Peugeot 307 CC (2005) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 307 CC (2005) (177 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 307 CC (2005) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 307 CC (2005) |
Handleiding Peugeot 307 CC (2005) – volledige tekst
6 -01-03-2005In een oogopslagSLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENINGMet behulp van de afstandsbediening kunnen de centrale vergrendeling en supervergrendeling worden bediend, kan de auto worden gelokaliseerd, kunnen de buitenspiegels worden in- en uitgeklapt en kan het kofferdeksel op een kier worden gezet. Met behulp van de sleutel kunnen, mechanisch en onafhankelijk van elkaar, de sloten van het dashboardkastje en de tankdop worden bediend, kan de passagiersairbag worden uitgeschakeld, kan de ontgrendelingsschakelaar van het kofferdeksel worden geblokkeerd en kan het contactslot worden bediend. Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen elektrisch de centrale vergrendeling en supervergrendeling van de portieren worden bediend en kunnen de buitenspiegels worden in- en uitgeklapt. VergrendelenDruk op de knop om de auto te Bvergrendelen.
Dit wordt bevestigd door het ge-durende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers. Op een kier zetten van de achterklepDruk op de knop. D: 93UITSCHAKELEN AIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE*Steek de sleutel bij afgezet contactin de schakelaar uitschakeling airbag aan passagierszijde , draai deze in 1de stand en verwijder de sleu-"OFF"tel uit de schakelaar zonder de stand van de schakelaar te veranderen. Als u het kinderzitje heeft verwijderd, zet dan de schakelaar weer in de stand om de airbag opnieuw in "ON"te schakelen. Als bij aangezet contact dit verklikkerlampje wordt weergegeven, betekent dit dat de airbag aan passa-gierszijde is uitgeschakeld (stand van de schakelaar). "OFF"Het verklikkerlampje blijft branden zolang de airbag aan passagiers-zijde is uitgeschakeld. Controle van werkingUitklappen/inklappen van de sleutelDruk op de knop om de sleutel uit Aof in te klappen.
7-01-03-2005In een oogopslagELEKTRISCH VERSTELBARE BUITENSPIEGELSF Plaats de knop naar links of 7rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren.F Duw de knop in de 4 richtingen 8 om de spiegel af te stellen.F Plaats de knop weer in de mid-7delste stand.STUURWIEL IN HOOGTE EN DIEPTE VERSTELLENF Trek, bij stilstaande auto, aan de hendel om het stuurwiel te Aontgrendelen.F Verstel het stuurwiel in hoogte en/of in diepte.F Vergrendel het stuurwiel door de hendel A volledig in te drukken.: 85ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN1. Schakelaar ruitbediening aan bestuurderszijde.2. Schakelaar ruitbediening aan passagierszijde.3. Schakelaar ruitbediening rechts achter.4. Schakelaar ruitbediening links achter.5. Blokkeerschakelaar elektrisch bedienbare ruiten achter.6. Schakelaar gelijktijdige bediening alle ruiten.Handbediening: F Duw of trek de schakelaar tot aan het zware punt.
De ruit stopt zodra de schakelaar wordt losgelaten.Automatische bediening: F Duw of trek de schakelaar voorbij het zware punt. De ruit opent of sluit volledig.: 97 : 84Tijdens het parkeren kunnen de buitenspiegels elektrisch worden ingeklapt met behulp van de knop 7 of automatisch bij het vergrendelen van de auto met de afstandsbediening of met de sleutel.
9-01-03-2005In een oogopslagWEGKLAPBAAR DAKVóór het bedienen van het dakF Het is raadzaam de auto op een horizontale ondergrond stil te zetten. Eventueel kan het dak ook bij een snelheid van maximaal 10 km/h worden bediend.F Controleer of het afdekscherm 1is uitgetrokken (er mogen geen voorwerpen op het afdekscherm of de scharnierende afdekpla-ten geplaatst zijn; eventuele 2 bagage mag het scherm niet om-hoogdrukken).F Controleer of er geen voorwerpen op de hoedenplank geplaatst zijn.F Sluit de achterklep op de juiste manier.F Zet het contact in de stand .
Het Mis raadzaam het dak te bedienen bij draaiende motor.Openen van het dakF Trek aan de knop tot het ge-3 luidssignaal aangeeft dat het dak volledig is geopend.Sluiten van het dakF Druk op de knop tot het geluids-3signaal aangeeft dat het dak vol-ledig is gesloten.Opmerking: 3 Door de knop na het openen of sluiten te blijven bedienen, worden de vier ruiten gesloten.Let erop dat er zich, tijdens het openen of sluiten van het dak, geen personen in de buurt van het bedie-ningsmechanisme bevin-den; hiermee wordt risico op letsel voorkomen.De bediening van het dak is volledig voor eigen risico van de bestuurder.Laat, voor een goede werking van de dakbediening, de knop 3 niet los als het dak nog niet geheel geopend of gesloten is.Laat bij gevaar echter de bedie-ningsknop los; het dak stopt di-rect met bewegen. Als het gevaar is geweken, kan de bediening van het dak worden voltooid.: 102
10 -01-03-2005In een oogopslag: 821. Temperatuurregeling bestuurderszijde.VOLAUTOMATISCHE AIRCONDITIONING MET GESCHEIDEN REGELINGDe bestuurder en de voorpassagier kunnen de temperatuur afzonderlijk naar wens instellen.Het is raadzaam de automatische stand te gebruiken: het systeem regelt de temperatuur, de luchtop-brengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters en de luchtrecirculatie. Opmerking: de werking van het sy-steem kan minder zijn als het dak is weggeklapt.2. Temperatuurregeling passagierszijde.3. Automatisch programma "comfort".4. Automatisch programma "zicht".5. Airconditioning aan/uit.6. Regeling luchtverdeling.7. Regeling luchtopbrengst.8. Luchttoevoer/luchtrecirculatie.9. Achterruitverwarming en verwarming buitenspiegels.
13-01-03-2005In een oogopslagBRANDSTOF TANKENHet tanken dient met afgezette mo-tor te gebeuren.F Open de brandstofvulklep.F Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom.F Trek de tankdop uit de vulopening en bevestig deze aan de haak aan de binnenzijde van de vulklep.Op een label aan de binnenzijde van de vulklep staat de voorgeschreven soort brandstof aangegeven.De inhoud van de brandstoftank bedraagt circa 60 liter.Verklikkerlampje brandstofreserveOp het moment dat het lampje gaat branden, kunt u nog ongeveer 50 km met de resterende hoe-veelheid brandstof rijden.Weergave op het instrumentenpaneelP: Parking (parkeerstand).R: Reverse (achteruitversnelling).N: Neutral (neutraalstand).D: Drive (rijstand).M: Manual (zelf schakelen).S: programma Sport.T: programma Sneeuw.1 2 3 4: ingeschakelde versnelling.AUTOMATISCHE TRANSMISSIE "TIPTRONIC-SYSTEM PORSCHE"1. Selectiehendel.2.
"SPORT"Schakelaar .3. "SNEEUW"Schakelaar .SchakelpatroonKies de gewenste stand door de selectiehendel in het schakelpatroon te verplaatsen.De gekozen stand wordt met een pictogram in het instrumentenpaneel aangegeven.: 104Starten van de motorControleer of de handrem is aange-trokken en zet de selectiehendel in de stand of .P NZet het contact aan.WegrijdenBij draaiende motor en met de se-lectiehendel in de stand of : P N Trap het rempedaal in en zet de hand-rem los.Selecteer de stand , of . R D MLaat langzaam het rempedaal los; de auto begint meteen te rijden.: 121
Vorige opgeslagen zender - vorige CDToetsenbord (1)MODE: wijzigen permanent weerge-geven functie (autoradio, boordcom-puter, ...).DARK: 1 keer indrukken: display onder de menubalk zwart maken - 2 keer indrukken: display volledig uit-schakelen - 3 keer indrukken: terug-keren naar de normale weergave.LIST REFRESH: weergave en bij-werken van een lijst met beschikbare zenders of tracks van de CD.Toetsenbord (3)Opslaan van een voorkeuzezender.Selecteren van een voorkeuzezender of van een CD in de CD-wisselaar.BEDIENINGSPANEEL RD4Toetsenbord (5)Navigatiepaneel.: 36Knop (A)AAN/UIT en volumeregeling.Knop (B)CD uitwerpen.Toetsenbord (2)SOURCE: wisselen van geluidsbron: autoradio, CD, CD-wisselaar.BAND AST: selecteren van het golf-bereik.¯: toegang tot de instellingen van de muziekstijl.Knop (C)TA: inschakelen/uitschakelen van de functie "voorrang aan verkeersinfor-matie".PTY: toegang tot de PTY-functie.
15-01-03-2005In een oogopslagBEDIENINGSPANEEL RT3Toetsenbord (3) (alfanumeriek toetsenbord)Opslaan van een voorkeuzezender.Selecteren van een voorkeuzezender of van een CD in de CD-wisselaar.Toetsenbord telefoon - alfanumeriek toetsenbord voor het invoeren van omschrijvingen.Toetsenbord (5)Navigatiepaneel.Verplaatsen door draaien aan de knop of indrukken van de pijltoetsen.Bevestigen of weergeven van de snelmenu's door indrukken van de draaiknop.: 48Knop (A)AAN/UIT en volumeregeling.Knop (B)Noodoproep.Knop (C)CD uitwerpen.Toetsenbord (1)SOURCE: wisselen van geluidsbron: autoradio, CD, CD-wisselaar.AUDIO: toegang tot de instellingen van de muziekstijl.LIST: weergave en bijwerken van een lijst met beschikbare zenders of tracks van de CD.TA/PTY: inschakelen/uitschakelen van de functie TA (voorrang aan verkeersinformatie) - toegang tot de PTY-functie (zoeken naar zenders met een bepaald programmatype).BAND AST: selecteren van het golf-bereik.Toetsenbord (2)TEL (groen): binnenkomend gesprek opnemen.LEEUW: toegang tot het diensten-menu van PEUGEOT.TEL (rood): ophangen.Toetsenbord (4)MODE: wijzigen van de permanent weergegeven functie (autoradio, na-vigatiesysteem, ...).MENU: weergeven van het alge-mene menu.ESC (Escape): annuleren van de bewerking.DARK: 1 keer indrukken: display onder de menubalk zwart maken - 2 keer indrukken: display volledig uit-schakelen - 3 keer indrukken: terug-keren naar de normale weergave.Opening (D)Opening voor de SIM-kaart.
19Controle tijdens het rijden -01-03-2005CONTROLE TIJDENS HET RIJDENEen verklikkerlampje dat constant blijft branden of bij een draaiende motor knippert, geeft aan dat er een defect is opgetreden. Het branden van sommige lampjes gaat vergezeld van een geluids-signaal en een bericht op het multifunctionele display. Negeer een dergelijke waarschuwing niet, maar raadpleeg zo snel mogelijk uw PEUGEOT-servicepunt. Stop onmiddellijk indien tijdens het rijden het verklikkerlampje STOP gaat branden, maar zorg er-voor dat u uw auto op een zo vei-lig mogelijke plaats tot stilstand brengt. Verklikkerlampje STOPDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet ge-durende enkele seconden branden. Gekoppeld aan de verklikkerlampjes "te lage motoroliedruk"*, "te laag remvloeistofniveau", "storing elek-tronische remdrukregelaar" en de koelvloeistoftemperatuurmeter.
Als het lampje bij een draaiende motor knippert, stop dan onmid- dellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje serviceDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden.
Als het verklikkerlampje bij draaiende motor blijft branden of gaat branden in com-binatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, duidt dit op:- een storing in het laadcircuit van de accu*,- een storing in de werking van de automatische transmissie,- een storing in de startblokkering,- een storing in het motormanage-mentsysteem,- een storing in de snelheidsrege-laar,- een storing in de parkeerhulp,- een storing in de functie automa-tisch inschakelen van de verlich-ting,- een lege batterij van de afstands-bediening,- het feit dat één of meer portieren niet goed gesloten zijn bij een wagensnelheid hoger dan 10 km/h,- een te laag motorolieniveau,- een te laag koelvloeistofniveau**. Stop onmiddellijk. Let op: Wacht tot de motor is afgekoeld alvorens koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. * Volgens land van bestemming.
** Volgens motoruitvoering. Verklikkerlampje handrem, te laag remvloeistofniveau en storing elektronische remdrukregelaarGekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet enkele se-conden branden. Als het lampje gaat branden in com-binatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, wijst dit op hetzij:- een (nog iets) aangetrokken hand-rem, als de auto rijdt,- een te laag remvloeistofniveau in het reservoir (als het lampje ook brandt als de handrem niet gebruikt wordt),- een storing in de elektronische remdrukregelaar als het tegelijk met het verklikkerlampje ABS brandt. Stop in de laatste twee gevallen onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Draai, om verwondingen te voorko-men, de vuldop twee omwentelin-gen los om de druk te laten dalen. Verwijder vervolgens de vuldop en vul koelvloeistof bij.
Controle tijdens het rijden20 -01-03-2005Verklikkerlampje emissieregelingDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Het lampje moet enkele seconden nadat de motor is gestart uitgaan. Als het lampje bij draaiende motor brandt in combinatie met een ge-luidssignaal en een melding op het multifunctionele display, duidt dit op een storing in de emissieregeling. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje airbags en roll-barsDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Als het lampje gaat branden in com-binatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, duidt dit op hetzij:- een storing in de airbags vóór of in de zij-airbags,of- een storing in de roll-bars in de hoofdsteunen achter. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagierszijde*Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Als de airbag aan passagierszijde uitgeschakeld is, blijft het verklikker-lampje branden. Raadpleeg in alle gevallen dat het lampje knippert een PEUGEOT-ser-vicepunt. Verklikkerlampje veiligheidsgordelsDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet branden. Het lampje blijft branden zolang de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt. Bij een wagensnelheid hoger dan 20 km/h knippert het lampje gedu-rende twee minuten in combinatie met een steeds sterker wordend geluidssignaal. Als de bestuurder na deze twee minuten zijn veiligheids-gordel nog niet heeft vastgemaakt, blijft het verklikkerlampje branden.
Verklikkerlampje antiblokkeersysteem (ABS)Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Als het lampje bij een snelheid van meer dan 12 km/h blijft branden of gaat branden, wijst dit op een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking met rembe-krachtiging blijft toch behouden.
Dit lampje gaat branden in com-binatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje elektronisch stabiliteitsprogramma/antispinregeling (ESP/ASR)Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet gedurende enkele seconden branden. Als het lampje bij draaiende motor blijft branden of gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunc-tionele display, raadpleeg dan een PEUGEOT-servicepunt. Het verklikkerlampje gaat knipperen als het systeem tijdens het rijden in werking treedt. Het verklikkerlampje blijft branden als het systeem is uitgeschakeld. * Volgens land van bestemming.
21Controle tijdens het rijden -01-03-2005Verklikkerlampje brandstofreserveDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet ge-durende enkele seconden branden. Als het lampje bij een draaiende mo-tor gaat branden, klinkt een geluids-signaal en verschijnt een melding op het multifunctionele display. Zodra dit lampje gaat branden, kunt u met de res-nog ongeveer 50 km terende hoeveelheid brandstof rijden (tankinhoud: ca. 60 liter). Waarschuwing motoroliedruk*Gekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Bij draaiende motor wordt de waar-schuwing motoroliedruk weergege-ven in combinatie met een geluids-signaal. Stop onmiddellijk. Als het motorolieniveau te laag is, vul dan motorolie bij. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje motoroliedruk*Gekoppeld aan het verklik-kerlampje.
STOPBij draaiende motor gaat het verklik-kerlampje motoroliedruk branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunc-tionele display. Stop onmiddellijk. Als het motorolieniveau te laag is, vul dan motorolie bij. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje laden van de accu*Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Afhankelijk van het land van bestem-ming kan dit lampje zijn vervangen door het verklikkerlampje service. Als dit lampje bij een draaiende motor brandt in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, kan dit wijzen op:- een storing in het laadcircuit. - loszittende aansluitingen van de accu of de startmotor. - een gebroken of te slappe dynamo-riem. - een defecte dynamo. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
KoelvloeistoftemperatuurmeterWijzer in zone : de temperatuur is Ain orde. Wijzer in zone : de temperatuur is Bte hoog. Het verklikkerlampje STOP gaat knipperen in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Stop onmiddellijk.
21Controle tijdens het rijden -01-03-2005Verklikkerlampje brandstofreserveDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet ge-durende enkele seconden branden. Als het lampje bij een draaiende mo-tor gaat branden, klinkt een geluids-signaal en verschijnt een melding op het multifunctionele display. Zodra dit lampje gaat branden, kunt u met de res-nog ongeveer 50 km terende hoeveelheid brandstof rijden (tankinhoud: ca. 60 liter). Waarschuwing motoroliedruk*Gekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Bij draaiende motor wordt de waar-schuwing motoroliedruk weergege-ven in combinatie met een geluids-signaal. Stop onmiddellijk. Als het motorolieniveau te laag is, vul dan motorolie bij. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje motoroliedruk*Gekoppeld aan het verklik-kerlampje.
STOPBij draaiende motor gaat het verklik-kerlampje motoroliedruk branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunc-tionele display. Stop onmiddellijk. Als het motorolieniveau te laag is, vul dan motorolie bij. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje laden van de accu*Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aan-gezet gedurende enkele seconden branden. Afhankelijk van het land van bestem-ming kan dit lampje zijn vervangen door het verklikkerlampje service. Als dit lampje bij een draaiende motor brandt in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, kan dit wijzen op:- een storing in het laadcircuit. - loszittende aansluitingen van de accu of de startmotor. - een gebroken of te slappe dynamo-riem. - een defecte dynamo. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
KoelvloeistoftemperatuurmeterWijzer in zone : de temperatuur is Ain orde. Wijzer in zone : de temperatuur is Bte hoog. Het verklikkerlampje STOP gaat knipperen in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Stop onmiddellijk.
Controle tijdens het rijden22 -01-03-2005MotorolietemperatuurmeterDe motorolietemperatuurmeter geeft bij draaiende motor de temperatuur van de motorolie aan.Als het hoogste niveau van de schaalverdeling is bereikt, is de tem-peratuur te hoog.Stop onmiddellijk.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Park (Parkeerstand)Schakelstandindicatie automatische transmissieAls het toerental te laag of te hoog is voor de geselecteerde versnelling, knippert het desbetreffende picto-gram enkele seconden, waarna de werkelijk ingeschakelde versnelling wordt weergegeven.Reverse (Achteruit)Neutral (Neutraalstand)Drive (Rijstand)Handbediening:1e versnelling ingeschakeld2e versnelling ingeschakeld3e versnelling ingeschakeld4e versnelling ingeschakeldDit lampje gaat branden als het schakelprogramma "SPORT" van de automa-tische transmissie wordt ingeschakeld.Dit lampje gaat branden als het schakelprogramma "SNEEUW" van de auto-matische transmissie wordt ingeschakeld.Verklikkerlampjes automatische transmissieVerklikkerlampje "SNEEUW"Onjuiste waarde bij handmatige bedieningDeze melding verschijnt als een versnelling niet goed is ingeschakeld (de selectiehendel bevindt zich tussen twee standen in).Verklikkerlampje "SPORT"
23Controle tijdens het rijden -01-03-2005DISPLAY INSTRUMENTENPANEELDit heeft na het aanzetten van het contact 3 verschillende functies:- onderhoudsintervalindicator,- motorolieniveaumeter,- kilometerteller (totale kilometer-stand en dagteller).
Opmerking: De totale kilometerstand en de dagteller worden gedurende dertig seconden na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto weergegeven.Het display geeft tevens informatie met betrekking tot de snelheidsrege-laar indien deze is ingeschakeld (zie het desbetreffende hoofdstuk).OnderhoudsintervalindicatorDe onderhoudsintervalindicator geeft de afstand tot de volgende onder-houdscontrole aan overeenkomstig het onderhoudsschema van de fa-brikant.Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsintervalindicator (zie het desbetreffende hoofdstuk) op basis van twee parameters:- het afgelegde aantal kilometers,- de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudscontrole.Opmerking: afhankelijk van de ge-bruiksgewoonten van de bestuurder kan de factor tijd worden meegewo-gen bij de nog af te leggen kilome-ters.WerkingAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel branden.
De kilometer-teller geeft de resterende kilometers (afgerond) tot de eerstvolgende on-derhoudscontrole aan.Voorbeeld: De afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 4.800 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
Controle tijdens het rijden24 -01-03-2005Op 0 zetten van de onderhoudsintervalindicatorUw PEUGEOT-servicepunt zet de onderhoudsintervalindicator na elke onderhoudsbeurt weer op 0.Als u zelf de onderhoudscontrole van uw auto heeft uitgevoerd, kan de onderhoudsintervalindicator op de volgende wijze op 0 gezet worden:F Zet het contact af.F Druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt.F Zet het contact aan.De kilometerteller begint terug te tellen.Laat de knop los als de onderhouds-intervalindicator aangeeft; de «=0»onderhoudssleutel verdwijnt.Belangrijk: als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal vijf minuten.
Het resetten van de onder-houdsintervalindicator zal anders niet worden opgeslagen.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden.Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel knipperen.Voorbeeld: U heeft de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Er moeten zo snel mogelijk onderhoudswerkzaam-heden worden uitgevoerd.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhouds-sleutel branden.
De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.Opmerking: De onderhoudssleutel kan ook gaan branden als het interval van twee jaar is overschreden.De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1.000 km.Voorbeeld: De afstand tot de eerst-volgende onderhoudscontrole be-draagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit om aan te geven dat er binnen-kort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
25Controle tijdens het rijden -01-03-2005Dimmer dashboardverlichtingDruk, tijdens het branden van de verlichting, op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te veranderen. Als de verlichting de zwakste (of felste) stand heeft be-reikt, laat dan de knop los en druk deze vervolgens opnieuw in om de verlichting weer feller (of zwakker) te maken.Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.Nulstelling dagtellerDruk, terwijl het contact aan is, de knop in tot de nullen verschijnen.
Druk kort op de knop om achtereen-volgens de dagteller, of de kilometer-stand, en de ingestelde snelheid van de snelheidsregelaar weer te geven, indien deze is geactiveerd.MotorolieniveaumeterBij het aanzetten van het contact wordt eerst de onderhoudsintervalindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.Olieniveau correctStoring motorolieniveaumeterAls de aanduiding “OIL--” knippert, duidt dit op een storing in de motor-olieniveaumeter.Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 15 mi-nuten niet heeft gedraaid.Als de aanduiding «OIL» knippert in combinatie met het ve rk l ikk e rlampj e service, een ge-luidssignaal en een melding op het multifunctionele display, is het motorolieniveau te laag, waardoor ernstige motorschade kan ontstaan.Controleer het olieniveau met de peil-stok.
Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld.Te weinig olieOliepeilstok2 merktekens op de peilstok:- het oliepeil mag nooit boven het niveau A uitkomen,- als het oliepeil niet boven het niveau B uitkomt, moet het voor de motor van uw auto voorge-schreven type motorolie worden bijgevuld via de vuldop.A = maxi.B = mini.
23Controle tijdens het rijden -01-03-2005DISPLAY INSTRUMENTENPANEELDit heeft na het aanzetten van het contact 3 verschillende functies:- onderhoudsintervalindicator,- motorolieniveaumeter,- kilometerteller (totale kilometer-stand en dagteller).
Opmerking: De totale kilometerstand en de dagteller worden gedurende dertig seconden na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto weergegeven.Het display geeft tevens informatie met betrekking tot de snelheidsrege-laar indien deze is ingeschakeld (zie het desbetreffende hoofdstuk).OnderhoudsintervalindicatorDe onderhoudsintervalindicator geeft de afstand tot de volgende onder-houdscontrole aan overeenkomstig het onderhoudsschema van de fa-brikant.Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsintervalindicator (zie het desbetreffende hoofdstuk) op basis van twee parameters:- het afgelegde aantal kilometers,- de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudscontrole.Opmerking: afhankelijk van de ge-bruiksgewoonten van de bestuurder kan de factor tijd worden meegewo-gen bij de nog af te leggen kilome-ters.WerkingAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel branden.
De kilometer-teller geeft de resterende kilometers (afgerond) tot de eerstvolgende on-derhoudscontrole aan.Voorbeeld: De afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 4.800 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
23Controle tijdens het rijden -01-03-2005DISPLAY INSTRUMENTENPANEELDit heeft na het aanzetten van het contact 3 verschillende functies:- onderhoudsintervalindicator,- motorolieniveaumeter,- kilometerteller (totale kilometer-stand en dagteller).
Opmerking: De totale kilometerstand en de dagteller worden gedurende dertig seconden na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto weergegeven.Het display geeft tevens informatie met betrekking tot de snelheidsrege-laar indien deze is ingeschakeld (zie het desbetreffende hoofdstuk).OnderhoudsintervalindicatorDe onderhoudsintervalindicator geeft de afstand tot de volgende onder-houdscontrole aan overeenkomstig het onderhoudsschema van de fa-brikant.Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsintervalindicator (zie het desbetreffende hoofdstuk) op basis van twee parameters:- het afgelegde aantal kilometers,- de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudscontrole.Opmerking: afhankelijk van de ge-bruiksgewoonten van de bestuurder kan de factor tijd worden meegewo-gen bij de nog af te leggen kilome-ters.WerkingAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel branden.
De kilometer-teller geeft de resterende kilometers (afgerond) tot de eerstvolgende on-derhoudscontrole aan.Voorbeeld: De afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 4.800 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
Controle tijdens het rijden24 -01-03-2005Op 0 zetten van de onderhoudsintervalindicatorUw PEUGEOT-servicepunt zet de onderhoudsintervalindicator na elke onderhoudsbeurt weer op 0.Als u zelf de onderhoudscontrole van uw auto heeft uitgevoerd, kan de onderhoudsintervalindicator op de volgende wijze op 0 gezet worden:F Zet het contact af.F Druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt.F Zet het contact aan.De kilometerteller begint terug te tellen.Laat de knop los als de onderhouds-intervalindicator aangeeft; de «=0»onderhoudssleutel verdwijnt.Belangrijk: als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal vijf minuten.
Het resetten van de onder-houdsintervalindicator zal anders niet worden opgeslagen.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden.Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel knipperen.Voorbeeld: U heeft de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Er moeten zo snel mogelijk onderhoudswerkzaam-heden worden uitgevoerd.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhouds-sleutel branden.
De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.Opmerking: De onderhoudssleutel kan ook gaan branden als het interval van twee jaar is overschreden.De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1.000 km.Voorbeeld: De afstand tot de eerst-volgende onderhoudscontrole be-draagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit om aan te geven dat er binnen-kort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
Controle tijdens het rijden24 -01-03-2005Op 0 zetten van de onderhoudsintervalindicatorUw PEUGEOT-servicepunt zet de onderhoudsintervalindicator na elke onderhoudsbeurt weer op 0.Als u zelf de onderhoudscontrole van uw auto heeft uitgevoerd, kan de onderhoudsintervalindicator op de volgende wijze op 0 gezet worden:F Zet het contact af.F Druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt.F Zet het contact aan.De kilometerteller begint terug te tellen.Laat de knop los als de onderhouds-intervalindicator aangeeft; de «=0»onderhoudssleutel verdwijnt.Belangrijk: als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal vijf minuten.
Het resetten van de onder-houdsintervalindicator zal anders niet worden opgeslagen.De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden.Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 5 seconden de onder-houdssleutel knipperen.Voorbeeld: U heeft de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Er moeten zo snel mogelijk onderhoudswerkzaam-heden worden uitgevoerd.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhouds-sleutel branden.
De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.Opmerking: De onderhoudssleutel kan ook gaan branden als het interval van twee jaar is overschreden.De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1.000 km.Voorbeeld: De afstand tot de eerst-volgende onderhoudscontrole be-draagt 900 km.Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 5 seconden het volgende aan:5 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit om aan te geven dat er binnen-kort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De teller geeft de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
25Controle tijdens het rijden -01-03-2005Dimmer dashboardverlichtingDruk, tijdens het branden van de verlichting, op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te veranderen. Als de verlichting de zwakste (of felste) stand heeft be-reikt, laat dan de knop los en druk deze vervolgens opnieuw in om de verlichting weer feller (of zwakker) te maken.Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.Nulstelling dagtellerDruk, terwijl het contact aan is, de knop in tot de nullen verschijnen.
Druk kort op de knop om achtereen-volgens de dagteller, of de kilometer-stand, en de ingestelde snelheid van de snelheidsregelaar weer te geven, indien deze is geactiveerd.MotorolieniveaumeterBij het aanzetten van het contact wordt eerst de onderhoudsintervalindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.Olieniveau correctStoring motorolieniveaumeterAls de aanduiding “OIL--” knippert, duidt dit op een storing in de motor-olieniveaumeter.Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 15 mi-nuten niet heeft gedraaid.Als de aanduiding «OIL» knippert in combinatie met het ve rk l ikk e rlampj e service, een ge-luidssignaal en een melding op het multifunctionele display, is het motorolieniveau te laag, waardoor ernstige motorschade kan ontstaan.Controleer het olieniveau met de peil-stok.
Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld.Te weinig olieOliepeilstok2 merktekens op de peilstok:- het oliepeil mag nooit boven het niveau A uitkomen,- als het oliepeil niet boven het niveau B uitkomt, moet het voor de motor van uw auto voorge-schreven type motorolie worden bijgevuld via de vuldop.A = maxi.B = mini.
Controle tijdens het rijden26 -01-03-2005BOORDCOMPUTERAls de knop op het uiteinde van de wordt ruitenwisserschakelaaringedrukt, worden, afhankelijk van het type display, de verschillende functies van de boordcomputer achtereenvolgend weergegeven:Monochroom display CT- Stand met: “auto”• de actieradius, het momentele verbruik en de nog af te leggen afstand.- Stand (traject 1) met:«1»• de gemiddelde snelheid, het gemiddelde verbruik en de afgelegde afstand gedurende het traject .«1»- Stand (traject 2) met dezelfde «2»eigenschappen voor een tweede route.Op 0 zettenDruk de knop meer dan twee seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven.Monochroom display C- Stand met: “auto”• de actieradius, het momentele verbruik en de afstand die nog moet worden afgelegd.- Stand (traject 1) met:«1»• de gemiddelde snelheid, het gemiddelde verbruik en de afgelegde afstand gedurende het traject .«1»- Stand (traject 2) met dezelfde «2»eigenschappen voor een tweede route.Op 0 zettenDruk de knop meer dan twee seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven.
27Controle tijdens het rijden -01-03-2005Kleurendisplay DT- De met: «Actuele informatie»• de actieradius. • het momentele verbruik. • de nog af te leggen afstand. - het met:traject 1• de afgelegde afstand. • het gemiddelde verbruik. • de gemiddelde snelheid. - het met dezelfde traject 2 eigenschappen voor een tweede route. Op 0 zettenDruk de schakelaar meer dan 2 se-conden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven. ActieradiusIn deze stand geeft de computer aan de hand van het gemiddelde verbruik over de laatst afgelegde kilometers aan hoeveel kilometer u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden. Dit getal kan verhoogd worden door een verandering in de rijstijl of van het landschap, die een aanzienlijke verlaging van het mo-mentele verbruik tot gevolg heeft. Zodra de actieradius minder dan 30 km bedraagt, worden streepjes weergegeven.
Na het tanken van minstens 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weer weergegeven zodra deze meer dan 100 km bedraagt. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt wanneer er tijdens het rijden streepjes in plaats van cijfers op het display verschijnen. Momenteel verbruikDit is het verbruik dat geregistreerd is tijdens de laatste seconden. Deze informatie verschijnt alleen als er met een snelheid van meer dan 30 km/h wordt gereden. Gemiddeld verbruikDit is het gemiddelde verbruik sinds de laatse nulstelling van de boordcomputer. Afgelegde afstandIn deze stand geeft de boordcomputer de afgelegde afstand sinds de laatste nulstelling aan. De trajecten en zijn “1” “2”onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen. Traject kan bijvoorbeeld gebruikt “1”worden voor een dagelijks verbruik en traject voor een maandelijks “2”verbruik.
Af te leggen afstand Dit is de nog af te leggen afstand tot de eindbestemming. Deze afstand wordt op elk moment door het navigatiesy-steem tijdens het navigeren berekend of wordt ingevoerd door de gebruiker.
Multifunctionele displays30 -Met deze functie kunnen verschil-lende systemen van de auto geacti-veerd of uitgeschakeld worden:- het automatisch inschakelen van de verlichting,- de follow me home verlichting en tijdsduur,- de parkeerhulp.Als dit menu is geselecteerd, kan de taal van de weergave van het display worden gewijzigd (Nederlands, Fran-çais, Italiano, Portugues, Portugues-Brasil, Deutsch, English, Español).Als dit menu is geselecteerd, kunnen de volgende parameters worden geselecteerd:- instellen lichtsterkte-video,- instellen datum en tijd,- kiezen van eenheden.Selecteer een parameter, druk op de toets en vervolgens op « » of 7« » om de waarde te wijzigen.8Druk op de toets om de gewijzigde waarde op te slaan en terug te keren naar het vorige scherm of druk op de toets om de uitgevoerde handeling af te breken.Voorbeeld: «tijdsduur follow me home»Om veiligheidsredenen mag de bestuurder het multifunctionele display al-leen bedienen als de auto stilstaat.
35Multifunctionele displays -01-03-2005ENKELE DEFINITIES...Bovenliggend schermDit is een scherm dat tijdelijk vóór het geselecteerde scherm wordt weergegeven om een wijziging van een andere functie aan te kondigen.Permanente toepassingBelangrijkste toepassing die momen-teel wordt gebruikt en wordt weerge-geven op het basisscherm.SnelmenuBeperkt menu dat gekoppeld is aan de belangrijkste toepassing die momenteel wordt gebruikt en wordt weergegeven op het basisscherm.Menu «Video»U kunt op de drie audio/video-aansluitingen in het dashboardkastje een videoapparaat (camcorder, digitale camera, DVD-speler, ...) aansluiten.De videoweergave is uitsluitend mogelijk als de auto stilstaat.Selecteer in het algemene menu het menu :«Video»- «Videofunctie activeren» om de videofunctie in of uit te schakelen,- «Parameters video» om het formaat van de weergave, de lichtsterkte, het contrast en de kleuren in te stellen.Druk op de toets of «MODE» «DARK» om de videoweergave uit te schakelen.Druk herhaaldelijk op de toets «SOURCE» om in plaats van de videoweergave een andere geluidsbron te selecteren.Om veiligheidsredenen mag de bestuurder het multifunctionele display alleen bedienen als de auto stilstaat.
Het paneel bevat:- de pijltoetsen omhoog, 5 6omlaag, naar links en naar 7rechts , waarmee de cursor op 8het display kan worden verplaatst,- de toets in het midden, waarmee kan worden bevestigd.Opmerking: Als een functie is geselecteerd, maar nog niet is bevestigd, kan dit ongedaan worden gemaakt door op de toets «ESC» (escape) te drukken of door enkele seconden te wachten waarna dit automatisch gebeurt.De toetsen op het bedieningspaneel worden op de volgende bladzijden beschreven.StuurkolomschakelaarsMet behulp van de stuurkolomscha-kelaar kunnen snel en eenvoudig de meeste functies die ook beschikbaar zijn op het bedieningspaneel van de autoradio, worden bediend.Regeling van het geluidsvolume1. Indrukken (achterzijde): volume verhogen2. Indrukken (achterzijde): volume verlagen1+2. Gelijktijdig indrukken: geluid onderbreken/herstellenGeluidsbron5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 307 CC (2005) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto