.Om een installatie met een tweede circuit te kunnen laten werken moet een tweede printkaart worden geïnstalleerd: SCB-04.De installateur heeft toegang tot de parameters en instellingen voor elke printkaart.Ga als volgt te werk om over te schakelen van de ene naar de andere printkaart:Afb.16 Naam van de printkaart weergevenMW-4000192-15 Werking7622022 - v03 - 06102015 27
1. Druk tegelijk op de twee rechter toetsen. 2. Druk op toets of totdat het -pictogram knippert om het menu te selecteren om de printkaart te kiezen. Bevestig met de toets . ToelichtingHet -menu is alleen beschikbaar als minstens twee printkaarten zijn geïnstalleerd.3. Blader door de namen van de printkaarten door op toets of te drukken totdat de naam van de betreffende kaart is weergegeven. De naam van de momenteel geselecteerde printkaart verschijnt in de lijst.4. Verander van printkaart door op toets of te drukken. Afb.17 Toegang tot het menuMW-4000193-1Afb.18 Toegang tot het menu om de printkaart te kiezenMW-5000137-1Afb.19 Naam van de geselecteerde printkaart weergevenMW-4000194-1Afb.20 Printkaart kiezenMW-4000195-15 Werking28 7622022 - v03 - 06102015
5. Bevestig met de toets . 6. De menu's en de parameters van de nieuw selecteerde printkaart zijn nu toegankelijk. ToelichtingAangezien er verschillende instellingen mogelijk zijn op de twee printkaarten afhankelijk van het betreffende circuit, wordt de naam van de printkaart in de rest van de handleiding worden voorgesteld door .5.2.2 Navigeren door de menu'sToelichtingZodra een toets wordt ingedrukt, gaat de achtergrondverlichting van het scherm aan.OpgeletDe naam van de printkaart wordt weergegeven. Controleer of het gaat om de printkaart die u wilt instellen.1. Druk gelijktijdig op de twee toetsen rechts om het menu-niveau te openen. Afb.21 Keuze van printkaart bevestigenMW-5000019-4Afb.22 Nieuw geselecteerde printkaartMW-4000196-1Afb.23 Toegang tot de menu'sMW-5000009-45 Werking7622022 - v03 - 06102015 29
2.Om het gewenste menu te selecteren drukt u op toets of totdat het pictogram van het gewenste menu knippert. De toets dient om de cursor naar rechts te verplaatsen.De toets dient om de cursor naar links te verplaatsen.Tab.15 Beschikbare menu'sInformatiemenuGebruikersmenuInstallateursmenuHandbedieningsmodusStoringsmenuSubmenu TELLERTIJDS PROG submenu: Klokprogrammering specifiek voor de verwarming en voor de sanitair warmwaterbereidingSubmenu KLOKKOELEN PROG submenu: Klokprogrammering specifiek voor de koelfunctieHet pictogram wordt alleen weergegeven als een optionele printkaart is geïnstalleerd3. Druk op toets om de selectie van het gewenste menu, submenu of parameter te bevestigen.
ToelichtingHet apparaat gaat terug naar normaal bedrijf als 3 minuten lang geen enkele toets wordt ingedrukt.Het scherm verdwijnt nadat een paar seconden geen enkele toets wordt ingedrukt.Afb.24 Navigeren om een menu te kiezen - Naar rechtsMW-5000018-4Afb.25 Navigeren om een menu te kiezen - Naar linksMW-3000248-3Afb.26 Menu of parameter bevestigenMW-5000019-45 Werking30 7622022 - v03 - 06102015
4. Om de waarde van een parameter te wijzigen drukt u op toets of tot de gewenste waarde wordt weergegeven. 5. Druk op toets om een nieuwe parameterwaarde te valideren. 6. Druk op toets h om terug te keren naar het hoofdscherm. 5.2.3 Toegang tot het gebruikersmenuDe informatie en instellingen van het gebruikersmenu zijn voor iedereen toegankelijk.OpgeletDe naam van de printkaart wordt weergegeven. Controleer of het gaat om de printkaart die u wilt instellen.1. Druk gelijktijdig op de twee toetsen rechts om de menu's te openen.2. Druk op toets of totdat het -pictogram knippert om het gebruikersmenu te selecteren. Bevestig met de toets . ToelichtingHet gebruikersmenu is alleen toegankelijk wanneer het -pictogram knippert.Afb.27 Een waarde wijzigenMW-5000025-4Afb.28 Een nieuwe waarde bevestigenMW-5000019-4Afb.29 Terug naar het hoofdschermMW-5000016-45 Werking7622022 - v03 - 06102015 31
3. Druk op toets of totdat de gewenste parameter wordt weergegeven. De voor de gebruiker toegankelijke parameters worden weergegeven.4. Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets h.5.2.4 Toegang tot de TELLER- / TIJDS PROG- / KLOK-submenu's KOELEN PROGOpgeletDe naam van de printkaart wordt weergegeven. Controleer of het gaat om de printkaart die u wilt instellen.1. Druk gelijktijdig op de twee toetsen rechts om de menu's te openen.2. Druk op toets of totdat het -pictogram knippert om het menu te selecteren. Bevestig de selectie door op toets te drukken. ToelichtingDe TELLER- / TIJDS PROG- / KLOK- / KOELEN PROG-submenu's zijn alleen toegankelijk wanneer het -pictogram knippert.3. Om het menu te selecteren drukt u op toets of totdat het pictogram van het gewenste submenu verschijnt. Bevestig de selectie door op toets te drukken. 4.
Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets h.5.3 Opstarten1. Schakel de stroom van de buitenunit en de binnenmodule tegelijkertijd in.2. De warmtepomp begint zijn opstartcyclus.Als de opstartcyclus normaal werkt, wordt een automatische ontluchtingscyclus gestart. Anders wordt er een storingsmelding weergegeven.Afb.30 Parameters van het gebruikersmenu weergevenMW-5000040-4Afb.31 Toegang tot de TELLER- / TIJDS PROG- / KLOK-submenu's KOELEN PROGMW-5000044-3Afb.32 Submenu-parameters weergeven TELLERMW-5000045-35 Werking32 7622022 - v03 - 06102015
5.4 Uitschakelen5.4.1 Verwarming uitschakelenToelichtingDe verwarmingsmodus kan worden beheerd via het TIJDS PROG-submenu dat dient voor het programmeren van het klokprogramma.1. Bevestig de uitzetmodus door op toets te drukken. 2. Selecteer de verwarmingsmodus door op toets te drukken. Bevestig met de toets . 3. Selecteer het uitzetten van de verwarming door op toets te drukken. Bevestig met toets . Het scherm toont: UIT. ToelichtingAls u op drukt, start het apparaat opnieuw op (weergave: AAN).De vorstbeveiligingsfunctie blijft aan staan.De verwarming is uitgezet.4. Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets h. ToelichtingHet scherm verdwijnt nadat een paar seconden geen enkele toets wordt ingedrukt.Afb.33 Uitzetmodus selecterenMW-5000027-3Afb.34 Verwarmingsmodus bevestigenMW-5000133-2Afb.35 Verwarming uitschakelenMW-5000134-25 Werking7622022 - v03 - 06102015 33
5.4.2 Sanitair warmwaterbereiding uitzettenToelichtingDe koelfunctie kan worden beheerd via het TIJDS PROG-submenu dat dient voor het programmeren van het klokprogramma.1. Bevestig de uitzetmodus door op toets te drukken. 2. Selecteer de sanitair warmwaterbereiding-modus door op toets te drukken. Bevestig met de toets . 3. Selecteer het stopzetten van de sanitair warmwaterbereiding door op toets te drukken. Bevestig met de toets . ToelichtingAls u op drukt, start het apparaat opnieuw op (weergave: AAN).De vorstbeveiligingsfunctie blijft aan staan.De bereiding van sanitair-warmwater is uitgezet.4. Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets h.
5.4.3 Koelfunctie uitschakelenToelichtingDe koelfunctie kan worden beheerd via het KOELEN PROG-submenu voor het programmeren van het klokprogramma.1. Bevestig de uitzetmodus door op toets te drukken. 2. Selecteer de koelingsmodus door op toets te drukken. Bevestig met de toets . 3. Selecteer het uitzetten van de koeling door op toets te drukken. Bevestig met de toets . Het scherm toont UIT. ToelichtingAls u op drukt, start het apparaat opnieuw op (weergave: AAN).De vorstbeveiligingsfunctie blijft aan staan.Koeling staat UIT.4. Selecteer het uitzetten van de koelfunctie door op toets te drukken en bevestig door op toets te drukken.5. Ga terug naar het hoofdscherm door te drukken op de toets h.5.5 VorstbeveiligingIndien de verwarmingswatertemperatuur in de warmtepomp te veel daalt, wordt de ingebouwde beveiligingsvoorziening ingeschakeld.
Deze voorziening werkt als volgt:Bij een watertemperatuur lager dan 5°C gaat de circulatiepomp werken.Als de watertemperatuur lager is dan 3°C, start de bijverwarming op.Bij een watertemperatuur hoger dan 10°C schakelt de bijverwarming uit en draait de circulatiepomp kort na.De radiatorkranen in de vorstgevoelige ruimtes moet wel helemaal opengedraaid zijn.Afb.39 Uitzetmodus selecterenMW-5000401-1Afb.40 Koelingsmodus bevestigenMW-5000408-1Afb.41 Bevestiging dat de koeling is uitgezetMW-5000404-15 Werking7622022 - v03 - 06102015 35
6 Instellingen6.1 Parameterlijst6.1.1 Lijst van menu'sInformatiemenuGebruikersmenuInstallateursmenuHandbedieningsmenuStoringsmenuSubmenu TELLERSubmenu TIJDS PROGSubmenu KLOKSubmenu KOELEN PROG6.1.2 InformatiemenuBepaalde parameters worden weergegeven:volgens bepaalde systeemconfiguraties,volgens de opties, circuits of sensoren die op dat moment zijn aangesloten.Tab.16 ParameterlijstParameters Beschrijving EenheidAM010 Toerental van de pomp %AM012 Status AM014 Sub-status AM019 Waterdruk barAM027 Buitentemperatuur °CAM056 Debiet in het systeem l/minAM101 Berekende richttemperatuur °CCM030 Gemeten kamertemperatuur °CCM190 Richtwaarde gewenste kamertemperatuur °CDM001 Sanitair-warmwaterboilertemperatuur - onderste positie °CDM006 Sanitair-warmwaterboilertemperatuur - onderste positie °CDM009 Sanitair warmwaterbereidingsmodus0 = Programma1 = Handbediening2 = Vorstbeveiligingsmodus HM001 Aanvoertemperatuur van de warmtepomp °CHM002 Retourtemperatuur van de warmtepomp °CHM034 Niet beschikbaar in deze versie HM035 Niet beschikbaar in deze versie HM036 Niet beschikbaar in deze versie HM037 Niet beschikbaar in deze versie HM038 Niet beschikbaar in deze versie HM039 Niet beschikbaar in deze versie HM040 Niet beschikbaar in deze versie HM041 Niet beschikbaar in deze versie 6 Instellingen36 7622022 - v03 - 06102015
Parameters Beschrijving EenheidHM042 Niet beschikbaar in deze versie NM001 Systeemaanvoertemperatuur °CPM002 Richtwaarde voor verwarmingstemperatuur °C6.1.3 GebruikersmenuBepaalde parameters worden weergegeven:volgens bepaalde systeemconfiguraties,volgens de opties, circuits of sensoren die op dat moment zijn aangesloten.Tab.17 ParameterlijstParameters Beschrijving Fabrieksinstelling Instelling klantAP015 Koelmodus-werking:0 = UIT1 = AAN0 AP016 Centrale verwarming:0 = UIT1 = AAN1 AP017 Sanitair-warmwaterketel:0 = UIT1 = AAN1 AP073 ZOMER/WINTER richttemperatuur schakelaar:Instelbaar van 15 tot 30 °C.Ingesteld op 30,5 °C = functie UIT22°C AP074 ZOMER-afwijking:0 = UIT1 = AAN0 AP103 Beeldscherm-taal0 = Geen taalEN = EngelsFR = FransDE = DuitsNL = NederlandsIT = ItaliaansES = SpaansPL = PoolsPT = Portugees0 AP104 Beeldscherm-contrast AP105 Beeldscherm-temperatuureenheid (°C of °F) °C CP040 Nadraaitijd van de verwarmingspompInstelbaar van 0 tot 20 minuten4 minuten CP071 Richtwaarde voor kamertemperatuur in de gereduceerde modusInstelbaar van 5 tot 30°C16°C CP072 Richtwaarde voor kamertemperatuur in de comfortmodusInstelbaar van 5 tot 30°C20°C CP073 Niet beschikbaar in deze versie CP074 Niet beschikbaar in deze versie CP075 Niet beschikbaar in deze versie CP076 Niet beschikbaar in deze versie CP140 Richttemperatuur koeling zone 1Instelbaar van 20 tot 30°C30°C CP141 Richttemperatuur koeling zone 2Instelbaar van 20 tot 30°C25°C 6 Instellingen7622022 - v03 - 06102015 37
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha 200 BSL HYBRID 4-8 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Remeha
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp