Peugeot 508 RXH (2016) Handleiding

Peugeot Auto 508 RXH (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 508 RXH (2016) (182 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 508 RXH (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/182
InstructIeboekje
103.1

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Peugeot
Categorie: Auto
Model: 508 RXH (2016)

Handleiding Peugeot 508 RXH (2016) – volledige tekst

Het online-instructieboekjeKies een van de volgende manieren om uw instructieboekje online te raadplegen...Uw instructieboekje is te vinden op de website van PEUGEOT, in de rubriek "MyPEUGEOT".Scan deze code voor directe toegang tot uw instructieboekje.de taal,het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering,de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto.Selecteer:Als u de gebruiksaanwijzing online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.

Deze informatie is gemakkelijk te herkennen aan de paginamarkering die wordt weergegeven met dit pictogram:Als de rubriek "MyPEUGEOT" niet beschikbaar is op de website van PEUGEOT voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen:http://public.servicebox.peugeot.com/ddb/502.6502.6502.6502.6502.6502.4502.6502.6

SymbolenDit boekje behandelt alle beschikbare uitrustingen van dit model.Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor de auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien.Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties wordt niet aanvaard. Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor tussentijds wijzigingen aan te brengen in de door haar gevoerde modellen en de bijbehorende uitrusting en accessoires, zonder verplicht te zijn dit boekje aan te passen.Dit instructieboekje maakt onlosmakelijk deel uit van uw auto. Vergeet niet dit boekje bij doorverkoop van uw auto aan de nieuwe eigenaar te geven.WelkomWij danken u voor uw keuze voor de 508.

9.OverzichtSchakelaars*Cockpit (vervolg)Openen van het kofferdeksel/de achterklep.Openen van de brandstofvulklep.Massagefunctie.Inbraakalarm.Verklikkerlampje programmeerbare verwarming.Elektrische parkeerrem.Motor starten/afzetten met de elektronische sleutel.Uitschakelen van het Stop & Start-systeem.Head-up display(aan/uit, instellingen).Uitschakelen parkeerhulp.Dodehoekbewaking.Elektrische kinderbeveiliging.Uitschakelen van het ASR-systeem.Grootlichtassistent.Het branden van een verklikkerlampje geeft aan of de bijbehorende functie is in- of uitgeschakeld.* Volgens uitvoering.707912219620016816550, 57, 65, 6818497193182135158

11. Eco-rijdenMaak optimaal gebruik van de versnellingsbakAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij het accelereren bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling. Als uw auto is voorzien van een automatische transmissie of een elektronisch gestuurde versnellingsbak, gebruik dan bij voorkeur de automatische stand en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in. Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningenAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend.

Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz. ). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is. Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op als u rijdt. Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken.

Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat. Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot van uw auto verminderen.

Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig). De schakelindicator adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op. Bij auto's met een elektronisch gestuurde versnellingsbak of een automatische transmissie wordt de schakelindicator uitsluitend in de handmatige stand weergegeven.

Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden.Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.Vergeet niet de bandenspanning van het reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren.Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het aan uw situatie aangepaste onderhoudsschema van de fabrikant.Uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit.

Ga zo spoedig mogelijk naar het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de uitstoot van stikstofoxiden terug te brengen tot onder de wettelijke normen.Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruik zich stabiliseert.

14InstrumentenpaneelVerklikkerlampjesDe verklikkerlampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje).Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel en/of op het display van het instrumentenpaneel enkele seconden branden.Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.Als het lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft.Bijbehorende waarschuwingenSommige verklikkerlampjes kunnen gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.Verklikkerlampjes kunnen permanent branden of knipperen.Een aantal verklikkerlampjes heeft beide mogelijkheden: permanent branden of knipperen.Of het permanent branden of knipperen van een verklikkerlampje duidt op een storing, is afhankelijk van de werkingsfase van de auto.

Bij een storing kan het branden van een verklikkerlampje worden gecombineerd met de weergave van een melding.Raadpleeg de volgende tabellen voor meer informatie.

151InstrumentenpaneelVerklikkerlampjes ingeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel en/of op het display van het instrumentenpaneel geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld. Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenRichtingaanwijzer linksknippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omlaag beweegt.Richtingaanwijzer rechtsknippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omhoog beweegt. Parkeerlichten permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Parkeerlichten". Dimlicht permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Dimlicht". Grootlicht permanent. Als u de lichtschakelaar naar u toe trekt.Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelen naar dimlicht. Mistlampen vóór permanent.

16Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenVoorgloeien dieselmotor permanent. Het contact staat in de 2e stand (contact) of de knop "START/STOP" is ingedrukt.Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat.Wanneer het lampje uitgaat, wordt de motor onmiddellijk gestart, op voorwaarde dat: - het koppelingspedaal is ingetrapt bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak, - het rempedaal ingetrapt wordt gehouden bij auto's met een automatische transmissie.De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden).Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact vervolgens weer aan en wacht opnieuw tot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent.

De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.Zet de handrem vrij zodat het verklikkerlampje uitgaat; trap het rempedaal in.Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de handrem.Uitschakeling van de automatische werking van de elektrische parkeerrem permanent. De functies "automatisch aantrekken" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch vrijzetten" zijn uitgeschakeld of werken niet.Activeer de functie (volgens land van bestemming) via het configuratiemenu van de auto of raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als de parkeerrem niet meer automatisch wordt aangetrokken of vrijgezet.Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek.

De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen.De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd.Beweeg om de automatische stand van de ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zet de hendel in een andere stand.Airbag aan passagierszijdepermanent op het display van de verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde.De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "ON".De passagiersairbag vóór is geactiveerd.Plaats in dit geval geen kinderzitje met de rug in de rijrichting op deze zitplaats.Zet de schakelaar in de stand om de "OFF"passagiersairbag vóór uit te schakelen.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (brandend waarschuwingslampje Airbags).

Stop & Start permanent.Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping, enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart (START-stand) als u wilt wegrijden.knippert enkele seconden en gaat dan uit.De STOP-stand is nu niet beschikbaar.ofDe motor wordt automatisch in de START-stand gezet.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het Stop & Start-systeem.

18InstrumentenpaneelVerklikkerlampjes uitgeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld.Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een melding op het display van het instrumentenpaneel.

Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Passagiersairbag permanent, op het display van de verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde.De schakelaar in het dashboardkastje staat in de stand "OFF".De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (brandend verklikkerlampje Airbags).Zet de schakelaar in de stand " " om de airbag vóór ONaan passagierszijde in te schakelen.Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP /ASR) permanent. De toets is ingedrukt en het verklikkerlampje brandt.De functie ESP/ASR is uitgeschakeld.ESP: dynamische stabiliteitscontrole.ASR: antislipregeling.Druk op de toets om de functie ESP/ASR in te schakelen.

Het verklikkerlampje dooft.De functie ESP/ASR wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart.Na uitschakelen van het systeem wordt het automatisch opnieuw ingeschakeld bij snelheden hoger dan ongeveer 50 km/h.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het ESP-systeem (ESP/ASR).

191InstrumentenpaneelWaarschuwingslampjesAls bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende verklikkerlampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een melding op het display van het instrumentenpaneel wordt weergegeven.Raadpleeg indien nodig het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenSTOPpermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een geluidssignaal en een melding op het display.Dit waarschuwingslampje gaat branden bij een ernstige storing met betrekking tot het remsysteem, de stuurbekrachtiging, een te lage motoroliedruk, een te hoge koelvloeistoftemperatuur of bij een ernstige elektrische storing.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats, omdat u anders het risico loopt op ernstige motorschade.Zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

20Instrumentenpaneel Service brandt tijdelijk. Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de bijbehorende melding, bijvoorbeeld: - een te laag motorolieniveau, - een te laag niveau van de ruiten-/koplampsproeiervloeistof, - een bijna lege batterij van de afstandsbediening, - een te lage bandenspanning, - een vervuild roetfilter bij auto's met dieselmotor.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de controle van het roetfilter.Raadpleeg in andere gevallen het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. permanent.

Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.permanent, waarbij de sleutel van de onderhoudsindicator eerst knippert en vervolgens permanent brandt.Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden.Uitsluitend bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor.Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen

211Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenElektrische parkeerrem knippert. Het aantrekken van de elektrische parkeerrem is onderbroken.Het aantrekken/vrijzetten werkt niet.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto op een vlakke, horizontale ondergrond, schakel een versnelling in (auto met automatische transmissie: zet de selectiehendel in de stand P), zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Storing elektrische parkeerrem permanent. Storing in de elektrische parkeerrem. Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek.Uitschakeling van de automatische werking van de elektrische parkeerrem permanent.

De functies "automatisch aantrekken" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch vrijzetten" zijn uitgeschakeld of werken niet.Bij een storing gaat het branden van dit verklikkerlampje vergezeld van een waarschuwingsmelding.Raadpleeg de rubriek "Elektrische parkeerrem" om de automatische functies weer in te schakelen.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als de parkeerrem niet meer automatisch wordt aangetrokken of vrijgezet.De parkeerrem kan handmatig worden vrijgezet.Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek.

22InstrumentenpaneelDynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR) knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit als de wielen te weinig grip hebben of de auto uit de koers dreigt te raken. permanent. Storing in het ESP-/ASR-systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.Antiblokkeersysteem (ABS) permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem.De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Remsysteem permanent.

Het remvloeistofniveau is te laag.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van PEUGEOT.Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.+permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje ABS.Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (REF).Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen

231Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenZelfdiagnose motor knippert. Er is een storing in het motormanagementsysteem.Kans op beschadiging van de katalysator.Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent.

Er is een storing in de emissieregeling.Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Laag brandstofniveaupermanent, met de wijzer in het rode gebied.Als het lampje gaat branden zit er nog ongeveer 7 liter brandstof in de tank.Vanaf dit moment worden de laatste liters brandstof in de tank aangesproken.Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt.Dit verklikkerlampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is.Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.

24InstrumentenpaneelPictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / OpmerkingenAdditief AdBlue® (BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 600 en 2400 km.Laat het AdBlue®-reservoir snel bijvullen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.+knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 0 en 600 km.Laat het AdBlue®-reservoir zo snel mogelijk bijvullen om storingen te voorkomen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding dat starten niet is toegestaan.Het AdBlue®-reservoir is leeg: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem.Om de motor te kunnen starten u het AdBluemoet ®-reservoir (laten) bijvullen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.U moet het additiefreservoir bijvullen met minimaal 3,8 liter AdBlue ®.Raadpleeg voor het bijvullen of voor meer informatie over het additief AdBlue ® de desbetreffende rubriek.

251InstrumentenpaneelPictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / Opmerkingen++SCR-emissieregelsysteem(BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem.Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius.Na bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem kunt u maximaal 1100 km afleggen voordat het systeem het starten van de motor blokkeert.Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om storingen te voorkomen.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.U hebt de actieradius overschreden die is toegestaan na de bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het startblokkeringssysteem.Neem verplicht contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de motor weer te kunnen starten.

26InstrumentenpaneelPictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Motoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Laadstroom accu permanent.

Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde of losgeraakte accuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Een of meer portieren geopendpermanent, in combinatie met een melding die het desbetreffende carrosseriedeel aangeeft, bij een snelheid lager dan 10 km/h.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten.Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.permanent, in combinatie met een melding die het desbetreffende carrosseriedeel aangeeft en een geluidssignaal, bij een snelheid hoger dan 10 km/h.

271Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Airbags tijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet.Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. permanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Bochtverlichting knippert.

Er is een storing in de bochtverlichting.Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Veiligheidsgordel(s) niet vastgemaakt of weer losgemaaktpermanent, en knippert vervolgens in combinatie met een in volume toenemend geluidssignaal.Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt.Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder.Bandenspanning te laag permanent.

De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.De controle dient bij voorkeur bij koude banden te worden uitgevoerd.+knipperend en vervolgens permanent, in combinatie met het verklikkerlampje Service.Het controlesysteem voor de bandenspanning is defect of de sensor van een van de wielen wordt niet gedetecteerd.De bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

28Instrumentenpaneel122223333333Display van het instrumentenpaneelGebruik, als de auto stilstaat, de linker rolknop van het stuurwiel om door de menu's te scrollen en de parameters van de auto in te stellen (comfort- en rijsystemen, ...). - Indrukken: toegang tot het , Hoofdmenubevestigen van uw keuze. - Draaien (buiten menu om): scrollen door de diverse beschikbare actieve functies. - Draaien (in het menu): verplaatsen naar boven of naar beneden in het menu.Hoofdmenu* Parameters van de auto Display instellenVoorverwarming / voorventilatieInstel. bestuurdersplaatsToegang tot de autoAlleen ontgrendelen kofferdekselHulp bij het rijdenGeprogrammeerde snelhedenRuitenw.

291InstrumentenpaneelKilometertellerOp het display wordt in het gedeelte de Atotale kilometerstand en in het gedeelte de Bdagteller weergegeven.Nulstelling dagtellerDruk, als de dagteller wordt weergegeven, enkele seconden op de knop.Meters Kilometerteller en dagtellerVoor reizen in het buitenland kan de eenheid van de afstand worden aangepast: de snelheid moet namelijk worden weergegeven in de officiële eenheid van het land (km of mijl). De eenheid kan bij stilstaande auto worden gewijzigd via het configuratiemenu van het display.

Het waarschuwingslampje STOP gaat branden, in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.De temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen.Om koelvloeistof bij te vullen: F wacht tot de motor is afgekoeld, F draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen, F verwijder vervolgens de dop, F vul bij tot aan het merkteken "MAXI".Deze geeft bij aangezet contact en tijdens het rijden de temperatuur van de motorolie aan.Als de wijzer in gebied staat, is de Ctemperatuur in orde.Als de wijzer in gebied staat, is de Dtemperatuur te hoog.Verlaag de rijsnelheid om de temperatuur te verlagen.MotorolietemperatuurmeterWees voorzichtig bij het bijvullen van de koelvloeistof: kans op brandwonden.

311InstrumentenpaneelMotorolieniveaumeter*Te weinig olieStoring van de motorolieniveaumeterAls de motorolieniveaumeter niet werkt, wordt het motoroliepeil niet meer gecontroleerd.Zolang het systeem niet werkt, moet u het motoroliepeil controleren met de peilstok in de motorruimte.Bij uitvoeringen met een motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.Olieniveau correct* Volgens uitvoering.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus.Als het motorolieniveau te laag is, wordt de melding "Te laag olieniveau" op het instrumentenpaneel weergegeven in combinatie met het branden van het verklikkerlampje Service en een geluidssignaal.Controleer het olieniveau met de peilstok.

Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.Als de melding "Ongeldige meting olieniveau" wordt weergegeven, duidt dit op een storing in de motorolieniveaumeter. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

32Instrumentenpaneel* Volgens land van bestemming. CHECK (automatische controle van de auto)Automatische CHECKContact aan: alle pictogrammen van de gecontroleerde functies worden weergegeven. Na enkele seconden doven ze. Gelijktijdig wordt automatisch een CHECK (automatische controle van de auto) uitgevoerd. In het geval van een storingEr is een "kleine" storing gesignaleerd: de desbetreffende waarschuwingslampjes gaan branden en vervolgens weer uit. U kunt de auto starten, maar raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Er is een "grote" storing gesignaleerd: de desbetreffende waarschuwingslampjes blijven branden, in combinatie met het lampje STOP of SERVICE. Start de auto niet. Neem zo snel mogelijk contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Handmatige CHECKDruk op de knop van het instrumentenpaneel om de "CHECK"CHECK (automatische controle van de auto) handmatig te activeren. Met behulp van deze functie kunnen op elk gewenst moment (contact aan of bij draaiende motor) de aanwezige waarschuwingsmeldingen worden weergegeven. Zolang de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld*, wordt het desbetreffende pictogram constant weergegeven. Het display van het instrumentenpaneel geeft bij draaiende motor en tijdens het rijden de pictogrammen weer die een storing aangeven (in geval van een storing). Als er geen storing wordt gesignaleerd, kunt u de motor starten. Dimmer verlichtingHiermee kan de lichtsterkte van de dashboardverlichting en de sfeerverlichting worden ingesteld.

Bij auto's met een BlueHDi-motor: door op de knop " " te drukken CHECKwordt het geschatte aantal kilometers weergegeven dat u kunt afleggen tot het moment dat het starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd. Raadpleeg voor meer informatie over het additief AdBlue ® de desbetreffende rubriek. Werkt alleen als de verlichting van de auto is ingeschakeld.

331InstrumentenpaneelOnderhoudsindicatorDe afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 kmAls het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.De onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsindicator op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.Bij de uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor (volgens land van bestemming) heeft de mate van vervuiling van de motorolie ook invloed op de berekening.De afstand tot de eerstvolgende beurt is 1000 tot 3000 kmAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de onderhoudssleutel branden.

De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 2800 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende enkele seconden het volgende aan:Enkele seconden na het aanzetten van het contact verdwijnt de sleutel; de teller geeft weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 kmVoorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende enkele seconden het volgende aan:Enkele seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden.Het pictogram van de sleutel brandt in combinatie met een melding op het display van het instrumentenpaneel.Bij de uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor gaat bij het aanzetten van het contact ook het verklikkerlampje Service branden.

34InstrumentenpaneelDe afstand tot de eerstvolgende beurt is overschredenAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de sleutel knipperen om aan te geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld: u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende enkele seconden het volgende aan:Afhankelijk van het gebruik van de auto kan naast de hoeveelheid afgelegde kilometers ook de tijd bepalend zijn voor het moment waarop de auto een onderhoudsbeurt nodig heeft.De sleutel kan gaan branden als het interval in tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt, zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant, is overschreden.Bij de uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor kan de sleutel afhankelijk van de mate van vervuiling van de motorolie ook eerder gaan branden, wat afhankelijk is van de rijomstandigheden van de auto.Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten.

Het op 0 zetten van de onderhoudsindicator zal anders niet worden opgeslagen.Enkele seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden.Op 0 zetten van de onderhoudsindicatorDe onderhoudsindicator moet na elke onderhoudsbeurt op 0 gezet worden.Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatieU kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. F Druk op de knop voor nulstelling van de dagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer.Als u zelf het onderhoud van uw auto uitvoert: F zet het contact af, F druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt, F zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen, F laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt.

351InstrumentenpaneelActieradiusindicatoren additief AdBlue ®Het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem wordt automatisch geactiveerd zodra het AdBlue ®-reservoir leeg is.Zodra de reservevoorraad van het AdBlue ®-reservoir is aangesproken of een storing in het SCR-systeem is gesignaleerd, verschijnt bij het aanzetten van het contact een indicator die aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd.Als gelijktijdig een storing wordt gesignaleerd en het AdBlue®-niveau laag is, wordt de laagste actieradius weergegeven.Actieradius groter dan 2400 kmAls het contact wordt aangezet, wordt er niet automatisch een melding over de actieradius weergegeven op het instrumentenpaneel.Druk op deze knop om de actieradius tijdelijk weer te geven.Bij een actieradius van meer dan 5000 km is de waarde minder nauwkeurig.Als de motor mogelijk niet opnieuw kan worden gestart door een te laag AdBlue ®-niveau

36InstrumentenpaneelActieradius tussen 600 en 2400 kmZodra het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje UREA branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Vul brandstofadditief bij: Starten geblokkeerd binnen 1500 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt rijden met de resterende hoeveelheid additief. Tijdens het rijden wordt de melding elke 300 km weergegeven zolang er geen additief is bijgevuld. Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het additief AdBlue® te laten bijvullen. U kunt het bijvullen ook zelf uitvoeren. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het bijvullen van het additief AdBlue®.

Actieradius tussen 0 en 600 kmZodra het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje SERVICE branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Vul brandstofadditief bij: Starten geblokkeerd binnen 600 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt rijden met de resterende hoeveelheid additief. Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven zolang er geen additief is bijgevuld. Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het additief AdBlue® te laten bijvullen. U kunt het bijvullen ook zelf uitvoeren. Als niet op tijd additief wordt bijgevuld, kan de motor niet meer worden gestart.

Storing in verband met een te laag AdBlue ® -niveauAls het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje SERVICE branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Vul brandstofadditief bij: Starten geblokkeerd". Het AdBlue®-reservoir is leeg: het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem voorkomt dat de motor opnieuw wordt gestart.

Om de motor weer opnieuw te kunnen starten, raden wij u aan contact op te nemen met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de benodigde hoeveelheid additief te laten bijvullen. Als u zelf additief bijvult, moet het reservoir met minimaal 3,8 liter AdBlue® worden gevuld. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het bijvullen van het additief AdBlue®.

371InstrumentenpaneelAls een storing in het SCR-systeem wordt gesignaleerdEr wordt automatisch een startblokkeringssysteem geactiveerd als meer dan 1100 km is gereden nadat de storing in het SCR-systeem is gesignaleerd.

Laat het systeem zo snel mogelijk controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.Als een storing wordt gesignaleerdDe verklikkerlampjes UREA, SERVICE en zelfdiagnose motor gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing emissieregeling".De waarschuwing wordt tijdens het rijden gegeven als de storing voor de eerste keer wordt gesignaleerd en vervolgens steeds bij het aanzetten van het contact zolang de storing niet is verholpen.In het geval van een tijdelijke storing verdwijnt de waarschuwing tijdens de volgende rit na controle van de zelfdiagnose van het SCR-systeem.Tijdens de geautoriseerde rijfase (tussen 1100 km en 0 km)Als een storing in het SCR-systeem is bevestigd (nadat 50 km is gereden terwijl de melding van de storing permanent wordt weergegeven), gaan de verklikkerlampjes SERVICE en zelfdiagnose motor branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Storing emissieregeling: Starten geblokkeerd binnen 300 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog met de resterende hoeveelheid additief kunt rijden.Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven zolang de storing in het SCR-systeem niet is verholpen.De waarschuwing wordt opnieuw weergegeven zodra het contact wordt aangezet.Neem zo snel mogelijk contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Als u dit niet doet, kan de motor niet meer worden gestart.

38InstrumentenpaneelU hebt de limiet van de geautoriseerde rijfase overschreden: het startblokkerringssysteem voorkomt dat de motor opnieuw wordt gestart.Starten geblokkeerdElke keer dat het contact wordt aangezet, gaan de verklikkerlampjes SERVICE en zelfdiagnose motor branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing emissieregeling: Starten geblokkeerd".Om de motor weer te kunnen starten, is het noodzakelijk dat u contact opneemt met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

391InstrumentenpaneelInstrumentenpaneelDe boordcomputer geeft tijdens het rijden verschillende informatie (actieradius, brandstofverbruik...).BoordcomputerWeergave van informatie op het instrumentenpaneel F Druk op de om toets op het stuurwielachtereenvolgens de verschillende functies van de boordcomputer weer te geven. - Actuele informatie: ● actieradius, ● huidigbrandstofverbruik, ● detellervanhetStop&Start-systeem.- Traject "1": ● gemiddeldesnelheid, voor het eerste traject, ● gemiddeldbrandstofverbruik, ● afgelegdeafstand.- Traject "2": ● gemiddeldesnelheid, voor het tweede traject, ● gemiddeldbrandstofverbruik, ● afgelegdeafstand. F Of op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar.

40InstrumentenpaneelTraject resetten F Druk de toets langer dan twee seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven of houd de linker draaiknop op het stuurwiel ingedrukt.De trajecten en "1" "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen.Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject "2" voor een maandelijks verbruik.

411InstrumentenpaneelBoordcomputerDe gegevens zijn toegankelijk via het menu "Rijden".Permanente weergave: F Selecteer het menu "Rijden".De informatie van de boordcomputer wordt weergegeven op de hoofdpagina van het menu.

F Druk op een van de toetsen om het gewenste tabblad te bekijken.Tijdelijke weergave in een specifiek venster: F Druk op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om de informatie te bekijken en de verschillende tabbladen weer te geven.Actuele informatie:- actieradius, - huidig brandstofverbruik, - de teller van het Stop & Start-systeem.Traject "1": - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid, voor het eerste traject.Traject "2": - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid, voor het tweede traject.Traject resetten F Druk, zodra het gewenste traject wordt weergegeven, op de toets voor het resetten of op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar.De trajecten en "1" "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen.Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject "2" voor een maandelijks verbruik.TouchscreenDe boordcomputer geeft actuele informatie over het afgelegde traject (actieradius, brandstofverbruik...).Weergave van informatie op het touchscreen

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Peugeot 508 RXH (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden