Peugeot 308 (2016) Handleiding

Peugeot Auto 308 (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 308 (2016) (140 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 105 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 308 (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/140
InstructIeboekje

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Peugeot
Categorie: Auto
Model: 308 (2016)

Handleiding Peugeot 308 (2016) – volledige tekst

Deze informatie is gemakkelijk te herkennen aan de paginamarkering die wordt weergegeven met dit pictogram:Als de rubriek "My " niet beschikbaar is op de website van PEUGEOTPEUGEOT voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen:http://public.servicebox.peugeot.com/ddb/de taal,het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering,de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Selecteer:Uw instructieboekje is te vinden op de website van PEUGEOT, in de rubriek "MyPEUGEOT".Scan deze code voor directe toegang tot uw instructieboekje.Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto.

WelkomSymbolen veiligheidswaarschuwing aanvullende informatie adviezen met betrekking tot de bescherming van het milieu.Wij danken u voor uw keuze voor de 308.Dit instructieboekje is ontwikkeld om u in de gelegenheid te stellen onder alle omstandigheden optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van uw auto.Dit boekje behandelt alle beschikbare uitrustingen van dit model.Uw auto is, afhankelijk van het uitrustingsniveau, de uitvoering en de specieke kenmerken voor het land waarvoor de auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen voorzien.Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties wordt niet aanvaard.

10Eco-rijdenMaak optimaal gebruik van de versnellingsbakAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in en schakel bij het accelereren bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling. Als uw auto is voorzien van een automatische transmissie of een elektronisch gestuurde versnellingsbak, gebruik dan bij voorkeur de automatische stand en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in. Gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningenAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend.

Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken (blinderingspaneel van het panoramadak, zonneschermen, enz. ). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is. Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op als u rijdt. Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken.

Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat. Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot van uw auto verminderen.

Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig). De schakelindicator adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op. Bij auto's met een elektronisch gestuurde versnellingsbak of een automatische transmissie wordt de schakelindicator uitsluitend in de handmatige stand weergegeven.

Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden.Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.Vergeet niet de bandenspanning van het reservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren.Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het aan uw situatie aangepaste onderhoudsschema van de fabrikant.Uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit.

Ga zo spoedig mogelijk naar het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de uitstoot van stikstofoxiden terug te brengen tot onder de wettelijke normen.Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruik zich stabiliseert.

12InstrumentenpaneelInstrumentenpaneel1. Brandstofniveaumeter. 2. Analoge snelheidsmeter (km/h of mph).3. Motorolieniveaumeter.4. Opschakelindicator. Ingeschakelde versnelling automatische transmissie. 5. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph). 6. Aanwijzingen van de snelheidsregelaar of de snelheidsbegrenzer. A. Dimmer verlichting. B. Resetten van de dagteller. Tijdelijk weergegeven informatie:- onderhoud, - actieradius brandstofadditief. 7. Onderhoudsindicator en vervolgens kilometerteller (km of miles). Deze functies worden achtereenvolgend weergegeven na het aanzetten van het contact. 8. Dagteller (km of miles). 9. Toerenteller (x 1000 t/min of rpm), schaalverdeling afhankelijk van de motoruitvoering (benzine of diesel).10. Koelvloeistoftemperatuurmeter. Meters en displays Bedieningstoetsen

Bij een storing kan het lampje gaan branden in combinatie met een melding.Raadpleeg de volgende tabellen voor meer informatie.De verklikkerlampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje).Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel enkele seconden branden.Zodra de motor wordt gestart, moeten deze lampjes weer uitgaan.Als een lampje blijft branden, controleer dan voordat u gaat rijden welke functie het betreft.Bijbehorende waarschuwingenSommige verklikkerlampjes kunnen gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding.Verklikkerlampjes kunnen permanent branden of knipperen.

14InstrumentenpaneelVerklikkerlampjes ingeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel en/of op het display van het instrumentenpaneel geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld. Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenRichtingaanwijzer linksknippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omlaag beweegt.Richtingaanwijzer rechtsknippert, met geluidssignaal.Als u de lichtschakelaar omhoog beweegt. Parkeerlichten permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Parkeerlichten". Dimlicht permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Dimlicht". Grootlicht permanent. Als u de lichtschakelaar naar u toe trekt.Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelen naar dimlicht. Mistlampen vóór permanent.

151Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Mistachterlichten permanent. De mistachterlichten zijn ingeschakeld.Draai de ring naar achteren om de mistachterlichten uit te schakelen.Voorgloeien dieselmotor permanent. Het contact staat in de 2e stand (contact) of de knop "START/STOP" is ingedrukt.Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat.Wanneer het lampje uitgaat, wordt de motor onmiddellijk gestart, op voorwaarde dat:- het koppelingspedaal is ingetrapt bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak,- het rempedaal ingetrapt wordt gehouden bij auto's met een automatische transmissie.De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen 30 seconden).Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact vervolgens weer aan en wacht opnieuw tot het lampje uitgaat voordat u de motor start. Parkeerrem permanent.

De parkeerrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.Het verklikkerlampje gaat uit als u met het rempedaal ingetrapt de parkeerrem vrijzet.Als uw auto is voorzien van een elektrische parkeerrem: houd het rempedaal ingetrapt en druk op de hendel van de parkeerrem.Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de parkeerrem.

16Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenAutomatische ruitenwissers permanent. De ruitenwisserschakelaar is naar beneden bewogen.De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd.Beweeg om de automatische stand van de ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zet de hendel in een andere stand.Passagiersairbagpermanent.De schakelaar in het dashboard aan passagierszijde staat in de stand "ON".De passagiersairbag is ingeschakeld.Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel.Zet de schakelaar in de stand " " om de OFFpassagiersairbag uit te schakelen.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (verklikkerlampje airbags brandt).

Stop & Start permanent.Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping, enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart (START-stand) als u wilt wegrijden.knippert enkele seconden en gaat dan uit.De STOP-stand is nu niet beschikbaar.ofDe motor wordt automatisch in de START-stand gezet.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het Stop & Start-systeem.Dodehoekbewaking(volgens uitvoering) permanent. De functie dodehoekbewaking is geactiveerd.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de dodehoekbewaking.

171InstrumentenpaneelVerklikkerlampjes uitgeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld.Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een melding. Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenAirbag vóór aan passagierszijdepermanent, op het display van de verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde.De schakelaar op de zijkant van het dashboard aan passagierszijde staat in de stand "OFF".De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.U kunt een kinderzitje met de "rug in de rijrichting" plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (verklikkerlampje airbags brandt).Zet de schakelaar in de stand " " om de airbag vóór ONaan passagierszijde in te schakelen.

Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting".Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP /ASR) permanent. De toets is ingedrukt en het verklikkerlampje brandt.De functie ESP/ASR is uitgeschakeld.ESP: dynamische stabiliteitscontrole.ASR: antislipregeling.Druk op de toets om de functie ESP/ASR in te schakelen. Het verklikkerlampje dooft.De functie ESP/ASR wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart.Na uitschakelen van het systeem wordt het automatisch opnieuw ingeschakeld bij snelheden hoger dan ongeveer 50 km/h.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het ESP-systeem (ESP/ASR).

18InstrumentenpaneelWaarschuwingslampjesAls bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende verklikkerlampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een bijbehorende melding wordt weergegeven.Raadpleeg indien nodig het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenSTOPpermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een geluidssignaal en een melding.Dit waarschuwingslampje gaat branden in het geval van een ernstige storing in het remsysteem, de stuurbekrachtiging, de elektrische installatie, het smeersysteem van de motor of het koelsysteem, of bij een lekke band.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats, omdat u anders het risico loopt op ernstige motorschade.Zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

191Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / Opmerkingen Service brandt tijdelijk. Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de bijbehorende melding, bijvoorbeeld: - een te laag motorolieniveau, - een te laag niveau van de ruiten-/koplampsproeiervloeistof, - een bijna lege batterij van de afstandsbediening, - een te lage bandenspanning, - een vervuild roetfilter bij auto's met dieselmotor.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de controle van het roetfilter.Raadpleeg in andere gevallen het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. permanent.

Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden.Identificeer de storing met behulp van de melding en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.permanent, waarbij de sleutel van de onderhoudsindicator eerst knippert en vervolgens permanent brandt.Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden.Uitsluitend bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor.Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren.

20Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenElektrische parkeerrem knippert. Het aantrekken van de elektrische parkeerrem is onderbroken.Het aantrekken/vrijzetten werkt niet.Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto op een vlakke, horizontale ondergrond, schakel een versnelling in (auto met automatische transmissie: zet de selectiehendel in de stand ), zet het contact af en raadpleeg Phet PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Storing elektrische parkeerrem permanent. Storing in de elektrische parkeerrem. Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek.Uitschakeling van de automatische werking van de elektrische parkeerrem permanent.

De functies "automatisch aantrekken" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch vrijzetten" zijn uitgeschakeld of werken niet.Bij een storing gaat het branden van dit verklikkerlampje vergezeld van een waarschuwingsmelding.Raadpleeg de rubriek "Elektrische parkeerrem" om de automatische functies weer in te schakelen.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als de parkeerrem niet meer automatisch wordt aangetrokken of vrijgezet.De parkeerrem kan handmatig worden vrijgezet.Raadpleeg voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek.

211Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenAntiblokkeersysteem (ABS) permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem.De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Dynamische stabiliteitscontrole (ESP/ASR) knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit als de wielen te weinig grip hebben of de auto uit de koers dreigt te raken. permanent. Storing in het ESP-/ASR-systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Remsysteem permanent. Het remvloeistofniveau is te laag.

Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van PEUGEOT.Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. + permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje ABS.Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (REF).Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

22InstrumentenpaneelZelfdiagnose motor knippert. Er is een storing in het motormanagementsysteem.Kans op beschadiging van de katalysator.Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een storing in de emissieregeling.Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Automatisch noodremsysteem knippert. Het automatische noodremsysteem wordt geactiveerd.Het systeem remt de auto kort af om de snelheid van de aanrijding met de voorligger te beperken.permanent,in combinatie met een melding en een geluidssignaal.Storing in het automatische noodremsysteem.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. permanent. Het automatische noodremsysteem is uitgeschakeld (via het menu).

Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenLaag brandstofniveaupermanent, met de naald in het rode gebied.Als het lampje gaat branden zit er nog minder dan 10 liter brandstofin de tank.Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt.Dit controlelampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoende brandstof getankt is.Inhoud brandstoftank: ongeveer 53 liter of 45 liter, afhankelijk van de uitvoering.Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.

231Instrumentenpaneel Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenLaadstroom accu*permanent.Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde of losgeraakte accuklemmen, aandrijfriem dynamo niet correct gespannen of gebroken...).Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.* Volgens land van bestemming.Autogordel(s) niet vastgemaakt of weer losgemaaktpermanent of knippert in combinatie met een geluidssignaal.Een van de autogordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt.Trek aan de gordel en klik de gesp vast in de gesphouder. Airbags tijdelijk. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet.Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.

permanent. Er is een storing in een van de airbags of de pyrotechnische gordelspanners.Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

24Instrumentenpaneel Motoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Bandenspanning te laag permanent. De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.De controle dient bij voorkeur bij koude banden te worden uitgevoerd.knipperend en vervolgens permanent.Het bandenspanningscontrolesysteem is defect.Laat uw auto controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het bandenspanningscontrolesysteem. Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenVoet op het rempedaal permanent.

Het rempedaal moet worden ingetrapt.Bij de automatische transmissie moet u bij een draaiende motor en voordat u de parkeerrem vrijzet het rempedaal intrappen om de selectiehendel vanuit stand in een andere stand te kunnen zetten.PAls u de handrem vrijzet zonder het rempedaal in te trappen, zal dit verklikkerlampje blijven branden.Voet op het koppelingspedaal permanent. In de STOP-stand van het Stop & Start-systeem wordt de motor niet gestart als u het koppelingspedaal slechts gedeeltelijk intrapt.Trap het koppelingspedaal helemaal in zodat de motor gestart kan worden.

251InstrumentenpaneelPictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / OpmerkingenEen of meer portieren geopendpermanent, in combinatie met een melding die het desbetreffende portier aangeeft, bij een snelheid lager dan 10 km/h.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten.Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.permanent, in combinatie met een melding die het desbetreffende portier aangeeft en een geluidssignaal, bij een snelheid hoger dan 10 km/h.

26InstrumentenpaneelAdditief AdBlue® (BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 600 en 2400 km.Laat het AdBlue ®-reservoir snel bijvullen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.+knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.De actieradius ligt tussen de 0 en 600 km.Laat het AdBlue ®-reservoir zo snel mogelijk bijvullen om storingen te voorkomen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.knippert, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE, een geluidssignaal en een melding dat starten niet is toegestaan.Het AdBlue®-reservoir is leeg: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem.Om de motor te kunnen starten u het AdBluemoet ®-reservoir (laten) bijvullen: neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats of vul zelf het reservoir bij.U moet het additiefreservoir bijvullen met minimaal 3,8 liter AdBlue ®.Pictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / OpmerkingenRaadpleeg voor het bijvullen of voor meer informatie over het additief AdBlue ® de desbetreffende rubriek.

271InstrumentenpaneelPictogram in het display van het instrumentenpaneel Status Oorzaak Acties / Opmerkingen++SCR-emissieregelsysteem(BlueHDi-dieselmotor)permanent zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem.Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius.Na bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem kunt u maximaal 1100 km afleggen voordat het systeem het starten van de motor blokkeert.Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om storingen te voorkomen.knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het verklikkerlampje SERVICE en het verklikkerlampje zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding.U hebt de actieradius overschreden die is toegestaan na de bevestiging van de storing in het emissieregelsysteem: het starten van de motor wordt geblokkeerd door het startblokkeringssysteem.Neem contact op met het PEUGEOT-verplichtnetwerk of een gekwalificeerde werkplaats om de motor weer te kunnen starten.

28InstrumentenpaneelKoelvloeistoftemperatuurmeterAls bij draaiende motor de wijzer zich bevindt in:- zone A, is de temperatuur in orde,- zone B, is de temperatuur te hoog. Het waarschuwingslampje maximumtemperatuur en het waarschuwingslampje STOP gaan branden, in combinatie met een geluidssignaal en een waarschuwingsmelding op het display.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.De temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen.Om koelvloeistof bij te vullen: F wacht tot de motor is afgekoeld, F draai de dop iets los om de druk te laten dalen, F verwijder vervolgens de dop, F vul bij tot aan het merkteken "MAXI".Wees voorzichtig bij het bijvullen van de koelvloeistof: kans op brandwonden.

Vul niet bij tot boven het maximumniveau (aangegeven op het reservoir).Meters OnderhoudsindicatorDe onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.De afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 kmAls het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.Deze termijn wordt berekend op basis van de laatste reset van de onderhoudsindicator en is afhankelijk van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor heeft de mate van vervuiling van de motorolie ook invloed op de berekening (volgens land van bestemming).

De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 2800 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact, verdwijnt de sleutel; de teller geeft de kilometerstand aan.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden.Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de sleutel knipperen om aan te geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld: u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 kmVoorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt bedraagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor wordt deze waarschuwing, zodra het contact is aangezet, gecombineerd met het permanent branden van het verklikkerlampje Service.

30InstrumentenpaneelBij de berekening van de resterende hoeveelheid af te leggen kilometers kan ook de factor tijd worden meegewogen, afhankelijk van de rijgewoontes van de bestuurder.De sleutel kan dus ook gaan branden als het interval in tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt, zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant, is overschreden.Bij de BlueHDi-uitvoeringen met dieselmotor kan de sleutel ook eerder gaan branden, afhankelijk van de kwaliteit van de motorolie (volgens land van bestemming).De afname van de kwaliteit van de motorolie is afhankelijk van de rijomstandigheden van de auto.Op 0 zetten van de onderhoudsindicatorAls u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten.

Het op 0 zetten van de onderhoudsindicator zal anders niet worden opgeslagen.Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatieU kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. F Druk op de knop voor nulstelling van de dagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer.De onderhoudsindicator moet na elke onderhoudsbeurt op 0 gezet worden.Als u zelf het onderhoud van uw auto uitvoert: F zet het contact af, F druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt, F zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen, F laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt.

311InstrumentenpaneelMotorolieniveaumeterBij uitvoeringen met een motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact het motorolieniveau enkele seconden weergegeven, gelijktijdig met de onderhoudsindicator.Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.Olieniveau correctAls het motorolieniveau in orde is, wordt een melding op het instrumentenpaneel weergegeven.Te weinig olieAls het motorolieniveau te laag is, wordt een melding op het instrumentenpaneel weergegeven.Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.Storing motorolieniveaumeterAls de motorolieniveaumeter defect is, wordt een melding op het instrumentenpaneel weergegeven.

Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Oliepeilstok2 merktekens op de peilstok: - A = maxi; het olieniveau mag nooit boven dit niveau uitkomen, - = mini; als het olieniveau Bniet boven het niveau B uitkomt, moet het voor de motor van uw auto voorgeschreven type motorolie worden bijgevuld via de vulopening.Raadpleeg de rubriek van de benzine- en dieselmotoren voor de plaats van de peilstok en het bijvullen van motorolie voor het motortype van uw auto.

32InstrumentenpaneelKilometerteller en dagtellerDe kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij het afzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto.Voor reizen in het buitenland kan de eenheid van de afstand worden aangepast: de snelheid moet namelijk worden weergegeven in de officiële eenheid van het land (km of mijl). De eenheid kan bij stilstaande auto worden gewijzigd via het configuratiemenu van het display.KilometertellerDeze teller geeft de totale kilometerstand van de auto aan.DagtellerDeze teller geeft het aantal gereden kilometers weer sinds de bestuurder de teller op 0 heeft gezet. F Druk bij aangezet contact op de knop tot de dagteller op 0 staat.

331InstrumentenpaneelDimmer dashboardverlichtingHiermee kunt u de lichtsterkte van de verlichting van het dashboard en het "touchscreen" handmatig aanpassen.InstrumentenpaneelDruk terwijl de verlichting brandt op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting, de verlichting van het touchscreen en de sfeerverlichting in te stellen. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.Touchscreen F Druk op het menu "Configuratie". F Stel de lichtsterkte (uitsluitend van de verlichting van het touchscreen) in door te drukken op de toetsen " " of "+ -".De dimmer kan alleen worden bediend als de verlichting van de auto is ingeschakeld.

34InstrumentenpaneelDe boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...).BoordcomputerDisplay van het instrumentenpaneelWeergave van de informatie F Druk op de toets op het uiteinde van de om ruitenwisserschakelaarachtereenvolgens de verschillende functies weer te geven.

- Actuele informatie: ● actieradius, ● actueel brandstofverbruik,● de teller van het Stop & Start-systeem.- Traject "1": ● gemiddelde snelheid, ● gemiddeld brandstofverbruik,● de afgelegde afstand, voor het eerste traject.- Traject "2": ● gemiddelde snelheid, ● gemiddeld brandstofverbruik,● de afgelegde afstand, voor het tweede traject.Volgens uitvoeringTraject resetten F Druk zodra het gewenste traject wordt aangegeven de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar langer dan twee seconden in.De trajecten en "1" "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen.Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject voor "2"een maandelijks verbruik.

351InstrumentenpaneelBoordcomputerDe boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...).Weergave van de informatie op het touchscreenPermanente weergave: F Selecteer het menu "Rijhulpsysteem".De informatie van de boordcomputer wordt weergegeven op de hoofdpagina van het menu.

F Druk op een van de toetsen om het gewenste tabblad te bekijken.Tabblad met actuele informatie:- actieradius, - huidig brandstofverbruik, - de teller van het Stop & Start-systeem.Traject "1": - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid, voor het eerste traject.Traject "2": - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid, voor het tweede traject.Traject resetten F Druk, zodra het gewenste traject wordt weergegeven, op de toets voor het resetten of op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar.De trajecten en "1" "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen.Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject voor "2"een maandelijks verbruik.De gegevens zijn toegankelijk via het menu "Rijhulpsysteem".Tijdelijke weergave in een specifiek venster: F Druk op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om de informatie te bekijken en de verschillende tabbladen weer te geven.Touchscreen

36InstrumentenpaneelBoordcomputer, enkele definitiesActieradius(km of miles)Aantal kilometers dat u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden (berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers).Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display.

Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven.Deze functie wordt alleen weergegeven bij snelheden vanaf 30 km/h.Huidig verbruik(l/100 km, km/l of mpg)Berekend over de laatste verstreken seconden.Gemiddeld verbruik(l/100 km, km/l of mpg)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.Gemiddelde snelheid(km/h of mph)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.Afgelegde afstand(km of miles)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.Stop & Start-teller(minuten/seconden of uren/minuten)Als uw auto is uitgerust met het Stop & Start-systeem, registreert een teller hoelang de STOP-stand tijdens een traject is geactiveerd.De teller wordt elke keer als u het contact aanzet weer op nul gezet.

371InstrumentenpaneelTouchscreenHet heeft de volgende functies: - bediening van de verwarming/airconditioning, - toegang tot de configuratiemenu's van de functies en de systemen van de auto, - toegang tot de configuratiemenu's van het audiosysteem en de weergave, - bediening van het audiosysteem, de telefoon en weergave van de bijbehorende informatie.Uit veiligheidsoverwegingen moet de bestuurder handelingen die veel aandacht vergen altijd bij stilstaande auto uitvoeren.Bepaalde functies zijn niet beschikbaar als de auto rijdt.Algemene werkingAdviezenHet scherm moet voelbaar worden aangeraakt, met name bij bewegingen (door lijsten bladeren, over de kaart scrollen, enz.).Lichtjes aanraken is niet voldoende.Als u het scherm met meerdere vingers aanraakt, worden de commando's niet uitgevoerd.Deze technologie werkt bij elke temperatuur en werkt ook wanneer u handschoenen draagt.Houd geen puntige voorwerpen tegen het touchscreen.Raak het touchscreen niet aan met vochtige vingers.Gebruik een schone en zachte doek om het touchscreen te reinigen.En bovendien, volgens uitvoering: - de weergave van de waarschuwingsmeldingen en de grafische weergave van de parkeerhulp, - de bediening van het navigatiesysteem en de internetdiensten en weergave van de bijbehorende informatie.Status van de verklikkerlampjesBepaalde toetsen zijn voorzien van een verklikkerlampje dat de status van de desbetreffende functie aangeeft.Groen verklikkerlampje: u hebt de desbetreffende functie geactiveerd.Oranje verklikkerlampje: u hebt de desbetreffende functie uitgeschakeld.

38InstrumentenpaneelGebruik deze toets om de secundaire pagina te openen.Gebruik deze toets om terug te gaan naar de hoofdpagina.Gebruik deze toets om toegang te krijgen tot extra informatie en de instellingen van bepaalde functies.Gebruik deze toets om uw keuze te bevestigen.Gebruik deze toets om de pagina te verlaten.PrincipesGebruik de toetsen aan weerszijden van het touchscreen om de menu's te openen en druk vervolgens op de op het touchscreen weergegeven toetsen.Elk menu wordt op één pagina of op twee pagina's (hoofdpagina en secundaire pagina) weergegeven.Als gedurende enkele seconden geen handelingen op de secundaire pagina worden uitgevoerd, wordt automatisch de hoofdpagina weer weergegeven.Airconditioning.Hiermee kunnen onder andere de temperatuur en de aanjagersnelheid worden ingesteld.

Zie de rubrieken "Verwarming", "Handbediende airconditioning" en "Automatische airconditioning".Menu's van het touchscreenRijhulpsystemen.Hiermee kunnen bepaalde functies worden geactiveerd, gedeactiveerd en geconfigureerd. Telefoon.Zie de rubriek "Audio en telematica".Media.Zie de rubriek "Audio en telematica".Navigatie.Afhankelijk van het uitrustingsniveau is het navigatiesysteem niet leverbaar, optioneel of standaard.Zie de rubriek "Audio en telematica".Configuratie.Hiermee kunnen de weergave en het systeem worden geconfigureerd.Internetdiensten.Deze functie is niet leverbaar, optioneel of standaard.Zie de rubriek "Audio en telematica".1. Instellen van het geluidsvolume/onderbreken van het geluid.Zie de rubriek "Audio en telematica".

411InstrumentenpaneelStatus van de functies die in- en uitgeschakeld kunnen wordenStoringsmeldingIn geval van een storing van een functie gaat het verklikkerlampje van de toets voor in- of uitschakelen enkele ogenblikken branden.Er verschijnt een pictogram rechts van het pictogram van de toets en vervolgens gaat, bij functies die standaard zijn ingeschakeld, het oranje verklikkerlampje permanent branden.Steeds als de toets opnieuw wordt ingedrukt, gaat het verklikkerlampje enkele ogenblikken knipperen.Voorbeeld:Voor bepaalde functies is er een speciale toets waaraan een verklikkerlampje is gekoppeld.Als de functie is in- of uitgeschakeld, afwijkend van de standaardinstelling (af fabriek), gaat dit verklikkerlampje branden.Groen verklikkerlampje: u hebt de desbetreffende functie ingeschakeld.Oranje verklikkerlampje: u hebt de desbetreffende functie uitgeschakeld.

42InstrumentenpaneelDe via dit menu toegankelijke functies zijn in de volgende tabel weergegeven.Menu "Conguratie" Toets Desbetreffende functie Aanwijzingen Geluidsinstellingen Instellen van het geluidsvolume, de balans enz. Sferen Keuze van het grafische thema. Interactieve hulp Toegang tot het interactieve instructieboekje.Scherm uitHelderheid instellen

44InstrumentenpaneelTouchscreenDatum en tijd instellen F Druk op de secundaire pagina op "Tijd/datum". F Selecteer het menu "Configuratie".De datum en tijd kunnen worden ingesteld via het touchscreen tablet. F Selecteer "Tijd instellen " of "Datum instellen" en wijzig de instellingen met behulp van het numerieke toetsenbord en bevestig uw keuzes. F Druk op "Bevestigen" om het menu te verlaten.

451InstrumentenpaneelRaadpleeg de rubriek "Audio en telematica" voor meer informatie over het menu .MultimediaDisplay C F Druk op de toets om het MENU algemene menu weer te geven. F Druk op de toetsen "7" of "8" om het menu Persoonlijke instellingen - configuratie te selecteren en bevestig uw keuze door op de toets " "OK te drukken. F Druk op de toetsen "5" of "6" en "7" of "8" om de gewenste waarden voor de datum en de tijd in te stellen en druk op de toets om uw keuze te bevestigen." "OK F Druk op de toets "5" of "6" om het menu Configuratie display, te selecteren en bevestig uw keuze door op de knop "OK"te drukken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Peugeot 308 (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden