Peugeot 508 RXH (2013) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 508 RXH (2013) (308 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 127 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 508 RXH (2013) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 508 RXH (2013) |
Handleiding Peugeot 508 RXH (2013) – volledige tekst
Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto.Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie. Deze informatie isgemakkelijk te herkennen aan de paginamarkering die wordt weergegeven met dit pictogram: Als de rubriek "MyPeugeot" niet beschikbaar is op de website vanPeugeot voor uw land, kunt u het instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen: http://public.servicebox.peugeot.comBelangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment vanAutomobiles PEUGEOT voorkomen, kan storingen in hetelektronisch systeem van uw auto veroorzaken.
Wij verzoekenu hier rekening mee te houden en raden u aan contact op tenemen met een vertegenwoordiger van het merk PEUGEOTom u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en accessoires voorzien van het betreffende artikelnummer. de link "Boorddocumentatie" op de startpagina (u hoeft zich niet aan temelden), de taal, het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering, de uitgifteperiode van uw instructieboekje die overeenkomt met de datumvan deel 1A van het kentekenbewijs van uw auto.gp jgp jSelecteer:U kunt hier online uw instructieboekje bekijken en hebt toegang tot de meest recente gegevens via het pictogram:jjj
.9In één oogopslag Interieur Sfeerverlichting Het gedimde licht van de sfeerverlichting verbetert bij weinig buitenlicht het zicht in hetinterieur. Head-up display Dit systeem projecteert de informatie over de wagensnelheid en de snelheidsbegrenzer/snelheidsregelaar op een getint scherm in het gezichtsveld van de bestuurder, zodat deze de blik op de weg gericht kan houden. Automatische airconditioning Deze functie maakt het mogelijk de airconditioning opeen bepaald comfortniveau in te stellen. Aan de hand van deze instelling en de weersomstandigheden wordtde airconditioning vervolgens automatisch geregeld.Gescheiden regeling Audio- en communicatiesysteem Dit systeem is voorzien van de nieuwste technologie:autoradio met MP3-afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth handsfree set,navigatiesysteem met kleurenscherm, AUX-aansluitingen, hifi-audiosysteem, ...
14In één oogopslag Comfort Verstellen van de hoofdsteun 941.Ontgrendelen van het stuurwiel met dehendel. 2. Verstellen in hoogte en diepte.3. Vergrendelen van het stuurwiel met de hendel. Stuurwiel verstellen100Deze handelingen moeten uitveiligheidsoverwegingen uitsluitend worden uitgevoerd als de auto stilstaat. Bediening stoelverwarming0 : uit.1: laag.2 : gemiddeld. 3 : hoog.Druk op de knop A om de hoofdsteun lager te zetten. Beweeg om de hoofdsteun hoger te zettendeze omhoog tot de gewenste positie is bereikt. 94
16In één oogopslag Zicht VerlichtingRing A Ring B Ruitenwissers147, 148 Schakelaar A: ruitenwissers vóór 2 . Hoge snelheid. 1.Normale snelheid. Int.Interval. 0. Uit. AUTO Automatische ruitenwissers. È Een keer wissen: trek de hendel één keer naar u toe. Ruitensproeiers: trek de hendel naar u toe en houd de hendel enige tijd in deze stand.156 Inschakelen van de stand "AUTO" )Beweeg de hendel één keer omlaag.)Beweeg de hendel nogmaals één keer omlaag of zet de hendel in een anderestand: Int., 1 of 2. Ring B: ruitenwisser achter 158157 Uit. Automatische verlichting . Parkeerlicht. Dimlicht/grootlicht. Mistachterlicht. Uit.Interval.Ruitensproeier.
.17In één oogopslag Controle tijdens het rijden Wanneer u het contact aanzet, slaan allemeters uit en keren vervolgens terug naar de "0"-stand. A.Als het contact wordt aangezet, moet de meter het resterende brandstofniveau weergeven.B.Bij draaiende motor moet het verklikkerlampje laag brandstofniveauuitgaan. Instrumentenpaneel 1. Als het contact wordt aangezet, gaan de oranje en rode waarschuwingslampjes branden.2.Bij draaiende motor moeten deze lampjesweer uitgaan. Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden. Verklikkerlampjes 50C. Als het contact wordt aangezet, wordt ophet display van het instrumentenpaneel hetmotorolieniveau weergegeven. Ga indien nodig tanken of vul olie bij. 49
18In één oogopslag Veiligheid voor alle inzittenden 1. Open het dashboardkastje.2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3.Selecteer de stand: "ON" (inschakelen) wanneer een passagier opde voorstoel zit of een kinderzitje voor vervoer met het gezicht in de rijrichting is bevestigd, "OFF" (uitschakelen) wanneer een kinderzitje voor vervoer met de rug in derijrichting is bevestigd. 4. Verwijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen. Airbag voorpassagier 181A. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordels voor Veiligheidsgordels voor enfrontairbag aan passagierszijde181B. Verklikkerlampje storing van één van de airbags. C. Verklikkerlampje ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde. 178
.19In één oogopslag Onder het rijden Starten - afzetten van de motor Vóór het starten - Zet de selectiehendel in de stand N. - Steek de sleutel in het contactslot of zorgervoor dat de elektronische sleutel zich inde auto bevindt. Starten- Trap het rempedaal in. - Druk één keer kort (ongeveer 1 seconde)op de knop START/STOPof draai de sleutel volledig richting het dashboard, inde stand 3 (starten).25 - Het instrumentenpaneel wordt ingeschakeld, het verklikkerlampje Ready gaat branden enter bevestiging klinkt een geluidssignaal. - De draaiknop op de middenconsole staat in de stand AUTO.
.21In één oogopslag Onder het rijden Snelheidsbegrenzer "LIMIT" 1. Selecteren van de snelheidsbegrenzer. 2.Verlagen van de ingestelde snelheid. 3.Verhogen van de ingestelde snelheid. 4. Onderbreken/hervatten van de snelheidsbegrenzing (pause). 5. Uitschakelen van de snelheidsbegrenzer. Het instellen van de snelheid is alleen mogelijk bij draaiende motor. 138140Snelheidsregelaar "CRUISE"1.Selecteren van de snelheidsregelaar. 2. Verlagen van de ingestelde snelheid.3. Verhogen van de ingestelde snelheid.4. Onderbreken/hervatten van desnelheidsregeling (pause). 5. Uitschakelen van de snelheidsregelaar. Het instellen van een snelheid en het activeren van de snelheidsregelaar is alleen mogelijk bijeen wagensnelheid hoger dan 40 km/h met minimaal de 2e versnelling ingeschakeld.
Weergave op het instrumentenpaneel Als de snelheidsregelaar of -begrenzer isingeschakeld, verschijnen de instellingen van het systeem op het instrumentenpaneel. SnelheidsregelaarSnelheidsbegrenzer
22Hybridesysteem Presentatie slimme wijze twee aandrijfconcepten: een HDi-dieselmotor die de voorwielen aandrijft eneen elektromotor die zorgt voor de aandrijvingvan de achterwielen. Deze twee motoren kunnen afzonderlijk of gelijktijdig werken, afhankelijk van degeselecteerde stand van het hybridesysteemen de rijomstandigheden.De auto wordt door alleen de elektromotor aangedreven in de stand "ZEV" (Zero Emission Vehicle) en, bij lage snelheden en wanneer weinig vermogen wordt gevraagd, in destand "Auto". Bij wegrijden vanuit stilstand, bijaccelereren en tijdens het schakelen assisteertde elektromotor de dieselmotor. De batterij die voor de voeding van de elektromotor zorgt, wordt tijdens het decelereren weer bijgeladen.1.HDi-dieselmotor (aandrijving van devoorwielen).2.Elektromotor (aandrijving van de achterwielen).3. 200V-tractiebatterij. 4.Elektronische controle-eenheid vermogen.
98Comfort Spiegels De verstelbare buitenspiegels zorgen voor het benodigde zicht naar achteren bij een inhaalmanoeuvre of het parkeren van de auto. De buitenspiegels kunnen ook worden ingeklapt voor het parkeren in een smalle straat. Buitenspiegels Als de buitenspiegels zijn ingeklapt met behulpvan de schakelaar A, worden ze niet automatischuitgeklapt als de auto wordt ontgrendeld. Treknogmaals de schakelaar A naar achteren om deAbuitenspiegels uit te klappen. Het automatisch in- en uitklappen van debuitenspiegels kan worden gedeactiveerd door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats. Klap de buitenspiegels in als u uw autoin een automatische autowasstraat laatwassen. De waargenomen objecten in de buitenspiegels lijken verder af dan ze in werkelijkheid zijn.
Hiermee moet rekening worden gehouden om de afstand ten opzichte vanachteropkomend verkeer goed in te schatten.Ontwaseming - ontdooiing Als uw auto voorzien is van spiegelverwarming, kunt u deze inschakelen door op de toets van de achterruitverwarming te drukken(zie paragraaf "Ontwaseming - Ontdooiing achterruit"). Verstellen) Zet de knop A naar links of rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren. ) Duw de knop B in de 4 richtingen om despiegel af te stellen. ) Zet de knop A weer in het midden. Inklappen - Automatisch: vergrendel de auto met de afstandsbediening of de sleutel. - Handmatig: trek bij aangezet contact deschakelaar Anaar achteren. Uitklappen - Automatisch: ontgrendel de auto met deafstandsbediening of de sleutel. - Handmatig: trek bij aangezet contact deschakelaar Anaar achteren. De achterruitverwarming werkt uitsluitend als het hybridesysteem is ingeschakeld.
399ComfortAutomatisch kantelen buitenspiegels bij het achteruitrijden De buitenspiegels kunnen bij het achteruit inparkeren naar de grond worden gericht. Programmeren)Schakel bij draaiende motor de achteruitversnelling in.)Selecteer en verstel achtereenvolgens de linker en rechter buitenspiegel. De ingestelde standen worden direct opgeslagen.Inschakelen) Schakel bij draaiende motor deachteruitversnelling in. ) Beweeg de schakelaar Anaar rechts of links om de desbetreffende buitenspiegel te selecteren.De geselecteerde buitenspiegel wordt in de geprogrammeerde stand gericht.Uitschakelen) Haal de versnellingsbak uit de achteruitversnelling en wacht tien seconden.of ) Zet de schakelaar Ain de middelste stand.
De buitenspiegel keert terug naar deoorspronkelijke stand.De buitenspiegel keert ook terug naar deoorspronkelijke stand: - zodra sneller wordt gereden dan 10 km/h,- als de motor wordt afgezet.
100ComfortAutomatisch dimmende binnenspiegel Dankzij een sensor die de hoeveelheid licht die vanaf de achterzijde van de auto op de spiegelvalt meet, gaat de binnenspiegel geleidelijk enautomatisch over van de dag- in de nachtstand. Verstelbare spiegel voor het zicht recht achter de auto.De binnenspiegel is voorzien van eennachtstand waardoor de spiegel donkerder wordt en de bestuurder minder hinder ondervindt van de zon en van koplampverlichting van achteropkomend verkeer ... Binnenspiegel Binnenspiegel met handbediende dag-/nachtstand Verstellen )Stel de spiegel af als deze in de dagstand staat. Dag-/nachtstand)Trek aan het hendeltje om de spiegel in denachtstand te zetten.)Duw het hendeltje naar voren om despiegel terug te zetten in de dagstand.Zodra de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt de spiegel in de dagstand gezet voor een maximaalzicht naar achteren.
Stuurwielverstelling ) Zorg dat de auto stilstaaten duw de hendel omlaag om het stuurwiel te ontgrendelen.)Verstel het stuurwiel in hoogte en diepte voor een optimale zithouding. )Trek aan de hendel om het stuurwiel te vergrendelen. Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bijstilstaande auto. Om veiligheidsredenen moeten despiegels zo zijn ingesteld dat de "dode hoek" zo klein mogelijk is.
3101Comfort Indeling interieur 1.Gekoeld dashboardkastje Het dashboardkastje is voorzien van een ventilatieopening die met een draaiknopkan worden afgesloten. Via deze openingwordt koude lucht toegevoerd. 2. Wegklapbare bekerhouders Druk op het deksel om de bekerhouder teopenen.3.Uitneembare asbak Druk op het deksel om de asbak te openen. Asbak legen: trek de asbak omhoog om deze te verwijderen. 4.Muntenvak5.Peugeot Connect SOS, Peugeot Connect Assistance6.Middenarmsteun vóór7.12V-aansluitingen vóór (120 W) Houd u aan het maximaal toegestane vermogen om schade aan uw apparatuur tevoorkomen. 8.Peugeot Connect USB
102Comfort Matten De matten zijn uitneembaar en beschermen de vloerbedekking van de auto. Gebruik, wanneer u een nieuwe mat bevestigt aan bestuurderszijde, uitsluitend de bevestigingen uit het bijgeleverde zakje. De overige matten worden gewoon op de vloerbedekking gelegd. BevestigenVerwijderen Verwijderen van de mat aan debestuurderszijde: )zet de stoel in de achterste stand,)maak de bevestigingen los, )verwijder vervolgens de mat. Terugplaatsen Terugplaatsen van de mat aan de bestuurderszijde: ) leg de mat goed op zijn plaats, ) druk de bevestigingen vast, ) controleer of de mat goed vastzit.Om te voorkomen dat de pedalen blijven hangen:- gebruik uitsluitend matten die op de bevestigingen van de auto passen;het gebruik van deze bevestigingen is verplicht.
- gebruik nooit meer dan één mat per plaats.Bij gebruik van niet door PEUGEOT goedgekeurde matten kan de bedieningvan de pedalen worden gehinderd en kande werking van de snelheidsregelaar/-begrenzer negatief worden beïnvloed. De door PEUGEOT goedgekeurde matten zijn voorzien van tweebevestigingen onder de stoel. )Klap de middenarmsteun achter omlaagvoor een optimaal zitcomfort. De armsteun is bij bepaalde uitvoeringenvoorzien van bekerhouders. Tevens hebt u, alsde armsteun is neergeklapt, toegang tot hetskiluik. Middenarmsteun achter
3103Comfort Peugeot Connect USB - USB-box Deze aansluitmodule, die bestaat uit eenJACK-aansluiting en een USB-poort, bevindtzich in de armsteun vóór (onder het deksel).Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten,zoals een iPod®of een USB-stick.Dankzij de aansluitmodule kunt u de audiobestanden op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw autoradio.U kunt deze bestanden beheren met de toetsenop het stuurwiel of het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het display van het instrumentenpaneel. Tijdens het gebruik van de USB-poort kan dedraagbare apparatuur automatisch wordenopgeladen. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze uitrusting de rubriek "Audio en datacommunicatie". Skiluik Het skiluik kan worden gebruikt voor hetvervoeren van lange voorwerpen. Openen )Klap de middenarmsteun omlaag. )Druk op de ontgrendelingsknop van hetluik.
3105Comfort Ventilatie van de tractiebatterij Dit systeem werkt niet permanent. Het pastde mate van ventilatie automatisch aan de behoefte van de tractiebatterij aan. De werking van het systeem kan achterin hoorbaar zijn, zelfs als de auto na het rijdenstilstaat. Als deze aanzuigopening verstopt is, kan de tractiebatterij oververhit en daardoor beschadigd raken. Dit kan een nadelig effect hebben op de prestaties van het hybridesysteem.De tractiebatterij is voorzien van eenluchtkoelingssysteem dat bestaat uit eenluchtaanzuigopening (op de hoedenplank) eneen ventilator (onder de bagageruimtebekleding links).
106Comfort Bagageafdekscherm Oprollen Verwijderen Plaatsen)Druk voorzichtig de vergrendeling (PRESS) in, het bagageafdekscherm wordt automatisch opgerold.De flap Akan langs de leuning van de achterbank worden neergeklapt. ) Knijp de bediening 1 in en licht hetbagageafdekscherm eerst aan het rechter uiteinde op, daarna aan het linker uiteinde en verwijder het. )Plaats het linker uiteinde van het oprolmechanisme in de uitsparing B achter de achterbank.)Knijp de bediening 1van het oprolmechanisme in en bevestig het in de uitsparing Crechts.)Laat de bediening los om het bagageafdekscherm te bevestigen.)Rol het bagageafdekscherm af tot het vast kan worden gezet aan de achterstijl.
3107Comfort Gevarendriehoek (opbergen) Trek voordat u uit de auto stapt om de gevarendriehoek uit te vouwen en te plaatsen uw reflecterendeveiligheidsvest aan. De opgevouwen gevarendriehoek (of de koker) moet de volgende afmetingen hebben: - A : lengte = 438 mm, - B: hoogte = 56mm, - C: breedte = 38 mm. Raadpleeg voor gebruik van de gevarendriehoek de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.)Draai aan de knop om het deksel te verwijderen. ) Houd het deksel en de gevarendriehoektegen om te voorkomen dat ze vallen. In de binnenbekleding van het kofferdeksel is plaats voor een opgevouwen gevarendriehoek,al dan niet in een koker.Plaatsingsafstand (in meter)BinnenwegSnelwegOverdag's Nachts 50 m 80 m 150 m Deze waarden zijn gebaseerd opinternationale richtlijnen. Houd u bij het plaatsen van de gevarendriehoek aan de ter plaatse geldende wettelijke voorschriften.
108Comfort Bagagenet voor hoge belading Het net, dat aan de specifieke bovenste enonderste bevestigingen wordt vastgemaakt,zorgt ervoor dat de auto tot aan het dak kanworden beladen: - achter de voorstoelen (1e zitrij) wanneer deachterbank is neergeklapt,- achter de achterbank (2e zitrij). Klap de achterbank niet op wanneer de oprolautomaat van het net op de rugleuning van de neergeklapte achterbank is bevestigd. ) plaats de oprolautomaat van het net bovende twee rails (op de achterzijde van deneergeklapte achterbank),) de twee inkepingen Amoeten boven detwee rails B zijn geplaatst.
Schuif de twee rails Bin de inkepingen Aen druk deoprolautomaat (in lengterichting) van rechts naar links om deze te blokkeren,) controleer of het net goed is vastgemaakten goed gespannen is, )klap de achterbank neer,)rol het bagagenet voor hoge belading uitzonder het strak te spannen,)plaats een van de uiteinden van de metalen stang van het net in de desbetreffende bovenste bevestiging 1,)trek aan de metalen stang van het net omhet andere uiteinde in de andere bovenste bevestiging 1 te plaatsen.1ezitrij
3109Comfort)rol de bagageafdekking op en verwijder deze vervolgens, )plaats het linker uiteinde van de oprolautomaat 2in de steun van de bagageafdekking, )plaats het rechter uiteinde van de oprolautomaat 2 in de steun van debagageafdekking, vergrendel deze vervolgens (rode markering),)rol het bagagenet voor hoge belading vanaf de achterbank uit, duw er daarbij tegenaan om het net los te maken uit de bevestigingshaken,) plaats een van de uiteinden van de metalenstang van het net in de desbetreffendebovenste bevestiging 3 , ) trek aan de metalen stang van het net en plaats het andere uiteinde in de andere bovenste bevestiging 3 , ) controleer of het net goed is vastgemaakt en goed gespannen is. 2ezitrij
110Comfort Verwarming en ventilatie De lucht in het interieur wordt gefilterden wordt van buitenaf toegevoerd via het luchtrooster onder de voorruit, of in het interieur gerecirculeerd.BedieningspaneelDe lucht kan afhankelijk van de instellingenvan de bestuurder, voorpassagier of achterpassagiers (afhankelijk van hetuitrustingsniveau) via verschillende circuitsworden toegevoerd.Stel de temperatuurregeling in: de lucht van deverschillende circuits wordt gemengd om hetgewenste comfortniveau te bereiken.Stel de luchtverdeling in met de desbetreffende(combinatie van) toetsen: de lucht wordt via de gewenste uitstroomopeningen verdeeld. Stel de luchtopbrengst in: de aanjagersnelheidwordt verhoogd of verlaagd.De bedieningsschakelaars bevinden zich ophet paneel Avan de middenconsole. 1.Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de voorruit. 2.
Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de zijruiten. 3. Afsluitbare en verstelbare zijventilatieroosters.4.Afsluitbare en verstelbare middelsteventilatieroosters.5. Uitstroomopeningen beenruimtevoorpassagiers. 6.Afsluitbare en verstelbare ventilatieroostersvoor de achterpassagiers.7. Uitstroomopeningen beenruimteachterpassagiers. LuchtverdelingDe ventilatie zorgt voor een optimaal comforten zicht in het interieur.
3111Comfort Neem voor een optimale werking van de verwarming, ventilatie en airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht : ) Als de binnentemperatuur zeer hoog blijft nadat de auto lang in de zon heeft gestaan, kunt u het passagierscompartiment kort ventileren. Zet de knop van de luchtopbrengst zodanig dat de interieurlucht goed ververst wordt. ) Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur deuitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters enoverige uitstroomopeningen en de ventilatieopening in de bagageruimte vrij blijven. ) Kies onder normale omstandigheden altijd voor de toevoer van buitenlucht; bij langduriggebruik van de luchtrecirculatie in het interieur kunnen de voorruit en de zijruiten beslaan. ) Let erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt afgedekt.
Deze sensor dient voor de regeling van de automatische airconditioning. ) Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om het systeem inperfecte staat te houden. ) Controleer regelmatig de staat van het interieurfilter en laat de filterelementen periodiek vervangen (zie het hoofdstuk "Controles"). Wij raden u een gecombineerd interieurfilter aan. Dankzij het speciale toegevoegdeactieve filter draagt het bij tot een gezuiverde lucht voor de inzittenden en een schoon interieur (vermindering van allergische reacties, stank en vetaanslag). ) Als de airconditioning werkt, gebruikt deze een klein deel van het motorvermogen. Dit heeft een hoger brandstofverbruik tot gevolg.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger op een steile helling bij een hoge buitentemperatuur) kan de airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeldvoor een optimale trekkracht van de motor. Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water onder de auto vormt. Dit is een normaal verschijnsel.
) Laat de airconditioning regelmatig controleren om het systeem in perfecte staat tehouden. ) Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning Het airconditioningssysteem is chloorvrijen is niet schadelijk voor de ozonlaag.
112Comfort Automatische airconditioning met gescheiden regeling Automatische werking1. Automatisch programma "Comfort") Druk op deze toets "AUTO". Het lampje gaat branden. Het is raadzaam deze stand te gebruiken: het systeem regelt de temperatuur, deluchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters en de luchtrecirculatie automatisch en optimaal aan de hand van de door u ingestelde waarde. Het systeem kan tijdens alle seizoenen effectief gebruikt worden, mits de ruiten zijn gesloten.Om bij koude motor de toevoer van koude lucht te beperken, wordt deaanjagerregeling geleidelijk op het optimale niveau gebracht.Bij koud weer wordt de warme lucht uitsluitend naar de voorruit, de zijruitenen de beenruimte van de passagiers verdeeld. 2 - 3. Regeling bestuurders-/passagierszijde De bestuurder en de voorpassagier kunnen detemperatuur afzonderlijk naar wens instellen.
De op het display weergegeven waarde heeft betrekking op een bepaald comfortniveau enniet op de werkelijke temperatuur in gradenCelsius of Fahrenheit.) Draai de knop 2of 3naar links (blauw) of naar rechts (rood) om deze waarde te verlagen of teverhogen. Voor een optimaal comfort wordt de waarde21 aanbevolen. Niettemin is afhankelijk van uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk. Voor een optimaal comfort is het raadzaamdat het verschil in instelling links en rechts nietmeer dan 3 bedraagt.De airconditioning werkt uitsluitend als het hybridesysteem is ingeschakeld (verklikkerlampje Ready aan).De airconditioning werkt minder doeltreffend in de elektrische rijstand (zie rubriek ECO OFF). In de stand ZEV wordt voorrang gegeven aan elektrisch rijden, ten kostevan een optimaal thermisch comfort.
3113Comfort Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of hoger is dan de ingestelde waarde, heefthet geen zin om voor het gewenste comfort de ingestelde waarde te wijzigen. Het systeem compenseertautomatisch en zo snel mogelijk het temperatuurverschil. 4. Automatisch programma "Zicht" Om het interieur maximaal te verkoelen of te verwarmen is het mogelijk de minimale waarde 14 of de maximale waarde 28 te overschrijden. ) Draai de knop 2 of 3 naar linkstotdat "LO" verschijnt of naar rechts totdat "HI" verschijnt. Zie paragraaf "Ontwaseming - ontdooiing vóór". )Druk op deze toets om de instellingen van de passagierszijde af te stemmen op die van de bestuurderszijde(centrale regeling). Het lampje van de toets gaat branden. Al naar gelang uw wensen kunt u deautomatische bediening van het systeem handmatig aanpassen. De overige functiesworden automatisch geregeld.
) Druk op de toets "AUTO" om het systeemweer volledig automatisch te latenfunctioneren. Handmatig instellen5. Centrale regeling/gescheidenregeling De airconditioning functioneert, als de ruiten gesloten zijn, optimaal in elk seizoen. 6. Airconditioning aan/uit Dit systeem maakt het mogelijk om:- in de zomer de temperatuur in het interieur te verlagen, - in de winter, bij temperaturen hoger dan 3°C, de ruiten sneller te ontwasemen. 7. Maximale werking airconditioning Als u de temperatuur van de luchtin het interieur tijdelijk wilt verlagen, drukt u op deze toets; de aanduiding"LO" wordt weergegeven. Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt dat zolang devoorruitontwaseming in werking is, de dieselmotor niet wordt afgezet. Inschakelen) Druk op de toets "A/C" , het desbetreffende lampje gaat groen branden.
De airconditioning werkt niet als de regelingvoor de luchtopbrengst is uitgeschakeld. Uitschakelen) Druk nogmaals op de toets "A/C", het groene lampje dooft. Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve effecten hebben (vocht, condens).
114Comfort8. Regeling luchtverdeling )Druk op de desbetreffende toets voor destand: Voorruit en zijruiten. Centrale ventilatieroosters en zijventilatieroosters. Beenruimte. Afhankelijk van uw behoeften kunt u twee instellingen combineren of de drie instellingen gezamenlijk selecteren. 9. Regeling luchtopbrengst)Druk op deze toets "gevulde ventilator" om deluchtopbrengst te verhogen. )Druk op deze toets "lege ventilator" om de luchtopbrengst te verlagen. 10. Toevoer van buitenlucht/luchtrecirculatie)Druk op deze toets "lege ventilator" van deluchtopbrengst tot het symbool van de ventilator verdwijnt en"--" wordt weergegeven. Uitschakelen van het systeem )Druk op deze toets om de lucht inhet interieur te laten recirculeren. Het lampje van de toets gaat branden. De luchtrecirculatie dient om de toevoer vanbuitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten.
De luchtrecirculatie wordt automatisch ingeschakeldals de ruitensproeiers worden geactiveerd. Vermijd het te lang rijden met een uitgeschakeld systeem om te voorkomen dat de ruiten beslaan of de luchtkwaliteit vermindert. Als u op de toets "gevulde ventilator" drukt, wordt het systeem weer ingeschakeld waarbijde instellingen van vóór de uitschakeling worden toegepast. Afhankelijk van de gevraagde waarde wordt hetpictogram van de luchtopbrengst, de ventilator, geleidelijk gevuld. Alle functies van de airconditioning worden dan uitgeschakeld. De temperatuur wordt dan niet meer geregeld, maar er blijft een kleine luchtstroomgehandhaafd. )Druk de toets, zodra de luchtrecirculatie niet meer nodig is, nogmaals in om de toevoer van buitenlucht te hervatten en hetbeslaan van de ruiten te voorkomen. Hetlampje van de toets gaat uit.
3115Comfort Automatische airconditioning quadrizone Automatische werking 1. Automatisch programma "Confort" Met de standen Soft/Auto/Fast kunnen de bestuurder en de voorpassagier het door hengewenste comfortniveau instellen:2. Inschakelen / uitschakelen vande airconditioning achter 3 - 4. Regeling aan bestuurders-/passagierszijde De bestuurder en de voorpassagier kunnen detemperatuur afzonderlijk naar wens instellen. De op het display weergegeven waarde heeftbetrekking op een bepaald comfortniveau enniet op de werkelijke temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit. Voor een aangenaam comfort en een zo laag mogelijk geluidsniveau, aangezien de aanjagersnelheid beperkt wordt.Voor het beste compromis tussen thermisch comfort en een laaggeluidsniveau. Voor een doeltreffende endynamische luchttoevoer. Druk op deze toets om deairconditioning achter uit teschakelen en het systeem te blokkeren.
Op het LCD-displaywordt een hangslot weergegeven. Als deairconditioning achter weer wordt ingeschakeld,wordt de automatische stand geactiveerd en delaatst ingestelde waarden voor de temperatuur toegepast.) Draai de knop 3 of 4 naar links(blauw) of naar rechts (rood) omdeze waarde te verlagen of te verhogen. Voor een optimaal comfort wordt de waarde21 aanbevolen. Niettemin is afhankelijkvan uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk. Voor een optimaal comfort is het raadzaamdat het verschil in instelling links en rechts niet meer dan 3 bedraagt. De airconditioning werkt uitsluitend als het hybridesysteem is ingeschakeld (verklikkerlampje Ready aan). De airconditioning werkt minder doeltreffend in de elektrische rijstand (zie rubriek ECO OFF).
116Comfort5. Automatisch programma "Zicht" 6. Centrale regeling / Quadrizone 7. In-/uitschakelen van deairconditioning Handmatige instellingen Al naar gelang uw wensen kunt u deautomatische bediening van het systeem handmatig aanpassen. De overige functiesworden automatisch geregeld. Druk op een van de toetsen Soft/Auto/Fast omde automatische stand weer in te schakelen. Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of hoger is dan de ingestelde waarde, heeft het geen zin om voor het gewenste comfort de ingestelde waarde te wijzigen. Het systeem compenseertautomatisch en zo snel mogelijk het temperatuurverschil. Zie de paragraaf "Ontwaseming - ontdooiing vóór". Druk op deze toets om de instellingen van de passagierszijde voor en achter af te stemmen op die van debestuurderszijde (centrale regeling).Het lampje in de toets gaat branden.
De airconditioning functioneert, als de ruiten gesloten zijn, optimaal in elk seizoen. Dit systeem maakt het mogelijk om: -in de zomer de temperatuur in het interieur te verlagen, - in de winter, bij temperaturen hoger dan 3°C, de ruiten sneller te ontwasemen. Inschakelen) Druk op de toets "A/C" , het desbetreffende lampje gaat groen branden. De airconditioning werkt niet als de regelingvoor de luchtopbrengst is uitgeschakeld.Uitschakelen) Druk nogmaals op de toets "A/C", het desbetreffende groene lampje dooft. Het uitschakelen van de airconditioning kannegatieve effecten hebben (vocht, condens). Om het interieur maximaal te verkoelenof te verwarmen is het mogelijk de minimale waarde 14 of de maximalewaarde 28 te overschrijden.
) Draai de knop 3of 4linksom tot "LO" wordt weergegevenof rechtsom tot "HI" wordt weergegeven.Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt dat zolang devoorruitontwaseming in werking is, de dieselmotor niet wordt afgezet. In de stand ZEV wordt voorranggegeven aan elektrisch rijden, ten koste van een optimaal thermisch comfort.
3117Comfort) Druk op deze toets "gevulde ventilator" om deluchtopbrengst te verhogen. )Druk op de desbetreffende toets voor destand:Voorruit en zijruiten.Centrale ventilatieroosters en zijventilatieroosters. Beenruimte. Afhankelijk van uw wensen kunt u twee instellingen combineren of de drie instellingen gezamenlijk selecteren. ) Druk op deze toets "lege ventilator" om de luchtopbrengst te verlagen. ) Druk op deze toets "lege ventilator" van de luchtopbrengst tot het symbool van de ventilator verdwijnt en "--"wordt weergegeven. Automatische stand luchttoevoerDeze stand wordt bij het programma "Comfort" standaard geactiveerd. 9. Regeling luchtopbrengstAfhankelijk van de gevraagde waarde wordt hetpictogram van de luchtopbrengst, de ventilator, geleidelijk gevuld.Uitschakelen van het systeem Alle functies van de airconditioning worden danuitgeschakeld.
De temperatuur wordt dan niet meer geregeld, maar er blijft een kleine luchtstroomgehandhaafd.Vermijd het te lang rijden met een uitgeschakeldsysteem om te voorkomen dat de ruiten beslaanof de luchtkwaliteit vermindert. Als u op de toets"gevulde ventilator" drukt, wordt het systeem weer ingeschakeld waarbij de instellingen van vóór de uitschakeling worden toegepast. 10. Toevoer van buitenlucht/luchtrecirculatie De luchtrecirculatie dient om de toevoer vanbuitenlucht bij stank en stofoverlast af tesluiten. De luchtrecirculatie wordt automatischingeschakeld als de ruitensproeiers wordengeactiveerd. De luchtrecirculatie wordt bij temperaturen lager dan 5°C niet ingeschakeldom te voorkomen dat de ruiten van de autobeslaan. ) Druk deze toets, zodra de luchtrecirculatie niet meer nodig is, nogmaals in om de toevoer van buitenlucht te hervatten en het beslaan van de ruiten te voorkomen.
118ComfortComfortregeling achterpassagiers1. Automatisch programma Comfort ) Druk op de toets "AUTO". Het verklikkerlampje in de toets gaatbranden. Wij raden u aan deze stand te gebruiken. In deze stand worden automatisch op optimale wijze alle functies - de interieurtemperatuur,de luchthoeveelheid, de luchtverdeling -geregeld overeenkomstig het door u ingestelde comfortniveau. Dit systeem werkt, als de ruiten gesloten zijn, in alle seizoenen doeltreffend. 2. Regeling van de luchtverdeling 3. Temperatuurregeling links of rechts Druk meerdere keren op de desbetreffende toets om de luchtverdeling als volgt te wijzigen: De linker en rechter passagier kunnen afzonderlijk de door hun gewenste temperatuur instellen. De op het display weergegeven waarde heeft betrekking op een comfortniveau en niet op een temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.
) Draai de draaiknop linksom omde temperatuur te verlagen en rechtsom om de temperatuur teverhogen. - Beenruimte en centraal ventilatierooster.- Centraal ventilatierooster.- Automatische regelingluchtverdeling. De bediening van de airconditioning achter werkt uitsluitend als vanaf de zitplaatsen vóór: - de toets REAR is geactiveerd,- het automatische programma Zicht niet isingeschakeld. Een ingestelde waarde van ongeveer 21 biedt een optimaal comfort. Desgewenst kunt u eenandere waarde instellen; een waarde tussen 18 en 24 is gebruikelijk. Bovendien raden wij u af om een instelling tekiezen waarbij het verschil tussen de waarden links en rechts groter is dan 3. Zorg ervoor dat de ventilatieroosters ende luchtafvoerkanalen in de vloer niet zijnafgedekt.
3119Comfort 4. Regeling van de luchtopbrengst ) Druk op deze toets "gevuldeventilator" om de luchtopbrengst te verhogen. ) Druk op deze toets "lege ventilator" om de luchtopbrengst te verlagen. Het symbool voor de aanjagersnelheid, deventilator, wordt geleidelijk afhankelijk van de gevraagde waarde gevuld. Uitschakelen van het systeem ) Druk op deze toets "lege ventilator"van de luchtopbrengst tot het symbool van de ventilator verdwijnt en "- -" wordt weergegeven. Hiermee worden alle functies van het airconditioningsysteem uitgeschakeld. Het thermische comfort wordt niet meer geregeld. Een lichte luchtstroom diewordt veroorzaakt doordat de auto zich voortbeweegt, blijft echter voelbaar.
120Comfort) Schakel, zodra de omstandigheden het toelaten, de achterruit- en buitenspiegelverwarming uit omdatminder stroomverbruik leidt tot een lager brandstofverbruik. Ontwasemen - Ontdooien vóór Achterruitverwarming De achterruitverwarming kanworden ingeschakeld met de toetsop het bedieningspaneel van de airconditioning. Met handbediendeairconditioning ) Selecteer dit programma om devoorruit en de zijruiten snel teontwasemen of te ontdooien. Met automatischeairconditioning met gescheiden regeling of quadrizone Automatisch programma"Zicht" Aan Bij auto's met een Stop & Start-systeemgeldt dat zolang de voorruitontwaseming in werking is, de dieselmotor niet wordt afgezet. Uit De achterruitverwarming wordt automatischuitgeschakeld om onnodig brandstofverbruik tevoorkomen. )U kunt de achterruitverwarming ook eerder uitschakelen door nogmaals op de toets tedrukken.
Het verklikkerlampje van de toets gaat uit. Het systeem werkt volledig automatischen regelt de luchttemperatuur, de aanjagersnelheid, de luchttoevoer en stelt deluchtverdeling zodanig in dat de voorruit en de zijruiten zo snel mogelijk schoon worden. Stel de temperatuurregeling in om de ruiten sneller te ontwasemen/ontdooien. Druk om het programma uit te schakelen nogmaals op de toets "Zicht". Het lampje van de toets gaat uit en het systeem wordt weer ingeschakeld met de instellingen van vóór deinschakeling van het programma. )Selecteer dit programma om devoorruit en de zijruiten snel te ontwasemen of te ontdooien. Het systeem werkt volledig automatisch en regelt de luchttemperatuur, deaanjagersnelheid, de luchttoevoer en stelt deluchtverdeling zodanig in dat de voorruit en dezijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
Als bij de airconditioning quadrizone op deze toets wordt gedrukt, wordt de airconditioning achter uitgeschakeld en wordt de bedieningervan geblokkeerd.
) Druk nogmaals op de toets "Zicht" of op"AUTO" om deze functie uit te schakelen; het lampje in de toets gaat uit en dat van detoets "AUTO" gaat branden. Het systeem keert terug naar dezelfde instellingen als die van vóór het uitschakelen. De achterruitverwarming werkt uitsluitend als het hybridesysteem is ingeschakeld. )Druk op deze toets om de achterruit en, afhankelijk van de uitvoering, debuitenspiegels te ontwasemen. Het verklikkerlampje van de toets gaat branden.
3121Comfort Stand "Programmeerbareverwarming" Dit is een aanvullend en afzonderlijk systeem dat het koelvloeistofcircuit van de motor opwarmt, zodat de ruiten sneller ontdooid kunnen wordenen het interieur voorverwarmd kan worden.Dit verklikkerlampje gaat uitsluitendbranden als het systeem in de stand"programmeerbare verwarming"wordt geprogrammeerd.Druk met aangezet contact op de linker rolknop van het stuurwiel om toegang te krijgen tot het hoofdmenu.Programmeren ) Selecteer in het "Hoofdmenu" de optie"Voorverwarming/ventilatie", ) Vink "Activeren" aan en selecteer voor het programmeren indien nodig "Parameters", ) Selecteer "Verwarming" om de motor en het interieur voor te verwarmen of "Ventilatie" om het interieur te ventileren, Programmeerbaar verwarmings-/ventilatiesysteem Stand "Programmeerbareventilatie" In deze stand wordt het interieur geventileerd met buitenlucht, zodat onder zomerse omstandigheden bij het instappen een aangenamere temperatuur in het interieur heerst.
122Comfort)Selecteer: - "onmiddellijk" om de verwarming of ventilatie te starten (als de keuze via "OK" is bevestigd),- het eerste klokje om uw vertrektijd teprogrammeren/op te slaan, - het tweede klokje om een tweede vertrektijd te programmeren/op te slaan. De werking van de stand "Ventilatie"bij het onmiddellijk of geprogrammeerd inschakelen van deze stand is afhankelijkvan de temperatuur in het interieur van deauto en de buitentemperatuur. Afhankelijk van de ingestelde vertrektijd berekent het systeem automatisch het optimale inschakeltijdstip. Met de twee klokjes kunt u, bijvoorbeeld afhankelijk van het seizoen, een keuze maken uit twee starttijden. Via een melding op het display van hetinstrumentenpaneel wordt uw keuzebevestigd. Tussen twee keer starten van de auto kan er slechts één stand voor het geprogrammeerdof onmiddellijk voorverwarmen/ventileren worden ingeschakeld.
Het onmiddellijk of geprogrammeerd inschakelen van de verwarming en deventilatie werkt niet als: - het brandstofniveau te laag is,- de accuspanning te laag is.Voordat de verwarming of de ventilatie wordt geprogrammeerd, moeten eerst de interieur- en wegsleepbeveiliging van het inbraakalarm wordenuitgeschakeld(zie de rubriek "Alarm"). Zorg ervoor dat de programmeerbare verwarming altijd is uitgeschakeld tijdens het bijvullen van brandstof, om brand- en explosiegevaar te voorkomen. Gebruik om koolmonoxidevergiftigingte voorkomen de programmeerbareverwarming nooit, zelfs niet voor kortetijd, in een afgesloten ruimte zoals een garage of werkplaats zonder afzuiginstallatie. Parkeer om brandgevaar te voorkomen de auto niet op een brandbareondergrond (dor gras, dode bladeren, papier...).
4123RijdenWij raden u aan de parkeerrem niet tegebruiken bij zeer lage temperaturen(vorst) en bij het trekken van een aanhanger (slepen,. ). Schakel indergelijke gevallen de automatische parkeerrem uit of zet deze met de hand vrij. Controleer voordat u de auto verlaat of de verklikkerlampjes van de parkeerrem op het instrumentenpaneel en op dehendel Aconstant branden. De elektrische parkeerrem kan op twee manieren worden bediend: - Automatisch aantrekken/vrijzetten De parkeerrem wordt automatischaangetrokken bij het afzetten van de motor en automatisch vrijgezet bij het wegrijden (standaard geactiveerde functies), -Handmatig aantrekken/vrijzetten De parkeerrem kan handmatig worden aangetrokken door aan de hendel A teAtrekken. U kunt de parkeerrem handmatig weer vrijzetten door het rempedaal ingetrapt te houden en gelijktijdig de hendel in te drukken en vervolgens los te laten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 508 RXH (2013) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto