Peugeot 301 (2012) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 301 (2012) (178 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 301 (2012) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 301 (2012) |
Handleiding Peugeot 301 (2012) – volledige tekst
Vervolgens komen alle details van uw autoop het gebied van comfort, veiligheid enpraktische informatie uitgebreid aan bod, zodat u en uw passagiers maximaal van de auto kunnen genieten. Uw auto kan, afhankelijk van hetuitrustingsniveau en de specifieke kenmerkenvoor het land waarvoor uw auto bestemdis, slechts van een deel van de in dit boekjevermelde uitrustingen zijn voorzien.
.5In één oogopslag Openen A.Uitklappen/inklappen van de sleutel. Sleutel met afstandsbediening 49Van buitenaf 1.Ontgrendelen en op een kier zetten van de achterklep. 2. Openen van de achterklep. Vanuit het interieur 1. Op een kier zetten van de achterklep. 2.Openen van de achterklep. 42AchterklepVergrendelen(één keer indrukken: de richtingaanwijzers gaan branden en de portieren worden vergrendeld). Ontgrendelen en op een kier zettenvan de achterklep (langer dan één seconde indrukken:de richtingaanwijzers knipperen snelen de achterklep en de portieren worden ontgrendeld). Ontgrendelen van de auto(de richtingaanwijzers knipperensnel).
.7In één oogopslag Interieur Elektronische airconditioning (met display) Dit systeem, dat is voorzien van een display, biedt u het comfort van een optimale temperatuur en luchtcirculatie in het interieur. Snelheidsbegrenzer / snelheidsregelaar Met deze twee systemen kunt u de snelheidvan de auto gemakkelijk begrenzen en regelen. U kunt zelf de gewenste snelheid instellen. Audio- en communicatiesystemen Deze systemen zijn voorzien van de nieuwste technologie: autoradio met MP3-afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth handsfree set, AUX-aansluitingen, ... 6585, 87205175AutoradioAutoradio / Bluetooth
.11In één oogopslag Comfort Verstellen van de hoofdsteun 561.Ontgrendelen van het stuurwiel met de hendel.2. Verstellen in hoogte.3. Vergrendelen van het stuurwiel met de hendel.Stuurwiel verstellen 60Deze handelingen moeten uit veiligheidsoverwegingen uitsluitendworden uitgevoerd als de auto stilstaat. Trek de hoofdsteun omhoog om deze hoger te zetten. Druk tegelijkertijd op de knop A en op dehoofdsteun om de hoofdsteun lager te zetten.
.15In één oogopslag Controle tijdens het rijden A.Als het contact wordt aangezet, moetende segmenten gaan branden die het resterende brandstofniveau weergeven. B.Bij draaiende motor moet het verklikkerlampje laag brandstofniveauuitgaan. Instrumentenpaneel Als het contact wordt aangezet, gaan de oranje en rode waarschuwingslampjes branden. Bij draaiende motor moeten deze lampjes weer uitgaan. Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden.Verklikkerlampjes23-3122 Het branden van een verklikkerlampje geeft u informatie over de status van de desbetreffende functie. Rij drukschakelaars102A.Uitschakeling van het ESP-/ASR-systeem.49B.Openen van de achterklep (volgens uitvoering).C.Verklikkerlampje van het alarmsysteem. 46
16In één oogopslag1. Open het dashboardkastje.2. Steek de sleutel in de schakelaar. 3.Selecteer de stand: "ON" (inschakelen) wanneer een passagier op de voorstoel zit of een kinderzitje met het gezicht in de rijrichting is bevestigd,"OFF" (uitschakelen) wanneer een kinderzitjemet de rug in de rijrichting is bevestigd.4. Verwijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen. Airbag voorpassagier 107 Veiligheid voor alle inzittenden A. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte of losgemaakte veiligheidsgordel bestuurder / losgemaakte veiligheidsgordel voorpassagier.B. Verklikkerlampje storing van één van de airbags. Veiligheidsgordels vóór enairbag vóór aan passagierszijde26C. Verklikkerlampje uitschakeling airbag vóór aan passagierszijde. 31
.17In één oogopslag Onder het rijden Elektronisch gestuurdeversnellingsbak Elektronisch gestuurde versnellingsbak metvijf versnellingen die u de keuze biedt tussen het comfort van automatisch schakelen en hetrijplezier van handmatig schakelen. 1. Selectiehendel. Weergave op hetinstrumentenpaneel Op het display van het instrumentenpaneelwordt de ingeschakelde versnelling of degekozen rijstand weergegeven. N.Neutral (Neutraalstand).R. Reverse (Achteruitversnelling).1 t/m 5. Ingeschakelde versnelling. AUTO.Automatische stand. Wegrijden) Selecteer de stand N.) Trap het rempedaal stevig in.) Start de motor. ) Selecteer de automatische stand (stand A)of de handmatige stand (stand M ) met deselectiehendel 1, of schakel de achteruitversnelling in door de selectiehendel 1 in de stand R te zetten.) Zet de handrem vrij.) Laat het rempedaal geleidelijk los: de autozet zich onmiddellijk in beweging.78
18In één oogopslag82 Onder het rijden AutomatischeversnellingsbakDeze transmissie met vier versnellingen biedt u de keuze tussen het comfort van automatisch schakelen en het rijplezier van handmatig schakelen. 1. Selectiehendel. 2. Knop "S" (sport).3. Knop "7"(sneeuw). Weergave op hetinstrumentenpaneel Op het display van het instrumentenpaneelwordt de ingeschakelde versnelling of degekozen rijstand weergegeven. P.Parking (Parkeerstand). R. Reverse (Achteruitversnelling). N.Neutral (Neutraalstand).D.Drive (Automatische stand). S. Programma sport . 7Programma sneeuw.1 t/m 4. Ingeschakelde versnelling. -. Ongeldig commando in de handmatigestand. Wegrijden)Trek de handrem aan. )Selecteer de stand P of N.)Start de motor. )Trap het rempedaal in.)Zet de handrem vrij.)Selecteer vervolgens de stand R , D of M . )Laat het rempedaal geleidelijk los: de auto zet zich onmiddellijk in beweging.
.19In één oogopslag Onder het rijden 1. Selecteren van de functie snelheidsbegrenzer.2.Verlagen van de ingestelde snelheid. 3.Verhogen van de ingestelde snelheid. 4. Inschakelen / uitschakelen van de snelheidsbegrenzer. Snelheidsbegrenzer "LIMIT" 851.Selecteren van de functie snelheidsregelaar.2. Verlagen van de ingestelde snelheid.3. Verhogen van de ingestelde snelheid.4. Inschakelen / hervatten van desnelheidsregeling. Snelheidsregelaar "CRUISE"87 De functie snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer wordt op hetinstrumentenpaneel weergegeven als de desbetreffende functie is geselecteerd. Weergave op het instrumentenpaneelSnelheidsregelaarSnelheidsbegrenzer Het instellen van de snelheid is alleen mogelijk bij draaiende motor.
20In één oogopslag Eco-rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak Als uw auto is voorzien van eenhandgeschakelde versnellingsbak, rijd danrustig weg, schakel zo snel mogelijk detweede versnelling in en schakel bij voorkeur relatief snel over naar een hogere versnelling. Als uw auto is voorzien van een automatischeversnellingsbak of een elektronisch gestuurde versnellingsbak, laat de selectiehendel dan in de stand Drive "D" of Auto "A" (afhankelijk van het type versnellingsbak) staan en trap het gaspedaal niet bruusk of diep in. Kies voor een soepelerijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.
Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt. Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik danvanaf een snelheid van ongeveer 40 km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig). Gebruik op slimme wijze deelektrische voorzieningen Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is opgelopen, open dan alleruiten en de ventilatieroosters alvorens de airconditioning in te schakelen. Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieroosters geopend. Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging kunnen beperken(zonneschermen. ). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt. Schakel de achterruitverwarming en deontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijnals deze niet automatisch worden aangestuurd.
Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op alsu rijdt. Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus hetbrandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.
.21In één oogopslagBeperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruik Verdeel het gewicht evenwichtig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen inde bagageruimte, zo dicht mogelijk bij de achterbank.Beperk de belading en de luchtweerstand(dakdragers, imperiaal, fietsendrager,aanhanger, enz.) van uw auto. Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal. Vervang na de winter zo snel mogelijk dewinterbanden door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan debandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name: - voor een lange rit, - bij de wisseling van de seizoenen, - als de auto gedurende langere tijd niet isgebruikt.
Vergeet niet de bandenspanning van hetreservewiel en van de wielen van de aanhanger of de caravan te controleren. Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter en luchtfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het door de fabrikant voorgeschreven interval. Laat bij het tanken het vulpistool niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u datbrandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat pas na 3000 km het gemiddelde brandstofverbruikzich stabiliseert.
22Controle tijdens het rijden Instrumentenpaneel benzine - diesel 1. Toerenteller (x 1000 t/min). 2. Display.3.Snelheidsmeter (km/h). A. Informatie gestuurde handgeschakelde versnellingsbak of automatische transmissie. B. Tijd. C.Actieradius (km) of Dagteller.D. Brandstofmeter.E. Onderhoudsindicator (km) vervolgens, kilometerteller. Deze twee functies worden achtereenvolgens na het aanzetten van hetcontact weergegeven.F. Aanwijzingen van de snelheidsregelaar of desnelheidsbegrenzer. 4.Informatie over het onderhoud Nulstelling van de geselecteerde functie(dagteller of onderhoudsindicator) Tijd instellen.Klokken Display
123Controle tijdens het rijden Verklikkerlampjes Een aantal verklikkerlampjes heeftbeide mogelijkheden. Of het constant branden of knipperen van eenverklikkerlampje duidt op een storing,is afhankelijk van de werkingsfase vande auto. Bij het aanzetten van het contact Als het contact wordt aangezet, gaan bepaaldewaarschuwingslampjes enkele seconden branden. Zodra de motor wordt gestart, moeten dezelampjes weer uitgaan. Als het lampje blijft branden, controleer danvoordat u gaat rijden welke functie het betreft. Bijbehorende waarschuwingen Sommige verklikkerlampjes kunnen gaanbranden in combinatie met een geluidssignaalen een melding op het multifunctionele display. Verklikkerlampjes kunnen constant branden of knipperen.
De verklikkerlampjes geven de bestuurder informatie over de werking van een systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of waarschuwen de bestuurder in het geval van een storing (waarschuwingslampje).
24Controle tijdens het rijdenVerklikkerlampjes ingeschakelde functiesDe volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld. ControlelampjeStatusOorzaakActies / OpmerkingenRichtingaanwijzer linksknippert, metgeluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omlaagbeweegt.Richtingaanwijzer rechtsknippert, metgeluidssignaal. Als u de lichtschakelaar omhoogbeweegt.Dimlicht permanent. De lichtschakelaar staat in de stand "Dimlicht". Grootlichtp ermanent. Als u de lichtschakelaar naar u toe trekt. Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelennaar dimlicht.Mistlamp en vóór permanent. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld. Draai de ring twee standen naar achteren om demistlampen vóór uit te schakelen. Mistachterlicht permanent. Het mistachterlicht is ing eschakeld. Draai de ring naar achteren om het mistachterlicht uitte schakelen.
125Controle tijdens het rijdenControlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenVoorgloeien dieselmotor permanent.Het contactslot staat in de tweedestand (Contact). Wacht met starten tot het controlelampje uitgaat. De wachttijd is afhankelijk van de weersomstandigheden (in extreme gevallen30 seconden). Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact dan weer aan en wacht opnieuw tot hetlampje uitgaat voordat u de motor start. Handrem permanent. De handrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet. Zet de handrem vrij zodat het controlelampje uitgaat;trap het rempedaal in. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften. Raadpleeg het hoofdstuk "Rijden" voor meer informatie over de handrem. Voet op hetrempedaal permanent.Het rempedaal moet worden ingetrapt. Trap bij de gestuurde handgeschakelde versnellingsbak het rempedaal in om de motor testarten (selectiehendel in stand N).
Bij de automatische versnellingsbak moet u bij eendraaiende motor en voordat u de handrem vrijzet het rempedaal intrappen om de selectiehendel vanuitstand Pin een andere stand te kunnen zetten. Als u de handrem vrijzet zonder het rempedaal in te trappen, zal dit controlelampje blijven branden. knippert. Als u de auto met een gestuurdehandgeschakelde versnellingsbak op een helling te lang probeert tegen te houden door het gaspedaal in te trappen, raakt de koppelingoververhit. Gebruik het rempedaal en/of de handrem.
26Controle tijdens het rijdenVerklikkerlampjes uitgeschakelde functies De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het display. ControlelampjeStatusOorzaakActies / OpmerkingenPassagiersairbag permanent. De schakelaar in het dashboardkastjestaat in de stand " OFF".De frontairbag aan passagierszijde isuitgeschakeld. In dit geval kunt u een kinderzitje metde "rug in de rijrichting" plaatsen. Zet de schakelaar in de stand " ON" om de frontairbagaan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitjemet de "rug in de rijrichting". ESP/ASRp ermanent. De toets linksonder op het dashboardwordt ingedrukt. Het bijbehorende verklikkerlampje gaat branden. De functie ESP/ASR wordtuitgeschakeld.ESP: dynamische stabiliteitscontrole.
ASR: antispinregeling. Druk op de toets om de functie ESP/ASR in te schakelen. Het verklikkerlampje dooft.De functie ESP/ASR wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart.Na uitschakelen van het systeem, wordt hetautomatisch opnieuw ingeschakeld bij snelhedenhoger dan ongeveer 50 km/h.
127Controle tijdens het rijdenWaarschuwingslampjes Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een van de volgende verklikkerlampjes gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende systeemen moet de bestuurder actie ondernemen. Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende informatie, die via een melding op het display wordtweergegeven. Raadpleeg indien nodig het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Controlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenSTOP permanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje. Dit waarschuwingslampje brandt bij een te lage motoroliedruk of bij een tehoge koelvloeistoftemperatuur. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Zet het contact af en neem contact op met hetPEUGEOT-netwerk of met een gekwalificeerdewerkplaats.Service tijdelij k.
Er is een kleine storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden. Identificeer de storing met behulp van de melding op het display zoals bijvoorbeeld: - de mate van vervuiling van het roetfilter (diesel), - de stuurbekrachtiging, - een kleine elektrische storing, - ... Raadpleeg in andere gevallen het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. permanent. Er is een ernstige storing opgetreden waarbij geen specifiek verklikkerlampje gaat branden. Identificeer de storing met behulp van de melding op het display en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
28Controle tijdens het rijdenControlelampjeStatusOorzaakActies / OpmerkingenRemsysteem permanent. Het remvloeistofniveau is te laag. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van eenartikelnummer van PEUGEOT. Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. + permanent, incombinatie met het waarschuwingslampjeABS. Er is een storing in de elektronische remdrukregelaar (REF). Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Te hoge koelvloeistoftemperatuur permanent rood. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot de motor is afgekoeld. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
129Controle tijdens het rijdenControlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenDynamischestabiliteitscontrole(ESP/ASR) knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit. permanent. Storing in het ESP-/ASR-systeem, tenzij deze is uitgeschakeld (toetsingedrukt en verklikkerlampje van de toets brandt). Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Zelfdiagnosemotor p ermanent. Er is een storing in deemissieregeling. Het controlelampje moet doven als de motor wordt gestart. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. knippert. Er is een storing in het motormanagementsysteem. Kans op beschadiging van de katalysator.
Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Antiblokkeersysteem(ABS) permanent.Er is een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. Motorstoring permanent oranj e. Er is sprake van een kleine motorstoring. Neem snel contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. permanent rood.Er is sprake van een ernstige motorstoring waardoor de auto zoukunnen stilvallen. Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats. Zet de auto stil, zet het contact af en neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
30Controle tijdens het rijdenControlelampjeStatusOorzaakActies / OpmerkingenM otoroliedruk permanent. Er is een storing in de motorsmering . Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Parkeer de auto, zet het contact af en raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Laadstroom accupermanent.Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde of losgeraakteaccuklemmen, aandrijfriem dynamo ontspannen of gebroken...). Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.Parkeer de auto op een veilige plek.Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.Een of meer portierengeopend / Elektrisch bedienbareachterklep geopendpermanent, bij een snelheid lager dan10 km/h.Een portier of de elektrischbedienbare achterklep is niet goed gesloten.
Sluit het desbetreffende carrosseriedeel.permanent in combinatie met een geluidssignaal, bij eensnelheid hoger dan 10 km/h.Laag brandstofniveau permanent. Als het lampje gaat branden zit er nog ongeveer 5 literbrandstofinde tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat umet een lege tank strandt. Dit controlelampje gaat elke keer na het aanzetten van het contact branden zolang er niet voldoendebrandstof getankt is.Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter. Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is,hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en hetinjectiesysteem beschadigd raken.
131Controle tijdens het rijdenControlelampje Status Oorzaak Acties / OpmerkingenAirbag s tijdelij k. Het lampje brandt gedurende enkele seconden en dooft als het contact wordt aangezet. Het lampje moet doven zodra de motor wordt gestart. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is. permanent. Er is een storing in een van deairbags of de pyrotechnische gordelspanners. Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Stuurbekrachtiging permanent.Er is een storing met betrekking totde stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig en met lage snelheid. Laat het systeem nakijken door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Veiligheidsgordel bestuurder nietvastgemaakt of weerlosgemaakt / Veiligheidsgordel voorpassagier losgemaakt.
32Controle tijdens het rijden Onderhoudsindicator De afstand tot de eerstvolgendebeurt is meer dan 3000 km Als het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.De onderhoudsindicator geeft aan hoeveelkilometer u nog verwijderd bent van de eerstvolgende onderhoudscontrole volgens het schema van de fabrikant. Deze afstand wordt berekend vanaf de laatstenulstelling van de onderhoudsindicator op basisvan twee parameters: - het aantal afgelegde kilometers, - de verstreken tijd sinds de laatsteonderhoudscontrole. De afstand tot de eerstvolgendebeurt is 1000 tot 3000 km Als het contact wordt aangezet, gaatgedurende enkele seconden deonderhoudssleutel branden. De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot deeerstvolgende onderhoudscontrole aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 2800 km.
Als het contact wordt aangezet, geeft het display een paar seconden het volgende aan: Enkele seconden na het aanzetten van hetcontact verdwijnt de sleutel; de teller geeft weer de kilometerstand en de stand van dedagteller aan. De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 kmVoorbeeld:de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudscontrole bedraagt 900 km. Als het contact wordt aangezet, geeft hetdisplay een paar seconden het volgende aan: Enkele seconden na het aanzetten vanhet contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel brandenom aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden.
133Controle tijdens het rijdenbeurt is overschreden Als het contact wordt aangezet, gaat gedurendeenkele seconden de sleutel knipperen om aante geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden. Voorbeeld:u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Als het contact wordt aangezet, geeft het displayeen paar seconden het volgende aan: De factor tijd kan worden meegewogenbij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder. De sleutel kan ook gaan branden als hetinterval van twee jaar is overschreden. Als u na deze handeling de accu wiltloskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten.
Het op 0 zetten van de onderhoudsindicator zalanders niet worden opgeslagen.Op 0 zetten van de onderhoudsindicator De onderhoudsindicator moet na elkeonderhoudsbeurt op 0 gezet worden.Voer dit als volgt uit:) zet het contact af, ) druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt,) zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen,) laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt. Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatie U kunt op elk moment de onderhoudsinformatieweergeven. ) Druk op de knop voor nulstelling van dedagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkeleseconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer. Enkele seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden.
34Controle tijdens het rijdenkilometerstand van de auto aan.De kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij hetafzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto. Kilometerteller De dagteller geeft het aantal gereden kilometers weer nadat de bestuurder de teller op 0 heeft gezet.) Druk bij aangezet contact op de knop tot dedagteller op 0 staat. Dagteller Kilometertellers
Als er ongeveer 30 seconden geenhandelingen worden uitgevoerd, verschijnt de huidige weergave.Autoradio / Bluetooth Voer de volgende handelingen met behulp van de toetsen van de autoradio in onderstaande volgorde uit:) druk op de toets "MENU",) selecteer met behulp van de pijlen het menu "Persoonlijke instellingen - Config uratie" en bevestig door op de draaiknop te drukken, ) selecteer met behulp van de pijlen hetmenu "Configuratie display" en bevestig, ) selecteer met behulp van de pijlen hetmenu "Datum en tijd instellen" en bevestig,) selecteer de parameter en bevestig,) wijzig de parameter en bevestig opnieuw om de wijziging op te slaan, ) stel de parameters één voor één in en bevestig iedere keer, ) selecteer de tab " OK" op het display enbevestig om het menu "Datum en tijdinstellen" te verlaten.
36Controle tijdens het rijden Op nul stellen )Druk langer dan 2 seconden op de toets om de afgelegde afstand, het gemiddeldebrandstofverbruik en de gemiddelde snelheid op nul te zetten. De boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...). Boordcomputer Display van het instrumentenpaneelMonochroom display C Weergave van de informatie) Druk herhaaldelijk op de toets op hetuiteinde van de ruitenwisserschakelaarom de informatie van de verschillendefuncties van de boordcomputer weer te geven. De boordcomputer kan de volgende informatie weergeven: - actieradius, - huidig brandstofverbruik, - afgelegde afstand, - gemiddeld brandstofverbruik, - gemiddelde snelheid. ) Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar de oorspronkelijke weergave.
137Controle tijdens het rijden Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats alstijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven. Deze functie wordt alleen weergegevenbij snelheden vanaf 30 km/h. Deze waarde kan variëren door eengewijzigde rijstijl of het rijden op eenhelling, waardoor het momentelebrandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen. Boordcomputer, enkele definitiesActieradius(km) Aantal kilometers dat nog met de resterende hoeveelheidbrandstof kan worden gereden,berekend op basis van hetgemiddelde verbruik over delaatste afgelegde kilometers. Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt. Huidig verbruik (l/100 km of km/l) Berekend over de laatst verstreken seconden.
38Controle tijdens het rijden Monochroom display C (Autoradio / Bluetooth) Dit display kan de volgende informatieweergeven:- de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (de temperatuur knippert bij kans op gladheid), - controle van te openen carrosseriedelen (portieren, achterklep, ...),- de parkeerhulp,- audiofuncties (radio, CD, USB-/Jack-aansluiting, ...),- informatie van de boordcomputer (zie het hoofdstuk "Controle tijdens het rijden"). Het display kan tijdelijk waarschuwingsmeldingen of informatie weergeven. Deze kunnen worden gewist door op de returntoets te drukken.
Druk op het bedieningspaneel van uwAutoradio / Bluetooth-systeem: ) op de toets "MENU" voor toegang tot hethoofdmenu,) op de toets "MODE" om de informatie op "Volledig scherm" of in een "Venster" weer te geven, ) op de toetsen " " of " " om te navigeren inde lijst, ) op de centrale toets om te bevestigen of ) op de returntoets om de uitgevoerde handeling af te breken of een stap terug te gaan. Weergave op het display Toetsen)Druk op de toets "MENU"om hethoofdmenu weer te geven: - "Multimedia",- "Telefoon", - "Boordcomputer", - "Bluetooth verbinding",- "Persoonlijke instellingen - configuratie".)Druk op de toetsen " " of " " om hetgewenste menu te selecteren en bevestig door op de centrale toets te drukken. Hoofdmenu
139Controle tijdens het rijdeningeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunt u bellen en de verschillende telefoonindexenraadplegen. Raadpleeg voor meer informatie over detelefoon het gedeelte Autoradio / Bluetooth vanhet hoofdstuk "Audio en telematica". Menu "Telefoon" Via dit menu kunt u informatie met betrekking tot de status van de auto raadplegen. Logboekwaarschuwingsmeldingen Deze functie geeft een overzicht van de status- en waarschuwingsmeldingen door ze achtereenvolgens op het multifunctionele display te laten verschijnen.) Druk op de toets "MENU"om hethoofdmenu weer te geven.
) Druk op de dubbele pijlen en vervolgens op de centrale toets om het menu"Boordcomputer" te selecteren.) Selecteer in het menu"Boordcomputer" de regel "Logboek waarschuwingsmeldingen" en bevestig: Als uw Autoradio / Bluetooth-systeem is ingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunnen de functies van de radio, de CD-speler of de MP3-speler (USB-/Jack-aansluiting)worden geactiveerd of gedeactiveerd. Raadpleeg voor meer informatie over de functie Multimedia het gedeelte Autoradio / Bluetoothvan het hoofdstuk "Audio en telematica". Menu "Multimedia"Menu "Boordcomputer"
40Controle tijdens het rijden Menu "Bluetooth verbinding" Als uw Autoradio / Bluetooth-systeem isingeschakeld en dit menu is geselecteerd, kunt u een extern Bluetooth apparaat (telefoon,mediaspeler) verbinden of loskoppen en de wijze van verbinding bepalen (handsfree set,afspelen audiobestanden). Raadpleeg voor meer informatie over de Bluetooth verbinding het gedeelte Autoradio / Bluetooth van het hoofdstuk "Audio en telematica". Als dit menu is geselecteerd, kunnen devolgende functies worden geselecteerd: - "Parameters van de auto", - "Taalkeuze". - "Configuratie van het display",Menu "Persoonlijke instellingen -configuratie" Parameters van de auto instellen Via dit menu kunnen verschillende systemen van de auto geactiveerd of uitgeschakeld worden: - "Hulp bij het rijden", - "Verlichting tijdens het rijden", - "Comfortverlichting".
141Controle tijdens het rijden In verband met de veiligheid mag debestuurder de instellingen aan hetmultifunctionele display alleen bijstilstaande auto verrichten. Taalkeuze Als dit menu is geselecteerd, kan de taal vande weergave van het display, volgens een vastgestelde lijst, worden gewijzigd. Confi guratie display Als dit menu is geselecteerd, kunnen de volgende parameters worden geselecteerd: - "Kiezen van eenheden". - "Instellen datum en tijd", - "Parameters weergave", - "Lichtsterkte",
42Toegang tot de autoU kunt om de auto te ontgrendelen of vergrendelen de centrale vergrendeling bedienen met de sleutel in het portierslot of met de afstandsbediening. Desleutel met afstandsbediening dient tevens voor de lokalisering en het starten van de auto en maakt deel uit van de diefstalbeveiliging. Sleutel met afstandsbediening Uitklappen / inklappen vande sleutel Openen van de auto Ontgrendelen met de sleutel ) Draai de sleutel in het slot van hetbestuurdersportier richting de voorzijde van de auto om deze te ontgrendelen. Ontgrendelen met de afstandsbediening)Druk op het geopende hangslotom de auto te ontgrendelen. Het ontgrendelen wordt bevestigddoor het gedurende ongeveer 2 seconden snel knipperen van de richtingaanwijzers. )Druk op deze knop om de sleutel uit of in te klappen.
Ontgrendelen en het op een kier zetten van de achterklep) Houd deze knop langer dan een seconde ingedrukt om de achterklep te ontgrendelen. Dezewordt op een kleine kier gezet. Bij deze handeling wordt eerst de auto ontgrendeld.
432Toegang tot de auto Als één van de portieren of deachterklep geopend is, werkt de centrale vergrendeling niet; de autowordt vergrendeld en meteen weer ontgrendeld, hetgeen gepaard gaat meteen speciaal geluid. Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder dat binnen 30 seconden een van de portieren of de achterklep wordt geopend, wordt de auto automatischweer vergrendeld. Vergrendeling met deafstandsbediening )Druk op het gesloten hangslotom de auto te vergrendelen. Sluiten van de auto Het vergrendelen wordt bevestigd door hetgedurende ongeveer 2 seconden branden vande richtingaanwijzers. Vergrendeling met de sleutel)Draai de sleutel in het slot van het bestuurdersportier naar de achterzijde vande auto om deze te vergrendelen.Met deze functie kunt u uw auto op afstandlokaliseren, wat vooral praktisch is bij weinig licht.
De auto dient hiervoor wel vergrendeld te zijn.Lokaliseren van de autoDiefstalbeveiliging Elektronische startblokkering In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code beschikt. Om te kunnenstarten, moet bij het aanzetten van het contactde code van de sleutel worden herkend door destartblokkering. Deze elektronische startblokkering blokkeerthet motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo hetstarten van de motor bij een inbraak. Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje in combinatie met eengeluidssignaal en een melding op het display. De auto kan dan niet gestart worden. Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk.
44Toegang tot de autoPEUGEOT-netwerk als de storing niet is verholpen. Als de batterij van deafstandsbediening leeg is, wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje, eengeluidssignaal en een melding op het display. Batterij vervangen )Verwijder de lege batterij.)Plaats een nieuwe batterij in de juisterichting in de houder. )Druk het deksel op de afstandbediening vast.Bij een storing in de afstandsbediening kan de auto niet meer met de afstandsbedieningontgrendeld, vergrendeld en gelokaliseerdworden.)Ontgrendel of vergrendel de auto eerst met de sleutel in het slot. )Synchroniseer vervolgens deafstandsbediening.Storing in deafstandsbedieningSynchroniseren )Zet het contact af en neem de sleutel uithet contactslot.
)Druk direct daarna gedurende enkele seconden op het vergrendelknopje (gesloten hangslot) van deafstandsbediening.)Zet de sleutel in de stand 2 (Contact).)Zet het contact af en verwijder de sleutel uit het contactslot. De afstandsbediening werkt nu weer. Batterij ref.: CR2032/3 V.) Peugeot het deksel met een kleineschroevendraaier bij het oog. ) Verwijder het deksel.
452Toegang tot de autoSleutels verloren Ga met het kentekenbewijs van de auto, uw legitimatiebewijs en indien mogelijk de sticker met de sleutelcode naar het PEUGEOT-netwerk. Het PEUGEOT-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoekenen voor nieuwe sleutels zorgen. Afstandsbediening De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaamom niet met de knop van de afstandsbediening te spelen, om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik en het zicht van uwauto. De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet in dat geval opnieuw worden gesynchroniseerd.Geen enkele afstandsbediening kan functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het synchroniseren.
Vergrendelen van de auto Het rijden met vergrendelde portieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren.De portieren worden echter automatisch ontgrendeld bij een aanrijding waarbij de airbagsworden geactiveerd. Laat uit veiligheidsoverwegingen geen kinderen alleen achter in de auto.Neem in alle gevallen de sleutel mee als u de auto verlaat.DiefstalbeveiligingBreng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering; dit kan tot storingen leiden. Bij het aanschaffen van een gebruikte autoLaat door het PEUGEOT-netwerk controleren of alle in uw bezit zijnde sleutels met uw autozijn gelinkt, zodat u er zeker van kunt zijn dat deze sleutels de enige zijn waarmee uw auto ontgrendeld en gestart kan worden. Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu.
46Toegang tot de autoDit systeem beveiligt uw auto tegen inbraak en diefstal en bestaat uit een omtrekbeveiliging en een automatische beveiliging. Alarm OmtrekbeveiligingDit systeem houdt de te openen carrosseriedelen van de auto in de gaten. Het alarm gaat af als iemand een portier, deachterklep of de motorkap probeert te openen. Automatische beveiligingsfunctie Dit systeem treedt in werking alsiemand probeert het alarm tesaboteren.Het alarm gaat af als iemand probeert de accu, de bedieningseenheid of dekabels van de sirene uit te schakelen of te beschadigen. Vergrendelen van de auto metinschakelen van het alarm Inschakelen )Zet het contact af en verlaat de auto.) Druk op de vergrendelknop vande afstandsbediening. De omtrekbeveiliging wordt 5 seconden nadatde vergrendelknop van de afstandsbediening is ingedrukt, geactiveerd.
Indien een portier of de achterklep niet goed isgesloten, wordt de auto niet vergrendeld, maar wordt het alarm wel ingeschakeld. ) Druk op de ontgrendelknop vande afstandsbediening. Uitschakelen Het alarm wordt uitgeschakeld; hetverklikkerlampje gaat uit. Het alarm wordt geactiveerd: eenverklikkerlampje op de rij schakelaars links van het stuurwiel zal één keer per seconde knipperen. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaatsalvorens wijzigingen aan het alarmsysteem aan te brengen.
472Toegang tot de auto Afgaan van het alarmVergrendelen van de auto zonder het alarm in te schakelen) Vergrendel de auto met de sleutel. Storing afstandsbediening Om de alarmsystemen uit te schakelen:) Ontgrendel de auto met de sleutel. ) Open het portier; het alarm gaat af. ) Zet het contact aan; het alarm stopt.Storing Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werkingen knipperen de richtingaanwijzers gedurendedertig seconden. Als bij het aanzetten van het contact het verklikkerlampje blijft branden, duidt dit op een storing in het systeem.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats. Als het verklikkerlampje snel knippert bij het ontgrendelen van de auto met de afstandsbediening, is het alarmtijdens uw afwezigheid afgegaan. Hetlampje stopt met knipperen als het contact wordt aangezet.
48Toegang tot de auto Portieren Van buitenaf )Ontgrendel de auto met de afstandsbediening of de sleutel en trek aande portiergreep.Openen Van binnenuit)Trek aan de binnenportiergreep van een portier; de auto wordt dan volledigontgrendeld. - bij draaiende motor gaat dit lampje branden in combinatie met een melding die enkele seconden op het multifunctionele display verschijnt, - tijdens het rijden (snelheid hoger dan 10 km/h) gaat dit lampje branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding die gedurende enkele secondenop het multifunctionele display verschijnt. Sluiten Als een portier niet goed is gesloten: Noodbediening Hiermee kunt u de portieren mechanischvergrendelen en ontgrendelen in het geval vaneen storing in de centrale vergrendeling of van de accu. Bestuurdersportier Steek de sleutel in het slot om het portier tevergrendelen of ontgrendelen.
Overige portieren )Controleer bij de achterportieren of dekinderbeveiliging is uitgeschakeld.)Verwijder met de sleutel het zwarte afdekkapje op de zijkant van het portier. )Steek de sleutel zonder te forceren in deopening en duw vervolgens, zonder te draaien, de nok het portier in.)Verwijder de sleutel en plaats hetafdekkapje terug.
492Toegang tot de auto Achterklep Openen Ontgrendelen en op een kier zetten van de achterklep met de afstandsbediening ) Druk minimaal een seconde op de centrale knop van de afstandsbediening. De achterklep gaat een klein stukjeopen.Op een kier zetten van de achterklep van binnenuit Openen van de achterklep) Til de achterklep op tot deze maximaal geopend is. ) Trek de achterklep omlaag met behulpvan één van de handgrepen aan de binnenzijde.Sluiten Elektrisch bedienbare achterklepgeopend- bij draaiende motor gaat hetverklikkerlampje branden in combinatie met een meldingop het multifunctionele displaygedurende enkele seconden, - tijdens het rijden (snelheid hoger dan 10 km/h) gaat het verklikkerlampjebranden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display gedurende enkele seconden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 301 (2012) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto