Raleigh 2013 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Raleigh 2013 (398 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 79 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Raleigh 2013 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Raleigh
Categorie: Fiets E-bike
Model: 2013

Handleiding Raleigh 2013 – volledige tekst

I Algemene Gebruikershandleiding 9In sommige landen mogen batterijaangedreven koplam-pen en achterlichten alleen worden gebruikt voor weg-etsen met een gewicht van minder dan 11 kg. (bijv. in Duitsland golijn en K-nummer). Voor alle andere etsen dienen dynamoaangedreven verlichtingsinstallaties te worden gebruikt. Elk onderdeel dient een ocieel keur-merk te hebben waaruit blijkt dat het is erkend. Hier zijn de wettelijke bepalingen in uw land bepalend. Ingeval van technische veranderingen dient u er rekening mee te hou-den dat elektrische onderdelen alleen door geschikte en gekeurde onderdelen mogen worden vervangen. 6 Reglementair gebruik6. 1 AlgemeenFietsen zijn voortbewegingsmiddelen voor een persoon. Het meenemen van een ander persoon op de ets is alleen binnen het kader van de toepasselijke wettelijke bepalin-gen toegestaan (tandem of kinderen in kinderzitje).

Wanneer u bagage wilt transporteren, dient uw ets te zijn voorzien van een hiervoor geschikte voorziening. Houd hierbij rekening met de maximale belasting van de baga-gedragers (zie ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). Niet elk etstype is voor elk terrein geschikt. Fietsen zijn niet bedoeld voor extreme belastingen, zoals springen of rijden over trappen. U mag met uw ets niet aan wedstrijden deelnemen. Uit-zonderingen vormen alleen etsen die expliciet voor wed-strijdgebruik zijn uitgerust. De informatie in deze gebruikershandleiding geldt voor alle etstypen. Aijkende gegevens voor afzonderlijke etstypen staan apart vermeld. Raadpleeg ook de gebruikershandleidingen van de on-derdelenfabrikanten die op de cd of op internet te vinden zijn. Wanneer u na het lezen van deze documentatie nog vragen hebt, kunt u altijd terecht bij uw dealer.

Tot een reglementair gebruik behoort ook de naleving van de gebruiks-, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaar-den die in deze gebruikershandleiding zijn beschreven.

Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik. 6. 2 Trekkingets / All Terrain Bike (ATB), voorzover uitgerust conform het geldige wegenverkeersreglementU mag deze etsen op verharde wegen en in het verkeer gebruiken als deze dienovereenkomstig zijn uitgerust. Zij zijn tevens geschikt voor gebruik op licht terrein, zoals veldwegen. Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik. Dat geldt met name voor de niet-naleving van de veiligheidsrichtlijnen en de hieruit ontstane schade, bijvoorbeeld door: •overbelasting of •onjuiste reparatie van gebreken. 6. 3 City-, touring-, sport-, kinder- en tienerets, voorzover uitgerust conform het geldige wegenverkeersreglementU mag deze etsen in het verkeer en op verharde wegen gebruiken.

Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik. Dat geldt met name voor de niet-naleving van de veiligheidsrichtlijnen en de hieruit ontstane schade, bijvoorbeeld door: •gebruik op terrein, •overbelasting of •onjuiste reparatie van gebreken.

10 I Algemene gebruikershandleiding 6. 4 Mountainbike (MTB) / crossbikeU kunt deze etsen in het terrein gebruiken. U mag met deze etsen niet deelnemen aan het verkeer of aan wed-strijden. Wanneer u uw ets op de weg wilt gebruiken, dienen de hiervoor voorgeschreven uitrustingskenmerken aanwezig te zijn (zie ➠ Hoofdstuk 5 „Wettelijke bepalin-gen“). Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik. Dat geldt met name voor de niet-naleving van de veilig-heidsrichtlijnen en de hieruit ontstane schade, bijvoor-beeld door: •het gebruik bij wedstrijden, •overbelasting, •op onjuiste wijze verhelpen van gebreken, •rijden over trappen, •sprongen, •rijden door diep water of • extreme belastingen buiten een speciaal MTB-traject of MTB-parcours. 6. 5 Raceets / tnessbikeU mag deze etsen voor trainingsdoeleinden in het ver-keer gebruiken.

In een dergelijk geval mag u raceetsen in sommige EU-landen van tot 11 kg zonder een vast ge-monteerde, dynamoaangedreven verlichting gebruiken. U dient dan een op batterijen werkende koplamp en achter-licht bij zich te hebben. De vereiste certicatie herkent u in Duitsland aan de ingeprente golijn en het K-nummer. Bij gebruik van raceetsen met een gewicht van meer dan 11 kg in het verkeer moeten de hiervoor voorgeschreven uitrustingskenmerken aanwezig zijn. Voor de duur van de deelname aan wettelijk erkende wie-lerevenementen hoeven de etsen niet aan deze eisen te voldoen. Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik.

In sommige EU-landen zijn zij niet toegelaten voor het wegverkeer (zoals in Duitsland conform het wegverkeers-reglement (StVZO)) en mogen daarom niet voor deelname aan het verkeer worden gebruikt (zie ➠ Hoofdstuk 5 „Wet-telijke bepalingen“). Draag altijd een helm en overige be-schermende kleding, zoals elleboog- en kniebeschermers. Bij BMX-etsen worden doorgaans remmen gemonteerd die een lager eect hebben. Juist bij nat weer dient u rekening te houden met een aanzienlijk langere remweg. Probeer dit uitgebreid op een veilige plek uit en pas uw rijgedrag hierop aan. Fabrikant en dealer zijn niet aansprakelijk voor een ge-bruik buiten het reglementaire gebruik.

I Algemene Gebruikershandleiding 117 Voor de eerste rit Controleer of uw ets gereed is voor gebruik en op uw lengte is ingesteld. Controleer: •de positie en bevestiging van zadel en stuur •de montage en instelling van de remmen •de bevestiging van wielen in ame en vorkStel het stuur en de stuurpen in een voor u veilige en comfortabele positie in. In ➠ Hoofdstuk 9. 3 „Stuurpo-sitie instellen“ vindt u een handleiding voor het instel-len van het stuur. Stel het zadel in een voor u veilige en comfortabele positie in. In ➠ Hoofdstuk 9. 2 „Zitpositie instellen“ vindt u een handleiding voor het instellen van het zadel. Controleer of u de remgrepen op elk moment goed kunt bereiken en zorg ervoor dat u vertrouwd bent met het gebruik en de positie van de remgrepen rechts / links. Onthoud met welke remgreep u de voor-wiel- resp. achterwielrem aanstuurt.

Moderne remsystemen hebben mogelijk een veel sterker en ander remeect dan u gewend bent. Maak u voor het begin van de rit op een veilig, leeg terrein vertrouwd met het eect van uw remmen. Wanneer u op een ets rijdt met velgen van koolstof-vezel (carbon), dient u er rekening mee te houden dat dit materiaal een aanzienlijk slechter remgedrag hee dan u dat gewend bent van velgen van aluminium. Controleer of de wielen stevig in ame en vork zijn bevestigd. Controleer of de snelspanners en alle belangrijke bevestigingsschroeven en -moeren goed vastzitten. In ➠ Hoofdstuk 9. 2. 2 „Snelspanners gebruiken“ vindt u een handleiding over een veilige bediening van snelspanners en onder ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“ een tabel met de aanhaalkoppels van belangrijke schroeven en moeren. Controleer de bandenspanning.

onderweg, kunt u ter controle als volgt te werk gaan: Als u de duim op de opgepompte band legt, mag u de band ook met sterke druk niet vervormen. Controleer de banden en ook de velgen op beschadi-gingen, ingedrongen voorwerpen, zoals glassplinters of puntige steentjes, en vervormingen. Wanneer u een snee, scheuren of gaten kunt zien, mag u niet vertrekken, maar dient u uw ets eerst door een erkende etsenmaker te laten nakijken.

Wanneer u er niet zeker van bent of uw ets in op-timale, technische staat verkeert, mag u hem niet gebruiken. Laat uw ets dan eerst nakijken door een erkende etsenmaker. 9 Instelling op de gebruikerRaceetsen of mountainbikes kunnen ook zonder pedalen worden geleverd. Als u zelf de pedalen op uw ets wilt monteren, gaat u als volgt te werk:9. 1 Montage van de pedalen ›Bestrijk beide pedaalschroefdraden met smeermid-del (vet). Het linker pedaal hee een linkse schroefdraad, op de as staat doorgaans de aanduiding "L". Het rechter pe-daal hee een rechtse schroefdraad en is doorgaans voorzien van de aanduiding "R". As met schroefdraad van rechter pedaalAs met schroefdraad van linker pedaal ›Schroef het linker pedaal tegen de richting van de wijzers van de klok op de linker crankarm.

›Schroef het rechter pedaal in de richting van de wijzers van de klok op de crankarm (aan de kant van de etsketting). ›Trek beide pedalen met een geschikte gaelsleu-tel maat 15 of inbussleutel aan. Trek alle schroe-ven met het voorgeschreven aanhaalkoppel aan (➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“).

I Algemene Gebruikershandleiding 13Wanneer u de pedalen scheef plaatst of vastschroe, kan de schroefdraad in de krukarm beschadigd raken. 1 Systeempedalen 2 Tour- of sportpedalen3 Systeempedalen raceets123Gebruik MTB-, race- en systeempedalen alleen met de hiervoor geschikte schoenplaatjes en schoenen. Met andere schoenen kunt u van de pedalen glijden. Het gebruik van systeem-MTB-pedalen of systeem-racepedalen, de zogenoemde klikpedalen, kan wanneer u ongeoefend bent tot ernstige valpartijen leiden. Wanneer u systeempedalen gebruikt, kunt u het inklikken in het pedaal en het losmaken van de schoen uit het pedaal het beste eerst staand oefenen. Oefen dit nooit in het verkeer. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de pedaal- en schoenenfabrikant. Informatie hierover is ook op internet te vinden. Een lijst met links staat in ➠ Hoofdstuk 29 „Lijst met links“ afgedrukt. 9.

2 Zitpositie instellen9. 2. 1 Fietszadel instellenDe zitpositie is bepalend voor uw comfort en prestaties tijdens het etsen. ›Verwijder of wijzig de zadelpen of zadelklem niet. Wanneer u onderdelen verandert of om-bouwt, vervalt de garantie. ›Trek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaalkoppel aan. Anders kunnen de schroeven afscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). Gebruik voor werkzaamheden aan de ets alleen ge-schikt gereedschap en voer deze alleen uit als u over voldoende kennis beschikt. Laat complexe werkzaam-heden of werkzaamheden die uw veiligheid betreen altijd uitvoeren door een erkende etsenmaker. 9. 2. 2 Snelspanners gebruiken ›Alle snelspanners moeten stevig aangetrokken zijn, voordat u vertrekt. Controleer voor elke rit of ze stevig vastzitten.

›Controleer of alle snelspanners goed vastzitten als u uw ets een tijd zonder toezicht hebt gepar-keerd en weer wilt vertrekken. ›Bij het omslaan van de spanhendel is zoveel kracht vereist dat u hiervoor uw handbal moet gebruiken.

14 I Algemene gebruikershandleiding Snelspanners1 spanhendel2 instelmoer12Ga als volgt te werk om de snelspanner te openen: ›Sla de spanhendel zodanig om dat de binnenkant van de hendel te zien is of dat u de aanduiding OPEN kunt lezen. ›Open de snelspanner tot aan de aanslag. ›Om de snelspanner verder los te maken, draait u de instelmoer tegen de richting van de wijzers van de klok in. Ga als volgt te werk om de snelspanner te sluiten: ›Stel het klemvermogen met de instelmoer in. ›Als de snelspanner te gemakkelijk te bewegen is, opent u hem weer en draait u de instelmoer in de richting van de wijzers van de klok. ›Als de snelspanner nog steeds erg gemakkelijk kan worden gesloten, herhaalt u de vorige stap. ›Als de snelspanner erg lastig te bewegen is, draait u de instelmoer tegen de richting van de wijzers van de klok in.

›Sla de spanhendel vanuit de positie OPEN zodanig om dat u de buitenkant van de hendel kunt zien of de aanduiding CLOSE zichtbaar is. ›Snelspanhendels moeten in gesloten staat nauw tegen het ame, de vork en de zadelklem aan lig-gen. Controleer of de snelspanners van de naven in gesloten staat naar achteren wijzen. Ze kun-nen tijdens het etsen anders aan hindernissen blijven hangen en opengaan. Dit kan tot zware valpartijen leiden. 9. 2. 3 De juiste zadelhoogte bepalen ›Ga op het etszadel zitten. ›Probeer nu met uw hak de laagste positie van het pedaal te bereiken. Uw knie moet hierbij bijna geheel gestrekt zijn. ›Plaats de bal van uw voet in het midden van het pedaal. Wanneer uw knie nu licht gebogen is, staat de hoogte van het zadel goed ingesteld. Trek de zadelpen nooit boven de maximale of stop-markering uit de zitbuis. U kunt anders letsel oplopen of de zadelpen beschadigen.

I Algemene Gebruikershandleiding 15De minimale insteekdiepte staat op de zadelpen ver-meld. Zo niet, moet de minimale insteekdiepte 7,5 cm bedragen. Bij ames met een langere zitbuis die boven de bovenbuis uitsteekt, bedraagt de minimale insteekdiepte 10 cm. Op stopmakering letten. 9. 2. 4 Zadelhoek instellen ›Lijn uw etszadel zo horizontaal mogelijk uit. ›Tijdens een langere etstocht merkt u vanzelf wel-ke zitpositie het prettigste is. Wanneer u uw zadel toch wilt laten hellen, is een lichte helling naar voren het beste. Als u het zadel naar achteren laat hellen, kunt u pijn krijgen of letsel oplopen. De zadelhoek stelt u als volgt in: ›Om de klemschroef los te maken, draait u deze tegen de wijzers van de klok in. ›Kiep het etszadel in de gewenste stand. ›Om de klemschroef weer vast te zetten, draait u deze met de wijzers van de klok mee.

(Zie voor aanhaalkoppels ➠ Hoofdstuk 30 „Technische speci-caties“). Instellen van zadelhoek 9. 2. 4. 1 bij een 2-schroef zadelpenklemSommige zadelpennen hebben twee schroeven voor het instellen van de zadelhoek, een voor en een achter de zadelpenbuis. Wanneer u het zadel naar voren wilt laten hellen, maakt u met een inbussleutel de achterste schroef los en trekt u de voorste met hetzelfde aantal omwentelin-gen aan. Wanneer u het zadel naar achteren wilt laten hel-len, maakt u de voorste schroef los en trekt u de achterste dienovereenkomstig aan. Trek beide schroeven hierna nog een keer aan. Houd hierbij rekening met de juiste aanhaal-koppels (zie ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). 2-schroef zadelpenklem9. 2. 4. 2 bij een klembevestigingBij een zadel met klembevestiging zit de klemmoer aan de zijkant.

De zadelhoek stelt u als volgt in: ›Om de klemmoer los te maken, draait u deze tegen de richting van de wijzers van de klok in. Eventu-eel moet u met een tweede sleutel de moer aan de andere kant vasthouden. ›Kiep het etszadel in de gewenste stand.

16 I Algemene gebruikershandleiding 9. 2. 4. 3 bij een geveerde zadelpenGeveerde zadelpennen verminderen de schokken die ontstaan door een oneen terrein en ontzien daardoor de ruggengraat. Voor een instelling van de verende elementen van de za-delpen kunt u bij uw dealer terecht. Geveerde zadelpen9. 3 Stuurpositie instellenTrek alle schroeven met het voorgeschreven aanhaal-koppel aan. Anders kunnen de schroeven losscheuren en kunnen onderdelen losraken (zie ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“). Ook door een verandering van de stuurhoogte kunt u uw zitpositie op de ets bepalen. Hoe lager u het stuur instelt, des te verder u uw bovenli-chaam naar voren moet buigen. Hierdoor neemt de belas-ting op de handgewrichten, de armen en het bovenlichaam toe en moet u uw rug verder buigen. Hoe hoger u het stuur instelt, hoe rechter u op de ets zit.

Hierbij neemt de belasting van de ruggengraat door stoten toe. Zo bepaalt u de voor uw lengte optimale stuurhoogte: ›Ga op het etszadel zitten. ›Vraag eventueel een tweede persoon om de ets vast te houden. ›Buig uw bovenlichaam in de richting van het stuur totdat u een comfortabele houding hebt gevonden. ›Strek uw armen in de richting van het stuur. ›Onthoud de ongevere positie van uw handen om het stuur op deze hoogte in te stellen. 9. 3. 1 Stuurhoogte bij conventionele stuurpen aanpassen / instellenOm de balhoofdbuis in de stuurbuis los te maken, gaat u als volgt te werk: ›Maak de expanderbout los om de stuurpen los te maken. Draai deze met een inbussleutel twee tot drie omwentelingen tegen de richting van de wij-zers van de klok in. ›Om ervoor te zorgen dat de vork bij het losmaken van de balhoofdbuis niet meebeweegt, klemt u het voorwiel tussen uw benen.

›Houd het stuur aan de grepen vast en draai ais-selend naar rechts en links. ›Wanneer dit niet mogelijk is, slaat u licht met een kunststoamer van boven op de expanderbout, totdat de klemvoorziening van de stuurpen loslaat.

›Stel de stuurpen op de gewenste hoogte in. ›Lijn het stuur zo uit dat het in een rechte hoek staat ten opzichte van het voorwiel. ›Om de balhoofdbuis weer te bevestigen, trekt u de expanderbout met een inbussleutel in de richting van de wijzers van de klok vast (zie ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“).

I Algemene Gebruikershandleiding 17Trek de stuurpen nooit boven de maximale of stop-markering uit de buis. Indien u geen markering kunt vinden, steekt u de stuurpen minimaal 6,5 cm diep in de stuurbuis. Anders kan de stuurpen losraken of breken.9.3.2 Stuurhoogte bij A-Head-systemen aanpassenBij de hier getoonde A-Head-stuurpennen moet een er-kende etsenmaker de hoogteverstelling van het stuur uitvoeren.9.3.3 Stuur bij A-Head-systeem in de juiste stand brengen met het voorwielGa als volgt te werk om het stuur in de juiste stand te brengen met het voorwiel: ›Draai voor het openen de inbusschroeven aan de achterkant van de stuurpen met een inbussleutel tegen de richting van de wijzers van de klok in. ›Draai de stuurbeugel zodanig dat het stuur precies in een rechte hoek tot het voorwiel staat.

›Trek de inbusschroef in de richting van de wijzers van de klok met een inbussleutel aan (zie ➠ Hoofd-stuk 30 „Technische specicaties“).9.3.4 Stuurpositie door draaien van het stuur instellenOpen de inbusschroeven aan de voorkant van de stuurpen. Draai het stuur totdat het in een comfortabele positie staat. Zorg ervoor dat het stuur precies in het midden in de stuurpen wordt geklemd. Trek de inbusschroeven in de richting van de wijzers van de klok weer aan. Wanneer het aanhaalkoppel op de stuurpen staat vermeld, dient u zich aan deze waarde te houden. Anders vindt u de aanhaal-koppels in ➠ Hoofdstuk 30 „Technische specicaties“.Nadat u het stuur hebt ingesteld, moet u de remhendels en schakelhendels aanpassen. Maak de inbusschroeven aan de greeprubbers los. Ga op het zadel zitten en plaats uw vingers op de hendel. Draai de hendel totdat u arm in een rechte lijn met uw onderarm ligt.

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 3Geachte klant,Hartelijk dank dat u hebt gekozen voor een Pedelec (Pe-dal Electric Cycle) van ons merk. Deze ets ondersteunt u tijdens het etsen door middel van een elektrische aan-drijving. Op deze manier zult u bij hellingen, het transport van lasten of bij tegenwind veel meer rijplezier beleven. U kunt zelf kiezen hoe groot het steuntje in de rug moet zijn. Deze gebruikershandleiding helpt u alle voordelen van uw Pedelec te ontdekken en de ets correct te gebruiken. Opbouw van de gebruikershandleidingIn ➠ Hoofdstuk 1 „Snel aan de slag“ vindt u een korte inlei-ding als u meteen van start wilt gaan.Hierna worden de afzonderlijke stappen uitgebreid toege-licht en door aeeldingen en diagrammen aangevuld. In ➠ Hoofdstuk 11 „Technische specicaties“ vindt u aan-vullende detailinformatie over uw Pedelec.

Deze gebruikershandleiding hee alleen betrekking op specieke informatie over uw Pedelec. Algemene infor-matie, bijvoorbeeld over de etstechniek van uw Pedelec, vindt u in de algemene gebruikershandleiding.Ook al wilt u meteen een eerste rit op uw ets maken, dient u voor uw eigen veiligheid toch in elk geval eerst het gedeelte ➠ Hoofdstuk 1 „Snel aan de slag“ door te lezen.In de gebruikershandleiding vindt u naast teksten en tabellen de volgende symbolen als verwijzing naar belang-rijke informatie of gevaren.WAARSCHUWING voor mogelijk letsel, ver-hoogd val- of overig letselrisicoBELANGRIJKE AANVULLENDE INFORMATIE of speciale informatie over het gebruik van de etsVERWIJZING naar mogelijke materiële of mi-lieuschade

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 91 Snel aan de slag ›1. Laad de accu voor de eerste rit volledig op. Accu ontgrendelen ›2. Om de accu te verwijderen, pakt u de greep vast, steekt u de sleutel in het slot en draait u deze tegen de richting van de wijzers van de klok in. De accu is nu ontgrendeld. ›3. Kantel de accu zijwaarts uit de houder en til de accu met beide handen uit de houder. Bij het uitnemen kantelen ›4. Plaats de accu in het oplaadapparaat. De LED's van de accu branden of knipperen tijdens het opla-den. Voor het eerste gebruik moet de accu volledig worden opgeladen. ›5. Wanneer alle LED's uit zijn, haalt u de batterij uit het oplaadstation. ›6. Plaats de accu gezien van de linkerkant van de Pedelec terug in de houder. Houd de accu onge-veer 45° naar buiten gekanteld, zoals u deze ook hebt verwijderd. Draai de accu rechtop, totdat de vergrendeling vastklikt.

Wanneer de sleutel nog in het slot zit, moet u deze nu in de richting van de wijzers van de klok draaien en uit het slot trekken, zodat de accu vergrendeld is. ›7. Controleer of de accu goed vastzit en of de sleu-tel uit het slot is verwijderd. ›8. Wanneer uw Pedelec een LCD-bedieningsele-ment hee: lees verder vanaf punt 10. › Wanneer uw Pedelec een LED-bedieningsele-ment hee: Druk op de knop "Power" op het bedienings-element op het stuur. U mag hierna gedurende 2seconden niet op de pedalen trappen. Het aan-drijvingssysteem hee deze tijd zonder belasting nodig om de krachtsensor correct in te stellen. ›9. Op het weergaveveld van het LED-bedienings-element verschijnt het gemiddelde ondersteu-ningsniveau. Door op de knop "Mode" te drukken, kunt u het gewenste ondersteuningsniveau kiezen: "laag / LOW", "gemiddeld / MID" of "hoog / HIGH".

Wanneer uw Pedelec een LCD-bedieningsele-ment hee: Druk op de knop "Aan/Uit" op het bedienings-element op het stuur. U mag hierna gedurende 2seconden niet op de pedalen trappen. Het aan-drijvingssysteem hee deze tijd zonder belasting nodig om de krachtsensor na het inschakelen cor-rect in te stellen. Door een druk op de knop "Assist" kunt u instellen hoe sterk u wilt worden ondersteund. Dat werkt in beide richtingen. Aankelijk van welke "Assist"-knop u indrukt, wordt de ondersteuningsprestatie hoger of lager. Wanneer u de knop bij "hoog" op-nieuw indrukt, gaat u weer terug naar de modus zonder ondersteuning. Voordat u de eerste voet op een pedaal plaatst, houdt u altijd een rem aangetrokken. U dient hier altijd aan te denken aangezien de motor u meteen aanduwt. Deze vertrekhulp is met name bergop erg comfortabel.

10 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor2 Pedelec / wettelijke bepalingen Het basisidee achter de Pedelec is om ook grote afstanden snel en toch comfortabel te kunnen aeggen. U kunt kie-zen of u geniet van de ondersteuning en ontspannen een stukje gaat etsen, of u sportief aan de slag wilt of zo snel mogelijk van A naar B wilt etsen. Dat kunt u door de keu-ze van het ondersteuningsniveau helemaal zelf bepalen. U gaat veiliger op pad, omdat de krachtige versnelling u meer zelfstandigheid en veiligheid biedt. Uw Pedelec on-dersteunt u met tot wel 250 Watt tot wel ca. 25km / uur. De Pedelec moet, zoals alle etsen, voldoen aan de eisen van het nationale wegenverkeersreglement. Zie hiervoor de betreende toelichting en de algemene instructies in de algemene gebruikershandleiding.

De onderstaande wettelijke bepalingen zijn van toepas-sing op een Pedelec: •De motor mag alleen als trapondersteuning dienen, d. w. z. hij mag alleen "helpen" als de gebruiker van de ets zelf de pedalen intrapt. •Het gemiddelde motorvermogen mag niet hoger zijn dan 250 W. •Bij toenemende snelheid moet het motorvermogen steeds verder afnemen. •Bij 25 km / uur moet de motor worden uitgescha-keld. 2. 1 Betekenis voor de gebruiker •Er bestaat geen helmplicht. Voor uw eigen veilig-heid raden wij u echter aan om altijd een helm te dragen. •Voor een elektrische ets is geen apart rijbewijs vereist. •Voor een elektrische ets is geen verzekering ver-plicht. •Een Pedelec mag zonder leeijdsbeperking worden gebruikt. •Het gebruik van etspaden is net als voor normale etsen geregeld. Deze regelingen gelden voor uw Pedelec als u de ets binnen de Europese Unie gebruikt.

In andere landen, en in aparte gevallen ook in Europa, kunnen andere bepalin-gen gelden. Informeer voor gebruik van uw Pedelec in het buitenland welke wetten hier van toepassing zijn. 2. 2 Duwhulp U kunt door uw dealer een zogenoemde duwhulp laten monteren.

Schakelaar voor de duwhulp De duwhulp beweegt de Pedelec langzaam met maximaal 6km / uur vooruit zonder dat u de pedalen moet intrap-pen, bijvoorbeeld als u op beperkte ruimte moet manoeu-vreren of uw Pedelec uit een parkeergarage duwt. Wanneer u na 1- 4- 1965 bent geboren, hebt u voor de duwhulp in Duitsland bijvoorbeeld een brometsrijbe-wijs nodig. Wanneer u al in het bezit bent van een ander rijbewijs, is hierin automatisch het brometsrijbewijs opgenomen. De duwhulp is niet geschikt als vertrekhulp.

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 113 Accu opladenOm de accu op te laden, moet u deze uit de houder van de Pedelec halen. Weergave van de laadstatusDraaggreepPak de accu vast aan de greep, steek de sleutel in het slot en draai deze tegen de richting van de wijzers van de klok in. Nu is de accu ontgrendeld en kunt u deze uitnemen. Kantel de accu hiervoor zijwaarts uit de Pedelec. Houd de accu goed vast, zodat deze niet kan vallen.Accu ontgrendelenBij het uitnemen kantelen Wij raden u aan nu de sleutel uit het slot te halen en te bewaren, zodat hij niet kan areken of kwijt kan raken.3.1 LaadprocesLees voor aanvang van het laadproces de instructies op het oplaadapparaat zorgvuldig door. ›1.

Haal het bijgeleverde oplaadapparaat uit de verpakking en sluit de netstekker aan op een stopcontact (230 V, zie het typeplaatje op het oplaadapparaat).Typeplaatje op het oplaadapparaat: Voor- en achterkant ›2. Plaats de accu in de houder van het oplaadapparaat. ›3. Het laadproces begint. De LED's van de accu branden of knipperen. Wanneer alle 5 LED's ge-doofd zijn, is de accu volledig opgeladen. U kunt de accu in het oplaadapparaat laten zitten. Het oplaadapparaat verbruikt achter altijd een beetje stroom als het blij aangesloten op het lichtnet. ›4. Om stroom te besparen, trekt u de stekker van het oplaadapparaat na het opladen uit het stopcontact.3.2 Accu plaatsen ›1. Plaats de accu vanaf de linkerkant, ca. 45° naar buiten gekanteld, in de accuhouder van de Pedelec. ›2.

De zijwaarts onder liggende geleidingen van de accu moeten hierbij in de geleidingen van de hou-der worden geplaatst. ›3. Kantel de accu naar de ets toe, totdat de ver-grendeling vastklikt. Wanneer de sleutel nog in het slot zit, draait u deze in de richting van de wijzers van de klok en haalt u hem uit het slot om de accu te vergrendelen. ›4. Controleer of de accu goed vastzit.

12 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor4 Bedieningselement (display)4. 1 LED-bedieningselement1a1b21 Schakelaar voor het niveau van de motorondersteuning 2 Aan- / uit-knopHet bedieningselement op het stuur hee drie knoppen en enkele displays. Rechts naast de bovenste van de twee knoppen "Mode" vindt u een display waarop via lichtdioden het niveau van de ingeschakelde ondersteuning wordt weergegeven. Hieronder zit de knop "Power" met het bijbehorende dis-play. Met "Power" schakelt u de motorondersteuning in en uit. De LED's naast deze knop geven de laadstatus van de accu aan. Na het inschakelen, branden alle drie LED's gedu-rende 2 seconden. WEERGAVE NA  SECONDENACCU LAADSTATUS3 LED's branden ••• 70 – 100%2 LED's branden •• 40 – 70%1 LED brandt • 10 – 40%1 LED knippert lang-zaam ¡< 10% Nu merkt u een lichte prestatiever-mindering op.

1 LED knippert snel ¡~ 0% Het systeem scha-kelt zich hierna snel uit. Met de knoppen "Mode" kunt u het niveau van de mo-torondersteuning instellen. De LED's naast de bovenste knop geven aan hoe sterk de motor u op dit moment on-dersteunt. Na het inschakelen, branden alle drie LED's gedurende 2seconden. U mag in deze tijd niet op de pedalen trappen. De kracht-sensor wordt na elke inschakeling opnieuw ingesteld om de geleverde kracht van de motor nauwkeurig te regelen. Gedurende deze twee seconden mag hij niet worden be-last. Hierna wordt automatisch de gemiddelde ondersteuning ingesteld. WEERGAVE LEDsONDERSTEUNINGSNIVEAU VERHOUDINGHIGH hoog 1 : 2MID gemiddeld 1 : 1LOW laag 1 : 0,5Met elke druk op de "Mode"-knop verandert de kracht van de motorondersteuning met een niveau. Wanneer u meer ondersteuning nodig hebt, drukt u op de "Mode"-knop met het naar boven wijzende pijltje.

Motorondersteuning verhogen Wanneer het hoogste niveau is bereikt, springt de onder-steuning bij de volgende druk op de knop op het niveau met de laagste ondersteuning en neemt daarna weer toe. Wanneer u minder ondersteuning nodig hebt, drukt u op de "Mode"-knop met het naar beneden wijzende pijltje. Motorondersteuning verlagen.

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 13De ondersteuning wordt stapsgewijs zwakker, totdat ze van het laagste niveau "LOW" weer naar het hoogste ni-veau "HIGH" springt.4.1.1 Automatische uitschakelingWanneer uw Pedelec gedurende 10 minuten niet wordt be-wogen nadat u bent gestopt, schakelt het systeem zichzelf automatisch uit.

Wanneer u weer met ondersteuning wilt etsen, moet u deze via het bedieningselement opnieuw inschakelen.4.2 LCD-bedieningselementWeergave uitgeschakeld Weergave ingeschakeld1 Aan / uit2 Lichtschakelaar3 Weergave van acculaadstatus4 Weergave voor verlichting5 Weergave prestatievermogen (alleen tijdens het etsen zichtbaar)6 Fietssnelheid7 Weergave van actuele afstand8 Gemiddelde snelheid9 Maximale snelheid10 totaal aantal kilometers11 Weergaveveld12 Ondersteuningsniveau13 Schakelaar voor weergaveveld ("Mode")14 Ondersteuningsniveau verlagen15 Ondersteuningsniveau verhogen124356789101113 121415Achterkantalle gegevens wissen

14 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor4. 2. 1 Werking van het LCD-bedieningselement4. 2. 1. 1 Aan- / uit-knopWanneer u de "Aan-/uit"-knop gebruikt, worden het bedie-ningselement en de aandrijving ingeschakeld. Het ondersteuningsniveau dat bij het uitschakelen stond ingesteld, staat nu ook automatisch ingesteld. De ach-tergrondverlichting gaat even aan en doo daarna weer. Alle registraties (dagafstand, huidige afstand, gemiddelde snelheid, maximale snelheid, totaal aantal kilometers) starten zodra u het bedieningselement inschakelt en wor-den bij het uitschakelen stopgezet. 4. 2. 1. 2 Schakelaar voor weergaveveldWanneer u de schakelaar voor het weergaveveld ("Mode") gebruikt, worden achter elkaar "Dagafstand", "Gemiddelde snelheid", "Maximale snelheid" en het "totaal aantal kilo-meters" weergegeven.

Ook hier verschijnt eerst de instelling die bij het uitscha-kelen geactiveerd was. 4. 2. 1. 3 Ondersteuningsniveau wijzigenMotorondersteuning verhogenWanneer u op de schakelaar voor de verhoging van het ondersteuningsniveau drukt, worden achtereenvolgens de volgende ondersteuningsniveaus ingeschakeld: "NO ASSIST / geen ondersteuning", "ECO / lage ondersteuning", "STANDARD / gemiddelde ondersteuning", "HIGH / hoge ondersteuning", hierna volgt weer "NO ASSIST / geen onder-steuning". Dat wil zeggen dat de ondersteuning bij elke druk op de knop toeneemt tot aan het maximale vermogen Daarna wordt de ondersteuning weer uitgeschakeld.

Motorondersteuning verlagenWanneer u de schakelaar "Ondersteuningsniveau verla-gen" gebruikt, wordt de ondersteuning met elke druk op de knop steeds verder verminderd, totdat de ondersteu-ning aan het einde van de cirkel weer naar de hoogste ondersteuningsgraad overschakelt. In de modus "NO ASSIST / geen ondersteuning" etst u net als op een gewone ets en werkt de motor niet. 4. 2. 1.

4 Opgeslagen gegevens resettenZodra u de schakelaar voor het weergaveveld op het inge-schakelde bedieningselement langer dan drie seconden indrukt, worden de dagafstand, de gemiddelde snelheid en de maximale snelheid weer op nul gezet. Het totale aantal kilometers kunt u op deze manier niet wissen. 4. 2. 1. 5 Display in- en uitschakelenDe achtergrondverlichting en de display van het LCD-bedieningselement kunnen worden ingeschakeld, ook als de aandrijving niet is ingeschakeld. Druk hiervoor op de knop "Light". De aandrijving blij in de modus "NO AS-SIST / geen ondersteuning". Het ondersteuningsniveau kan nu niet worden aangepast. Wanneer u op de "Light"-knop drukt terwijl het bedie-ningselement is ingeschakeld, wordt de achtergrondver-lichting ingeschakeld. Wanneer u op de "Light"-knop drukt terwijl het licht is ingeschakeld, wordt de achtergrondverlichting uitgescha-keld.

U kunt de motorondersteuning dan toch gebruiken en u kunt het ondersteuningsniveau aanpassen. 4. 2. 1. 6 Alle gegevens wissenWanneer u de schakelaar voor het display ("Mode") en de knop "Alle gegevens wissen" op de achterkant van het bedieningselement tegelijkertijd indrukt, worden alle opgeslagen gegevens, ook het totale aantal kilometers, verwijderd. Het display schakelt dan automatisch over naar de instelmodus voor de taal, het LCD-contrast en de wieldiameter.

16 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor4.2.1.8 Automatische uitschakelingWanneer uw Pedelec na het stoppen gedurende 10 mi-nuten niet wordt bewogen, schakelt het systeem zichzelf automatisch uit. Wanneer u weer met ondersteuning wilt etsen, moet u deze via het bedieningselement opnieuw inschakelen.4.2.1.9 Meet- en weergavebereikOMSCHRIJVING WEERGAVEGEDEELTEFietssnelheid 0,0 – 99,9km / uurFietsafstand 0,0 – 99999km (als de waarde 9999,9km is bereikt, gee de weerga-ve geen decimale komma's meer aan.)Gemiddelde snelheid 0 – 99,9km / uurMaximale snelheid 0,0 – 99,9km / uurTotaal aantal kilometers 0,0 – 99999km (als de waarde 9999,9km is bereikt, gee de weerga-ve geen decimale komma's meer aan.)4.2.1.10 Weergave van acculaadstatusWeergave oplaadstatus accuDeze weergave kan u helpen stroombesparend en met een grote actieradius te etsen.

De resterende acculading wordt in 5 elementen weergege-ven.WEERGAVE LAADSTATUS ACCU5 LED's branden ••••• 80 – 100%4 LED's branden •••• 60 – 80%3 LED's branden ••• 40 – 60%2 LED's branden •• 20 – 40%1 LED brandt • 10 – 20%1 LED knippert ¡10%geen weergave – 0%E: Accu is leeg (Eng. "empty")F: Accu is vol (Eng. "ll")4.2.1.11 PrestatieweergaveDe prestatieweergave gee in 6 niveaus de actueel inge-stelde prestatie en het actuele stroomverbruik aan. Deze weergave kan u helpen stroombesparend en met een grote actieradius te etsen. Hoe minder van de 6 balkjes worden weergegeven, des te lager zijn de prestaties die de motor op dat moment levert en het verbruik dat hier-mee gepaard gaat.

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 175 Ondersteuning door de elektrische motorWanneer uw Pedelec over een naaersnelling be-schikt, moet u de pedalen tijdens het schakelen even-tueel minder sterk belasten dan dat u het van uw ets gewend bent. De reden hiervoor zijn de aanvullende prestaties van de elektrische motor. De naaersnel-ling hee een voorziening die haar tegen schakelen tijdens een te hoge belasting beveiligt om de aandrij-ving van de naaf te beschermen. 5. 1 Werking van de ondersteuningZodra u de ondersteuning inschakelt en begint te trappen, wordt u door de motor ondersteund. Hoeveel stuwkracht de motor ontwikkelt, is aankelijk van drie factoren: •Hoe krachtig uzelf doortrapt De motor past zich aan uw prestaties aan. Wan-neer u harder trapt, bijvoorbeeld bergop of bij het wegrijden, registreert de krachtsensor dit en levert meer stuwkracht.

De stuwkracht wordt echter be-perkt door het maximale motorvermogen. Hoe de elektrische ondersteuning verandertAandrijrachtSnelheidtoenemende trapkracht en ondersteuningafnemende ondersteuningondersteuning uitgeschakeldOndersteuningsniveau = 1 : 2Pedaalkracht22km / uur 25km / uurAandrijracht (pedaalkracht + elektrische ondersteuning)elektrische ondersteuning1. 02Pedelec 28" • 8-speed• Shimano •Welke ondersteuning u hebt gekozen Bij de instelling "hoge ondersteuning / HIGH" helpt de motor u met het dubbele van uw eigen prestatie (1 : 2). Wanneer u etst op het niveau "gemiddelde ondersteuning/ MID", verdubbelt de motor de door u geleverde krachtinspanning (1 : 1). Wanneer u een "lage ondersteuning / LOW / ECO" hebt gekozen, drij de motor u met de hel van uw eigen kracht aan (1 : 0,5).

18 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor5.2 ActieradiusHoe ver u met een volledig opgeladen accu met motoron-dersteuning kunt etsen, wordt door meerdere factoren beïnvloed: •Omgevingstemperatuur Wanneer het kouder is, is de actieradius met een opgeladen accu kleiner. Voor een zo groot mogelijke actieradius dient de accu in een verwarmde ruimte te worden opge-slagen, zodat de accu op kamertemperatuur in de Pedelec kan worden geplaatst.

Door de ontlading bij motorgebruik verwarmt de accu zichzelf voldoende om bij een koude buiten-temperatuur niet te veel aan prestatiekracht te verliezen.Ontlading bij verschillende temperaturenOntladingscurve bij gewone temperaturen Ontladingscurve bij lage temperaturenOntladingscapaciteit bij lage temperaturen Ontladingscapaciteit bij gewone temperaturen Ontladingscapaciteit (Ah) of gebruiksurenVerschil gewone / lage temperatuur Nominale spanningMinimale spanning voor het accubedrijf (uitschakelspanning) •Gekozen ondersteuning Wanneer u een grote afstand met motorondersteu-ning wilt aeggen, kiest u lagere, dus gemakkelij-kere versnellingen. Stel het niveau bovendien in op "lage ondersteuning / LOW / ECO". •Rijstijl Wanneer u in hoge versnellingen rijdt en een krachtige ondersteuning instelt, bijvoorbeeld berg-op, wordt u door de motor met veel kracht onder-steund.

Dat leidt, net als bij autorijden, echter tot een hoger verbruik. U moet de accu daarom sneller weer opladen. U etst economischer als u de peda-len niet alleen naar beneden duwt, maar probeert deze gedurende de gehele omwenteling gelijkmatig te belasten.

III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor 19 •Technische staat van uw Pedelec Zorg voor een juiste bandenspanning van uw banden. Wanneer uw banden te zacht zijn, kan de rolweerstand veel hoger zijn. Ook als de remmen slepen, zal de actieradius kleiner zijn. •Hellingen Wanneer u bergop rijdt, trapt u harder door. De krachtsensor registreert dit en laat de motor even-eens harder werken.Onder optimale omstandigheden bedraagt de actieradius bij een acculading (18 Ah) ongeveer 140 km. Bij gemengd bedrijf is een actieradius van ca. 85 km te verwachten. Actieradius van verschillende accu'sACTIERADIUS ONDERSTEUNING  : , Ø KM / H, GOEDE OMSTANDIGHEDEN8-Ah-accu 60km12-Ah-accu 90km18-Ah-accu 140km5.3 De Pedelec economisch gebruikenU kunt de kosten voor uw ritten met de Pedelec zelf in de hand houden en beïnvloeden.

Wanneer u de tips voor een grotere actieradius volgt, verlaagt u het verbruik en dus de kosten. De bedrijfskosten voor de motorondersteuning voor een 18-Ah-accu worden als volgt berekend: •Een nieuwe accu kost ongeveer 599 euro. •Met een lading kunt u gemiddeld 112km etsen. •U kunt de accu ca. 1.100 keer opladen. •1.100 opladingen à 112km = 123.200km •599euro : 123.200km = 0,47cent / km •Een volledige oplading van de accu verbruikt 0,620kWh. Bij een stroomprijs van 20cent / kWh kost een volledige acculading voor een traject van 112km 12,4cent. •Voor de minimale actieradius van 60 km geldt dus een prijs van 0,20cent / km. •Voor de maximale actieradius van 140km geldt een prijs van 0,09cent / km. •Dat betekent dat de kosten voor het verbruik en de accu maximaal 0,67cent / km bedragen.

20 III Gebruikershandleiding Pedelec met middenmotor6 Accu De accu is een lithium-cobalt-accu, de voordeligste vorm van lithium-ionen-accu's (Li-ion) voor deze toepassing. Een van de hoofdvoordelen van dit accutype is het lage gewicht bij een hoge capaciteit. Li-ionaccu's wegen slechts de hel van vergelijkbare nikkel-metaalhydride- of nikkel-cadmium-accu's. Hierdoor bespaart u gewicht en beschikt u toch over een hoger accuvermogen. 6. 1 Eenvoudig opladen ›Er is geen sprake van een memory-eect. U kunt de accu dus na elke rit weer opladen. ›Laad de accu voor elke rit op. Zo bent u altijd start-klaar en verlengt u de levensduur van de accu. ›Wanneer u de accu niet gebruikt, moet u hem pas na maximaal 6 maanden bijladen. 6. 2 Hoge veiligheid door accubeheer ›De accu kan niet beschadigd raken door een kort-sluiting. Het accubeheer zou de accu in een derge-lijk geval uitschakelen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Raleigh 2013 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden