Nefit EcomLine HRC 23V Handleiding
Nefit Verwarmingsketel EcomLine HRC 23V
Bekijk gratis de handleiding van Nefit EcomLine HRC 23V (44 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 63 mensen. Heb je een vraag over Nefit EcomLine HRC 23V of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Installatie-instructie
Nefit EcomLine HRC 23V-23/28V
Nefit houdt Nederland warm
Product specificaties
| Merk: | Nefit |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | EcomLine HRC 23V |
Foutcodes Nefit EcomLine HRC 23V
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing | Pagina |
|---|---|---|---|
| 1C | Aansluiting voor rookgasthermostaat is open. | 30 | |
| 2C | Safetysensor van de wisselaar is te warm. | Te veel weerstand in het cv-circuit: controleer (thermostatische) radiatorventielen, verstopping door vervuiling en installatie/instelling van de bypass. Meet de weerstand van de safetysensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de sensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Controleer spanning en aansluitdraden van de pomp en de stekker in de UBA. Is de pomp vast of defect, vervang de pomp. Controleer de condensatoraansluiting of vervang de pomp. Controleer de druk en vul eventueel bij tot 2 bar. Draai de luchtafscheider één slag open en ontlucht toestel en tapvat. | 30 |
| 2F | Warmteverschil tussen de safety- en aanvoersensor is te groot. De aanvoer- en retoursensor zijn onderling verwisseld. | Te veel weerstand in het cv-circuit: controleer radiatorventielen, verstopping en bypass. Meet de weerstand van de safetysensor en de aanvoersensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer ze door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Controleer de pomp (spanning, aansluitdraden, stekker, condensator) en vervang de pomp indien vast of defect. Controleer de druk en vul eventueel bij tot 2 bar. Ontlucht toestel en tapvat. | 30 |
| 2P | Temperatuur safetysensor stijgt te snel. | Draai meer radiatoren open. Plaats de bypass op minimaal 6 meter van de ketel. Pas het ketelvermogen aan de installatie aan. Meet de weerstand van de safetysensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de sensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. | 30 |
| 2u | Temperatuursverschil van de aanvoer- en retoursensor is te hoog. | Te veel weerstand in het cv-circuit: controleer radiatorventielen, verstopping en bypass. Controleer de pomp (spanning, aansluitdraden, stekker, condensator) en vervang de pomp indien vast of defect. Controleer de druk, vul eventueel bij tot 2 bar en ontlucht. Retoursensor defect of niet goed aangesloten: meet de weerstand van de sensor door (zie paragraaf 5.5). | 30 |
| 3c | Toestel start niet. | 30 | |
| 4A | Temperatuur aanvoersensor is te hoog (> 101 °C). | Meet de weerstand van de aanvoersensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de sensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Controleer de pomp (spanning, aansluitdraden, stekker, condensator) en vervang de pomp indien vast of defect. Controleer de druk, vul eventueel bij tot 2 bar en ontlucht toestel en tapvat. | 30 |
| 4C | Zekering F2 defect. Branderthermostaat is te warm geworden. De aanvoertemperatuur is te hoog. | Draai meer radiatoren open, plaats de bypass op minimaal 6 meter van de ketel en pas het ketelvermogen aan. Controleer de branderthermostaat op schakelpunt 107 ºC, het branderdek op defecten, de pakking tussen mengkamer en warmtewisselaar en de aansluiting van het branderhuis op de warmtewisselaar. Zekering F2 kan defect zijn door sluiting in het gasklepcircuit: controleer de elektrische aansluiting van het gasregelblok. | 30 |
| 4F | De temperatuur van de safetysensor is hoger dan 101 ºC. | Te veel weerstand in het cv-circuit: controleer radiatorventielen, verstopping en bypass. Meet de weerstand van de safetysensor door (zie paragraaf 5.5). Controleer de pomp en vervang deze indien vast of defect. Controleer de druk, vul eventueel bij tot 2 bar en ontlucht toestel en tapvat. | 30 |
| 4L | De safetysensor is kortgesloten. | Meet de weerstand van de sensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de safetysensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Neem de connector van de sensor los en druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. Bij dezelfde storingscode is er sluiting in de kabelboom of is de UBA defect, anders is de sensor defect. | 30 |
| 4P | De safetysensor maakt geen contact. | Meet de weerstand van de sensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de safetysensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Neem de connector van de sensor los, maak een doorverbinding in de bekabeling naar de UBA en druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. Bij dezelfde storingscode is er sluiting in de kabelboom of is de UBA defect, anders is de sensor defect. | 30 |
| 4U | De aanvoersensor is kortgesloten. | Meet de weerstand van de aanvoersensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de sensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Neem de connector van de sensor los en druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. Bij dezelfde storingscode is er sluiting in de kabelboom of is de UBA defect, anders is de sensor defect. | 30 |
| 4Y | De aanvoersensor maakt geen contact. | Meet de weerstand van de aanvoersensor door (zie paragraaf 5.5) en controleer de sensor door tijdelijk een andere sensor aan te sluiten. Neem de connector van de sensor los, maak een doorverbinding in de bekabeling naar de UBA en druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. Bij dezelfde storingscode is er sluiting in de kabelboom of is de UBA defect, anders is de sensor defect. | 30 |
| 5A | UBA vergrendeld. | 30 | |
| 5C | UBA vergrendeld. | 30 | |
| 5F | UBA vergrendeld. | 30 | |
| 5Y | UBA vergrendeld. | 30 | |
| 6A | Er treedt geen ionisatie op na de ontsteekfase: de gloeiplug werkt niet, de ventilator draait niet, of gloeiplug/ventilator werken wel maar er is geen vlam of de vlam valt weg tijdens het op toeren komen van de ventilator. | Controleer de aansluitdraden van de gloeiplug en meet de weerstand over de gloeiplug (50-300 Ω). Controleer zekering F1. De UBA moet tijdens de start 120 VAC geven op de connector. Controleer ventilatorconnectoren, zekeringen, spanning op connector UBA, KIM-connector en Fanselect-aansluiting. Controleer luchtrestrictie en gasinspuiter op juiste montage, vervuiling en diameter. Controleer tijdens de ontsteekfase de 24 V-spanning op het gasregelblok en de weerstand over de branderthermostaat (0-3 Ω). Controleer de gasvoordruk en het gas/lucht-drukverschil. Controleer de aardkabelaansluitingen en de aansluiting van de ionisatiepen en meet de ionisatiestroom (paragraaf 2.3.4). Druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. | 30 |
| 6C | Er treedt ionisatie op na beëindigen warmtevraag, de gasklep sluit niet. | 30 | |
| 6H | De ionisatie (cq. de vlam) valt weg vlak na het ontsteken. | Controleer luchtrestrictie en gasinspuiter op juiste montage, vervuiling en diameter. Controleer de gasvoordruk en het gas/lucht-drukverschil. Controleer de aardkabelaansluitingen en de aansluiting van de ionisatiepen en meet de ionisatiestroom (paragraaf 2.3.4). Druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. | 30 |
| 6L | De ionisatie (cq. de vlam) valt weg tijdens werkend toestel. | Controleer luchtrestrictie en gasinspuiter op juiste montage, vervuiling en diameter. Controleer de gasvoordruk en het gas/lucht-drukverschil. Controleer de aardkabelaansluitingen en de aansluiting van de ionisatiepen en meet de ionisatiestroom (paragraaf 2.3.4). Druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. | 30 |
| 7A | UBA defect. | 30 | |
| 7C | De netspanning valt weg tijdens vergrendelende fout. Resetknop te kort ingedrukt. | Controleer de netspanning tijdens bedrijf (230 VAC). Druk op reset tot 'r' op het display verschijnt. | 30 |
| 7F | UBA defect. Zekering F3 defect. | Spoor kortsluiting in het 24 V-circuit (UBA-kroonsteen) op. | 30 |
| 7H | UBA defect. | 30 | |
| 7L | UBA defect. | 30 | |
| 8L | Doorverbinding kabelboom. | 30 | |
| 9A | UBA defect. | 31 | |
| 9C | UBA ziet geen KIM. | 31 | |
| 9F | Fout m.b.t. referentietemperatuur UBA. | 31 | |
| 9H | Interne fout UBA of ModuLine kamerthermostaat defect. | 31 | |
| 9L | Elektrische aansluiting gasregelblok niet goed. UBA defect. | 31 | |
| 9P | Interne fout UBA. ModuLine kamerthermostaat defect. | 31 | |
| 9U | UBA kan KIM niet lezen. | 31 | |
| EA | UBA defect. | ||
| EC | UBA defect. | ||
| EF | UBA defect. | ||
| EH | UBA defect. | ||
| EL | UBA defect. | ||
| EP | UBA en KIM niet compatibel. |
Alle foutcodes Nefit Verwarmingsketel
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nefit EcomLine HRC 23V stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Nefit
Nefit TrendLine AquaPower Plus HRC 25-CW6 II Handleiding Nefit ProLine NxT HRC 24-CW4 CT Handleiding Nefit TopLine HR II Handleiding Nefit TrendLine HRC 25-CW4 Handleiding Nefit ProLine NxT HRC 24-CW3 CT Handleiding Nefit Turbo HR Handleiding Nefit TrendLine AquaPower Plus HRC 30-CW6 Handleiding Nefit EcomLine Elite HRC Handleiding Nefit TrendLine AquaPower Plus HRC 25-CW6 Handleiding Nefit HRC-23VT Handleiding
Alle Nefit Verwarmingsketel handleidingen
Populair in Verwarmingsketel
Nefit Ecomline HR Excellent Handleiding Nefit HRC 25-CW4 Handleiding Nefit Ecomline HR Economy Handleiding
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel
Coopra 37B Handleiding Coopra 15B Handleiding Coopra 15C-2011 Handleiding Coopra 40C-2011 Handleiding Chaffoteaux Pigma Green Handleiding Chaffoteaux URBIA Green Handleiding Chaffoteaux Niagara 25 CF Handleiding Chaffoteaux TALIA Green System Handleiding Chaffoteaux INOA 30 FF Handleiding Coopra TWIN N80C Handleiding